All language subtitles for De.Kavijaks.deel1.Nederlands

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Mijn naam is Jozef, maar zo heeft niemand me ooit genoemd...

behalve de Pastoor, in de kerk, twee keer.

Toen hij me doopte en toen hij me trouwde.

Iedereen zei Piften tegen me en zo heet ik nog.

Ik ben nummer zeven uit een gezin van dertien kinderen.

We sliepen op zolder, als sardientjes tegen elkaar geplakt.

Dat ventje daar ben ik, toen ik nog veertien was en onschuldig.

Ik was de denker in huis, maar wat viel er te denken?

Bij ons werd er nooit gedacht.

Ja, soms op vrijdag, aan 't stoofvlees van de zondag.

Naast mij, dat is Roger, bijgenaamd de Bolle, een beetje ouder dan ik.

Hij was vooral ge�nteresseerd in techniek.

Hij kon alles repareren, vooral wat niet kapot was.

Aan de andere kant Achiel, de Spille, de oudste van de jongens.

Hij was een zachte natuur, die niets liever deed dan schilderen.

En dit is onze drieling: Horsen, Kobbe en Koofke.

Ze leken van geen kanten op elkaar.

En ik ben er ook zeker van dat ze geen drieling waren.

Maar 't spaarde tijd uit om in ��n adem 'onze drieling' te kunnen zeggen.

In de hoek lag onze Krulle.

Hij was een nakomertje, is ons altijd gezegd.

Aan de andere kant van de zolder sliepen mijn zusters.

Onze oudste, Cecile, woonde niet meer thuis.

Maar dat was niet omdat ze de man van haar leven had gevonden.

Zo hadden Liske en Tanny meer plaats in bed.

Zij waren altijd samen.

In het midden lag Jetje, mijn lievelingszus...

die eigenlijk als tweede moeder voor ons zorgde.

Daarnaast Tincke en tenslotte Jeanne...

die liever een jongen wou zijn en dan ook altijd met mij en m'n broers optrok.

Zelfs als we ons 's nachts verzamelden rond de emmer...

had ze 't gevoel erbij te moeten zijn.

In de opkamer sliep moeder.

Ik hield meer van haar dan van de liefde zelf.

Meer dan van mezelf.

Als zij gelukkig was, dan was ik gelukkig.

Als zij pijn had, dan had ik ook pijn, en huilde ik.

Iedere dag dus.

Hoe we aan zo'n groot gezin gekomen zijn, heb ik nooit begrepen.

Want mijn moeder was altijd ziek.

En zo lang ik me kan herinneren lag ze 's nachts altijd alleen in dat grote bed...

om de eenvoudige reden dat vader, die wij de Generaal noemden...

alleen maar thuiskwam...

om zijn roes uit te slapen.

Ach, mijn vader, de Generaal...

Over de Generaal kunnen we maar beter niet te veel zeggen.

Vantorre heette hij, en wij dus ook.

Maar ze noemden ons de Kavijaks.

Bij de Kavijaks was alles altijd anders.

We sliepen anders, we dachten anders, we aten anders...

en we waren ook allemaal anders.

En door alle rare dingen die we samen meemaakten...

leerden we van elkaar houden, veel meer dan veel andere gezinnen.

We waren gelukkig in onze eenvoud.

Van kindsbeen af vochten we en werkten we voor onze eer, een Kavijaks-eer.

Om aan te tonen dat je van alles geld kan maken, en om onze armoede te verdrijven.

Wij waren ��n blok, ��n massa.

E�n voor allen, allen voor de Kavijaks.

Van De Panne tot Het Zoute stonden wij bekend als zeer rare vogels.

Kijk eens, Jeanne, een nieuw jurkje.

Hela jongens, leg terug in de vuilnisbak.

Kom, dat is toch 'n mooi jurkje.

Nee, dat is vuil en een vod en het stinkt naar vis.

Maar mevrouw, er ruikt niks lekkerder dan vis.

Wat 'n stank.

Kom, daarginder, aan de overkant.

Doe maar niet, we moeten zo op school zijn.

Piften, verse taartjes.

Voor mij een met slagroom.

Een huiveringwekkende oorlog laat de wereld opnieuw beven.

Mondjesmaat, ordelijk en beheerst worden onze legertroepen gemobiliseerd.

De regimentsvlaggen van '14-'18, die bij de vrede werden neergehaald...

en in 't Koninklijk Legermuseum hingen, worden wederom tevoorschijn gehaald.

Het nationale leger beschikt over de beste technologie.

Het moreel van het leger is het moreel van een natie...

die haar bezittingen en vrijheid wil veiligstellen.

Kalm en resoluut stelt het leger zich tot taak...

ons territorium en onze onafhankelijkheid te verdedigen...

zodat ons hardwerkende en vredelievende volk...

zijn weldaden kan blijven verrichten.

Renaat, doe 't licht eens aan.

Zo, jongens.

Als je vanavond in bed ligt en je denkt nog 's na over deze film...

onthoud dan drie dingen:

Ten eerste, dat er geen groter verraad bestaat dan volksverraad.

Ten tweede, dat er geen schoner trouw bestaat...

dan trouw aan onze vlag.

En ten derde, dat ons leger...

dag en nacht, in alle omstandigheden, klaarstaat voor ons.

Want zoals de film het zo goed zegt: Ons leger waakt.

En als het ooit zover komt...

dat wij de wapenen moeten opnemen tegen welke indringer dan ook...

vergeet dan niet dat uw vader en zijn kameraden in de Grote Oorlog...

miskend en vernederd om hun Vlaamse afkomst...

toch met trots...

hun vaderlandse vlag hebben verdedigd.

En daarom, ter ere van hen...

zullen wij nu Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief laten klinken.

Een, twee, drie.

Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief

mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief

mijn Vlaanderen boven al

mijn Vlaanderen boven al

dat is 't refrein

't is 't liefdelied

dat ik nooit vergeten zal

Wat is er? Ben je weer te veel aan 't denken?

Ik wil niet dat 't oorlog wordt.

Niet zo benauwd, broertje. Dat gaat niet gebeuren.

De Duitsers hebben hier in de Grote Oorlog hun lesje wel geleerd.

En je hebt 't toch gezien in de film?

Ons leger waakt.

Waarom lach je daarom?

Een klein landje als dat van ons betekent in een oorlog niks.

Belgiekske, niekske, kent je dat niet?

Weet je wat de Duitsers met Belgi� doen als ze hier nog eens langskomen?

De stront van hun botten eraan afvegen, dat doen ze.

Jij bent een landverrader, jij.

En als ons leger de Duitser niet kan tegenhouden, moeten wij dat doen.

Dat is onze plicht. De Generaal zal wel een plan hebben.

Dames en heren, geachte luisteraars.

Zopas kwam in ons omroepgebouw van 't Nationaal Instituut voor de Radio...

aan 't Heilig Kruisplein te Brussel het volgende bericht binnen...

van 't Ministerie van Binnenlandse zaken.

Eerder deze dag hebben de Duitse strijdkrachten...

voor de tweede maal in nauwelijks 20 jaar...

de landsgrenzen van ons geliefde koninkrijk geschonden.

Duitse troepen zijn reeds in de buurt van onze hoofdstad...

en rukken op naar 't westen. - Waar is 't westen?

Daar is 't westen, ja.

...waardig en kalm te blijven en via deze weg verdere instructies af te wachten.

Wij danken u voor uw aandacht.

Voil�.

Het is oorlog.

We vertrekken binnen een kwartier.

Iedereen mag een tas meenemen of ��n pakje.

Is 't verstandig om holderdebolder op de vlucht te slaan voor de Duitsers?

We slaan niet zomaar holderdebolder voor de Duitsers op de vlucht.

Wij herpositioneren ons tegenover de vijand.

Een kwartier.

Bolle, geen grappen.

Kwajongens, volg mij.

Waarom loop je niet mee met je broers, Piftje?

Ik heb de Generaal nog nooit zo snel zien lopen.

Hij weet dat er groot gevaar op komst is.

Als we hier blijven liggen, spoelen we morgen aan in Engeland.

We hebben vijf uur gelopen en nog geen Duitser gezien.

Ik ben moe, de kinderen zijn moe. En waar gaan we slapen vannacht?

Ik stel voor dat we gewoon terug naar huis gaan.

Als de Duitser het Sas van Heist opblaast, kunnen we al niet meer terug.

Misschien zijn de buren ons huis al aan 't leeghalen.

We gaan ons verdedigen.

Wie zegt dat? We gaan ons herpositioneren tegenover de vijand.

Luister eens.

Luister eens eventjes, allemaal.

In verband met ons uitstapje van gisteren zou ik graag 't volgende zeggen.

Ik weet ook niet hoe 't kwam...

maar ineens dacht ik eraan dat onze koning vroeg...

om voor elke vierkante meter te strijden.

Dus dacht ik: Ik moet hier blijven.

De koning heeft me hier nodig...

want er zit er hier maar ��n rond de tafel die weet wat een oorlog is.

Wie is dat? - Jij, Pa.

Juist, ik.

En daarom heb ik besloten dat van nu af aan ik, en ik alleen...

de strategie zal bepalen die wij dienen te volgen ter bestrijding van de vijand.

En om te beginnen zal die strategie dezelfde zijn...

als die we volgden tijdens de Grote Oorlog.

Dus...

met ingang van nu...

eis ik al jullie werkkracht op.

Begrepen?

Je moet 't niet zo ver gooien. Straks moet je er de zakken mee vullen.

Laat 'm zelf zijn zakken vullen.

Hoor ik iets, soldaat Bolle? - Nee.

Nee, wie? - Nee, Generaal.

Van mijn kloten.

Aan het werk.

Er wordt beweerd dat de regering besloten heeft de hoofdstad te verlaten.

Laten wij allen eensgezind blijven...

overtuigd van de overwinning...

en met de hulp van onze bondgenoten zullen wij zegevieren.

Daar zijn ze. - Wat is dat?

Kavijaanders, dekking.

Verstop je.

De Generaal.

Kan 't wat stiller daarboven?

Niks. Zelfs geen appelschillen.

Dank u, lieve Heer, dat de Duitsers ons tot nu toe gespaard hebben.

Als u mij kan uitleggen hoe ik mijn moeder kan helpen genezen...

dan zal ik de kruisweg van de duinkapel van Heist lopen.

Wil je wel eens in stilte denken, Sint Jan Berchmans.

Je bent er vroeg bij vandaag.

Vroeg erin, vroeg eruit. Dat zegt de Generaal altijd.

Hij kan mooi praten, je vader.

Heeft u al gezien dat de Duitsers verderop liggen?

Ja, ik heb 't gezien, ja.

Ik heb er niet zo'n last van. Maar ik wil er in ieder geval niks van weten.

Zeg, moet jij niet naar school vandaag?

Ja, straks. Het is eerst gymnastiek.

En ik mag niet meedoen omdat ik geen gympen heb.

Zullen we dan maar naar de schoenenwinkel gaan?

Weet je al wat je wil worden later?

Volgend jaar mag je van school.

Ik weet al wat ik niet wil worden. Pastoor of soldaat.

Dan blijft er niet veel over.

Ik zou graag voor dokter willen leren. Om andere mensen te kunnen helpen.

Maar ik mag niet verder leren van de Generaal.

Niets voor ons soort mensen, zegt hij.

Als je niet verder kan leren en je wil geen pastoor worden en geen soldaat...

dan heb ik misschien werk voor je.

Sinds je oma dood is, heb ik mijn buik vol van de stort.

En voor ik zelf mijn kop neerleg, wil ik zelf een nieuwe opvolger zoeken.

En die opvolger zou jij misschien kunnen zijn.

Wat denk je? - Het is wel iets anders dan dokter.

Dat is maar net hoe je ertegenaan kijkt.

Ik help toch ook mensen.

Ik help jou nu. Met gympen.

Ja, deze neem ik. Hoeveel zijn die?

Twee frank.

Twee frank? Ze zien er zo goedkoop uit.

Ik heb al zo dikwijls gezegd: Je moet nooit op het eerste gezicht af gaan.

E�n frank.

Nou, goed dan. E�n frank. Maar alleen omdat jij 't bent.

Wat ga je nou doen? Heb je al besloten?

Word je mijn opvolger of niet?

Ik weet 't niet.

Het is hier zo aan de rand van het dorp.

Ik weet niet of ik aan de rand van het dorp wil zitten.

Spring, twee drie vier, spring.

Piften. Je hebt nu schoenen, ga je nu komedie spelen?

Bolle, naar je plaats.

Piften, wat is er? Zeg dan wat.

Ik heb honger, meester.

Maar moeder, dat heeft geen smaak. Wat voor soep is dat?

Watersoep met een wortel en een raap. Ik kan je niks beters voorzetten.

De Duitsers willen ons blijkbaar uithongeren.

Welnee. In het dorp zeggen ze dat er rantsoenzegels zijn.

En dat de Duitsers die uitdelen aan de grote families.

Op school zeggen ze dat wij die ook krijgen...

maar dat de Generaal ze verkoopt.

Je moet niet alles geloven wat de mensen zeggen.

Ik heb geen honger.

Als je heel hard aan kervel denkt, proef je ook kervel.

Of aan kip, en dan proef je kip.

Of aan tomaten, en dan proef je... - Tomaten.

Of aan ossenstaart, en dan proef je... - Ossenstaart.

Of aan uien, en dan proef je... - Uien.

Of aan prei, en dan proef je... - prei.

Zeg...

ik ken iemand die rantsoenzegels nodig heeft. Hij betaalt ervoor.

Kun je dat regelen?

Maar nu niet. Volgende week.

Ze zijn allemaal op.

Honger is de beste saus, maar ik krijg er dorst van.

Wie aan deze tafel weet wat honger is?

Jij, Generaal. Jij.

Ik heb ooit eens aan de IJzer...

van pure honger in mijn eigen voet gebeten.

Maar hij was bevroren.

Honger, h�...

dat is goed voor de jonge mens. Dat maakt 'm hard.

Die van mij komen niks tekort.

Maar ze hebben ook niks te veel.

Soberheid is een deugd.

Dat zou jij als man van de wet moeten weten.

Ik heb honger.

Is het waar dat jij rantsoenzegels krijgt voor het hele gezin?

En dat je die verkoopt?

Het was lekker.

Een vliegende kraai vindt meer dan een zittende, zegt opa Pol altijd.

Piften, nu niet flauw doen. Het genootschap was jouw idee.

Ja maar, ik denk... - Het is oorlog.

Het is niet het moment om te denken. Ik heb honger. We moeten iets doen.

Ik heb geen zin om de hele oorlog domme liedjes te zingen bij een bord watersoep.

Er moet een oplossing komen voor die verdomde honger.

Verdomme.

Bij dezen stichten wij het Genootschap van de Heilige Viervuldigheid.

Onze bloedband kan nooit verbroken worden.

Tenzij iemand sterft.

Of trouwt.

Dus moeten we voorkomen dat dat ooit gebeurt.

Vanaf nu kan niemand ons of iemand van de Kavijak-familie nog kwaad doen.

En dat moeder niet meer hoeft te huilen. Tenzij van 't lachen.

E�n voor allen... - Allen voor de Kavijaks.

Allemaal goed en wel, maar ik heb nog altijd honger.

Ik denk...

dat we het eten moeten halen waar 't is. - Waar is 't dan?

Als je ze zo bezig ziet, zijn 't niet zulke beesten als de Generaal zegt.

Ze hebben allemaal twee ogen, twee oren en twee handen.

Ja, maar die ene arm steken ze wat te veel omhoog naar mijn smaak.

Ben je Chinees aan het oefenen?

Nee, die groene tent daar zit vol met kisten en met zakken.

En die zakken zitten vol eten.

Blume, dat zijn bloemen, dat weet ik zeker.

En Fleisch, dat is vlees.

Als we daar aan kunnen komen, is onze honger voorbij.

Als je 't allemaal zo goed weet...

dan sturen we jou naar die smeerlappen als verkenner.

Blume. Dat is bloem, sukkel.

Ik ben Piften, van de Kavijaks. We zijn met zijn dertienen thuis.

Ik ben vorige week in de kolenbak gevallen.

Piften, van de Kavijaks.

We zijn met dertien. - Dertien?

Dat hoeft niet.

Ja, ik wil wel 's proeven.

Ik wou dat 't altijd oorlog was. Ik heb nog nooit zo goed gegeten.

Uit de trog van de vijand. - Leve de vijand.

De kolenbak.

Toe moeder, neem dat poeder. Dan voelt u zich beter.

Ik voel me goed genoeg. Wij zijn sterke mensen.

Om mezelf maak ik me geen zorgen...

maar om jullie allemaal.

Cecile, waar zou die nu toch uithangen?

Ik heb haar al zo lang niet meer gehoord.

Wat moet er van dat kind terechtkomen?

Ik ben er ook nog altijd. En u bent nog niet weg.

Een handdoek. Vooruit.

Vooruit, een handdoek.

Weg, weg.

Toch 'n knap ventje, dat jochie van Cecile.

Hij heeft wel jouw neus.

Hoe ziek is ze?

Heel ziek.

Ik ga later voor dokter leren. Dan kan ik 'r helpen genezen.

Dan zul je snel en hard moeten leren.

Hoe bedoel je? - Niks.

Waar heeft ze dan pijn? - In haar buik.

Meer weet ik ook niet. Ik kan niet in haar buik kijken.

De mens is verkeerd gemaakt. Onze Lieve Heer had ons 'n rits moeten geven.

Onze Lieve Heer heeft zich wel vaker vergist.

Moeder en de rest hebben ook honger. - Er moeten grondige oplossingen komen.

Vorige keer duurde de oorlog vier jaar. Deze kon wel 's een stuk langer duren.

We moeten de zaak serieus aanpakken en ons afvragen:

Wat heeft 'n mens het meeste nodig als hij honger heeft?

Als je zo stom blijft praten, heb ik liever dat je zwijgt.

Spille heeft gelijk. Wat heeft een mens nodig als hij honger heeft?

Eten? - Ja, en waar vindt men dat eten?

Bij de Duitsers. - En waar nog meer?

Bij de boeren. - Stelen is gevaarlijk in tijden van oorlog.

Daar krijg je de kogel voor. - Wie heeft 't over stelen?

Wij Kavijaks zijn van alles, maar geen dieven.

Ik zeg je: Ik heb erover nagedacht.

Wacht maar. Spille, jij kunt goed tekenen en schrijven.

Jij kunt goed timmeren en jij kunt goed naaien.

Je weet 't, h�: Als Piften zijn tekst zegt...

...dan wijzen wij allemaal naar boven en wijzen we naar ons oor.

Ja, ik vind 't heel goed. Kom op, Piften.

Is dat een vliegende bom die ik daar hoor?

Of is dat een voltallig Duits mannenkoor?

Nee, dat is gewoon mijn maag die gromt, meneer.

Met Kerstmis '39 at ik voor de laatste keer.

Heel goed. Ik vind 't fantastisch zoals jullie dat doen.

Maar ik denk dat je 't nog beter kunt. Dat je nog veel meer honger kunt hebben.

E�n, twee, drie... start.

Is dat een vliegende bom die ik daar hoor?

Of is dat een voltallig Duits mannenkoor?

Nee, dat is gewoon mijn maag die gromt, meneer.

Met Kerstmis '39 at ik voor de laatste keer.

Voor de laatste keer.

Wat zou u nu nog kunnen verhinderen...

de buikjes te vullen van alle kinderen?

Van alle kinderen.

Want wij hebben honger.

En wij hebben dorst.

Ontferm u over ons, o Hemelenvorst.

Met uw hemelse worst.

Barmhartige beschermheer van ons volk...

daal toch eens neder uit uw wolk.

Uit uw wolk.

Goedertieren mensen, geeft ons brood.

En redt deze arme kroost uit de barre nood.

Uit de barre nood.

Moeder, waarom leven wij? Dat staat in ons kinderhart gekerfd.

Wacht u dan echt op de dag dat een van ons van de honger sterft?

Van de honger sterft.

Zo.

Wat is dat hier in mijn washok? - Ons washok, bedoelt u.

Wat hier ligt, is onze oorlogsbuit.

Maar jij bent van mij. Dus alles wat hier staat, is ook van mij.

Alles wat hier ligt, is van 't Genootschap van de Heilige Viervuldigheid.

Daar hebt u niks mee te maken.

Is dat ook van de Viervuldigheid?

Is dat van jou?

Kom eens hier.

De Viervuldigheid, h�?

Die tomaten, zijn die ook van jou? Zijn die tomaten van jou?

Hier, tomaten. Kom maar, jongen. Kom.

En die broden, zijn die broden van jou?

Kom maar eens mee, jongen. Kom.

Ja, braaf.

Gaat het, moeder?

Het heeft nooit gegaan, Jetje, maar het ging toch.

Mensen als wij worden niet geboren om 't makkelijk te hebben.

Zoals opa zegt: Moeilijk gaat ook.

Nog een poedertje?

Al nam ik 'n half pond van die poedertjes, dat zou nog niet helpen.

Van wat ik heb, is nog nooit iemand genezen.

Dat ik ooit van die man heb gehouden.

Ik ga u genezen. - Hoe ga je dat doen, jongen?

Ik zal voor u bidden. Zo hard en zo lang dat Onze Lieve Heer wel moet luisteren.

Mijn paternoster is al versleten van het bidden.

Ik denk soms dat Onze Lieve Heer meer kralen aan z'n paternoster heeft...

voor smeerlappen dan voor brave mensen als wij, Piftje.

Dan ga ik op mijn knie�n naar Scherpenheuvel.

Ik hoop dat ik er dan nog ben, als je terug bent.

Om knielappen op je broek te zetten.

Ik wil niet dat u doodgaat.

Niemand wil doodgaan, Piftje.

En toch wil iedereen naar de hemel.

H�, als je de zee wilt horen, moet je zo doen.

Mag ik iets vragen, opa? - Heb je mij ooit nee horen zeggen?

Vraag dan wat je wilt vragen.

In de hemel, hoe zou 't daar eigenlijk zijn?

Ik ben er nog nooit geweest.

Maar ik weet wel, van horen zeggen, dat 't er altijd mooi weer is.

En dat er 's avonds altijd overal kleine lichtjes branden.

En dat er nooit ruzie is, omdat er alleen maar brave mensen zijn.

Nee, ik heb geen honger.

Maar u mag wel iets meegeven voor m'n moeder. Die is ziek.

Mijn broers zijn zoals ik. Maar mijn zussen zijn echt braaf.

Met dertien.

Als we de ratten en muizen niet meetellen.

Wat is dat?

Ik snap 't niet zo goed. Wat doen jullie hier eigenlijk?

Ik vind de Belgische vlag veel mooier.

Kom jij ook uit Duitsland? - Nee, uit Oostende.

Ik ben 'n vriendin van Otto en ik kwam toevallig langs.

Ben jij 'n verpleegster?

Zo zou je dat kunnen noemen, ja.

Ik ben gespecialiseerd in de onderkant van de mensen.

Die Otto is een smeerlap.

Vergeef 't hem. Zijn vuisten weten niet altijd wat ze doen.

Zijn handen wel.

Het is een smeerlap, zoals alle moffen.

Ze brengen me zo terug naar Oostende. Als je wilt, kun je 'n stukje meerijden.

Dan laat ik je thuis afzetten.

Nee, dat hoeft niet. - Zeker?

Kom, jongen. Laat eens zien.

Hoe krijg je dat nu weer voor elkaar? Sukkel.

Kom, hou 's vast.

Vantorre?

Jij niet. Jij, naar binnen.

Misschien word je wel gedecoreerd voor je trouw aan het vaderland.

Doe de deur dicht.

Hier is onze held.

Wat heb ik gehoord, jongen? - Zo erg was 't ook weer niet, meester.

Ik deed gewoon mijn plicht als Belg. U had het ook gezegd in de klas:

'Trouw aan de vlag is het belangrijkste wat er is.' Maar ik ben heus geen held.

Nee, je bent geen held, maar een kalf.

Trouw aan de vlag is belangrijk als 't de vlag van de winnaars is, of de Vlaamse.

Maar wij Belgen zijn geen winnaars.

De Duitsers zijn nu hier en wij hebben ze nodig. En zij hebben ons nodig.

Want als de oorlog voorbij is, zullen de Belgen je niet komen bedanken.

Maar de Duitsers zullen niet vergeten wie hen heeft geholpen of tegengewerkt.

En jij hebt ze tegengewerkt, en dat zal je geen goed doen.

Net zoals 't onze school misschien ook geen goed zal doen, stommeling.

Ik deed 't alleen om goed te doen.

Om goed te doen.

Je hebt er slecht aan gedaan. Maak dat je wegkomt.

En onthou ��n ding:

In 'n oorlog is al wat recht is soms krom, en al wat krom is soms recht.

Maak dat je wegkomt.

Piften, waar zit je naar te kijken?

Ik heb toch gezegd dat daar niks is.

Hier houdt alles op, jongen. West- Vlaanderen is 't einde van de wereld.

Is het al carnaval?

Ik heb gevochten en 'n pak slaag gekregen.

Dat is normaal. Een denker moet niet vechten, een denker moet denken.

Heb je al 's nagedacht over wat ik de vorige keer gezegd heb?

Of wil je nog altijd dokter worden?

Denk er nog maar 's goed over na.

Stap in. Ik zal je naar huis brengen.

Kalm, jongen, kalm.

Het is oorlog. Zulke dingen gebeuren in de oorlog.

Recht is krom en krom is recht. - Je denkt te veel na. Veel te veel.

Maar waarom, opa? Waarom werden die mensen daar weggehaald?

Waarom hing er 'n gele ster aan de deur? - Vast omdat 't joden zijn.

Wat zijn dat, joden? - Dat weet ik niet.

Ik ben maar 'n simpel mens.

Het enige wat ik weet, is wat de pastoor er vroeger op school over zei.

De joden hebben Jezus aan het kruis genageld.

Nu moeten ze daarvoor betalen, nu worden ze daarvoor gestraft.

Ik wil nooit pastoor worden.

Moeder.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.