All language subtitles for phd-sagefemme.sd

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian Download
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish Download
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Ga door, ga door.

Uitademen. En nu weer goed doorademen.

Komt ie weer? Vooruit.

En flink persen. Ga door, ga door.

Dat was nogal kort. Meteen door.

En weer persen.

Goed. Heel goed. Toe maar.

Heel goed. Nog even.

Heel goed. Het gaat prima.

Daar komt je kindje al, Magali.

Hij is prachtig. - Daar is ie.

Pak hem maar. Kom maar met uw handen.

Gefeliciteerd. - Dat hebben jullie goed gedaan.

Het ging toch nog snel.

Hij valt al in slaap.

Wat een mooie handjes. Hij wil slapen.

Weet jij al wat je gaat doen? - Ik wil er niet over nadenken.

Jij kunt voor jezelf beginnen. - Daar komt zoveel gedoe bij kijken.

We hebben ons verzet. Dit kunnen ze niet maken.

Dus wel.

Hartslag op kamer 2 daalt. Kom snel.

De navelstreng rond het nekje, denk ik. - Roep Oudinot.

Mijn kindje. - Rustig maar. Alles komt goed.

Rustig maar.

Hoeveel ontsluiting? - 9 centimeter.

Ik ga iets onprettigs doen. Maar het is zo gebeurd.

En het helpt meteen.

Heel even. Maar vooral niet persen.

Klaar. U heeft nu volledige ontsluiting.

En persen.

Shit, ik ben te laat. Ik heb de hele nacht geen oog dichtgedaan.

De kinderen, Fredo die in paniek begint te raken...

Ik ga maar in op hun aanbod.

En jij? - Ik ga nog liever dood.

NIET WIJKEN

Hallo, Claire.

Met mij, mam. Ik kom vanavond niet thuis.

Ik bel je morgen. Tot dan.

Hallo. Ik ben op zoek naar Antoine Breton.

Ik vond uw naam in het telefoonboek en vroeg me af of u zijn dochter bent.

Ik ben Béatrice. Béatrice Sobolevski.

06 78 56 44 98.

Tot gauw misschien.

Met Claire.

Trek zo stevig aan haar armen.

Dat zorgt dat de baby goed komt te liggen.

Oké? Jawel, het komt allemaal goed.

Heus, het komt goed. U hebt geluk met een moeder die al uren bij u is.

Ja, ik kom.

Evelyne helpt u verder.

Hallo. Nou, dat klinkt nog niet goed.

Ze is alleen. Geen familie, niks. Ze vloeit en wil niet onderzocht worden.

Is Elodie er niet? - Adv-dag.

Geen echo? - Niks.

Hallo.

Ik heet Claire. En jij?

Ben je nog niet bij een dokter geweest?

Probeer me te vertrouwen. Ik wil je helpen.

Daarvoor moet ik je onderzoeken.

Oké?

Het komt allemaal goed. Kom maar.

Ben jij dat? - Ja, ik ben wat te laat.

Dr. Mechelany tandarts

Ik ben hier.

Eind van de gang.

Kom verder.

Ik zie er niet uit. Ik ben weer in slaap gevallen. Echt iets voor mij.

Ja? O, ben jij het.

Nee, het lukt echt niet. Nee, natuurlijk doe ik het niet expres.

Natuurlijk krijg je het terug.

Rolande, ik kan nu niet praten. Ik ben niet alleen.

Ik weet niet goed wat ik moet zeggen.

We bedenken wel wat.

Whisky?

Pak je in de keuken even de fles en twee glazen? En pinda's.

Je vraagt je vast af wat ik hier doe.

Het huis is van m'n vriend Raymond. Jij kent 'm niet.

Hij is na de oorlog naar Beiroet teruggekeerd...

maar heeft het appartement gehouden. Ik mag er af en toe logeren.

Woont u niet meer in Buenos Aires?

Buenos Aires? Heb ik daar gewoond dan?

O ja, eeuwen geleden.

Hoe oud ben je nu? - 49.

En toen? - Zo'n 13, 14.

Je leek altijd al wat ouder dan je was.

Goed dan...

We hebben samen veel pret gehad.

Weet je nog?

Je bent de pinda's vergeten.

Doe je jas uit. Ga toch zitten.

Ik moet iets doen bij Nation. Kom je mee?

Nee, ik moet zo naar huis.

Op ons?

Op het leven.

Nee dank.

Hoe is het met 'm? Ik heb overal naar hem gezocht.

Ik weet niet of ik het wil horen. Hij is vast hertrouwd, heeft een stoet kinderen...

en is 18 keer opa.

Waarom wilt u dat weten?

Wat?

Waarom u wilt weten hoe het met hem gaat?

Ik heb kanker.

Ik heb twee jaar in Biarritz samengewoond.

Het was niet m'n grote liefde, maar...

Hij kreeg een hartaanval en ik stond op straat.

In Parijs zoek ik wat oude gokvrienden op, waaronder een arts.

Die zei: Je moet je laten onderzoeken. Het vonnis was een hersentumor.

Alleen was ik er te laat bij. - Het is nooit te laat.

Er is vast nog van alles mogelijk. - Zo heb ik het niet begrepen.

Maar voorlopig gaat het. Hoe zie ik eruit? - Goed. Prima.

Ik krijg nog wat onderzoeken. Dan weet ik meer.

Als ik maar niet m'n geheugen verlies of in een rolstoel kom.

Doodgaan vind ik niet erg. Ik heb een mooi leven gehad.

Francis, een omelet met friet en een glas rode wijn. Wat drink jij?

Niets.

Hoe heette die leraar die aan huis kwam?

Wat gaf hij? - Vioolles.

Ha, dat wist ik nog. Z'n naam ligt op het puntje van m'n tong.

Meneer B. Groot.

Dat was het, ja.

Onvoorstelbaar, een muziekleraar met zo'n naam.

En wat doe jij tegenwoordig? Nee, laat me raden.

Maatschappelijk werkster.

Bibliothecaresse, net als je moeder.

Ik ben vroedvrouw.

Alsjeblieft.

Proef eens. Benieuwd wat je ervan vindt.

Zalig. Een Côte-de-Beaune? - Bijna. Chevrey-Chambertin 2013.

Goed spul.

Net je vader. Geen druppel alcohol, sport op de eerste plaats.

Met mij heeft hij de schade ingehaald.

Waar was ik? Het is vast prachtig om al die kindjes geboren te zien worden.

Absoluut. - Heb je zelf kinderen?

Een zoon. Simon.

Wat doet hij? - Geneeskunde. Hij wil chirurg worden.

En u? - Vroeger tutoyeerden we elkaar.

Hebt u kinderen? - Mijn god, nee.

Daar had ik nooit voor kunnen zorgen.

Maar nu denk ik: Op latere leeftijd is het wel handig om kinderen te hebben.

Ze voorzien in een gemis. Denk je niet?

Zo zou ik het niet zeggen.

Wil je echt niks eten? - Hij is dood.

Het heeft in de krant gestaan. Het staat op Wikipedia. Zelfmoord.

Kort nadat u weggegaan was.

Ik lees nooit kranten. En van internet snap ik helemaal niks.

Hoe is het gebeurd?

Wilt u dat echt weten?

Een kogel door zijn hart.

En ik heb 'm gevonden. Daar waar we toen woonden, aan de Boulevard Saint-Germain.

Wat voel ik me schuldig, Claire. Als je eens wist...

Maar ik kon het gewoon niet.

Ik hoopte dat we na al die jaren alle onzin konden vergeten...

en het konden bijleggen. Wat een sufferd ben ik.

Je haat me vast.

Waar ligt hij begraven? - Dat is niet belangrijk.

Jawel, ik wil naar 'm toe. - Hij is gecremeerd.

Ik heb alles geregeld. M'n moeder en ik hebben z'n as...

in de Seine uitgestrooid.

Ik moet weg. - Ik ook. Francis, schrijf je het op?

Ik bel een taxi. Ik kan je afzetten waar je wilt.

Nee, hoeft niet. Tot ziens.

Geef je hand eens.

Vooruit, kom 's met je hand.

M'n laatste ring. De andere heb ik verpand. Ooit haal ik ze terug.

Nee, dat is nergens voor nodig.

Het is een smaragd, ooit van je vader gekregen.

Hij is wat geld waard. Ik geef 'm graag aan jou.

Ga nu maar. Ik moet even bijkomen.

Verdomme, wat een pech.

Wilt u wat Belle de Fontenay- aardappelen?

U liet me schrikken. - Ik heb een kistje over.

Is meneer Baron er niet? - Nee.

Wie bent u dan? - Zijn zoon.

Het is een prima aardappel: stevig en smaakvol. Vooral gebakken heerlijk.

Maakt hij het goed? - Niet echt.

Daarom kom ik een handje helpen.

Dus wilt u die piepers?

Nee, dank. Ik heb zelf al gekocht.

Vooruit, mevrouw. Even kiezen op elkaar.

U bent er bijna. Niet bewegen. Haal maar even diep adem.

Dokter... - Alles goed met je?

Adem diep in en daar gaan we weer.

Uitademen. - Gaat het? Rustig ademhalen.

Rustig en diep inademen.

Gaat het? - Je moet de baby filmen.

Het gaat heel goed. En ga door.

Heel goed. - En vasthouden. We zijn er bijna.

U doet het heel goed.

Leg uw telefoon weg en kom even hier. Ik heb u nodig.

Leg uw handen onder haar billen en til haar iets op.

En uitademen.

Til haar bekken iets op. Heel goed.

Heel goed. Kijk naar mij.

Toe maar, mevrouw Bernard.

Kom op adem en meteen weer door.

Flink persen. Kijk eens...

Daar is ie.

Claire, kan ik je even spreken?

Het ziekenhuis doet u een goed aanbod.

Die nieuwe babyfabriek? Niks voor mij.

Dit is voor jou bezorgd. - Voor mij?

Je hebt een aanbidder. - Elodie en Sophie gaan ook mee.

het spijt me Béatrice

De arbeidsvoorwaarden zijn prima geregeld.

Dat is heel aardig. Maar ik heb altijd m'n eigen boontjes gedopt. En dat blijf ik doen.

Even goede vrienden. Tot morgen.

Door de regen is al m'n sla opgekomen. En bij u?

Ja, bij mij ook.

Gebruikt u slakkengif? - Nee, niks chemisch.

Ik heb een goeie tip: kattengrit.

Strooi wat rond ieder jong plantje en de slakken zijn foetsie.

Was het vandaag?

Zou het niet volgende week zijn? - Nee.

Ik ben Lucie. - Hallo. Leuk om je te ontmoeten.

Simon heeft veel over je verteld.

We hebben in ieder geval een toetje. - Als ik kan helpen...

Ik heb van alles in m'n schuurtje.

Wie is dat? - De zoon van buurman Baron.

Heeft meneer Baron een zoon? - Kennelijk.

O ja, ik heb een vakantiebaantje. Bij de vader van een vriend.

Een arts? - Plastisch chirurg.

Hij gaat me inwijden in botox en collageen. Dingen die verdienen.

Is er niks beters? Dat is geen geneeskunde.

Ik heb geld nodig. En daar zit het geld.

Ga druiven plukken. Dat is fysiek, en je leert interessante mensen kennen.

Simon?

Franse, Italiaanse of Spaanse wijn? - Vraag maar aan de kinderen. Ik drink niet.

Niet zwaar om altijd onderweg te zijn? - Nee, heerlijk.

M'n vader was ook trucker.

Rijdt u op een vrachtwagen? - Ja, internationaal.

Lambrusco of een Georgische wijn van de saperavi?

Die is heerlijk. Zal ik 'm opentrekken? - Geen kurkentrekker.

O nee, u drinkt niet. Maar hij combineert goed.

Wilde u altijd al vroedvrouw worden? - Vroedvrouw?

Super om al die baby's op de wereld te zien komen.

Ze schieten zomaar tevoorschijn. Uit het niets.

Wie wil suiker? - Ik.

Bent u nooit bang? - Mag niet. Als jij straks arts bent...

zul je die vraag nooit meer stellen.

Als ik zo direct mag zijn.

Vorige week hebben we ons eerste lijk ontleed.

Pittig, hoor. - Een man van amper 50.

Toen we zijn borstkas openden...

en we bij het hart kwamen... - Viel je bijna flauw.

Eikel. Ik dacht steeds: Het kan iemand zijn die we kennen.

M'n vader of m'n moeder. - Ik begrijp je wel.

Een dood lichaam is als een...

een ding. Maar een levend lichaam, mits we het goed gebruiken...

Ik ben serieus.

Een lichaam weet wat het nodig heeft. Het probleem is de geest.

Die moet je loslaten. Dat is het vooral.

Ik ben zwanger.

Dat verstond je best. - We krijgen een baby.

En de studie dan? - Dat komt goed, er zijn erger dingen.

Hoever ben je? - Drie maanden.

Het spijt me, ik reageer niet goed.

Simon en ik hebben goed nagedacht. We willen jong kinderen krijgen.

Mijn ouders hadden ook jullie leeftijd. - Reden te meer dus.

Oké, neem me niet kwalijk. Ik...

Ik ben heel blij.

Kijk daar.

De tumor zit redelijk gunstig. Hij drukt nog niet op vitale delen.

Moet ik chemo?

Doodeng.

Een definitieve diagnose komt pas na de operatie.

Ik kan nu nog niks zeggen.

En daarna? - Daarna zijn er een paar opties.

Chemotherapie natuurlijk.

Maar er is ook een arts in Leuven die iets nieuws ontwikkelt.

Als u dat zou willen proberen...

Van 20% van uw witte bloedlichaampjes maakt hij een vaccin.

Een vaccin tegen kanker?

Door de bloedlichaampjes te mengen met tumorcellen...

kunnen we ze herprogrammeren.

Teruggezet pakken die bloedlichaampjes de zieke cellen aan. Een soort vaccin dus.

Het zit nog in de onderzoeksfase. Maar als u wilt...

kan ik navragen of u in aanmerking komt.

Wat denkt u?

Waar ligt Leuven? - In België.

Dat komt goed uit, ik ben dol op bier.

Wanneer beginnen we? Maar ik wil geen kaalgeschoren hoofd.

Ze gaan een gat in m'n hoofd boren en bloed aftappen en god weet wat nog meer.

En wie weet word ik nooit meer wakker.

Of misschien volledig verlamd.

Hoezo 'vertrouwen hebben'? Wie kan ik vertrouwen in deze rotstad?

Tien dagen wachten, terwijl ik bereid was om meteen onder het mes te gaan.

Wil jij vannacht niet bij me slapen? Ik ben zo bang.

Alsjeblieft?

O ja, lunchen. Waar heb je zin in? Waar zal ik een tafeltje reserveren?

Ja, dan praten we verder. Ik heb je veel te vertellen.

Tot vrijdag dan, Claire. Dank je wel. Dank je.

Naar Porte de Montreuil. Rue des Vignoles.

Je hebt verloren.

Allemaal voor jou, Béatrice.

Kalfskop... Ik ben dol op kalfskop.

Wil je een runderkotelet met merg delen?

Ik eet geen vlees.

En in uw toestand is rood vlees niet erg verstandig.

Zegt uw dokter dat niet? - Ik geloof in genieten.

Voor mij geen groentebouillon of gestoomde broccoli.

En waarom blijf je steeds u zeggen?

We hebben serieuze zaken te bespreken. Om te beginnen mijn begrafenis.

U gaat heus nog niet dood.

Ten eerste: ik wil niet gecremeerd worden.

Ten tweede:

Op internet zag ik dat er tegenwoordig lichte, elegante kisten zijn...

van maïsvezel of iets anders afbreekbaars. En ze kosten een schijntje.

Niet dat ik gierig ben, maar het zou zondegeld zijn. Wat neem jij?

Dames? - Hallo. Voor mij de kabeljauw.

Kan ik sperzieboontjes krijgen in plaats van aardappelen?

Dan neem ik maar de entrecote. De grootste, graag.

350 gram. - Prima, rood.

Met friet en béarnaisesaus. Nee, mayonaise.

En wat voor wijn raadt u aan? Een bordeaux?

Ik zou zeggen: een Saint-Julien of een Graves.

Saint-Julien. Jij ook? - Ik drink niet.

Een karafje water graag. - Evian? Badoit?

Nee, kraanwater.

Hoe heet je zoon ook weer? - Simon.

Hebben jullie een goede relatie? - Ja, hoor.

Hij gaat binnenkort uit huis.

Stel je 'm een keer voor? Ik ben benieuwd.

Hij zit midden in de tentamens.

Claire, ik heb 's goed nagedacht. Ik...

Ik heb je niet goed behandeld. Ik wil het goedmaken.

Goedmaken?

Ja, door je iets na te laten.

Geld. Een flinke som geld.

Waarom niet? - Er is geen reden toe.

Jawel, het is een fijn idee dat je leven straks na mijn dood makkelijker is.

Mijn leven is niet zwaar. Mijn leven is goed zoals het is.

Zou je niet eens willen reizen, tijd voor jezelf hebben?

Nee.

Ben je alleen? - Sorry?

Heb je iemand? - Nee.

Al lang niet?

Mag ik weten waarom u van de ene op de andere dag verdwenen bent?

Wil je het daar echt over hebben? - Ja.

Ik wist dat die vraag zou komen. Je laat er geen gras over groeien. Mooi.

Was het echt een geldkwestie? - Ja, maar niet alleen.

Wat doe je? Doe niet zo mal.

Ga zitten. - We zullen elkaar nooit begrijpen.

Ik had juist het gevoel dat de band zich herstelde.

De band zich herstelde?

U bent ruim 30 jaar verdwenen en ik moet meteen voor u klaarstaan.

Ik wil uw geld niet. Ik wil u niets verschuldigd zijn, mevrouw Sobolevski.

Ik heb u niet nodig. - Ben je uitgeraasd?

Nog één ding. Ik vind het heel vervelend dat u ziek bent.

Maar voor u naar kisten zoekt, kunt u beter stoppen met roken, drinken, patat eten.

Want zo voedt u de kanker alleen maar. Het is het proberen waard, niet?

Net zo'n zeurkous als haar vader.

Claire?

Wacht op mij, Claire.

Wat doe je? Wil je dat ik hier op straat een epileptische aanval krijg?

Dat zou een lesje zijn. - Iedereen maakt fouten, verdomme.

Jij toch ook?

Je vader was niet de makkelijkste. Maar wist ik dat hij om mij zelfmoord zou plegen?

Dat streelt uw ego, hè? - Nee, integendeel.

Stop even. Anders ga ik tegen de vlakte.

Waarom bent u teruggekomen? Ik had het inmiddels afgesloten.

Toen ik wist dat ik ziek was, misschien wel terminaal...

bedacht ik wat het belangrijkste voor me was geweest, en dat was je vader.

Hij is de enige man die echt belangrijk is geweest.

En alle anderen?

De ene man kan na jaren nog een vreemde voor je zijn.

Aan een ander blijf je na één nacht je verdere leven denken.

Waarom bent u dan weggegaan? - Weet ik veel.

Om de droom in stand te houden?

Hij was uitgerangeerd. Hij wilde een baantje gaan zoeken...

en buiten gaan wonen. Zie je mij op het platteland?

Dat is niks voor mij.

Hij was een goed mens. Dat zag u niet. - Dat geldt andersom ook.

Hij was ambitieloos. Hij had echt een rotkarakter.

Net als jij. - Hou toch op.

Claire, het spijt me.

Ik kan het niet. - Waarom niet?

M'n zoon Simon. - Neem dan op.

Alles goed, Simon?

Sorry nog voor laatst. Ik was een beetje...

Ja, goed. Ik stap in de metro en kom eraan.

Hij wil me spreken. - Waar woont hij?

In het 19de. - Dat is een eind weg.

Hier heb je geld voor een taxi...

Ik had naar boven kunnen komen. Kon ik zien hoe je woont.

Het is Lucie haar huis, en ze zit te blokken. Ik moet hoognodig weer 's zwemmen.

Gaat het goed tussen jullie?

Heb ik laatst niks verpest? - Ik moet iets belangrijks vertellen.

Ik ga niet door naar het derde jaar.

Hoezo? Je bent je tentamens net begonnen.

Ik heb de eerste verknald. - Maar je kunt ze toch overdoen?

Hoezo verknald? - Ik ben niet goed genoeg.

Je was altijd de beste van de klas. - Lang geleden, ja.

Ik heb besloten te stoppen.

Met studeren? - Met geneeskunde.

Ben je gek? Chirurg worden was je grote droom.

Jouw grote droom. Nee, ik wil nu verloskundige worden.

Wat?

Met m'n twee jaar geneeskunde kan ik over drie jaar aan de slag.

Is dat vanwege de baby?

Waarom willen jullie vroedvrouw worden? Het is geen mannenberoep.

De wereld verandert en de mannen ook.

Ik weet het ook niet meer. Het voelt alsof ik ergens iets fout gedaan heb.

Hoort u mij?

Kijk me aan. - M'n kindje...

Meteen naar de echokamer. - Gelukkig was de aanrijding vlakbij.

De kraamkliniek gaat dicht, we zijn onderbemand. Roep Oudinot.

Vetweefsel weg. Zuig maar.

Kan ik drukken?

Zo goed?

Hartslag vertraagt.

Adrenaline. We raken haar kwijt.

Een, twee, drie.

Word wakker. Toe dan.

Alsjeblieft?

Claire?

Toe dan.

Toe dan, kom dan bij, jochie.

Hou op.

Kom dan. Toe dan.

Ogen dicht. - Waarom?

Ogen dicht. Verrassing. Vertrouw me en doe je ogen dicht.

Wat moet ik doen? - Langzaam lopen. Ik leid je.

Ik vertrouw u.

Even wachten, we zijn er bijna.

Doe maar open.

Niet naar beneden kijken.

Haal diep adem.

Als kind kwam ik hier vaak.

Uren kon ik hier wachten. Geen idee waarop.

Heb je trek? - Ja.

Jeetje, kaviaar.

Ook vrachtwagenchauffeurs weten wat lekker is.

We hebben ook voordelen.

Ik hoop dat je het lekker vindt.

Als kind aten m'n vader en ik het vaak. - Was hij rijk?

Nee, maar... - Hier.

Dat opent je smaakpapillen.

M'n vader was een beroemde zwemkampioen. Hij reisde veel.

Is hij dood? - Ja.

Hij heette Antoine Breton.

Zegt die naam u iets?

Nee. - In de jaren 70 heeft hij veel gewonnen.

Twee keer Frans kampioen. De Olympische Spelen.

Als klein meisje ging ik vaak mee.

En leeft je moeder nog? - Ja.

Maar we kunnen niet met elkaar overweg. In geen velden of wegen.

We hebben niks gemeen. Alsof ik haar dochter niet ben.

En u? - Ik?

Je ouders.

Die hebben het einde bereikt. Bijna althans.

Met z'n tweeën.

Ooit gaat een mens dood.

Mag ik je iets vragen?

Wat zou jij doen als iemand uit het verleden ineens weer opdook?

Iemand die je verdriet gedaan heeft. - Ik liep een blokje om. Jij niet?

Ik weet het niet. - Wie is het?

Iemand die me lang geleden in de steek heeft gelaten. Een vrouw.

Wat wil ze van je?

Ze is ernstig ziek.

Ze zoekt een verpleegster.

Ik kan haar niet aan haar lot overlaten.

Ik moet naar huis. Ik voel me niet goed, dat komt vast door de wodka.

Van drank word ik... Als ik te veel drink, word ik emotioneel.

Leuk om je emotioneel te zien. Je wordt er mooi van.

Jij bent er... - Ja, ik ben het.

U hebt 24 uur geslapen.

Dus ik ben niet dood? - Nee.

Alles is goed gegaan.

Hoe ziet u mij? Wazig? Duidelijk?

Ik heb vreselijke hoofdpijn.

Hoeveel vingers steek ik op?

Hou op met die vingers. Ik kan je gewoon zien.

Ik dacht even dat ik er geweest was.

En dat ik jullie niet meer zou zien.

Ik kon me niet bewegen.

Toen kwam ik bij... en was je hier.

Weet je waar ik zin in heb? Je gaat vast gillen.

Een gekookt eitje met mayonaise. Maar dat is vast niet goed voor me.

Ik ga het voor u regelen.

Hoe gaat het, mevrouw?

Ik hoorde dat u bijgekomen was.

Ik kom straks terug. - Nee, blijf alsjeblieft. Zij is...

Zij is m'n dochter. M'n dochter Claire.

Ik zal het eerlijk zeggen: de tumor is groter dan we dachten.

Uw moeder heeft in coma gelegen. Dat is geen goed teken.

Het baart me zorgen.

Sterkte.

U werkt ook in de medische sector? - Ja, ik ben vroedvrouw.

Wil je me als ik dood ben in een vuilniszak stoppen en in de Seine gooien?

Dat is verboden.

De Seine wordt net weer schoner. M'n zoon zwemt er vaak in.

Jammer, anders was ik 'm misschien tegengekomen.

Waarom doe je altijd zo chagrijnig? - Welnee, ik concentreer me.

Ik hou niet van autorijden, al helemaal niet in een geleende auto.

Hoe hard mag je hier rijden?

50 kilometer. - En jij rijdt...

30 kilometer. Niet te geloven. Hier naar links.

Doe niet zo stom. - Ik wil iets laten zien.

Verderop links.

En dan is het... daar.

Waar? - Daar.

Daar ben ik opgegroeid.

Nee, niet daarboven. Dat raam naast de ingang. De conciërgewoning.

Conciërgewoning? - Jij bent de eerste die ik het vertel.

M'n moeder was conciërge, m'n vader nachtwaker.

We woonden met z'n drieën in één vertrek.

Er was een piepklein keukentje, geen badkamer.

Ik sliep op een stretcher in de gang.

Ik dacht dat u een Hongaarse prinses was, met Russisch bloed.

Ik fantaseerde graag. Heerlijk als mensen erin trapten.

Je vader vond het geweldig dat ik een prinses was.

Daardoor was hij nog verliefder

Wat dat betreft was het een rare.

Ben je gechoqueerd?

Ik hou niet van liegen. - In werkelijkheid heet ik Béatrice Sobot.

Ooit heb ik er 'levski' aan toegevoegd, dat klonk chic.

Maar ik heb er geen spijt van. Wacht...

Ik bijt niet, hoor. Er zit een wimperhaartje...

Hier is het. Blaas maar en doe een wens.

Toe dan. Dan doe ik het voor jou.

Ik moet iets ophalen in Barbès. Kunnen we daar langs?

Barbès? Van dokter Fessenberg moet ik u naar huis brengen.

Tot nader order moet u rust houden. - De eeuwige rust komt straks.

Deze straat uit...

Hier zijn we al geweest. - Nee.

Zeker wel. - Hier naar rechts.

Rechtsaf.

Parkeer hier maar. - Alleen laden en lossen.

Ik wil geen bon. - Zo'n ramp is dat ook weer niet.

Parkeer hier nou maar. - Oké.

Vijf minuutjes...

Gaat het niet? - Nee, alles draait.

Wat zei ik nou? In uw toestand hebt u hier niks te zoeken.

Ik breng u naar huis. - Nee, ga maar naar de auto. Het gaat al.

Zal ik even gaan? - Wil je dat?

Als u zegt wat ik moet doen.

Neem de trap naar de bovenste verdieping, naar Rolande.

Zeg dat je namens mij komt.

Bedenk maar een smoes.

Maar... Ik had ze hierin gedaan.

Nee toch.

Ik heb ze in het ziekenhuis laten liggen.

Heb jij toevallig je chequeboek bij je?

Kun jij vijf cheques van 1000 euro uitschrijven?

Zoveel staat niet op mijn rekening. - Ze int niet alles meteen.

Ik betaal snel terug. - Ik ga niet 5000 euro uitschrijven...

aan iemand die ik niet ken. Ik heb al gedoe genoeg.

Wat is dit? Straks wordt m'n rekening geblokkeerd.

5000 euro, Claire. Ik sta op de rand van de afgrond.

En jij leest me de les. - Het is ruim twee maanden salaris voor mij.

Ik betaal het volgende week terug.

Dat hebt u m'n vader vaak genoeg geflikt. - Wat bedoel je?

Ik weet best dat hij door uw toedoen geruïneerd is.

Heeft je moeder je dat wijsgemaakt?

Toen je vader stopte met zwemmen, waren we blut.

Ik verdiende de kost. Ik heb m'n tekortkomingen, maar ik ben niet gierig.

Oké dan. Verdomme.

Je redt m'n leven. - Dat hoop ik maar.

Wie is daar?

Hallo. Ik kom namens Béatrice.

U weet ervan, heb ik begrepen. - Waarom komt ze zelf niet?

Ze is ziek. U zou het begrijpen, zei ze. Ik ben haar dochter.

Heeft ze ineens een dochter? Sinds wanneer?

Moeder ligt met een flinke griep in bed. Het spijt haar.

Kom binnen, lieverd.

Kom maar.

Glaasje port?

Ga zitten.

Proost.

Heb je de cheques bij je?

O ja, de cheques.

Hier zijn ze.

U gaat ze toch niet meteen innen? - Nee.

Pas als haar kansen keren, schat.

Ik ken haar al zo lang.

Pas op, m'n glas staat op de grond.

Alsjeblieft.

Dit moet het zijn. Tel maar na.

Hebt u iets om het in te doen?

Wil ze het netjes ingepakt hebben? Zeg maar dat er grenzen zijn.

En dat ze niet weer een half jaar wacht met terugbetalen.

Alstublieft. 'En niet weer een half jaar wachten met terugbetalen.'

Grappig mens, hè?

Je straalt als je stoute dingen doet. Maar die regenjas kan echt niet.

Zullen we oesters gaan eten in Terminus Nord? Het is vlakbij.

Claire?

Daar ben je. Ik was bang dat je weg was.

Ik heb ham gekocht en nog wat dingen. Ik moet ervandoor.

Blijf je niet?

Ik moet de auto terugbrengen. En ik heb nachtdienst, dat weet u.

Hebt u uw druppels genomen?

Kan er morgen iemand langskomen? Een vriendin?

Vriendin? Ik heb geen vrienden.

Maakt niet uit. Maakt niet uit...

Paul?

Ik was bij de buren, op hun barbecue.

Ik kom je sleutels terugbrengen. Bedankt voor het lenen van de auto.

Kom je ook? - Nee, kan niet. Ik moet naar huis.

Ik heb nachtdienst. Ik ben al laat.

Lekker. Wat is het?

Je ruikt heerlijk. Speciaal voor mij?

Kom...

Ik krijg 'm niet open. Ik zie niks.

Zachtjes. Zachtjes.

Wie is de eigenaar? - Een Libanees.

De erfenis kwam maar niet rond. Hij is al ruim drie jaar dood.

Z'n kinderen wonen over de hele wereld. Het kan ze niet schelen.

Fabrice?

U wilde toch graag sierlijsten?

196 vierkante meter. Ideaal voor starters.

Deze wand kunt u weghalen. De woning heeft zeven open haarden.

In de oorlog woonden hier veel Libanezen.

Sommigen zijn teruggegaan, maar hielden hun huizen aan. Voor het geval dat.

Veel kijkers gehad? - U bent de eerste.

Dit is de grootste van de drie slaapkamers. Ruim 20 vierkante meter.

Geen inkijk. En het grote voordeel: een aangrenzende badkamer.

Druk gerust een beetje aan. - Het lukt niet.

In het begin is het pijnlijk, maar dat hoort erbij.

Straks voelt u niks meer. - Ja, nu pakt hij 'm.

Heel goed.

Ik kom zo terug.

Wat?

Ik mag zolang bij Francis logeren.

Maar dat vind ik geen prettig idee.

Kan ik bij jou logeren? Een paar dagen maar.

Echt?

Een pak van m'n hart.

Ik doe een boodschap en kom naar je toe.

Stuur het adres even. Tot straks.

Francis, kan ik m'n bagage hier even laten staan?

Natuurlijk.

200.

En 100 erbij.

Mag ik? - Ga uw gang.

Ik heb gecoupeerd.

Is Mantes-la-Jolie mooi? - Hangt ervan af wat u mooi noemt.

Rennen. Hier.

Zijn hier ergens winkels? - Wat voor winkels?

Waar je lekkere dingen kunt kopen...

als gebak, kaas, goeie wijn en sigaretten.

Ja? - Ik ben er.

Vierde. - De lift doet het niet.

Nog eentje.

Gaat het?

Ik viel bijna.

Je zoon? - Hij is nu iets groter.

Een leukerd.

Precies zoals ik het me voorstelde. - Zal ik de rest laten zien?

Dit is de keuken.

Hier is een bergkast. De wc.

En de badkamer.

Ik heb deze lades voor u uitgeruimd.

Dat is de kamer van m'n zoon. U mag in mijn slaapkamer. Die is hier.

Heb je geen foto's van Antoine?

Nee. Dat is het enige van hem dat ik bewaard heb.

Het is een prima bed. Ik heb ruimte voor u gemaakt in de kast.

Het is eenvoudig, maar comfortabel.

Gaat het?

Ik voel me niet goed.

Kom maar.

Ik heb het zo koud. Mag het rolluik dicht?

Hebt u uw medicijnen geslikt? - Niet sinds vanochtend.

Waarom niet? - Ze smaken vies.

Ze smaken vies...

Kom binnen.

Gaat het beter? - Ze slaapt nog steeds.

Dus ik weet het niet. Fijn dat je gekomen bent.

Wacht...

Kom verder. - Ik heb wijn bij me.

Goeie wijn, een krijgertje. Voor Simon en Lucie.

Dank je. Zet de doos maar hier. Ik wil niet dat zij het vindt.

Waarom niet? - Omdat ze niet vies is van een glaasje.

Dus hier woon je?

Leuk.

Is er iets? - Het valt niet mee om haar hier te hebben.

Waarom heb je haar gevraagd? - Ze heeft verder niemand anders.

Hier is de keuken. Er is zilvervliesrijst en groente.

Als je daar niet van houdt, pak je maar iets uit de koelkast.

Kom eens.

Mijn zoon z'n kamer. Slaap maar bovenin, ik ben de hele nacht weg.

Dan voel ik me weer kind. - Hier is de badkamer.

Er ligt een schone handdoek voor je. Hier de wc.

Er mag niet gerookt worden. Daar valt niet aan te tornen.

Ik moet nu echt gaan. - Wat doe ik als ze wakker wordt?

En als ze zich niet goed voelt?

Haar medicijn, Rebanil, ligt naast het koffiezetapparaat in de keuken.

Als er problemen zijn, moet je me bellen, hoor.

Ik laat m'n telefoon aanstaan.

Ik moet gaan. - Ik heb de hele dag aan je gedacht.

Ik moet gaan.

Wat? - Niks.

Ik kijk naar je.

Heb je sigaretten? - Volgens mij mag hier niet gerookt worden.

Ik heb al tien dagen niet gerookt. - Dan zou ik het volhouden.

Wie ben je? - Een vriend.

Heb je geen naam? - Een naam is niet iemand.

Ik heet Paul. En jij?

Béatrice. - Heet je echt Béatrice?

Jazeker. Als kind had ik een hekel aan die naam.

Ik vond hem gewoontjes.

Ik had sowieso een hekel aan mezelf.

Op school was ik de langste. Ik droomde dat m'n benen ingekort werden.

Een peulenschil voor een goede chirurg. Gewoon een stuk met bot en al eruit...

als ossobuco.

Wil je morgen sigaretten voor me kopen? - Dat moet je aan de baas vragen.

Ben je haar vriendje?

Een prachtig nummer. Ik was dol op Serge Reggiani.

Ik ga m'n bed weer in. Welterusten.

Is daar iemand?

Is daar iemand?

Lach maar. In een grote organisatie kun je je adv-dagen opnemen.

Ach, adv-dagen...

Je mag ons niet in de steek laten. - Dat doe ik niet.

Ga door, ga door. En nu vasthouden.

Ja, heel goed.

Gaat het?

Pak m'n hand maar. - Even goed doorademen.

Daar komt ie weer.

En persen. Heel goed.

Hard en lang. Ga door.

En adem maar uit. Ik zie z'n haartjes. Kom maar met je hand.

Voel je het?

Daar gaan we weer.

Ga door, ga door.

Heel goed. Daar komt ie al.

Ik wist niet dat het zo zou gaan. - Je mag van geluk spreken.

Morgen sluit de kliniek. - O ja? Waarom?

Te aftands. Niet winstgevend. Je kent het wel.

Ik ben hier zelf ook geboren.

Hier?

Wat is je achternaam? - Amado.

M'n ouders komen uit Limay.

Cécile?

Ik herinner me jou en je moeder nog goed.

Je was een piepklein meisje...

Jeetje, ik ben er ondersteboven van.

Ik moet even zitten. - Bent u mevrouw Breton?

Hoelang geleden is dat? - 28 jaar.

Bijna een heel leven. - We hebben het vaak over u.

Zonder u was ik er niet geweest. - Ja, er was iets met je...

Je moest nieuw bloed krijgen. - Alleen was dat niet te vinden.

We hebben ons rot gezocht. We hadden zelfs iemand naar Rouen gestuurd.

Toen hebt u zelf bloed gegeven.

Dat was mazzel: dezelfde resusfactor.

Ik had eerder moeten langskomen.

Om u te bedanken. - Bedanken? Waarvoor?

Zonder u was ik er niet, en hij ook niet.

Onzin, ik heb gewoon m'n werk gedaan.

Hoe ga je hem noemen?

Antoine.

vrijheidsdrang, lang heb ik je gekoesterd

als een zeldzaam kleinood

vrijheidsdrang, dankzij jou

heb ik het anker kunnen lichten

overal voeren we heen naar het eind van de wereld

waar het toeval ons maar bracht

en als in een droom...

Braaf, hè? Ik eet volkorenbrood en drink tijmthee.

Vooral om Paul een plezier te doen.

Niet te zware nachtdienst gehad? - Gaat. Een spoedbevalling.

Maar ik heb toch nog wat kunnen slapen.

Wij hebben Brel en Brassens gedraaid. Barbara is niet ons ding.

Maar Reggiani is geweldig.

Ferré is goed, maar erg deprimerend. - Nee, hij is de beste.

Heeft ze haar medicijnen geslikt?

Ja, dat heeft ze. En ze heeft haar schulden afbetaald, althans bijna. Alsjeblieft.

Wat is dat?

Het geld van Rolande, wat ervan over is.

Ik heb wat verloren, maar dat komt goed.

Bent u gaan gokken? - Ik moest jou toch terugbetalen?

Vannacht? Heb jij haar gebracht? - Nee, niet vannacht.

Gistermiddag. Ik moest toch nog wat doen? - Dat was heel onverstandig.

Niet zo dramatisch. Verliezen is al erg genoeg.

Ik ben naar de tuin geweest en heb jonge radijsjes geplukt.

Je tomaten hebben water nodig.

Oké, oké. Sorry, ik ben moe. Ik heb koffie nodig.

Ik lust ook wel een kopje. Met melk, graag.

Koffie met melk is niet goed voor de lever.

O. Wat is er mis met m'n lever?

Na een algehele anesthesie moet die even bijkomen.

Zwart dan maar. - Geef 'r toch koffie met melk.

Hou je er alsjeblieft buiten.

Ga maar liever weg.

Ik ga ervandoor.

Ik wilde jullie mee uit eten nemen. Is hier iets leuks in de buurt?

Ik vertrek vanavond naar Zwitserland, Polen en Duitsland.

Ik neem pretzels mee.

Jij bent handig met mannen.

Waarom had je hem niet voorgesteld?

Is hij Simons vader? - Ik heb Simon in m'n eentje opgevoed.

Mag ik een televisie op m'n kamer? Als ik geen tv kan kijken, slaap ik slecht.

Neem de tv uit de zitkamer maar. Ik kijk nooit.

Ik breng 'm zo.

Voel je je niet goed? Hou me vast.

De laatste twee dagen voel ik me zo krakkemikkig.

Droom ik of zei je 'jij'? - Je droomt.

Geen koorts. - Lekker, je hand zo.

Kramp.

Ik heb vaak kramp in m'n schouder en arm.

Blijf rustig liggen.

Zo'n man had ik me niet bij jou voorgesteld.

Potig, maar intelligent en gevoelig. Heel goed.

Een goeie keus.

Wat doet hij voor de kost? - Paul? Hij rijdt op een vrachtwagen.

Internationaal.

Een vrachtwagenchauffeur...

Daar heb ik nooit over gefantaseerd.

Heeft hij overal tatoeages?

Nee, hij rijdt puur om geld te verdienen. Hij wil vrij zijn.

Het is een vrije geest. Rijden geeft hem het gevoel dat hij leeft.

Dat deed je vader ook na zijn zwemcarrière.

Dan stapte hij in z'n auto en ging hij uren rijden.

Geen flauw idee waar hij heen was.

Ik werd gek van ongerustheid.

Gaat u zitten.

Lang geleden dat u hier was.

Wat kan ik voor u doen, mevrouw Breton?

Ik wil een lening afsluiten. - Voor een nieuwe auto?

Zeer zeker niet. Het is privé.

Ik hoorde dat de kliniek gaat sluiten? - Ja, we zijn de inventaris aan het opmaken.

Hebt u al een nieuwe baan? - Ik ben nog niet aan het zoeken.

En u wilt een lening afsluiten?

M'n ontslagvergoeding is binnen. Maar dat is, denk ik, niet genoeg om...

Ik heb wat tijd voor mezelf nodig.

Ik was de pretzels vergeten, dus ik durfde je niet te bellen.

Hoe is het met haar?

Wat zal ik zeggen?

Ik ga naar de tuin. Ga je mee?

Er is geen ruimte in mijn leven, Paul.

Ik heb een man niks te geven.

Vroeg ik je dan iets?

Ik heb één voorstel: Ik ga naar de tuin. Ga je mee?

Ik heb je amper aangeraakt. - O nee?

En? - Het is zo goed als dicht.

Wil je het zien? - O nee.

Fijn dat je weer 'je' zegt. Dat voelt als 35 jaar geleden.

Nu m'n haar wassen. - Nee, nog te vroeg.

Zo zie ik er niet uit.

Sinds jij werkloos bent, zie je er stukken beter uit. Geef die handdoek eens.

Je straalt gewoon. Ga je gang.

Is Paul nog steeds niet terug?

Kokendheet. Wil je me dood hebben? - Wacht even.

Zo, nu is het de goeie temperatuur.

Nog te warm.

Wat hadden we vroeger een pret.

Wij drietjes lachten de hele dag.

Waarom is je vader ooit met je moeder getrouwd?

Dat is je lever.

Het was geen vrouw voor hem.

Ze was zwanger van mij.

Dat heeft ie me nooit verteld.

Ze hadden elkaar in een trein ontmoet.

Tussen twee stations gebeurde het. Zij wilde geen abortus.

Hij is uit plichtsbesef met haar getrouwd. - Is ze nog steeds boos op me?

Ze is boos op iedereen.

Ze heeft zich in haar eentje moeten redden.

Ze is nooit gelukkig geweest.

Ze had jou toch? Met zo'n dochter zou ik gelukkig geweest zijn.

Je hebt goeie handen, net als je vader.

Heb je echt geen foto's van hem?

Ik bewaar ook niks, dus ik mag jou niks kwalijk nemen.

Sinds die tijd heb ik altijd uit een koffer geleefd.

Ik heb dia's.

Dia's?

Heel veel. Ik durfde ze in m'n eentje niet te bekijken.

Allemachtig, wat een stuk.

Wil jij ook iets drinken?

Paul zal zeggen dat ik een slechte invloed heb.

Op ons. Op het leven.

Schattige zwembroekjes.

Wie is daar?

Sorry.

Wie is dat?

Simon?

Ik stel je voor. - Niet te geloven.

Ik dacht dat het Antoine was. - Heb je je snor laten staan?

Kom. Dit is Béatrice.

Een vriendin uit m'n jeugd.

Simon. - Dag, mevrouw.

En hij zegt 'mevrouw'... - Wat is er aan de hand?

Béatrice vindt dat je sprekend op je opa lijkt.

Ik heb m'n opa niet gekend.

Als twee druppels water. Verwarrend. Ik heb nog een glaasje nodig.

Mag ik meekijken? - Natuurlijk. Kom maar zitten.

Hoe kom je eraan? - Uit de garage.

Waarom heb je ze nooit laten zien? - Weet ik niet. Omdat...

Omdat ik het niet kon. - Vreemd.

Kijk. - De baby?

Hij krijgt een kind. - Nu al?

Daar is ie.

Ziet er goed uit. Laat 's zien.

Mooi, hoor. Ziet er prima uit. Perfect.

Ik zie nog niet wat het is... - Jawel, het is een jongetje.

Weet je het zeker? - Ik zie zoiets meteen.

Ik heb er ook verstand van.

Dat dingetje hier... - Ik zie het.

Het is nog te vroeg.

Maar ze zeiden het zelf.

Ik moet ervandoor. Ik ga zwemmen met een vriend.

En hij zwemt nog ook. - Dag, mevrouw.

Ik loop met je mee.

Ik heb geen vast adres.

Ik dacht: Misschien heb ik recht...

op een kleine uitkering, ook al heb ik geen premies betaald.

O ja?

Bedankt dan maar.

Hou maar.

Wanneer is de grote dag? - Over twee weken.

Alvast gefeliciteerd. - Dank u wel. Tot ziens.

Mevrouw, kan ik u helpen?

Alstublieft.

Ik haal de baas erbij.

Dag, mevrouw.

Hij is echt, hoor. - Dat zie ik.

Maar het is niks voor onze klantenkring. Helaas.

Maar doe een bod. - Ik ben niet geïnteresseerd.

3000? - Nee, hou maar op.

2000 dan. - Nee. Ik verzoek u de winkel te verlaten.

Maar het is 8000 waard. Geef 'm aan uw vrouw.

Ik vroeg of u de winkel wilt verlaten.

Ik zal open kaart spelen. Die jongens buiten zijn m'n kleinkinderen.

De kinderen van m'n dochter.

Haar man is bij haar weg. Ze heeft geen werk, geen geld...

En nog roken ook.

Hou je gepreek voor je.

Dit is Mantes-la-Jolie, snap je.

Hoe haal je het in je hoofd om hier een gouden horloge te verpatsen?

Ongelooflijk.

Doe je riem om. Nu. - Allemachtig, je lijkt m'n moeder wel.

Wat doe je? Béatrice?

Onvoorstelbaar. Niet te geloven.

Waar is ze gebleven?

Toe, Béatrice.

Stap in.

Stap alsjeblieft in. - Hoepel op.

Niet te geloven.

Overdrijf je nu niet een beetje?

Laat me met rust. - Waar ga je heen?

O ja, weglopen is je specialiteit. - Wat moet ik dan doen?

Ik weet heus wel dat ik doodga. Dat voel ik aan m'n hele lijf.

Maar ik wil leven. Leven.

Ik ben nooit ziek geweest. Nooit pijntjes, nooit klachten.

Ik heb groots en meeslepend geleefd.

En nu ben ik een sneu geval dat van jou afhankelijk is. Blut bovendien.

Hoe kan ik het ziekenhuis betalen? Dat stomme horloge moet me redden.

Weet je wat hij vaak zei?

Dat jij de enige was die hij graag kuste. Omdat jij alles gaf in een kus.

Nu maak je me nog aan het huilen ook met je onzin.

Kop op. Kom mee.

Waarheen? - Naar de tuin.

Die heb je nooit gezien. Het staat er vol bloemen.

Kom. Het zal je goed doen.

Maar die regenjas kan echt niet. - Ja, dat weet ik nu wel.

Zodra ik op de been ben, krijg je een nieuwe.

Je zou jezelf moeten zien.

Moet je die dikkerd zien, ónder het stuifmeel.

Hij lijkt teut. Doe me aan iemand denken.

Hij propt zich vol en valt daarna in slaap.

Moet je zien.

Lekker, verse doperwtjes. Die pikte ik vroeger altijd bij m'n oma.

Heb jij alles aangeplant? - Ja, wie anders?

Een paradijsje. Je woont in het paradijs.

Wil je vanavond courgette eten? Jong zijn ze heerlijk.

Maar niet met die vieze zilvervliesrijst. En laten we straks kalfskoteletjes kopen.

Of de runderkotelet waarvan ik droom sinds die vreselijke lunch met jou.

Ritje maken?

de wolven zijn uit Parijs verdreven

via de zuidkant en de noordkant

zijn ze Parijs ontvlucht

lach maar, lieve meid

de wolven zijn Parijs ontvlucht

de wolven de wolven

Wat is dit voor ding?

Airco? - Tegen sigarettenstank.

Is het makkelijk om 'm te besturen? - Proberen?

Een man met zo'n wagen zou ik over de hele wereld volgen. Niet?

Waar wacht je op? Het is een soort huis.

Was iets voor mij geweest. Ik was te rusteloos.

En? Hoe rij ik? - Als een echte beroeps.

'Lieve Claire, ik ben weg.

Ik laat twee koffers bij je achter. Waar ik heen ga heb ik ze niet nodig.

Geef m'n spullen maar weg. Op de zijden blouses na, die jou vast goed staan.

Geef Paul een knuffel en bedank hem voor die onvergetelijke rit.

Liefs ook voor Simon, zijn Lucie die ik niet ontmoet heb, en de kleine op komst.

Dat wordt een bijzonder kind. Hij is zo gewenst.

Dat gold niet voor ons. Toch hebben we ons kranig geweerd.

Ik hou van je.'

Alles is supermodern.

We hebben een MRI-scan van 1,5 tesla...

en een mammograaf met stereotaxische biopsie.

Uw ex-collega's zullen blij zijn u te zien.

Ik stel u eerst voor aan 't afdelingshoofd, Jean-Christophe Lefébur.

Het woord 'vroedvrouw' gaat eruit.

Binnenkort is de officiële benaming verloskundige of obstetricus.

Ik heb het gehoord, ja. - En roze jasjes zijn ook passé.

Er werken hier ruim 100 verloskundigen, plus echografisten en verpleegkundigen.

Maar we hebben nog steeds vacatures.

Want dit jaar hopen we ruim 4000 bevallingen te doen.

4000?

Maar de weekends zijn vrij.

U mag zelfs een opleiding volgen.

Ik wil mijn ervaring in dienst stellen van vrouwen die bevallen.

Ervaring is tegenwoordig ondergeschikt aan technologie.

De wereld verandert.

De medische wereld van morgen is totaal anders dan wat u gekend heeft.

Dit is de afdeling...

En? - Niks voor mij.

Ik wil alles doen, desnoods verkoop ik m'n flat...

maar dit niet. Ik kan ook een school beginnen.

Ik sta hoe dan ook achter je. Ik heb je post opgehaald.

Iemand moet nee zeggen tegen die geldwolven.

M'n kennis overdragen, dat wil ik.

Ik voel nu dat ik dat kan. We moeten aan de toekomst werken.

We hebben gelukkig onze eigen aardappelen.

En de frambozen moeten geplukt worden. Jij houdt toch ook van jam?

Ik ga even pissen.

Kijk toch eens. Is het leven niet mooi?

Pluk aardbeien en boontjes voor vanavond.

Ze komen het hele eind hierheen, terwijl zij ruim acht maanden zwanger is.

Straks bevalt ze hier nog. Dat heb ik weer.

Het bootje...

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.