Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranรฎ)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Even wat schroeven aandraaien en je hebt een prima projector.
Er bestaat tegenwoordig zoiets als video.
Wil je die oude films niet zien? - Ik heb wel wat beters te doen.
Je geeft maar weinig om je familie. - Stieffamilie.
Het is vast druk op de weg. We moeten gaan.
Wat mankeert jou toch? - Niks.
Heb je nog nagedacht over mijn voorstel?
We kunnen veel geld verdienen. Geloof me nu maar.
Ik wil het huis niet verkopen, Burke. - Zet dat ding eens uit.
Ik maak van dit huis een goudmijn. - Jij maakt van stront nog geen mest.
Je doet toch niks met het huis. - Ik heb pa m'n woord gegeven.
Pa is dood en heeft nu geen zeggenschap meer.
Hoeveel wil je hebben? - Luister.
Mijn jeugdherinneringen zijn onbetaalbaar.
Ik weet dat je goede herinneringen aan dit huis hebt.
Je moet het verleden loslaten. - Kom nou, jongens.
Tijd om op te stappen.
Laurel? Tijd om te gaan, lieverd.
Nee. - Hoezo? Ik vroeg niks.
Nee, dat ding mag niet mee. - Toe nou, mama.
Hij heeft al een naam. Algernon.
Een echte hond mag ik ook al niet. - Omdat je allergisch bent.
Waarom mag ik deze dan niet? - Omdat ik hem lelijk vind.
We hebben nog een lange reis voor de boeg. Pak je jas, dan gaan we.
U liet me schrikken. - Ik zag licht branden.
Zeg eens tegen je vader dat Ezra er is.
Papa, Mr Ezra is er.
Fijn je te zien. Ken je mijn vrouw Kelly nog?
Dit is mijn dochter Laurel, die ik niet kan uitstaan.
Ezra, alles kits?
Ik moet ervandoor. Loop even mee, Roger.
Kelly, Laurel, goede reis. Ezra, tot kijk.
We weten niet wat we met het huis aan moeten. Het is een doorn in het oog.
Maar Roger is dol op het huis. Hij heeft er goede herinneringen aan.
Er sluimeren nog veel herinneringen uit het verleden in dit huis.
De Grote Geest zal jullie leiden.
Neem me niet kwalijk.
Ik zit in een lastige positie. Ik heb al toezeggingen gedaan.
Ik heb al een deal gesloten. - Wat voor deal is het?
Daar kan ik niks over zeggen. Nog niet, tenminste.
Kun je me niet gewoon vertrouwen?
Als je geld wil lenen, prima. Maar het huis wordt niet verkocht.
Je begaat een grote fout. - Daar moet ik dan maar mee leven.
Net als jij met die hoed zult moeten leven.
Tot kijk, broer.
De sjacheraar gaat er dus vandoor. - Hij geeft niet snel op.
Misschien had ik hem toch het huis moeten geven.
Jullie hebben hier goed aan gedaan.
Je hebt je grootvaders afspraak in ere gehouden.
De geesten zullen weer vrede vinden.
Ik wil gaan. Het is laat.
Wil je een lift naar de kerk, Ezra? - Gaan jullie maar. Ik sluit wel af.
Tot kijk, Ezra.
Wil je nog wat van mij? - Nee, dank je.
Ik heb oranje spul tussen mijn tanden.
Laurel? - Ik heb genoeg gehad.
Maar geef mij je afval maar. - Sukkel.
Wat was dat voor onzin over een afspraak met je opa?
Mijn opa heeft gezworen het huis nooit te verkopen.
Gezworen? Is dat niet wat middeleeuws?
Het was gewoon een afspraak. Dat begrijpt Burke toch niet.
Weet je wat hij wil? De grond aan een projectontwikkelaar verkopen.
Dat klinkt niet onredelijk.
Ik heb mijn vader beloofd dat ik het huis nooit zou verkopen.
Waarom?
Mijn vader geloofde dat het huis magische krachten had.
Hij geloofde er heilig in.
Je kunt me veel wijsmaken, maar niet dat het huis magische krachten heeft.
Ik ben dol op dat huis. Met spinnenwebben en al.
Ik ben op een bepaalde manier verbonden met dat huis.
Dan ben ik er ook mee verbonden.
Ik bof maar. - Dat kun je wel zeggen.
Laurel?
Kelly?
Het huis ziet er best redelijk uit, overdag.
Het ziet er alleen ietsje ouder uit.
Kom maar.
Zet maar op de schoorsteenmantel.
Je bent thuis, schat.
Had dit met me besproken. Ik had geen idee dat je hier wilde intrekken.
Ik heb me bedacht. Moet je zien, wat een ruimte.
Wacht maar tot het helemaal af is. Je zult het prachtig vinden.
Dat betwijfel ik.
Prinses, waarom kom je niet weer in Dallas wonen?
Laurel kan er naar school en je kunt bij ons wonen tot je iemand...
Tot je er weer bovenop bent. - Waarom ben je niet blij voor me?
Ik vind dat je een fout maakt. - Ik laat het huis opknappen.
Vertrouw me nu maar. - Ik maak me geen zorgen om het huis.
Maar om jou.
Je moet accepteren dat Roger er niet meer is.
En dat Laurel nooit meer zal kunnen lopen.
Maar jij moet verder met je leven. - Ik hoor hier, pap.
Dit is nu mijn thuis.
Roger hield van dit huis. Hij zou willen dat ik hier ging wonen.
Ik wou dat je nu eens niet... - Je mist je vlucht nog, pap.
Je kan altijd van gedachten veranderen.
Dag, paps.
Volgens mij vond opa het huis niks. - Geen zorgen. Het komt best goed.
Zullen we een Halloweenfeest geven? Dit huis is er vast geknipt voor.
Waarom ook niet.
Weet je nog dat ik tijger was met Halloween?
En dat papa me een zaklamp gaf, zodat ik goed zichtbaar zou zijn?
Dat was mijn eerste Halloween. Papa at al het snoep op.
Gaat het, mam?
Het gaat wel.
Zal ik het ziekenhuis bellen?
Wat is dat voor geluid?
Geen idee, schat. Volgens mij komt het uit de kelder.
De deurbel.
Pardon?
Mrs Cobb. Ik heb mezelf maar binnengelaten.
Er ligt een hele berg stof onder die bank.
Wie bent u? - Clump. Verna Clump.
Ik ben uw nieuwe huishoudster. U bloedt op het tapijt.
Ik heb geen huishoudster nodig. - Het uitzendbureau heeft me gestuurd.
Welk uitzendbureau? Zit mijn vader hier achter?
Ik denk het.
Ik neem aan dat u een stofzuiger heeft.
Heeft u ook andere spullen? Schoonmaakmiddelen, sponzen?
Weet u zeker dat dit geen vergissing is?
Ze hebben me echt dit adres gegeven.
Ik ben al betaald. En zo te zien kunt u wel wat hulp gebruiken.
En ik ben de beste.
U bent hier dus net komen wonen.
Waarom? - Ik heb het huis van mijn man ge๏ฟฝrfd.
Het heeft dus emotionele waarde. Nu snap ik het.
Zo te horen probeert dit huis u wat te vertellen.
Volgens mij zijn het de leidingen. - Ik zou ze maar snel laten nakijken.
Ik ben zo weer terug, Miss Clump.
Zeg maar Verna.
Sorry, ik moest weg. Tot morgenochtend, negen uur.
Het is bedtijd.
Morgen moet je een kleur voor je kamer kiezen.
Geel.
Geel. Zeker weten. Of misschien blauw.
Geel of marineblauw.
Misschien blauw. - Sorry. Misschien blauw.
Een pijl.
Laten we een rommelmarkt houden om van die oude troep af te komen.
Die pijlen verkoop ik niet. Dit soort spullen horen in een museum thuis.
Je meent het.
We praten er morgen wel over. Ga nu maar slapen.
Denk je dat papa nu gelukkig is in de hemel?
Denk je dat hij ons mist?
Ik denk dat papa gelukkig is.
En ik denk dat hij over ons waakt.
Ik hou van je, mama. - Ik ook van jou, lieverd.
Laat Algernon maar aan.
Laat jouw deur ook maar open, dan kan ik je horen.
U moet een beslissing nemen.
U moet een beslissing nemen.
Vijftig cent. - Hij was van mijn overgrootmoeder.
Ze verzamelde flesjes. Dat is de enige die we nog hebben.
Ik geef je een dollar. - Het was haar lievelingsflesje.
Vijf dollar. Dat is mijn laatste bod.
Wat moet je met dat oude kreng, Harry?
Mijn vader had er net zo een. - Hij is spuuglelijk.
Ik heb nog wat films. Het zou te gek zijn als ik 'm aan de praat kreeg.
Hoeveel kost hij?
Hij is kapot. - Ik repareer 'm wel.
Hij is niet te koop.
Ik moet je spreken. - Ik wou je nog bellen.
Wat doe je hier? - Ik hou een rommelmarkt.
Wat doe je in dit huis?
We wilden het verhuren, maar we hebben ons bedacht.
Dit moet een misverstand zijn. Ik heb plannen met dit huis.
Dan moet je je plannen bijstellen, want ik woon hier nu.
Dit huis is mijn eigendom. Het is al 100 jaar in handen van de familie.
Toen Roger stierf, kreeg ik dit huis. Roger is mijn broer.
Je bent zijn stiefbroer. Ik ben zijn vrouw.
Ik heb het huis ge๏ฟฝrfd.
Als je daar problemen mee hebt, bel je mijn advocaat maar.
Dit is geen plek om een kind groot te brengen.
Vooral geen kind in een rolstoel.
Waar zou jij zo'n kind grootbrengen? - Ergens waar het veiliger is.
Een flat met een lift, vlak bij een ziekenhuis.
Laurel is veilig bij mij.
Je kunt nu niet helder denken.
Je hebt een ellendige periode achter de rug.
Jij bent je man kwijtgeraakt, en ik mijn broer.
Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan 'm denk.
Maar ik moet vooruit kijken.
Eerlijk gezegd, vind ik dat je te veel bezig bent met Rogers dood.
Je moet naar de toekomst kijken.
Met het geld dat je hiermee verdient, kun je Laurel iets heel moois geven.
Een operatie, bijvoorbeeld.
Je kunt maar beter gaan.
Ik probeer alleen een boterham te verdienen.
We kunnen veel geld verdienen. Ik wil jou laten delen in de winst.
Hou toch op, Burke.
Is mijn geld niet goed genoeg voor je?
Roger is dood, Kelly.
Je bent helemaal alleen. En ik wil dit huis.
Als ik jullie nog eens betrap op jatten, zwaait er wat.
Willen jullie later net zo worden als zij?
Stap in. Vooruit.
Mrs Cobb. Gaat het wel goed met u?
Ja, hoor. Het kan niet beter.
De rommelmarkt is bijna voorbij. Zal ik een kop thee zetten?
U hebt het niet makkelijk. - Dat kun je wel zeggen, Verna.
Ik wilde hier wonen. En het leuk maken voor Laurel.
Maar alles lijkt te mislukken. - Wat wou uw zwager van u?
Burke? Geen idee. Hij wil het huis hebben. Hij heeft er plannen mee.
Wat voor plannen?
Hoorde je dat? - Wat?
Bedoel je dat?
Niet doen. Ik heb een pacemaker.
Wie bent u? - De loodgieter. Albert Bones.
U hebt me vanochtend gebeld. Dat was u toch?
De loodgieter. Daarom was u in de kelder.
Ja, daar moet het werk gebeuren.
Ik heb alle hoofdleidingen nagelopen, plus het riool.
Alles is prima in orde. Ook de leidingen in de badkamer.
Hebt u die bruine smurrie gevonden? - Nee, geen bruine smurrie.
Ik heb wel wat roest gevonden in de badkamer boven.
Dat spoel je zo uit de leiding.
Dit was geen roest. Eerder modder. Alleen wat dunner.
Toen het uit de leiding kwam, klonk er een harde knal.
En het rook naar... Ik weet niet waar het naar rook.
Geen bruine smurrie te zien.
Sorry dat ik uw tijd verspild heb. - Maak u geen zorgen.
Het is een voorrecht aan uw leidingen te mogen werken.
Als je je leidingen met liefde behandelt,
heb je er nog jaren plezier van. Net als bij een goede vrouw.
Nogmaals bedankt. - Geen dank. Hier is de rekening.
Ik zal mijn cheques even pakken. - Stuur de cheque maar op.
Ik laat mezelf wel uit.
Dit kan ik niet betalen.
Misschien ligt het aan mij. Misschien word ik wel gek.
Misschien moet ik eens met iemand praten.
U kunt ook met mij praten.
Tot morgen dan maar, Mrs Cobb. - Kelly.
Als ik iets voor u kan doen, kunt u me altijd bellen.
Bedankt, Verna. Ik voel me al een stuk minder gestoord.
Ik ben de pizzaman, de pizzaman. Ik breng u uw lievelingsmaal.
Ik ben de pizzaman, de pizzaman. Iedereen ziet me graag komen.
Wees niet bang dat uw pizza afkoelt, want ik hou 'm warm op de collector.
Dus de volgende keer dat u zo'n heerlijke pizza wenst,
vergeet dan niet uw pizzabezorger te bellen.
Dat is dan 12,50.
Wie betaalt dit? Jij of ik? - We moeten toch iets eten?
Pak de borden en het bestek maar.
Vergeet niet uw pizzabezorger te eten.
Wat ruikt dat heerlijk. Ik rammel.
Ik wil je iets laten zien, lieverd.
Wees vooral niet bang.
Probeer je ervoor open te stellen.
Jakkes. Ansjovis.
Haal ze er alsjeblieft af. Wat smerig.
Pak aan, pizzaman.
Ben je nou blij? Geen ansjovis meer.
Zo vies vind ik ansjovis ook weer niet.
Je hoefde ze er alleen maar af te halen.
Ik haat macaroni met kaas.
Zeker als het doosje ouder is dan ikzelf.
Ik loop vast voedselvergiftiging op en dan sterf ik in mijn slaap.
Maar dat geeft allemaal niks want ik denk dat ik zwanger ben.
Zei je iets?
Gaat het wel goed met je?
Waarom vraag je dat? - Omdat je vandaag nogal raar deed.
De verhuizing bracht veel spanning met zich mee.
Als iemand veel stress heeft, kan hij of zij vreemde dingen gaan doen.
Vechten met een pizza, bijvoorbeeld?
Dat kan ik zelf wel.
Heb je vreemde dingen gehoord of gezien sinds we hier wonen?
Wat bedoel je precies?
Of je nog vreemde of rare dingen gezien hebt.
Afgezien van jou, bedoel je?
Slaap lekker. - Jij ook.
Welterusten, Algernon.
Slaap zacht. - Goedenacht.
Roest.
GA WEG OF STERF
U moet een beslissing nemen.
U moet een beslissing nemen.
De juiste beslissing.
Ik heb dorst, mam. Mag ik wat water?
Ga nu maar weer slapen.
Laat maar aan. De muziek leidt de dwalende zielen naar binnen.
Wat is dit? - Thee.
Ik weet eigenlijk niet waarom ik hier ben.
Er overkomen me de laatste tijd vreemde dingen.
Rare dingen.
Ik dacht dat het aan mij lag, maar er is meer aan de hand.
Volgens mij komt het door het huis.
Het probeert me te straffen. - Dat is onmogelijk.
Wat is er dan aan de hand? Waarom gebeuren deze dingen?
Het huis staat op een heilige bron.
Een geneeskrachtige bron. Een toevluchtsoord voor geesten.
Het land was een geschenk van mijn volk aan Rogers overgrootvader.
Hij trouwde namelijk met de dochter van onze laatste sjamaan.
Maar toen kwamen de blanken.
Mijn volk werd verdreven.
Hun geest werd leeggezogen door het gif van de blanken.
De blanke had er een naam voor en noemde het
vooruitgang.
Er werd besloten dat de heilige bron zijn kracht niet mocht verliezen.
Aldus werd de bron verzegeld.
Om het zegel te verbergen werd er een huis gebouwd.
Mijn huis?
Dat verklaart nog niet waarom er zulke vreemde dingen gebeuren.
Rogers ziel zit vast in het huis. Gevangen tussen twee werelden.
Er zal geen vrede in het huis zijn tot zijn ziel bevrijd is.
Ik begrijp het niet. Roger is dood.
Hoe kan hij dan vast zitten?
Omdat hij geen natuurlijke dood gestorven is.
Nog wat thee?
Pas op. Dat is gevaarlijk spul.
Ik heb een afspraak met Mr Grosso.
Ik heb een afspraak met Mr Grosso. - Hij verwacht u al.
Ik ben zo klaar.
Snoep?
Je wou me spreken? - Ja, het gaat om het huis.
Bedoel je een ander huis? - Nee, hetzelfde.
Vorige week zei je nog 'jouw' huis. Nu heb je het over 'het' huis.
Begrijp je hoe verwarrend dat is?
Ik reed laatst langs 'jouw' huis, toen ik iets heel vreemds zag.
Er trokken mensen in jouw huis. - Die advocaten ook.
Weet u wat mijn advocaat zei? - Het gaat mij om wat jij zei.
Ik dacht dat het huis van mij was. Maar ik had het mis.
Koop het dan van haar. - Ze wil het niet kwijt.
Ze is nogal koppig.
Dan rest je nog maar ๏ฟฝ๏ฟฝn mogelijkheid. - Maar ze is mijn schoonzus.
De vooruitgang hou je niet tegen. Ik ben zwaar teleurgesteld in je.
Toen ik je binnenhaalde, dacht ik dat ik iets aan je zou hebben.
Je beloofde dat je mijn afvalprobleem zou oplossen.
We hadden een afspraak.
De EPA wil ons bedrijf inspecteren.
Jouw plan om het gevaarlijke afval onder het huis te verstoppen,
moet snel gerealiseerd worden.
Het probleem is alleen dat mijn schoonzus het huis niet wil verkopen.
Jouw probleem. Verzin er maar iets op.
Ik heb gehoord dat de FBI zijn beste man op de zaak heeft gezet.
Ik wil niet dat mijn mensen de bak indraaien.
De verleiding is te groot.
U denkt toch niet dat ik een deal met de FBI ga sluiten?
Daar ben ik totaal niet bang voor.
Wat krijgen we nou?
Dit doen we om er zeker van te zijn dat je je vrienden niet vergeet.
Het is vreselijk om in een rolstoel te zitten.
Om afhankelijk te zijn van de goedheid van vreemdelingen.
Werk haar het huis uit. Nu meteen.
Roger?
Hoor je me?
Wat voel ik me stom.
Vergeet niet dat we ze alleen bang moeten maken.
Gewoon rondvliegen. - Val dood.
Val zelf dood. - Ik wou slang zijn.
Wil je een snoepje, meisje?
Ik mis je zo.
Vergeef het me.
Rustig maar. We komen je alleen waarschuwen.
Dit huis zit vol slangen.
Dus je moeder en jij moeten maar snel oprotten.
Charlie, wat is er? - Ze stak me bijna mijn oog uit.
Nu is de maat vol.
Je bent te ver gegaan. Nu is de vlieg pislink.
Braaf hondje. - Lief hondje.
Wegwezen.
Uw dochter heeft een flinke smak gemaakt, maar ze komt er bovenop.
Voor alle zekerheid wil ik haar toch graag een nachtje hier houden.
Mag ik naar haar toe?
Het is goed, liefje. Ik ben bij je.
Ik was zo bang. - Ik weet het.
Maar alles komt goed. Ik ben nu bij je.
Kunnen we nu naar huis? - Morgen.
Want dan ben je weer beter. - Ik bedoel naar ons oude huis.
We hebben geen ander huis meer. - Ik mis mijn vriendinnen.
We hebben het er morgen wel over.
Toe nou, mam. Ik wil niet terug naar dat huis.
Ik weet het, Laurel.
Het spijt me, lieverd.
Een hond met een lamp op z'n kop? - Eerlijk waar, baas. Ik zweer het.
Hij dook ineens op. Hij was echt enorm.
Ik zei dat jullie ze bang moesten maken.
En nu hoor ik dat een 12-jarige in een rolstoel jullie te slim af was.
Die hond beet me in mijn kont. - Dat interesseert me geen reet.
Zorg dat je die trut dat huis uit jaagt.
Hou je kop. - Burke, met Kelly.
Hou verdomme jullie kop.
Wil je dit huis nog steeds kopen?
Kom morgen maar langs met de papieren.
Goed. Ik zal er zijn.
Wat is er?
Jullie bezoekje heeft toch effect gehad.
We maken weer een kans. - Ik zei het toch?
Je ziet er kwiek uit vandaag. - Dank je.
Ik heb het gehoord van Laurel. Gaat het goed met haar?
Ze komt er wel bovenop. - Mooi zo.
Ik weet hoe moeilijk dit besluit voor je was.
Ik weet dat Roger dol was op dit huis.
Maar ik weet zeker dat hij niet wou dat je dit allemaal zou doormaken.
Ik heb een contract opgesteld. Als je hier even wil tekenen.
En je paraaf hier zou willen zetten.
Ik heb twee voorwaarden. De eerste is dat je het huis niet mag afbreken.
De tweede is dat ik af en toe langs mag komen. Ik wil het zwart op wit.
Dit kun je niet menen. - Dat zijn mijn voorwaarden.
Luister, als je meer geld wil...
Het gaat niet om het geld. Het huis moet blijven.
Het is een bouwval. - Roger dacht er anders over.
Wat Roger dacht, doet er nu niet meer toe.
Ik geef je de kans opnieuw te beginnen.
Doe jezelf en Laurel een groot plezier.
Snoepje?
Hoe wist je dat Laurel gevallen was?
Hoe wist je dat Laurel gevallen was?
Dat heb je me verteld. - Nee, dat heb ik niet.
We dwalen af. Luister.
Je hebt een toezegging gedaan. We hebben een overeenkomst.
Nu niet meer.
Doe dit niet. Ik waarschuw je.
Ik ben geen meisje in een rolstoel dat je kunt intimideren.
Wat klets je nu? - Duwde jij haar van de trap af?
Nee. Je praat onzin. Er is een misverstand in het spel.
Ik begin nu te begrijpen waarom Roger je het huis niet wou verkopen.
Mijn broer zou nog leven als jij niet achter het stuur gezeten had.
Maak dat je mijn huis uit komt.
Als het om geld gaat... - Wegwezen. Anders maak ik je af.
Denk goed na. Anders eindig je net als je man.
Wat doen jullie hier?
Wat willen jullie?
Er is een vreselijk ongeluk gebeurd.
Burke heeft Roger vermoord. - Ga naar de politie.
Moet ik zeggen dat ik in een visioen zag dat Burke het gedaan heeft?
Dan sluiten ze mij op. - Burke is gevaarlijk.
Je zei dat Rogers ziel vastzat. - Doe dit nou niet.
Als Burke het huis afbreekt, wordt Rogers ziel nooit verlost.
Laat zitten. - Kan ik niet.
Burke heeft Roger vermoord. Ik sta niet toe dat hij het huis krijgt.
Niemand thuis, zo te zien.
Waar zou ze zitten? - Ze is waarschijnlijk gewoon laat.
Ze zal zo wel komen. Zal ik iets te eten voor ons maken?
Mij best. Als het maar geen macaroni met kaas is.
Wat dacht je van een sorbet? - Als avondeten?
Waarom niet?
Ik wil er heel veel slagroom op. - Afgesproken.
Ik heb iets in de auto laten liggen. Ik ben zo terug. Zit je goed?
Halt. Wat doe je? - De meterstand opnemen.
Kom. Pak haar benen.
De verzekering zou ons moeten betalen om de fik erin te steken.
Wat is dat?
Hoe moet ik dat weten? Ik ben geen gids. Aan de slag.
Slangen.
Slangen? Ben je niet wijs? - Kijk dan.
Wat mankeert jou toch? Je stelt je aan als een klein kind.
Er zitten hier geen slangen.
Insecten.
Slangen.
Lee.
Charlie.
Er is brand uitgebroken.
Verna. Waar is Laurel?
Waar is ze? - Binnen.
Roger.
Ben ik dood? - Je moet teruggaan, Kelly.
Niet zonder jou. Ik heb je nodig.
Als je niet teruggaat, zal Laurel het niet overleven.
Mama, help me.
Help me. Toe.
Ik ben zo bang. - Ik zal altijd bij je zijn, Kelly.
Branden zul je, Rothuis. Branden.
Opschieten. Help.
Opschieten. Jullie moeten mijn huis redden.
M'n huis staat in brand. Jullie moeten mijn huis redden.
Mr Grosso. Wat een verrassing. Wat doet u hier?
Kijken of je vooruitgang boekt. - Alles is onder controle.
Zo te zien is je plan in het water gevallen.
U vergist zich. Niemand zal ooit nog in dat huis wonen.
Niemand kan bewijzen dat ik met de brand of Rogers dood te maken heb.
De politie kan me niks maken. Daar zijn ze toch te dom voor.
Wat krijgen we nou?
Wie ben jij? - Verna Clump. FBI.
Volgens mij is dit een misverstand.
Helemaal niet. U bent gearresteerd.
Nog bedankt voor de bekentenis, oen.
Neem maar mee, jongens. - Wacht eens even.
Bewerking & sync: Wess Lee
Bedankt aan Wess Lee & swivv-t. Synchronisatie voor FGT versie door HookyB.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.