All language subtitles for Le.Prince.Oublie.2020.FRENCH.1080p.WEB.H264-ALLDAYiN

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish Download
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Op een ochtend tijdens het spelen, liep Goudlokje het bos in.

Diezelfde ochtend maakten de beren pap klaar voor het ontbijt.

Omdat de pap nog te warm was, besloten ze een wandeling te maken in het bos.

Terwijl zij weg waren, kwam Goudlokje bij een huis met een grote deur.

Omdat ze naar binnen wilde, klopte ze op de deur.

Uitstappen, kinderen. -Het verhaal is nog niet gedaan.

Ik heb hem volgegooid. Zo is het goed. -Dank u. Fijne dag nog.

Alles goed? -Ja, hoor. Prima.

Ik zat aan iets te denken.

Alles goed? Wat ben je aan het doen? -Niets.

Tot morgen. -Tot morgen.

ER WAS EENS...

Tot morgen.

Dank je. Wat is dat? -Een croissant.

Geen macaron? -Die waren op.

Jouw beurt. -Poes.

Makkelijk. Niet voor de poes.

Poeslief zijn. -Heel goed.

Een kat in de zak kopen. -Bestaat dat?

Als je iets waardeloos koopt, heb je een kat in de zak gekocht.

Jouw beurt. -Ik zit net even te eten.

Je vindt er geen meer.

Je vindt er geen. Heeft de kat je tong te pakken?

Heeft de kat je tong? -Ja.

Die was er ook nog. -Ja, hoor.

Als de kat van huis is, een kat in het nauw...

Genoeg. -Dat is geen kattenpis.

Hoe vies. -Dat is nu eenmaal een uitdrukking.

Het blijft vies. -Maar het is wel een uitdrukking.

Een ramp. -Hoezo?

Een 'kat-astrofe'.

Vooruit in je poezenmand.

Schiet op. Anders vertel ik geen verhaaltje.

Buster Kat-on. -Niet slecht. Check!

Check tartaar.

Kat-amaran.

Kat-ja Schuurman.

Die ken je niet. Dat maakt het minder grappig.

Die heb ik weer gevonden.

Waar waren we gebleven? -De prins had een schat gevonden...

dankzij Francis Ford de Zeemeeuw.

En hij viel naast de Toverkist in slaap.

Francis Ford de Zeemeeuw en de Toverkist...

Oké...

De Prins viel in slaap naast de Toverkist.

Het magische deksel van de grote Toverkist...

ging krakend open.

Wat is dat? -Het krakende deksel. Leuk?

De Prins viel in een diepe slaap met zijn ogen dicht

Wij doen ze ook dicht, schat.

Plotseling werd hij wakker van het gekraak.

Hij zag de schat die hij al bijna opgegeven had.

De schat der schatten.

Magische handflippers.

Wat? -Magische handflippers.

Handflippers? -Inderdaad.

Flippers voor aan je handen.

Maar deze waren magisch.

Laat me verder vertellen.

Hij ging naar het dorpsplein.

Het was markt.

Hallo, Prins. -Hallo, Geoffrey.

Om hem heen draaiden de schaduwen van de verschrikkelijke onzichtbare vogels.

Hij kon ze natuurlijk niet zien, want ze waren onzichtbaar.

Plotseling zag hij haar: de Prinses.

Broekhoest? -Ja, ik ben het, Broekhoest.

Je komt nooit van mij af. Je bent verraden door de Zeemeeuw.

Nee, jij bent een verrader. -Iedereen weet dat het verraders zijn.

Welnee, zeemeeuwen zijn trouwe dieren.

Genoeg daarover. Je kletst teveel.

Ondertussen loopt de prinses gevaar.

Nee. Hoe durf je?

Jij rare...

patat.

Last van de onzichtbare vogels, domoor?

Nee, met mijn magische handflippers kan ik ze wel aan.

Wie is er nu een domoor? Ik kom eraan, prinses.

Wat een oen.

Deze keer was de prins verslagen.

Die stomme deurknop.

Maar plotseling herinnerde hij zich dat handflippers...

de dapperen in staat stellen te vliegen als een vogel.

Hij nam een aanloop...

en vloog omhoog.

Zo kan hij wel weer.

O Prins, het is je gelukt. -Het ging gemakkelijk.

Het was zelfs simpel.

Wederom was de prins erin geslaagd de Prinses te redden.

Maar Broekhoest was niet voor één gat te vangen.

Er zouden nog heel wat beproevingen volgen.

Dank u, dank u.

Zo goed? Zo goed?

Is ze in slaap gevallen? Pakken we in?

Hallo?

Jongens? Kunnen we hier weg?

Wat een onding.

Dat was leuk. Ik hou wel van een vechtpartijtje.

Rekwisiteur. -Dank je.

Maak die juffrouw los. We pakken in.

Een paar handflippers, oké. -Het was geweldig.

Dank je, Benoît. -Dank je, Jacques.

Jacques? Weet je dat zeker?

Je bent geen technicus. Iedereen moet afstand bewaren van haar.

Behalve de Prins, natuurlijk.

Ik ga. Tot ziens, Benoît.

Hé, jongens. Zullen we even bowlen?

Broekhoest, het ging goed vanavond, hè? -Ja.

Alleen dat je domoor zei, was minder. -Dat staat in het script.

Die handflippers, dat was wat goedkoop. Dat vindt iedereen hier eigenlijk.

Je bent jaloers. -Ik? Op jou?

Je moest eens weten. Jij bent wel de held, maar het echte, complexe personage...

Dat ben ik. -Ja, ja.

De slechterik is altijd belangrijk. -Net zo belangrijk als de held?

Die Broekhoest... Wat moesten we zonder jou?

Hallo, dikhuid.

DAG - NACHT

Dat was het. Bedankt.

Wat een mooie tekening, is dat Broekhoest?

Dat is treffend, bravo. -Dank je wel.

En hier staat niks op. -Dat zijn de onzichtbare vogels.

Heel goed, die zie je helemaal niet.

Natuurlijk niet, die zijn onzichtbaar. -Inderdaad.

Heel goed gedaan, schat.

Wat hebben jullie nog meer gedaan? -Weet ik niet meer.

Dat zeg je altijd als ik je van school haal.

O, ja. We hebben iets leuks geleerd. Wil je dat zien?

Het gaat over verleden, heden en toekomst.

Zie je waar we nu zijn? Dat is het heden.

Daar achter ons, waar we vandaan komen, dat is het verleden.

Voor ons, waar we heen gaan, dat is de toekomst.

Begrepen? Dat zullen we wel eens zien.

Als we ons omdraaien, wat zien we dan? -Chinezen in slow motion?

Alsjeblieft, papa...

Het heden? -Nee, dat is nog steeds de toekomst.

Die is altijd voor ons, ook als we ons omdraaien.

En als we tegenover elkaar staan?

Dan ben jij mijn toekomst en ik jouw toekomst.

Dat vind ik leuk.

Waar ga je nu heen?

Daar, naar de toekomst? -Overal waar je vooruit kijkt.

Ga klaarstaan.

Wie het eerst in de toekomst is. -Geen probleem.

Eén, twee...

Hé, valsspeler...

EN OP EEN MOOIE DAG...

Schiet op, papa. We missen de bus.

Schiet op. -Oké, ik kom al.

Je bent mijn baas niet.

Ik heb er appelsap in gedaan en petit filous.

Het was maar een grapje. -Heel grappig.

Een belangrijke dag, geniet ervan.

Ik ga naar de middelbare school. Je hoeft de krant niet te bellen.

Dat was ik ook niet van plan, maar je eerste schooldag is belangrijk.

Ik ken er niemand.

Maak je geen zorgen, het komt goed.

ZELFVERTROUWEN

Jullie moeten zelfstandiger zijn dan op de basisschool.

Zelf je tijd indelen.

Jullie krijgen een eigen locker...

en jullie moeten je verantwoordelijk opstellen.

Ik ben jullie klassenleraar. Voor elk vak heb je een andere leraar.

Hallo. -Hallo.

Mag ik gaan zitten? -Ja, hoor.

Zit je op de bus te wachten? -Serieus?

Nee, was maar een grapje. Geen zorgen.

Welke bus neem je? -De 318.

Cool, die neem ik ook.

Hallo, Prinses.

Is alles goed gegaan? -Ja, hoor.

Hallo, ik ben de vader van Sofia.

Hallo, ik ben Max.

Hallo. -Aangenaam.

Ik heb macarons voor je meegenomen. -Doe niet alsof ik debiel ben.

Hou de lift tegen.

Goedenavond. -Goedenavond.

Waarheen? -De vijfde.

Net als wij.

Zit u in de flat van mevrouw Massadian? -Ja, dat was mijn oma.

Ik heb hem geërfd. -Oké.

Ze was heel geliefd.

Ik had u niet herkend. U bent die weduwnaar. Hoe is het?

Ja, het gaat goed.

Pardon, dat is helemaal niet wat ik wilde zeggen.

Het spijt me.

Dat geeft niet. Ik ben inderdaad die weduwnaar.

U zei tenminste niet: U bent die halvegare.

Of 'die domoor van de vijfde'.

Inderdaad, dank je.

We hebben elkaar een paar keer gezien, toen ik bij mijn oma was.

Ze had het over u, vandaar.

Vandaar.

Ik vroeg me af... Zijn er nog andere huurders in dit gebouw?

Of alleen wij? -Alleen wij.

Ze willen het slopen. -O ja?

Als wij er allemaal uit zijn.

Goedenavond. -Goedenavond.

Als u iets nodig hebt... Ik kan oppassen, klussen.

U weet me te vinden.

Goedenavond.

Goedenavond.

Kijk eens aan. -Wat?

'Goedenavond.'

Ik begrijp niet waar je het over hebt. -Nee, nee.

Ik begrijp het niet. Je haalt je iets in je hoofd.

Wat pak ik dat weer stom aan.

'U bent die weduwnaar.' Stommeling.

En dan 'klussen'.

Klussen.

Als je iemand beter wil leren kennen, dan kan dat wel, hoor.

Dank je wel, maar geen behoefte aan. -Nee, maar ik zeg het maar.

Dat begrijp ik, maar ik wil met niemand afspreken.

Maar wat mij betreft en wat mama betreft...

Als je wilt, kan het. Dat wilde ik even zeggen.

Dat is heel lief van je, maar ik wil met niemand afspreken.

Maar voor het geval dat. -Weet je wat? Het is bedtijd.

Nu meteen.

De Prins moet over twee minuten op de set zijn.

Ik herhaal: Het verhaaltje begint over twee minuten.

Je bent een Arabische prins, die het complot van Broekhoest verijdelt.

Je komt uit een oud geslacht. Sterk, trots...

Een moeilijke jeugd, afwezige vader, overbezorgde moeder...

Niet je broer, maar jij zit op de troon. Daardoor voel je je schuldig.

Een sluimerend minderwaardigheidscomplex.

Het speelt zich af in 'n weelderig paleis. Het is feest, met duizenden genodigden.

Buikdanseressen, tientallen muzikanten...

Struisvogels, tijgers, olifanten, maharadja's... Het is groots.

Pas op voor je ogen.

Wat is er aan de hand?

Probleem? -Hij zit dicht.

Dat is voor het eerst. Hij gaat niet open.

Ik snap er niks van.

Wat gebeurt er?

Wat is er aan de hand? Kan iemand me dat uitleggen?

Hoezo geen verhaaltje? Weet je het zeker?

Wat jammer. Er waren olifanten, maharadja's...

tijgers, magie...

Maar oké. Dan gaan we slapen.

Ik ben moe. -Natuurlijk, ga maar slapen.

Ik zal het je morgen vertellen, oké? -We zien wel, oké?

Ik ben 11. Ik kan mezelf wel verhaaltjes vertellen. Snap je?

Natuurlijk, geen zorgen.

Oké, welterusten dan maar. -Welterusten.

Slaap lekker, schat.

Papa? -Ja?

Neem je het me niet kwalijk? -Welnee, ben je gek? Welterusten.

Oké, jongens. We gaan inpakken. Opschieten.

Doorlopen, we gaan naar binnen.

Het verhaaltje is afgelopen voor het is begonnen.

Hij is er nu. Dat wist ik al.

Dit is het eind, mijn vriend. -Het einde?

Het einde? Weet je dan niet dat er nooit een eind is?

Het begint elke keer opnieuw. Heb je dat nog nooit gemerkt?

Het einde...

Dit keer begint het niet opnieuw, dat verzeker ik je.

Dan kunnen we nog eens lachen.

Dan ben je niet meer de held van het verhaal.

Dan ben je een niksnut, die nergens goed voor is.

Mijn sleutels, mijn sleutels...

Vergeten. Wat ik toch heb vandaag?

Oké...

Het verhaaltje begint over drie minuten. Prins, naar de set.

Ik herhaal: Prins, naar de set. Nog drie minuten.

We beginnen weer. -Twee verhalen op een avond, dat kan niet.

Dat is onmogelijk.

Het belangrijkste is dat het weer doorgaat.

Excuseer, meneer. Geen toegang. Het verhaaltje begint zo.

Pardon? -Opzij, dan kunnen de personages erlangs.

Ik ben een personage.

Ik ben zelfs hét personage.

Ik mag alleen personages uit het verhaal toelaten.

De Prins komt er zo aan. -Maar dat ben ik.

Bent u gek geworden? -Opzij. Daar is hij.

Hallo, Benoît.

Wat is dit? -De Prins.

De Prins? Maar ik ben de Prins.

Dat kind lijkt totaal niet op mij. -Nee, inderdaad.

Ik heb er genoeg van.

Sinds wanneer bent u sterker dan ik?

Het verhaaltje begint over 7, 6, 5... -Wat gebeurt er vandaag?

Hier Jacques, code 02 bij de hoofdingang.

Hallo, Prins.

Hallo, Prins.

Mijn kleedkamer is niet langs hier. -U hebt een nieuwe.

Dit is wel ver weg van de studio.

Dat is logisch, voor figuranten. -Wat?

Hoe noem je mij? -Dit is uw plek, meneer.

Wat zullen we nu krijgen?

Dat is veel te klein.

Weet je wel wie ik ben?

Dat weet je niet. Maar daar kom je nog wel achter.

Daar kom je nog wel achter.

Prins?

Ja? -Wat doe jij hier?

Wat is er? -Je bent doorzichtig.

Helemaal niet. -Maar ja, hoe raar.

Nee, hoor. Ik ben helemaal niet doorzichtig.

En je loopt met een deur. -Ja, dat is mijn rol.

Ja, de vrouw aan de deur.

Twee jaar geleden trok je over de IJszee. Daar was een vrouw, met haar oma.

Nee. -Iedereen is me vergeten.

Ik dacht dat ik terug zou komen in het verhaal, maar nee.

O, mijn god. -Wat is er?

Is daar iemand?

Je hebt mijn kleedkamer, omdat ze mij in de Vergeetput willen hebben.

De wat? -De Vergeetput.

Je weet toch wel wat dat is? -Bedankt, in elk geval.

Ik was er altijd al zeker van.

Je bent de volgende. Eerst hier, en dan: de Vergeetput.

Je verzint van alles, terwijl het gewoon...

Doe open. -Ik ben er niet.

Ze gaan vanzelf wel weg. -Doe open, we gaan niet weg.

Zeg dat ze later moeten terugkomen. Zeg dat je in bad zit.

Maar ik zit niet in bad. -Dat weet ik, lieg dan.

U moet op de set komen, voor een rol. -Dat is een valstrik.

Het is voor een rol. -Een beetje snel.

U moet ook nog repeteren. -Het is een valstrik.

Een echte rol? -Ja.

Is het geen valstrik? -Nee.

Kom binnen. -Dat werkt altijd bij figuranten.

We hebben informatie dat iemand zich hier verbergt.

Is daar iemand? -Probeer me maar eens te pakken.

Vooruit, de vakantie is afgelopen. -Rustig aan, jongens. Ze is gestoord.

Ze zit hier al drie jaar. -Naar de Vergeetput.

Laat je niet vergeten, Prins. Vind je rol in het verhaal terug.

Vergeet niet dat je de beste bent.

Je bent de Prins.

Het publiek is gek op je.

De Vergeetput?

IS VANDAAG MORGEN?

Heb je die tas van Sofia gezien?

Met een stickertje en een hartje. -Hij is roze.

Je moet je moeder om een nieuwe vragen. Dit is niet de basisschool.

Zullen we dit weekend een nieuwe schooltas voor je kopen?

Waarom? -Dat weet ik niet, zomaar.

Dan heb je een nieuwe. -Nee, dank je. Niet nodig.

Ik wilde nog zeggen over vanmiddag...

Stoor ik?

We zitten te eten. -Heel goed.

Weet jij hoe dit ding van de garage werkt? -Nee.

Van binnenuit gaat hij niet open. Van buitenaf wel...

maar ik moet buitenom lopen en de garagedeur van buiten openmaken.

Er moet een manier zijn... -Geen idee. Ik heb geen auto.

Misschien ligt het aan de batterijtjes.

Heb jij die misschien? -Nee, het spijt me.

Ik vraag het de syndicus wel.

Ken je ze? Zijn ze behulpzaam? -Het komt nu niet goed uit.

Goedenavond. -Goedenavond en mijn excuses.

'Een behulpzame syndicus.' Domme gans.

Ik had over de onroerende voorheffing moeten beginnen.

'Batterijtjes.'

Was dat de buurvrouw? -Ja.

Ze is heel lief.

Ik wil me er niet mee bemoeien...

U kent me toch nog wel? -Jawel.

Waarom vraagt u me nooit meer? Ik kom in geen enkel verhaaltje voor.

Dat is zo. We zien u nooit meer. Hoe komt dat?

Dat vraag ik juist aan u. -Inderdaad.

Ik volg instructies op. Als de Prins nodig is, dan haal ik die op.

Is er een andere Prins nodig, haal ik die op.

Is er een konijn nodig, haal ik dat op. Als er een kip nodig is...

Ja, dank u wel. Laat de rest van het erf maar zitten.

Wie geeft u die instructies?

Wie beslist dat allemaal? -Tsja...

Daar heb ik nooit over nagedacht.

Wie beslist dat allemaal?

O ja, dat vergeet ik bijna.

Hallo.

Mag ik hier zitten? -Ga je gang.

Wat doe je? -Niks, ik teken een beetje.

Hoe zal ik het zeggen? Mijn ouders zijn dit weekend weg.

Mijn broer geeft een feest. Heb je zin om te komen?

Oké, zaterdag. Ik kom. -Cool.

Het is wel 's avonds, mag dat wel?

Je kent mijn vader niet. Die is hypercool.

Een feestje 's avonds, daar ben ik niet zo voor.

Wie is dat meisje? -Een vriendin.

Je gaat niet naar de verjaardag van een vreemde.

Wat wil je dan weten? -Hoe ze heet, bijvoorbeeld.

Wat maakt dat nu uit? -Kan ik het beter niet weten?

Oké, het is Mélanie.

Mélanie? -Ja, Mélanie.

Ik snap niet wat dat...

Dus het is goed? -In principe wel.

Als je het nummer van haar ouders geeft. -Waarvoor?

Dat is heel gewoon.

We zijn geen kinderen meer. De ouders zijn er niet.

Wat? -Er zijn wel ouders...

Maar die zijn er niet bij. Er is geen poppenkast, we zijn 11.

Precies, je bent 11. Ik begrijp die geheimzinnigheid niet.

Die vriendin zonder naam, die ouders zonder telefoon...

Die er wel zijn, maar toch ook niet. Ik ben geen idioot.

Dat zeg ik niet. Jij maakt er zo'n gedoe van.

Je doet moeilijk de laatste tijd.

Misschien zit ik in de puberteit. Ik begin net met de middelbare school.

Mijn lichaam verandert, ik word een jonge vrouw.

Dat is niet altijd makkelijk.

Dat is moeilijk voor mijn omgeving, het spijt me.

Grapje. -Geweldig. Heel grappig.

Alsjeblieft, check tartaar. -Daar heb ik geen zin in.

Ik maak maar een grapje, schat.

Het was een grapje.

Daar ben ik. -Broekhoest.

Wat ben je aan het doen? -Niks, ik denk na.

Denk je na? Dat is weer eens iets anders.

Gaat het goed? -Natuurlijk, waarom vraag je dat?

Ben je aan het werk? Ben je ergens mee bezig?

Hou op. Als de dagen wat langer waren, zou me dat goed uitkomen.

Je bent afgeschreven. -Inderdaad.

Arme jongen. Wat een ironie, wat een wreedheid, wat een treurigheid.

Wat hebben ze met je gedaan?

Dat weet ik niet. -Dat begrijp ik.

Weet je wat? Ga met mij mee.

Ik weet misschien iets.

Wat bedoel je met de nieuwe Prins ontvoeren?

We ontvoeren hem, dan is hij weg. Dan zijn er ook geen nieuwe verhaaltjes meer.

Dan is alles weer normaal.

Oké, maar wat doe je dan met hem?

In de Vergeetput.

De Vergeetput?

De Vergeetput?

Weet je wat dat is? -Natuurlijk.

'Weet je wat dat is?' -Wat is het dan?

De Vergeetput?

De Vergeetput...

Dat is niet heel makkelijk uit te leggen.

Je weet het dus niet. -Nee.

Daar zitten de mensen die geen rol meer hebben.

In het begin zijn ze er nog en hebben ze niets te doen.

Ze worden doorzichtig en dan: in de Vergeetput.

Wat doen ze daar precies? -Niks, ze worden vergeten.

Ze verdwijnen. Voorgoed.

Wauw. -Inderdaad, wauw.

Dat zocht ik.

Daar past die kleine wel in. -Hoe bedoel je?

Geen zorgen, we brengen hem in slaap.

Wat is er?

Dat is het echte leven, geen verhaaltje. In je eentje lukt het je niet.

Met zijn tweeën winnen we wel. We moeten ons zo opstellen.

Als een pistool? -Nee, samen als één man.

Ik weet het niet, hoor.

Luister, dat is niks voor mij. Ontvoeringen, vergeetputten...

Ik ga afwachten tot het vanzelf in orde komt.

Dat ga ik doen, helemaal niks.

Niet gek, hè?

Je bent gek. -Nee, ik ben sympathiek.

Daar zit een verschil tussen. -Een heel klein verschil.

Mogelijk, maar zo ben ik.

De Sympathieke. -De sympathieke domoor, ja.

Stoor ik? -Ik ben bezig.

Kan ik je even spreken? -Wat nu weer?

Kunnen we normaal praten, of moet het zo?

Zeg het maar.

Mooie tekening.

Kwam je dat zeggen? -Nee.

Ik wilde me verontschuldigen voor zonet. Het is niet makkelijk voor mij.

Soms beschouw ik je te veel als volwassene en soms te veel als kind.

Vind jij het leuk als we ruzie hebben?

Kom op.

Dat feestje zaterdag is goed.

Dank je wel. -Maar vraag haar ouders om me te bellen.

Check tartaar.

Kun je me alsjeblieft even helpen?

De ouders van Mélanie hebben nog niet gebeld.

Ik weet het ook niet, het is geen ramp.

Nee, geen ramp... Ruim dit even op.

HET ADRES VOOR VANAVOND: RUE MENTON 5.

Wat is dit?

Hou je mij voor de gek? Denk je dat ik een idioot ben?

Sorry. -Niks sorry.

Denk dat je er zo makkelijk vanaf komt?

Als ik je niet meer kan vertrouwen, moet ik alles verbieden.

Waarom heb je gelogen? Waarom heb je me voorgelogen?

Dat weet ik niet. -O, nee?

Dat feestje gaat niet door. Als straf.

Het spijt me, maar je gaat nergens naartoe.

En wie is die Max, die straattaal praat?

Praat jij ook zo? -Nee.

Nee? Je berichtjes staan er vol mee. -Lees jij mijn berichtjes?

Ja, mag dat niet of zo?

En jij hebt het over vertrouwen? -Draai de zaak niet om.

Je hoort niet te kijken. -Ik doe wat ik wil.

Hallo, stoor ik? -Ja. Dit is geen goed moment.

Heb je misschien een kleine boormachine? -Een boormachine?

Ongelooflijk, je komt altijd op het verkeerde moment.

Je hebt geen gevoel voor timing. Een boormachine?

Nu meteen? Nee, die heb ik niet.

Het is hier geen bouwmarkt.

Fijne avond nog.

Luister, je gaat nu naar je kamer.

Je komt er vanavond niet uit. Begrepen? Wel?

We voeren het plan toch uit. -Het plan?

Het plan om ons te ontdoen van die kleine flutprins.

Dat stuk verdriet.

Genoeg, dat doen we.

Even mijn sandalen aandoen.

Hoor ik daar nu een jacuzzi?

Ja. -Waarom heb ik dat niet?

Zet die boom daar rechts neer.

Wie is daar? -Ki.

Wie? -Ki.

Ik draai het om. -Wat?

Ik. Hij snapt er niks van.

Wat is dat voor grap? -Nu ben je niet zo bijdehand.

Wat is dit voor rommel?

Hij ziet er niet goed uit. Hebben we geen arnica?

Wat? -Arnica.

Ik ben geen apotheker. -Gaat het wel?

Naar rechts, richting Vergeetput.

Heerlijk, als een plan goed verloopt. Wij zijn niet te verslaan.

Hersens en spieren.

Ik voel me wel stom.

Inderdaad, ik vind je ook een beetje stom.

Wat doen we als ze iets vragen? -Gewoon normaal doen. Natuurlijk.

Wat is precies natuurlijk? -Gewoon rechtdoor lopen.

Niet kijken en niet reageren. -Oké.

Hé, jullie daar. -Wij?

Waar gaan jullie heen? -Deze boom terugbrengen.

Zet daar maar neer, daar achter jullie.

Wat doe je? Ik zei rechtdoor lopen.

Laat maar zitten. Terug.

Waar is het? -Daarheen.

Jij bent compleet gestoord.

We moeten hier weg zien te komen.

Goedenavond, ik ben het.

Ja, en?

Niets, ik... -Een momentje.

Het komt niet goed uit.

Nog heel even.

Stoor ik echt niet? -Nee, hoor.

Ja? -Goedenavond.

Ik wilde even... -Sorry zeggen?

Op mijn manier wel. -Op een onhandige manier.

Je hebt gelijk, het spijt me.

Het kwam echt niet uit... -Wil je iets drinken?

Je loopt wel hard van stapel. -Als je liever op de gang blijft staan...

Oké... -Kom binnen.

Het is hier wel veranderd. -Ja, natuurlijk.

Het is niet meer dezelfde flat. -Ook niet meer dezelfde huurster.

Mijn oma was 93. Dus ik heb wel wat veranderd.

Natuurlijk. -Ik hou niet van sierborden aan de muur.

Ik plaag je maar. Een glas wijn? -Ja graag.

Wit? Gelukkig, dat is het enige wat ik heb. Ga zitten.

Het spijt me van eerder.

Het is de eerste keer dat ik zo'n ruzie heb met mijn dochter.

Laat maar zitten. Misschien ligt het ook aan mij.

Het was niet het goede moment. -Inderdaad.

Dan moet je zeggen dat het niet mijn schuld is. Dat is het goede antwoord.

Ja, sorry. Natuurlijk.

Het spijt me, het was niet jouw schuld.

Ik weet niet wat me overkwam. Ik word anders nooit zo boos.

Naar de middelbare school...

Dat is verwarrend. -Ga je naar het middelbaar?

Dan ben je vaak blijven zitten. -Ik niet.

Het is een moeilijk moment.

Waarom ben je boos op haar? -Ze heeft tegen me gelogen.

Over iets ernstigs? -Nee, niet echt...

Maar ze heeft wel gelogen.

Dat kon ik niet voorbij laten gaan. -Maar als het niet ernstig is...

Heb jij nooit gelogen? -Jawel.

Je hoeft haar niet aan te moedigen, maar ook weer niet te straffen.

Als ik jou was, zou ik haar excuses aanbieden.

En dan zou ik iets liefs tegen haar zeggen.

Zo eenvoudig? -Ja, daar ben ik zeker van.

Wil je boos op haar blijven? -Nee, maar ze is een kind.

Je moet een voorbeeld stellen. -Door te mokken.

Luister.

Het klinkt goed wat je zegt, maar je hebt geen kinderen.

Je hebt er geen idee van... -Ik ben kinderpsychiater.

Nee, ik maak een grapje.

Maar op die leeftijd wilde ik wel dat mijn vader mij wat ruimte gaf.

Ik heb er genoeg van.

Genoeg.

Papa?

Kijk eens wat een donkere wolken.

Dat zie ik voor het eerst. -Je hebt gelijk.

Hé, wat doen jullie daar? -Wij?

Kom eens hier. -We komen eraan.

Als ik 'gaan' zeg, pakken we de jongen en gaan we ervandoor.

Is het niet makkelijker om 'we gaan' te zeggen?

Oké, als je wilt.

Schiet eens een beetje op. -We komen. We wachten op de anderen.

Rustig blijven, alsof er niks aan de hand is.

Glimlachen...

Op je plaats. Eén, twee... We gaan.

Naar rechts.

Dat is naar links.

Uit de weg.

Wil jij de nieuwe held zijn? -Ik?

Dan moet je snel zijn. Je moet bij hen zijn.

Vooruit, jongen. Dit is je grote dag. Ik geloof in je.

Dank je.

Je kunt ze overtuigen. Vooruit.

Waar wachten jullie nog op? Er zijn rollen voor iedereen.

We beginnen weer.

We beginnen weer.

Indrukwekkend. -Ja, hè?

Mooi. -Ja, magnifiek...

om hun wanhoop zo te exploiteren.

Zeker. -Cynisch, efficiënt...

Ik zou zelfs zeggen: geslepen. -Oké, genoeg. Dank je wel.

Ik heb ook heel wat rotstreken uitgehaald in mijn leven.

Maar dit is wel het toppunt. -Oké, genoeg.

Bedankt voor het glas en voor... -De goede raad, heet dat.

Graag gedaan. Je mag altijd langskomen. -Dat geldt ook voor jou.

Oké, morgen? -Morgen is goed.

Hoe laat, vier uur? -Vier uur is prima.

Dat is het goede moment.

Welterusten. -Welterusten.

Sofia?

Sofia, slaap je?

Ik weet dat je nog niet slaapt.

Wil je niet met me praten?

Zeg het eens. -Ik ben uitgenodigd.

Ben je wel op de goede verdieping? Er is ook een crèche.

Ik ben uitgenodigd door Max. -Oké.

Pas je nu ook al op? -Ik heb haar uitgenodigd.

'Ik heb haar uitgenodigd'. -Hou je kop.

Sorry, dat zijn vrienden van mijn broer.

Je blijft toch niet eeuwig boos?

Wel?

Oké, dan ga ik maar.

Welterusten.

Wat heb jij nu gedaan? -Ik? Niets.

Hou eens op.

Hou eens op.

Hou daarmee op.

Wat is er gebeurd?

Dank je. -Dat spreekt voor zich.

Ik zei toch dat ik sympathiek was? -Ja, maar toch.

De Prinses is in gevaar. Ik moet erheen. -Nee, wacht.

Eerst dit ding... -Geen tijd. Ik moet haar redden.

We hebben wel twee minuten. De wereld stort niet in.

Dat is nu niet de beste reden... Maar denk na.

Ze is hem niet vergeten. Als we ons van hem ontdoen, is het jouw beurt.

Anders is het aan hem. Omdat ze hem niet vergeten is.

Dat is toch niet zo ingewikkeld?

Geloof me nu maar.

Je hebt me net gered, dan kun je me toch wel vertrouwen?

Oké, kom op.

Magnifiek.

Oké, opschieten.

Waarom ik? -Het was jouw idee.

En jij bent de slechterik. -O ja, inderdaad.

Ik dacht dat we dat achter ons gelaten hadden.

Dat we een team waren.

Maar als ik de slechterik ben...

Geen probleem, dan ben ik dat.

Heel raar, hij is opeens superzwaar.

Arme Broekhoest, je bent totaal niet sportief.

Ik leg hem zo neer. Dan pak jij hem achteraan vast...

Dat was ik de hele tijd al van plan. Naïeve sukkel.

Dit is dus de Vergeetput.

Mijn legging is helemaal vies geworden.

Broekhoest, verrader.

Hoe heb ik hem ooit kunnen vertrouwen? Ik moet hier weg.

Kijk, de Prins. -Ja, hij is het.

Wat is hier aan de hand? -Goedendag, excellentie.

Wie zijn dat? -Ze zijn doorzichtig. Vergetenen.

We zien elkaar weer eens, amigo. -Kent u hem?

Hij herinnert het zich niet. Helaas vergeet iedereen ons.

Maar we zijn jou niet vergeten.

En we gaan onze discussie voortzetten. -Oké, cowboy. Dat kan later wel.

Hoe ontsnap je hier? -Welkom in de Vergeetput.

Niemand ontsnapt hier. -Hoezo niemand?

Niemand is niemand. Als iemand zegt: Er is niemand...

Als er niemand is, betekent dat... -Wacht even.

Ik zeg jullie dat ik hier uitkom. -Welnee. Nee is nee.

Oké, begrijp je dat nee? N.E.E.

Wil je duelleren? Trek je wapen.

Laat eerst maar eens je armen groeien.

Veroordeel je me vanwege mijn korte armen?

Ik sla je mini-verrot en geef je mini-klappen.

Straks. Wie heeft gezegd dat je hier niet uit komt?

Wen er maar, Prins. We zitten hier vast.

Blablabla, wie heeft dat gezegd?

Dat is het probleem niet. Het is altijd zo geweest.

Ik herinner me nog lang geleden... -Dat duurt te lang.

Waarom lacht hij? -Wat doe ik hier?

We verdoen onze tijd met baby-personages. -Baby? Ik, baby? Wil je vechten?

Kalm aan, concentreren.

Wie is er als eerste in de Vergeetput terechtgekomen?

Dat is de koningin. -De koningin? Is er een koningin?

Dan gaan we daarheen. -Kom mee.

Kom mee.

Kom mee, jongens.

We zijn vergeten waar ze is. -Hoe kan dat?

Dat is het probleem van de Vergeetput.

Er zijn twee dingen die ik me nooit kan herinneren. Het eerste is...

Dat smerige geheugen ook.

Je zou terug moeten gaan naar de tijd dat je niks vergat om het weer te weten.

Het klinkt gek, maar ik ben het eens met de cowboy.

Je moet teruggaan naar het verleden.

En het verleden is die kant op.

Die kant op? -Nee, die kant op.

Vooruit. -Waar gaan we heen?

Die kant op. Het verleden is altijd achter je.

Volg mij, door voor me te lopen.

Dat kan toch niet? Wat zijn die pinguïns onhandig.

Hé, rustig aan. Alsof jij zulke geweldige armen hebt.

Steeds meer baby-personages. We gaan in de goede richting.

Sorry, ik had jullie niet gewaarschuwd... -Sorry?

Maar wat zijn dit voor onnozelaars? -Sorry.

We gaan verder. -Met hun handen van klei...

en hun billen van velours.

Die arme prins is uit het verhaal weg. -'Die arme prins'...

Volgens mij zijn we er.

Ja, we zijn er.

Waar? Ik begrijp er niks van. -We zijn het verst van het verleden af.

Ik begrijp het nog steeds niet.

Die is wel heel doorzichtig.

Dag, Prins.

Dag, mevrouw. -Ik wist dat je zou komen.

Nee, het was een vergissing. Ik ben geduwd.

Ik hoor niet...

Zeg nog eens iets? -Het is geen vergissing.

Je bent hier op je plaats.

Die stem...

Ja, ik ben het.

Wat is dat lang geleden.

Het was erg moeilijk zonder jou.

Dat kan ik me voorstellen. Voor mij ook.

Ik moest verdwijnen. Je hebt het heel goed gedaan.

Ik heb mijn best gedaan.

Maar ik heb je zo gemist.

Wie is dat? Ik begrijp er niets van. -De Koningin, de moeder van de prinses.

Jullie hebben het samen goed gedaan. -Dat is het juist.

Ik moet hier weg. -Je kunt hier niet uit.

Voor mij geldt dat niet. -Waarom niet?

Ik hoor hier nog niet. Ze hebben me geduwd.

Ik moet weg. -Nee, je moet blijven.

Hier is je plaats, naast mij.

Ik weet het. Dat lijkt triest, maar zo is het leven.

We moeten allemaal verdwijnen. Ooit zit iedereen in de Vergeetput.

Ooit is er ook geen Prinses meer. Zij moet ook opgroeien.

Geen Prinses meer?

En ik hier voorgoed?

Er is dus geen uitweg, het is het einde van de wereld.

En waarom zijn al die verhalen er dan? Om vergeten te worden?

Ik ben niet meer waard dan die vrouw die ik ontmoet heb...

aan de deur.

De vrouw aan de deur. Ik weet hoe ik hier weg kom.

De vrouw aan de deur. We vertrekken weer. We zullen zien of er geen Prinses meer is.

Je hebt niet geluisterd. -Ja, maar ik moet gaan.

Je moet haar met rust laten. -Ik moet de wereld redden.

Je bent niks veranderd, nog altijd even koppig.

Het spijt me.

Tot ziens.

Nog iets: Tot ziens, vergetenen. Ik zal me jullie niet herinneren.

Dag Prins, we vergeten jou ook snel. -Tot ziens, excellentie.

Ik begrijp niet waar hij heen ging.

Mag ik jou iets vragen, Pinguïn? -Jawel.

Krab me eens aan mijn kont, ik kan er niet bij.

Weet je zeker dat het die kant op is? -Nu is het die kant op.

En jij blijft hier, je gaat niet mee.

Ieder zijn eigen avontuur. Dit is mijn avontuur. En ze wacht niet.

Weet je iets van weglopers? -Sofia is weggelopen.

In zekere zin. Ik denk dat ze op dat feest is.

Zonder mijn toestemming. -Kom binnen.

Heb je haar gebeld? -Ze neemt niet op.

Ben je ongerust? -Ja.

Maar het is raar, ik had verwacht bozer te zijn.

Ik wil vooral dat haar niks overkomt.

Ze belt wel, ze weet dat je ongerust bent.

Wil je nog iets drinken? -Als het niet stoort?

Geen zorgen. Ik blijf niet lang. -Maar dat is geen probleem.

Ik had zin om even met je te praten.

De cadeaus, de cadeaus...

Dat is voor mijn broertje.

Max, een cadeau. -Voor mij?

Raar cadeau.

Ingepakt in wc-papier. -Gekocht bij Page?

Van wie heb je dat? -Niet van mij.

Maak open, dan kunnen we lachen.

Wat is het? -Laat eens zien.

Laat eens zien, wat is het?

Laat je het nog zien?

Dat moet jij voorstellen. -Dat ben jij precies.

Ik herken je. -Je hebt echt vleugels.

Je bent half mens, half duif.

Hou op, jongens. -Van wie heb je die rommel?

Van mij. -Wat?

Van mij.

Sorry, het is cool. Maak er ook een voor mij.

Voor mij ook, maar dan met pelikaanvleugels.

En ik wil graag met kippendijen.

Zet de muziek maar weer op.

Dit is nieuw voor mij.

Ik heb het idee dat haar puberteit...

Zal ik je iets vertellen?

Het is iets heel anders, maar mijn ouders zijn gescheiden.

Mijn vader was altijd erg aanwezig, het was een supervader.

Toen ik 14 of 15 was, ging dat niet goed. Hij werd onuitstaanbaar.

Ik begreep het pas toen ik wegging.

Hij had alles voor me opgeofferd en niets anders opgebouwd.

Toen ik wegging, liet ik een leegte achter.

En ik had niet om dat offer gevraagd.

Sorry, dat is vast Sofia. Hallo?

Oké, ik kom er meteen aan. Goed?

Ik ga ervan uit dat je een auto hebt. -Een motor.

Vrouw aan de deur, ik weet jouw rol in het verhaal.

Die heb ik niet. -Juist wel.

Ik ga door die deur terug naar de wereld van de verhalen.

Dankzij jou, dat is jouw rol.

Jouw grote rol in het verhaal. Snap je?

En wat doe jij hier? Wat heb ik gezegd?

Ik ben de Prins. De Prinses heeft mij nodig.

Je mag niet te dicht bij haar komen. Dat zijn de regels.

Ik ben de enige die dat recht heeft. Begrepen?

Vooruit.

Weet je het zeker? -Heel zeker, Vrouw aan de deur.

Dat gaat lukken. -Oké. Ik vertrouw je.

Vooruit, klop aan.

Wie is daar? -De Prins.

De Prinsen. -Ga weg.

Ik bedoel: Kom binnen.

Ik bedoel: Kom maar naar buiten.

Mijn god. Ik hoop dat het nog niet te laat is.

We komen er nooit, we zijn aan het eind van de wereld.

Jij kan het niet aan, jongen.

Zolang de slag niet is verloren, is de slag niet verloren.

De Prinses wacht op me, bedankt. -Jij bedankt.

Ik heb eindelijk de moraal begrepen.

Met wat zelfvertrouwen openen alle deuren zich.

Magnifiek. Dankzij jou ben ik nuttig.

Je hebt me gered.

Oké. Ik moet ervandoor.

Heel leuk.

Hé, Broekhoest. -Prins...

Ik zei het al: Er is geen einde. Het gaat altijd door.

Even over zonet. Dat was niet de bedoeling.

Ik neem het je niet kwalijk. -Dank je wel, daar ben ik blij om.

Het is al goed, oude Broekhoest. Het is goed.

Dat is een lange knuffel. -Wat doet hij daar?

Help me met hem. Je bent wel aan het verdwijnen.

Nee, maar. -Geweldig.

Het verbaast me niks. Je bent een mooie jongen...

maar Prins spelen, dat vergt talent, ervaring en zweet.

Zo maak je carrière. Alleen een leuk kapsel is niet genoeg.

Het is jammer voor jou, maar op een zeker moment verdwijn je.

Nu dat geregeld is, hoe gaat het verder?

We gaan naar de Prinses.

Je hoeft me niet per se te volgen.

Ga niet te ver weg, de Vergeetput is lekker dichtbij.

Heel leuk, Broekhoest.

Daar.

Schat.

EEN KLEINE PAPA VOOR DE MENS...

Wat is er gebeurd?

Het spijt me, maar die valhelm kan echt niet.

Oké, dat is geregeld.

Papa, alsjeblieft. -Ik zal die jongen eens even leren...

Ik weet de toegangscode niet.

En ook het adres niet. -Ik ga er liever zelf heen.

Wacht je hier vijf minuten op me?

Geen probleem. Ik ben hier.

Ik sta achter je, zoals altijd.

EEN GROTE PAPA VOOR DE MENSHEID

Wat? -Niks, ik wist dat ze leuk was.

Hallo, Sofia. -Goedenavond.

Ik ga, tot straks.

Check tartaar.

Leuk, 'check tartaar'. Erg grappig.

Ja, dat is...

Dat is iets van vroeger.

Iets kinderachtigs.

Fijn dat je meegaat, Broekhoest.

Graag gedaan, dat spreekt voor zich. Je weet nooit wat er gebeurt.

Max?

Ken ik u? -Ik ben de vader van Sofia.

Ik zal jou eens iets zeggen.

Weet je wat, ik zeg niks tegen je. Dat verdien je niet eens.

Dat weet ik, ik heb een hekel aan mezelf. -We zijn het eens.

Ik ben walgelijk, ik doe maar wat.

Je bent je er tenminste van bewust. Dat is al heel wat.

Heel goed zelfs.

Zo kan het wel weer.

I won't push him in the arms of my daughter.

Not?

You can make an effort.

Is hij er nog?

Je kunt zeggen wat je wilt, maar hij is wel volhardend.

Onuitstaanbaar, bedoel je.

Wat doet hij? -Geen idee.

Hij is aan het spelen. -Volgens mij wil hij iets zeggen.

Je meent het.

Hij is wel atletisch.

Voor een jongen van 11... Stel je voor.

Het is zeker geen verkeerde jongen.

Dat was niet gek. Dat moet ik toegeven.

DEUR GESLOTEN HOUDEN KANS OP WINDSTOTEN

Momentje. Wacht even.

Je geeft het niet op, hè?

Als we terug zijn, regel ik alles. Jij blijft op de achtergrond.

Gezien je conditie... -Het gaat al beter.

Natuurlijk, dat zeg je altijd.

Ik ben uitgeput. -Ik ook, ik kan niet meer.

Ik ben aan het hyperventileren. -Ik voel me al een stuk beter.

Moeten we nog even rusten? -Nee, doorgaan.

Vooruit. Voor de dapperen is niets onmogelijk.

Wat doe je nu? -Ik kom zo. Ik rust even uit.

Ik kom zo achter je aan. -Zeker?

Vooruit, ik kom zo.

Ik wil best even wachten.

Om de waarheid te zeggen...

Ze is weggegaan, ik weet niet waarheen. -Niet?

Ze is teruggekomen. -Teruggekomen?

Naar het feest of teruggekomen op mij? -Allebei.

Ze wou in elk geval met je praten. -Vast om het uit te maken.

Wat zou je tegen haar willen zeggen? -Dat weet ik niet.

'Pardon, het spijt me?' -Dat is al heel goed.

Dat is al een begin. -Welnee. Dat is helemaal niet goed.

Dat is niet genoeg, denk eens na.

Verzin iets leuks. -Wat dan?

Verzin een leuk verhaal.

'Voor de dapperen is niets onmogelijk.' -Meent u dat?

Waarom niet? -Wat een uitdrukking.

Het is niet ingewikkeld. Je hoeft alleen maar te zeggen...

Je hoeft alleen maar te zeggen...

Ik weet het niet. Ik kan niks leuks verzinnen.

Ik weet ook niet wat ik heb. -Soms is het genoeg...

om er alleen maar te zijn.

Waar het om gaat, is hoe je haar dan aankijkt.

Hoe je aandacht aan haar besteedt.

Zodat ze weet wat je van haar vindt. -Oké.

Wat is er aan de hand? -Ik kan niet meer.

U wordt helemaal doorzichtig.

Ik ben opeens helemaal terug. Grappig.

Heel grappig, ik lach me dood.

Vooruit, we zijn er bijna.

Zal ik u helpen?

Hou u maar aan mij vast.

Nee, ga jij maar.

Ik kom de volgende keer wel. -Wat gebeurt er?

Niets.

Ga maar naar de Prinses. Het is jouw beurt.

Het is jouw beurt, jongen.

Vooruit, schiet op.

Vooruit, Prins.

Ga maar.

Moet ik vragen of ze hier komt?

Ze doet wel wat ze zelf wil. Oké?

Dus als ik niks zeg, is dat goed. -Inderdaad.

Zeg maar niks, dat is beter.

Zullen we gaan? -En Sofia dan?

Die belt wel als ze me nodig heeft.

Het is voorgoed afgelopen, Broekhoest.

Ik begrijp het niet. Je zei dat het nooit voorgoed afgelopen was.

Ik heb me vergist.

Dit keer...

zijn we echt aan het einde gekomen.

Dus zelfs jou kunnen we niet vertrouwen. -Het spijt me.

Het spijt me echt dat je dat dacht.

Mag ik m'n hoofd daar neerleggen? -Natuurlijk.

NACHT

15 JAAR ZIJN VERSTREKEN

ALS IN EEN OOGWENK

onzichtbare vogels

ONZICHTBARE VOGELS (DETAIL)

Schat, het is zover.

ZE LEEFDEN NOG LANG...

EN KREGEN VEEL... GELUKKIG

Alles goed? -Ja, alles goed.

Ik bedoel: Dat komt wel.

Tot zo.

Hallo, Esther.

Sst, je maakt je moeder wakker.

Je moet slapen, het is laat.

Het is nacht.

Wil je niet slapen? Je bent een deugniet.

Zal ik je een verhaaltje vertellen?

Maar daarna moet je wel gaan slapen.

Het is het verhaal van de Vergetenen.

Een mooi verhaal, dat zul je merken.

Het begint allemaal op een donkere avond, net als vanavond.

Een maanloze nacht.

Doe nu je ogen maar dicht.

Er was eens een plek waar lange tijd stilte heerste.

De Wereld van de Vergetenen.

Maar die nacht klonk er een stem.

Attentie, het verhaal begint over drie minuten. Ik herhaal: drie minuten.

Alle Vergetenen moeten naar de set komen.

En alsof ze terugkwamen uit de wereld van het duister...

werden alle personages wakker, de een na de ander.

Iedereen stond weer op en moest klaarstaan...

om door te gaan met de verhalen.

Vooruit opstaan, stelletje nietsnutten.

Opschieten, niet treuzelen. Kletsen kan later wel.

Begin van het verhaal over twee minuten.

Vooruit jongens, we beginnen weer.

Begin van het verhaal over één minuut. Ik herhaal: over één minuut.

Zitten jullie hier? We hebben jullie overal gezocht.

Hallo? Heb je de aankondiging niet gehoord?

Vooruit, we hebben jullie nodig.

Begin van het verhaal over 30 seconden.

Ja, het begint weer.

Heb ik lang geslapen?

Begin van het verhaal over 5, 4, 3, 2, 1...

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.