All language subtitles for august dutch

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean Download
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Opmerkelijk. Zeer opmerkelijk.

Duurt het nog lang, Mr. Jenkins ? - Nee, hoor. We zijn bijna klaar.

Zet die stoel niet in de loop.

Nesta, heb jij professor Blathwaite gezien ?

Er blijft geen ruit heel als ze zo doorgaan.

Het is bar.

Staat die stoel daar nou nog ?

Ieuan, waar ben je toch ?

Het is hier bloedheet.

Walgelijk.

Waarom gaf je geen antwoord ? - Ik sliep.

Je hebt weer gedronken. - Dat zou kunnen.

Waar is Alexander ? - Geen idee.

Blijf je de rest van de dag in die stank zitten ?

Me dunkt.

Ik snap niet wat jou mankeert, Ieuan. - Ik ook niet.

stop. - Goedemiddag, dokter Lloyd.

Dafydd, alles goed ? - Uitstekend.

Daar gaan we.

Ze gaan flink tekeer vandaag. - Dafydd, nu mag ik.

Jullie hebben het druk. - Het wordt nog drukker.

Dat vinden Mrs. Davies en de professor niet fijn.

U gaat er nu zeker heen ? - Dat klopt.

Hij moet nodig aan het werk. - Ik ook.

Doe de groeten aan je vrouw. - Daar gaan we.

Gwen, waar is professor Blathwaite ? - Neem me niet kwalijk.

Tom, doe die pet af.

Waar is professor Blathwaite ? - Aan het wandelen.

Een eindje om ? - Met Sian en Mrs. Blathwaite.

Kalm aan, kind. Wat mankeert je ? Daar is dokter Lloyd.

Rhianon, zet de parasol in de tuin

Hoe is het, Gwenny ?

Ik kom voor de professor. - Ze zijn uit wandelen.

Mr. Blathwaite zei dat hij ziek was. Reuma of jicht, of zoiets.

Ik heb het druk. Ik kom van ver. - Ik weet er alles van.

Het is hier een gekkenhuis.

Ga maar naar de tuin, dan krijgt u een kopje thee.

Hij heeft een prekenbundel geschreven.

"Recht op Hoop", was de titel. Er stonden twaalf preken in.

Hoe lang ken je me al, Gwenny ? - Rhianon, er is geen suiker.

Wat moet je met zo'n domme gans ? Sorry, wat zei u ?

Hoe lang ken je me al ? - Eens even denken.

Sians moeder leefde nog. U bezocht haar vaak die laatste twee jaren.

Hoe lang is ze al dood ? Elf jaar ? Dan ken ik u elf jaar.

Toen was u een knappe man. Nu drinkt u whisky.

Ik wil geen thee, Gwenny. - Vooruit opdrinken.

Lekker geslapen, - Wil je thee, Ieuan ?

Sinds professor Blathwaite en z'n vrouw hier wonen...

staat alles op z'n kop. - Een gekkenhuis.

Ik slaap slecht, ik eet slecht, ik drink. Heel ongezond allemaal.

Daarvoor had ik geen vrije tijd.

Sian en ik werkten constant en we waren gelukkig.

Nu doet zij al het werk en ik slaap, eet en zuip.

Het is een schande.

Hoe lang blijven ze ? - Voorgoed. Hij blijft hier wonen.

We aten altijd warm om een uur. Nu moet het ineens om zes uur.

Hij zit tot twee uur 's nachts te lezen en te schrijven.

En dan wil hij thee hebben.

Hij heeft zomaar besloten om hier te blijven wonen...

omdat Londen te duur is voor een gepensioneerde professor.

De thee is alweer koud. - Niet klagen. Daar zijn ze al.

Professor.

Theetijd.

Mrs. Blathwaite. Goedemiddag, professor.

Thee op m'n kamer, Gwen.

Ik wil direct aantekeningen maken over het landschap.

Haal dokter Llyod.

Sian, kom hier.

Sian, m'n stok. - Goed, papa.

Het maakt niet uit wat ik doe.

Of ik nou in m'n koets zit, door de tuin loop of naar deze tafel kijk.

Ik ben zo gelukkig. Zo gelukkig.

Breng dit even naar de professor. - Maar natuurlijk.

Het is mooi weer, de vogels kwinkeleren, je hoort de zee...

en we zijn allemaal goede vrienden, of niet ?

Wat wil een mens nog meer ?

Wat is er aan de hand ? - Hier ?

Ja, de laatste paar dagen.

Niks. Alles is zoals het was.

Alleen nog slechter, omdat ik zo lui ben.

Ik loop de hele dag te mopperen als een oud wijf.

M'n moeder zanikt over de rechten van de vrouw.

Met een been in het graf...

en toch geleerde artikelen lezen en hopen op een beter leven.

En de professor ?

Herr Professor pent grootse gedachten neer.

Met gefronst gelaat en gekweld brein vermoeien we onze grote intellect

We zoeken naar inzichten, maar tevergeefs.

Krabbel, krabbel, krabbel.

Je zou medelijden krijgen met het papier.

Hij zou z'n autobiografie moeten schrijven.

Een gepensioneerde professor, een gekrompen academische reus.

Hij was de zoon van een arme klerk...

maar hij schopt het tot de universiteit...

en wordt zelfs professor. De ene triomf na de andere.

Hij heeft nooit teleurstelling gekend.

Heeft 25 jaar over kunst geschreven terwijl hij er geen fluit van snapt.

Over zaken die slimmerds al weten en die dommerds niet interesseren.

Nu is hij met pensioen en niemand weet wie hij is.

Hij is totaal onbekend.

Maar hij doet alsof hij een godsgeschenk is.

Het is duidelijk.

Je benijdt hem. - Natuurlijk benijd ik hem.

Kijk eens hoe goed hij het doet bij de vrouwen.

Don Juan is er niks bij.

Eerst m'n zus. M'n lieve zuster Hannah.

Echtgenote nummer een.

Lieftallig, aardig schepsel. Edelmoedig en vrijgevig.

Ze had meer bewonderaars dan leerlingen...

maar ze hield van hem in al haar na�viteit.

M'n moeder aanbidt hem, of je moet het een soort heilige angst noemen.

Dan komt Helen, echtgenote nummer twee.

Mooi, intelligent, begaafd.

Hij was al een oude man toen ze trouwden.

Maar toch schonk ze hem haar jeugd, schoonheid en haar vrijheid.

Hoe speelt hij dat toch allemaal klaar ?

Is ze hem trouw ? - Treurig genoeg wel.

Waarom is dat treurig ? - Een dergelijke trouw is valse trouw.

Een oude man ontrouw zijn is ondenkbaar en immoreel.

Maar je jeugd verstikken en al je gevoel doden zeker niet.

Ieuan, praat toch niet zo.

Het is afschuwelijk om je echtgenoot te bedriegen.

Hou je mond, Pocky. - Het is net zo erg als landverraad.

M'n vrouw ging er een dag na ons trouwen er vandoor.

Ze vond me lelijk, zei zo.

Maar ik ben haar nooit ontrouw geweest.

Ik hield van haar, ik hou van haar en ik zal haar altijd bijstaan.

Ik heb niet veel meer sinds de werf failliet is, maar ik heb m'n trots.

U schreef dat uw man ernstig ziek was, maar hij leek me in orde.

Hij is ook in orde. Vandaag.

Maar vannacht had hij hevige pijn in z'n been.

Ik heb 25 km gereisd.

Laat ook maar.

Nu blijf ik hier maar. Dan slaap ik tenminste een keer goed.

De thee is koud. - Ik zal nog wat water opzetten.

De temperatuur in de theepot lijkt wat te zijn gedaald.

Het is niet erg, Mr. Prichard.

Het is lekker op een warme dag. Koude thee.

Neemt u me niet kwalijk. Ik heet Prosser. Thomas Prosser.

Sommigen noemen me Pocky, omdat ik een pokdalig gezicht heb.

Ik ben Sians peetvader. We eten elke avond samen.

Echt waar ?

Dat was ik helemaal vergeten.

Ik heb een brief van Henry Jones met daarin z'n nieuwe artikel.

Interessant ? - Een beetje vreemd.

Hij valt de stelling aan die hij vroeger verdedigde. Wat erg.

Welnee. Hou uw mond. - Ik wil praten.

We bespreken die pamfletten al vijftig jaar. Ik ben het beu.

Waarom mag ik niet praten ? Wat ben je toch veranderd, Ieuan.

Je was altijd een weldenkend man met verlichte opvattingen.

Hoezo ? Wie heeft wie verlicht ?

Je had me niet erger kunnen kwetsen.

Jaren heb ik verspild met academisch gewauwel.

om aan de waarheid te ontsnappen. Ik geloofde erin.

Nu lig ik wakker en vervloek ik mezelf om wat ik niet heb gedaan.

Nu ben ik te oud. - Oom, u bent vermoeiend.

Het is je eigen schuld. Dan had je je hart maar moeten volgen

En een schrijfmachine moeten worden, zoals de professor ?

Oma, oom, hou op. - Excuses. Ik hou m'n mond.

Schei uit.

Wat een heerlijke dag. Niet al te heet.

Een mooie dag om jezelf te verhangen.

Ik laat u graag m'n landgoed zien. Ik heb de tuin zelf aangelegd.

Ik heb een schitterend arboretum. - Dus u houdt van bomen ?

Nogal. - Lijkt me eentonig.

Hij plant elk jaar nieuwe soorten.

Hij heeft 'n medaille en 'n diploma van het agrarisch genootschap.

Hij zet zich in voor het behoud van oude wouden. Heel interessant.

Bossen maken de wereld mooi. Ze inspireren ons tot grote gedachten.

En hier in Wales maken ze het klimaat milder.

Daardoor krijg je ook milde mensen.

Ze zien er beter uit, zijn gevoelig en intelligent.

Bravo, Sian. Heel charmant.

Maar het is larie. De mensen in Caernarfonshire zijn knap noch slim.

Het spijt me, maar ik blijf met hout stoken.

Waarom brand je geen turf ?

Waarom bouw je niet met steen in plaats van hout ?

Waar is dokter Llyod ?

Misschien is het een obsessie van me.

Als ik door bossen loop die ik heb gered...

en het geruis hoor van bomen die ik zelf heb geplant...

dan voel ik me voldaan.

Als de mensheid ooit gelukkig wordt, heb ik daar misschien toe bijdragen.

Als ik een boom plant en die tot wasdom zie komen, ben ik zo trots.

Dokter Llyod ? - Wat is er ?

Er is een ongeluk gebeurd in de groeve. Dafydd is zwaargewond.

Ik ga met je mee.

Ik moet weg. Dafydd Humphreys heeft een ongeluk gehad.

Arme Dafydd.

Kom daarna maar terug. - Wie weet.

Wat zei hij ? - Iemand heeft een ongeluk gehad.

Dafydd Humphreys. Hij moet erheen. - Ik begrijp het.

Dokter Llyod heeft een vermoeid en gevoelig gezicht.

Een boeiend gezicht.

Sian is duidelijk verliefd op hem. En dat begrijp ik best.

Hij is knap, intelligent.

Zoals een maan in een duistere nacht.

Het geeft niet dat hij niet verliefd is. Ze is gewoontjes...

maar ze zou een goede vrouw zijn voor een plattelandsarts.

Ik heb nog nooit een echt gesprek met hem gevoerd. Ik ben verlegen.

Ik ben niet eens aardig tegen hem.

Volgens mij zijn jij en ik vrienden, omdat we allebei zo saai zijn.

Kijk niet zo naar me. - Maar ik hou van je.

Dat is niet grappig. - Je bent m'n leven en m'n geluk.

Ze horen je nog. - Dat kan me niet schelen.

Ik verlang niet veel. Een kusje maar. Geef me een kus.

Je bent weer onmogelijk. Je ergert je moeder, je bespot Alexander.

Ik wil je oppeuzelen.

Ik haat hem. Hij is zo stom. - Hij is niet slechter dan jij.

Kus me.

Helen, je bent te verveeld om te leven.

Je beschuldigt Alexander, je hebt meelij met mij. Je meent er niks van.

Zoals de dokter zei, jullie vernielen de bossen en de mensen.

De dokter heeft gelijk. Jullie zijn zo destructief.

Jullie geven niet om vogels, bomen of vrouwen en elkaar.

Bespaar me dat gefilosofeer.

Laat me met je praten. Ik hou van je. - Hou op.

Wijs me niet af. - Je bent onmogelijk.

Hou hem vast.

Wie is daar ? Sian, ben jij dat ?

Ik ben het.

De pijn is ondraaglijk. - Je deken is er afgevallen.

Ik doe het raam dicht. - Niet doen.

Hoe laat is het ? - laat.

Waarom adem ik zo zwaar ? - Je bent moe.

Je hebt twee nachten niet geslapen. - Ik vrees dat het jicht is.

Van jicht kan je angina krijgen. Ouderdom is zo walgelijk.

Als ik mezelf al walgelijk vind, vinden jullie me helemaal walgelijk.

Het is niet onze schuld. - Maar je vindt me wel afstotelijk.

Ik ben niet stom. Ik snap het wel. Je bent jong, gezond en mooi.

Ik ben zo oud, ik ben bijna een lijk.

Het is absurd dat ik nog leef. Maar je bent spoedig van me verlost.

Hou daar in godsnaam mee op.

Ik ben zo moe.

Iedereen is moe, verveeld en vroeg oud. Allemaal dankzij mij.

Ik ben de enige die plezier heeft. - Ik heb er genoeg van.

Iedereen heeft genoeg van me. - Dit is onverdraaglijk.

Wat wil je van me ? - Niks.

Hou dan op. - Gek, eigenlijk.

Als Ieuan oreert, of z'n zotte moeder, luistert iedereen beleefd.

Maar als ik m'n mond opendoe, is iedereen op slag verveeld.

M'n stemgeluid wekt jullie weerzin al.

Goed, ik ben misschien afstotelijk, zelfzuchtig en tiranniek.

Mag een oude man een beetje zelfzuchtig zijn ?

Heb ik dat niet verdiend ?

Ik heb m'n leven gewijd aan de wetenschap.

Aan het uitwisselen van gedachten met gerespecteerde collega's.

Nu zit ik hier in dit afgrijselijke lijkenhuis in Wales.

Ik ontmoet domme mensen en luister naar hun domme gezwets.

Wales, Wales.

Ik voel me net een balling.

Ik leef in het verleden, maar ben doodsbang om te sterven.

Het is onverdraaglijk. En niemand vergeeft me dat ik oud ben.

Heb maar even geduld. Over vijf of zes jaar ben ik ook oud.

Papa, u hebt dokter Llyod speciaal laten komen.

Hij heeft net een vreselijk ongeluk meegemaakt.

Hij snapt geen biet van geneeskunde. Het is een dwaas, een idealist.

Dan niet. - Ik wil hem niet zien.

Ik heb er niks mee te maken.

Ik stik. Sian, Sian.

Dit huis.

Wat is er ? - Geef me m'n pillen. Op tafel.

Alsjeblieft. - Nee, dat zijn de verkeerde.

Waarom doet niemand wat ik vraag ? - Hier heb ik geen tijd voor.

Ik moet morgen vroeg op.

Waar is Helen ? - Ik ben hier.

Ga maar naar bed. - Laat me niet alleen met hem.

Hij vermoordt me met z'n gezwets.

Ga jij ook maar naar bed. In naam van onze oude vriendschap.

Zeer oude vriendschap. - We praten wel een andere keer.

Laat me niet alleen met hem. Dat overleef ik niet.

Gwenny, ben jij nog op ? - Hij wil straks nog thee.

Ik kan dus niet naar bed.

Iedereen is kapot, behalve ik. Ik ben zo fris als een hoentje.

Hoe voelt u zich ? - Vreselijk, Gwenny.

Het doet pijn, zeker ?

Stil maar. Ik heb ook zo'n zeurende pijn in m'n been.

Maar u hebt al heel lang pijn, h� ?

God helpe ons.

Oude mensen zijn net kinderen. Ze willen vertroeteld worden.

Naar bed.

Ik zet een lekkere pot thee voor u. Wilt u ook een warme kruik ?

Ik zeg m'n gebedje op en dan kom ik u instoppen.

Ik heb zo'n pijn in m'n been. - Ik ook.

Dat weet ik toch. - Welterusten.

Hij heeft me zo uitgeput. Ik kan amper op m'n benen staan.

We zijn een beklagenswaardig stel.

Je moeder veracht alles en iedereen, behalve haar pamfletten.

En haar geliefde professor. - Hij vertrouwt mij niet.

En hij is bang voor jou.

Jij houdt van hem en minacht je moeder.

En Sian is boos op hem en mij.

En ik ben vandaag al twintig keer bijna in huilen uitgebarsten.

Een beklagenswaardig stel. Jij bent een slim, geleerd man.

Je weet wat er mis is in deze wereld. Niet de grote dingen, maar de kleine.

Haat, woede en bekrompenheid.

In plaats van te klagen zou je mensen tot elkaar moeten brengen.

Waarom ga je niet weg, Ieuan ?

Ik bied je m'n leven aan en m'n liefde.

Wat moet ik er anders mee ? Waar moet ik ze laten ? Zeg het me.

Als jij het over liefde hebt, klap ik totaal dicht. Het spijt me.

Ik heb niks te zeggen.

Ik ben bang voor een ander leven. Jij vergooit je leven ook.

Waar wacht je op ? Wat houdt je tegen ?

Je bent dronken. - Zie je het niet ?

Waarom drink je weer ? - Dan verbeeld ik me dat ik leef.

Verdomme, Helen. - Ga naar bed. Je verveelt me.

Tien jaar geleden ontmoette ik haar bij m'n zus.

Ze was twintig en ik was... weet ik hoe oud.

Waarom heb ik haar toen niet gevraagd ? Toen had het gekund.

Dan was ze nu wakker geworden door het noodweer en de donder...

en dan had ik haar vastgehouden en gefluisterd: Wees niet bang.

Ik ben hier. Ieuan is hier.

Wat een mooie, gelukkige droom.

Waarom ben ik zo in de war ? Waarom ben ik oud ?

Waarom begrijpt ze me niet ?

Helemaal alleen ? Geen dames ?

Ik ben belazerd. Ja, belazerd.

Ik heb Blathwaite gediend, die meelijwekkende kreupele.

Ik heb me kapot gewerkt voor hem. Ik was z'n slaaf.

Sian en ik hebben dit landgoed draaiende gehouden.

Ondanks de depressie, ondanks dat we de huren moesten verlagen.

We hebben de boeren afgeknepen en we hebben gekibbeld over hooi.

We hebben alles bij elkaar geschraapt om hem geld te sturen.

Ik was zo trots op hem en z'n wetenschap.

Hij was m'n hele ziel en zaligheid.

Alles wat hij zei was de ingeving van een genie.

En nu ben ik beduveld. Het is zo klaar als een klontje.

De mensen in Wales worden altijd beduveld door de Engelsen.

Ik hoorde Mrs. Blathwaite. - Ja, die was hier net.

Geweldige vrouw.

Wat is er met je, Ieuan ? - Niets.

Ben je soms verliefd op haar ? - Ze is m'n vriendin.

Nu al ? Vriendschap is altijd de laatste in het rijtje.

Metgezel, minnares, vriendin.

Wat ben je toch vulgair. - Dat mag, want ik ben dronken.

Dat ben ik maar eens per maand. En dan kan ik de wereld aan.

Dan kan ik de moeilijkste operaties uitvoeren.

Zoals vanmiddag. Speel wat, Pocky.

Dat wil ik wel, maar iedereen ligt te slapen.

Stilte. Hou alsjeblieft jullie mond.

Stil. Ik probeer te slapen. - Ze zijn allebei bezopen.

We moeten een borrel hebben. Staat hier wat ?

Wijn, cognac, whisky. Ieuan, waar ben je ?

Daar ben je. Hier is vast wel wat.

Hebbes.

Het spijt me. Ik heb m'n hemd niet aan.

Wat een mooi stel bij elkaar.

Van de dokter zijn we het gewend, maar u bent te oud.

Wat heeft leeftijd ermee te maken ?

Als je geen leven hebt, moet je wel in je dromen leven.

We kunnen niet oogsten, omdat het elke avond regent.

En u zit maar te dromen. Het lijkt wel of u het hebt opgegeven.

Ik moet alles alleen doen en ik ben uitgeput.

Waarom huilt u ?

Je keek even net zoals je moeder altijd keek. M'n lieve zuster Hannah.

Waar zou ze nu zijn ?

Als ze eens wist. Als ze eens wist.

Wat zou ze moeten weten ?

Niets. Het is gewoon te veel. Het is te pijnlijk.

Kan ik u even spreken ? Neem me niet kwalijk.

U mag zoveel drinken als u wilt, maar sleep oom Ieuan er niet in mee.

Het is slecht voor hem. - Zoals je wilt.

Maar laat me niet weer komen voor je vader. Hij luistert toch niet.

Hij wou me niet eens spreken. - Hij is verwend.

Hij had vroeger veel succes bij de vrouwen, vandaar.

Wilt u misschien iets eten ? - Graag.

Ik eet graag 's nachts. Meestal ligt er wel wat.

Ja, hier is nog wat kaas.

Neem maar wat.

Ik heb de hele dag niet gegeten, alleen gedronken.

Mag ik ?

Je vader is een onaangenaam heerschap.

Ik zou 't hier geen maand uithouden. De sfeer is verstikkend.

Je vader met z'n obsessie voor jicht en boeken.

Ieuan met z'n depressie.

Grootmoeder, stiefmoeder. - Wat is er met haar ?

Ze doet niets anders dan eten en slapen...

en ons het hoofd op hol brengen.

Ze heeft geen functie. Alles wordt voor haar gedaan.

Een passief leven is geen goed leven. Misschien is dat te hard.

Ik ben alles net zo beu. als je oom. We zijn een stel ouwe mopperpotten.

Bent u alles beu ?

Ik vind het plattelandsleven vreselijk.

Ik verfoei het vanuit het diepst van m'n hart.

Ik werk harder dan wie dan ook hier en het zit me nooit mee.

Soms ben ik zo neerslachtig.

Ik geef nergens meer om.

Ik heb al zo lang niet meer van iemand gehouden.

Van niemand ?

Ik heb tedere gevoelens voor Gwenny, vanwege vroeger.

Drink alsjeblieft niet meer.

Waarom niet ? - Het past niet bij u.

U bent zo'n geweldige man. Uw stem is zo vriendelijk.

U bent zo knap.

Wees niet zoals anderen die drinken en kaarten.

U zegt zelf altijd dat mensen niets meer cre�ren...

en dat ze alleen maar vernietigen wat God hem heeft gegeven.

Dus waarom vernietigt u uzelf ?

Doe dat alstublieft niet.

Ik zal nooit meer drinken.

Belooft u dat ? - Op m'n erewoord.

Klaar. Ik ben nuchter. En dat blijf ik tot m'n dagen zijn geteld.

M'n dagen zijn trouwens al geteld.

Ik ben oud, vulgair en ongevoelig.

Ik hou van niemand en zal dat ook nooit doen.

Ik ga naar bed.

Stel dat ik een vriendin had, of een jongere zus.

En u kwam erachter dat ze van u hield Wat zou u dan doen ?

Ik zou het negeren.

Ik zou haar zeggen dat ik niet van haar kon houden. Veel te druk.

De wind is gaan liggen.

Hoe lang blijf je nog boos op me ?

We hebben elkaar niks misdaan. Waarom doen we zo vijandig ?

Jij denkt dat ik met je vader ben getrouwd om de verkeerde redenen.

Maar ik zweer je dat ik met hem ben getrouwd uit liefde.

Hij was beroemd en slim en ik was van m'n stuk gebracht.

Misschien was het geen echte liefde, maar toen leek het echt genoeg.

Maar je kijkt altijd zo achterdochtig naar me, alsof je me niet moet.

Het spijt me. - Je moet mensen durven vertrouwen.

Moeten we het niet eens goedmaken ? - Het spijt me. Ik weet niet...

Vertel eens, ben je gelukkig ?

Had je liever een jongere man gehad ?

Wat ben je toch nog een kind. Natuurlijk.

Vraag me nog eens wat. Toe. - Mag je dokter Llyod ?

Heel graag. Waarom ?

Ik bloos, of niet ?

Ik heb hem net verteld dat ik hem geweldig vind en mooi.

Misschien had ik dat niet moeten doen. Vind je me dwaas ?

Ik vind hem erg talentvol.

Hij heeft moed en verbeeldingskracht.

Hij plant een boom en stelt zich voor hoe die in de toekomst wordt.

Hij stelt zich voor hoe die boom het geluk van de mensheid be�nvloedt.

Zulke mensen zijn zo zeldzaam dat je wel van ze moet houden.

Hij bedrinkt zich af en toe, is grof in de mond. Nou en ?

Denk aan het leven dat hij leidt.

Lange tochten, chagrijnige mensen, armoede en ziekte.

Ik wens je alles geluk toe, Sian. Dat verdien je.

Ik ben maar een onbeduidend persoon.

In m'n muziek, het huis van m'n man, m'n huwelijksleven en in m'n flirts.

Ik ben altijd al een onbeduidend persoon geweest.

Als ik erover nadenk, ben ik echt heel erg ongelukkig.

Waarom lach je ? - Ik ben ineens zo gelukkig.

Er is nog wat wijn over. Laten we drinken op onze nieuwe vriendschap.

Wat zit hierin ? Whisky ?

We drinken uit hetzelfde glas.

Hier heb ik zo lang naar verlangd. - Niet huilen, want dan begin ik ook.

Nu zijn we echte vriendinnen.

Ik heb zin in muziek. Zal ik wat spelen ?

Ja, ik ga nog niet slapen. Speel alsjeblieft wat.

Je vader is nog wakker en muziek irriteert hem als hij ziek is.

Ga hem maar vragen of ik wat mag spelen.

Ik heb al zo lang niet echt gespeeld. Ik moet vast huilen.

Ik moet vast huilen als een baby.

Muziek ? Op dit uur ? Geen sprake van.

Zo'n goed kind. En zo vriendelijk.

Jammer dat ze zo lelijk is. - Ze is altijd met die ouwe klaploper.

Pocky de klaploper.

Kijk nou wat hij heeft gedaan.

De professor wil om een uur iets met ons bespreken. Ik ben benieuwd.

Het gaat vast over zaken. - Hij is alleen druk met onzin.

Kijk wat u hebt gedaan. - Het spijt me heel erg.

Kijk nou. Ze is zo lui, dat ze amper rechtop kan lopen.

Wat zit je weer te zeuren ? Word je nooit moe van jezelf ?

Je verveelt me. - Jij verveelt jezelf. Je doet niks.

Jij doet ook niks. - Hou op.

Ik ga nog eens dood van verveling. - Er is genoeg te doen, Helen.

Je kunt helpen op de boerderij, lesgeven, zieken bezoeken.

Oom Ieuan en ik gingen vroeger naar alles schapenmarkten.

Zelfs naar die in Dolgellau. - Een prachtig plaatsje.

Het interesseert me allemaal niet. Ik verveel me gewoon.

Omdat je niet weet wat je moet doen.

Oom Ieuan doet ook niks, behalve achter jou aanlopen.

Ik heb m'n werk neergelegd om met jullie te kletsen.

En dokter Llyod komt hier om de dag op bezoek.

Hij verwaarloost z'n bomen en z'n pati�nten Je behekst ons.

Kijk niet zo ongelukkig. Je bent zo mooi.

Kop op. Wees een zeemeermin.

Laat je gaan. Word verliefd op een watergeest.

Laat ons allen versteld staan.

Laat me met rust, stommeling. - Het spijt me. Pax.

Je zou een heilige nog ongeduldig maken.

In de naam der vrede, ik ga mooie rozen voor je plukken.

Ik ben zo terug.

Het is al bijna herfst. Hoe komen we in godsnaam de winter door ?

Ik ben al zes jaar op hem verliefd.

Maar hij kijkt niet naar me. Hij merkt me niet eens op.

Het is een absolute kwelling.

Lieve God, geef me kracht.

Ik heb de hele nacht gebeden.

Soms ga ik naar hem toe en begin ik een gesprek.

Ik kijk hem recht in de ogen. Ik heb geen trots meer.

Ik kan me niet beheersen.

Alle bedienden weten het en alles pachters.

Behalve de dokter zelf.

Alsof ik er niet ben. - Het is een rare man.

Zal ik met hem praten ? Ik zal hem alleen maar een hint geven.

Je kunt niet langer in onzekerheid leven.

Of hij houdt van je, of niet.

Ik zal heel tactvol zijn.

We willen een antwoord: ja of nee.

En als het nee is, moet hij hier niet meer komen.

Ik ben zo gewoontjes.

Je hebt mooi haar.

Laten we het meteen doen. In Ieuans studeerkamer, zei je ?

Je vertelt me de waarheid, h� ? - Natuurlijk.

De hele waarheid ? - De hele waarheid.

Is het niet zo dat als je het niet weet, je tenminste nog kunt hopen ?

Laat maar.

Je zou me je kaarten laten zien. - Dat is waar ook.

Alleen als je tijd hebt.

Waar ben je geboren ? - In Philadelphia.

Dan interesseert dit je vast niet. - Ik heb veel gelezen over de natuur.

Ga zitten.

Hou eens vast.

Hier leefden wolven, marters, haviken en adelaars.

De volgende.

Dit is 250 jaar geleden. Hier is nog maar een derde bos.

Er zijn geen wolven meer. Maar nog wel marters, haviken en adelaars.

En er is aanzienlijk minder groen.

En zo ziet het er nu uit.

Hier en daar een stukje bos, geen aaneengeschakeld bos...

geen marters, wolven en adelaars meer. Het is in verval.

Over vijftien jaar is het afgelopen. Dan is niets meer waar het hoort.

Je bent duidelijk niet ge�nteresseerd, of wel ?

Ik dacht eerlijk gezegd aan wat anders.

Dat was duidelijk. - Het spijt me.

Ik heb een paar vragen en daar voel ik me ongemakkelijk bij.

Ik weet niet hoe ik moet beginnen.

Het gaat over m'n stiefdochter Sian. Vind je haar aardig ?

Vind je haar leuk als vrouw ?

Is je niets opgevallen ?

Je bent niet verliefd op haar. Dat zie ik.

Maar ze is zo ongelukkig. Probeer het te begrijpen.

Je moet hier maar niet meer komen.

Ik ben te oud voor deze onzin. Ik heb het te druk.

Vergeet dit gesprek en verlaat dit huis.

Als ik haar ongelukkig maak... - Je bent slim. Je snapt het wel.

Wat levert dit jou op ? - Mij ?

Kleine duivel. - Wat bedoel je ?

Ik snap dat zij ongelukkig is, maar wat wil jij ?

Ik begrijp je niet. - Je weet best waarom ik hier kom.

Ik snap niet wat je bedoelt. - Dat weet je heel goed.

Ik laat m'n werk links liggen vanwege jou.

Dat wist ik... - Je geniet ervan.

Ik zweer je... - Dat hoeft niet.

Zeg maar niks. Ik ben van jou. Dat wist je heel goed.

Hou op. - Je bent zo mooi.

Waar kunnen we afspreken ? - Je bent gek.

Toe. - Je bent gek.

Laat me met rust.

Wat vreselijk.

Het geeft niet. Het is niet erg.

Komt alles toch nog goed.

Het was bewolkt vanmorgen. Alsof het ging regenen.

De zon schijnt nu. Het is een mooie augustus.

De gerst ziet er goed uit.

kan je ervoor zorgen dat m'n man en ik vandaag nog weg kunnen ?

Ik wil hier weg. Weg uit dit huis. Ik blijf hier niet langer.

Het is alsof ik van de aarde ben gevallen op een onontdekte planeet.

Ik verdraag dit huis niet, het is net een doolhof.

Mensen lopen alles kanten op, je vindt nooit degene die je zoekt.

M'n vrouw is een merkwaardig mens.

Waar is iedereen ? Een uur, had ik gezegd.

Sian, vraag of je oma en Helen hier komen.

Ik ben er al.

Zullen we gaan zitten ?

Waar is Mair ? - Die komt er aan.

Wat zei hij ? - Straks.

Wil iedereen gaan zitten ?

Je trilt. Je bent overstuur.

Hij komt hier zeker niet meer, h� ? Heb ik gelijk ?

Ze luistert niet.

Dames en heren, ik vraag jullie om me, zoals dat heet...

jullie oor te luisteren te leggen.

Je hebt me niet nodig. Mag ik gaan ? - Ik heb jou juist nodig.

Waarvoor ? - Niet snauwen.

Zeg dan wat je te zeggen hebt.

Waar is moeder ? - Ik ben hier.

Zullen we dan nu beginnen ?

Ik wil jullie om advies vragen en ik reken erop dat jullie me dat geven.

Ik ben 'n intellectueel, een literair mens, slecht in praktische zaken.

Zoals men zegt: Manet omnes una nox.

We zijn allen in Gods handen en ik ben oud en ziek.

Het is tijd om orde op zaken te stellen.

Niet voor mezelf, mijn tijd zit erop.

Ik heb een jonge vrouw en een ongetrouwde dochter.

Ik wil niet op het platteland blijven. Helen en ik horen hier niet.

Maar ik kan niet in Londen wonen. Dit landgoed brengt te weinig op.

We kunnen onze bossen verkopen, maar dat heeft 'n eenmalig effect.

Dat kunnen we niet herhalen.

We moeten een permanente manier verzinnen om inkomen te vergaren.

Ik heb er lang over nagedacht en heb deze oplossing bedacht.

In grote lijnen:

Dit landgoed brengt twee procent per jaar op.

Ik stel voor om het landgoed te verkopen.

Als we het geld investeren in obligaties, krijgen we vier procent.

Misschien blijft er wat over om een huisje in Kent of Sussex te kopen.

Dit moet ik verkeerd hebben verstaan. kan je dat herhalen ?

Met obligaties kunnen we vier procent winst verwachten.

Nee, wat u daarvoor zei. - Dat ik het landgoed wil verkopen.

Ja, dat zei je. Een geweldig idee.

Hoe moet het dan met mij, m'n moeder en Sian ?

Er is nog voldoende tijd om daarover te beslissen.

Wat dom van me. Ik dacht dat het landgoed van Sian was.

M'n vader heeft het gekocht voor m'n zus. Dan is het nu van haar dochter.

Het landgoed behoort inderdaad Sian toe.

Ik kan ook niet verkopen zonder haar toestemming.

M'n voorstel is dan ook in haar belang.

Daar geloof ik helemaal niks van.

Spreek hem niet tegen. Hij heeft er verstand van.

Welnee. Mag ik een glas water ? Goed, ga maar weer verder.

Waarom ben je zo boos ? Ik zeg niet dat deze oplossing ideaal is.

Als jullie ertegen zijn, gaat het over.

Ik heb respect voor kennis. Het zit me in het bloed.

De broer van m'n schoonzus, Haydn Davies, u kent hem vast...

Pocky, nu niet. Dit is belangrijk.

Dit landgoed was van zijn oom. - Dat doet niet ter zake.

M'n vader heeft er 19500 pond voor betaald.

Of 17000, de rest was hypotheek.

Hij kon het kopen, omdat ik mijn aandeel in de erfenis had opgegeven.

Ik heb me kapot gewerkt. Ik heb me tien jaar kapot gewerkt...

om de hypotheek af te betalen.

Dankzij mij wonen we hier gratis en nu wil je me zomaar op straat zetten.

Waar wil je heen ? - Dat zal ik jou eens uitleggen.

Ik heb dit landgoed jarenlang beheerd en je netjes geld gestuurd.

En je hebt me niet een keer bedankt. 50 pond per jaar was wat ik kreeg.

Ik heb nooit opslag gekregen. - Daar was ik me niet van bewust.

Ik ben geen man van de praktijk. Je had jezelf opslag kunnen geven.

Ik had je kunnen bestelen, bedoel je. Door m'n eerlijkheid ben ik nu arm.

Ieuan, je maakt iedereen overstuur. - Laat me met rust.

25 jaar lang hebben m'n moeder en ik hier als een stel mollen gewoond.

Oom Ieuan, alstublieft. - We hadden het alleen maar over jou.

We bewonderden je werk en spraken enkel over jou. We waren vol ontzag.

We hebben onze ogen verpest met het lezen van boeken en artikelen...

die ik nu alleen nog maar minacht. - Wat wil je toch ?

Ik heb ze allemaal uit m'n hoofd geleerd, maar nu doorzie ik je.

Je schrijft over kunst, maar je snapt er niks van. Het is allemaal bagger.

Je hebt m'n leven verpest. - Kan iemand hem kalmeren ?

Hou hiermee op. - Ik ben nog niet klaar.

Je hebt m'n leven vergald.

Ik heb de beste jaren van m'n leven vergooid omwille van jou.

Godallemachtig.

Wat wil je nou eigenlijk zeggen ? - Je bent m'n grootste vijand.

Hoe durf je ?

Van mij mag je dit landgoed hebben. Ik hoef het niet.

Ik kan er niet meer tegen.

Ik kan net zo goed dood zijn. Ik was een talentvolle knaap.

Ik had een Schopenhauer kunnen zijn, een Dostojevski, 'n Charles Dickens.

Wat zeg ik nou ? Ik word gek.

Hij is krankzinnig.

Ik weet wat me te doen staat.

Wat een hel.

Hij is duidelijk gek.

Kan iemand hem wegsturen ? Anders ga ik weg.

We gaan vanavond weg. - Ik blijf hier niet met hem.

We gaan vanavond weg. Ga voorbereidingen treffen.

We zijn zo ongelukkig. Heb begrip. - Ga alsjeblieft met hem praten.

Ik zal het proberen. Ik beschuldig hem nergens van. Ik ben niet boos.

Help. - Waar is hij ?

Oom Ieuan en ik zaten avond na avond uw boeken te lezen.

We hebben nooit vakantie gehad, we hebben nooit geld gehad.

Ik zal zien wat ik kan doen.

Aan de kant.

Aan de Kant. Nu meteen.

Je hebt m'n leven vergald.

Wat is er aan de hand ?

Hij is gek geworden.

Ik ben een oude man. - Hij is oud. Doe het niet.

Laat me los. Blathwaite. Laat me los.

Ik kom er aan. Waar ben je ? - hier beneden. In de kelder.

Ik heb het geweer verstopt. - Niet zo luid praten.

Ik krijg geen lucht.

Dit huis is een nachtmerrie. Een levende hel in Wales.

Laat me met rust. Ga weg. - Met alles plezier.

Maar je hebt iets van mij. - Niet waar.

Hou toch op. Ik wil hier weg. - Ik heb niks van jou.

Goed, dan wacht ik nog wel even.

Ik heb mezelf compleet belachelijk gemaakt.

Ik heb twee keer gevuurd en beide keren gemist.

Waarom schiet je jezelf niet dood ? - Het is vreemd.

Ik heb bijna iemand vermoord en ik ben niet eens opgepakt.

Ze moeten dus wel denken dat ik gek ben.

Ik, gek.

Terwijl domheid en gevoelloosheid schuilgaan...

onder de mantel van ons geleerde orakel: Herr Professor.

Zij zijn niet gek, welnee.

En vrouwen die hun oude echtgenoot bedriegen, zijn ook niet gek.

Ik heb gezien dat je haar kuste. - Ja, ik heb haar gekust. Nou en ?

Ze gaan naar Cheltenham. - Maar goed ook.

Ze nemen niet veel mee. Maar ze hoorden hier ook niet.

Ik kan niet zeggen dat ik het erg vind. Al dat lawaai.

En wat die schietpartij betreft...

Ik zal blij zijn als alles weer wordt zoals vroeger.

Ontbijt om acht uur, de lunch om een uur, en 's avonds het diner.

Alles op de juiste plaats en de juiste tijd.

Ik heb al zo lang geen lekkere kom soep gehad.

In geen tijden.

Stuur de rest maar na. - Dat zal ik doen.

Ik weet niet wat hem mankeert. - Hij is krankzinnig.

Hij komt uit Wales.

Ik ben nu 56. Ik kan wel 70 worden.

Dat zijn nog 14 jaren. Een eeuwigheid.

Hoe moet ik die tijd doorkomen ?

Ging het maar anders in het leven.

Werd ik op een dag maar wakker en kon ik maar opnieuw beginnen.

Helemaal opnieuw.

Het verleden vergeten. Weggewaaid als rook.

Hoe kan ik opnieuw beginnen ?

Dat kan niemand. Hoe wou je dat doen ?

Je hebt een fles morfine van me gejat.

Geef terug. Straks denken ze dat ik het je heb gegeven.

En dan mag ik je lijk onderzoeken. Denk je dat dat leuk is ?

Je oom heeft een fles morfine gestolen en hij geeft 'm niet terug.

kan jij het aan hem vragen ? Ik wil hier weg.

Heb je morfine gestolen ? - Natuurlijk heeft hij dat.

Geef terug.

Waarom maakt u ons zo bang ? Alsjeblieft, oom.

Ik ben net zo ongelukkig als u, maar ik geef het ook niet op.

Omdat Gods wil, Ieuan. - Vermant u zich. Kop op.

Alsjeblieft.

Nu moeten we onmiddellijk aan het werk.

Ga je even met Alexander praten ? Hij wil je iets zeggen.

Vooruit, oom. Jullie moeten het goedmaken. Ik ga wel met u mee.

Nu al ?

Jij zou ook weggaan. - Ik ben onderweg. Was je bang ?

Kom naar mijn huis. - Nee, alles is al geregeld.

Anders had ik je niet meer kunnen aankijken.

Ik wil dat je me respecteert. - Alsjeblieft, blijf toch.

Je hebt niks te verliezen. Je hebt geen doel.

Op een dag zul je je laten gaan. Waarom doe je het niet hier ?

Het is hier po�tisch. Het is een mooie augustus.

Hier zijn bossen en bomen en plattelandshuisjes.

Je bent een boeiende en originele man.

Ik was een beetje verliefd op je.

Maar laten we als vrienden uit elkaar gaan.

Wees niet boos op me. - Je bent een vreemde vrouw.

Toen jij hier kwam, hield iedereen op met werken...

om de hele maand augustus aan jou te wijden.

Je hebt ons besmet met je luiheid.

Ik heb niks gedaan. Mensen zijn ziek en sterven, maar jij...

Als je was gebleven, was de verwoesting compleet geweest.

Ik zou de vernieling zijn ingegaan en jij...

Finita la comedia.

Ik neem dit mee als aandenken aan jou.

Ik wens je alles geluk.

Voor deze ene keer laat ik me gaan.

Ik moet gaan.

Finita.

Laten we het verleden vergeten.

Na wat ik de afgelopen paar uur heb meegemaakt...

ga ik iets schrijven voor het nageslacht.

"Zoals Men Dient te Leven."

Ik aanvaard je excuses en hoop dat je de mijne aanvaardt.

We zullen weer geld overmaken. Alles wordt weer zoals het was.

Stuur me een foto van je. Je weet hoe dierbaar je me bent.

Dag, professor. Vergeet ons niet. - Ik bewonder je manier van denken.

En ik zal jullie edelmoedigheid missen.

Maar gun een oude man nog een woord van afscheid.

Jullie moeten weer aan het werk gaan. Ga aan de slag.

Ik zal een essay schrijven: "Zoals Men Dient te Leven."

Ik stuur jullie allemaal een exemplaar.

Lieve Ieuan...

vergeef me alsjeblieft.

We zullen elkaar nooit meer zien.

Vaarwel.

Lieve, lieve Ieuan.

Ga je hem niet uitzwaaien ? - Nee, laat ze maar gaan.

Het wordt een mooie avond, denk je niet ?

Aan de slag dan maar.

Zo, die zijn weg.

Inderdaad, oom. Laten we aan het werk gaan.

We hebben zo lang niet samen aan deze tafel gezeten.

Jammer dat ze weg zijn.

Ze zijn weg.

We moeten rekeningen gaan betalen. We lopen achter.

Mr. Jones vroeg me vanmorgen om z'n geld. Edwin Jones.

Pak uw pen, oom.

Laten we er allebei eentje doen.

Op rekening van Edwin Jones...

Het was een lange dag.

Wat is het stil. Ze zijn weg.

Ik wil niet weg.

Dokter Llyod, uw wagen staat klaar.

Rest mij nog afscheid van jullie te nemen.

Een somma van vijftien pond en twee shilling...

Wanneer zien we u weer ? - Deze herfst niet meer.

Bedankt voor alles maaltijden en voor jullie gastvrijheid. Dag, Gwenny.

Wilt u een kop. thee ? - Nee, dank u.

Een glaasje whisky ? - Misschien.

Wat moet het heet zijn in Afrika.

Het is er vast bloedheet. Verschrikkelijk.

Ik kom er zelf wel uit. - Ik loop met u mee.

Bel maar als je me nodig hebt. - Zal ik doen.

Vaarwel, dokter.

Ik heb zo'n pijn in m'n hart.

Als je eens wist hoeveel pijn ik heb.

Er is niets aan te doen, oom. We moeten door.

En dat zullen we doen. We zullen doorgaan.

U en ik, lieve oom Ieuan.

We zullen een leven leiden vol van vrolijkheid en schoonheid.

We zullen bijna lachend terugkijken op deze ongelukkige tijd.

We zullen rust vinden. Dat geloof ik, oom.

Dat geloof ik echt.

Arme oom Ieuan. U hebt nooit geluk gekend, nietwaar ?

Maar wacht, oom. Wacht maar.

We zullen rust vinden. We zullen rust vinden.

Nederlandse ondertiteling bewerkt door : Spearman.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.