Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Wat doe je?
Toch niet hier... - Ja.
Jongens, we gaan terug. Het wordt koud.
Ga maar, ik moet opnemen.
Waar is Hugo? - Ze zijn daar.
Ik kom eraan...
Hugo, heb je je teddybeer?
Heeft hij hem?
Hij heeft hem niet meer nodig. - Dat zegt hij nu...
M'n ouders kunnen je oppikken...
Nee, we nemen wel een taxi.
Hé, tortelduifjes. Storen we niet?
Kom, ga zitten.
Vergeet je de garantie niet?
Voorzichtig rijden, hè.
Doe de deur dicht. - Scheer jullie weg.
Alles goed verlopen? - Ja.
Volgende keer mag jij rijden.
Ik rijd heel slecht. - Niet het enige dat je slecht doet.
Dav We eten over een uur. Hou je wat in.
Jij bent erger dan mijn vrouw.
Van een hoog niveau. - Het is leerzaam.
Boem
Doe je geen pijn, hè.
Ja, ja. Ik ben weg. Tot later.
Ja, ik kleed me om en ik kom mee.
Jullie halen me wel in. - Oké.
Ga maar. We komen zo.
Het is geen placebo, het is natuurlijk.
Klaar? - Ja.
Nog één zak. Ik zal hem inladen als we vertrekken.
Heb je gezien dat terwijl jij sport, wij ernaar kijken?
Trampolinespringen noem jij een sport? - Jazeker.
Gaan we morgen nu die wandeling doen?
Ik zie dat zitten. - Ik niet. Ik ben bekaf.
Ik moet rusten...
David... - Nee, ik moet van Ju de chalet opruimen.
Opgevers. Het is mijn laatste dag in vrijheid.
Maak er het beste van. Met de baby zal alles veranderen.
Hulp nodig? - Je mag me wat wijn inschenken.
Wat is dat? - Van het kajakken.
Vies, zeg.
Wat? - Ik zei niks.
Zeg, David...
Wat deed je in de hut deze namiddag?
Waar heb je het over? - Met Julie?
Ah, ja.
Ze was een contactlens kwijt. - Ah, oké.
Zie je wel?
Ik heb haar helpen zoeken. - Dus dat was het.
Het had niks te maken met...
HET VOORDEEL VAN DE TWIJFEL
We gaan allemaal de eerste zin herhalen.
Goed, doe verder. Doe je ogen dicht.
Heel goed.
Eric, ogen dicht.
Samen.
Samen.
Doe verder.
Ja, vanuit je buik. Adem.
Goed.
"Tien tutu's in ruil voor twintig Tsjechische cheques."
Vanuit je buik. Goed zo.
Wakker worden De vakantie is voorbij.
Niet slecht. Opnieuw.
Opnieuw.
Ik heb het u al gezegd.
Kort haar. Een grijzende baard van een paar dagen.
Maar het was donker toen u hem zag.
Nee, het was nog licht.
Hij was 1m75 groot
en hij droeg sportkledij.
Zoals u. - Tja...
Meneer Giraud... Mag ik jij zeggen?
Je moet begrijpen dat je nu nog een getuige bent.
Maar iemand zag je in de auto stappen, dus dat doet vragen rijzen.
Wat? Denkt u dat ik het uitvind?
Helemaal niet. We proberen het te begrijpen.
Wat deed die man daar?
Weet hij dat er geen bussen meer waren?
Ik weet niet wat hij daar deed.
Ik bedoel, ik heb hem niet gesproken.
Hij had een grote zak bij zich.
Misschien wilde hij daar overnachten.
Was hij een dakloze of zo?
Hij had een zak bij zich?
Wat soort zak? - Dat weet ik niet meer.
Ik was aan het lopen. Het ging snel.
Je herinnert je z'n gezicht, z'n kleren, maar niet z'n zak?
Jullie geloven me niet? - Jawel. Waarom zouden we dat niet doen?
Wij moeten alleen noteren wat jij zegt, maar...
Alleen jij hebt die dakloze gezien.
Als je wilt dat we hem vinden, moet je ons helpen.
De getuige kan de moordenaar niet zijn? - Hij heeft een alibi.
We hebben z'n telefoon getraceerd.
Wat heb je daarna gedaan? - Waarna?
Nadat je langs de bushalte kwam.
Ik ben langs mijn gewone weg teruggekeerd.
Je hebt niks verdachts gezien? - Nee.
Toen ik terugkwam, was hij weg.
Ik heb zo'n 50 minuten gelopen.
Doe maar... Goed zo, goed zo...
Oké, nu draaien. Draai naar rechts.
Draai naar rechts. Goed, nu naar links, links...
Ja, goed zo.
Doe maar.
Het monster heeft honger.
Meer. Meer.
Meer. Hier, gooi die sportschoenen erin.
Gooi ze erin.
Je moet goed mikken, hè. Hier, pak aan.
Gooi maar. Ik heb honger.
Ik heb honger...
Een vrouw, een juwelierster, dood teruggevonden naast haar auto.
Het is zoals Cluedo.
Wat wil je eigenlijk zeggen, Julie?
Vast een diefstal die fout is afgelopen.
De politie denkt dat David de misdaadscène kan helpen reconstrueren
want hij is de laatste die het slachtoffer heeft gezien.
Maar waar heb je haar gezien?
Toen hij ging joggen. Op de avond dat wij vertrokken zijn.
Hij heeft enkel haar auto gezien.
Werd je dan door de politie verhoord?
Ben je een verdachte?
Geen idee. Ze zeggen niks.
Een buur zegt dat hij David zag instappen in haar auto.
Ze is me voorbijgereden terwijl ik aan het lopen was.
Is dat een grap? - Nee, het is geen grap.
Je zit toch niet in de problemen?
Nee, dat denk ik niet.
Ik heb alles verteld, dus volgens mij...
Ze moeten gewoon alles checken.
Wat maakt het uit...
Er zijn niet veel bewijzen en we krijgen mondjesmaat informatie.
Ik ga het dessert halen. Nog een gaatje voor appeltaart?
Tuurlijk.
Laat ons niet wachten.
Vooruit. - Appeltaart...
Nee, het is niks...
Kom, laten we gaan wandelen in de stad.
Kom.
Zijn hoedje valt eraf.
Raap je z'n hoedje op? - Ja, ja.
Oké.
Sorry.
Ze hebben een getuige à charge.
De moord werd gepleegd rond 19-20 uur.
Nu gaan ze alles uitspitten. Vrienden, werk, reisjes...
Ze willen zeker zijn dat David geen motief heeft.
Hoelang gaat dat duren?
Dat hangt van de zaak af.
Niet lang als we die man vinden.
Maar het gebeurt dat ze overijverig zijn.
Hugo, doe je trui aan, je gaat kouvatten
David.
Kan jij het aan David gaan zeggen?
Julie...
Wil je dat ik het dossier inkijk?
Nee, we zullen het wel redden.
Wacht heel even.
DE POLITIE IS BELEEFD MAAR ACHTERDOCHTIG. IK WEET NIET WAT IK MOET DENKEN...
Ja? - David Giraud.
HET IS GOED GEGAAN. IK BEN OPGELUCHT. IK HOU VAN JE.
En we gaven hem 7B, 13 uur...
Oei, oké...
Dat zijn 39 uur. - Dat is te veel.
We zullen zien of er een oplossing is op donderdag.
Er is Camille... - Is het goed gegaan?
Ja.
Heeft Camille tijd op donderdagnamiddag of...
En alles omwisselen met 8C?
Je zei me niet dat de politie gisteren is geweest.
Wat wilden ze weten? - Niks belangrijks.
Ze hebben enkele vragen gesteld.
Al mijn leerlingen weten er al van.
Waarom heb je me niet gebeld? Wat wilden ze weten?
Geen paniek, man. Het was een routinebezoek.
Het heeft vijf minuten geduurd. - Ja, maar...
Jullie hadden iets kunnen laten weten.
Oké.
Als je tijd nodig hebt om het op te lossen...
Tijd? Waarvoor?
Doe zoals je wilt, maar aarzel niet.
Iemand een koffie?
Ja, graag.
Een kleine voor mij.
Hoe is het gegaan? - Ik ben bezig, David.
Je kunt me vertellen hoe het is gegaan.
Zeur niet zo. Het stelde niks voor.
Ze vroegen of je je raar hebt gedragen.
Dat is alles? - Ja, dat is alles.
En wat heb je gezegd?
Ik heb ze gerustgesteld en de waarheid verteld.
Ja, alles goed. En met jou alles goed?
Waar ben je bang voor, David?
Doe zijn pyjama aan. Ik ga het eten maken.
Ze zijn er.
Pak de fietsen, jongens.
Tijd voor de cadeautjes.
Kom eraf. - Hallo, iedereen.
Kom, zet de fietsen terug. - Van wie is de oranje fiets?
Kom, vlug.
Kijk hoe hij fietst.
Gaat het, Manu? - Tijd voor de cadeautjes.
Eens kijken... - Dit wil je al lang.
Wat is het?
PARAPENTE
Dank je, schat.
We gaan ons amuseren.
Dit is van je collega's.
Van wie? Mijn collega's? - Ja.
Hebben jullie geld uitgegeven? - En dat voor leerkrachten.
Naar de rommelmarkt geweest?
Niet te geloven.
Wauw.
Komaan.
Laat eens zien.
ENCYCLOPEDIE VAN SERIEMOORDENAARS
We wilden subtiel zijn. - Ja, heel subtiel.
Dat zijn zombies.
Je hebt ze toch nog niet? - Nee, ik had ze nodig.
Dat is heel subtiel.
Heel subtiel.
Een beetje wijn. - Hier.
Hier zijn de glazen...
Er is er daar nog één met wie je moet opletten.
Simon, ja.
Niet rijden, hè.
Alles goed? - Heb je je pijn gedaan?
Alles goed, Hugo?
Tijd om naar huis te gaan...
Nee, hij mag nog een half uur blijven, hij vindt het leuk.
Nog vijf minuten.
Zie je... - Het is laat, jongen.
De kinderen gaan slapen. - Het is bedtijd, Hugo.
Ik ga met hen mee. Ik ben moe.
Ik zal wel gaan. Jij kunt blijven.
Ik breng hem en ik kom terug.
David, ik ga wel. Ik heb Hugo een verhaaltje beloofd.
Mag ik even ongestoord met m'n vrouw praten?
Hier, voel eens.
Hij slaapt. Wil jij hetzelfde doen?
Het verhaaltje zal voor een andere keer zijn.
Welterusten, schat. Zoete dromen.
Waarom zo agressief? Ze hebben niks gedaan.
Ik ben niet agressief. - Jawel.
Gaan jullie nu allemaal beginnen?
Zeg je welterusten tegen papa?
Welterusten. - Welterusten.
Geef me een knuffel.
Dag. - Je bent toch zeker, hè?
Ja, ik ben moe.
Amuseer je.
Tot later. - Dag, mijn schat.
Kom op. - Nee, nee, nee.
Hoeveel keer per jaar gaat uw echtgenoot naar Polen?
Vier, vijf keer.
Voor een uitwisselingsprogramma van de school.
Ik begrijp het verband niet.
Een jonge vrouw, Anita Gorka, zegt u dat iets?
Anita...
Blijkbaar heeft haar man niks gezegd.
Heeft hij niet over haar verteld?
We hebben foto's gevonden van haar met uw man.
En video's.
Niet zo interessant, maar...
Ze kenden elkaar heel goed.
David heeft me er wel over verteld.
Echt?
En wat zei hij dan? - Dat ze een kennis was.
En u geloofde hem?
Luister, het is moeilijk.
Hij zegt u niks. Hij zegt ons niks.
Waarom vertelt u me dit? Wat wilt u van mij?
Alstublieft, laat me nu gaan.
En, was het leuk?
Wat gebeurt er? Ik ben op school en Hugo is er niet.
Waar zijn jullie?
Je hebt me niet gebeld na het verhoor.
Bel me terug, alsjeblieft.
Kom niet dichterbij.
Laat me iets zeggen.
Ik hou van je, Julie. - Kom niet dichterbij.
Hoelang is het al bezig? Sinds je eerste reis?
Nee. Drie jaar, maximum.
Waarom heb je niks gezegd?
Ze hebben me vernederd, David.
Ze keken me met medelijden aan.
Ik heb het verknoeid.
Ik heb tegen je gelogen.
Maar dat meisje betekent niks.
Waarom ging je dan altijd terug?
De tekenfilm is gedaan.
Doe je schoenen aan, Hugo. We gaan.
Ik wil een knuffel van papa.
Kom hier...
Kom, geef me een knuffel... Pak me goed vast.
Perfect. Dank u. - Tot ziens, mijnheer Morgan.
David Giraud.
Alles goed?
Alles goed, David?
Sorry dat ik binnenval.
Geen probleem, ik heb mijn afspraak verzet. Kom binnen.
Ga zitten. Wil je iets drinken? - Nee, dank je.
Ik begon dingen voor haar te kopen...
Kleren...
Stomme dingen, weet je wel.
Ik hielp haar verhuizen.
Ik heb haar appartement ingericht.
Hoe kon je zoveel geld uitgeven?
Om het verborgen te houden, begon ik te lenen.
25.000 euro?
Ze dreigden het Julie te vertellen.
Wie zijn "ze"? - Haar familie.
En je hebt toegegeven.
Ik dacht dat ze zouden ophouden.
Daarom zit de politie achter je, David.
Had me dat toch verteld.
Ik had je gewaarschuwd dat ze alles zouden uitspitten.
Wat had je verwacht?
Ik zal toegang vragen tot je dossier.
We mogen geen tijd meer verliezen.
Maar je moet dit aan mij overlaten.
Gaan ze me naar de gevangenis sturen?
Ik weet het niet.
Daar hebben ze een bevel voor nodig. Ik zal ze tegenhouden.
Marco, ik moet vrij blijven.
Ik moet die man terugvinden. Als ik dat niet doe, doet niemand het.
Je gaat niet terug naar Frankrijk.
Ze gaan je opsluiten.
Naar waar wil je gaan? Naar waar?
Ik zag het aankomen.
Kijk naar mij, kijk naar mij...
Papa gaat voor een tijdje weg.
Begrijp je dat?
Je moet lief zijn met Victor.
En lief zijn met mama.
Oké? - Ga je ver weg?
Nee, ik ga niet ver weg.
Ik ga bij meter en Noël wonen. We zullen elkaar nog zien.
Begrijp je? We zullen nog veel dingen samen doen.
Je moet lief zijn met mama.
Flinke jongen...
Het is Cathy.
Antwoord dan.
Hallo?
We zijn onderweg.
Ja, ik heb het op de radio gehoord.
Oké, ik zal opletten.
Ik kan niet lang praten, want we komen nu eigenlijk aan.
Ik zal je terugbellen vanuit het hotel. Oké?
Ja, hij is bij mij.
Oké.
Oké, komt in orde. Dikke kus.
Ciao. Kus.
Ze vonden het slachtoffer onder de brug.
Aan het einde van de weg, daar.
Aan het begin van de helling.
Daar sprak ik met de vrouw.
Ze stopte daar met de auto.
Een beetje verder stond een veldwachter.
Daar zag ik hem.
Daar heeft hij me gezien. - Daar?
Dav.
Dav...
Stond de man hier? Stond hij daar te werken?
Dat gaat niet. Dat is niet mogelijk.
30 minuten later rijdt hij weg, het is donker.
En hij ziet je in zijn achteruitkijkspiegel
daar in haar auto instappen?
Dat kan niet. Dat zou iedereen kunnen zijn.
Dat houdt geen steek.
Gaat het, Dav?
Je gaat kouvatten. Ik heb alles wat je nodig hebt...
Dav, wat is er?
Bravo.
Ik wil graag al de ouders bedanken.
De kinderen gaan zich omkleden. U vindt hen in de bar.
Hij heeft het echt goed gedaan.
Bravo. - Bravo, lieveling.
Ik sprak met Fabian gisteren.
Op de avond van het ongeval kwam David terug in zijn bloot bovenlijf.
Hij liep naar z'n kamer en nam een douche.
Ik snap het niet.
Toen ze terugkwamen, gooide hij al z'n kleren weg.
Denk je dat hij zijn sporen wilde uitwissen?
Dat zeg ik niet, maar...
Verdomme, Ju, kijk wat hij je heeft aangedaan.
Je moet dit vergeten, oké? Het is jouw probleem niet.
Waarom heb je dit voor jezelf gehouden?
Je weet dat je me alles kunt vertellen.
Zou je het de politie niet moeten zeggen?
Wat zou dat veranderen? Helemaal niks.
Ik zou hem nog dieper in de problemen brengen.
Ja, je hebt gelijk. Je hebt gelijk.
Ik wilde maar helpen.
Ga op je eigen gevoel af. Dat is belangrijk.
Wil je dat ik iets zeg? - Nee.
Ik wil niet dat hij me belt. - Oké.
Kijk eens, man.
Ik ga twee postertjes ophangen en we vertrekken.
Volg je me?
Vind je dat opwindend?
Kijk me aan.
Kijk me aan.
Heb je mij echt gezien? - Zwijg.
Was ik het? - Hou op.
Zeg hun dat ik het niet was.
Zeg hun dat ik het niet was. - Stop.
Kom... Sorry, meneer.
Je weet dat ik het niet was. - Dav, stop.
Hou ermee op.
Wat doe je?
Kom.
Cathy slaapt.
Ik ben nog niet moe.
Ik ga even wandelen.
Welke site is het?
Je gaat naar... - Gevonden.
Heb je de foto's gezien? Verdomme...
Ah, ja. Hij heeft zich geamuseerd.
Is het jouw type misschien?
Wat? - Is ze jouw type?
Nee, jij bent mijn type. - Dat is beter.
Kijk, dat is het meisje.
Hoe oud is ze? - Ben je geïnteresseerd?
Daar gaat het niet om. - Niks beters te doen?
In Julie haar plaats was ik gek geworden.
Dat is ze stilaan aan het worden.
Ze is sterk. Ze zet door.
Zijn er nog vaatwastabletten?
Naast de koelkast.
Een raar koppel. Ze spraken nooit over...
Ze spraken nooit over hun koppel. - Je wordt paranoia.
Vertelde hij jou iets?
Hij houdt van haar. Hij beschermt haar.
En hij loopt zijn lul achterna. - Verdomme...
Je vriend is geen heilige. - Oké, oké.
Ze is amper 20. - Maximum 22. Verdomme...
En als ze 62 was, zou het minder erg zijn?
Daar gaat het niet om.
Maar ik zou het minder erg vinden met een oudere vrouw.
Dat zou erger zijn. - Een oude vrouw?
Van de leeftijd van je moeder. - Hou op.
Dus je vriend bedriegt je met een grietje van 22 of met een oma.
Ik zou voor de oma kiezen. - Jullie zijn raar...
Denk je dat hij ertoe in staat is?
Ben je gek?
Ik denk dat hij in geldnood zat.
Hij vroeg me om hem 15.000 euro te lenen.
Wanneer was dat?
Een maand geleden.
Na de vakantie? - Ja.
Het is minimum zilver. - Ja...
Hallo. - Hallo.
Je bent al terug?
Ik ben niet lang gebleven. M'n ouders waren moe.
Ze worden oud.
Kom erbij zitten.
Nee, bedankt.
Een glas wijn? - Nee, dank je.
Kom erbij zitten. - Ja, ik pak nog een stoel.
Nee, dank je. Ik heb dingen te doen.
Dan is dit voor Fabian en mij.
Nee, hij gaat snurken. - Ja, ja...
Zoveel te beter. - Wat een slechte vader.
Het is maar een slaapmutsje...
Gaat het? - Ja.
Natuurlijk.
Blijf nog vijf minuten...
Ik moet een paar e-mails versturen.
Zoals je wilt. Ben je zeker? - Ja. Maak je geen zorgen.
In de prenatale les...
Wat is er grappig? - Het was in het Engels.
Ik zweer het, we hebben verschillende talen geprobeerd...
Waarom moest je aandringen?
Oké dan. Zet hem dan ineens aan de deur.
Heb je gezien... - Dat is geweldig...
Het gaat er niet om of je wilt of niet...
Waar wil je dat hij anders naartoe gaat?
Wat is er?
De hond?
De hond?
Waar is de hond naartoe?
Waar is de hond naartoe? Hij is weg.
De hond is weg.
De hond is weg.
De vreemde klanten van de juwelierster.
Wat doe je?
Niks.
Wat is er? - Nee, niks.
Ja, loop maar weg, je vlucht zoals gewoonlijk.
Ik heb werk.
Doe je mond open, Noël. Zeg iets. Waar ben je bang voor?
Wat wil je, Cathy? - Doe je ogen open.
We weten niet wat de politie tegen hem heeft.
Wat weet je? Wat verstop je voor me?
Hè?
Ik zeg niet dat hij het was. Maar het kan.
Hij kan ons manipuleren. - Hou op. Je bent gek.
Je bent kwaad dat David Julie heeft bedrogen en je beeldt je van alles in.
En jij, Noël?
Wat is er met mij?
Wat? - Heb jij me bedrogen?
Heb je me bedrogen?
Heb je spijt? Omdat het jou ook had kunnen overkomen?
Cathy, komaan... - Weet je van dat kind?
Dat hij een kind heeft in Polen?
Waar heb je het over?
Dat zei de politie tegen Julie.
Luister... Laten we het vergeten, oké?
We spreken hier niet meer over. Jij hebt jouw mening, ik die van mij.
Ik heb dat de politie al verteld. Ze weten wat er is gebeurd.
Ik was gaan lopen. De vrouw stopte haar wagen.
Ik loop erlangs, ze doet haar raam open en roept me.
Ik ben buiten adem. Ze begint te praten.
Om op adem te komen, leun ik tegen de auto.
Ik leg m'n handen zo op het portier.
Mijn vingerafdrukken kunnen alleen daar staan,
op het portier van de chauffeur.
En daarna?
Wat zei ze tegen je?
Dat weet ik niet meer.
Ze was de weg kwijt.
Goeienavond. - Goeienavond.
Sorry voor daarnet. Vergeef me.
Geen probleem. - Bent u van de streek?
Nee.
Ik verblijf hier maar tijdelijk.
Ik vertrek morgen terug.
Kent u toevallig de weg naar Epermaille?
Hebt u het in het dorp gevraagd? - Ja, maar...
Ze stuurden me hierheen, en hier sta ik.
En uw gps?
Dus u weet het niet?
Mooie muziek. Wat is dat?
Ik moet doorrijden. Nogmaals bedankt. Fijne avond.
Ik neem links, langs het meer. - Oké.
Dank u, ik vind het wel. Fijne avond nog.
Sorry. - Excuseer. Fijne avond.
Heb je iets gezien op de terugweg?
De man aan de bushalte stond er nog.
Hij zat daar met z'n koptelefoon.
De auto stond er niet. - Is dat alles?
Ja, dat is alles.
Een paar minuten later komt ze terug, ze parkeert zich voor de bushalte.
Ze heeft duizenden euro bij zich.
Maar ze praat weer met een vreemdeling op zo'n afgelegen plek.
Dat slaat op niks, David.
Ik weet het niet, Marco.
Ze zal de weg gevolgd zijn,
niks gevonden hebben en teruggekeerd zijn, gedacht hebben dat hij kon helpen.
Had je gezien dat ze geld bij zich had?
Nee.
Marco...
Ik ben nooit in die auto gestapt.
Ze hebben geen bewijzen.
Ik weet niet, het is haar leeftijd...
Ze hebben allemaal die leeftijd...
Ik vind dat de kinderen lijden onder haar aanwezigheid.
Ik vind dat ook. - Ja, maar...
Dat is wat overdreven...
Het gaat niet meer. - Niemand mag iets zeggen.
Ze heeft altijd gelijk en ze verplettert iedereen...
Zij zeggen inderdaad dat...
Vorige week was ze er niet. Ik voelde dat de klas opgelucht was.
Ze is een storend element.
Ik ben het met jullie eens, maar in mijn klas is Hélène voorbeeldig.
Ik bedoel...
Ze heeft een talent dat ik zelden heb gezien in m'n klas.
We zullen het hier maar bij houden.
Dit is belachelijk.
We kunnen hem zo niet laten gaan.
Fabian... Doe iets. Zeg iets.
Hij staat bijna elke week in de krant. - En dan?
Iedereen zal alles over zijn privéleven kunnen lezen.
En dan?
We vechten al 10 jaar voor deze school.
Weet je wat dat is?
Een bekrompen bourgeois die aan zijn belangen denkt.
Dat is onze filosofie niet.
Dit gaat niet over mij, Noël. - Jawel.
Het gaat over de school en de toekomst van onze leerlingen.
Wie heeft de school opgericht?
We moeten onze mond houden en niks lekken aan de pers.
We hebben je mening gehoord, Noël.
We bespreken dit later. Ik zal David bellen en...
Denk je dat ik het ben?
Wie anders? De artikels, de foto's?
Ik heb niks gelekt. Ik heb ze nooit iets gegeven.
Jij moet stoppen David te helpen. Hij is ziek.
Hij moet z'n problemen zelf oplossen.
Je bent altijd jaloers op hem geweest. - Jaloers?
Dat jullie Poolse meisjes gaan neuken en dan de perfecte echtgenoten spelen?
Oké. Ik heb genoeg gehad. Genoeg. - Noël...
Het spijt me. - Ja...
Alles oké?
En jij? - Ja.
En dat kind in Polen?
Heb je de test gedaan?
Weet je wat?
Ik heb de test gedaan.
En weet je wat?
Ik ben de vader.
Wat een gezicht.
Waarom zei je niks, stomkop?
Ben je het niet beu alles voor jezelf te houden?
Hier.
Luister eens.
Ik bel u over het bericht dat u me gisteren stuurde.
Ik heb een werknemer die lijkt op de robotfoto die u stuurde
en die hier gewerkt heeft...
Dat is geweldig. - Ja.
Dat is de baas van Le Manège. Val d'Esture, 30 km van waar wij zaten.
Heb je hem gebeld? - Ja.
Kom.
Pak je spullen. Ik rijd. We gaan hem zoeken.
Ik moet morgen naar de politie.
Ik mag het land niet verlaten.
Ik zal gaan. Ik pak m'n auto. Ik bel je zodra ik iets weet.
Laat dit aan de politie over. - Heeft die je al geholpen?
Vergeet het, ik ga ernaartoe. We zullen tijd winnen.
Heb je de kinderen weggestuurd?
Ja.
Bedankt.
Fabian is een paar dagen geleden langsgekomen.
Hij is met de politie gaan praten.
Hij zei dat hij niet meer zeker was hoe lang je juist weg was.
Hij gelooft dat je langer weg was, 20 minuten.
Wat een klootzak...
20 minuten langer, hè?
Waarom gooide je je kleren weg toen je thuiskwam?
Had ik dat geweten, had ik dat niet gedaan.
Ik zou ze aan de politie gegeven hebben.
Hoe kon ik weten dat ze achter mij aan zouden zitten?
En je buil?
Wat?
Waar heb je het over? - Je had een schram op je hoofd...
Julie.
Kijk mij aan.
We hebben daar nog over gelachen.
Ik had m'n hoofd gestoten in de hut toen we daar waren.
En de vingerafdrukken?
Welke vingerafdrukken? Die betekenen niks.
En de moordenaar droeg blijkbaar handschoenen.
Wat zeg je? - De moordenaar droeg handschoenen.
Blauwe handschoenen.
Ze vonden blauwe vezels terug in de sjaal van het slachtoffer.
Ligt het dan zo voor de hand?
Hij droeg handschoenen.
Ze vinden mijn afdrukken. Hoe leggen ze dat uit?
Hoeveel keer heb je me bedrogen?
Dat was de enige keer.
En is het kind van jou? - Nee.
Ga nu maar.
Ik zie je zaterdag.
Kom je dan toch?
Hugo vroeg me te komen.
Ja?
Hij is het. Ik ben zeker dat hij het is.
Hij heet Anthony Dubois. Hij is jong, 25 jaar oud.
Peper en zout haar door vroegtijdig pigmentverlies.
Hij werkte heel de winter in Le Manège. Een seizoenarbeider.
We hebben hem, Noël. We hebben hem.
Ik kan het niet geloven.
Nog meer goed nieuws.
Ik heb de daklozencentra gebeld.
Hij heeft in een centrum in Straatsburg gezeten.
Ik rijd daar nu naartoe.
Oké, ga je gang.
Oké.
Loop door, loop door.
Laat je armband zien.
Deze is grappig.
Nee, ik wil niet.
Ben je van gedacht veranderd? - Ja.
Waarom? - Ik ben bang.
Als je bang bent, mag je op m'n schoot.
Ben je zeker?
Oké, ga maar.
Blijf bij meter.
Papa neemt je plaats in.
Wat is er? Wil je niet meer? Waarom niet?
Je wilde het zo graag. Waarom wil je niet meer?
Het is niks...
Kom.
De mentaliteit, de manier van leven...
Dag. - Dag.
Dag, kinderen.
Ciao.
Kom, we gaan naar huis.
Zeg dag tegen Hugo. - Dag, Hugo.
Waarom neemt hij afscheid? - Omdat we vertrekken.
Ik dacht dat hij bleef overnachten.
Niet vanavond.
Niet vanavond. - Waarom?
Hij is moe, dus... Het is beter dat we naar huis gaan.
Hij blijft niet overnachten? - Niet vanavond.
Maar Hugo keek ernaar uit.
We zullen dat een andere keer doen.
Wat is jouw probleem?
Niks. - Jawel.
Ik wil naar huis gaan met m'n zoon.
David, kalmeer je, alsjeblieft.
Wat is jullie probleem?
Als jullie iets te zeggen hebben, zeg het dan.
Laat mijn kind hierbuiten. Hij wil alleen met z'n vriendje spelen.
Simon, waarom zeg jij niks?
Het zijn toch je vrienden? Ze hebben me heel de dag genegeerd.
Ben ik een monster?
Hou op. Wat ben je... - Zwijg, jij.
Je bent moe... - Kop dicht.
Wie denk je dat je bent? Niemand vroeg je om mee te komen?
Wat zeg je? - Spel ons niet de les na wat je deed.
Wat heb ik gedaan? - Ga voor je kind zorgen in Polen.
Ben je gek? - Wat? Wat is er?
Laat hem los Laat hem los.
Laat hem los Hou op.
Kinderen, kom.
We hebben 'm gevonden.
Dat wist je niet, hè? - Ja.
Jullie ook niet. - David, ga naar huis.
Ga naar huis. - Blijf van me af.
De kinderen zijn erbij.
Kom, Hugo. - Nee.
Laat hem los. - David, kalmeer.
Laat los. - Hij komt met mij mee.
Kom, Hugo. - Cathy brengt ons naar huis.
Kalmeer je.
Kalmeer je.
Je bent door het lint gegaan.
Jongens.
Hoe gaat het? - Goed.
Ik heb Noël gevraagd met me mee te komen.
Kunnen jullie me dit uitleggen?
Onvoorziene wending in de moordzaak van de Vogezen.
Hebben jullie dat lek georganiseerd?
We vonden dat er al genoeg werd kwaadgesproken over David.
Een grote fout. Laat de politie haar werk doen.
Verdomme, Marco, we vinden die man,
en ze arresteren David.
Dit is echt perfect om ze boos te maken.
Hebben jullie foto's uitgedeeld? - Nee.
We hebben geen foto gegeven. We hebben hem alleen getoond.
Spreek met niemand. Hou je gedeisd.
Noël, laat je me even alleen met David? - Oké.
Fabian blijft bij z'n verklaring.
Hij trekt je afwezigheid in twijfel.
Ik heb de resultaten van de analyse van de pet die je die avond droeg.
De harsvezels stemmen overeen met die op de plek van de misdaad.
Had je die pet op je hoofd?
Ja, ik denk van wel.
Is ze nooit gevallen?
Geen idee.
In elk geval, dit is mijn hypothese.
De hars kan van alles zijn. Ik heb stalen laten nemen
in het bos rond de chalet.
Met wat geluk vinden we dezelfde hars.
In afwachting moeten we hopen dat ze bewijzen vinden tegen Anthony Dubois.
En de DNA-analyse?
Niets.
Geen enkel staal leverde iets op.
En die op het slachtoffer? - Geen enkel.
Niet die in de auto, niet die aan de bushalte.
En zijn gerolde sigaretten?
Geen gerolde sigaretten rond de auto.
Andere peukjes, maar...
Geen gerolde. - Dat ze dan alles analyseren.
Misschien heb ik iets niet gezien.
Je droomt. Weet je hoeveel dat kost?
Ze zullen iets vinden.
Ze moeten iets vinden.
Wil je er één?
Toen ik vertrok om te gaan lopen, speelden Noël en Fabian tafelvoetbal.
Jij zat op de sofa op je telefoon te tokkelen.
Je keek naar een programma met Miss Alsace.
Toen ik terugkwam, waren jullie in de keuken.
Er was een trampolinewedstrijd op tv.
Ik heb het tv-programma bekeken.
Ik was 45 minuten weg. Van 18:20 uur tot 19:05 uur.
Ik heb negen kilometer gelopen. Ik heb getuigen op heel m'n traject.
45 minuten om 9 kilometer te lopen.
Ik had geen tijd om te doen waar ik van beschuldigd wordt.
Jullie moeten getuigen op het proces, Simon.
Jouw getuigenis kan het verschil maken.
Herinner je je de details zoals David ze beschrijft?
Nee, ik herinner me dat niet.
Ik kan niet zo precies zijn.
Noël herinnert het zich.
Jullie moeten allebei getuigen.
Dit gaat niet om vriendschap.
Vergeet vriendschap.
Ik vraag je alleen eerlijk te zijn.
Je kunt me niet vragen iets uit te vinden, David.
Jij weet nog wat er op tv was? - Ja.
Je zegt dat zomaar. - Ik weet het nog.
Omdat David het je heeft verteld.
Simon, zoiets kan ik toch niet uitvinden.
En het geld?
Welk geld?
De 15.000 euro die ik je heb geleend.
Ik dacht dat je niks zou zeggen. - Waarom ik?
Waarom ik? En niet Noël? - Waar zou ik 15.000 euro halen?
Verdomme, Simon.
Ik ga niet getuigen.
Doe geen moeite.
Wat doe je hier?
Ben je me gevolgd?
Dit kan niet blijven duren. Het is onverdraaglijk, Noël.
We hebben in weken niet gesproken.
Waarom ben je gekomen, Cathy?
Aangezien jij de waarheid niet ziet, heb ik Marco gebeld.
Verdomme... - Laat me uitspreken, alsjeblief.
Zeg daarna wat je wilt, oké?
Marco heeft me alles uitgelegd. Waarom de politie denkt dat hij het was.
De Polen bedreigen hem, ze bellen constant.
David heeft schulden. Hij begint te panikeren.
Hij kon met niemand praten. Hij zat vast.
Op de dag van de moord kruist hij het pad van die juwelierster.
Hij ziet het geld, misschien een oplossing voor zijn problemen.
Als hij haar vermoordt, kan hij de man beschuldigen,
de dakloze... - Dat is waanzin.
Laat me uitspreken, Noël, alsjeblieft.
Hij pleegt de moord. Dat duurt enkele seconden.
Hij sleept haar weg.
Hij gooit z'n kleren weg door de pepperspray.
Dan manipuleert hij iedereen om een alibi te geven.
Getuigen zagen hem instappen.
Hij zegt dat dat een dubbelganger was.
Als de politie te dichtbij komt,
vraagt hij Simon om geld om geen motief te hebben.
Hij gebruikt jullie zodat jullie geloven dat hij het niet was.
De politie heeft geen bewijzen tegen die andere man.
Geen DNA-sporen, geen geld, geen kleren.
David heeft een motief en er zijn veel bewijzen tegen hem.
Is dat wat jij denkt?
Dat is wat de politie denkt.
En jij, Cathy?
Cath, is dat wat je denkt?
Denk je dat David me heeft gemanipuleerd?
Dat hij alles heeft gepland?
Verdomme...
Je volgt David zonder na te denken.
Misschien liegt hij tegen jullie van in het begin, Noël.
Weet je hoe erg dat is, wat je zegt?
Je maakt van David een moordenaar, maar ook een koelbloedige manipulator.
Die zijn vrienden gebruikt en zijn sporen wist.
Die recht in ons gezicht liegt.
Is dat echt wat je denkt?
Dat David schuldig is? - Ik weet het niet, Noël.
Ik weet het niet meer.
Het spijt me.
Ik ga mijn spullen halen en ik zoek een plaats om te slapen.
Een alibi?
Hij zegt dat hij in een kraakpand woonde in Straatsburg.
En dat hij die avond daar was.
Twee mensen bevestigen zijn alibi.
En de politie gelooft hem?
Ze hebben niks tegen hem.
Geen bewijs, geen gestolen geld, niks.
Hoe had ik die man kunnen vinden als ik 'm niet gezien had?
Hoe had ik dat kunnen uitvinden? Dat slaat op niks, Marco.
Jij, ik, de politie...
We weten dat die man daar was op de avond van de moord.
Maar hij ontkent dat. Zoveel te beter voor ons.
We gaan bewijzen dat hij daar was en dat hij liegt.
Met zijn strafblad kan dat niet moeilijk zijn.
Je denkt dat ik schuldig ben.
Wat zeg je allemaal?
Voor jou is dit maar een spel.
Je bent zoals de anderen.
Doe je ogen open, David.
We hebben al de... - Stel me de vraag, Marco.
Waar ben je bang voor?
Ze hebben niets bezwarends. - Vraag me of ik schuldig ben.
Het hele onderzoek werd geleid om jou aan te klagen.
Vraag me of ik schuldig ben.
Vooruit.
Vraag het me.
Het komt in orde, David.
Vraag het me.
Vraag het me.
Er is één ding waarover we het tijdens dit proces
allemaal eens kunnen zijn.
Dat is het grote respect dat de beschuldigde, vrijgevig als hij is,
opwekt bij iedereen die hem kent.
Zijn familie, zijn collega's,
zijn vrienden, zijn buren.
Maar deze man had ook zijn gebreken,
zoals de meesten onder ons.
Toen hij al jaren getrouwd was,
is hij bezweken aan de avances van een derde persoon,
zonder zijn familie of zijn werk op te geven.
Hij werd geabsorbeerd door een vluchtige passie.
Giraud.
Als een man zijn vrouw bedriegt, zonder het haar te bekennen,
en daarom een verstokte leugenaar is, mijnheer de advocaat-generaal,
wiens woord geen waarde meer heeft,
dan heeft de helft van de wereldbevolking
reden tot bezorgdheid.
Mijn cliënt werd onder druk gezet
door een bende oplichters.
Maar hoe kunt u nu echt geloven dat die druk
deze vader aanzette tot het plegen van moord?
Wat waren de reële dreigementen?
Fysieke dreigementen?
Hij of zijn familie zijn nooit in enig gevaar geweest.
Afpersing?
Mijn klant was in staat om zichzelf te verdedigen
of om geld te lenen van zijn vrienden.
Zijn vriend, mijnheer Simon Belpierre,
had hem trouwens de som van 15.000 euro geleend.
Om van afpersing het motief voor moord te maken,
werd er een onlogisch besluit getrokken.
Mijnheer David Giraud heeft zijn echtgenote
en hun kinderen beschermd.
Tot zover het motief.
Als het motief geen steek houdt,
wat kunnen we dan zeggen over de bewijzen?
We hebben kunnen bewijzen dat David Giraud niet lang genoeg weg was
om die misdaad te plegen.
De forensische bewijzen van de rechercheurs
bewijzen zijn schuld niet.
De vingerafdrukken op het portier van de auto
werden op de plaats gevonden die mijn cliënt aangaf
in zijn eerste verklaring.
Voor de politie
was mijn cliënt...
de ideale verdachte.
Tot de ontdekking van mijnheer Anthony Dubois.
Zijn gelijkenis op mijn cliënt
had de politie moeten aansporen tot meer voorzichtigheid
in hun onderzoek.
Mijnheer de voorzitter, kunnen we overgaan tot de fotoprojectie?
Ga uw gang.
Deze verwarrende foto
zal de jury helpen oordelen
over de onmiskenbare gelijkenis tussen mijnheer Giraud en mijnheer Dubois.
Nochtans
heeft mijnheer Dubois, een recidiverende dief,
een profiel dat veel meer overeenstemt
met de gepleegde misdaad.
2004: gewelddadige diefstal, 2008: schennispleging en seksuele aanranding,
2010: georganiseerde overval,
2012: opzettelijke slagen en verwondingen met verzwarende omstandigheden.
U zult elk uw eigen mening vormen over waarom M. Dubois ontkent
dat hij aanwezig was op de plaats van de misdaad die avond.
Zeker wanneer we weten dat mijnheer Dubois
in de streek werkte in die periode.
Een nauwkeuriger onderzoek
had de twijfel kunnen wegnemen.
Een twijfel die door niets uit de wereld werd geholpen.
Welke van de twee getuigen
vernoemd door de aanklager
kan zweren dat hij M. Giraud en niet M. Dubois zag bij het slachtoffer?
Kunnen deze getuigen met absolute zekerheid bevestigen
dat ze M. Giraud herkend hebben
op die enkele seconden tijd?
En in het donker?
Het hele onderzoek
was één grote knoeiboel.
Het werd gevoerd tegen een onschuldig man.
Een man wiens enige misdaad
is...
dat hij op de verkeerde plaats was
op het verkeerde moment.
De verificaties van het onderzoeksteam
gebeurden niet accuraat genoeg voor een dergelijk onderzoek.
Samen met...
de misleidende overtuiging
dat er geen andere dader mogelijk was in deze zaak
dan M. David Giraud.
Maar...
de realiteit,
de feiten,
bewijzen overduidelijk het tegendeel.
Vandaag verschijnt een andere verdachte op het toneel.
Een dubbelganger
die als een last wordt gezien voor het onderzoeksteam,
die liever een vader van een gezin naar de gevangenis stuurt
dan een nieuw onderzoek te voeren.
Door de vele twijfels die tijdens dit proces werden opgenoemd,
vraag ik de vrijspraak van M. David Giraud.
De zitting wordt hernomen. Gaat u zitten.
M. Giraud, dit is het oordeel dat het Hof van Assisen
over uw zaak uitspreekt.
Aangezien niet werd vastgesteld of de beschuldigde, Giraud David,
in de auto van het slachtoffer is gestapt op het moment van de feiten,
en aangezien er geen onweerlegbaar bewijs werd geleverd
voor zijn aanwezigheid op de plaats van de misdaad,
aangezien dat de verklaringen van de getuigen
logischerwijs in vraag gesteld kunnen worden,
aangezien er ten gevolge daarvan twijfel blijft bestaan
over de feiten die de beschuldigde ten laste worden gelegd,
en dat die twijfel in zijn voordeel moet spelen.
Om die redenen
wordt de beschuldigde door de rechtbank niet-schuldig bevonden.
Mevrouw?
Mevrouw.
Is daar iemand?
Is daar iemand?
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.