Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Zondagavond ben ik gewoon naar bed gegaan.
En ik heb m'n slaapmiddel klaargemaakt.
Een licht middeltje, dat ik al 20 jaar neem.
Op mijn leeftijd slaap je niet zo gemakkelijk meer in.
Rose, het dienstmeisje, is m'n bed komen openslaan.
Omdat m'n drankje bitterder smaakte dan gewoonlijk...
zei ik tegen Rose: Ik heb me vast verteld met druppelen.
Dan maar geen slaapmiddel.
Ze heeft het glas weer meegenomen.
Daarna is ze naar haar kamer gegaan.
- En toen? - Midden in de nacht hoorde ik kermen.
Het was Rose. Toen ik haar vond, had ze van die vreselijke krampen.
- Ik zei tegen m'n dochter... - Woont die bij u?
Nee. Ze was er voor m'n verjaardag.
Ik heb haar meteen de dokter laten halen.
Toen die kwam, lag Rose al op sterven.
Ze is vergiftigd, commissaris.
Met een arsenicumdrankje.
Uit een glas dat eigenlijk voor mij bestemd was.
Dat hebben we op haar nachttafeltje gevonden.
Bedoelt u dat ze in uw plaats is vermoord?
Precies. Iemand heeft me willen vergiftigen.
Wacht even. Waarom zou ze uw glas hebben leeggedronken?
Zo zijn dienstmeisjes. Misschien kon ze zelf niet slapen.
Kan ik u even spreken?
Neem me niet kwalijk.
Ik ben zo terug.
Op verzoek van parlementslid Besson vraagt de minister...
De vergiftigingszaak?
U weet altijd alles eerder dan iedereen.
Mevrouw Besson komt me net hetzelfde vragen.
- Ze weet het vast niet van haar zoon. - Hij is haar stiefzoon.
Kent u de Bessons? Die van de Juva-cr�mes?
- Wacht even. - Ooit waren ze heel rijk.
Ik ga de papieren in orde maken.
U werkt met inspecteur Castaing, die het onderzoek is begonnen.
Het spijt me dat ik zo aandring.
Maar ik wil zo graag dat u de zaak in handen neemt.
Ik bewonder u enorm.
Ik volg al uw zaken in de krant.
Ik heb zelfs een hele map met knipsels over u.
Volgens mij krijgt u altijd uw zin.
Hoe komt u erbij?
Maar ik moet toegeven dat me zelden iets geweigerd wordt.
Commissaris Maigret? Ik ben inspecteur Castaing.
- U bent wel te laat. - O, natuurlijk.
Meneer Besson vraagt of u voor twee�n daar kunt zijn.
Laten we dan meteen maar gaan.
Een moeilijk geval. De oude dame had verjaarsvisite.
- Dochter Arlette... - Die is blijven slapen?
Plus het parlementslid Besson met vrouw en kinderen.
En Theo, z'n broer.
- Is die van uw vrouw? - Ik ben niet getrouwd.
Hij zal wel van Arlette zijn.
Ze had zo'n haast dat ik haar op de trein heb gezet.
- Zo'n haast? - Ze had 'm bijna gemist.
Ze kon nog net een kaartje kopen.
- Waar ging ze naartoe? - Naar Bordeaux, waar ze woont.
- Hoe was ze hier gekomen? - Met de trein van zondag, zei ze.
Had ze dan geen retourtje?
Daar is het huis van mevrouw Besson.
- Woont ze alleen? - Ja.
Het is wel afgelegen. Ze zal niet veel aanloop hebben.
Het schijnt nogal een apart mens te zijn.
U bewijst mij en onze stad een grote eer.
Wij zijn erg bij deze tragische zaak betrokken.
- Dat wil ik wel geloven. - Gaat u toch zitten.
Mijn vrouw heeft het toevallig net heel druk met onze jongste.
Ik heb de zaak stil weten te houden.
Er komt niets van in de krant.
- Dat komt u zeker wel goed uit. - Het heeft moeite gekost.
- Waarom doet u een beroep op mij? - Niet zo bescheiden.
We kennen u toch. Voor u is dit een peulenschil.
Ik wil het over uw familie hebben.
Wat vindt u van uw stiefmoeder?
Ik bewonder haar in alle opzichten.
Toen ze met uw vader trouwde, was u achttien en zij dertig.
Dat klopt.
- U kreeg dus wel een jonge stiefmoeder. - Daar is niets abnormaals aan.
Hebt u nooit bepaalde gevoelens voor haar gehad?
- Afgezien van kinderliefde? - Welnee. Wat een idee.
En uw broer?
Theo? Hoe komt u erbij?
- Maar ze was toch heel knap? - U zit op het verkeerde spoor.
- In de familie hoeft u niet te zoeken. - Waar dan wel?
Dat moet u bepalen. Dat is nou juist uw specialiteit.
Toch wil ik nog wat meer over uw familie weten.
Op de avond van de moord was u allemaal bij uw stiefmoeder.
- Heb ik dat goed? - Inderdaad.
- Bezoekt u haar vaak? - Niet vaak genoeg.
We hebben het zo druk.
Maar het is traditie om altijd op haar verjaardag te komen.
- Hij pakt m'n knikkers af. - Niet waar.
Is dat echt zo? Niet meer doen, hoor.
Anders wordt de commissaris boos.
Zeg maar: Dag, meneer de commissaris.
En nu ophoepelen, jongens.
Als ik werk, wil ik niet gestoord worden.
- Hebt u ook kinderen, meneer Maigret? - Nee.
Ik heb er vier. De jongste is pas zes maanden.
Waar waren we gebleven?
We hadden het over uw familie.
Hoe zit het met uw stiefzuster Arlette?
Arlette woont in Bordeaux.
Ze is getrouwd met een tandarts die er warmpjes bij zit.
- Wat vindt u van haar? - Ik heb bewondering voor haar.
- Dit is m'n vrouw. - Ik hoorde u over Arlette praten.
Neemt u maar van mij aan dat ze over de tong gaat.
- Ach, die roddelpraatjes. - Praatjes of niet, het blijft vreemd.
Die bewuste nacht was zij de enige die thuis sliep.
- Nou en? - Alsof Arlette zo dol op haar moeder is.
Houdt ze niet van haar?
- Ze haat haar. - Dat zei ze in een opwelling.
Alle moeders en dochters maken toch ruzie?
Daarom houden ze nog wel van elkaar.
Wat denkt u van uw schoonmoeder?
Niet veel goeds.
Schoonmoeders en schoondochters, dat bijt elkaar altijd.
Vooral in haar geval. Waar heeft je vader haar ook weer opgevist?
Ik geloof dat de baby huilt.
- Vroeger werkte ze in een banketbakkerij. - Nou en?
- Ze heeft jullie mooi geru�neerd. - Ach, vader heeft tegenslag gehad.
- Omdat zij zo van juwelen hield. - Welnee.
- Vader heeft hoog spel gespeeld. - En wie zat daarachter?
- Waren ze gefortuneerd? - En of.
- Ze waren stinkend rijk. - Niet overdrijven.
Hoe dan ook: Toen m'n vader stierf, was er bijna niets meer over.
Alleen het huis en een pensioentje voor m'n stiefmoeder.
U moet komen, mevrouw. De baby wil niet stil worden.
Let maar niet te veel op wat m'n vrouw zegt.
Ze roddelt nu eenmaal graag.
Vooral over mijn familie.
Gelooft u in spoken?
Onlangs is er een heel leger agenten op de been gebracht.
In een bepaald huis zouden de meubels namelijk vanzelf bewegen.
Niemand kon uitleggen waarom. Dus zei men dat het er spookte.
Dat soort dingen gebeurt heel vaak. Maar er is altijd een verklaring.
Ik wil erom wedden dat het in dit geval net zo zal gaan.
- Rose is wel degelijk dood. - Natuurlijk.
Misschien was het wel zelfmoord.
Daar denkt uw stiefmoeder anders over.
Kom nou. Wie heeft er belang bij de dood van een arme oude vrouw?
Ik maak me niet de minste zorgen.
Ik weet zeker dat u een heel simpele verklaring zult vinden.
Ga met de dokter van Rose praten.
Vraag hem of ze depressief was of zelfmoordneigingen had.
Komt in orde. Wilt u nu naar uw hotel?
Ja, maar rij eerst even langs het station.
Zondag had ik dienst, ja.
Kent u de dochter van mevrouw Besson?
Arlette? Daar heb ik mee op school gezeten.
- Is ze uit de trein van elf uur gestapt? - Nee.
- Weet u dat zeker? - Anders had ik haar gezien.
- En de trein daarna? - Daar zat ze ook niet in.
Dank u wel.
Niets voor zoete koek aannemen, hoe mooi ze ook zijn.
- Hoe weet u dat ze mooi is? - Anders had je haar geen lift gegeven.
Zoek maar gauw uit hoe Arlette hier zondag is gekomen.
Weet u nog wie ik ben, commissaris?
- Wat doe jij hier, Charlie? - Ik ben hier geboren.
Oost west, thuis best. Bent u hier op vakantie?
Ach natuurlijk, die moord. Vreemde zaak, vindt u ook niet?
Volgens mij is het de familie. Arme Valentine.
U moest 's weten hoe ze ons hielp toen ze nog niet geru�neerd was.
- En ze doet nog steeds wat ze kan. - De familie is minder aardig, h�?
Vooral het parlementslid. Dat die ooit verkozen is.
En dan heb je Theo nog, de andere zoon.
Kijk, daar zit hij toevallig.
Hem ken ik alleen van gezicht. Hij is hier op vakantie.
Hij drinkt altijd, maar wordt nooit dronken.
- Logeert hij bij Valentine? - Nee, in het hotel.
- Ze schijnen ruzie te hebben. - En die dochter?
Arlette? Dat is een ander verhaal.
Maar wat wilt u drinken, commissaris?
M'n gebruikelijke biertje.
Ik heb van alles ontdekt.
Arlette is in een sportwagen gekomen, met een onbekende man.
Ga zitten. Wat neem je?
- Hetzelfde, graag. - Ik kan het je aanraden.
Die vent logeert in hotel Des Falaises.
Hij heet Herv� Peyrot en handelt in wijn. Ik ben trouwens iets vergeten.
Alle details zijn belangrijk, Castaing.
In het huis heb ik een zakdoek gevonden.
Achteraf zag ik dat er een H op stond.
Van de betrokkenen begint niemands naam met een H.
De H van Herv�. Waar heb je 'm gevonden?
- In de logeerkamer. - De kamer van Arlette.
In het hotel hoorde ik dat die man tussen twaalf en twee weg is geweest.
Even nadat Rose begon te kermen.
Dat is nog niet alles.
Volgens de schoenpoetser zat er rode aarde aan z'n schoenen.
Mogen we wat boter?
Dag, commissaris. Komt u binnen.
- Buitengewoon. - Vindt u ook niet?
Er gaat niets boven een mooie cognac. Desnoods bij het ontbijt.
Daar kijkt u van op, h�? Ik ben een meisje uit het volk.
Wist u dat m'n vader visser was?
Wat is me dat ingewreven. Zeker sinds m'n huwelijk.
- Een mooi huwelijk. - Fantastisch zelfs.
Ze kunnen zeggen wat ze willen...
maar voor mij was hij de perfecte echtgenoot.
Hield u van hem?
Als ik zeg dat het uit liefde was, gelooft u me toch niet.
Maar hield hij van u?
Wie weet. Hij was een apotheker met briljante idee�n.
Met z'n schoonheidscr�me is hij rijk geworden.
Toch is hij altijd een klein apothekertje gebleven.
Hij had een nieuwe vrouw nodig om met juwelen te behangen.
Vrouwen van stand vond hij eng.
Maar met zo een verkoopstertje als ik was hij op z'n gemak.
En dat ik al een dochtertje had, pleitte zelfs in m'n voordeel.
- Een dochtertje? - U zal in ons verleden moeten duiken.
Dat is niet fraai, maar er is overal wel iets.
Wat me zo dwars blijft zitten...
is de vraag wie me zo haat dat ie me wil vermoorden.
Maar ik weet zeker dat u dat raadsel snel zal oplossen.
U weet hoezeer ik u bewonder.
Ik voel me bijzonder gevleid.
- U hebt zelfs persknipsels, nietwaar? - Inderdaad.
- Hebt u ze bij de hand? - Natuurlijk. Wilt u ze zien?
Geen idee waar ze gebleven zijn. Zou ik kinds worden?
- Ik ben intussen zo vrij geweest... - Groot gelijk.
U wilt natuurlijk het hele huis zien. Dat ik dat nu pas bedenk.
Heeft uw dochter die nacht hier geslapen?
- Herkent u deze zakdoek? - Nooit gezien.
De inspecteur heeft 'm hier gevonden.
- Hij is van een zekere Herv� Peyrot. - Die ken ik niet.
Hij is die nacht hier in huis geweest.
- Tussen twaalf en twee. - Dat bestaat niet.
Dus ze heeft een man meegenomen.
Hij is door het raam vertrokken. Er zijn sporen.
Ze heeft een man meegenomen naar haar kamer.
Ziet u een verband met de dood van Rose?
Natuurlijk niet. Ik ken die man niet eens.
Vertel eens wat meer over uw dochter.
Ze lijkt een engeltje. Maar intussen.
Mijn dochter is een raadsel voor me.
Toen ze zeven was, zei ze al:
Ik wil geen moeder die taartjes verkoopt.
En toen was ze pas zeven.
Kom, dan laat ik u de rest zien.
- Deze kant op. - Uw huwelijk heeft veel veranderd.
Zeker. Hij verwende haar enorm. Toen ze zelf trouwde...
kon ze een bruidsschat krijgen. Ze weigerde, vraag niet waarom.
Is er tussen uw man en uw dochter iets gebeurd?
Niet dat ik weet.
Dit is de kamer van Rose.
- Ik heb de meubels buitengezet. - In uw eentje?
Nee, samen met mevrouw Leroy. Ik wilde ze uit m'n buurt hebben.
Ik vind het vreselijk om de dood om me heen te voelen.
Dus u begrijpt dat ik die meubels...
Waar zijn haar eigen spulletjes?
Haar ouders hebben alles opgehaald, op de boeken na.
Mijn dienstmeisje hield van lezen.
- Moeilijke boeken. - Ze las alles wat ze te pakken kreeg.
- Is uw slaapkamer hiernaast? - Ja, wilt u 'm zien?
Komt u maar mee.
Dat had u in dit bescheiden huisje niet verwacht, h�?
Een totaal andere wereld.
Het is het enige wat ik heb kunnen redden.
We zijn puissant rijk geweest.
Met een villa in Nice en een herenhuis in Parijs.
Ik had een badkamer van roze marmer met vergulde kranen.
Dat is namaak, hoor.
Dat geldt trouwens voor al m'n sieraden. De echte zijn verkocht.
Ferdinand liet kopie�n maken voor als we weer moesten lenen.
We hadden ook een jacht, maar dat is nooit uitgevaren.
Ferdinand had last van zeeziekte.
Je zou dit mijn museum van vergane glorie kunnen noemen.
Het enige wat er nog over is. Maar ik klaag niet.
Met m'n huisje en m'n lijfrente red ik het best.
- Wat heb ik op mijn leeftijd nog nodig? - Zo oud bent u niet.
De jaren beginnen te tellen.
Hier is de badkamer. Castaing heeft vanochtend...
het slaapmiddel en het glas opgehaald.
Heeft het onderzoek al iets opgeleverd?
- Alleen vingerafdrukken van u en Rose. - Onbegrijpelijk.
Wie zou er zo'n hekel aan me hebben dat ie me wil vermoorden?
Ik moet me eigenlijk schamen om u met zo'n kleinigheid lastig te vallen.
Het is de dood van Rose geworden.
Dat is zo. Rose is dood.
Charles Besson heeft de minister gevraagd om mij op deze zaak te zetten.
- Dus u doet het niet speciaal voor mij? - Jawel, hoor.
Kunt u met 'm overweg?
- Beter dan met z'n broer Theo? - U bent goed op de hoogte.
Theo vergeeft me nooit dat ik met z'n vader ben getrouwd.
Hij was twintig, ik dertig.
Wie weet wat hij zich in het hoofd haalde.
- Misschien was hij wel verliefd op u. - Wie zal het zeggen?
- Ik ben 'm uit het oog verloren. - Hij was toch op uw verjaardag?
Dat was uitzonderlijk.
Wat een verrassing. Wat verschaft me het genoegen?
Ik dacht dat je wel wat hulp zou kunnen gebruiken.
Wat aardig, zeg. Maar ben je toevallig niets vergeten?
Een zakdoek van een zekere... Hoe heet hij ook weer?
Herv� Peyrot.
Mag ik u voorstellen: m'n dochter Arlette.
De commissaris onderzoekt de zaak.
Kunt u ons uitleggen wat deze meneer...
de nacht van de moord in uw kamer deed?
Meneer is een vriend.
Een vriend die je in mijn huis toelaat? En je man dan?
Die heeft een hekel aan familiefeestjes.
- Hij heeft z'n ogen niet in z'n zak. - Hoe bedoel je?
Misschien komt het hem wel goed uit.
Laat hem erbuiten, wil je?
U zit op een droogje. Nog wat cognac?
- Nee, ik moet er maar 's vandoor. - Nu al? Wat jammer.
Als u me wilt spreken, weet u me te vinden.
Goed dat ik u tref. Ik heb de rapporten van de recherche.
- Zeg maar wat erin staat. - Niet veel.
De conclusie van de lijkschouwer is arsenicumvergiftiging.
Dat is tenminste iets.
- En Peyrot? - Die bevestigt wat Arlette zei.
Ze waren net in de slaapkamer bezig. U snapt wel wat ik bedoel.
Net op dat moment komt moeder binnen.
Pijnlijk. Vooral omdat er iemand dood is.
Hij zit flink in de piepzak, hoor.
Heb je dokter Jolly nog gesproken?
Die zegt dat er met Rose niks mis was.
Toch is ze dood. Zonder aanwijsbare reden.
- Wat doen we? - Geen idee. Niets.
Ga maar gewoon naar huis.
Weet u dat Arlette is teruggekomen?
Is het wel verstandig om die twee alleen te laten?
Ben je bang dat er doden vallen?
Iemand heeft geprobeerd haar te vergiftigen.
Verdenk Arlette niet meteen omdat ze heeft gelogen.
Mooie vrouwen kunnen ook wel 's onschuldig zijn.
Vindt u dat nou mooi?
- Ik wel. - Op de bodem is het minder fraai.
Een en al troep. Walgelijk.
Die dame zit al een uur op u te wachten.
- Ik moet u spreken. - Nu meteen?
Ik vind wel dat ik u wat uitleg verschuldigd ben.
Hebt u al gegeten?
Zegt u het maar.
- Wat bent u van plan? - Hoe bedoelt u?
Met die stomme zakdoekaffaire.
Dat weet ik nog niet.
Zoals u weet, ben ik getrouwd.
Ik ben erg op m'n man gesteld. Wat gaat u doen?
Kon u zelfs die avond niet buiten uw minnaar?
- Ik kan heel goed buiten hem. - Waarom juist bij uw moeder?
- Dat maakte het extra leuk. - Omdat het bij haar was?
Precies onder haar slaapkamer nog wel.
Het scheelde geen haar of ze had ons betrapt.
- Hoe lang bent u al getrouwd? - Vijftien jaar.
Dit is zeker niet de eerste keer dat u uw man bedriegt?
- Gebeurt dat vaak? - Is het onderzoek hiermee gediend?
U hoeft geen antwoord te geven.
Tientallen keren, als u het per se wilt weten.
- Maar hij weet van niks. - Hij heeft het te druk in z'n praktijk.
Als hij thuiskomt, sta ik altijd voor hem klaar.
Elke zondag gaan we gearmd op stap.
Hij is gelukkig. Hij mag niet gekwetst worden.
- Mag hij er niet achter komen? - Precies.
En komt hij erachter?
Alleen als het niet anders kan.
- Verdenkt u me? - Ik verdenk op dit ogenblik niemand.
Iedereen weet dat ik een hekel aan m'n moeder heb.
Hebt u een hekel aan uw moeder?
- Of houdt u van niemand? - Jawel, van m'n man.
- En Herv�? - Wie?
- Uw vriend, Herv� Peyrot. - O, die.
Hebt u al lang een hekel aan uw moeder?
Altijd al.
Sinds de dag dat ze me tegen me zei dat ik haar leven heb vergald.
- Heeft uw vader haar verlaten? - Dat neem ik aan.
Ik weet niks van hem af.
Het schijnt dat hij heel rijk was.
Wat met hem niet is gelukt, lukte haar met m'n stiefvader wel.
U bent niet bepaald zachtzinnig met haar.
U bent toch thuis geweest? Hebt u ��n familiefoto zien hangen?
Ze heeft alleen foto's van zichzelf.
Van haar huizen en van haar jacht.
U hebt er toch ook plezier van gehad?
M'n stiefvader verwende me enorm.
Maar ik kreeg al gauw door waarom.
Viel hij u wel eens lastig?
Vanaf m'n vijftiende begluurde hij me wanneer ik me uitkleedde.
Dan stond ie met een rood hoofd van opwinding op de gang.
Op een dag kwam hij zomaar binnen.
Hij kon zich niet beheersen. Toen heb ik hem geslagen.
Ik mocht niks tegen m'n moeder zeggen. Hij zou het nooit meer doen.
- Is ze er ooit achter gekomen? - Dat weet ik niet.
Van mij had ze het mogen weten. Maar ik was ook bang.
Bang voor haar onverschilligheid.
Daarna had ik het ene vriendje na het andere. En nog openlijk ook.
M'n stiefvader durfde toch niks te zeggen.
En m'n moeder...
Uiteindelijk snapte ik dat ik mezelf ermee had.
- U trouwde met de eerste de beste. - Heeft m'n moeder dat gezegd?
Ik heb respect voor Julien.
Hij heeft me gesteund toen ik m'n bruidsschat weigerde.
Was er veel geld mee gemoeid?
Al snel kreeg u weer minnaars.
Ik kan het niet laten.
Kende u Rose?
Ik zag haar bij m'n moeder, dus niet vaak.
Ik was de enige die haar niet als een hond behandelde.
Deed uw moeder dat dan wel?
Misschien vond Rose me wel aardig.
Ze stelde de gekste vragen. Alsof ik als stadsmens alles wist.
Wat voor vragen?
De raarste dingen. Ze vroeg zelfs wat existentialisme betekende.
En zondag?
Zondag begon ze vreemd genoeg over Theo.
Uw stiefbroer.
Ze vroeg of hij van vrouwen hield. Of hij misschien een vriendin had.
Arme Rose.
Wat zijn uw plannen?
U hebt vast nog geen slaap. Zullen we ergens anders verder praten?
U hebt geen zin om naar uw moeder te gaan, h�?
- Wat vindt u hiervan? - Prima.
Bent u getrouwd, commissaris?
Wat zou uw vrouw zeggen als ze u met mij zag?
Moet ze daar dan iets van zeggen?
Daar zit Theo. Ik wil niet dat ie me ziet.
Hij is inderdaad niks veranderd. Nu herken hem weer.
Toen ik 'm bij m'n moeder zag, schrok ik van hem.
Ik had 'm me na al die jaren heel anders voorgesteld.
Uw moeder woont wel afgelegen. Is ze nooit bang?
- Ze is maar voor ��n ding bang. - En dat is?
Er is nog licht. Ze zit op me te wachten.
Stel dat uw moeder het als haar plicht beschouwde...
om uw man op de hoogte te brengen.
Dan vermoord ik haar. Ze moet van Julien afblijven.
Ik heb het daarnet flink over me heen gekregen.
Ze heeft me uitgescholden en gedreigd m'n man in te lichten.
Maar dat doet ze niet.
Ze weet waartoe ik in staat ben.
Er komt geen drama van, hoor.
Ik wilde morgen eigenlijk de trein van acht uur nemen.
Daar is geen bezwaar tegen.
Hebt u dan geen vragen meer?
Voorlopig niet, nee.
Jammer.
En hebt u geen zin...
om gebruik te maken van de situatie?
Waarom doet u dat nou?
Vindt u me niet aantrekkelijk?
Ga toch slapen.
Probeer uw moeder te ontlopen en ga lekker naar bed.
Een droge witte wijn.
Was dat Theo niet, de zoon van Valentine?
- En die andere? - Dat is Henri Trochet.
De broer van het vermoorde meisje. Bent u niet op de hoogte?
Ik dacht nog: Dat wordt hommeles. - Waarom?
Henri vecht met alle vriendjes van z'n zus.
- Was Theo haar vriend? - Ik heb ze hier twee keer samen gezien.
Theo en Rose?
Dus toen Henri binnenkwam, dacht ik: Daar zal je het hebben.
Die ander werd niet goed van wat hij zei.
Wanneer Theo en Rose hier kwamen...
hoe gedroegen ze zich dan?
Bent u van de politie?
Ik weet niet of alles klopt. Ik kan me vergissen.
Natuurlijk. We praten gewoon wat.
Hoe zat het nu met Theo en Rose?
Het lag er nooit dik bovenop, als u begrijpt wat ik bedoel.
Soms hield hij haar hand vast. Ze praatten en lachten veel.
Vooral zij. Na ��n glaasje was ze al teut.
- Hetzelfde? - Nee, bedankt.
- Is hij al wakker? - Hij is allang weg.
Een vroege vogel, die commissaris.
Hebt u Arlette niet gezien?
- Wanneer is de volgende naar Bordeaux? - Vanavond om negen uur.
Niet zo strak in het gelid. Het is geen prei in de moestuin.
U snapt niets van borders aanleggen.
- Dag, commissaris. - Goedemorgen.
Ik zou Arlette willen spreken.
Die heeft de trein van acht uur genomen.
Als het belangrijk is, kunt u haar opbellen.
- Wilt u haar nummer voor straks? - Heel graag.
Kom maar mee. Ik ken het niet uit m'n hoofd.
- Werkt die meneer al lang voor u? - Hom�re? Al minstens twintig jaar.
- Heet hij echt Hom�re? - Iedereen noemt hem zo.
Hom�re met een H.
- Waarom hoor ik nu pas over hem? - Het leek me niet belangrijk.
Hij komt maar drie keer per week. Hier en bij juffrouw Seuret.
De rest van de tijd werkt hij bij de gemeente.
Is juffrouw Seuret uw enige buur?
Ze was m'n bazin in de banketbakkerij.
Nu loopt ze tegen de negentig.
- Waar hebt u Arlette voor nodig? - Een paar vraagjes.
U hebt haar gisteravond toch gezien?
Ze heeft vast allerlei slechts over mij verteld.
- Ze was vanochtend niet op het station. - O nee?
Wat is er gebeurd toen ze gisteren thuiskwam?
Niks bijzonders.
- Hebt u gepraat? - Een beetje.
Is u niets opgevallen?
Nee, ze zei alleen dat ze om acht uur de trein zou nemen.
- Dag, meneer Hom�re. - Goedemorgen.
Hebben we elkaar niet op de promenade ontmoet?
Ik wist niet dat u de tuin deed bij mevrouw Besson.
- Wilde u me gisteren iets duidelijk maken? - Nee.
- Kende u Rose goed? - Heel oppervlakkig.
- En uw werkgeefster? - Dat is m'n werkgeefster.
Bent u de dag na de moord komen werken?
Ja, op maandagochtend.
- Hebt u niets bijzonders gemerkt? - Nee.
Ook niet tussen die dahlia's daar?
Dat zijn petunia's.
Dus u hebt niets bijzonders gemerkt?
Ook geen voetsporen?
- En in het huis? - Daar kom ik nooit binnen.
Hebt u Arlette vandaag gezien?
Weet u niet waar ze is?
U bent toevallig geen zakdoek kwijt?
Eerst de groene pil, dan de twee witte en dan de rode.
- Dus eerst de rode. - Andersom.
Eerst de groene, dan de witte.
Eerst de groene.
- Komt mevrouw Besson hier vaak? - Regelmatig.
Vooral als ik weg ben. Ze doet of ze thuis is. Mevrouw is toch doof.
Ze gebruikt de telefoon. Ik heb haar al vaak betrapt.
- Kende u Rose? - Niet echt goed.
Ze was een beetje warrig.
Een beetje vreemd. Maar wel erg aardig, hoor.
Wat vindt u van de tuinman?
Een stug type. Er komt geen woord uit.
- Kan hij met mevrouw Besson overweg? - Dat weet ik niet.
Maar als hij hier werkt... Enfin, het is maar wat je werken noemt.
Dan houdt hij de overkant wel steeds in de gaten.
Ik heb wel 's gedacht dat hij verliefd was op Rose.
- Die vieze ouwe snoeper. - Pas op.
Nee, die zijn voor vanavond met uw druppels.
Ja. Met m'n druppels.
Eet smakelijk.
Ik zoek u al de hele ochtend. Nog iets ontdekt?
Het is ingewikkelder dan het lijkt.
- Ik heb je nodig. - Ik ben klaar.
Ik moet naar een zekere Hom�re. Hij woont richting Ich�res.
- Moet u niet eten? - Later. Die man is nu thuis.
Ga jij de spullen van Rose ophalen bij de Trochets.
Misschien vind je een dagboek of brieven.
- Hoe komt u dan weer thuis? - Lopend.
- Zat u te eten? - Ik ben net klaar.
- Had u bezoek? - Een vriend. Hij is net weg.
Net nu ik aankom?
Mag ik u nog het een en ander vragen?
Ik heb niks te verbergen.
- U werkt al twintig jaar bij de Bessons. - Drie�ntwintig.
- Komen ze hier vaak? - Zo nu en dan.
- Samen? - Mevrouw kwam meestal alleen.
Met haar dochter?
U hebt haar dus als meisje gekend.
Wat zou dat?
Hoe was ze vroeger?
- Een lief meisje? - Ja.
Ze had vast wel een eigen stukje tuin.
- Wat liet ze daar groeien? - Groenten.
- Geen rozen? - Nee.
- Waarom niet? - Ik hou niet van bloemen.
- En Rose? - Welke roos?
- Rose die dood is. - Die zei ik alleen maar gedag.
- Zag ze u niet staan? - Nee. Waarom zou ze ook?
Kan ik u ergens afzetten?
Nee, dank u. Ik wandel wat.
- Mag ik een stukje met u oplopen? - Natuurlijk.
Wacht maar bij het oorlogsmonument.
Mooi weertje, h�?
Was u hier nog nooit geweest?
We doen ons best om meer toeristen aan te trekken.
- Daar ligt onze toekomst. - Wat had u me te vertellen?
Ons gesprek van gisteren heeft me aan het denken gezet.
Ik hoop dat u m'n broer niet verdenkt.
- Moet ik die verdenken? - Juist niet.
Ik wil niet dat u een verkeerd beeld van hem krijgt.
- Hebt u al kennis met hem gemaakt? - Nog niet.
Ik zal hem aan u voorstellen.
U moet niet afgaan op wat de anderen over hem zeggen.
Hij zal op dit uur wel in een bar zitten.
Het is een bijzondere man, hoor. Ik bewonder hem enorm.
Alleen drinkt hij een beetje te veel.
Maar zo gaat het nu eenmaal.
Elke familie heeft wel een zwart schaap.
- Is Theo dat in uw familie? - Ach, Theo is een goede kerel.
Hij zou alleen wat minder moeten drinken.
Waar leeft hij van?
Hij heeft veel relaties. Hij is erg intelligent.
- Via z'n relaties doet hij wat zaken. - Zaken, zegt u.
Denkt u dat hij hier voor zaken is?
Nee, volgens mij is hij op vakantie.
Waarom juist hier en juist nu?
Ik geloof dat hij schrijft en dat hij de omgeving van z'n kinderjaren zoekt.
Wist u dat uw stiefmoeder contact met me heeft gezocht?
Wat eigenaardig dat ze me dat niet verteld heeft.
- Ik wist niet eens dat ze u kende. - Uit de krant, zei ze zelf.
Nooit geweten dat ze kranten las. Mensen zijn altijd anders dan je denkt.
Daar hebben we Theo. Ik zei toch dat hij hier zou zitten?
- Hoe is het, ouwe jongen? - En met jou?
Je moet absoluut kennismaken met de beroemde commissaris Maigret.
Ik heb hem kunnen overhalen om de zaak van moeder te onderzoeken.
- Wat drinkt u? - Een biertje.
Mag ik een paar vragen stellen?
- U bent niet dol op uw stiefmoeder, h�? - Niet bepaald.
Ach, dat is ��n groot misverstand.
Maar het gaat de goede kant op.
Theo is zelfs op haar verjaardag geweest.
- Ik had beter weg kunnen blijven. - Ze was in de wolken.
Het was zo lang geleden.
Wanneer hebt u Rose voor het laatst ontmoet?
Dat weet ik niet precies meer. Wilt u de juiste datum?
Zit je nu achter de dienstmeisjes aan?
- Bij benadering. - Ongeveer een week geleden.
Zag u elkaar vaak?
Zo nu en dan.
Had je een verhouding met Rose?
Wat kon je daar nu aan vinden?
Het was een lief boerenmeisje. Een beetje vreemd, dat wel.
Ze las te veel. Dat maakte het grappig.
Ik zag u gisteren met haar broer.
Waar had u het over?
Hij dacht dat ik met z'n zus naar bed was geweest.
Had hij gelijk?
Dat heb ik niet gezegd. Hij had een mes bij zich.
Zag u uw stiefzus nog wel nadat ze getrouwd was?
Nee, nooit.
Zelfs niet op de begrafenis van uw vader?
Daar was ze niet bij.
- En de laatste tijd? - Hoe bedoelt u?
U hebt haar toch op de verjaardag van uw stiefmoeder gezien?
- En daarna nog een keer. - Dat zal dan wel zo zijn.
Waarom komt u er niet voor uit?
Ja, waarom eigenlijk niet? Goed, ik heb haar vanochtend gezien.
Liever gezegd: Ze is me komen opzoeken.
Ik had haar niet uitgenodigd. Hoe minder ik haar zie, hoe beter.
- Waarom kwam ze u opzoeken? - Om dezelfde reden als u.
- Ze wilde een paar dingen weten. - Wat voor dingen?
- Hetzelfde als u. - En wat hebt u gezegd?
Min of meer hetzelfde.
Is het daarbij gebleven?
Ik weet wel waar u naartoe wilt.
Ja, daar is het bij gebleven. Die vrouw is helemaal ontspoord.
Geen wonder, met zo'n moeder.
Ik ga ervandoor. Ik moet naar de opening van een school.
Heeft hij u hier naartoe gehaald?
Die vent is gek.
- Hebt u nog meer vragen? - Nee.
U bent slim, maar of u slim genoeg bent voor haar?
Voor wie?
- Dank u wel en nog een prettige dag. - Huichelaar.
Fooien hebben geen partij.
Hij ook niet. Hij kan alles alleen wel af.
U zou toch de trein van acht uur nemen?
Ja, maar die heb ik gemist.
Uw moeder zei dat u weg was.
Hebt u niks beters te doen dan mij in de gaten houden?
Uw gedrag roept wel wat vragen op.
- Wat hebt u vanochtend gedaan? - Dat gaat u niet aan.
Dan zeg ik het: U bent bij uw stiefbroer Theo geweest.
Nou en? Is dat verboden?
Toen bent u gaan eten bij Hom�re, de tuinman van uw moeder.
- Geweldig. - Helaas heb ik uw lunch verstoord.
Maar er zat nog lippenstift op uw glas.
U hebt ook alles in de gaten.
U brengt die arme Hom�re wel in moeilijkheden.
- Hom�re is m'n enige echte vriend. - Hij gaat voor u door het vuur.
- En hij haat uw moeder net zo erg als u. - Nee, minder.
- Wat wilde u van Theo weten? - Wat hij hier uitspookt.
Of hij Rose kende. En nog het een en ander.
- Zoals hoe hij aan z'n geld komt. - Wat zei hij daarop?
Vraag het hem zelf maar. Ik ga uw werk niet doen.
U weet veel meer dan u wilt zeggen.
U bent zeker bang om iemand in gevaar te brengen van wie u houdt.
Iemand heeft m'n moeder willen vermoorden.
- Die persoon kan weer toeslaan. - Bent u ongerust?
Een beetje. Maar ik vertrouw op u.
Daar is uw inspecteur.
Een leuke jongen. Dat ik dat nu pas zie.
- Wat doe jij hier? - Ik was op zoek naar u.
Een fascinerende vrouw, h�?
- En de familie Trochet? - Hopeloos.
- Niks gevonden? - Het is nog erger.
Zonder huiszoekingsbevel laten ze me niet binnen.
- Hebt u me nog nodig? - Nee, je mag naar huis.
Maar zorg dat je morgen om 8 uur voor het hotel van Theo staat.
Verlies hem geen moment uit het oog.
- Noteer alle gesprekken en telefoontjes. - Zal ik u thuisbrengen?
Nee, ik loop wel.
En, meneer Maigret, hoe staat het met het onderzoek?
Het vordert.
Wist u dat Rose en Theo iets met elkaar hadden?
Hoe komt u daar nu bij?
Theo heeft het me zelf verteld.
Maar dat kan toch niet.
Ze zijn vaak samen gezien. Hand in hand.
Hand in hand? Rose en Theo? Het is dat u het zegt, maar anders...
- Wat is er zo grappig? - U kent Theo niet.
Dat is zo'n vreselijke snob. En dan met Rose.
Als u wist hoe ze zich kleedde. Het was niet om aan te zien.
Rose en Theo, dat kan echt niet.
Toch is het zo.
Was het serieus? Hadden ze een verhouding?
Dat weet ik net zomin als u. Wat denkt u?
Ik vind het heel raar. Rose was zo'n braaf meisje.
Ze ging nooit uit en aangezien ze ruzie had met haar ouders...
- Ruzie met haar ouders? - Ze zag ze nooit meer.
Op haar vrije dagen bleef ze in haar kamer lezen.
En roken. De ene sigaret na de andere.
- Rookte ze veel? - Om zich een houding te geven.
Een pijp is iets anders.
- Ging ze nooit de deur uit? - Soms wel.
Altijd met haar boeken en haar sigaretten.
- Zo heeft ze Theo misschien ontmoet. - Dat neem ik aan.
U denkt toch niet...
dat Theo iets met de dood van Rose te maken heeft?
Ik denk helemaal niets.
Hoe meer je te weten komt, hoe minder je ervan begrijpt.
U hebt geen makkelijke baan, h�?
Uw vrouw zal er ook wel moeite mee hebben.
Die is eraan gewend.
Uw inspecteur is al geweest.
- Ik wil nog iets vragen. - In verband met Rose?
- Zag u haar vaak? - Elke week.
- Was ze niet gezond? - Jawel.
Ze verzon de gekste kwalen om vragen te kunnen stellen.
Dan wilde ze weten wat de woorden betekenden die ze gelezen had.
- En gaf u dan uitleg? - Ze had me toch niet kunnen volgen.
- Het was maar een dienstmeisje, h�? - Ik heb nog meer te doen, weet u.
Nu m'n vraag: Was ze zwanger toen u haar de laatste keer onderzocht?
Rose zwanger? Uitgesloten.
Bij het laatste onderzoek was ze in elk geval nog maagd.
- Wanneer was dat? - Heel kort geleden.
Kom me over een uur maar weer halen.
- Wat komt u doen? - Ik wil je vader spreken.
- Waar gaat het over? - Dat vertel ik hem wel.
- Hij is bezig. - Zeg toch maar dat ik 'm wil spreken.
Laat maar binnen, Henri.
Neem me niet kwalijk. Ik wist niet dat u aan tafel zat.
U staat niet om vier uur naast uw bed.
Ik leid het onderzoek naar de dood van uw dochter.
- Hier zal u de dader niet vinden. - Dat weet ik ook wel.
Wat komt u hier dan doen?
Bij de politie kunnen we niet toveren.
Om daders te vinden, hebben we aanwijzingen nodig.
Daarom wil ik de spullen van uw dochter zien.
Misschien zitten er brieven of notities tussen.
Waarom vertelt niemand me wat er precies gebeurd is?
Wat moet u trouwens met haar spullen?
Waarom valt u ons lastig en laat u die anderen met rust?
Omdat wij arm zijn, daarom.
Helemaal niet. Ik ben hier om uw mening te horen.
Die telt voor mij net zo goed.
- Hij staat aan hun kant. - Ik sta aan niemands kant.
- We weten wie u heeft laten komen. - Dat doet er niet toe.
Als ik een zaak onderzoek, wil ik alleen de dader vinden.
Wie me heeft laten komen, krijgt daar misschien nog spijt van.
Ik heb nooit gewild dat ze dienstmeisje werd.
En zeker niet bij dat rotmens.
Ze lijkt poeslief, maar ze is nog gemener dan echte rijkelui.
Vroeger kwam Rose met de mooiste verhalen thuis.
Dat was in het begin. Later zei ze niks meer.
En ten slotte kwam ze helemaal niet meer thuis.
Wij waren niet goed genoeg meer voor haar, begrijpt u?
Dat heeft dat mens op haar geweten.
Denkt u dat Rose in de plaats van haar bazin is vergiftigd?
- Iemand heeft haar willen vermoorden. - Maar waarom?
Ik weet heus wel wie het gedaan heeft.
Hou op met die verdachtmakingen.
De commissaris maakt wel uit wie de dader is.
Ik zal 'm vinden. Daar kunt u op rekenen.
Maar u moet me wel helpen. Laat me de spullen van Rose zien.
Misschien vind ik ergens een aanknopingspunt.
M'n oudste dochter heeft haar jurken al meegenomen.
Laat maar zien wat er nog over is.
- Hoe kwam ze aan die sieraden? - Die broche had ze van mij.
De armband en de oorbellen van haar peettante.
Is dit alles?
Weet u dat zeker?
Als u wilt dat de moordenaar van uw dochter wordt gevonden...
moet u me helpen. Alles kan van belang zijn.
Laat 'm maar zien, Henri.
Die zat in een van haar schoenen verstopt.
Ik snap er niets van. Ze heeft nooit zo'n ring gehad.
Ik heb nog nooit zoiets gezien.
- Mag ik 'm meenemen? - Hij is niet van ons.
Neem maar mee. Maar wel een ontvangstbewijs tekenen.
Wilt u misschien iets drinken?
- Mag ik met u meerijden, meneer Maigret? - Dat is goed.
Wat gaat u met die ring doen?
Zat je met Theo over die ring te praten?
Ik wilde weten of ze die van hem had.
- En wat zei hij? - Hij zei dat het niet zo was.
- Geloofde je hem? - Waarom niet? Er was niks tussen hen.
- Weet je dat zeker? - Dat zou ze me verteld hebben.
Hadden jullie veel contact?
Ik was de enige met wie ze kon praten. Rose was een fijne meid.
Te goed om vissersvrouw te worden. M'n ouders zagen dat niet in.
Ze had willen studeren. Ze wilde onderwijzeres worden.
De dader mag wel uitkijken.
Als ik 'm in m'n handen krijg, vermoord ik hem.
Was je bang dat ik zou denken dat ze de ring had gestolen?
Inderdaad. Maar m'n zus was heus geen dievegge.
Vreemd. Ik heb die ring al eens eerder gezien.
- Wanneer? - Een week of drie geleden.
- Weet u nog wie 'm gebracht heeft? - Ik let meestal vooral op de stenen.
Die zijn mooier dan mensen en stellen je minder teleur.
- Was het een man of een vrouw? - Ik dacht een man.
Is die ring van enige waarde?
Waarde? Kijk 's hoe zuiver hij is.
Zo'n schitterende smaragd zie je niet vaak.
Hij is met haar naar bed geweest. Hoe komt ze er anders aan?
- Vuile kapitalist. - Rustig. Misschien vergis je je.
Als hij me de waarheid niet zegt, keel ik hem.
- Doe geen domme dingen. - Hij belazert me.
We zullen de dader vinden. Ga naar huis.
En laat ons ons werk doen. Goed?
Ik heb een paar boodschappen voor u.
Inspecteur Castaing heeft de hele middag gebeld.
Hij stond voor het Hotel des Anglais.
- Kunt u dit nummer voor me draaien? - Ik zet het voor u door.
- Heeft m'n vrouw niet gebeld? - Dat zou ik bijna vergeten.
Ik wil Arlette Sudre graag spreken.
Nee, ik wil alleen iets vragen.
Het gaat om een ring die Rose in haar bezit had.
Een rechthoekige smaragd met acht briljanten.
Nee, een ring van zeer grote waarde.
Hij zit al drie kwartier op z'n kamer.
Wat heeft hij vanmiddag gedaan?
Wat gedronken, een krant gekocht, weer wat gedronken.
Heeft hij niemand gesproken? Geen boodschap ontvangen?
Uitgesloten.
Is er geen andere uitgang?
- Ben je niet moe? - Dat gaat wel.
Blijf dan nog maar even staan.
- Wie is daar? - Maigret.
Wacht even, ik doe open.
Verdorie, altijd de verkeerde lichtknop.
Wat een verrassing zo laat op de avond.
Ik wou zien of alles in orde is.
U laat me wel schrikken.
Voor hetzelfde geld bent u een of andere landloper.
- Of iemand die u komt vermoorden. - Dat gelooft u net zomin als ik.
We mogen niets uitsluiten. Ik neem geen risico's.
U hebt toch geen agent voor de deur neergezet?
Hij mag gerust in de keuken slapen, hoor.
- Ging u naar bed? - Het wordt tijd.
Wij oudjes gaan met de kippen op stok.
- Maar we worden 's nachts wakker. - Vandaar dat slaapmiddel?
Dat durf ik niet meer te nemen.
- Een cognacje? - Nee, dank u.
- E�n glaasje, voor de gezelligheid. - Ik blijf niet.
Nu besef ik pas hoe alleen ik hier woon.
De oude juffrouw Seuret kan niet meer voort. Verder is er niemand.
Bent u hier nooit bang geweest?
Ik dacht niet dat iemand me kwaad zou willen doen.
Wees toch maar voorzichtig.
Ik vind het erg aardig dat u even komt kijken.
Ik doe m'n plicht. Welterusten.
Nog steeds geen teken van leven.
- Is hij echt niet gebeld? - Absoluut zeker.
Als er iets is, kan je me in de bar van het Casino bereiken.
Nee, het is geen vakantie. Dat kan toch ook niet zonder jou?
Met mij is alles best.
Hoe kom je daar nu weer bij? Ik bel ook als alles goed gaat.
Een kleinigheidje. Niks ernstigs.
Ik bel je gauw weer.
Goed, ik probeer die kaart te schrijven.
- Schiet het onderzoek op? - Het beest is slimmer dan ik dacht.
Bedoelt u de dader? Zo gaat dat op het platteland.
Het lijkt of alles pais en vree is...
- Is Theo nog geweest? - Ja, met Castaing in z'n kielzog.
- Waar zat hij? - De inspecteur? Op het terras.
Dus kon hij de telefoon niet zien. Is er voor Theo gebeld?
Ik heb 'm zelf doorverbonden.
- Heb je de stem herkend? - Nee, maar het was een vrouw.
Nog steeds niks?
Naar boven.
Best mogelijk, maar m'n klanten hebben er last van.
Als hij niet opendoet, moet hij dat weten.
U ziet toch dat hij niet open wil doen?
- Is er een achteruitgang? - De garage, maar die is dicht.
Kom, we gaan. Nergens aankomen.
Z'n auto staat er niet meer.
Dat is de auto van Theo.
- Zo is het welletjes. - Ik heb niks gedaan.
- Ik wilde u net bellen. - Wie is er gewond?
Het is afschuwelijk, commissaris.
Ik heb niks kunnen doen. De slagader is geraakt.
Alleen omdat ik vergeten ben het licht aan te doen.
Wat is er gebeurd?
Om een uur of een hoorde ik iemand het huis binnenkomen.
- Toen heb ik de revolver gepakt. - Welke revolver?
Die in het nachtkastje ligt. Dat heb ik toch gezegd?
- Ik weet van niks. - Heus, meneer de commissaris.
Ik heb gevraagd wie het was. Waarom antwoordde hij toch niet?
Ik zal u iets geven om tot rust te komen.
Wees toch redelijk.
Ik heb die arme jongen doodgeschoten.
Maar wat had hij hier ook te zoeken?
- Herkende u hem meteen? - Nee.
Toen het schot afging, was ik helemaal verdoofd.
Toen ben ik bij juffrouw Seuret de dokter gaan bellen.
- Wanneer zag u dat het Henri was? - Dat weet ik niet meer.
Toen ik langs hem heen naar buiten liep, denk ik.
En Theo?
Wat doet die hier?
Hij was binnen toen ik weer terugkwam.
- Wat deed hij hier? - Dat weet ik niet.
U mag naar huis, dokter.
Ik laat kalmeringstabletjes achter voor straks.
Dat zal niet nodig zijn.
Wilt u het bureau bellen en vragen of ze een wagen sturen?
Waar zijn die handboeien voor nodig?
Dat doen we voor de lol.
Ik zou je nog liever een pak rammel geven.
- Meneer Maigret. - Mond dicht.
Ga zitten en schrijf op wat er gezegd wordt.
Mond dicht.
Laten we maar bij u beginnen.
Hoe hebt u ontdekt dat de sieraden geen namaak waren, maar echt?
Ik heb nooit anders gedacht.
Ik ken haar en ik kende m'n vader.
- Ze was gek op haar juwelen. - En hij was als was in haar handen.
Hebt u er wel eens met uw broer over gesproken?
- Waarom niet? - Ik wilde het bewijs hebben.
Wilde u niet liever haar spelletje meespelen?
U wist dat ze iedereen te slim af was. En tot alles in staat.
Hoe hebt u het bewijs gekregen?
Ik heb informatie ingewonnen bij vrienden in de diamanthandel.
Over zulke juwelen wordt gepraat.
Maar ze bleken nergens in Europa te koop te zijn aangeboden.
U hebt gewacht tot het water u aan de lippen kwam. Toen bent u hier gekomen.
Eerst hebt u Rose om uw vinger gewonden.
Toen hebt u haar opgestookt om die ring te stelen.
Dat heb ik helemaal niet gedaan.
Ik wilde de erfenis die me door de neus is geboord.
Die juwelen zijn niets waard, maar ze zijn van mij.
Dus Rose heeft die ring gestolen?
Ik hoefde haar heus niet op te stoken.
U moest 's weten hoe ze haar werkgeefster haatte.
- Het was wel uw idee. - Ze had een gat in de muur gemaakt.
Toen Valentine een keer niet thuis was.
Ze zag haar die juwelen 's avonds tevoorschijn halen.
En ermee voor de spiegel gaan staan.
Het zijn kopie�n, daar doe ik mee wat ik wil.
Ga verder.
Op een dag kwam Rose me de ring brengen die ze gestolen had.
- Ik vroeg of ik 'm mocht lenen. - Om 'm te laten taxeren?
Maar ik heb hem weer teruggegeven.
Ze had hem tenslotte zelf gestolen.
U weet precies hoe de wet in elkaar zit.
U bent te slim om iets te doen wat niet mag.
Dit slaat nergens op. U hebt geen enkel bewijs.
Wat is er gebeurd?
- Je hebt 'm vermoord. - U vergist zich.
Wat kom jij hier doen?
Ik verwachtte u nog niet.
Meteen na uw telefoontje ben ik in de auto gesprongen.
Dan hebt u wel keihard gereden. Vanwaar die haast?
Als die ring echt is, zal de rest het ook wel zijn, dacht ik.
Ineens snapte ik wat Theo in Rose zag.
- Je wilde de juwelen. - Onzin.
Wat kom je hier dan doen?
- Ik was bang. - Maak dat de kat wijs.
Maak u geen zorgen om uw moeder. Die kan het alleen wel aan.
Spijtig genoeg voor de jongen in de kamer hiernaast.
Het is Henri, de broer van Rose.
Uw moeder heeft hem doodgeschoten, nadat ze z'n zus had vermoord.
Kijk 's aan. Nu heb ik Rose ook al vermoord.
Twee weken geleden merkte u dat de ring verdwenen was.
U verdacht meteen Rose.
U had net ontdekt dat ze Theo kende.
U was overtuigd dat hij erachter zat.
U hebt Rose gestraft omdat ze aan uw juwelen had gezeten.
En als waarschuwing voor Theo.
Het heeft wel effect gehad, h�?
Een en al verzinsels.
Hoe kon u haar vermoorden zonder verdacht te worden?
U wist alles van Rose.
Ook dat ze uw glas zou leegdrinken zodra u uw rug had gekeerd.
U deed alsof het een vergissing was.
Het gebeurde niet voor niets op uw verjaardag.
En toen uw hele familie er was.
Zo leek het net alsof u het doelwit was.
Zo zou de verdenking op iemand anders vallen.
Op uw dochter, bijvoorbeeld.
U hebt het heel slim aangepakt. Ik was er bijna ingetrapt.
Wat uitgekookt. Toen u hoorde dat Charles me had ingeschakeld...
bent u naar Parijs gekomen om me zogenaamd om hulp te vragen.
Uw fantasie gaat alle perken te buiten.
- U moet detectives gaan schrijven. - Ontkent u?
Vanzelfsprekend. U hebt geen enkel bewijs.
- Jawel, de juwelen. - Dat zijn kopie�n.
- Dat zal het onderzoek uitwijzen. - Dan moet u ze terugvinden.
Maar toevallig heb ik ze vanmiddag weggegooid.
Ik dacht ineens: Ze zijn toch waardeloos.
Wat moet ik met die ouwe troep?
Nu over de tweede misdaad.
U begrijpt wel dat ik u met opzet...
over Rose en Theo heb verteld.
U schrok. Via Theo zou ik immers achter de waarheid kunnen komen.
Zodra ik weg was, bent u hem gaan bellen bij juffrouw Seuret.
Uw stokdove, bedlegerige buurvrouw.
- Morgen kammen we haar huis uit. - Dat recht hebt u niet.
U mag zo'n oud, onschuldig mens niet lastigvallen.
Alsof u om onschuldigen geeft, zoals die arme Henri.
- Dat was een vergissing. - U dacht zeker dat het Theo was?
Ze had u gezegd om twaalf uur hier te zijn, nietwaar?
U bent de dans net ontsprongen.
Wat is er precies gebeurd?
Toen we aankwamen...
is Henri woedend op het huis afgestormd.
Toen het schot afging, stond ik vlak achter hem.
Wat deed Henri hier?
Hij had me om een uur of tien in m'n hotel gebeld.
Ik zei: Neem de achteringang. In verband met uw inspecteur.
Hij was aangeschoten en beweerde dat ik Rose had vermoord.
- Wat zei u daarop? - De waarheid.
Precies zoals u die net hebt gezegd.
Ik vroeg hem om met me mee te komen.
- Waarom? - Om m'n onschuld te bewijzen.
En om haar te dwingen jullie de juwelen te geven.
Wist ik dat het zo zou aflopen?
Die juwelen zijn van mij. Niemand mag ze van me afpakken.
Beseft u wel dat u gek bent?
U hebt twee jonge mensen vermoord.
- Voor juwelen waar u niks aan hebt. - Toch zijn ze van mij.
- Waar hebt u ze verstopt? - Zoekt u maar.
Als ik u was zou ik meewerken.
Ik ben onschuldig. U kunt niets bewijzen.
Ga de familie Trochet halen, Castaing.
Wat moeten die hier op dit uur?
Ze moeten het lichaam identificeren.
Het kan wel pijnlijk worden.
Twee van hun kinderen hebben hier immers de dood gevonden.
- Ze zullen in alle staten zijn. - Dit kan niet.
Waar bent u zo bang voor? U bent toch onschuldig?
Je weet nooit hoe die lui reageren. De politie...
Wij zijn er om mensen als u in veilige bewaring te stellen.
- U bent een monster. - En u dan?
- Ik ben onschuldig. - Houdt u voet bij stuk?
Ga ze halen, Castaing.
De rest mag u aan de rechter vertellen.
Ga u aankleden. De arrestantenwagen komt er zo aan.
U kunt maar beter weg zijn voor de Trochets komen.
En ik?
U weet best dat we niets tegen u kunnen beginnen.
- Ik heb niks gedaan. - Nee, zo snugger bent u wel.
Maak die dingen los.
Die houdt u aan tot u vrij bent. Dat zal u leren.
- Doet u me geen handboeien aan? - Dat zou u veel te leuk vinden.
Dat wordt meteen in beslag genomen.
Ze heeft me niet eens aangekeken.
Ga nu maar naar huis.
En probeer het te vergeten.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.