Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranรฎ)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
De vrouw van de agent
Begin hoofdstuk 1
Einde hoofdstuk 1
Begin hoofdstuk 2
Einde hoofdstuk 2
Begin hoofdstuk 3
Einde hoofdstuk 3
Begin hoofdstuk 4
Heb je de paashaas al gezien?
Dan moet je maar eens kijken.
Ik heb 'm net gezien. - Waar dan?
Hij is die kant op gehuppeld. - Is hij die kant op gehuppeld?
Daar.
Dan is ie nu daar.
Ik denk dat ik iets zie.
Ik denk dat ik ook iets zie. - Waar?
IK ben sneller.
Kruipen hazen niet graag door boomstronken.
Help.
Einde hoofdstuk 4
Begin hoofdstuk 5
Ik heb 'm niet gezien. - Ik kom zo terug.
Hij leeft nog.
Gewonden? - Geloof van niet.
Hallo Kalle, 23 hier. Er is een hert aangereden, geen gewonden.
Kun je de jachtwachter bellen?
Kan die auto nog rijden? - Kijk ik zo na.
We zorgen voor een sleepwagen.
Wagen 23, geen gehoor.
Bel jij de boswachter even?
Neemt niet op.
Goed, ik doe het wel.
Aan de kant, alstublieft.
Aan de kant, alstublieft.
Einde hoofdstuk 5
Begin hoofdstuk 6
Gewonnen.
Ja, sorry, hoor.
Kom hier.
Met alle trucs de kast.
Ja, goed.
Einde hoofdstuk 6
Begin hoofdstuk 7
Eenden en vogels leven voor altijd.
Die leven voor altijd.
Hoezo leven ze altijd? - De vogels en eenden.
O, je bedoelt... - En de kikkers.
Ja, de kikkers ook. Heb je er al ๏ฟฝ๏ฟฝn gezien?
Heb je het vogelhuisje gezien? - Ja.
Waar?
Daarboven? Heb je er vogels in gezien?
Geen vogels? - Alleen de mama- en papavogel.
En de baby-vogels, de baby-vogels.
De baby-vogels ook. De kleine kuikens.
Die komen uit de buik van de moeder.
Dan zijn ze mini-klein. - Net zo klein als jij.
Zo klein zijn ze dan. - Ja.
Kun je ze zien?
Als je heel stil bent, zie je veel dieren.
Ik zie een regenworm. - Waar?
Daar.
Kijk, hij danst. - Hij danst.
Een worm kan toch niet dansen. - Waarom niet?
Hier is de grens. Verder mag je niet.
Hier is de grens.
Als je een gaatje maakt, kan hij erin.
We maken een gaatje voor de regenworm.
Kijk daar links eens. Er zitten vissen in het water.
Roep de vissen maar. - Die komen niet, die zijn in het zuiden.
Einde hoofdstuk 7
Begin hoofdstuk 8
Smaakt super.
Ja?
Vind jij het ook lekker?
Dat zie je wel.
Wat hebben jullie vanochtend gedaan?
Ik heb Hob appels gebracht.
Wie? - Hob.
Hob.
Hob?
Wie is Hob dan?
Hij woont in onze tuin.
In onze muur. - Woont hij in onze muur?
En hoe ziet Hob eruit?
Hij ziet er grijs uit. - Grijs? Heeft hij haren?
Of is hij kaal? - Hij is kaal.
Is Hob dan al zo oud?
Ik dacht dat hij lange haren had. - Een beetje langer.
Een beetje langer? - Tot hier.
Woont hij alleen in z'n hol?
Maar wel met vrienden. In z'n hol.
Wat heeft hij voor vrienden? - Een spin.
En een mier.
Weet je wat hij het liefste eet?
Spaghetti? - Noten.
Noten.
Hazelnoten?
Walnoten. - Walnoten.
En is Hob snel of langzaam?
Langzaam.
Hij zit altijd maar wat te treuzelen.
Hij treuzelt altijd een beetje.
Einde hoofdstuk 8
Begin hoofdstuk 9
Je kunt me toch niet zomaar laten zitten als een klein kind.
Ik heb je overal gezocht in het hele huis.
Kon je niet even opstaan en welterusten zeggen?
Zodat ik weet waar je bent.
Zodat ik weet waar je bent.
Is dat teveel gevraagd?
Einde hoofdstuk 9
Begin hoofdstuk 10
Opstaan.
Lieverd.
Opstaan.
Ik wil slapen.
Nee, je moet opstaan.
Wakker worden.
Iemand is nog heel moe, h๏ฟฝ.
Toe, trek je pyjama uit.
Zo. Kom.
Einde hoofdstuk 10
Begin hoofdstuk 11
Sint Maarten reed door sneeuw en wind
Zijn ros droeg hem voort gezwind
Sint Maarten reed in goede moed
Zijn mantel bedekte hem warm en goed
In de sneeuw zat, in de sneeuw zat
in de sneeuw zat een arme man
Hij had geen kleren, maar lompen aan
O, help mij toch in mijn nood
anders is de vorst mijn dood
Sint Maarten, Sint Maarten
Sint Maarten geeft zijn manteldeel
Sint Maarten, Sint Maarten
Sint Maarten geeft de helft stil
en als de bedelaar hem bedanken wil
rijdt Sint Maarten weg met zijn manteldeel.
Einde hoofdstuk 11
Begin hoofdstuk 12
Einde hoofdstuk 12
Begin hoofdstuk 13
Einde hoofdstuk 13
Begin hoofdstuk 14
Zo...
Regenwormen.
Ze komen naar boven.
Kijk.
We maken hier nog een gat.
Kijk eens.
Kijk eens hoeveel het er zijn.
Zoveel.
Die zien er ook mooi uit.
Een beetje nat maken.
Die tegel moet gewassen worden.
Die was echt heel vies.
Dan moet je 'm wassen.
Gewassen.
Eentje gewassen.
Allemaal gewassen. - Ze zien er mooi uit.
Die kunnen we weer neerleggen. - De tegels?
Nee, hoe moeten de planten dan groeien?
Dan moeten we het open laten. - Natuurlijk.
De bloemen groeien. - Moet het altijd open?
Ja, het is toch een tuin.
Zullen we kijken hoe het groeit?
Dat duurt lang. - Duurt dat lang?
Beslist drie, of vier, of vijf uur.
Niet zo hard.
Einde hoofdstuk 14
Begin hoofdstuk 15
Einde hoofdstuk 15
Begin hoofdstuk 16
...uit Nederland knokt om elke meter.
Hij is veel sterker dan in de eerste manche.
69 meter voor hem.
Daarmee blijft hij achter Ghostbuster 1.
Dat is toch ongelooflijk.
Een full pull. 102,99 meter.
Ja, dat was fantastisch.
Hij is door de deur gegaan.
Camera's bij de hand hier is de volgende:
Landy Dirk Feenstra.
Hij zit op z'n turbine.
Die maakt 33500 roeren en heeft 1500 PK.
Een zelfbouwmachine op kerosine.
Helemaal te gek.
Full pull.
En hij komt ook in de finale.
Hij zit erbij.
Landy.
Einde hoofdstuk 16
Begin hoofdstuk 17
Wacht, ik help je.
Het is vandaag zo'n mooie dag
Hoe gaat het ook weer?
Het is vandaag zo'n mooie dag
Het is vandaag zo'n mooie dag
En ik ben sterk
sterk, sterk
sterk als een tijger
En groot, groot, groot als een giraf
En ik spring
spring, spring, spring
spring, spring, spring
En ik zwem, zwem, zwem
En Hob.
Ik neem je bij de hand want ik vind je leuk
En het is zo'n mooie dag vandaag
En het is zo'n mooie dag vandaag
En het is zo'n mooie dag vandaag
Waar is papa? - Papa is werken.
Zullen we gaan slapen? - Ja.
Ja, dan doen we het licht uit.
Die druk je uit.
Wacht.
Kijk eens wat ik heb gedroomd.
Kijk eens.
We hebben het beiden gedroomd. - Ja.
We hebben het beiden gedroomd.
We hebben het beiden gedroomd.
Einde hoofdstuk 17
Begin hoofdstuk 18
Hij heeft het al opgegeten.
Hij heeft alles opgegeten.
Wat heeft hij een honger, zeg.
Al weer weg.
Hob eet het allemaal op.
Met onweer is hij altijd heel hongerig.
Vooral bij onweer?
Ben je bang? Dat is niet nodig. Het is nog heel ver weg.
Het is nog ver weg en nog lang niet bij ons.
Ik ben bang.
Denk je dat Hob ook bang is?
Einde hoofdstuk 18
Begin hoofdstuk 19
Einde hoofdstuk 19
Begin hoofdstuk 20
Toe, maak papa maar makker.
Toe, doe het maar.
Toe maar.
Clara?
Zullen we het samen doen? Roep maar: papa.
Ik wil papa niet wakker maken.
Toe maar. Kom.
Kom maar.
Papa.
Kalle heeft me dronken gevoerd.
Hallo, hallo... Au.
Prikte hij? Prikt papa?
Toe maar.
Papa, kijk eens.
Kijk toch.
Blaas de kaars uit.
Happy birthday lieve papa.
Papa is nog niet helemaal goed wakker.
Echt waar.
Hij heeft niet eens naar de boot gekeken.
Hij kijkt er zo naar. En dan vindt hij 'm erg mooi.
Hij was nog niet goed wakker.
Echt waar.
Hij is erg mooi.
Papa moet nog even slapen. - Papa, kijk toch.
Je hebt nog niet naar de boot gekeken.
Je hebt nog niet naar de boot gekeken.
Uwe?
Hoe laat is het dan?
Acht uur. Je hebt nog tijd.
Waarom heb je me dan gewekt?
Clara wilde voor je verjaardag zingen.
Het is al goed.
Ik ga naar de keuken.
Feliciteer jij me niet?
Hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag.
Mijn verjaardag, mijn verjaardag.
Mijn verjaardag.
Mijn verjaardag.
Mijn verjaardag.
Clara is daar toch. - Mijn verjaardag.
Het is mijn verjaardag.
Het is mijn verjaardag, mijn verjaardag.
Mijn verjaardag.
Mijn verjaardag.
Einde hoofdstuk 20
Begin hoofdstuk 21
Einde hoofdstuk 21
Begin hoofdstuk 22
in zee zwommen twee kleine visjes
De ene zei: ik kan niet meer
Ik zwem liever in mijn kleine blauwe vijver
in zee zwemmen haaien die me kunnen opeten
in zee zwem! Een klein visje
Hij zegt tegen zichzelf: ik kan niet meer
ik zwem liever in mijn kleine blauwe vijver
in zee zwemmen haaien die me kunnen opeten
Einde hoofdstuk 22
Begin hoofdstuk 23
Einde hoofdstuk 23
Begin hoofdstuk 24
Toe maar.
Wacht.
Vooruit, ophouden. - Toe nou.
Die moet centrifugeren. - Hij is al klaar.
Zet je 'm nu uit?
Je moet nog spoelen.
Stop, hou op.
Hou op.
Hou op.
Hou op.
Vrede, vrede, toe.
Goed, ik hou op. Beloofd.
Ik geloof dat Clara huilt.
Onzin.
Nee, echt. Hou op, hou op. Ze had echt geroepen.
Jij mag opruimen.
Einde hoofdstuk 24
Begin hoofdstuk 25
Ik wil m'n pyjamabroek uit. - Waarom?
Omdat de beer de andere dieren slaat.
Omdat de beer zo sterk en gemeen is.
Omdat hij zo sterk is.
En gemeen.
Omdat hij sterk is, hoeft hij niet gemeen te zijn.
Kijk eens.
Hallo, beer. Ik ben de vos.
Ben je gemeen omdat je zo sterk bent?
Ik ben alleen zo sterk..
Omdat m'n huid zo zwaar en dik is.
Daarom moet ik zo sterk zijn.
O, dat klinkt heel logisch.
Dat klopt. - Ja, dat klopt.
Ze zijn allemaal bang voor me. Clara ook.
Omdat ik gemeen ben en andere dieren zou slaan. Dat is niet zo.
Dat is niet waar. - We denken dat omdat je zo sterk bent.
Het paard. Wat doe jij hier, paard?
Ben je ook bang voor me?
Ben je ook bang? - Hij heeft de beer gebeten.
Waarom heb je me gebeten?
Je moet lief voor me zijn.
Vind Clara me nu ook lief?
Zeg je de beer welterusten.
Welterusten. - En de vos?
Welterusten. - En het hert.
Welterusten.
Einde hoofdstuk 25
Begin hoofdstuk 26
Einde hoofdstuk 26
Begin hoofdstuk 27
Einde hoofdstuk 27
Begin hoofdstuk 28
Ga dan weg.
Ik ben niets zonder jou.
Jij bent de basis waar ik op bouw
Je maakt me kapot. Ik ben niets zonder jou.
Je bent mijn basis. Je maakt me kapot.
Hou op.
Ga maar weer slapen, Clara.
Oogjes toe.
Einde hoofdstuk 28
Begin hoofdstuk 29
Einde hoofdstuk 29
Begin hoofdstuk 30
Mama.
Mama.
Mama.
Mama, er zitten mieren in m'n bed.
Mama.
Mama.
Mama.
Mama.
Wat is er? - Er zijn mieren.
Waar?
Hier.
Jeukt het daar?
Hier ook.
Hier en daar.
Wil je bij mama?
Weetje waarom het onder je huid zo jeukt?
Geef me je hand.
Kijk, daar zitten heel veel adertjes.
Zie je die kleine blauwe lijntjes?
Ze lopen door je hele lichaam onder je huid door.
Daar heb je ook een kleintje.
Weet je wat daardoor stroomt? Je bloed.
Het bloed neemt de lucht mee die je ademt.
En het neemt al het eten mee dat je in je maag hebt kleingemaakt.
En daarom klopt het onder je huid.
Het kriebelt zo...
omdat het bloed erdoor stroomt.
Daarom kriebelt het onder je huid.
Wacht, ik zal je iets laten zien.
Als je hier twee vingers oplegt...
en heel stil houdt, dan voel je het kloppen.
Klopt het? Voel je hoe het klopt?
Dat kriebelt onder je huid. Daarom had het zo gekriebeld.
Er waren geen mieren. Het was je bloed.
Einde hoofdstuk 30
Begin hoofdstuk 31
Die kant op.
Wagen 4 hier.
Klaus, weet iemand waar Christine is? Ze is haar sleutel vergeten.
Uwe, ik kan geen priv๏ฟฝzoekacties laten doen.
Weet ik. Ik moet weten waar ze is.
Ze is haar sleutel vergeten. Ik moet weten waar ze is.
Is alles in orde bij je?
Wagen 35, bij de bakker.
Dank je.
Einde hoofdstuk 31
Begin hoofdstuk 32
Einde hoofdstuk 32
Begin hoofdstuk 33
Ja, nu. Ja.
Nog eens.
Einde hoofdstuk 33
Begin hoofdstuk 34
Die zijn mooi gegroeid. En behoorlijk groot.
En er zijn ook veel kleintjes.
En daar is nog een kleinere. - Precies.
En er staat ook wat onkruid tussen.
Als je het harkt, maak je de aarde los.
Dan stroomt het water er makkelijker in.
Kijk, deze is eruit gerukt. Die planten we snel weer terug.
Kan ik nu gieten?
Wanneer kunnen we gieten?
Ga de gieter maar halen.
Voorzichtig, anders gaat ie kapot.
Einde hoofdstuk 34
Begin hoofdstuk 35
Ga maar slapen.
Ga slapen, Clara.
Ik wil het met papa goedmaken.
Ik wil het met papa goedmaken.
Kom, dan gaan we erheen.
Ik wil het goedmaken.
Ik wil het vandaag niet goedmaken. - Ik wil het goedmaken.
Ga naar bed.
Papa komt straks.
Clara.
Ik ben slecht. - Je bent niet slecht.
Jawel. - Niet waar.
Jawel. - Niet waar.
Jawel.
Ik ben slecht. - Je bent niet slecht.
Wel waar. - Nee.
Wel.
Ik ben slecht. - Dat ben je niet.
Wel waar.
Kom, ga slapen, Clara.
Ga maar slapen, dan haal ik papa. OK?
Clara kan niet slapen.
Ga haar troosten.
Ik kan ook niet slapen. - Ik heb het beloofd.
Dat beslis jij toch niet. - Toch wel.
Ik zeg je, Christine... - Ga naar je dochter. Ze houdt van je.
Doe dat nog eens.
Doe dat nog een keertje.
Kunnen we het goedmaken?
Ja, natuurlijk.
Kun je een verhaaltje voorlezen?
...en vroeg hem om mee te rijden.
Kun je de deur dichtdoen?
Einde hoofdstuk 35
Begin hoofdstuk 36
Kunnen we het zwaailicht aanzetten?
Het is te luid.
Te luid?
Kunnen we het zwaailicht nog eens aandoen?
Nu is het te luid.
Waar is je ijsje?
Weg. Het is gevallen.
Niets vertellen over het zwaailicht, h๏ฟฝ?
Einde hoofdstuk 36
Begin hoofdstuk 37
En ik vlieg, vlieg als een vlieger
En ik ben sterk, sterk, sterk als een tijger
En zo groot, groot, groot als een giraf
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
Omdat ik je mag
Einde hoofdstuk 37
Begin hoofdstuk 38
Einde hoofdstuk 38
Begin hoofdstuk 39
Einde hoofdstuk 39
Begin hoofdstuk 40
Clara?
Einde hoofdstuk 40
Begin hoofdstuk 41
Einde hoofdstuk 41
Begin hoofdstuk 42
Einde hoofdstuk 42
Begin hoofdstuk 43
Einde hoofdstuk 43
Begin hoofdstuk 44
Einde hoofdstuk 44
Begin hoofdstuk 45
Dat was gemeen.
Die koeien moeten naar ons.
Die koeien moeten naar ons.
Op 2 drukken.
Mama, je stinkt.
Ik zei het toch.
Dat zei ik toch.
O, O, en nu vol gas.
Toe maar. Vol gas.
Zo, toe maar.
Gecrasht. - Gecrasht. We reden rechtuit.
In het water. We plonsen in het water.
En snel, snel. Naar links.
Ik wilde achteruit rijden. - We hebben zo een zwemband nodig.
Ze gaat weer weg.
Eerste. - Mama gaat weer weg.
Ja, naar bed of zo.
Die ging die kant op.
Ze stinkt echt.
Christine, in huis wordt niet gerookt.
In huis wordt niet gerookt.
In huis wordt niet gerookt.
Kom eens hier.
Kom, ik zal je iets vertellen. Kom.
Kom, ik wil je iets vertellen.
Kom.
Knijp me naar.
Vooruit, wil je me knijpen? Ja?
Harder, harder, harder.
Doet dat pijn? - Nee, dat doet niet pijn.
Mama heeft een ziekte. Als je haar knijpt...
of als ze zich stoot, dan heeft ze een blauwe plek.
Of een gele of groene.
Knijp me nog eens. Precies zo.
Je krijgt geen blauwe plek en papa ook niet.
Maar mama krijgt zo'n grote blauwe plek.
Of groen of geel.
Dat is door de ziekte die mama heeft.
En stinkt ze daarom ook? - Precies, daarom stinkt mama ook.
Door die ziekte heeft mama van die vlekken.
Einde hoofdstuk 45
Begin hoofdstuk 46
Einde hoofdstuk 46
Begin hoofdstuk 47
Doornroosje was een mooi kind
mooi kind, mooi kind
Doornroosje was een mooi kind
mooi kind
Toen kwam de boze fee binnen
fee binnen, fee binnen
Toen kwam de boze fee binnen
fee binnen
Toen kwam
Doornroosje, je moet...
...sterven, sterven
Doornroosje, je moet sterven, sterven
Toen kwam de goede fee binnen
fee binnen, fee binnen
Toen kwam de goede fee binnen
fee binnen en zei tot haar
Doornroosje! Je moet slapen
slapen, slapen
Doornroosje, je moet slapen, 100 jaar
Toen groeide de heg reuzegroot
reuzegroot, reuzegroot
Toen groeide de heg reuzegroot reuzegroot
Toen kwam er een jonge prins voorbij
prins voorbij, prins voorbij
Toen kwam de jonge prins voorbij
op zijn paard
Toen vierden zij het bruiloftsfeest
bruiloftsfeest, bruiloftsfeest
Toen vierden zij het bruiloftsfeest
bruiloftsfeest
En iedereen vierde het feest mee
vierde mee, vierde mee
En iedereen vierde het feest mee, vierde mee
En als ze nog niet dood zijn
dood zijn, dood zijn
En als ze nog niet dood zijn
dan leven ze nu nog
Einde hoofdstuk 47
Begin hoofdstuk 48
Jij.
Kijk maar. - OK.
Heb je het herkend?
Ik heb net die draai gemaakt.
Laat eens zien. Ik heb het niet gezien.
Goed zo.
Nog een keer?
Dat was anderhalve draai.
Nog een keer?
Twee draaien. Twee draaien
Nog een keer? - Ja.
Twee. - Nog een keer?
Ja.
Nu, nu... - Twee.
En nu? - Twee en half.
Drie.
Drie, drie.
Geweldig.
We kunnen nog eens onder water zingen.
Ik kan dat. Goed.
Einde hoofdstuk 48
Begin hoofdstuk 49
Einde hoofdstuk 49
Begin hoofdstuk 50
Kom, we gaan daarheen.
En nu?
Vanaf hier?
Je mag dichterbij als je wilt.
De vos.
Laat haar toch slapen.
Clara, ik heb de vos gezien.
Wakker worden. Ik heb de vos gezien.
Zie je 'm?
Nee. - Nee?
De vos.
De vos.
Zie je 'm?
En nu weer naar bed. OK?
Welterusten.
Welterusten.
Einde hoofdstuk 50
Begin hoofdstuk 51
Einde hoofdstuk 51
Begin hoofdstuk 52
Einde hoofdstuk 52
Begin hoofdstuk 53
Wakker worden, lieverd.
Opstaan.
Wakker worden.
Clara.
Goedemorgen.
Opstaan.
Kleine Clara, h๏ฟฝ!
Opstaan.
Goedemorgen.
Opstaan.
Ja, opstaan.
Kom maar.
Iemand is nog heel moe, h๏ฟฝ?
Goedemorgen.
Kom maar.
Einde hoofdstuk 53
Begin hoofdstuk 54
Hallo.
Ik heb een fruitsalade gemaakt.
Nee, dank je.
Dan eet ik 'm zelf op.
Ik ga naar bed.
Kun je wat zachter kauwen?
Dit is echt niet uit te houden. - Wat niet?
Hoe je zo zachtjes kauwt. Te zacht.
Ga maar vast. Ik blijf nog even.
Ik kan toch ook op de bank blijven zitten.
Of niet?
Ik ben er voor je.
Ik ben er al jaren voor je.
Dan kan ik toch op mijn bank blijven zitten.
Ik wil niet dat je er voor me bent.
Ik ben er altijd voor je.
Ik ben er voor jou.
Ik ben er voor jou.
Het spijt me. Het spijt me echt.
Hou op met grienen, anders ga ik.
Hou op.
Hou op, anders ga ik.
Ga dan. Ga eindelijk.
Hou op. - Ga weg.
Ga weg. - Hou op.
Ga weg. - Hou nu op.
Ga eindelijk weg. Ga weg. - Dan doe ik het ook.
Nee, zo heb ik het niet bedoeld.
Alsjeblieft, zo heb ik het niet bedoeld.
Ik heb het niet zo bedoeld.
Alsjeblieft.
Blijf, alsjeblieft.
Alsjeblieft.
Het is al goed.
Alsjeblieft. - Het is al goed. Het is goed.
Hou op. Het is al goed.
Christine, het is al goed.
Ik haal het dekbed.
Christine?
Christine, het is goed zo.
Hou ermee op. Het is goed zo.
Het is goed zo. Donder nu op.
Ik hou van je.
Je bent toch goed, je bent toch goed.
Ik, ik, ik, ik, ik, ik, ik...
ik, ik, ik, ik, ik, ik, ik...
ik, ik, ik, ik, ik, ik, ik.
Mama, ik kan niet slapen.
Einde hoofdstuk 54
Begin hoofdstuk 55
Einde hoofdstuk 55
Begin hoofdstuk 56
En ik vlieg, vlieg, vlieg als een vlieger
En ik spring, spring, spring als een tijger
Het is zo'n mooie dag vandaag
Zo'n mooie dag
En ik ben sterk, sterk, sterk als een tijger
En zo groot, groot, groot als een giraf
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
En ik zwem, zwem, zwem
zwem, zwem
Het is zo'n mooie dag vandaag
En ik vlieg, vlieg, vlieg als een vogel
En ik spring...
En ik ben groot, groot, groot als een giraf
Het is zo'n mooie dag
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
En ik ben groot, groot, groot...
...als een tijger en zo sterk, sterk...
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
Het is zo'n mooie dag vandaag
En ik ben sterk, sterk, sterk...
als een tijger, en groot
als een giraf
En ik ben
naar jou
Zo'n mooie dag
Einde hoofdstuk 56
Begin hoofdstuk 57
Einde hoofdstuk 57
Begin hoofdstuk 58
Einde hoofdstuk 58
Begin hoofdstuk 59
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.