Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ze zijn er.
Kavijaanders, duiken.
Dekking, dekking.
Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief
mijn Vlaanderen bovenal
In een oorlog is al wat recht is, soms krom...
en al wat krom is, soms recht.
Is het waar dat je rantsoenzegels krijgt voor 't hele gezin?
En dat je die verkoopt?
Bij dezen stichten wij het genootschap van de Heilige Viervuldigheid.
In naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.
In die dagen was ons hele gezin een beetje als een kip zonder kop.
We wisten wel dat ons moeder nu voorgoed verdwenen was.
Maar misschien omdat wij Kavijaks waren...
weigerden we dat zomaar te geloven.
Of God bestond, daar hadden we onze twijfels over.
Maar dat hij West-Vlaanderen niet wist te liggen, daar waren wij heel zeker van.
Hoe zou hij 't anders in zijn kop gekregen hebben om uit zo'n groot gezin...
de liefdevolle moeder vroegtijdig weg te rukken...
en de kinderen over te leveren aan de willekeur van die vader van ons...
die Generaal, die ik een beest zou noemen...
als dat geen belediging voor de beesten was.
Bij dit afscheid kon onze oudste zus, C�cile, niet ontbreken.
Het was jaren geleden dat ik haar gezien had.
Buiten was een oorlog bezig, maar die deerde ons weinig.
Hij zou duren zo lang als hij zou duren.
En de Kavijaks-kinderen zouden wel een manier vinden...
om de graanschuren te vullen.
Daarvoor hadden we het Genootschap opgericht.
De echte oorlog speelde zich binnen ons gezin af...
met onze aanvoerder, onze Generaal.
Ik was er zeker van dat ons moeder gestorven was van verdriet.
Dat door hem haar levenskoord was doorgeknipt.
Door hem was onze C�cile van huis weggelopen.
Het is erg om 't hier hardop te moeten zeggen...
maar wij waren banger voor de Generaal dan voor alle Duitsers samen.
Maar hij vergat steeds iets belangrijks.
Dat is dat wij geen kinderen bleven.
Op moeder.
We zouden voor moeder een mooie zerk moeten kopen.
Denk je dat moeder daar nu nog wat aan zou hebben?
We kunnen dat graf er niet zo bij laten liggen.
Het is oorlog.
We moeten aan onze centen denken.
Vooral omdat we die niet hebben.
Ik zou willen dat we hier stonden voor uw begrafenis.
Aan Pietje de Dood, die met zijn zeis moeder is komen halen, zeg ik:
Kom op, we zullen je 't dubbel en dwars terugbetalen.
Dat is niet slecht, wat je daar geschreven hebt.
Maar het is een beetje lang, en niet echt iets om op een grafzerk te zetten.
Te lang?
Heb jij niks, Piften?
Ja. Het is ook nogal lang, maar...
ik mis u waar ik henen vaar of waar ik henen keer
de morgenstond, de dagen rond en de avonden nog meer
wanneer alleen ik tranen ween het zij droevig, het zij blij
ik misse u o, ik misse u zo
ik misse u nevens mij
Heb jij dat geschreven, Pift? - Nee, dat is van Guido Gezelle.
Dan is 't makkelijk.
Dat doet er niet toe. Het is mooi en we zetten het op moeders grafsteen.
Trouwens, ze zou 't mooi gevonden hebben.
Daar is ze blij mee, nu ze onder de grond ligt.
Dat zei de Generaal ook al. Je lijkt meer op je vader dan je denkt.
Niet waar. Ik gun moeder die steen van harte.
Maar we hebben gewoon geen geld om 'm te betalen.
We verkopen onze voorraad.
Dat is alleen maar graan en bloem, daar krijgen we niks voor.
Jawel, op de zwarte markt krijgen we daar veel geld voor.
En over 'n paar weken hebben we toch 'n nieuwe voorraad.
We vinden er wel wat op.
Wat eten we ondertussen? - Watersoep.
We hebben lang op watersoep geleefd. Die paar weekjes...
Ik wil geen honger meer.
Wat denk jij, Piften? Heeft een mens een grafsteen nodig?
Ik heb erover nagedacht.
Een mens heeft een grafsteen nodig...
omdat een mens na zijn dood ook nog kwetsbaar is.
Ja, goed.
Zoals gezegd, 200 frank. Meer kan ik niet geven.
Dat is dan wel een probleem.
We hebben rondgevraagd en naar graan en bloem is veel vraag...
dus we kunnen daar makkelijk 600 frank voor krijgen.
600 frank! Je bent niet goed wijs.
300 frank, en dat is mijn laatste bod.
Mannen, weer opladen.
Godver...
500 kilo? Ja dat kan.
Ik wil betalen wat u maar vraagt.
Hoeveel vraagt u? 900, 1000 frank?
Wacht, wacht.
Kan ik 't dan dadelijk komen halen?
Dank u.
Ik heb nog eens rondgevraagd. Ik heb misschien een koper gevonden.
600 dus.
700.
Wablief?
Die zakken zijn ondertussen alweer op- en afgeladen.
Dus de waarde is serieus gestegen. Kom.
Mannen...
Ik wist niet dat 't zoveel kostte, zo'n stenen jas.
Wie de dood groot ziet, moet ervoor betalen.
We moeten wel een simpele steen kopen, want ons moeder was een simpele vrouw.
Eenvoudig, maar niet simpel.
Dat engeltje, wat zou dat kosten?
H�, jullie moeten niet denken dat ik jullie niet in 't oog houd.
Ik ken jullie soort.
Kom op, jongen.
Dat ziet er niet zo goed uit. - Onze Bolle weet alles van motoren.
Is dat zo?
Ja, dat is zo.
Zou jij willen kijken wat er mee is?
Meneer, als u ons soort zo goed kent...
dan weet u dat een Kavijak niets liever doet dan zijn medemens helpen.
Het is iets met uw ontsteking, denk ik.
Ontsteking? Maar jongen, ik heb geen ontsteking.
Nou ja, waar is die nu naartoe?
Nou, dat duurt nu toch wel erg lang.
Eindelijk. Ik dacht al dat hij er met mijn bak vandoor was.
Kavijaks zijn geen dieven.
Dat heb ik ook niet gezegd.
Heb ik tegen jullie gezegd dat de Kavijaks dieven zijn?
Kan ik je bedanken met een brood of twee?
Nee, dat is niet nodig.
Wie zijn medemens niet kan helpen zonder dat hij daar iets voor terugkrijgt...
is niet waard dat hij leeft.
Je moet het anders maar zeggen, h�.
Nou, bedankt.
Tot ziens, h�.
Gek, waarom heb je die broden niet gewoon meegenomen?
Ik kon dat toch niet aannemen?
Bolle, fantastisch.
Goedenavond, Generaal.
Soep?
Hadden we niet afgesproken dat we voorzichtig zouden zijn met onze centen?
Maken de schuldigen zich bekend?
Nee zeker.
Gaan we een spelletje spelen?
Ja, we gaan een spelletje spelen.
Maar ik kan niet beloven dat het een leuk spelletje wordt.
Kom, kom. Dank je.
Heeft er nog iemand zin in een dessertje?
Ho, wacht.
Rustig, dit is in feite een feest voor ons moeder.
We betalen het met wat er over is van het geld voor haar grafzerk.
We gaan dat dus rustig en waardig vieren en genieten.
Genieten van ��n jaar werk, ��n jaar optreden, schooien bij de boeren.
We hebben het allemaal zelf verdiend. Ik ben trots en fier op jullie.
En in de toekomst gaan we nog meer verdienen.
Maar rustig, het zal hard werken worden.
Vanaf nu gaan de kleinsten de toneelopvoeringen overnemen.
Tincke, Horsje, Koofke, Kobbe en Krulle:
Jullie gaan de polders af, van Cadzand tot aan de Panne.
Liske en Tanny gaan voor jullie zorgen.
Alle boerinnen moeten zwichten voor onze ellende.
Alle pastoors van de streek moeten hun geweten sussen...
door jullie vrachten voedsel te geven.
Op de pastoors en de boerinnen. Proost.
Bolle, Piften, Jeanne en ik beginnen het strandjuttersfront.
Het strand afschuimen, op zoek naar overblijfselen, gezonken schepen.
Naar het schijnt wordt er veel getorpedeerd de laatste tijd...
dus dat zou mooie handel kunnen opleveren.
Spoelt er niks aan, dan spoelt er niks aan.
Dan kunnen we nog altijd mosselen plukken of garnalen vissen.
Jetje, jij bent nu de oudste van de meisjes.
Dus vanaf nu ben jij onze moeder.
Piften, jij moet opa overhalen dat we zijn loods en vrachtwagen mogen gebruiken.
Jongens, we gaan zaken doen.
En komt er niets binnen, dan kunnen we altijd garnalen pellen voor de visafslag.
We zijn met genoeg handen om te werken. Een voor allen...
Allen voor de Kavijaks.
Bedankt, zet maar op de rekening.
Zeg, jij schenkt bier aan minderjarigen.
Die gasten moeten morgenvroeg op school zitten.
Maar ik dacht...
Denken... Wat zal de Duitser daarvan vinden, denk je?
Er zijn er voor minder hun vergunning kwijtgeraakt.
Vooruit, naar buiten allemaal.
Nu meteen, vooruit.
Nee, kom. Je had moeten zeggen dat er minderjarige kinderen bij waren.
Vooruit, wegwezen. Opschieten.
Moedertje, blijf jij maar hier.
Kom.
Vooruit, kom.
Je gaat me toch niet vertellen dat je nog minderjarig bent, h�?
Een glaasje?
Twee glaasjes, en neem er zelf ook een.
Piften, haast je voordat hij doorheeft dat we nog niet betaald hebben.
Diep ademen. Niet bewegen.
Dat is goed zo.
Mondje open.
Open.
Dat is prima. De volgende.
Was dit ook een van die Kavijaks?
Het klinkt misschien raar, maar ze zien er bijna te gezond uit voor deze tijd.
Hun moeder geeft ze zeker te veel te eten.
Wat was dat van mijn moeder?
Ik heb niks gezegd, jongen.
Ik heb anders wel iets gehoord. - Pardon?
Kleine potten hebben grote oren.
Mijn moeder is dood.
Hela, gedraag je.
Ho ho, naar buiten zeg ik, allebei.
Naar buiten, zeg ik. Wat is me dat nu, zeg.
Ik wil een rij zien, komaan.
Laat me door.
Zo, Krulle. Je duwt eerst op zijn staartje, en dan trek je.
En dan komt zijn jasje eraf.
Dan duw je op zijn koppetje, en dan heb je de garnaal.
En dit gooi je hierin, en dat daarin. Probeer eens.
Goed, je kunt 't.
Als je aan de kust woont en je kunt garnalen pellen...
dan zit je je hele leven niet zonder werk.
In Oostende doen ze dat allemaal met een machine, zegt de Bolle.
Ja, dat is waar.
In Oostende doen ze van alles.
Dat wil niet zeggen dat wij dat hier moeten nadoen.
En bovendien, de handgepelde zijn de beste.
De mensen die er iets van weten geven daar goed geld voor.
Kom Pift, let een beetje op.
Als je zo doorgaat, heb je 10 kilo garnalen nodig om 1 kilo gepelde over te houden.
Ik ben hier niet op de wereld om garnalen te pellen.
Vertel 's waarom je dan wel op de wereld bent.
Ik wil niet meer naar school.
Ik wil dat de meester doodgaat en dat ons moeder weer leeft.
Er zitten van die oorwormen in mijn kop en die knagen aan mijn hersenen.
Ik hou 't echt niet meer uit.
Ik wil dat je iets weet.
Ik wil dat je weet dat ik van je hou.
Ik hou ook van jou, dat weet je toch.
Ik mis ons moeder ook, dat doen wij allemaal.
Verdriet moet zijn tijd hebben.
Blijf maar liggen. Ik zal gaan kijken.
Wat is er gebeurd?
Niks. Er is niks gebeurd.
Mevrouw, versere vis zul je niet vinden, of je moet zelf de zee op gaan.
Wat zal 't zijn? - Twaalf tongetjes.
Wablief? - Twaalf tongetjes, dat is genoeg.
Twaalf tongetjes voor u en meneer, dat is zeker genoeg.
Ik heb vijf frank. Laten we iets gaan drinken.
Heel aardig, maar ik heb geen dorst.
Ben je ziek?
Hij heeft je pijn gedaan, h�?
Dat zal niet meer gebeuren. Ik blijf bij je.
Lief dat je dat zegt.
Wat heeft hij precies gedaan?
Het was niet zo erg.
Hier, mevrouwtje.
Het was heel erg. Het walgelijkste dat ik ooit in mijn leven heb gezien.
Maar wat heeft hij dan precies gedaan?
Het ergste wat een vader zijn dochter kan aandoen.
Daar heeft zelfs onze lieve Heer geen woorden voor.
Hij beschouwt ons als zijn eigendom.
Als zijn slaven.
Terwijl wij hier godverdomme de baas zijn.
Dan snijden we gewoon z'n kop eraf.
Piften, we zijn geen moordenaars.
In tijden van oorlog is alles toegestaan.
Het is een oplossing, maar die gaat wel ver.
Zo belanden wij ook achter de tralies.
Nee, we moeten een minder gevaarlijke oplossing vinden.
Ja, weet je wat?
We zullen hem eerst boven een houtvuurtje braden totdat hij gaar is.
Dan zullen wij zijn kop eraf snijden. En niet alleen zijn kop.
Laten we hem nog ��n kans geven.
En ik wil dat hij vergiffenis vraagt aan Jetje.
Niet alleen aan Jetje, aan ons allemaal.
Ik vind dat hij de macht over de Kavijaksfamilie aan ons moet overdragen.
En daarom, mannen, gaan we een van ons als ambassadeur uitzenden.
Ik ga zelf niet, want ik schiet te snel uit mijn slof.
Ik ga dat ook zeker niet doen. - En ik?
Jij gaat niet, want jij snijdt zijn kop er direct af.
En dus...
wijzen we onze Spille aan als vrijwilliger.
Zeg, ik heb wat gehoord dat me niet aanstaat.
Het is oorlog. Dat staat mij ook niet aan.
Ja, ik heb 't over iets anders.
Wil je iets van me drinken?
Ja, een koffie.
Sofie, een koffie met iets erin.
Ga zitten.
De bakker vertelt mij...
dat hij zijn ronde begint met 40 broden.
Dat hij er 20 verkoopt, maar dat hij thuiskomt met geen enkel brood.
Waarom vertel je dat aan mij?
Omdat de bakker zegt...
dat dat altijd toevallig gebeurt als de Kavijakskinderen in de buurt zijn.
Bedoel je dat mijn kinderen dieven zijn?
Dat bedoel ik, ja.
Ik kan je vertellen dat mijn kinderen geen dieven zijn.
Eenvoudigweg omdat ze daar te stom voor zijn.
Mocht ik ooit constateren dat je toch gelijk hebt...
dan zou ik nu met jou iets willen afspreken.
Juist.
Dat als ooit wordt bewezen dat ze schuldig zijn...
dat ik ze dan zelf mag straffen.
Vanzelfsprekend.
Als we 't binnenskamers kunnen regelen, is dat beter voor alle partijen.
Komt in orde.
Ik kan me niet herinneren dat ik je gevraagd heb hier te komen.
Moet je trouwens niet op school zitten?
Ik ga al twee jaar niet meer naar school. En ik ben hier niet voor mijn plezier.
Waarvoor dan wel?
De anderen hebben me gestuurd om iets te zeggen, en ik zal 't zeggen ook.
Om opdat u 't niet vergeet, schrijf 't op.
Ga zitten.
De boodschap is heel eenvoudig: Blijf met uw vettige poten van Jetje af...
of we hakken ze van uw lijf.
Jongens, naar buiten.
Nu wil ik wel 's zien wie hier mijn poten gaat afkappen.
Bolle, nee.
Ik kan niet slapen.
Smeerlap.
Goed, hoe oud ben jij?
Zestien en een half.
En een half. En jij?
Bijna vijftien. - Bijna.
En jij? - Bijna zestien.
En jij, meisje? - Twaalf.
Opgeteld en afgerond, 59 jaar bij elkaar.
Op die leeftijd zou je beter moeten weten.
Je komt dus een klacht indienen tegen je vader, omdat hij stoute kinderen straft.
Maar 't is meer dan straffen.
Ze zit in de kelder opgesloten, godverdomme.
Dat moet zo, h� ventje. Stoute kinderen moeten opgesloten worden in de kelder.
Of wou je ontkennen dat je wat te maken hebt met die verdwenen broden?
We zouden trots moeten zijn dat er in deze tijden van verwarring...
nog vaders zijn als jullie vader, die kinderen naar het rechte pad leiden.
Maak maar dat je wegkomt. - Maar dat is toch...
Dat is een bevel. Maak dat je wegkomt.
Dat vroeg ik me ook af. Nou ja, met jou dan.
Maar ik kan 't moeilijk uitleggen.
Ik heb een karabijn nodig om iemand kapot te schieten.
Om iemand dood te schieten.
Nee, ik heb geen honger, en ook geen dorst.
Ik moet een karabijn hebben.
Die zal ik je naderhand teruggeven. Echt.
Toen kon je nog om hem lachen, nu niet meer.
Nu valt er niets meer te lachen.
Niet echt, nee.
Ze is dood.
Ik zou je wat willen vragen, maar ik weet niet of dat goed is.
Dat ik je dat vraag.
Het gaat over mijn vader.
Hij doet mijn zuster Jetje pijn.
Daar zijn geen woorden voor, zegt mijn broer Bolle.
Mag ik dan nu mijn karabijn?
Dat was nu ook weer niet de bedoeling.
Als de Duitsers ��n ding goed kunnen, is het vuile klusjes opknappen.
Die deur gaat niet vanzelf open, h�.
Naar buiten, hup. Vlug naar buiten, allemaal.
Koffie? - Graag.
Is er iets mee?
Wat is er met Jetje, dan?
Heb ik iets aan van jullie, misschien?
Het leven is fantastisch, jongen, maar je moet het nemen zoals het is.
Waarom wil je nu van mij weten of ik weet wat eenzaamheid is?
Omdat u toch alleen bent.
Hier, de tijdschriften mag je op tafel laten liggen.
De kranten gooi je bij de hoop papier daarachter.
Als je boeken tegenkomt, die moet je opzij leggen.
Vooral als er een koning op staat, die brengen soms nog wat op.
En als je een mooie vrouw tegenkomt, dan is 't voor jou.
Nou zeg, je hebt weinig te melden vandaag. Kom op jong, hup.
Ik was verliefd op een meisje.
Op een meisje? O, la, la...
Ja, nu nog steeds. Maar ze is weg.
Gewoon een ander zoeken, jongen.
Er zijn zoveel mooie meisjes op de wereld. Vooruit.
Ik kan nooit woorden vinden om ze aan te spreken, hoe graag ik dat ook wil.
Alles op zijn tijd, jong. Dat zul je wel zien.
U zegt dat het leven fantastisch is, en dat wil ik geloven.
Maar waarom is 't dan allemaal zo moeilijk?
Wat is er zo moeilijk aan, allemaal?
Wij zijn hier op de wereld om te leven...
en dat is 't enige wat je niet leert op school.
En daarom wil ik niet meer naar school.
Dat is het eerste verstandige wat ik je hoor zeggen vandaag.
Het wordt steeds moeilijker en moeilijker.
Jongen, jij bent nog een jong veulen.
Je denkt soms veel te veel, maar je doet niet wat je denkt.
En soms denk je helemaal niet, maar dan doe je een heleboel.
Vooral stommiteiten.
Maar ja, dat is 't verstand dat nog moet komen met de jaren.
Maar tot die tijd, dat heb ik al 's gezegd, kom je hier werken na school.
Dan is dit hier allemaal van jou.
Ik weet 't nog niet.
Zeg, dat meisje waar je zo verliefd op was...
en waardoor je je nu zo eenzaam voelt...
heette die per ongeluk niet Jetje?
Stop weg, want ik moet ervan overgeven.
Omdat je niet tegen de waarheid kunt.
En de waarheid is dat geslachtelijke gemeenschap iets heel ergs is.
Dat kan niet. Als het zo vies was, zou God het niet hebben uitgevonden.
Trouwens, geslachtsgemeenschap moet er zijn, of de mensheid zou uitsterven.
En dan zouden wij hier niet staan.
Wat bedoel je daarmee?
Dat wij hier staan, wil zeggen dat moeder en vader het ook hebben gedaan.
Kijk wat ervan gekomen is.
Pifte, dit is 'n boek over geslachtsziektes, niet over liefde.
Ziektes, ja. Je maakt elkaar kapot als je zo begint.
Mag ik het gezelschap erop wijzen dat er net gebeld is...
en dat dat nog altijd betekent dat je in de klas verwacht wordt? Kom mee.
Vantorre.
Dat is bijzonder interessante lectuur, zo te zien.
Godverdomme, kijk ons hier nu staan.
Ik vind 't niet erg dat we hier staan.
Zeker dat 't niet erg is. Je wil toch niet meer naar school?
Je zult ook niet meer naar school gaan.
Want hier zijn we uitgegooid en een andere is hier niet.
Ik vind 't helemaal niet erg.
Vantorre, meekomen.
Kijk 's wat je daar ziet. - Een plas?
Ja, maar wat zie je daarin?
Ik zou 't niet weten.
Twee vrije mensen zie je daarin, jij en ik.
En wat gaan die twee vrije mensen doen?
Wat ze willen. Dat is wat vrije mensen doen, namelijk.
Wat zou jij willen doen?
Naar Oostende gaan.
Dan gaan we naar Oostende.
Waarom zijn we niet als iedereen met de tram gegaan?
Omdat dat dat geld kost, dat we waarschijnlijk beter kunnen gebruiken.
Je zult zien dat het de moeite waard is.
Dat is te hopen.
In orde, doorrijden.
Wat heb je daar? - Niets.
Wacht, laat 's kijken.
In orde, ga maar door.
Er loopt hier mooi volk rond.
Wat doen al die vrouwen hier?
Ze verkopen liefde.
Dat vind ik vies. Ik wil hier weg.
Ik zie niet in wat dat met liefde te maken heeft.
Daarvoor ben ik ook niet hierheen gekomen. Ik wil ons Jetje zien.
Weet je dan waar die zit?
Ja, Heinz heeft 't adres opgeschreven van 't hospitaal.
Dan gaan we daarheen en daarna komen we hier weer terug.
O, maar jou ken ik.
Jij bent dat vechtersbaasje uit 't Duitse kamp bij Heist.
Wat kom je hier doen, een beetje plezier zoeken?
Ik zie aan z'n ogen dat hij zin heeft, maar niet zoveel ervaring.
Je mag gratis, als je wilt. Gewoon om eens te proeven.
Ik heb geen zin.
Mevrouw...
als u nog een kandidaat zoekt, ik heb wel zin.
Jij?
Goed, ventje, kom maar.
Ik zie je straks. - Het zal niet erg lang duren, denk ik.
Marian.
Help eens.
Wacht. - Ja, ik heb 'm.
Hier, drink een glas suikerwater, dan zul je je snel beter voelen.
Dan zoek ik intussen je zus die hier werkt. Wat was haar naam ook weer?
Jetje.
Hier zit onze zieke.
Heb je mijn brief niet ontvangen?
Brief? Welke brief?
Ik heb je een brief geschreven.
Die zal dan morgen wel komen.
Je kunt nu toch zeggen wat er in staat.
Je moet het lezen, ik kan 't niet zeggen.
Hoe komt 't dat je flauwgevallen bent? Je bent toch niet ziek, hoop ik?
Door de zon, denk ik.
Bolle en ik zijn te voet hierheen gekomen...
en hebben onderweg niets gedronken of gegeten.
Maar ik heb 't eigenlijk expres gedaan om hier binnen te komen.
En waar is Bolle nu?
Die kan niet tegen ziekenhuislucht, zegt hij.
En die is Oostende gaan verkennen.
Vertel eens hoe 't thuis gaat.
Ik ga niet meer naar school.
Opa heeft me gevraagd bij hem te komen werken, maar ik weet 't nog niet.
Het is thuis helemaal anders sinds je weg bent.
Ik mis je echt.
Ik wil altijd bij je blijven.
Piften, je mag...
Piften, wat er zojuist gebeurd is...
dat is nooit gebeurd.
Waarom niet? Dat is wat mensen doen die van elkaar houden.
Dat gaat niet, zeg ik je.
Dat is zelfs door de wet verboden tussen een broer en een zus.
Maar waarom?
Als ik van je hou, kan de wet mij dat toch niet verbieden.
En wat hebben andere mensen daarmee te maken?
Het is niet alleen de wet van de mensen die dat verbiedt...
maar vooral de wet van de natuur.
En die zal zorgen dat jij snel een mooi jong meisje tegenkomt.
Ik wil geen ander meisje.
Ik heb jou nodig.
Wat jij nodig hebt, is frisse lucht. Kom, ik breng je naar buiten.
Vergeet mijn brief niet te lezen.
Is er iets gebeurd?
Nee, helemaal niet. Het gaat goed met Jetje.
Die Lola was de moeite, nou. Je hebt wat gemist, broertje.
Goeie handel, alles erop en eraan.
Van top tot teen in orde.
Zo praat je niet over vrouwen. Vrouwen zijn iets verhevens.
Die Lola zeker, vooral als ze op haar rug lag.
Vrouwen die voor hun brood hun blote gat laten zien, dat zijn geen vrouwen.
Wat zijn dan vrouwen, volgens jou?
Ons moeder, dat was een vrouw. En Jetje.
Ons moeder is dood.
En Jetje zit in dat ziekenhuis.
Maar die vrouwen in Oostende, die zijn echt.
Maar jij houdt niet van ze, en zij ook niet van jou.
Die vrouwen doen alsof ze van me houden.
Dat is hun beroep.
En of ik van ze hou of niet, dat maakt toch niet uit.
Dieren houden ook niet van elkaar als ze zin hebben.
Die snuffelen eens aan elkaars gat en hupsakee.
Dat wil ik allemaal niet horen, Bolle. Ik geloof in de liefde.
Maar wil je dan niet weten waarom de kinderen op de wereld komen...
of waarom mannen wel tepels hebben maar geen tieten...
en hoe een tongkus voelt?
Ik wil weten hoe je een meisje moet aanspreken.
Wat zeg je in godsnaam tegen een meisje waar je van houdt?
Blijkbaar niet dat je van haar houdt, dat willen ze nooit horen.
Vooral niet te veel zeggen, maar doen.
Je weet zeker niet hoe gelukkig wij zijn.
De Vlaamse meisjes zijn de mooiste van de hele wereld, heb ik gelezen.
En waar heb je dat gelezen?
Op een asbak, ergens in een caf�.
Rijdt u naar Heist? - Stap in.
Bedankt.
Kom, Piftje.
Koofke en Horsje, naar bed.
Beste broer.
Ik zit hier alleen in mijn kamer in Oostende...
en ik schrijf je om je te danken voor je hulp.
Ik weet dat mijn verlossing uit de handen van de man...
wiens naam ik niet meer wens te noemen, aan jou te danken is.
Je hebt mijn leven gered...
want ik had bijna die daad begaan die ik van anderen nooit zou aanvaarden.
Ik was bijna met moeder herenigd, maar ik ben beter nu.
Ik wil dringend vragen geen contact meer met mij te zoeken.
Jou in het bijzonder, omdat ik weet dat ik erg op je gesteld ben...
en jij 't erg moeilijk zult hebben.
Weet dat je een mooi meisje zult vinden dat jou waardig is.
Liefste broer, ik wil een nieuwe start maken...
en de naam Kavijak is met te veel pijn verbonden.
We zijn vanaf nu onbekenden.
Ik blijf nog twee weken in Oostende...
en heb overplaatsing naar 't buitenland aangevraagd.
Hou je goed en wees altijd de Piften die ik gekend heb.
Je liefhebbende zus, Jetje.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.