All language subtitles for VEAWWWWW

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

'Ik wilde jullie vertellen over een periode, DIE ONMETELIJK IS... '

LENTE 1941

POLEN 1971

Welkom, Mrs Planck. Ik ben de burgemeester van Gron.

En dit is mijn vervanger Mrs Sheppeck, dus...

We zijn zo blij u te zien. Dit moet uw dochter zijn, welkom.

Het is een grote eer voor ons, dat we deze hal naar u mogen vernoemen.

We hopen dat we veel orkesten uit de wereld, hier te mogen verwelkomen.

Ik heb de standaard niet nodig.

POLEN 1941

Ik wil ook spelen. - En ik ook.

Jullie willen spelen? - Alsjeblieft.

Dus jullie willen spelen? Dat is goed, speel maar, kom.

Daar gaan we.

Papa. - Papa.

Papa, alsjeblieft, blijf. - Nog een paar, pap

De pols, je tong. - Kijk naar mijn tong.

Jullie pols. Ja, mooi en gezond en mooi.

Kom, tot ziens, ga maar.

Neem je kussen mee.

Ga je naar het ziekenhuis? - Het is maar voor een paar uur.

Waarom? - Ze denken dat de Duitsers...

morgen hier zijn. We moeten wat pati�nten ontslaan, om ruimte te maken.

Hoezo? - Er kunnen gewonden vallen.

Kan Dr. Planck ze niet zelf ontslaan? - Ik moet hem eerst spreken.

Hij zit in het dorp in een kelder. - Hij beloofde dat er plaats voor ons was...

in het ziekenhuis. - Ik weet het.

Wil je dat ik met hem praat? - Ik heb hem vanmorgen al gesproken.

Ik vond het beter vandaag te komen. Ze zeggen dat de Duitsers morgen komen.

Emilia.

Emilia.

Alsjeblieft, Emilia We hebben niet veel plaats nodig...

alleen maar een kleine kelder. - Nee...

Weet u wat er gebeurt, Mrs Planck, als de meisjes huilen?

De buren zullen ze horen. - Nee, ze huilen niet, ze begrijpen het.

Het is maar voor een paar dagen, tot het ziekenhuis plaats heeft.

Mijn echtgenoot is niet teruggekomen uit de oorlog.

Als iemand mensen in mijn huis hoort praten, dan weten ze het gelijk.

Emilia. - Mrs Planck heeft het al gevraagd, dokter.

Ik zal met mijn buurman praten. Hij heeft een kelder.

Ja? - We hebben niet veel tijd.

Ik kom vroeg in de morgen.

Ja.

Ik wil een cello voor mezelf. Die van jou is te groot.

We hebben het beloofd. We kopen volgend jaar een cello voor je, kom.

Doe je ogen maar dicht.

Het is tijd om te gaan.

Papa.

De laatste kans. - Ik wil mijn kussen.

Ja, Ewa. - Ik wil hem meenemen.

Nee, niet in de koffer. - Alsjeblieft, mama.

Nee, er is geen plaats. - Ik, wil hem mee...

Nee, Ewa, nee. - Ik wil...

Ewa, neem de tijd...

Ze nemen mensen mee. - Wie?

Pak wat spullen in. We gaan naar Emilio.

In het midden van de nacht? - We hebben geen keuze, Clara.

Dat is 15 kilometer. - Kijk eens of je Stoyva ziet.

Hij kan ons morgenochtend brengen. - Nee, Clara.

Dan weet het hele dorp waar we naar toe zijn.

Misschien moet ik mijn haar kleuren. - Daar is geen tijd voor.

Er is geen tijd.

Wacht. Ok�, opschieten nu.

Klimmen. - Waar is Ewa? Wacht.

Kom.

Help. - Zet je been daar op.

Ik probeer het. - Zet je been er op.

Dat is de goede plek.

Ewa, Ewa!

Ewa. - Ze is dood, laat haar achter.

Ik wil niet weggaan.

Ze is dood. Laat haar achter, ze is dood.

Emilia.

Waar is je vrouw? Waar is ze?

Dokter.

Ik zal een matras en dekens brengen, ga maar.

Ga maar.

Je bent gewoon heel moe. Heel moe.

Laat eens zien waar het pijn doet.

Praat tegen me. Ga even bij haar zitten.

Ik zei, ga bij haar zitten.

Ga bij haar zitten.

Emilia.

U moet hier overdag niet beneden komen Mrs Clara, dat heb ik u gezegd.

Met zo'n gezicht als het uwe zullen ze het gelijk zien.

Clara wil je alleen maar in de keuken helpen. - Als er iemand binnenkomt zien ze haar.

We kunnen de deur op slot doen. - Als er iemand klopt, ga ik naar boven.

Je kunt 's avonds naar beneden komen. - Ze zien je overdag door het raam.

En als de deur steeds op slot is, worden mensen wantrouwend.

Jij bent ok�, jij ziet er zoals wij.

Dit is mijn echtgenoot. Ik heb een identiteitskaart.

Hier, doe je foto hier in.

Als dit voorbij is, Emilia, zullen we je er voor betalen.

Zeg dat nooit weer.

Waar denk je aan?

Ik denk niet.

Ik hoor voetstappen.

Dat is Emilia maar, in de keuken.

Ik kan niet slapen. Zodra ik me omdraai word ik wakker.

Denk je dat ze slaapt? - Ja.

Ze is ingeslapen, dus nu kun jij ook slapen. Ik ben de enige die het niet verdient.

Je moet niet op die manier denken. - Zo zie ik het.

Ik wil bij je zijn. Kom.

Kom.

Daar, en nog eens.

Probeer jij het nu.

Misschien deze voor jou.

Kom op. - Als een boer, h�?

Als een boer.

Sorry. - Ok�, kom op, probeer het.

Het lukt niet.

Nog een keer. - Als een boer, ik houd wel van boeren.

Ik houd van boeren.

Beter. Nog eens, probeer het nog eens.

Ja. - En nog eens.

Arthur, je bent net een boer.

Arthur. - Nee, dank je.

Arthur. - Ik ben een chirurg, geen houthakker.

Het zijn gewoon blaren. - Nee wacht, ga zitten.

Ga hier zitten. Hier, zitten.

Zie je?

Dank je. - Je handen zijn zo zacht.

Niemand hier heeft zulke handen.

Ik heb gezien wat voor mooie handen Mrs Clara heeft.

Iedere keer dat ik naar uw huis ging, deed ik alles langzaam.

Zo langzaam dat ik kon luisteren naar wat ze speelde.

Dank je.

Toen ik een keer naar u toe kwam voor een onderzoek...

was ik niet eens ziek.

Ik vergat de soep op het fornuis.

Ik heb je gemist. - Ik heb jou ook gemist.

Ik heb wat tekenpapier voor je meegebracht.

Ze zeggen dat de Duitsers Minsk ingenomen hebben...

en Vilnius en Riga.

Je moet plezier met haar maken. - Ze was weer ziek.

Ze heeft geen koorts.

Ze kijkt steeds naar buiten om te kijken of ze er aan komt.

Ik zei dat we er niet over zouden praten. - We moeten nog een kind nemen.

Je kunt hier geen baby krijgen. - We zijn weg voor het komt.

Dat is waar.

Ze zal wakker worden.

Emilia heeft soep voor je gemaakt. Ze wil je leren breien.

Ga je weg? - Ik zal je de soep brengen.

Wat wil je, Stephan?

Emilia. - Nee, ik wil niet dat je binnenkomt.

We moeten hier over praten.

Die neef van jou, het hele dorp praat over hem.

Ik was bij de kapper vanmorgen en hij zei: 'als je broer dood is...

dan moet er een mis voor hem gehouden worden'. Ik zei: 'Mikhail is niet dood'.

En toen zei hij: 'Emilia heeft hem eigenlijk al begraven'.

Als Mikhail nog leefde zou hij geschreven hebben...

iemand zou hem gezien hebben. - Ja, het waren de Partizanen.

Ik heb iemand nodig die me helpt met het werk op de boerderij.

Nee, ik laat je onze familie niet belachelijk maken.

Ga naar huis, Stephan. Je been is beter. Je kunt je vrouw helpen met de varkens.

De kogel zit nog in mijn been. Zeg me dus niet dat het goed is.

En zeg niet dat ik naar huis moet gaan.

Ga naar huis, Stephan.

Als ik er achter kom dat hij in jouw bed slaapt...

dan zal ik jullie vermoorden, allebei.

Ze heet Stoykrowka.

Goed?

Stoykrowka, niet bang zijn. Ga dichterbij hem staan.

Ik leg mijn hoofd tegen haar buik. Dat vindt ze fijn.

Houd de spenen goed vast, trek.

Ja, breng je hand recht naar beneden, zo.

Zo als ik doe, zo.

Ja, zo is het goed.

Nee, Arthur, nee.

Dat gaat er over, zo.

En dan zo.

Alles weer overbrengen, zo en dan weer zo.

Er over en nu weer zo. Probeer jij het maar, Clara.

Probeer jij het eens.

De andere kant op. - Ja. Nee, de andere kant op, er omheen.

Er omheen. - Op het eind van de rij...

begin je daar, altijd.

Wil je niet liever borduren?

Goed Clara, heel goed.

Waarom drink je niet wat, Clara?

Clara.

We moeten beslissen hoe we hier gaan leven, Arthur.

Als je weggaat of wanneer je terugkomt, ik moet het weten.

Ik ga nergens heen. - Als ik hier alleen moet blijven...

met het kind word ik gek. - Je bent niet alleen met haar.

Probeer jij eens met haar te praten, ze wil niets zeggen.

Ik huil elke dag. - Arthur...

Ik wil dat dit heel duidelijk is. Als ik moet kiezen tussen...

gedood worden door de Duitsers en hier gek worden zonder jou.

Dan ga ik naar de Duitsers.

Je bent niet alleen, je gaat niet dood.

Je wordt niet gek.

De laatste voor.

Dokter Planck?

Ik ben het, Vladek.

Vladek Kowalsk. Ik ben een paar weken geleden bij u geweest in uw kliniek.

Herinnert u zich dat niet?

Mijn paard had me tegen mijn hoofd geschopt. - Ik had je niet herkend.

Dat was op de avond dat de Duitsers kwamen.

Ik vroeg nog naar u. U had mijn hechtingen moeten verwijderen.

Dit veld is van Emilia, dus u verblijft waarschijnlijk bij haar?

Maar maak u geen zorgen, ik zal niets zeggen.

Dank je.

Kom, ik laat u zien, hoe u de vore recht moet houden.

Er is vlees gevonden.

We weten wie er in dit dorp voedsel verhandelt.

De volgende keer laat ik je in een kamp gooien.

H�, ik heb verder niets meer...

weet u dat? Wat wilt u nog meer?

Echt, kijk maar, ik heb niets. Ik heb verder niets.

Wilt u het zien? Wilt u mijn goud zien?

Wilt u het zien? Kom maar naar mijn goud kijken.

Kom maar naar mijn goud kijken. Nee, ik weet niet wat u wilt..

Ik wil het niet, nee. Nee, ik wil het niet.

Stop daarmee, laat haar.

Laat ons met rust.

Niet doen. - Het is mijn schuld.

Ik hoorde de seks. Ik moest toegeven dat ik het was.

Ik heb toegegeven dat ik het was, niet zij. Zij deed het niet.

Het is niet haar fout. Ze heeft er nooit over nagedacht.

Arthur?

Arthur? Arthur?

Mijn God.

Clara, alsjeblieft.

Hier.

Ik wil niet alleen zijn vannacht.

Ik blijf vannacht bij je.

Emilia.

Ik had jaren geleden al hier terug moeten komen.

Om te zien hoe het met je gaat.

En om je te zeggen...

dat ik nog leefde.

Uw cello, Mrs Clara.

Het maakt niet uit, Emilia. Ik heb een andere.

En ik heb ook een dochter. Ze is ook dokter.

Zou je haar willen ontmoeten?

Vertel eens, heb jij een kind?

Ik moet met je praten. - Waar over?

Ik weet dat de liefde bedrijven met jou, een grote zonde is.

Maar jij hebt ook gezondigd.

En je gaat zelfs niet eens naar de kerk om vergeving te vragen.

Als ik ga, weten de mensen dat ik geen Christen ben.

Alsjeblieft, laat me je niet dwingen, Arthur.

Laat me je niet dwingen.

Je dwingt me niet.

Papa... - Lisa, stil.

Ik hoorde je, Lisa. Ik hoorde je, je riep me, niet?

Nu zie je dat als je me roept, ik er aan kom. - Ze riep je omdat ze bang was.

Nu weet je dat je kunt praten.

Je moet niet schreeuwen Lisa, alleen fluisteren.

Alsjeblieft, alleen fluisteren. Laten we het nog eens proberen.

Zeg eens 'papa'.

Alsjeblieft, zeg eens 'papa'.

Papa houdt zoveel van je. - Ze is moe, ze wil slapen.

Ze hebben net een hond neergeschoten.

Wat gaat er gebeuren? - Waar heb je het over?

Ik heb veel tijd. Ik kijk naar buiten.

We praten er later over.

Hier dacht ze al aan toen we hier aankwamen, daarom heeft ze me hier opgesloten.

Begrijp je het niet?

Ik had geen keuze. - Heeft ze je dat verteld?

We moeten hier weg. - Waarheen?

Een paar dagen geleden ontmoete ik een boer, die ik eens behandelde, Vladek Kowalski.

Weet hij dat we hier zijn? - Hij zag me het veld ploegen.

Hij heeft een kelder. - Vertrouw je hem?

Hij heeft ons niet verraden.

Heeft hij een vrouw en kinderen?

Dan zal hij het niet riskeren.

Ik kan zo niet doorgaan. We moeten hier weg.

We hebben tenminste een leven hier.

Als dat is wat ze wil, is dat misschien beter.

Ga, en vertel het haar voor ze van gedachten verandert...

voor ik van gedachten verander.

Ik...

heb water warm gemaakt voor je.

Dank je.

Laat me je helpen.

Het is ok�.

Ik weet zeker dat ik nog naar koe ruik.

Ze besnuffelde me de hele weg naar huis.

Ik denk dat ze jaloers is.

Ga je naar haar toe, boven? - Voor een paar minuten.

Al dertig dagen, werk je tot het donker en dan ga je gelijk naar haar toe.

Ik moest het ploegen afmaken. - Blijf een poosje bij mij.

Ze wacht op mij. Ik kijk hoe het met haar is en kom gelijk terug.

Ik heb ook op je gewacht.

Ze weet het, niet? - Ik denk het niet.

Hoe is ze er achter gekomen? Heb je het haar verteld?

Natuurlijk niet. - Ze kan ons hier horen praten.

Ze heeft me misschien horen lachen. - Ze heeft niets gehoord.

Als ze het weet, dan hoeven we het niet meer te verbergen.

Je kunt 's nacht bij mij slapen.

Ze weet het niet en mijn kind ook niet.

Ik kan niet slapen zonder jou.

En ik wil ook een kind.

En niet ��n, maar twee of drie.

Als ik geen kind wilde, dan zou ik het niet met je doen.

Jij...

Jij bedrijft de liefde met mij omdat zij zei dat het moest.

Natuurlijk zei ze dat niet. - Ze denkt dat als je me een kind schenkt...

dat ze dan hier mag blijven.

Nee, luister naar me.

Ik slaap met je omdat ik van je houd. Geloof me.

Alsjeblieft.

Ik wil dat je weggaat. - Waar heen?

Ik weet het niet. Zoek iets anders.

Een andere plek vinden?

Het is al goed, hij mag 's nachts bij jou slapen.

Hij mag je zelfs een kind schenken. - Ik ben je echtgenoot, Clara.

Ik wil je niet als echtgenoot.

Hij trekt hier bij jou in en ik blijf boven met mijn kind.

Nee, ze vraagt jou niet...

mij op te geven. - Dat hoeft niet, ik heb je al opgegeven.

Maar ik heb jou niet opgegeven, kijk naar mij. Ik heb je niet opgegeven.

Ik zal je kleren naar beneden brengen.

Hallo, hoe gaat het met je? Heb je honger?

Ik heb wat te eten voor ons gekocht.

Moeder, doe de deur open.

Kom nou. Hou op, moeder, doe de deur open.

Hoe durf je?

Hoe durf je de deur voor mijn neus dicht te slaan?

Wat ik voel, is nooit belangrijk voor jou geweest.

Vanaf het moment dat mijn vader stierf, heb ik alleen maar aan jou gedacht.

Want ik wilde met je praten.

Niet alleen maar om je bloeddruk te meten.

Ik zal je ��n ding vertellen over alles wat er hier gebeurd is...

Hier, heb je jouw pillen. Je kunt er mee doen wat je wilt.

Ik zal je vertellen wat er hier gebeurd is. Ze gaf hem het leven.

Daarom heeft hij haar verlaten. Jij kon het hem niet geven...

of aan mijn vader, of aan mij.

Jij kunt niemand het leven schenken.

Blijf bij me.

Blijf bij me.

Ben je vandaag al boven geweest?

Mijn kind voelt zich niet goed.

Ze was ziek. Ga je je niet aankleden?

Ik ben ook ziek geweest.

Heb je koorts, moet je overgeven? - Ja.

Ik denk dat ik zwanger ben.

Het is iets dat je gegeten hebt. - Nee, Arthur, ik weet het.

Ik heb altijd geweten dat ik kinderen kon krijgen.

Ga terug naar bed en rust, begrijp je?

Kom, ga rusten.

Dit zijn frambozen, Lisa. Eet maar.

Voor je verjaardag.

Wat denk je van een liedje?

Ja. - Ik wil niet dat je haar aanraakt.

Ze is mijn dochter. - We spraken af dat je eten zou brengen...

en de emmer zou legen. - Wanneer hebben we dat afgesproken?

Pak de emmer en ga weg. - Waarom, Clara?

Ik heb wat thee voor je gemaakt, drink het op.

Ik speel met haar tot je het op hebt. - Ik wil niet dat je met haar speelt.

Raak haar niet aan. - Nee.

Ja, wel. Dit is...

Niet doen. - Ik wil met Ewa spelen.

Ik wil haar zoeken.

Ik wil terug naar huis met jullie.

Nee, niet aanraken. - Ze praat.

Ga weg, laat haar, ga weg.

Waar ga je heen? - Ik breng ze het avondeten.

Ik breng het wel, ga zitten.

Ik heb ze al heel lang niet gezien. - Maar ik breng ze hun eten.

Je hebt ze vandaag al gezien. - We hebben twee keer per dag afgesproken.

Ze wachten op mij. - Arthur, laat mij de schaal brengen.

Je vertrouwt mij nog steeds niet, h�? Ik woon samen met je...

ik werk met je, ik slaap met je. We krijgen een baby samen.

Maar je zal me alleen geloven, als we ze eruitgooien.

Nee.

Als ik ze eruitgooi, vertrouw je me dan?

Vertrouw je me? - Ik vertrouw je.

Voorzichtig, ik ben zwanger.

Vertrouw je me nu? - Ja.

Emilia, doe de deur open. Ik weet dat je er bent.

Ik weet dat je er bent.

Als je me niet binnenlaat, breek ik de deur open.

Of ik steek het huis in brand. Ik wil dat je de deur opendoet.

Waar is hij?

Laat hem zijn broek uittrekken. Ik wil zien wat hij daar heeft.

Je bent gek. Hij is mijn neef.

Zeg hem, dat hij zijn broek laat zakken.

Ik wil het met mijn eigen ogen zien.

Ga naar huis, Stephan.

Anders vertel ik je vrouw, dat je hier komt om mij te versieren.

Waar is hij?

Wat doet hij in jouw slaapkamer?

Hij slaapt met jou, is het niet?

Geef antwoord, slaapt hij met jou? - Nee, dat is niet zo.

Dat is niet zo, hij maakt het raam.

Waar slaapt hij dan? Ik wil weten waar zijn kamer is.

Hij slaapt boven.

Ik wil zijn tas zien. Nee, Stephan.

Wacht, nee.

Stop daarmee, Clara.

Vanaf nu ga ik iedere morgen en avond naar haar toe.

Ik breng het eten en ik breng de emmer naar beneden.

We praten er later over.

Je mag ��n keer per week naar boven...

op zondag, voor we naar de kerk gaan.

Ik ga twee keer per dag naar boven.

En ik ga niet naar de kerk.

Ik zou voor je sterven.

Ik vraag niet veel.

Wat wil je?

Met je praten. - Je hoeft niet naar ons toe te komen.

Ze kan me niet bij jou weghouden. Dat kwam ik je zeggen.

Je hoeft zelfs na de oorlog niet meer naar ons toe te komen.

Ik zal komen.

Ga weg, je zult zien waar ik toe in staat ben...

als je bij het kind in de buurt komt.

Spoedig Clara, zal de nachtmerrie over zijn.

Spoedig, zullen we terug naar huis kunnen en meer kinderen krijgen.

Kom niet bij me in de buurt.

Sjalom, mijn kind...

Ga mijn huis uit.

Nu.

Jullie allemaal.

Je gooit me er niet uit en haar ook niet.

We blijven hier tot de oorlog voorbij is.

Nee, Clara.

Wie is daar?

Wie is daar?

Mrs Clara, ik ben het, Vladek.

Vladek Kowalski. Ik zag u op straat, vandaag.

Ik herkende u niet.

Ik wist niet eens dat u nog leefde.

Mijn zoon kwam langs en vertelde me...

over uw concert.

U weet het niet Mrs Clara, maar...

de Duitsers stuurden me naar een kamp.

Ik ontsnapte na zes maanden...

en toen kwamen ze me hier zoeken.

Ze vermoordden tien van mijn buren.

Kunt u mijn moeder een glas water geven, Mr Kowalski?

Natuurlijk. - Dank u.

De mensen gaven mij daar de schuld van en Emilia ook.

Ze hebben jaren niet met haar gesproken.

Mijn vrouw en ik...

moesten haar helpen...

met de geboorte van de zoon van Dr. Planck.

Ze kreeg een kind? - Ja.

Een grote gezonde jongen.

Maar de broer van Stephan wurgde hem op de dag dat hij geboren werd.

Ik haal wat water voor u.

We kunnen ons onder de zakken verbergen.

Dat maakt niet meer uit.

Alsjeblieft. - Komen die soldaten voor ons?

Ik denk het wel.

Niet bang zijn. - Lisa, je bent nu een grote meid.

Ik ben zo trots op je.

En zo dadelijk, kijk...

zie je tante Emilia op de stoep staan.

En ik wil dat je zo naar haar toegaat.

Niet rennen, gewoon lopen, heel langzaam.

We komen je volgende week halen.

Ga maar.

Een Joods kind.

Ze is van mij.

Sneller, sneller.

Dit is waar we moesten stoppen.

Ze gooiden scheppen naar ons toe.

En we groeven.

Toen moesten we de kuil in.

Ze begonnen te schieten.

Hij duwde me achteruit...

en hij ging voor me staan, zodat ik niet geraakt zou worden.

Hij had ons kind nog in zijn armen.

En toen viel hij.

En ik viel met hem.

En de Duitsers bleven schieten.

's nachts riep ik om hulp.

En toen, 's ochtends...

bereikte ik het huis van Agatha...

de oppas van de meisjes.

'... hoe vaak ik ook door de resten van mijn herinneringen ga...

vind ik die tijd, die andere tijd, fris en onberoerd door vergetelheid... '

Ida Fink

Vertaald door Simply Releases Toppers Tackler

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.