Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Wetenschappers hebben zich eeuwenlang gebogen over de vraag...
of bepaalde mensen zijn voorbestemd...
tot crimineel gedrag.
In 1876 publiceerde Cesare Lombroso...
een boek waarin hij beweerde...
dat misdadigers een aparte lichaamsbouw hadden:
Lange armen, een platte neus en opvallend grote oren.
Hoewel onze vriend Lombroso wellicht net te veel geproefd had...
van de lekkernijen in zijn medi- cijnkast, is zijn vraag interessant.
Zijn alle mensen in wezen goed of bestaat er een aangeboren gen...
dat aanzet tot crimineel gedrag?
Sommigen zeggen dat in iedereen een moordenaar schuilt...
als de aanleiding groot genoeg is.
Anderen zeggen dat de omstandigheden alles bepalen:
Een moeilijke achtergrond... -Nog eentje.
Of de slechte invloed van anderen, maar de vraag blijft:
Is misdadig gedrag aangeleerd of aangeboren?
Wordt men delinquent door de omgang met criminele vrienden...
of worden onze vrienden delinquent door de omgang met ons?
Ziet u, dames en heren, het is niet zo eenvoudig.
We willen maar al te graag dat misdadigers mensen zijn...
met een afwijking, want dan passen ze makkelijk in een hokje.
Pas wanneer onze ietwat saaie maar vriendelijke buurman...
plots een seriemoordenaar blijkt te zien...
beseffen we dat zo'n eenvoudig wereldbeeld misplaatst is.
Dames en heren, ga op zoek naar de moordenaar in u.
Tegen de komende les wil ik een paper van vier pagina's...
over de ware aard van de moordenaar.
Het slachtoffer is Armand De Sutter, 55 jaar en hoofdbibliothecaris hier.
Voor hem is het boek definitief dicht. -Wat was hier bezig?
Een afscheidsborrel van een medewerker.
We hebben iedereen verzameld.
Volgens de arts is hij vergiftigd door cyanide.
Versterkt door het koolzuur. -En versneld.
Zijn er ooggetuigen? -Iedereen wordt ondervraagd.
De ober heeft het glas van een collega gekregen.
Die heeft dat gepakt van die tafel, tussen de andere glazen.
Iedereen kan dat gif in dat glas hebben gedaan.
En ervan gedronken hebben.
Dat klopt.
Lastige zaak.
Het doet mij plezier dat u eindelijk de moeite doet...
om de aankondigingen te lezen.
Mevrouw Sneyers, ik zal u iets verklappen.
Ik ga elke ochtend een paar minuten voor het prikbord doorbrengen...
omdat iedereen dat doet.
Ik ben niet van plan dat te lezen.
Of staat er iets op wat ik absoluut moet weten?
Dat het morgen mijn verjaardag is en ik gek ben op rode rozen.
Het is een cliché, ik weet het. Ik ben ook maar een vrouw.
Ah ja, er zijn twee mensen van de politie voor u.
In uw kantoor, ja.
Ik kon ze echt niet tegenhouden.
Meen je dat? -Het is maar voor een paar uurtjes.
Mijn neefje is schattig. Met wat wijn en een filmpje...
Ik regel liever het verkeer met pluimen in m'n reet...
dan met jou te babysitten.
Goeiemorgen, professor.
Mevrouw Sneyers stond erop dat we hier wachtten.
We zijn hier voor de moord op Armand De Sutter, de bibliothecaris.
De saaiste mens die ik ken. -Dat is kort samengevat ons probleem.
De Sutter had geen vrouw of kinderen.
Geen vrienden, geen schandalen.
Wel boeken natuurlijk. -Ja, niemand met een motief dus.
Dus de cyaankali had voor iemand anders kunnen zijn.
Interessant. -Zeker.
De Sutter was aan het babbelen met Claudine Ongena.
Die werkt hier ook, als hoofd van het studentensecretariaat.
Zegt u dat iets?
In elk geval, we hebben gecheckt of zij een aanvaring heeft gehad.
Nu zeggen sommige bronnen dat er onlangs een conflict was tussen u beiden.
Een conflict? -Ja.
U zou haar 'een aan papieren verslaafde begijn' hebben genoemd.
Dat zou ik gezegd kunnen hebben.
Wij gaan ervan uit dat u hier niets mee te maken heeft.
Maar u begrijpt dat wij alles moeten onderzoeken.
Dus Jasper Teerlinck, waar was u op het moment van de feiten?
Mocht ik ooit een aan papier verslaafde begijn willen vermoorden...
zou ik me zeker niet van slachtoffer vergissen.
Volgens mij had hij ons door. -Tuurlijk.
Als je wilt dat hij meewerkt aan de zaak, vraag dat dan.
Dag, mevrouw Sneyers.
Anders zegt hij nee. -En dat gaat lukken?
Sowieso.
Zeg, wil jij zoete of zoute popcorn vanavond?
Het lab heeft geen spoor van het gif gevonden.
Alleen op het glas van De Sutter.
De naam van de dader staat hier op? -Ja.
Maar niemand heeft een strafblad.
En we weten nog altijd niet of De Sutter wel het doelwit was.
Lastige zaak.
Hoe is het nu met jou?
Het gaat.
En Denise?
Moeilijk.
Eén dag tegelijk, hè.
Als ik iets kan doen...
Ja, maar puur hypothetisch.
Als wij nu een koppel waren, zou je toch kinderen willen?
Daan, alsjeblieft. -Ja of nee?
Wil je koffie?
En? -Die had dat natuurlijk direct door.
Wil je suiker?
Al vier jaar.
Jasper, ik weet dat je er bent.
Wist jij dat je cyaankali gewoon online kunt kopen?
Cyaankali? -Twintig euro voor vijftig gram.
Je hebt ongeveer 0,15 gram nodig...
om een volwassen mens mee om te leggen.
Dat zijn 333,33 lijken voor 20 euro.
Jasper, een probleem kun je toch gewoon uitpraten.
Op lange termijn is eliminatie beter.
Wat kan ik voor u doen, decaan? -Wacht, ik...
Ik heb hier...
Dit is een boete van 35 euro...
voor boeken die je veel te laat hebt teruggebracht...
toevallig één dag na de dood van De Sutter.
Het was de moeite waard om te proberen.
Ja, maar er is nog iets.
Je examenverslagen van vorig acade- miejaar zijn nog altijd niet binnen.
Examenverslagen?
Uitgebreid commentaar om de studenten feedback te geven.
Is dat nieuw? -We doen dat toch al een paar jaar.
Interessant.
Dus die moeten naar het studentensecretariaat?
Ja, bij mevrouw Ongena.
Je moet daar nu niet direct aan beginnen.
Regels zijn er voor iedereen.
Oké dan.
Ik vrees dat het daarvoor nog te vroeg is.
Er is een nieuwe behandeling opgestart.
Over een paar dagen weten we meer.
Tegenwoordig kunnen ze veel.
Mevrouw Ongena.
Dag professor.
Professor.
Ik heb iets voor u meegebracht.
De examenverslagen van vorig academiejaar.
Die van de jaren ervoor komen nog.
U hebt bij iedereen hetzelfde geschreven: zeer goed.
Dank u. -Nee, "zeer goed".
Maar Charle Deweerdt: een 1,5. Dat is toch niet 'zeer goed'?
Rekening houdend met zijn beperkte intellectuele capaciteiten...
was dat zeer goed.
Op die manier.
Ja, ik haal even je dossier erbij.
Mevrouw Ongena, nu ik hier toch ben.
Hoe heeft u het ontdekt?
Hoe heb ik wat ontdekt? -Dat uw man een affaire heeft.
Hoe weet u dat?
Drie dingen. Eén, het ontbreken van uw trouwring.
Twee, uw veel te diepe decolleté en ten derde, zijn leeftijd...
waarop hij een sportwagen koopt of een maîtresse neemt.
Te zien aan de tissues op uw bureau heeft hij voor het laatste gekozen.
Nu, wanneer de politie u verhoort...
is het belangrijk dat u die affaire niet verzwijgt.
U zou uzelf verdacht maken.
Waarom zou de politie me verhoren?
Omdat ze misschien denken dat u uw man wou vermoorden.
Excuseer?
Meneer De Sutter, onze dode bibliothecaris, weet u wel...
Die werd vergiftigd.
De politie denkt dat dat een vergissing was...
en dat het gif voor uw man was. -Voor mijn man?
Dus men kijkt nu wie een motief heeft. -Een motief.
Een bedrogen vrouw bijvoorbeeld.
En bij gif denkt men snel aan een vrouw, vandaar.
Jaja, maar... Ik heb niet... Dat is niet waar, hè.
Daarom zou ik zelf het initiatief nemen.
Zelf naar de politie gaan? -Inderdaad.
Nu? -Absoluut.
Dank u. -Dank u.
Laten we ervan uitgaan dat De Sutter niet het doelwit was.
Wat weten we van die andere koppels? -Ik heb hier het koppel Jaspaert.
Zij is privésecretaresse van de rector.
Hij is vertegenwoordiger in printers. Dat lijkt normaal.
Wie nog meer? -Meneer en mevrouw Ongena.
Hij werkt voor de stad, zij op het studentensecretariaat.
Ja?
Die staat nu beneden bij jou? Stuur maar naar boven.
Mevrouw Ongena wil een verklaring komen afleggen.
Ik had eigenlijk al een hele tijd vermoedens.
Hij moest ineens keiveel overuren doen, opvallend veel. Ook in het weekend.
Ervoor was hij altijd op tijd thuis. Dat klopte niet.
Op een bepaald moment... Ik schaam me daarvoor.
Op een bepaald moment ben ik door zijn spullen gegaan.
Hij had de hotelrekening gewoon in zijn jas vergeten.
Alstublieft. -Dank u.
Er is wel iets anders dat jullie echt moeten weten.
Meneer Ongena, er zijn aanwijzingen dat het gif op de receptie...
voor u bedoeld was.
Hein?
Een paar weken geleden...
heeft een onbekende man meneer Ongena thuis bedreigd.
Mevrouw Ongena had hem nog nooit gezien.
Waarover ging het? -Zijn baan.
Die Ongena moet vergunningen en milieurapporten afleveren.
Wat zegt hij? -Hij herinnert zich daar niks van.
Interessant. -Heel interessant.
Hij herinnert zich wel een ruzie met zijn vrouw...
over dat gedoe met die maîtresse natuurlijk.
Blijkbaar was die ruzie zo heftig...
dat de buren de politie hebben gebeld.
Ik vind het wel raar dat mevrouw Ongena zelf naar ons is gekomen.
Het zou kunnen dat ik daar wat bij geholpen heb.
Ik heb gezegd dat u haar verdacht van moordpoging op haar man...
wat u ook had gedaan, had u geweten van die affaire.
Jij zegt dat wij haar verdenken? -Een poging tot.
Potayto potaato. -Ik was ook verdacht.
Wat als zij het niet was? -Dat is ook zo.
Wat? -Mevrouw Ongena is onschuldig.
Ik heb meneer Ongena opgepikt op zijn werk...
met al zijn collega's erbij.
Ik heb mevrouw Ongena geconfronteerd met haar overspelige man...
wat heel gênant was...
en nu zeg jij dat dat voor niks is geweest?
Voor niks?
Dat heb ik niet gezegd.
Ik krijg een punthoofd van jou.
Ik heb niet veel tijd gehad, dus het is wat het is.
Het ziet er lekker uit.
Schatje.
Als het moeilijk is om langs te komen dan moet je dat zeggen.
Dan doe ik het zelf wel.
Dat weet ik.
Je hebt een zware dag gehad, hè. -Dat valt wel mee.
Ik zie dat.
Maar er gebeuren ook goeie dingen in de wereld.
Dat weet je toch?
Waarom zeg je dat nu?
Soms ben ik bang...
dat je daar verdrietig van wordt.
Ik ben gewoon heel moe.
Ik ben echt kapot. Dat is alles.
Het is lekker, hè.
Papa, je hebt nog niet eens geproefd. -Ik weet dat.
Ik kan dat zien.
Eet.
Zeg wat je te zeggen hebt.
Sorry.
Mag ik eens kijken?
Johan Spermalie, 33 jaar.
Spermalie, wat een naam.
Zelfmoord?
Nee, dat denken we niet. Er klopt te veel niet.
Een atypische kogelinslag, een tweede bandenspoor.
En hij had nog geld op zak, dus geen roofmoord.
En een foto. Daan, laat eens zien?
Er zijn ook geen kruitsporen gevonden.
Is zijn vrouw al ingelicht? -Nog niet.
Ik ga wel mee, Paul.
Dat kan toch niet.
Wij zouden u een paar vragen willen stellen.
Had uw man vijanden?
Misschien persoonlijke problemen?
Had hij ergens schulden?
Had hij onlangs ruzie met iemand? -Nee, iedereen mocht hem.
Wat moet ik haar vertellen?
Professor.
Niet denken dat ik nu meer voor u ga doen, maar...
toch bedankt voor de bloemen.
Dus u denkt dat die bloemen van mij zijn? Interessant.
Jasper?
Zou ik je even kunnen spreken?
Vergeet ze niet in een vaas te zetten, in lauw water.
Ik ga ze drogen.
Was dat jouw idee? -Wat?
Die aan papier verslaafde non. -Mijn idee, ja.
Nog niks veranderd. -Jij ook niet.
Jij ziet dat als een compliment, interessant.
Dank je.
Misschien maak ik nu een grote fout...
Zou je mijn dienst willen versterken?
Juridisch kan het perfect. Je kunt toegevoegd worden als extern adviseur.
Ik heb een sterk team.
Donckers is een talent. Rabet, een geweldige staat van dienst maar...
Hij denkt als een driejarige.
Hij heeft het moeilijk met de dood van zijn dochter.
Dat kan ook natuurlijk.
Wat denk je? -Ik denk niks.
Ik krijg een punthoofd van jou.
Mijn gesprek met inspecteur Donckers ging slecht, denk ik.
Ik denk dat wij allebei weten dat jij graag complexe zaken oplost.
Kom op, Jasper.
Wat zou ik dan voor jou kunnen betekenen?
Eerst wil ik graag dat je spreekt met de weduwe van meneer Spermalie.
Ze wacht op je hiernaast in de vergaderzaal.
Het helpt, als je de decaan persoonlijk kent.
Johan was altijd goedgehumeurd.
Ik snapte soms echt niet hoe hij dat volhield.
Onze dochter heeft leukemie.
80 procent van de moorden worden door een bekende gepleegd...
72 procent door de vaste partner.
Denkt u dat ik... -Natuurlijk niet.
Maar de kans is wel heel groot dat u de dader kent.
Dan zou ik dat toch zeggen. -Dat hoeft niet.
Had uw man een conflict met iemand?
Problemen op het werk? -Iedereen mocht hem.
Dat moet nogal een nachtmerrie zijn, dat iedereen je mag.
Men vindt Michelangelo's David mooi, maar een mens van vlees en bloed...
Nachtmerrie.
Uw kind is ernstig ziek.
Wie zoiets overkomt, is vaak kwaad op de rest van de wereld.
Dat heeft er niks mee te maken. -Uw man was niet kwaad?
Wat heeft er niks mee te maken?
Johan was ervan overtuigd dat Lena ziek is geworden...
omdat ons huis gebouwd is op vervuilde grond.
We hebben een bodemonderzoek laten doen en er zat gif in de grond.
Johan heeft toen een klacht ingediend tegen de bouwfirma.
De Spermalies hebben eerst een klacht ingediend tegen de bouwfirma Stavelco.
Stavelco moet dus weten dat hun huis op vervuilde grond staat.
Die klacht is onontvankelijk verklaard. Al die vergunningen zijn in orde.
Annelies.
Pardon. Sorry.
Nu hebben de Spermalies een proces lopen tegen de bouwfirma Stavelco...
met nieuw bewijsmateriaal.
Alleen komt het niet meteen voor.
Stavelco was wellicht bang om te verliezen.
Ze huren een moordenaar in. Hup, zelfmoord.
Stavelco stopt dat proces niet door Spermalie te doden.
Wel als zijn vrouw de zaak laat vallen.
Als je iets concreets hebt, laat het weten.
Hoe staat het met die andere zaak?
Ik heb Ongena ondervraagd, maar niemand zou hem bedreigd hebben.
Zijn vrouw moesten we laten gaan: gebrek aan bewijzen.
Maar waar komt al die informatie van dat proces vandaan?
Dat vertel ik je in je kantoor.
Die Ongena...
Die levert toch milieuvergunningen af?
Waarom?
Als adviseur, Paul. Dat kan alleen helpen.
Commissaris, dat mens is ongelooflijk arrogant.
Die houdt nooit rekening met een ander en is helemaal gestoord.
Oké, maar hij is ook briljant en hij kan ons team helpen.
Voor dat woord is hij bang, want in een team moet je samenwerken.
En zeg wat je wilt, maar dat kan hij niet.
Ik begrijp je reactie. -Dat denk ik niet.
De situatie is ook speciaal. -Wat bedoel je?
Twee moorden en je staat nog nergens.
Sorry dat ik de laatste tijd mezelf niet ben...
en pas zes maanden geleden mijn enige dochter heb moeten begraven.
Sorry dat ik elke morgen in de ogen van een kind moet kijken...
en zeggen dat haar moeder heel gelukkig is in de hemel...
terwijl ik alleen weet dat er een hel bestaat.
Oké.
Paul, als je er zo over denkt...
zeg ik de professor dat we het zonder hem doen.
Het is zoals je zegt: twee moorden en we staan nog nergens.
Ik wil gewoon één ding weten:
Komt hij, omdat je aan mij twijfelt of omdat jullie ooit samen waren?
Daarop moet ik niet antwoorden. -Tegen mij niet, tegen jezelf wel.
Wat je ooit in hem hebt gezien, ik snap het niet.
Ik snap het niet.
Professor?
Die twee zaken zijn met elkaar verbonden.
Dat weet ik.
Roeland Ongena maakt de inventaris op van de bodemattesten.
Spermalie beseft dat zijn huis op zwaar vervuilde grond staat.
Hij bedreigt Ongena thuis en Ongena vermoordt daarna eventueel Spermalie.
Waarom heb je niks gezegd? -Noem het een test.
Ik wou zien of jullie het zelf zouden ontdekken.
Een test? -Ja. Voordat ik beslis of ik...
sowieso adviseur toegevoegd aan de federale recherche wil worden.
Voor ik beslis? Ik dacht dat dat allang in orde was.
Dat heb je dan verkeerd gedacht.
Je wou mij even spreken? -Ja. Doe je even de deur dicht?
Ga zitten.
De commissaris heeft die professor T. gevraagd adviseur te worden.
Oké.
Jij vindt dat geen goed idee? -Jij wel?
Hij is wel heel slim en Annelies... -Wacht, wacht.
Je zegt het.
We gaan ons niks wijsmaken, hè Daan.
Die professor is niet geïnteresseerd in jou, in mij of in ons werk.
Die is alleen geïnteresseerd in inspecteur Donckers.
Denk je? -Ik ben daar vrij zeker van.
En zoals zij hem aanbidt...
Ik moet er toch geen tekeningetje bij maken?
Dat kind is een vogel voor de kat.
En net zo erg: ik vrees dat onze commissaris hoopt...
dat de professor haar nog altijd wil.
Dus als we dat arrogant stukje geleerde niet in de gaten houden...
is dit straks het eenzamehartenbureau.
Het is wat het is.
We gaan het als volgt doen.
Ik hou Flamant in het oog en jij Annelies.
Zorg ervoor dat ze zich niet laat inpalmen.
En hou mij op de hoogte van alles wat die twee bespreken. Oké?
Kan ik u helpen? -Ik zie ze al, dank u.
Mevrouw Ongena?
Goeiemiddag. Mag ik u een paar vragen stellen?
Liever niet waar hij bij is.
Pardon?
Liever niet waar hij bij is. -Heb ik iets verkeerd gedaan?
Misschien moet de professor zijn excuses aanbieden.
Dat wil ik zien. -Ik zou niet weten waarom.
Regels zijn regels.
Regels zijn regels, ook voor professoren.
Regels zijn er voor wie niet zelfstandig kan denken of handelen.
Alstublieft.
Mevrouw Ongena, wij willen u gewoon één foto laten zien.
Mevrouw Ongena?
Alstublieft.
Kent u deze man?
Ja, dat is hij. Hij is Roeland komen bedreigen.
Echt, honderd procent zeker.
Oké, dank u. Dat was het.
U bent verantwoordelijk voor het afleveren van bodemattesten?
U bent toch ambtenaar ruimtelijke ordening en milieu?
Is dit uw handtekening?
Dat is een bodemattest dat u heeft afgeleverd.
Blijkbaar was er niks mis met die grond.
Een bodemonderzoek was onnodig voor de verkoop. Alles was in orde, prima.
Kent u de familie Spermalie?
Nee, dat zegt mij niks.
Johan en Katrien Spermalie? Waarschijnlijk niet.
Die zijn op die grond gaan wonen.
Zij hebben een onafhankelijk bodemonderzoek laten uitvoeren.
Ik zal het even voorlezen.
"De grond is zeer verontreinigd."
'Zeer' staat er niet, maar daar komt het op neer.
Zeer verontreinigd, want er stond vroeger een zinkfabriek.
Heeft u daar een verklaring voor?
Nee.
U zegt dat u Johan Spermalie niet kent. -Ja, dat zeg ik.
Dat is raar, want uw vrouw heeft bevestigd...
dat Johan Spermalie u thuis is komen bedreigen.
U weet ook dat wij vermoeden...
dat Johan Spermalie u probeerde te vermoorden.
Ondertussen zijn dat geen vermoedens meer...
want wij hebben hier een onlinebestelling gevonden...
voor vijftig gram kaliumcyanide, op de computer van Johan Spermalie.
Dat blijkt het gif te zijn waarmee Armand De Sutter is vermoord.
Die man die doodviel op de receptie waar u ook aanwezig was.
Hebt u op uw beurt geprobeerd Johan Spermalie te vermoorden?
Nee.
Dus u was ook niet op de plaats van de moord?
Oké.
Kijk, wij hebben een paar foto's genomen.
Dat is een foto van de band van uw auto...
en dit is er eentje van datzelfde bandenspoor.
Die zijn allebei identiek. Toch?
Nu is het zo dat uw bandenspoor, dat op deze foto staat...
gevonden is op de plaats waar Johan Spermalie is vermoord.
Dat is toevallig, hè.
Wat denkt u, meneer Ongena? Tijd voor de waarheid?
Toen u hoorde dat de moord op Armand De Sutter een misverstand kon zijn...
wist u meteen dat u het doelwit was. U wist zelfs van wie.
Maar met die informatie durfde u niet naar de politie te gaan.
Meneer Ongena, of u bevestigt nu wat wij al weten...
en dan wordt dit misschien wettige zelfverdediging...
of we sluiten u op voor moord.
Ik heb die inventaris vervalst.
Ik ben benaderd door de familie Coninx.
Ze wilden het terrein van de zinkfabriek verkavelen tot bouwgrond, maar...
die grond was zo vervuild dat een bouwvergunning...
Dat was uitgesloten.
Toen zijn ze met heel veel geld...
En toen stond hij ineens voor mijn deur, Spermalie.
Hij zei dat zijn dochter ziek was en dat dat mijn schuld was.
Ja, toen jullie mij zeiden dat iemand mij had willen vergiftigen...
wist ik dat hij het was.
Ja... Wat moest ik doen?
Wachten tot hij het opnieuw ging proberen?
Ik heb hem toen gebeld.
Zeg wat je te zeggen hebt. Ik zei dat ik een voorstel had.
Ik dacht...
iedereen gaat geloven dat het zelfmoord was.
Voor zijn kind.
Hij heeft wel eerst geprobeerd mij te vermoorden.
Christina, kan ik je even spreken?
Binnen.
Dat meen je niet.
Ik heb er geen tijd voor. Het gaat ten koste van mijn academisch werk.
Je kunt de echte reden geven. -En die is?
Dat je mij weer moet zien.
Het draait dus nog altijd rond Christina Flamant.
Dat jij zoiets hardop durft te zeggen.
Weet je wat? Ik hoop dat je gelukkig bent in je eigen wereldje...
waar alles rond jou draait.
Tot morgen.
Dit is de lijst met mijn mensen.
Maar ik weet zeker dat die daar niks mee te maken hebben.
Kunt u toch iedereen vragen zich beschikbaar te houden?
Ik hou die even.
Nee, dat meen je niet. Van wie is die hond?
Kan iemand die hond even weghalen? -Andre, je hond.
Meneer Stockman, inspecteur Donckers.
Ik weet wie je bent, maar ik heb geen tijd.
Twee minuutjes, meer niet. -Sorry, ik ben al te laat.
En ik heb je collega's al alles verteld wat ik weet.
Alles verteld wat je weet?
Ik heb daar zo mijn twijfels bij.
Ik weet zelfs vrij zeker dat je tegen mijn collega's gelogen hebt.
Maar dat is niet zo erg.
Ik zal je nog een kans geven, op voorwaarde...
dat je mij nu wel alles vertelt wat je weet.
Goed?
Tenzij je liever de sociale inspectie over de vloer krijgt.
Oké.
Twee minuutjes dan.
Meneer?
Kan ik u helpen, meneer?
De kamer van Lena Spermalie. -Wie zegt u?
Lena Spermalie.
Kunt u dat voorlezen, alstublieft?
Kamer 116.
Volg de gele bolletjes.
Stoor ik?
U weet wat er gebeurd is... -Ik wil liever alleen zijn.
Het zal niet lang duren.
Mijn vader is gestorven, toen ik acht was.
Ik heb hem nooit echt gekend.
Mijn moeder...
Dag Jasper.
Ze heeft mij alleen opgevoed.
Dat was bij ons niet altijd even gemakkelijk.
Als Lena dit overleeft...
dan heeft ze een moeder nodig die er altijd zal zijn voor haar.
Een moeder die geen last heeft van haar geweten.
Waarom zou ik daar last van hebben? -Omdat het geweten...
een gif is.
Je bent veel te laat.
Waar ben je geweest?
Kom eens mee.
Johan Spermalie heeft Armand De Sutter niet vermoord.
Hij staat niet op de gastenlijst van de receptie en was geen personeel.
Die is ongezien binnengegaan en was weg voor wij er waren.
Ik had er veel sneller aan moeten denken.
Veel cateringbedrijven hebben mensen in het zwart, ook op die receptie.
Er staan vier namen niet op die lijst.
Toen wij aankwamen, heeft hun baas ze naar buiten gesmokkeld...
en ook niet op de lijst gezet.
Ik heb wat moeten pushen bij die sukkel van de catering...
maar ik heb een aanvullende lijst gekregen...
met de namen van de andere werknemers.
Nummer drie.
Ik kon er niet mee leven.
Lena is ziek geworden door die rotzooi in de grond. Ik moest iets doen.
Toen hebben jullie besloten om Ongena te vermoorden?
Dat was ik alleen.
Ik heb die cyanide online besteld.
Met zijn creditcard? -Ja, ik heb er geen een.
Toen moest ik gewoon het juiste moment afwachten.
Die receptie?
Ik werk af en toe een beetje bij in het zwart bij een cateraar.
Die medische kosten van Lena zijn niet te betalen.
Die cateraar deed de receptie van de universiteit.
Ik wist dat Ongena's vrouw daar werkte. Ik hoopte dat hij er er ook zou zijn.
Hij stond daar zo met een hoopje mensen en hij was de enige die champagne dronk.
Zijn glas was leeg en ik...
En ineens ging het mis.
Ik zag dat gebeuren, maar ik kon echt niks meer doen.
Ik wist dat die Ongena Johan had vermoord, maar wat moest ik doen?
Als ik iets zei, zouden jullie mij oppakken en dan was Lena alleen.
Wat gaat er met haar gebeuren?
Gaat het?
Ik heb jullie papers grondig bestudeerd.
Dames en heren, het niveau van uw werkstukjes is bedroevend.
Dus ik zal jullie een dienst bewijzen...
door voor te lezen uit De aard van een moordenaar...
van een van de betere studenten die ik ooit heb gehad.
De conclusie moet zijn dat wreedheid niet het exclusieve domein is...
van gekken en geboren criminelen.
Integendeel, iedereen is tot wreedheid in staat...
maar, en dat is zeer belangrijk, niet in dezelfde mate.
Personen met een positieve emotionaliteit...
dus mensen die goed in hun vel zitten...
prestatiegericht en sociaal betrokken zijn...
zullen minder snel criminele daden plegen...
dan mensen met een lage emotionaliteit die bezorgd en stressgevoelig zijn...
en zich steeds het slachtoffer voelen van andere mensen en omstandigheden.
Hij is me er eentje, hè.
Inspecteur.
Jij wist dat al heel de tijd?
Jij weet al vanaf het begin dat zij dat gedaan had.
Daarom wou jij ineens niet meer samenwerken met ons.
Jij wou niet op je geweten hebben...
dat Lena na haar vader ook haar moeder zou verliezen.
Professor.
Ik zou heel graag onze samenwerking willen voorzetten.
En ik denk...
Ik ben er redelijk zeker van dat Christina dat ook op prijs zou stellen.
Ik wil nog weleens een poging wagen.
Op één voorwaarde: ik ga nooit meer een ziekenhuis binnen.
Een café, een crèche of andere ruimten met minstens vijf meter ruimte.
Zeg, Jasper.
Ik heb daar ooit een paper over geschreven.
De aard van een moordenaar. -Echt?
Jij herinnert je daar niks meer van?
Inspecteur, ik lees zo veel papers.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.