Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Download movie subtitles or Load it directly from url on TheSubtitles.net
Goedenavond. - Ik ben professor lvarsson.
Sir Anthony verwacht u.
Het is aan jou. Hou je poot stijf. Ze draaien wel bij.
Overleg met het bestuur. Dat kent m'n mening.
Professor lvarsson. Ik ben u zeer dankbaar dat u deel wilt nemen.
Ik heb nog niets toegezegd.
Ik weet alleen dat de Britse ambassadeur me gisteren wekte.
Dat was hem inderdaad.
Hij regelde m'n reis hierheen.
Een grote man hielp me pakken en reed me naar de haven.
Uw trein vertrekt over 10 minuten. - Kom mee.
Maar sir Anthony...
Een noordpoolexpeditie?
Lk ben niet bepaald een ontdekkingsreiziger.
Laat me uitspreken. Ik heb u laten natrekken.
Amerikaan, University of Minnesota. Gastdocent in Christiania.
Specialisme: Archeologie van het noorden. Succesvol expeditieleider.
Uw werk in Groenland was erg interessant. U bent de juiste man.
Waarvoor? Wat is er zo dringend? Wat hoopt u te vinden?
Mijn zoon.
M'n vrouw stierf toen Donald een kind was.
Ik wilde dat hij m'n zaken over zou nemen.
Ik zette hem te veel onder druk. We kregen woorden.
Hij liet alles vallen en ging werken op een walvisvaarder.
Later hoorde ik dat hij op Baffin Island van boord was gegaan.
Waarom? - Ik heb geen idee.
Toen kwam dit uit een handelspost in Fort Conger op Ellesmere Island.
Donald had het aan de agent afgegeven...
en was met een expeditie meegegaan.
Hij kwam niet terug. De agent zond het naar mij.
Een oude pagina uit een Hudson's Bay Company-logboek.
Kijk naar de aantekening van 15 januari 1856.
'Vandaag bereikte John Murchison de post met z'n eskimo's...
die ver voorbij het eind van het land op ijsberen jagen.
Hij vertelde over een wolk die op het ijs leek te liggen...
en een eiland verborg.
Hij wilde dat eiland onderzoeken, maar de eskimo's weigerden...
omdat het door kwade geesten bewaakt werd.
Walvissen gaan daarheen om te sterven.'
We rijden Dover binnen, meneer.
Sir Anthony, het walviskerkhof is een verzinsel.
Een soort eldorado, waar een fortuin aan baleinen en amber zou liggen.
Maar het bestaat niet. Het is niet meer dan een legende.
Legende of niet, m'n zoon ging ernaar op zoek.
En ik ga m'n zoon zoeken.
Drager? - Breng alles naar de Admiralty Pier.
Sir Anthony, ik kan helaas niet met u meegaan.
Ik wil u best helpen. Dit is belangrijk voor u.
Maar dit is onmogelijk. Eén man gaan zoeken...
op grond van een oude bladzijde...
Er is meer. Donald liet ook dit bij de agent achter.
Ik hoopte dat u wist wat het was.
Bewerkt bot, het werk van eskimo's. Vrij gewoon.
Een kaart. Met de juiste zeekaart kan ik laten zien hoe het werkt.
Op m'n jacht vindt u alle mogelijke zeekaarten.
Het patroon zou overeen moeten komen met een deel van de kustlijn.
Kijk. Ziet u de gelijkenis? De schaal is niet hetzelfde.
Dit rode teken kan het eiland zijn.
Als het al zou bestaan. - Waarom niet?
Omdat hier geen land is. Het is een bevroren zee.
Dat zeggen alle poolreizigers.
En wat vindt lvarsson ervan?
Ze zijn lang niet overal geweest.
Als zo'n eiland zou bestaan, als er een walviskerkhof is...
Dan zal de wereld dat nooit weten. Tenzij u het ontdekt.
Of iemand anders u te snel af is.
Sir Anthony, u bent een sluw man.
Dat ben ik inderdaad, nietwaar?
Hier zijn uw contract, verlof van de universiteit, volmachten.
M'n advocaten zullen uw zaken waarnemen.
We zijn onderweg. - AI enige tijd.
Morgen bereiken we Frankrijk.
Dat is geen rechtstreekse route naar Fort Conger.
Integendeel. U zult merken dat het dat wel is.
Kan het niet langzamer? Of vertrekken we morgenochtend?
Inderdaad. - Wat?
Lk zei 'inderdaad' Morgenochtend vroeg.
In dit weer? Onmogelijk. Vóór de lente komt geen schip door het ijs.
Ik heb iets anders geregeld. - Wat dan?
Als ik dat zeg, verslijt u me voor gek.
Sir Anthony, u bent gek.
En hier ziet u nog een gek. Kapitein Brieux.
Monsieur Ross, wat een genoegen.
Hij bouwde dit voor Amerikanen, maar hun geld raakte op.
Ik hoorde ervan en nam het over.
Kapitein Brieux. - Goedenavond.
Professor lvarsson.
Mag ik hem van nabij bekijken? - Ga uw gang.
Het is me een eer dat u morgen de ceremonie bijwoont.
Welke ceremonie? - De eerste vlucht van m'n schepping.
Dan zijn m'n Hyperion en ik beroemd. Frankrijk heerst in de lucht.
Zeg alles af. Morgen vertrekken we naar de noordpool.
De noordpool?
Dat is belachelijk. Dat is onmogelijk.
Er is geen voedsel, uitrusting, brandstof.
De brandstof laat ik aan u over, kapitein.
Alle andere benodigdheden krijgt u van m'n staf.
Laten we elkaar goed begrijpen. - Dat doen we.
Ik heb betaald voor uw luchtschip. Het is van mij.
Ik wil er m'n zoon mee opsporen in het poolgebied.
Dat kan ik niet zonder uw hulp.
Daartegenover staan alleen ontberingen, gevaar...
en een plek in de geschiedenis.
De geschiedenis. - Denk daaraan.
Zo'n kans komt maar eens in een generatie.
U zult als eerste over het poolgebied vliegen.
Mogelijk bent u zelfs de eerste die de noordpool oversteekt.
Een historische dag.
Daar horen vlaggen bij, muziek, een toespraak van de president.
En wat hebben we? Twee kinderen, en geiten.
Als u terugkomt, zal het feest alle records breken.
Klaar, kapitein. - Heel goed, Marcel.
We zijn klaar voor vertrek.
Stilte. Er wordt niet gesproken.
Marcel, start de bakboordmotor.
Start de bakboordmotor.
Contact.
Start de stuurboordmotor.
Kabels los.
Nou, we zijn onderweg.
Een prachtige dag. Opstijgen bij zonsopgang.
Gefeliciteerd. Een gedenkwaardige ochtend.
Lets in de etensmand beet me.
Dat is geen etensmand, maar Josephine's kleine boudoir.
Het is een soort hond. - Het beste soort. Frans.
Wat maakt dat uit? Wie bracht haar aan boord?
Niemand. Ze woont al aan boord sinds de bouw begon.
Dit is geen vliegend asiel.
Weg met haar. - Goed, als u erop staat.
Maar dat kost tijd. De zon heeft het gas opgewarmd.
Als de nacht valt, moeten we teruggaan, de crew verzamelen...
Dat kost 12 uur. Die tijd wil ik niet verliezen.
U heeft gelijk, sir Anthony.
Gefeliciteerd, Josephine. Je bent nu onze mascotte.
Goed dan. Maar ik hou niet van kleine hondjes.
Engeland mag over de golven heersen...
een Frans luchtschip heerst in de lucht.
We snellen triomfantelijk langs de kust van uw land.
En natuurlijk regent het. Hoeveel hebben we afgelegd?
Zo'n 240 km. - 240 km? In zes uur?
En dat noemt u 'triomfantelijk snellen'
De eerste dagen vliegen we op halve kracht.
Waarom in hemelsnaam? - De motoren zijn nog nieuw.
Lariekoek. Ik wil maximale snelheid.
Hier is de besturing. Als u dat wilt, is het uw verantwoordelijkheid.
Wat zegt u nu, sir Anthony?
Dat ik maximale snelheid wil, en die zal ik krijgen ook.
Zoals u wilt, monsieur. Op uw verantwoordelijkheid.
Wat is er? - Lets met de propeller.
Ik volgde uw bevelen op. Nu ziet u het gevolg.
We moeten terug voor reparaties.
Geen sprake van. We gaan verder op één propeller.
In de poolwinden? Dat is waanzin.
Zonder vol vermogen overleeft m'n schip dat niet.
Ik weiger verder te gaan. - En ik ga niet terug.
Heren, we moeten ergens heen. U heeft toch reservepropellers?
Natuurlijk. - Laten we die dan bevestigen.
In de lucht? Onmogelijk.
Niets is onmogelijk. Uitstekend idee, lvarsson. Help me eens.
Heren, mag ik u eraan herinneren dat ik het bevel voer?
Alleen een idioot probeert zoiets. Ik doe het zelf.
Wees voorzichtig. Neem geen onnodige risico's.
Pas op. De wind wakkert aan.
Laten we hem ophijsen.
Mooi werk. M'n complimenten.
Dank u, sir Anthony. Ik ben zeer vereerd.
Wat voert hij nu uit?
Marcel, contact.
Contact, kapitein.
Leve Frankrijk.
Petje af, Brieux. - De man is ongelofelijk.
Dapper, maar knettergek.
Muskusossen.
Werkelijk? Wat doen ze?
Ze vormen een cirkel. Ze denken dat we hen aanvallen.
Kapitein, moeten we echt zo laag vliegen?
Hier is het luchtschip beter te sturen.
Maak u geen zorgen, sir Anthony. Ik heb alles onder controle.
Ik geloof u. Niet overdrijven, alstublieft.
Pak de touwen vast.
Ik snap niet waarom Donald maar één eskimo meenam.
Dat was de enige die mee wilde. Ze wisten wat hij zocht.
Het mythische walviskerkhof.
Voor de één een mythe, voor de ander de waarheid.
De eskimo's geloven dat het bestaat.
Ze vrezen het. Boze geesten zouden het bewaken.
En de eskimo die met hem meeging?
Oomiak. Ze noemen hem 'de Onbevreesde'
Dat was hij niet meer toen hij terugkwam.
Kwam hij terug? - Ja, daar staat hij.
Hij leert de kapitein vliegen.
Haal hem. Roep hem naar binnen.
Hij zal u niets vertellen.
Roep hem. Spreek me niet tegen. - Zoals u wilt.
Wie met m'n zoon weggaat en alleen terugkomt...
Ik krijg hem wel aan de praat. - Laat mij het doen.
U kent de eskimo's niet. Ze hebben een eigen soort diplomatie.
Zegt u dat ik tactloos ben?
Kom maar, Oomiak.
Daar ben je dus. Wat ik van je wil, is een precies relaas...
Dit is de grote Oomiak.
Wie kent Oomiak? - Je roem is wijd en zijd bekend.
Roem? Zelfs m'n honden kennen me niet.
Je was de gids van m'n zoon. Wat is er gebeurd?
Hallo? - Dit is de vader van Donald Ross.
We willen weten... - Jullie zochten het eiland.
Eiland? - Hou je niet van de domme.
Oomiak, volgens mij heb je dit al eens eerder gezien.
Waar de walvissen heen gaan om te sterven. Het eiland dat Donald zocht.
Nou? Zeg eens wat, man. - Dat is m'n geest vergeten.
Is de Onbevreesde bang om ons te helpen?
We reisden vele dagen. Boze geesten letten op ons.
Toen we het eiland vonden, maakten ze een sneeuwstorm.
Toen vielen ze ons aan. Ik vocht als een beer.
Kwade geesten te sterk.
Dus jij vluchtte en liet m'n zoon achter?
We vluchtten allebei, verblind door de sneeuw.
Na de storm heb ik urenlang gezocht. Geen Donald.
Ik vertel de waarheid. U Donalds vader.
Ik Donalds vriend.
Allemaal leugens.
Misschien, maar het is onze enige kans.
Hij kan ons vertellen waar hij Donald kwijtraakte.
Hij wil zeker niet met ons mee?
Niets op aarde kan hem bewegen terug te gaan.
Niets op aarde.
Kapitein, waarom laat u er niet één aan boord?
Die kan de anderen erover vertellen. - Dan...
Deze. Hij heeft ons goed geholpen. Wil je het schip van binnen zien?
Lk? Ja, graag. - Goed zo. Help hem eens, kapitein.
Leidt u hem rond?
Misschien haalt dat hem over. - Het is te proberen.
Kapitein, kan ik u even spreken?
Onmogelijk. Er is geen plaats. We zijn al overbelast.
Laat de technicus achter en haal hem later op.
Moet ik vliegen zonder technicus?
U heeft mij toch? Zeg maar wat ik moet doen.
Als ik dat doe, doet u dat toch niet.
We gaan vertrekken. Ik breng je terug.
Kabels los.
Wacht. Oomiak is nog aan boord.
Wat nou? Alleen hij weet waar Donald heen ging.
We brengen hem terug als hij ons geholpen heeft hem te vinden.
Sir Anthony, ik heb geen technicus meer.
Zou u de deur willen vergrendelen...
en daarna de landingskabels willen inhalen?
Jawel, kapitein.
We zijn hier.
Ik weet niet hoe ver het eiland is. Die eskimokaart is nogal vaag.
Een hele gok, afgaan op een stuk bot.
Aan hem hebben we ook weinig. - Wat had u dan verwacht?
Kom naar boven. Dit is erg belangrijk.
Wat is er? - Kijk daar eens.
Walvissen. - Beloega's. Een inheemse soort.
En kijk nu daar eens.
Die ziet er heel anders uit.
Een grijze walvis. Die leeft alleen in de Stille Oceaan.
Een narwal, de eenhoorn van de zee.
Die wordt zelden gezien, sir Anthony.
Het wemelt van de walvissen.
Allerlei soorten, en ze gaan allemaal dezelfde kant op.
Precies.
Er is dus een plek waar walvissen heen gaan om te sterven.
Kapitein, volg die grote open geul.
Als we goed zitten, hadden we iets moeten zien.
Kijk. Herinnert u zich het logboek?
'Een wolk die op het ijs leek te liggen.'
Ligt het eiland daar? - Verkeerde kant.
Eiland is niet daar, eiland is die kant op.
Dat wilden we weten. - Recht zo die gaat, kapitein.
Kijk.
'En verborgen onder die wolk ligt een eiland.'
Kapitein? Wat is er aan de hand?
Kapitein, waarom houden we halt?
Verder vliegen is niet veilig. - Niet veilig? Wat bedoelt u?
Lk kan niet navigeren, en het waait er hard.
Kliffen kunnen het schip aan stukken rijten.
We kunnen nu niet terug. - Dat hoeft ook niet.
We kunnen te voet verdergaan.
Voortreffelijk idee. Dalen, kapitein.
Ik pak de spullen. - U kunt het schip niet verlaten.
Professor, u kent de gevaren daar beneden niet.
Het is te koud en de kliffen zijn onbeklimbaar.
We moeten het proberen.
Ik weet dat het een gok is, kapitein.
Het gaat om m'n zoon. Ik heb geen keus.
Nee, sir Anthony, ik heb geen keus.
Ik ben niet van steen.
Soms moet je je hart volgen, en niet je hoofd.
We gaan de wolk in.
Kunnen we eroverheen? - Nee, we zijn te zwaar beladen.
Daar ga ik wat aan doen.
Schiet op. We verliezen hoogte.
Gaat het? - Ja hoor.
Ik moet steeds aan de kapitein denken. Arme man.
Hoe lang moeten we doorgaan? - Hier gaan we dood.
We moeten beschutting vinden. In de bergen zijn vast grotten.
Oomiak, lijkt dit op de plek die jij en Donald vonden?
Lk zeg het u, vader van Donald:
We zagen niets in de sneeuwstorm, en toen kwamen de geesten.
En je vocht als een beer. Dat heb je verteld, ja.
Lemand kijkt naar ons. - Waar?
Lk zie niets, ik voel het.
Lariekoek.
Daar bewoog iets.
Zag u iets? - Ik geloof het niet.
Ik ook niet.
Maar we moeten wel die kant op.
Best. Als je niet weet waar je heen gaat, is elke route goed.
Ongelofelijk. Ik geloof m'n ogen niet.
Groen en vruchtbaar, en dat midden in het ijs en de sneeuw.
Dat verklaart het. Een vulkaaneiland.
Warmte uit de grond. Vast warme bronnen, net als op IJsland.
Er zijn daar gebouwen. - Het lijkt een nederzetting.
Er wonen mensen. Donald kan daar ook zijn.
Een geest.
Ho even. Wacht, we zijn vrienden.
Verstaat u hun taal? - Het is Oud-Noors.
Wapens, kleding, uiterlijk. Het zijn vikingen.
Ze denken dat we hun land willen roven.
Wij drieën? - We zijn de voorhoede, denken ze.
Belachelijk. Praat met ze. Leg uit wat we hier doen.
Ik ken Oud-Noors alleen uit boeken.
Donald Ross. Waar is hij?
Zeg dat ik z'n vader ben.
Wat is er? - Hij begreep me beslist.
Hij gaat alarm slaan, iedereen waarschuwen.
We moeten hem volgen. - Dat is niet best.
Als ze ons voor indringers houden, kan Donald gevangenzitten.
Laat ze zeggen waar hij is.
Idioot. Dat had onze dood kunnen zijn.
Maar hij vecht wel als een beer.
U heeft z'n leven gered, zegt hij. - Waardering. Mooi.
Zeg dat ik niet wil dat Oomiak iets overkomt.
Uw zoon is hier, gezond en wel.
Hij woont op de boerderij van de man die hem vond na de storm.
Ik wist het. Ik wist dat hij veilig was.
Wat is er? - We stoppen om te eten.
Ik heb net met onze vriend gepraat.
Ik weet waarom ze zo bang zijn voor indringers.
Ze wonen hier al eeuwen. Ze stammen af van een vikingexpeditie.
Dit is een verloren kolonie. - Opmerkelijk.
Ze leven zo geïsoleerd dat ze geloven...
dat de hele verdere wereld een woestenij van ijs en sneeuw is.
Merkwaardig.
Geen van hen heeft het eiland ooit verlaten?
Daar was geen reden voor. Ze noemen het Astragard.
Ze denken dat het de tuin der goden is, perfect en uniek...
en voor eeuwig voor hen bestemd.
En die angst voor indringers? - Een profetie.
Ooit zullen de barbaren van het ijs hun eiland proberen te veroveren.
Dat is het dus. Ze denken dat wij de wilden zijn die hen willen doden.
Dat kan nog lastig worden.
Zodra ik hun hoofdman spreek, zet ik dat wel recht.
Rendieren. Die dienen vast als vee.
Dat is het huis waar Donald woont. - Is Donald daar? Kom mee.
M'n zoon. Die heb ik al twee jaar niet gezien.
Zeg het ze, lvarsson.
Ik ga met ze mee nadat ik m'n zoon heb gezien.
Dank je, jongen. Erg aardig van je.
Ze lijken niet blij. Die jager heeft ze opgejut.
Ik zie Donald nergens.
Dank u, meneer. Donald... Donald Ross.
Kunt u ons zeggen waar hij is?
Vraag hem naar Donald.
Bent u echt Donalds vader?
U spreekt Engels. - Van Donald geleerd.
Hij woont bij ons sinds hij hier is. Dit is mijn vader.
Dank u dat u voor m'n zoon gezorgd hebt. Waar is hij?
Kom naar binnen. Hier kunnen we niet praten.
Heel goed. Dank u.
Wat bedoelt u? Is Donald meegenomen? Door wie?
Door gewapende mannen van de Godi.
De Godi is hun hogepriester.
Dat kwam door de jager. Die riep over indringers.
Die kerel op dat paard.
Toen liet de Godi op de hoorn blazen.
Dat is het teken voor de strijd.
Wat voor strijd? Wat heeft dat met Donald te maken?
Toen bleek dat één indringer z'n vader was...
zei de Godi dat Donald een spion was en ons zou verraden.
Dat gelooft u toch niet? - Wij niet. Wij kennen Donald.
Maar velen geloofden het wel, vanwege het teken aan de hemel.
Het teken?
Een monster, groter dan een walvis.
Dat kan ik uitleggen. Ze hebben m'n luchtschip gezien.
Dat is een...
Het is zoiets als uw schepen, maar het zeilt door de lucht.
Mag ik uw Godi spreken? Dan leg ik alles uit.
We komen voor de raad, in de tempel. Erik is raadslid. Dan kunt u spreken.
Dat meisje spreekt beter Engels dan Oomiak.
Ze is mooier. - Als Donald haar les gaf...
hebben ze veel tijd samen doorgebracht.
Vindt u dat gek? - Niet echt, nee.
Dit is de droom van een archeoloog.
Rondlopen in de wereld zoals die tien eeuwen geleden was.
Vergeet het verleden. Denk liever aan de toekomst.
Die ziet er namelijk niet erg rooskleurig uit.
Hun kleren, hun wapens. Die kunnen zo naar een museum.
Dat is nou net wat me niet bevalt. Die museumstukken.
Kijk daar eens.
Een vikingschip. Precies zoals ze ze vroeger bouwden.
Arme kerel. En het is allemaal mijn schuld.
De tempel. Daar zullen we de raad zien.
Mooi. Je moet altijd naar de hoogste baas gaan.
Odin, Thor en Frey. De grootste van de vikinggoden.
Hopelijk staan ze aan onze kant. We kunnen wel wat hulp gebruiken.
Een vikingraad. Zo uit de geschiedenisboeken.
De vader van het meisje. Dat leek me een verstandig man.
Degene met de staf noemen ze vast nog steeds de Wetspreker.
Het lijken me redelijke lui. Net m'n raad van bestuur...
afgezien van hun wonderlijke kleding.
Hij zegt 'breng de andere gevangene'
Donald. - Vader.
Dat is m'n zoon.
Ik was naar je op zoek. - Dat vermoedde ik al.
Mijn zoon. John lvarsson.
Hoe maakt u het? - Houdt van vroeger. Archeologie.
Sorry voor deze toestand. Een lastig parket, vrees ik.
Hij zegt dat ik, toen ik hier kwam, zwoer dat ik in vrede kwam, alleen.
Maar nu zijn er anderen, en een slecht voorteken in de lucht.
M'n verduvelde luchtschip.
Laat de gevangenen spreken. - Precies wat ik wilde doen.
Vader. - Laat mij maar. Vertaal voor me.
Hoe noemen ze dit eiland? - Astragard, maar vader...
Geëerde raad van Astragard.
Ik ben als vriend naar uw mooie land gekomen.
In vrede.
Ik was alleen op zoek naar m'n zoon, die vermist werd.
De Godi.
Hij zegt dat we liegen.
Wij zijn barbaren die hun heilige land begeren.
We moeten meteen veroordeeld worden, zonder zitting.
Luister eens, ik heb toch uitgelegd...
Dit is geen zaak voor de raad, de goden hebben gesproken.
Als zij gespaard worden, komen er meer.
Gewapende horden, die ons heilige land zullen plunderen en bezoedelen.
Voor indringers is er maar één straf: De dood.
Een afscheid in stijl. Met alle viking-honneurs.
Heel authentiek allemaal.
En heel definitief.
Het spijt me, vader. - Welnee, jongen.
We staan bij u in het krijt, jongedame.
Ze komen eraan.
Roeien.
Naar de oever. Dat is onze enige kans.
Blijf hier. Ik lok ze weg.
Nee, te gevaarlijk. - Hij heeft gelijk.
Ze zoeken jullie, niet mij.
Boven is een grot, met voedsel en eten. Ik kom terug als het veilig is.
Ze komen eraan.
Het is gelukt. - Goed zo, meisje.
Ik had haar tegen moeten houden. - Geen zorgen, ze weet wat ze doet.
We gaan die grot zoeken.
Oomiak, oude vriend.
Wat fijn om je te zien. - We waanden je dood.
Oomiak niet dood. Zwom onder water, als witte beer.
Mooi. Laten we gaan.
Mijn wacht. - Nog steeds niets.
Ivarsson is boven op verkenning.
Goedemorgen, vader. - Goedemorgen.
Goed geslapen? - Beroerd. Jij zult ook wel moe zijn.
Ik ben bezorgd over Freyja. - Ik ook, jongen.
Ik heb er een puinhoop van gemaakt. - Waarvan?
Deze hele ellende, deze nachtmerrie die we doormaken.
Allemaal mijn schuld. - Jouw schuld?
Lk was degene die een hersenschim moest najagen.
Dat is jouw schuld niet. - Jawel, van het begin af aan.
Ik probeerde je altijd tot mijn evenbeeld te maken.
Ik zat je op de huid. Als ik je niet verjaagd had, was dit niet gebeurd.
Je hebt me niet verjaagd.
Ik ben in een luchtschip over de pool gevlogen om je dit te zeggen.
Als we dit overleven, mag je doen wat je wilt.
Zonder mijn bemoeienis. - Dat wil ik helemaal niet.
Dat heb ik ook nooit gewild. Ik was op zoek naar avontuur.
En dat heb ik gevonden ook, maar ik hoor hier niet thuis.
Wanneer we hier weg zijn, en dat gaat lukken...
ga ik met jou mee naar huis.
Ik wil je helpen bij je werk, als dat mag.
Of dat mag?
Daar zul je geen spijt van krijgen. Daar zorg ik voor.
Hij was bezorgd om je. - Ik ging naar de boerderij.
Het is geregeld. Pa geeft ons honden en een slee.
Wat is geregeld? - Freyja en ik wilden hier weg.
We wilden vluchten naar Fort Conger. - Met z'n tweeën?
Denk je dat ik haar achter zou laten? - Niet als je op me lijkt, nee.
Boten. Ze komen.
Wat doen we nu?
Er is weinig dekking, maar we halen de top ongezien.
Dat geeft de doorslag.
We kunnen niet blijven, die honden vinden ons zo.
Kijk, de Godi is erbij.
Bloeddorstige proleet. Kom mee, mensen. Naar boven.
Ze gaan weg.
Het is gelukt. Ze geven op. - De hemel zij dank.
Pas op, vader.
Onhandig van me. Nu zitten de wolven weer achter ons aan.
Ongelofelijk, echt ongelofelijk.
Akelige plek. - Oomiak, op de uitkijk.
We moeten ons verbergen. - Ze kennen elk hoekje.
De Walvisbaai. Die ligt in het zuiden.
Die is heilig, taboe. Daar komen ze nooit.
Goed idee. We gaan.
Nee, Donald, alsjeblieft. De geesten...
Freyja, geloof me. Dat zijn goede geesten.
Ze hebben je voorouders beschermd. Dan beschermen ze ons ook.
Ze komen. We moeten gaan.
Freyja, vertrouw me.
Kom mee.
Zwavel zou goed zijn voor de longen, zeggen ze.
Sir Anthony, dit is niet het moment om te rusten.
Hopelijk vinden we die verdraaide Walvisbaai snel.
Kom mee.
M'n vader.
Vader.
Verbranden, bevriezen. Het zou je dood nog eens worden.
Die tegenstellingen maken de pool zo interessant.
M'n eerste expeditie naar Baffin... - Alstublieft, zeg. Stop.
We hebben een conferentie nodig. - Een conferentie? Waarover?
Als we de Walvisbaai vinden, en de Godi ons niet volgt...
wat doen we dan?
We verbergen ons en gaan dan naar Freyja's boerderij.
We kunnen niet terug door dat inferno.
We zoeken een ijsboot. Drijven. Heel goed.
Een boot? Waar heeft hij het over?
Hij wil op een ijsschots om de berg heen drijven.
Belachelijk.
Waar walvissen heen gaan om te sterven. Wezens uit alle zeeën.
Sinds het begin der tijden.
Moet je al die baleinen zien. Die zijn miljoenen waard.
En wat de amber op zal leveren...
Dat doet er nu niet toe, vader.
Freya, wees maar niet bang.
Zegt de sage niet dat de walvissen je volk hierheen leidden?
Waar ze vrede vonden? Er is niets te vrezen.
Geloof me.
We hebben ijsboot nodig. Hoe komen we daar?
Niet via deze kliffen. - De vikingen vonden een route.
Zegt de sage hoe ze naar boven kwamen?
Met hulp van de goden. Ze kwamen door de hellemond, zegt men.
Dat zegt niet veel, vrees ik.
Wacht eens. Die vulkaan op IJsland, de Hekla...
was de hellemond volgens vroege christenen.
Wat? - Ingang. Een wild idee.
Kom mee.
De krater van een dode vulkaan. - Stil.
Hoor je dat? Een ondergrondse rivier.
Die stroomt naar zee. Er moet dus een route zijn naar de baai.
Kom mee.
Het water stroomt weg. Kom mee.
Waarheen? - Waar het water heenstroomt.
Ledereen in orde? - Kijk.
Geen zorgen. Zo heb ik vaak op zeehonden gejaagd.
Dit baart me geen zorgen. Zij wel.
Geven ze dan nooit op?
Waarom schieten hun boogschutters niet?
Dat hoeven ze niet. Ze wachten gewoon tot we sterven.
De sagen zeggen dat zeemonsters de baai bewaken.
We kunnen niet ontsnappen.
Orka's. - Wat doen we nu?
Wat we maar kunnen.
Daar komt de andere.
Hou je vast.
De Hyperion, en onze vriend de kapitein. De hemel zij geloofd.
Uw maaltijden zijn uitstekend.
Net als uw schietkunst. U heeft ons gered.
Dank u. - Een onverwacht genoegen.
Sinds ik twee dagen geleden landde, moest ik mezelf redden.
Hier wegkomen wordt nog een heel probleem, nietwaar?
Lk heb de oplossing.
M'n schip mag beschadigd zijn, de geest die het ontwierp, werkt nog.
Het schip heeft veel gas verloren, maar niet al z'n drijfvermogen.
Als we het licht genoeg maken, stijgt het wel op.
Hoe wilt u het lichter maken? - Door de motoren weg te halen.
De propellers zijn toch kapot. De gondel ook.
Wat houden we over als we al het overtollige gewicht weghalen?
Een losse luchtballon.
Die komt de baai over. - Op het pakijs...
We komen wel verder. De wind is zuid. Dan halen we Groenland.
We landen bij de kust en gaan te voet naar de dichtstbijzijnde nederzetting.
Kapitein Brieux, u bent een opmerkelijk man.
Dat heb ik altijd al gevonden.
Dit is geen moment voor ceremonies. Laten we vertrekken.
Dit is een moment om van te genieten.
Opnieuw staan we voor een groot avontuur.
Op m'n Hyperion.
Moge hij als een feniks uit de as van de wanhoop herrijzen...
en ons op de vleugels der verbeelding naar Groenland voeren.
Op de Hyperion.
Zullen we dan maar gaan? - Uiteraard, monsieur.
Ik zal u de ingenieuze manier laten zien waarop we vertrekken.
U heeft gezien dat ik de gondel losgesneden heb.
Die zit nog met één kabel aan het schip vast.
De motoren en de staart ook.
Ook dit deel zit nog maar met één kabel vast.
Als ik die losmaak, raken de gondel, motoren en staart los.
En dan stijgen we op. - Weet u dat zeker?
U zult het zien.
Heren, wilt u me assisteren?
De gondel. De motoren en de staart.
Op drie trekt u met al uw kracht.
Staat u me toe, monsieur? - Wat? Maar natuurlijk. Ga uw gang.
Heel goed. Eén, twee, drie.
Nou, sir Anthony? - Het ging perfect.
Ik heb u alweer onderschat, kapitein.
Ik ga slapen. Eindelijk weer een goede nachtrust.
Kijk eens.
Kampvuren. Ze wachten nog steeds op ons.
We zullen ze moeten teleurstellen.
Wat is er? Je bent toch niet bang meer?
Een beetje. - Dat is niet nodig.
Het is voorbij. We zijn veilig.
Dat weet ik. Dat is het niet. - Wat dan?
Het is de wereld achter onze bergen. Jouw wereld.
Mijn wereld is niet zo anders. Hij is groter en alles gaat sneller.
We leven met klokken en machines, in plaats van getijden en seizoenen.
Daar wen je wel aan. Je zult gelukkig worden.
Je zult omringd zijn door mensen van wie je houdt, en die van jou houden.
Ik wou dat m'n vader bij ons was. - Dat weet ik.
Maar Astragard is z'n thuis. Z'n hart zal daar altijd blijven.
Het mijne is bij jou.
Wanneer vertrekt het eerste schip in de lente uit Groenland?
Gewoonlijk begin april.
Met wat geluk zijn we over zes weken in Engeland.
Reken er niet op, monsieur. De wind is gedraaid.
We zweven terug naar het land.
Verdraaid. Is daar niets aan te doen? - Ik kan de wind niet bevelen.
We stijgen. - Door de wind langs de klif.
Wat gebeurt er als we boven zijn?
Allemaal eruit, snel.
De goden waren boos, maar het was de Godi die kwaad deed.
Hij leidde het volk naar haat. - Fijn dat ze dat inzien.
De gevangenen mogen in vrede vertrekken als ze zweren...
voorgoed over dit eiland te zwijgen. - Dat is redelijk.
Om zeker te zijn dat die eed niet gebroken wordt, hebben we één eis:
Vooruit, wat zegt hij? - Dat je een gijzelaar achterlaat.
Je zoon.
Geen sprake van. Hoe kunnen ze dat denken? Waarom ben ik dan hier?
Dat is hun eis. - Ik sta het niet toe.
Maar dan laten ze niemand gaan. - Laten ze mij nemen.
Dat denk ik niet, sir Anthony. In feite is alles al geregeld.
Op een manier waarmee iedereen tevreden kan zijn.
Weet u zeker dat u dit wilt? Wilt u echt achterblijven?
Jazeker. Geen archeoloog laat zo'n kans lopen.
Het verleden herbeleven.
Dit was 1000 jaar verborgen. Ik heb er nog nauwelijks iets van gezien.
Achterblijven? Wij archeologen denken op de lange termijn.
Hele beschavingen zijn verdwenen.
Misschien is dit ooit ons laatste toevluchtsoord.
Veel geluk.
Goed dan.
Vaarwel, vrienden.
Download movie subtitles or Load it directly from url on TheSubtitles.net
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.