All language subtitles for Les.Gardiennes.2017.FRENCH.720p.BluRay.x264-LOST

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Evengoed...

Hij is niet gestolen, echt verdiend.

Het had je vader gelukkig gemaakt.

Meneer de onderwijzer is nu luitenant.

Het zijn daar allemaal helden.

We hebben ze gestopt, anders was het voorbij.

Ik ben erg trots op je...

en op de anderen.

We krijgen ze wel. - Inderdaad.

Dag, meester. - Dag, kinderen.

Dag, Luce. - Hallo, Constant.

Ga zitten.

Hoe gaat het? - Goed, dank je.

We hebben een verrassing voor je. Baptiste...

de moffen schurken, met kwade bedoelingen

die vrouwen en oudjes vermoorden

wij walgen van die moordenaars de moffen

de eer hooghouden als een fakkel, kerk en graf respecteren

dat komt niet bij hen op ze haten alles wat mooi is

de moffen

elke Fransman is moedig en spotlustig, met de geest

van d'Artagnan en Gavroche daarom zal hij winnen van

de moffen.

Dank je, Baptiste.

Mag ik? - Natuurlijk.

Het is moeilijk.

Iedereen hier is trots op je.

Heel trots.

Je bent mooi, zusje.

Je bent mooi.

Nu Clovis er niet is, kun je de boerderij moderniseren.

Aan het front zien we van alles. Tractors...

wasmachines, allerlei nieuwe dingen.

Op de bazin. - Zonder werknemers ben je geen bazin.

Na de oorlog wordt alles anders.

Op je toekomstige kinderen, die vrede zullen kennen.

Ik krijg nooit kinderen.

Dat kan ik niet.

Weet Clovis dat?

Nee.

Op de overwinning dan maar?

Op de overwinning. - Oké, op de overwinning.

Niemand was er op voorbereid.

Geloof niet alles wat ze zeggen.

Het leek een korte oorlog, maar het is al twee jaar een hel.

Sommige jongens worden gek.

Straks staat achter elke soldaat een politieman.

Als de oogst slaagt, koop ik een maaibinder.

Al is het wel duur. - Het is een goede investering.

Het spaart je rug, en je houdt tijd over.

Ik kan 'n premie van de overheid krijgen, als ik hem aan drie anderen uitleen.

Heel goed, mama. Dat is een goede zaak.

Je moet iemand hebben om je te helpen. - Had de knecht niet weggestuurd.

Solange had gelijk, hij voerde niks uit. - Dat is wel zo...

Hij deed tenminste iets. - Je moest hem achter de broek zitten.

Af en toe. - Voortdurend.

Waarom vraag je Suzanne niet?

Haar zoon is opgeroepen. Ze heeft het te druk.

Kun jij hier niet komen wonen? - Nee, ieder op zichzelf.

Je hebt hulp nodig, voor de oogst.

Wil je echt niet dat ik je breng? - Nee.

Ik heb zin om te lopen.

Wees sterk.

Vooruit, hup.

Wacht, wacht. Daar.

In deze toestand, en nu met de oogst... Ik heb niemand, zelfs geen dagloner.

U komt ook wel laat.

Ik heb geen tijd gehad.

Zijn ze allemaal al bezet?

Er is nog een dienstmeid bij ons.

Ze is sterk, en eerlijk. En vooral een goeie werkster.

Ze is binnenkort vrij.

Als u haar wilt ontmoeten, moet u naar Bellac gaan.

Dat is te ver.

Ik vertrouw op u. Zeg maar dat ik haar inhuur tot het eind van de oogst.

U zult niet teleurgesteld zijn. Francine Riant is pas 20.

Ze kan zwaar en licht werk doen. - Dank u wel.

Zodra ze vrij is, verwacht ik haar. - Heel goed.

Ik maak het contract klaar.

Lieve Georges, een moeder kan zich het lijden van haar zoon moeilijk voorstellen.

Ik lees de krant niet meer. Al die slagen. Ik kan me je daar niet voorstellen.

Zo ver weg van ons land waar je zo van houdt.

Constant had verlof. Het gaat goed met hem. Hij is nu luitenant.

Hier was het te nat en de tarwe is niet overal goed opgekomen.

Zeg waar je behoefte aan hebt, dan stuur ik je dat snel.

Je moeder, die aan je denkt.

Dank u wel.

Mevrouw Hortense?

Ik ben Francine.

Ik verwachtte je al, ik ben blij.

Vooruit, we gaan.

Kun je dieren leiden?

Dat heb ik bij mijn vorige baas ook al gedaan.

Hoe ging het daar? - Heel goed.

Je helpt mij in het veld en Solange in de huishouding en in de moestuin.

Je krijgt 40 francs, aan het eind van de maand.

Op zondag heb je vrij, behalve tijdens de oogst.

Pak je spullen, Solange wijst je de weg.

Ik zal je je kamer laten zien.

Ze lijkt aardig en vriendelijk. Dus... - We zien wel.

Vooruit.

Snij je niet in je vingers.

Twee? - Ja, doe er nog maar één in.

Dat is wel genoeg.

Nu doen we er wijn bij.

Dat vaatje is bijna leeg.

Weet je wat dat is, een vaatje? - Nee.

Een kleine ton, zoals deze.

Van 50 liter.

Nog maar één.

Goed zo. - Is dat genoeg?

Anders doen we er nog wat bij. Je moet het proeven.

Het brood neemt de wijn op.

Makkelijk, hè? Je hoeft niet naar St. Cyr geweest te zijn om Miget te maken.

Hallo. - Hallo.

Ik ben Marguerite. - Francine.

Daar is Clovis. - Clovis is terug.

En de moffen... Wie zijn dat?

Bloeddorstige monsters?

Welnee...

Dat zijn mensen zoals wij.

Arbeiders.

Onderwijzers, zoals Constant.

Boeren, zoals wij.

Ik verwacht niks meer. De ene dag veroveren we...

tien meter.

En de dag daarop weer 10 meter.

Of we verliezen het weer.

En je mag niks zeggen.

Heb je Clovis gezien? - Ja.

Hij is wel wat drank gewend. - Aan het front laten ze ze drinken...

om het vol te houden.

Denk je dat het te zien is? - Een beetje.

Maar niet heel erg.

Mag ik hem vanavond aan? - Natuurlijk.

Heb je leren naaien in het weeshuis? - Ja.

En ook leren lezen en schrijven.

Ik heb een diploma.

Vind jij je school moeilijk?

Het is landbouwboekhouden. Ze zijn streng, maar als ik klaar ben...

kan ik mijn vader helpen. Dan is hij trots op mij.

Hij maakte me bang bij het eten.

Ik herkende hem niet meer.

Ik ben bang dat hij weer vertrekt.

Wees niet bang, je vader is moedig.

En als de oorlog voorbij is, wordt alles beter voor jullie.

Dan kan ik Georges op de boerderij helpen. - Hij heeft binnenkort verlof.

De oogst duurt nog drie dagen. Dan moet ik weer terug.

Misschien zie jij hem nog vóór mij.

Ik had je voor de oogst ingehuurd...

maar ik ben tevreden over je. Je werkt goed.

Als je wilt, verleng ik je contract voor een jaar.

Ja, dank u. Dank u wel, mevrouw Hortense.

Lagorce, Lucien Jean Léon, pachter.

66ste regiment, soldaat 2de klasse. Gevallen op het veld van eer.

Marchadier, François Louis Gaston, wegwerker uit Lagache.

63ste regiment, soldaat 2de klasse. Gevallen op het veld van eer.

Rifaud, Jean-Louis Alphonse, timmerman uit Lalande.

138ste regiment, soldaat 2de klasse. Gevallen op het veld van eer.

Neem hen op, Heer. Schenk hun eeuwige rust.

Laat Uw licht altijd op hen schijnen. Amen.

Stop, stop.

Vooruit.

Dank je.

Heb je iets van Clovis gehoord sinds zijn verlof?

Vooral bevelen. Hij denkt de boerderij vanaf het front te kunnen leiden.

Het vertrouwen heerst.

Ben jij minder moe, mama? - Met de kleine erbij gaat het beter.

Ze werkt hard. Ze is haar geld waard.

Mimi, kom hier.

Heb jij wel eens op de heuvel

tussen de zacht strelende briesjes

het goddelijke lied gehoord

van het ruisende tarwe

als de avond over het land valt

en als de nachtegaal komt zingen.

Juffrouw Francine?

Georges.

U bent die efficiënte werkster? - Ik doe m'n best.

Ik moet terug, meneer Georges. - Niet meneer... Georges.

Maak ik u verlegen?

Nee.

Ik ga terug naar de Paridier, meneer Georges. Tot ziens, Henri.

Tot morgen, Francine.

Het is niet altijd leuk op de Paridier. Ik ken mijn moeder.

Uw moeder heeft zorgen, ik begrijp haar wel.

En Solange? - Die is heel elegant.

Ze is anders dan andere boerinnen.

Wees maar niet jaloers op haar.

Zo kan ik u niet eens meenemen naar het bos.

Daar zijn veel mooiere bomen.

En er is een schat. - Een schat?

Wat dan? - Dat zeg ik niet.

Dat is een verrassing.

Komt u mee? - Natuurlijk.

Met Marguerite.

Ik mag Marguerite graag, maar ze is als een zusje voor me.

Morgen vertrek ik weer.

Ik weet niet of ik weer terugkom. - U komt wel terug.

Misschien bent u er dan niet meer.

Dat hangt niet alleen van mij af.

U bent nodig, u wordt op prijs gesteld. Niemand wil u kwijt.

Dan blijf ik.

Zult u me schrijven?

We nemen een paard, en een koe. De laatsten dit jaar.

Ik wacht op goedkeuring, dan wordt u betaald.

Sla het goed plat, het moet niet opbollen.

Als je het koud hebt, vraag je een extra dekbed aan Solange.

Het gaat nog wel.

Als de oorlog afgelopen is, houden we je wel.

Beste Georges, omdat je me toestond je te schrijven...

breng ik je wat nieuwtjes van de Paridier.

Dit is mijn eerste winter bij je familie.

We hoorden het van Verdun, dat was hartverwarmend.

De overwinning is nabij.

Met je moeder gaat alles goed. Na de oorlog mag ik op de Paridier blijven.

Als dat je troost biedt, bedenk dan dat ver weg iemand elke dag aan je denkt.

Er is nu op aarde iemand die aan me denkt...

die vraagt mijn problemen te delen.

Ik bid voor je. Francine.

Mama, mama...

Mama, Clovis is gevangen genomen in Duitsland.

Je zult je man weer terugzien.

Hij is niet onteerd. En bovendien...

Bekijk het van de positieve kant. Nu is er minder kans dat hij gedood wordt.

Ik begrijp niet goed waar hij is. - Hoe noemde je het?

Mannheim.

Wacht...

Daar is het.

Tot morgen, Suzanne. - Tot ziens, Christine.

Wie is het?

Constant.

Als ik iets kan doen...

Mijn moeder stierf ook bij de bevalling. - Ze was vast heel mooi.

Dat weet ik niet.

Ik heb nooit foto's van ze gezien.

Ik zal nooit hun gezichten kennen.

Soms stel ik me ze voor.

Je moet proberen te slapen.

Je moet morgen sterk zijn.

Laat ons bidden. Heilige maagd, in uw hemelse verblijf...

vergeet het verdriet hier op aarde niet.

Werp een blik van goedheid op hen die lijden.

Op hen die strijden en altijd hun lippen in de bitterheid van het leven dopen.

Heb medelijden met hen die van elkaar houden en gescheiden zijn.

Heb medelijden met de eenzaamheid van het hart...

de zwakte van ons geloof en het object van onze tederheid.

Heb medelijden met hen die huilen...

met hen die schreeuwen, lijden en beven.

Geef iedereen hoop en vrede. Amen.

Je hoeft niet meer te bidden, gebeden helpen ons niet.

We gaan naar het front. Dat is erg gevaarlijk.

Een ravijn van ongeveer een kilometer.

Wie weet hoeveel doden daarin liggen.

Soms denk ik dat Constant daar ook bij ligt.

Tussen die rottende lijken die onherkenbaar zijn.

Toch moeten we erdoorheen, er is niks anders.

Ik mis je, Francine. Een brief van jou doet me goed.

Ik beloof dat ik terugkom. Dan neem ik je mee naar mijn bos.

Wacht op mij, wees lief.

Ik omhels je krachtig, Francine. Je soldaat, Georges.

Ik beloof het je, Hortense.

We zullen de onderwijzer waardig begraven. - Wanneer?

Wanneer?

Hij is ergens. Ze hebben hem ergens in een kist begraven.

Zo moeilijk is dat toch niet? Het is normaal dat een moeder haar zoon wil.

Ik wil niets bijzonders.

Het is mijn zoon.

Lieve Georges...

Wat vind ik het erg dat je zo ongelukkig bent.

Soms kan ik niet slapen, ook al ben ik moe. Zo bezorgd ben ik om jou.

Ik probeer je moeder te troosten.

Haar verdriet is enorm, maar we proberen zo dapper te zijn als jij.

Er waren veel mensen bij de mis voor je broer.

Zijn leerlingen hebben voor hem gezongen. Iedereen was bedroefd.

Dinsdag word ik 21 en ik heb geluk dat ik voor jouw familie mag werken.

Zo ben je nooit uit mijn gedachten.

Bij elke brief hoop ik dat je je verlof aankondigt.

Ik verlang ernaar je weer te zien. Je Francine.

Francine, je krijgt je spaarbankboekje terug.

Er is 700 francs op gestort. Dat is heel mooi op jouw leeftijd.

Ik heb ook al 150 francs spaargeld.

100 francs schatkistbonnen en 30 francs aan los geld.

Heel goed.

Veel burgermeisjes zijn minder rijk dan jij, Francine.

U bent nu een goede partij, juffrouw Riant.

Ik ben er zeker van dat je binnenkort trouwt met een nette jongen.

Misschien...

Je diploma.

Na de oorlog heb je daar iets aan.

Hoe duur is die vlinder? - Die is 18 francs.

Die neem ik ook. - Hij is erg mooi.

Dank u. - Graag gedaan.

Marguerite, ik heb een cadeau voor je.

Wat is er?

Ik heb deze vlinder voor je gekocht, die vond ik op je lijken.

Vind je het erg om weg te gaan?

Jij hebt niemand aan het front.

Had je niet een ander kunnen nemen?

Waarom zei je niet dat hij je schreef?

Hij wilde nieuws over de boerderij. - Nee, hij houdt van je.

Ga mijn kamer uit. Vooruit.

Ik wil Georges.

De oorlog maakt mannen kapot, Marguerite.

Daar ben je veel te jong voor.

Georges is veranderd.

En mijn Clovis ook, dat weet je.

Het is net een nare droom. Ik wacht elke dag op zijn terugkeer.

Elke dag.

Elke dag.

En Clovis? - Hij maakt het goed.

Ze worden niet slecht behandeld, schreef hij.

Dat is mooi.

Dag, meneer Georges. - Laat ons even met rust, Francine.

Is dat lekker?

Mijn broer. - Aangenaam kennis te maken.

Ze komen boter en groenten kopen. Franse groenten zijn lekker.

Bevalt Frankrijk u? - Heel veel.

De mensen... zijn erg aardig.

En de women... De vrouwen...

Heel mooi. - Precies.

Dat is het. Heel mooi.

Wat doen jullie hier? Waarom zijn jullie niet aan het front?

Terwijl mijn broer in de modder crepeert.

Dat moet iemand me uitleggen. Geef antwoord.

Waar heb je het over? - Snap jij het?

Hou op. Zij zijn ook ver van huis.

Je hebt nooit verteld dat er Amerikanen kwamen.

Ik dacht dat Solange dat geschreven had.

Het zijn goede klanten. Ze kopen veel.

Goede klanten? Het zijn dieven.

Ze denken alles te mogen met de meisjes.

Ik begrijp dat je boos bent.

Maar dat is onterecht. Ze wachten op een marsbevel.

Zondag neem ik je mee naar mijn bos.

Ga je mee?

Ja.

Ik haal je om 12 uur op. Bij het kruis.

Goed.

Dag, Francine. - Dag.

Zit je lekker? - Ja.

Doe maar open.

Allemachtig.

Marguerite...

Een hypocriet hoeft me niet te komen halen.

Wat heb ik gedaan dat je zo boos bent?

Je hebt Francine geschreven.

Je houdt van haar, niet van mij.

Natuurlijk hou ik van je.

Ik ken je al sinds je elfde.

Je was mijn kleine zusje.

Mijn zonnetje.

Ik ben nu een vrouw. - Ja.

Je bent een heel mooie jonge vrouw.

Hier doen we de vruchten in.

Het kookt.

En de stoom, de alcohol, gaat hierdoor. Dan koelt het weer af.

Ik vind deze man leuk.

Daar komt het terecht.

En dan drink je het.

Wij drinken. - Dat vinden we lekker.

Bedankt, tot de volgende keer.

Dank u wel. - Veel succes.

Goeie reis.

Okay, laten we gaan.

Georges, doe het de Amerikanen eens voor.

Zo, recht houden.

Om de beurt.

Om de beurt.

Zo is het goed.

Francine, weet je waar Solange is? - Nee, dat weet ik niet.

U hebt meer geproduceerd. Dat is zeldzaam. - We hebben oplossingen gevonden.

Pas op, Hortense. De mensen zijn jaloers.

Ik bescherm het belang van mijn familie. - Ze zeggen dingen over je dochter.

Er wordt zoveel gekletst.

Ik ga niet liegen. Ik kom misschien niet terug.

Net als Constant.

Dus wilde ik jullie zeggen...

Marguerite...

Ik ben trots op je.

Lieve zus, je gaat voor mooie kinderen zorgen.

Mama...

Je bent een magnifieke vrouw.

Ik hou van jullie.

Heer, zorg goed voor mijn geliefde.

Zorg dat hij niet gedood of gewond wordt.

Francine, is er nog eau de vie voor de Amerikanen?

Dat geloof ik wel, ik kijk wel even.

Vijf, tien. Alsjeblieft.

En...

Geef me een kus.

Francine werkt goed, maar het is een meisje van niks.

Ze gaat om met buitenlanders.

Wist je dat?

Wist je dat je dienstmeid een slet was? - Van zo'n meisje kun je alles verwachten.

Dat zit in hun bloed.

Stuur haar weg.

Kind, vanaf vandaag hebben we je niet meer nodig.

Wat heb ik misdaan?

Er zijn te veel geruchten. En met al die Amerikanen die...

Er is geen rook zonder vuur.

Maar Hortense...

Dat ben ik niet. Je weet dat ik zo niet ben.

Ik heb niets gedaan.

Dat weet ik.

Maar het moet ophouden voordat Clovis terug is.

Het heeft niks met Clovis te maken.

Ik werk hier al twee jaar.

Ik heb alles goed gedaan, Hortense.

Je waardeert me, dat weet ik.

Ik moet mijn familie beschermen.

En ik ben geen familie.

Het is onrechtvaardig.

Het is onrechtvaardig en je weet het.

Ik had hier alles.

Ik had alles.

Ik schrijf een aanbevelingsbrief en je krijgt twee maanden loon.

Dat wil ik niet.

Dat wil ik niet.

Je bent een monster.

Ik schaam me voor je.

Je man zit gevangen en jij speelt de hoer voor de Amerikanen.

Ik ben geen hoer, hij heeft niet betaald. - Hoe durf je dat te zeggen?

En jij? Hoe durf je Francine weg te sturen, die ons zo geholpen heeft?

Om je project met Marguerite en Georges te redden?

Iedereen heeft het over die Amerikanen.

Het was om jouw eer en die van je man te redden.

Ik heb je niks gevraagd, en niks gedaan.

Maar ik heb je gezien. Met hem. - Wat heb je dan gezien?

Wat heb je gezien?

Ja, ik ben een jonge vrouw. Ik heb behoeften.

En ik vond ze erg mooi.

En wil je de waarheid horen?

Hij heeft me gekust en ik heb hem gekust.

Hij heeft mijn borsten gestreeld, en dat vond ik prettig.

Heel prettig.

En daarna heb ik aan Clovis gedacht.

En we hebben ons weer aangekleed. Er is niets gebeurd, niets.

Niets.

Hallo. - Hallo.

Ik ben Francine.

Mama, mama... Mama, ze is er.

Hallo, kom binnen.

Leg die er maar bovenop.

Pardon.

Ik weet niet wat ik heb. Ik ben misselijk.

Dat had ik in het begin ook met Jeanne.

Hoe bedoelt u?

Het is duidelijk, je bent zwanger.

Trek niet zo'n gezicht. Het komt goed uit.

Het wordt winter, dan is er minder te doen.

Nee, ik ben niet zwanger.

Hoe ga ik dat aanpakken? - Zoals iedereen.

Kom, engeltje mijn lieve kleine engeltje

kom met me mee onder een heldere hemel

en zing een mooi liedje

kom, engeltje mijn lieve mooie engeltje

papa werkt hard en denkt alleen aan ons

Ben je moe?

Men bracht het naar haar zusters, die alles deden om hun voet erin te krijgen.

Maar het lukte ze niet.

Assepoester keek hem aan en herkende hem onmiddellijk.

Blijf je lang bij ons?

Zolang je moeder wil.

Zal ik het eens passen?

Zover het oog reikt liggen er lijken.

Alles is veranderd.

De levenden zitten onder de aarde, en de doden erboven.

Zo ga ik het gevaar tegemoet, moeder.

Ik ben niet bang voor de dood.

Als uit mijn brieven soms enige moedeloosheid spreekt...

is dat niet uit angst.

Mama, denk aan mij.

Niemand zal ooit weten hoe erg we lijden.

Je Georges.

Monette, ik maak me zorgen.

Sinds ik hier ben, komen mijn brieven terug.

Er is hem misschien iets overkomen.

Nee, dat zou je weten. Hier weet je alles.

Hij is misschien dood. - Maak je geen zorgen.

Ik begrijp het niet.

Hij weet dat ik van hem houd. Dat heb ik hem geschreven.

Hij kan niet geloven dat ik hem bedrogen heb.

Als die rotoorlog voorbij is, vind je hem wel terug.

Vader worden verandert een man.

Toe, eet iets.

Maak maar een bal, een mooie bal.

Daarvoor moet je hier drukken.

Binnen.

Hallo.

Kom, Jeanne. We gaan een eindje wandelen.

Het is je man.

Ik wil bij mama blijven. - Nee, we gaan wandelen.

Een ommetje maken.

Kom, kom mee.

Het eten is klaar, tot morgen. - Tot morgen. Dank je, Marthe.

Hij is terug naar de oorlog.

En hij beantwoordt mijn brieven niet. - Net als al die anderen.

Hij wil je niet meer zien nu hij je situatie kent.

Daar weet hij niks van.

Niemand weet dat, ik heb het niet gezegd.

Maar, Francine...

Als hij het wist, had hij misschien anders gereageerd.

Ik vraag je dat te doen. Is het niet voor jou, dan voor het kind.

Wil je het afstaan?

Nooit.

Ik heb geld, ik voed hem wel op.

Ik zal werken.

Ik ontzeg me alles voor hem.

Hij zal mijn naam krijgen.

En hij zal me beschermen.

Ja, hij zal me beschermen.

Ik heb lang geaarzeld om te schrijven, zo boos was ik op je.

Je bent zo onrechtvaardig geweest tegen mij.

Ik schrijf je nu omdat ik een kind verwacht van Georges.

Hij beantwoordt mijn brieven niet meer.

Hij denkt dat ik me met die Amerikanen heb ingelaten.

Alleen jij kunt hem de waarheid vertellen.

Hortense, ik geloof niet dat de rechtvaardige vrouw die je was...

wat dat betreft veranderd is.

Ik smeek je Georges te schrijven dat ik nooit van een andere man gehouden heb.

En dat hij weldra vader zal zijn.

Dat hoop ik, vanwege alle dagen dat ik op de Paridier voor je gewerkt heb...

en waar ik gelukkig was. Francine.

Tot ziens, Benjamin.

Victor...

Ben je gewond?

Het is een oude wond.

Maak van ons, peetvader en peetmoeder...

authentieke getuigen van de liefde van God.

Leer ons te leven naar wat we anderen leren.

En anderen te leren wat we geloven.

En te geloven wat we over U ontdekken.

In ons hart en in het evangelie.

Tot vanavond.

Hij was niet duur, de Amerikanen hebben alles achtergelaten.

Dat ziet er goed uit.

Constant was niet in land geïnteresseerd. - Hij was onderwijzer.

Hij liep er overheen.

Soms nam hij zijn leerlingen ook mee.

Mijn vader heeft gelijk. Solange heeft investeringen gedaan.

Het zou jammer zijn die niet rendabel te maken.

Het bos verwaarlozen en de grond braak laten liggen. Dat kan niet.

Het zou goed zijn als mijn vader en Solange de grond bouwrijp maken.

Dan hou jij het grote bos. - Hebben jullie dat bedacht?

En waarom krijg ik het land niet en Clovis het bos?

Mijn moeder heeft de maaibinder betaald. Nu moet ik mijn bos voor jullie opgeven?

Ik schaam me voor jullie.

De oorlog is net afgelopen en jullie ruziën om het land van Constant.

We weten zelfs niet waar hij begraven is.

Of wanneer hij in zijn eigen land terugkomt.

Ze worden het wel eens.

Ik zie ze het liefst zo.

Ze zijn weer zoals ze waren.

Men zegt: om gelukkig te zijn kun je niet zonder liefde

het maakt de harten gul en het leven prettig

dus laat je je beminnen en je hart door die leugens breken

maar geluk is maar een droom je moet het toegeven:

de liefde is breekbaar

beloftes worden makkelijk gemaakt

zoals de speeltjes van kleine kinderen

daar kun je ook beter niet in kijken

je denkt dat ze solide zijn

maar helaas, ze zijn leeg

bij het minste stootje

is de liefde verdwenen

nu heb ik begrepen na veel ervaring

dat je je hart geeft voor je hele leven

dit is maar een liedje onthoud alleen maar de wijs

neem het niet te serieus dit vrolijke refrein

de liefde is breekbaar

beloftes worden makkelijk gemaakt

zoals de speeltjes van kinderen

daar kun je ook beter niet in kijken

je denkt dat ze heel solide zijn

maar helaas, ze zijn leeg

bij het minste stootje

is de liefde verdwenen

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.