Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
DE JACHT NAAR DE SCHAT
Goedemorgen, Calorio.
Goedemorgen, meneer. Heeft u lekker gezwommen?
Wat leest u deze keer? - 'De oude man en de zee.'
Maar deze slechte vertaling mag zo in zee. Arme Hemingway.
U mag de mijne lezen. - Graag.
Drinkt u een glaasje wijn met me?
Zo vroeg op de ochtend?
Ach, jullie jongelui. - Was het maar waar.
Het is koeler 's nachts. Wilt u nog een deken?
Dat hoeft niet. Ik woon hier als een vorst.
Echt niet? - Heus, ik meen het.
In de kajuit heb ik alles wat ik nodig heb.
Dan ga ik maar.
Fijne dag nog. En tot ziens.
Wat is er gebeurd, Fazio? - Een nieuw spandoek bij de Palmisano's.
Wie zijn die Palmisano's dan?
Weet u dat niet meer? - Nee.
Gregorio en Caterina, broer en zus van rond de zeventig.
Ze sluiten zich op en willen niemand zien.
Ze hangen vreemde teksten op en dit is hun laatste spandoek.
Jullie zullen je zonden met je leven betalen.
Toon berouw, Montalbano.
Er valt niets te lachen, Mimì. - Die oudjes doen geen kwaad.
Van één naar drie uitroeptekens. De zondaars krijgen een deadline.
Dit kan de laatste waarschuwing zijn.
Wie zijn die zondaars eigenlijk? - Ben je de catechismus vergeten?
Wij allen zijn de zondaars.
Heeft Palmisano een wapen? - Ja, een revolver.
En z'n vader had een jachtgeweer en een pistool.
Dit bevalt me helemaal niet. Ga jij een kijkje nemen.
En ik dan? - Jij moet berouw tonen.
Tot later.
Meneer Palmisano?
Doe open, mevrouw.
Wie is daar? - Politie, opendoen.
Ik doe niet open.
Ik vraag het niet. U moet opendoen, en nu meteen.
Ga weg, smeris. Dat is beter voor je.
Ga niet m'n tijd verdoen...
Die man schiet echt.
Ik moest even gaan kijken.
Weg iedereen. Het is gevaarlijk.
Ik zei: het is gevaarlijk. Weg allemaal.
Bukken.
Rustig blijven, achteruit.
Luister goed wat ik zeg.
Ik ga naar boven. Als hij naar buiten komt en schiet... Maar alleen dan, Galluzzo.
Dek me dan, maar raak hem niet. Jaag hem weer naar binnen.
Daarna kom jij ook, Fazio.
Klaar?
Klaar. - Ik ga.
Blijf laag, Fazio.
Wat is dit voor oord?
Neem jij die kant.
Ik neem deze.
Kom uit dat bed.
Hoor je me? Ik praat tegen je.
Maak me nou niet boos.
Opstaan.
Je hebt m'n door God gegeven bruid ontheiligd.
Geef hier dat pistool.
Je zult berouw krijgen.
God zal je straffen. - Houd op of ik schiet.
Doorlopen.
Wat is er? - Niets. We hebben de zus.
Heb jij geschoten? - Nee, zij schoot.
Kom mee. Jullie zijn een schietgrage familie, hè? Spada...
Sla hem in de boeien en neem hem mee.
Ik vervloek je. Je zult levend branden. - Ik spreek je nog.
Moeten ze meteen naar het gekkenhuis? - Dat zien we wel op het bureau.
Fazio, neem deze mee. - En u?
Ik kijk even rond. - Ik ook.
Nee, stuur Jacomuzzi om alles te doorzoeken.
Doe ik.
Bravo, commissaris. - Zijn we in het theater?
U was fantastisch, zo atletisch en snel.
Een circusacrobaat. Beter dan in de film. U was op TV.
Ik? - En Fazio.
Maar u was beter op die brandladder.
U deed me denken aan de filmster Broese, hoe heet ie?
Bruce Willis. - Precies.
Dank je wel. Rustig nu maar.
Hoe is het vergaan met de Palmisano's? - De aanklacht is niet mals.
Verzet en meerdere pogingen tot moord.
Waar zitten ze? - Onder toezicht in een kliniek.
Is dat niet overdreven? - Niet na wat zij een verpleger aandeed.
Ze sloeg hem met een stoel op z'n hoofd, omdat hij er Arabisch uitzag.
Daarom zag ze hem als vijand van God.
Drie maal drie is geen drieëndertig en zes maal zes geen zesenzestig.
De som hier van geeft een ander totaal.
Tel daar je jaren bij op en het raadsel klopt. Wat is dit?
Hallo, Salvo. Ik ben het.
Livia. Hoe gaat het? Vertel eens. - Ik heb je gezien.
Waar? - Op de nationale televisie.
Die hufters hebben de uitzending verkocht.
Wat zeg je? - Niets.
Schat, ik was zo bang toen ik je zag. - Wanneer?
Toen je beschoten werd op die ladder. - Ja, dat scheelde niet veel.
Stuur Augello dan, die is veel jonger. Dit kun je niet meer op jouw leeftijd.
Wat bedoel je, verdomme? Hoezo op mijn leeftijd?
Je doet alsof ik zo oud ben als Methusalem.
Je mag niet tegen me vloeken. Wie heeft het over Methusalem?
Je doet weer zo opgefokt. - Wat nou opgefokt, verdomme?
Ik ben zo kalm als wat. - Rustig nou.
Goedemorgen. Montalbano, politie.
Waar staat die vuilcontainer? - Daar achter.
Heeft u het gevonden?
Heeft niemand het lijk aangeraakt? - Nee.
Echt niet?
Eén, twee en drie.
Het is een pop.
Eens even zien...
Juist.
Het lijk vertoont geen sporen van geweld.
Dokter...
Misschien is ze een natuurlijke dood gestorven.
Luister, dokter... - Vraagt u niet het tijdstip van overlijden?
U bent niet meer in staat om het verschil te zien tussen een lijk en een pop.
Bent u nu klaar? - Ja.
Maar de volgende keer als u me roept...
check dan eerst even of het een echt lijk is.
Als u daar nog toe in staat bent.
Neem me niet kwalijk. Ik had een aanrijdinkje door de wind.
Wat betekent dit? - We kregen melding van een lijk.
Bij aankomst vonden we de pop en we konden u niet meer bereiken.
Dat geeft niet.
Tot ziens.
Sorry, weet u waar ze die poppen verkopen?
Het is louter nieuwsgierigheid.
Dat weet ik niet. Maar dokter Pasquano weet het vast en zeker.
Heb je iets ontdekt?
Stel dat er twee even oude voorwerpen zijn...
die gescheiden van elkaar verschillend gebruikt zijn.
Bijvoorbeeld twee fietsen.
Kunnen die op precies dezelfde manier onderdelen verliezen en slijten?
Dat is onmogelijk. - Dat zie je aan die twee poppen.
Ik zie het ook, maar ik kan het niet verklaren.
De enige logische verklaring is dat die van Palmisano...
op een natuurlijke manier is verouderd.
En bij die andere pop is de veroudering kunstmatig toegebracht.
Dat meen je niet. - Kijk maar.
De plakkers zitten op dezelfde plek. Ook de schaafwonden.
Kijk hier maar. Dezelfde haarlok is op dezelfde plek verkleurd.
En dan dringt zich de vraag op:
Waarom steekt iemand zo veeltijd in zo'n zinloze bezigheid?
Er is een reden, maar die weten wij nog niet.
Wat kun jij vertellen over die poppen?
Ik? Dit zijn verouderde modellen, zo'n dertig jaar oud.
Tegenwoordig gebruiken ze latex, waardoor het echte vrouwen lijken.
Waar verkochten ze die vroeger?
Niet in Italië. Ze kwamen per post uit het buitenland.
In anonieme pakketten om de inhoud geheim te houden.
Dus dertig jaar geleden bestelden twee mensen uit Vigàta dezelfde pop.
En de onbekende ziet de pop van Palmisano op TV...
en zorgt dat die van hem er precies op lijkt.
Terug naar de vraag: Waarom deed hij dat?
Drie maal drie is geen drieëndertig.
Drie maal drie is negen, plus 33.
Zes maal zes is geen zesenzestig.
Het is 36. Schrijf op: 66.
De som geeft een ander totaal:
36 plus 9 is 45.
Met je leeftijd is het raadsel opgelost.
Is dit een telefoonnummer?
Met Montalbano. - U bent het, commissaris.
Met wie spreek ik? - Herkent u me niet?
Ik ben de vrouw van Enzo. Komt u langs?
Waarom moet ik langskomen?
Voor de brief die gisteren is gebracht. Hebben ze dat niet gezegd?
Ja, natuurlijk. Ik kom meteen.
Hallo, Enzo. - Dag, commissaris.
Hier is de brief. Een minuut geleden sprak ik hem nog.
Was hij hier? - Nee, hij belde.
Wat wilde hij? - Hij wilde weten of u langs was geweest.
Wat had hij voorstem? - Kent u hem niet?
Het leek de stem van een oudere man. Maar misschien was dat gespeeld.
En verder zei hij niets en hij hing op.
Bedankt, hoor. - Tot ziens.
Nu je het spel meespeelt, moet je wel doorgaan.
Volg mijn spoor en doe wat ik zeg.
Waar wordt de weg smal en loopt hij met een bocht omhoog?
Als je het raadt, volg dan de weg en je komt op een bekende plek.
En daar vind je weer een nieuwe.
Er wacht iemand die u persoonlijk wil spreken.
Hij noemt zich Girolamo Cacazzone.
Weten we zeker dat hij Cacazzone heet?
Of ik het zeker weet, of hij? - Jij.
Ik weet het zeker, maar hij misschien niet.
U bent meneer... - Girolamo Cavazzone.
Aha, Cavazzone.
U wilde me spreken?
Ik wilde u om raad vragen.
Misschien bent u niet de aangewezen persoon, maar...
Ik luister.
Ik ben een neef van Gregorio en Caterina Palmisano.
Ik wist niet dat ze familie hadden. - We zien elkaar al twintig jaar niet.
Een familiekwestie om een erfenis.
Mijn moeder erfde niets. Alles ging naar Gregorio en Caterina.
Dus aangezien ik het naaste familielid ben...
wilde ik weten of, nu de zaken zo staan...
ze niet dood verklaard kunnen worden.
Wie? - Mijn neef en nicht Palmisano.
Luister, meneer Cacazzone... - Cavazzone.
Voor alle duidelijkheid: U komt mij vragen...
of u van uw neef en nicht kunt erven, ook al leven ze nog?
In zekere zin.
In één zin, de enig mogelijke.
Mijn antwoord is: Daar ga ik niet over. Gaat u maar naar de advocaat.
Tot ziens.
Met Pasquale spreekt u. - Zeg het eens.
Ik heb m'n moeder naar het ziekenhuis gebracht.
Wat is er gebeurd? - Ze kreeg een shock in uw huis.
Ze wilde de douche schoonmaken en trof twee lijken aan.
Dat zijn twee poppen. - Dat weet ik.
Maar m'n moeder viel flauw en toen ze bijkwam, belde ze mij.
En ik heb haar weggebracht. - Hoe gaat het nu?
Ze had veertig graden koorts. Ze kon helaas geen eten voor u maken.
Nee, natuurlijk, dat geeft niet. Geef haar een kus van me.
Dat zal ik doen.
Is er nog iets? - Ik wilde zeggen dat ik u wel snap.
U bent een man alleen en uw vriendin komt weinig. Logisch dat u die behoefte hebt.
Maak je geen zorgen. Je moeder geeft me genoeg aandacht.
Die aandacht kan m'n moeder niet geven. - Ik snap het niet.
Ik kan wel een mooi meisje regelen. Wat u maar wilt, blond of donker.
Wat voor meisje? - En voor u is het gratis.
Een echt meisje is beter dan een pop. - Luister, Pasquale.
U hoeft maarte bellen en ik regel er een.
Mijn hemel, wat een ochtend.
Wie wil hem nou vermoorden? Die brave man deed niemand kwaad.
Wie heeft hem gevonden? - Een bewaker zag hem en belde ons.
Zeg het eens.
Calorio wilde nog iets schrijven.
Inderdaad, maar de wind heeft het uitgeveegd.
Kun je nog iets ontcijferen? - Ik zal het proberen, maar ik beloof niets.
Zijn er bloedsporen op de boot? - Op een lier en op het dek.
Hoelang is het geleden? - Ingrid.
Wat klink je raar. Is er iets gebeurd?
Er is wel iets naars gebeurd.
Er is een zwerver vermoord die ik kende.
Ik hoor het aan je stem. Maar ik heb je bewonderd op televisie.
Ik kreeg zin om je te bellen. Kun je morgenavond?
Ja, morgenavond kan ik. - Waar spreken we af?
Ik ken een restaurant hier vlakbij.
Zal ik je tegen negen uur ophalen? - Afgesproken. Tot morgen.
Ik heb ze alvast uitgespreid.
Er is geen plattegrond van Vigàta, maar ik heb topografische kaarten bemachtigd.
Heel goed.
Nu je het spel meespeelt, moet je wel doorgaan.
Volg mijn spoor en doe wat ik zeg.
Waar wordt de weg smal en loopt met een bocht omhoog?
Als je het raadt, volg dan de weg en je komt op een bekende plek.
Daar vind je weer een nieuwe.
Met Montalbano spreekt u. Is Pasquale daar?
Goedenavond. Pasquale komt over een uur terug.
Moet hij terugbellen? - Nee, want ik ga zo weg.
Wilt u tegen hem zeggen... Wat eigenlijk?
Zeg dat ik het snel nodig heb, hij weet ervan.
En of hij me morgenochtend belt. - Dat zal ik zeggen. Goedenavond.
Goedenavond, welkom terug. - Dag, Vincenzo.
Dit is m'n vriendin Ingrid Sjöström.
We willen iets heerlijks. Bedenk maar. - Dat doe ik.
En? Nieuwe liefdes?
Niet meteen de commissaris uithangen.
Ik stel gewoon een vraag. - Het antwoord is nee.
Geen mannen? - Doe niet zo gek.
Alsof een vrouw alleen een man wil als ze verliefd is.
Nee, natuurlijk niet.
En jij? Nog bijna altijd trouw aan Livia?
Toe. - Zelfs geen kleine verleiding?
Verleidingen zijn er, zelfs grote.
Echt waar? Hoe weer sta je die? Kost je dat veel?
Dat kost me wat het moet kosten. Is er iets gratis in het leven?
Zo, commissaris.
Eet smakelijk.
Jacobsschelpen, sardientjes, gevulde inktvis en steur in sinaasappelsaus.
Eet smakelijk.
Einde conversatie. - Afgelopen. Dat doen we straks.
Bij jou thuis.
Bij mij thuis, bij een goed glas whisky.
Eet smakelijk.
Hallo, Pasquale?
Nee, alles oké.
Ja, maak je geen zorgen.
Ik ga ophangen. Ik geloof dat je vriend er aankomt.
Ik spreek je nog.
Verwacht je iemand?
Ben jij Montalbano?
Ik heb aangebeld, maar er kwam niemand, dus je was blijkbaar uit.
Zeg het eens.
Ik doe het niet met een andere vrouw. Dit wist ik niet.
Ze mag wel kijken, maar ik doe het alleen met jou.
Dan smeer ik hem meteen. - Ben je gek, alsjeblieft niet.
Dit is een misverstand. - Ik snap het. Je hebt al beet.
Geeft niet, Pasquale heeft al betaald. Ik laat jullie alleen.
Luister nou.
Waar ga je heen? Luister nou.
Waarom reageer je zo fel?
Ik ben echt niet jaloers. Het laat me koud. Maar je stelt me teleur.
Je bent zo hypocriet. - Hoezo?
Je had geen vrouwen, maar daar stond een hoer.
Laat het me uitleggen.
Dat hoeft niet en ik wil het niet horen. Ik ga naar de badkamer.
Wat is er? - Niets, niets.
Wat goed, Salvo.
Je zei dat je de verleidingen weet te weerstaan.
Je hebt wel een bijzondere oplossing gevonden.
Ik vraag me alleen af waarom ze allebei blond zijn.
Waarom niet liever een blonde en een bruine?
Wat bedoel je nou? - Onder je bed.
Ik ging zitten om m'n schoenen uit te doen.
En nu ga je naar me luisteren.
Neem een slokje whisky en luister.
Deze, hoe noem je dat, poppen...
hebben we gevonden in het huis van ene meneer Palmisano.
De tweede lag in een vuilcontainer.
Bedankt voor deze avond. - Jij bedankt.
Je bent erg grappig.
Trouwens, een vriend van me wil graag kennismaken.
Een ex van je? - Welnee.
Een jongen van in de twintig, heel intelligent.
Hij is wel verliefd op me, maar hij bewondert jou vooral.
Je zou me een plezier doen. Hij heet Alfredo Pezzella.
Laat hem morgen langskomen op het bureau.
Kom je veilig thuis? - Ik hoop het.
Dag, Salvo. Ik mag je graag. - Insgelijks.
Rij voorzichtig.
Wat knap van je, je hebt de plek geraden.
Wat is dit, de wekelijkse puzzel?
Gecodeerde anekdote voor langzame puzzelaars. Dus...
Maar niet altijd brengt bravoure je naar het fortuin.
De volgende hoef je niet te zoeken.
Iemand zal hem...
jou doen toekomen.
Maar niet altijd brengt bravoure je naar het fortuin.
U spreekt met Pasquale.
Is dat meisje u niet bevallen?
Zeg wat u wilt en ik stuur een ander.
Wat heb je in je hoofd gehaald? - Wilde u niet?
Wie zei dat ik haar wilde? - U zelf.
Ik heb je gebeld, maar ik heb je niet gesproken.
Ik dacht dat u ja bedoelde. En toen belde u terug.
Heb ik gebeld? - M'n vrouw vertelde dat u iets nodig had.
En ik zou ervan weten. Ik dacht u een hoer bedoelde.
Ik bedoelde de poppen die ik niet kon vinden.
Nu snap ik het. U doet het met poppen.
Pasquale, doe me een lol en bemoei je met je eigen zaken.
Krijg nou wat.
Krijg nou helemaal wat.
Komt u verder.
Goedemorgen. Ik ben Alfredo Pezzella. - Aangenaam. Ga zitten.
Ingrid zei dat ik langs mocht komen.
Dat vroeg ik omdat ik benieuwd ben naar uw onderzoeksmethodes.
Wilt u bij de politie? - Nee, ik ben tweedejaars filosofie.
Ik wil epistemoloog worden. - Is dat niet kennisleer?
Ik waarschuw: Mijn methodes zijn totaal onwetenschappelijk.
Sorry, ik had het beter moeten uitleggen.
Ik wil weten wat er in uw hersens gebeurt tijdens een onderzoek.
Twee plus twee is vier.
Neem me niet kwalijk als ik u niet geloof.
Ik geef u een voorbeeld uit uw eigen praktijk.
Ingrid vertelde hoe ze u leerde kennen.
Het leek even of ze hoofdverdachte was bij een misdrijf.
Maar u geloofde niet in de aanwijzingen. Dus niet in twee plus twee is vier.
Ja, maar in dat geval... - In dat geval, als u me toestaat...
begreep u op zeker moment dat die reken methode op niets uitliep.
Dat interesseert me: Hoe en op welk moment gebeurt dat?
Wanneer beslissen uw hersens om de zekerheden in te ruilen...
Voor het drijfzand van de hypothese?
Dat weet ik vaak zelf niet.
Wat wilt u precies van me?
Uw toestemming om u op de voet te volgen tijdens een onderzoek.
Ik zal u op geen enkele manier voor de voeten lopen.
Dat geloof ik best, maar een onderzoek is een gevoelige kwestie. Ogenblik.
Je hebt geluk, Salvo. - Hoezo, Jacomuzzi?
We hebben ontcijferd wat die arme man in het zand had geschreven.
Het betreft een afkorting. - Een afkorting?
Zo zeker als de dood. Het zijn drie letters: een P, een O en een E.
P.O.E. Wat betekent dat? - Misschien de afkorting van een partij.
We zullen erover nadenken. Bedankt, Jacomuzzi.
Neem me niet kwalijk als ik dit vraag. Maar gaat het om een zaak?
Ja, een vermoorde man op het strand.
De clochard die is gevonden op dat wrak. Dat stond vanochtend in de krant.
Sorry als ik zo vrij ben, maar die drie letters?
Die schreef Calorio in het zand.
Misschien wilde hij daarmee de dader aanwijzen.
Neem me niet kwalijk, met Alfredo Pezzella.
Mijn excuses dat ik zo laat bel, maar... - Zeg het maar.
Ik denk al uren over de drie letters die Calorio in het zand schreef.
En misschien gaat het niet om een afkorting...
maar bedoelde hij de schrijver Poe, Edgar Allan Poe.
Ik weet niet of dit onzin is, maar...
Evengoed bedankt voor uw telefoontje. - Nogmaals excuses.
Zoek jij binnen.
Kijk eens.
Hij had gelijk. 'Manuscript in een fles gevonden.' Van Edgar Allan Poe.
Valt dit in goede handen, mooi. In het andere geval, pech...
dan wordt dit mijn laatste nederlaag.
In 1939 was ik zestien en maakte ik een ingrijpend drama mee.
Bij ons op kostschool zat Carlo Zeta die in alles een meisje leek.
Wij mochten onze jonge lusten op hem uitleven.
Dat gebeurde 's nachts in een kelder...
die je bereikte via een valdeur in de keuken.
Carlo weigerde z'n gunsten echter aan een van ons groepje:
Attilio Comaschi, die mocht hij niet.
Hoe langer Carlo hem afwees, hoe kwader Attilio op hem werd.
Ik had een afspraak met Carlo om halféén 's nachts in de kelder.
Daar zag ik iets gruwelijks: Carlo lag in een grote plas bloed.
Doodgestoken met een mes.
Ik wilde vluchten, draaide me om en zag Attilio met het mes boven mij.
'Als je praat, maak ik jou ook af.' En ik zweeg uit lafheid.
M'n leven is een aaneenschakeling van fouten.
Misschien uit wroeging om mijn lafheid, uit zelfverachting omdat ik zweeg.
Maar toevallig zag ik een week geleden Attilio hier in Vigàta.
'Hallo, Attilio, zei ik. Ken je me nog?'
Hij moest lang kijken en toen deinsde hij achteruit.
Z'n ogen keken net als die nacht in de kelder. 'Wat moet je?', zei hij.
Ja, commissaris.
Er waren zestig jaar verstreken sinds de laatste keer op kostschool.
Ik herkende hem niet meteen, maar hij mij wel.
Hij zei dat hij m'n geweten wilde zijn.
En toen herkende ik hem ineens. Hij was het echt.
Hij zei dat hij nooit verklapt had dat ik Carlo had vermoord.
En dat was de grootste vergissing van z'n leven.
Maar dreigde hij, vroeg hij iets? - Nee, niets. Helemaal niets.
Maar ik was bang dat hij me wilde afpersen. Dus ik zocht hem op.
Ik trof hem aan op de boot waar hij woonde.
We hebben gevochten...
Maar nee, hem wilde ik niet...
hem wilde ik niet vermoorden.
Hij heeft volledig bekend. Mede dankzij jou.
Bedankt, ik heb het onderzoek van dichtbij gevolgd.
De zaak is rond. Je hebt nu gezien hoe ik werk.
Is dit het al? Kan ik niet nog wat zaken blijven volgen?
Ik heb nu geen zaak onder handen. Als ik iets heb, laat ik het weten.
Goed, wel bedankt. Ik hoop snel van u te horen.
Wacht even.
Dit gaat niet om een misdrijf.
Maar er gebeuren vreemde dingen. - Ik ben met alles tevreden.
Ik kreeg drie anonieme briefjes.
Over de jacht naar de schat. Ik weet niet welke schat.
Lees ze maar en vertel wat je ervan vindt. - Goed. Dank u wel.
Er is een pakketje afgegeven voor u persoonlijk.
Wie zegt dat? - Het pakje: voor Montalbano persoonlijk.
Wie heeft het gebracht? - Een jongetje.
Je kunt gaan.
Maakt u het niet open? - Nee, niet nu.
Dat is de kop van een lam.
'Dit is voor jou, Salvo. De jacht naar de schat.'
Buiten ons drieën mag niemand dit weten. Duidelijk?
Dit is een dreigement van de maffia. Hoe houden we dat geheim?
Onzin. De maffia heeft hier geen bal mee te maken.
Wat is het dan wel? - De jacht naar de schat, dat staat er.
Of je vertelt wat jij weet...
of ik vertrek weer en houd me erbuiten.
Ga dan maar, want ik kan je nu niets vertellen.
Tot ziens.
Wat doe ik met die kop?
Wat vind je ervan? - Het is de kop van een lam.
Het is geen werk van een slager, maar van iemand zonder ervaring.
Gooi die kop in de dichtstbijzijnde vuilcontainer.
En de rest, de verpakking en het blik moet je bewaren...
voor eventuele vingerafdrukken.
Want dit is geen maffia, maar er zit een luchtje aan.
Goed.
De kop van het lam is een ware lekkernij.
De tong en de hersens die gooi je niet weg.
Je kunt hem bakken of smoren, in de oven wordt hij om te smullen.
Wat kan ik voor u doen? - Een glas wijn graag. Mag ik?
Heeft u ook iets te eten?
Alleen 's avonds hapjes bij de wijn.
Maakt u ook lamskop? - Ja, maar alleen zaterdagavond.
Lekker. Hoe maakt u hem klaar?
Soms gestoofd, of gebakken, gegrild of in de oven.
En de andere dagen? - Worst, varkenspoot, kaas en zo.
Als je vol zit en wijn hebt gedronken...
wandel je door het bos naar een stukje hemel.
Aan het eind rust je uit, maar je krijgt geen duidelijkheid of antwoord.
De kop van het lam is een lekkernij. De tong en hersens gooi je niet weg.
Je kunt hem bakken of smoren, in de oven wordt hij om te smullen.
Als je vol zit en wijn hebt gedronken...
wandel je door het bos naar een stukje hemel.
Aan het eind rust je uit, maar krijgt geen duidelijkheid of antwoord.
Het gaat blijkbaar om een andere route.
Ik heb de plek wel gevonden. Het meer is dat stukje hemel.
Heeft u iets gevonden? - Niets.
Waarom niet? - Heb je die twee laatste regels gelezen?
Daar is geen antwoord, dus verdoe je tijd niet.
Ik denk niet dat het letterlijk zo is.
Volgens mij moet u uw intuïtie volgen om iets te vinden in de toekomst.
Vast, maar ik heb schoon genoeg van dit stomme spelletje.
Maar u kunt nu niet meer terug.
Waarom niet? Ik kan terug wanneer ik dat wil.
Mag ik u een voorstel doen? Laat mij in uw plaats gaan.
Nee, als m'n uitdager dat merkt...
Ik zal heel voorzichtig zijn. Stel me op de proef.
Akkoord dan.
Bedankt voor het vertrouwen. Ik meld me snel.
Sorry, hij schoot uit m'n hand. - Wat is er?
Meneer Biljardo wil aangifte doen van verdwijning als eigenaar van de auto.
Van verdwijning van hemzelf? - Nee, van zijn eigen auto.
Een autodiefstal? Val je mij daarmee lastig? Stuur hem naar Fazio.
Maar meneer Biljardo wil u in persoon persoonlijk spreken.
Laat hem binnen.
Komt u binnen, meneer Biljardo.
Gaat u zitten, meneer Biljardo. - Vilardo is de naam.
Neem me niet kwalijk. Vertel eens.
Ik kom de diefstal van mijn auto aangeven.
Wat voor type is het? - Terreinwagen. Een paar dagen geleden.
Goed, ik stuur u door naar inspecteur Fazio.
Neem me niet kwalijk, maar ik kom speciaal naar u om een bepaalde reden.
Feit is dat ik mijn auto gisteravond hier in Vigàta heb gezien.
In Vigàta? Weet u zeker dat 't hem was? - Heel zeker.
Wie zat er aan het stuur? - Een man die ik niet goed zag.
Maar hij was niet alleen. Achterin zag ik lange zwarte haren opduiken.
Alsof een vrouw omhoog wilde komen.
Maar de man duwde haar met geweld omlaag.
Toen kwam er een bus langs die me het zicht ontnam.
Sorry, maar er is een meneer... - Zie je niet dat ik in gesprek ben?
Dat zie ik, maar ik stoor alleen als het urgent is.
Wat is er dan? - Deze meneer die huilt en huilt maar.
Hij houdt maar niet op met huilen, huilen, huilen.
Gaat u toch maar naar Fazio. Goed?
Zoals u wilt, commissaris. - Dank u.
Mag hij komen? - Oké.
Hij huilt en huilt maar.
U mag naar binnen, meneer.
Neem me niet kwalijk.
Ik ben al zo lang op. Al sinds het donker. Ik ben doodmoe.
Gaat u zitten. Wilt u een glaasje water? - Graag.
Mijn dochter...
Wat is uw naam? - Giuseppe Bonmarito.
Al sinds gisteren na het eten is m'n dochter...
Is ze vermist?
Is dat vaker gebeurd? - Nee, nooit.
Hoe oud is ze? - Net achttien.
Heeft ze een vriend? - Niet echt serieus.
Er is wel een jongen waar ze mee omgaat.
Maar zij ziet hem alleen maar als vriend.
En u kent die jongen? - Ja, ik was bij hem.
Ik heb hem wakker gemaakt. Hij had haar 's ochtends voor het laatst gezien.
Ze zitten bij elkaar op school.
Hoe laat ging uw dochter van huis?
M'n vrouw zei rond een uur of zes.
Ze zou naar de film gaan met haar vriendin Lina.
Welke bioscoop? - De Splendor.
Heeft u Lina gesproken? - Ja. En ze zei...
dat ze haar na acht uur niet meer had gezien toen ze uit de film kwamen.
Heeft u een foto van uw dochter?
Het probleem is dat uw dochter meerderjarig is.
Wat is het probleem?
Ze heeft het recht om vrijwillig het huis te verlaten.
Ze houdt te veel van haar moeder.
En m'n vrouw heeft een ernstige hartkwaal.
Als ze is weggelopen, had ze vast wel een keertje gebeld.
Wacht u even?
Meneer Vilardo? Blijft u zitten.
Waar stond u toen u uw terreinwagen zag?
Ter hoogte van de Via Ecce Homo. Daar loop ik 's avonds met m'n hond.
En welke kant reed hij op? - Die bus ontnam me dus het zicht.
Maar ik weet bijna zeker naar rechts. Ja, de Via dei Glicini in.
Dank u wel. - Tot uw dienst.
Galluzzo, kom mee.
U kunt zo gaan. Geef hem uw adres en telefoonnummer.
En de namen, nummers en adressen van haar vriend en haar vriendin Lina.
Wees gerust, we gaan meteen op zoek.
En breng meneer daarna naar huis. - Tot uw dienst.
Als ze arm zijn en zij is zo mooi, blijft er één reden over.
Akkoord. Wat stel je voor? - U neemt geen wachttijd in acht? Mooi.
Dan moeten we eerst weten of ze vrijwillig meeging.
Haar vader sluit uit dat ze is weggelopen. - Vaders sluiten veel uit.
Maar waarom zou ze een auto stelen? Een meerderjarige mag weglopen.
Een auto stelen is strafbaar. - Dat is waar.
Maar het stelen van die auto had misschien een reden.
Waarom zou ze zijn weggelopen?
Omdat bij ons niet vaak mensen worden ontvoerd.
En haar vader heeft bijna geen cent.
Een andere mogelijkheid is dat het om verkrachting gaat.
Voor alle zekerheid: Ken je de bioscoop Splendor?
Ze kwam om acht uur uit de bioscoop.
Ga erheen met de foto en vraag of iemand iets heeft gezien.
Bent u Lina Anselmo?
Ja. Wie bent u? - Commissaris Montalbano.
Wat wilt u? - U spreken over Ninetta Bonmarito.
U kent haar? - Jazeker.
Laat u me niet binnen? - Nee, sorry.
Waarom niet? - Dat wil m'n vader niet.
Is hij thuis? - Nee.
En uw moeder? - Ook niet. Ik ben alleen.
Dan doen we het zo: Kijk even goed naar deze legitimatie.
Dan weet je dat ik van de politie ben. - Dat betekent niets.
Hoezo niet? - Dat kan vals zijn.
Blijven we hier staan? - Ja, dat is beter.
Klopt het dat je gisteravond met Ninetta naar de bioscoop bent geweest?
Gaan jullie vaak? - Jazeker.
Valt iemand jullie wel eens lastig? - Soms wel.
Wat doen jullie dan? - Dan gaan we verderop zitten.
Viel iemand jullie gisteren lastig? - Nee, gisteren niemand.
Weet je dat zeker? - Ja, heel zeker.
Hoe laat kwamen jullie eruit? - Iets na achten.
Hoe gingen jullie naar huis? - Ik op de brommer.
Bracht je Ninetta niet thuis?
M'n vader wil niet dat ik iemand achterop neem.
Jullie zijn toch vriendinnen die elkaar in vertrouwen nemen?
Was Ninetta verliefd op iemand? Maakte iemand haar avances?
Voor zover ik weet, is er geen jongen in haar leven.
Ik weet alleen dat ze Michele wel leuk vindt. Michele Guarnera, verder niet.
Dank je wel. - U mag wel binnenkomen als u wilt.
Nee, dat doen we je papa niet aan. Dank je wel.
Graag gedaan.
Bedankt voor je komst, Michele.
Vertel eens.
U stelt toch de vragen? - Meestal wel. Maar spreek vrijuit.
Waar zal ik beginnen? - Waar je wilt. Vertel eens over Ninetta.
Ninetta is een heel leuk meisje.
Erg gehecht aan vooral haar moeder. Zeer bezorgd om haar gezondheid.
Ze lijkt meer iemand van vroeger.
Zien jullie elkaar ook na school, samen met anderen?
Jawel, we gaan naar feesten en de bioscoop.
En hoe gedraagt Ninetta zich? - Vrolijk, sociaal.
Ze waarschuwt als iemand te vergaat.
En tijdens die feestjes...
hoe zal ik het zeggen... - Ik snap het.
Ze rookt, drinkt, blowt niet en duikt met niemand in een hoek.
Wat wil je nog meer. - Ben je verliefd op haar?
Denkt u dat u haar levend terug vindt?
Ik hoop het.
Daar zijn we dan. Zeg het eens. - Waar waren jullie?
Waar waren jullie?
Is dit het vermiste meisje?
Kan ik die foto even meenemen? - Ga je gang.
Er was een melding van een brandende auto bij km 6 op de weg naar Monreale...
en we zijn gaan kijken. - En?
Hij stond nog in brand. Het leek me de terreinwagen van meneer Vilardo.
Later bleek het kenteken te kloppen. - Heb je achterin gekeken?
Gelukkig was daar niets te vinden.
Er is iets vreemds aan de hand.
Ik vind het griezelig. - Ik ook.
Ben je bij de Splendor geweest? - Ja, niemand heeft iets gezien.
Het zal wel. Hoe kwam Ninetta daar zonder brommer?
Vermoedelijk met de bus, die stopt vlak bij de bioscoop.
Ga jij straks met spoed naar de busmaatschappij...
en vraag wie er gisteravond reed.
Laat die chauffeur haar foto zien en vraag wat hij zich herinnert.
Dat zal ik doen.
Mimì, waarom had je die foto van Ninetta nodig?
Weet je nog dat we dat bordeel hebben gesloten?
Natuurlijk, in de Via Marconi.
Die foto deed me denken aan een achttienjarige prostituee daar.
Ninetta Bonmarito een prostituee?
Dit is de prostituee.
Ze lijkt sprekend op Ninetta.
Ze heet Alba Carraro. - Het zijn inderdaad net zusjes.
Maar wat lost dit op?
We zoeken Ninetta, geen dubbelgangster.
Maar er kwam een gedachte bij me op.
Stel dat de ontvoerder zich vergist heeft. Hij wilde Alba ontvoeren...
maar door de gelijkenis nam hij per ongeluk Ninetta mee.
Volgens mij heb je dit keer goed gedacht.
Dat is de chauffeur: Antonio Gibilaro.
Mogen we iets vragen? - Ik heb pauze..
We zijn van de politie. - En ik ben Pipo Baudo.
Moeten we naar het bureau om wat te vragen?
Sorry, ik dacht dat het een grap was. Wat wilt u van me?
Had u gisteravond dienst? - Ja, van zes tot twaalf uur.
Heeft u dan dit meisje gezien?
Dat is Ninetta, die ken ik. Ze gaat al jaren met de bus.
Gisteravond is ze ingestapt bij de Splendor.
Hoe laat was dat? - Om vijf of tien over acht.
Hoezo? Is er iets gebeurd? - Dat weten we nog niet.
Heeft u gezien of ze iemand heeft ontmoet of gesproken?
Nee, niemand. Ze zat gewoon bij het raam.
Bij Via delle Rose stapte ze over op bus 3 naar haar huis.
Heeft u nog iets vreemds gezien? - Nee, ik ben gewoon doorgereden.
Misschien was er toch iets heel anders. - Zeg het maar.
Ze zat al in de bus toen er een klootzak passeerde in een terreinwagen.
En vlak voorde bus remde hij plotseling af.
Ik moest hard remmen om niet op hem te botsen.
Toen reed hij stapvoets door en ik heb hem ingehaald.
En bleef hij u volgen nadat Ninetta was uitgestapt?
Nee, na Via delle Rose heb ik hem niet meer gezien.
Begrepen. Reuze bedankt.
Denkt u hetzelfde als ik?
Die rotzak zag haar zitten in de bus. - Zonder twijfel.
Is alles naar wens? Weet u het al, of kijkt u nog even?
Goedemiddag, commissaris. Deze brief is voor u afgegeven.
Door een jongetje? - Precies, hij ging meteen weer weg.
Blijft u eten? - Ja, graag.
Ik kom zo bij u.
Sorry dat ik je geduld op de proef stel, maar je wachten zal worden beloond.
Wat wilt u eten?
Wat u wilt. - Komt voor elkaar.
Ik ben dag en nacht aan het werk om je schat te verfraaien.
Mijn onderneming zal je doen trillen, want het is een ware transformatie.
Heus, als je het eindelijk ontdekt, zul je huilen van vreugde.
Ik smacht nu al naar de volgende zet, want het gaat tenslotte om het spel.
Want het is een ware transformatie...
Heeft u nog nieuws voor me? - Ik heb nu geen tijd.
Maar hier is nog een briefje. Kijk wat je eruit opmaakt.
Geef het af bij de centrale. - Ik laat het u snel weten.
Juffrouw Carraro. - Aangenaam, commissaris Montalbano.
Komt u vanwege m'n werk in het bordeel van Rosaria Giordano?
U was erg aardig toen u me ondervroeg.
U hield het goed verborgen voor m'n ouders. Zoiets vergeet ik niet.
Maar sindsdien doe ik geen verkeerde dingen meer.
We komen u bezoeken om een eenvoudige reden.
Was er in de periode toen u in de Via Marconi werkte...
een klant die zich speciaal op u richtte, die op u gefixeerd was?
Wat? Is hij weer naar me op zoek?
Wie?
U moet weten dat Rosaria haar werk goed doet, ze is voorzichtig.
Ze liet een klant niet meteen de meisjes zien.
Ze liet de klant een album zien met foto's van de meisjes en daar koos hij uit.
Op een keer kwam er iemand die naar mij vroeg.
En Rosaria zei dat ik bezet was, want ze vond hem vreemd.
Hoezo vreemd?
Ze zei dat hij helemaal opgewonden werd van mijn foto.
Daar schrok ze van en ze zei dat ik bezet was.
Maar elke dag daarna kwam hij weer naar me vragen.
Ze bleef zeggen dat ik bezet was.
En wat deed hij?
Hij werd vreselijk nerveus en geagiteerd.
Zij schrok en vertelde me alles. Ze zei dat ik moest oppassen.
Dat ik een paar minuten moest wachten voor ik wegging.
Maar die dag ging ik weg, want ik had een afspraak.
En ik had een kamer een kilometer verderop.
Het was donker en toen ik de straat overstak...
kwam er een auto keihard op me afgereden...
zodat ik opzij moest springen om hem te ontwijken.
Er kwam een man uit die op me afkwam rennen.
Ik bleef stokstijf staan van angst.
Gelukkig stopte er iemand die dacht dat het een ongeluk was.
En hij is ingestapt en weggereden.
Heb je z'n gezicht gezien? - Nee.
Ik was verblind door de felle koplampen.
En is hij nog terug geweest? - Nee, Rosaria zei ook...
dat ze hem niet meer heeft gezien.
Maar waarom vraagt u me dit allemaal?
Zoekt hij me weer? - Nee, wees gerust.
Al zou hij u zoeken, hier weet hij u niet te vinden.
Dit is ver van Vigàta. Maar in ieder geval...
mocht u iets van hem zien of horen, bel ons dan meteen.
Dat zal ik zeker doen. Tot ziens.
Dit is achtergelaten door Alfredo Pezzella en dit is ook voor u.
Even snel na het lezen van het nieuwe briefje, dat ik verontrustend vind.
Vooral de regel 'je zult huilen van vreugde'.
Ik vind dat 'huilen' een vreemde keus. Van vreugde lachje meestal.
Je kunt ook huilen van geluk, maar niet in dit geval.
En 'Ik laat u weten dat hij dag en nacht werkt om de schat uniek te maken'?
Mijn gevoel zegt dat als we de schat ontdekken...
we voor een lelijke verrassing komen te staan.
Houd mij op de hoogte. Vriendelijke groet, Alfredo.
Wat is er, Catarella? - Er belde net een Amerikaans meisje.
Wat wilde ze? - Ze was helemaal overstuur.
Ze riep van alles door de hoorn.
Maar uit haar woorden begreep ik dat ze bang was.
Spreek jij dan Amerikaans? - Ik ken wel een paar woorden.
Van mijn Amerikaanse schoonzus af en toe.
En wat verstond je? - Eerst herhaalde ze steeds: didi, didi.
Wat betekent 'didi'?
In het Amerikaans betekent dat: lijk, een dode.
En wat nog meer? - Daarna riep ze steeds: leki, leki.
Wat betekent 'leki, leki'? - In het Amerikaans...
betekent dat 'meer'. En toen hing ze op.
Meer?
Is Fazio daar? - Die is er nog niet.
En Galluzzo? Zeg dat hij me komt halen. - Meteen.
Ik laat u weten dat hij dag en nacht werkt om de schat uniek te maken.
Ik werk dag en nacht om je schat te verfraaien.
Om je schat te verfraaien... Om de schat uniek te maken...
Wat stom van mij.
Stomme idioot.
Stomme idioot die je bent.
Ingrid, met Salvo. - Wat klink je vreemd.
Luister goed.
Je zei dat Alfredo verliefd op je was? - Smoorverliefd.
Goed. Luister. Kun je hem uitnodigen om morgenavond te eten?
En als hij niet kan? - Blijf aandringen.
Hoelang moet ik hem vasthouden? - Twee uurtjes.
Ik bel hem meteen en ik zal aandringen.
Smerige vuile klootzak.
Wil je spelen?
Goed dan.
Ik zal je laten spelen.
Mag ik?
Dokter Pasquano.
Kom binnen.
Ik ben klaar met de autopsie van dat arme kind.
Daar komt u toch voor?
Tast u in het duister, of heeft u een idee?
Jawel.
Goed zo.
Ik hoop dat ze hem pakken.
Ik wil hem hier hebben, onder m'n messen.
In de dertig jaar dat ik dit werk doe...
heb ik nog nooit zoiets gruwelijks gezien.
Dit is zeldzaam, uniek.
Hij heeft haar precies zo toegetakeld als die pop uit de vuilcontainer.
En om dat te doen, heeft hij haar vergiftigd.
Vergiftigd?
Hij kon haar niet vermoorden met een wapen, een schot van een revolver...
of een messteek.
Dat had grote sporen achtergelaten op het lichaam.
Een verfijnde geest, die vuile smeerlap.
Hij heeft haar meteen vergiftigd toen hij haar ontvoerd had en toen...
Grijp hem.
Grijp hem.
Want anders, als deze ermee wegkomt...
dan zweer ik je...
dat hij zich nog iets veel ergers in z'n hoofd haalt.
Ik grijp hem, wees gerust.
Daar zijn we dan.
Liet u me uitnodigen door Ingrid?
Dacht u dat ik achterlijkwas?
Ik begreep meteen dat het een valstrik was.
Waar is Ingrid? - Die wacht nog op me in het restaurant.
Voor jou ben ik in de auto gestapt.
En daar zijn we dan.
Armen omhoog.
Kijk, het is Ingrid.
Arm kind, ze moet alleen eten.
Wees gerust, ik laat je eerst inslapen.
Wil je iets zeggen?
Zeg het maar. - Wil je weten hoe ik je heb ontdekt?
Verandert dat wat? - Je daagde me uit en ik heb je betrapt.
Wil je niet weten hoe?
Laat maar horen. - Ik heb je woorden steeds herhaald.
Je hebt een grote fout gemaakt. - Nee, ik maak nooit fouten.
Mag ik je een vraag stellen? - Nee.
Eentje maar.
Vooruit maar.
Je nam Nínetta omdat je het meisje uit het bordeel niet kon vinden, hè?
Wat lach je nou?
Ik heb je spel gespeeld en gewonnen.
Sorry, maar je ziet er niet uit als een winnaar.
Jij ook niet.
Mijn mensen weten waar ik mee bezig was.
Ze komen zo hierheen.
Dan vinden ze je hier met al die bewijzen.
Je bent er geweest, Alfredo.
Je bent gek. Denk je dat ik sporen achterlaat?
Zo stom ben ik niet.
Als ik me met jou heb vermaakt, maak ik elke vierkante millimeter schoon.
Het wordt hier netter dan in een sacristie.
Ik maak geen fouten, begrepen?
Niet bewegen, klootzak. Of ik maak je af.
Handen omhoog.
Alles goed, commissaris? Handen omhoog.
Deze keer scheelde het weinig.
Waar bleven jullie nou?
We stonden zonder benzine. Vergeten te controleren door de spanning.
Alles goed met u?
Alles goed.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.