Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Dag, Bill. - Hé, Tommy.
Hoe gaat het met jou en Betsy? - Uitstekend.
Zei jij niet onlangs dat je iets anders wilde?
Niet precies.
Ik heb het naar m'n zin op de stichting, maar ik kan de eindjes niet aan elkaar knopen.
Er komt een plek vrij op de pr-afdeling bij mij op het werk.
Hoe betaalt het? - Dat weet ik niet.
Rond de acht- of tienduizend. Zoiets.
Dat spreekt me wel aan. Maar ik weet niets van public relations.
Wie wel? Je trekt 'n schoon hemd aan, gaat elke dag in bad en klaar is Kees.
Laat ik het maar niet doen. Maar toch bedankt.
Misschien maar beter zo.
Je zou je toch niet op je gemak voelen tussen al dat chroom.
Tommy.
Hoe was je dag?
Niet zo goed, helaas.
De wasmachine is er voorgoed mee opgehouden.
Kan hij niet gemaakt worden? - Nee. Nu is hij echt kapot.
Hoeveel kost een nieuwe? - Rond de 250.
En Barbara heeft de waterpokken.
O, jee.
Dan koop ik iets voor haar. Hoe voelt ze zich?
Het gelukkigste gestippelde meisje in Connecticut.
Dag, pappie. - Dag, Pete.
Barbara heeft de waterpokken en nu krijgen we het allemaal.
Misschien ook niet. - Dat heeft mama beloofd.
Dat zegt de dokter. - Hopla.
Dan moeten we de hele dag in bed blijven. - Dat wil ik jou nog wel 's zien doen.
Janey wil haar verzameling stenen mee naar bed nemen.
Help mama eten klaarmaken voor papa. - Ik neem Millie mee naar bed.
Zo. - Ik heb de pokken.
Waterpokken. Je hoeft het niet nog erger te maken.
Heb je ze er niet zelf op geschilderd? - Echt niet. Ik heb ze overal.
In dat geval... - Dank je, pappie.
En hoe gaat het met jou? - Gaat ze dood?
Nee, je gaat niet dood van waterpokken.
Heb jij de waterpokken gehad? - Ja, en jij?
Ik weet het niet meer. - Daar kom je snel genoeg achter.
Daar ben ik juist bang voor. Ga maar naar beneden.
Ik denk dat ze doodgaat. - Houd je nou 's op?
Maak er ook een voor mij klaar, dat heb ik wel nodig.
Volgens mij gaat ze nu dood.
Wat doe je met hem? - Hij gaat mee naar bed.
Maar hij is vuil. - Ik ga hem eerst wassen in de badkuip.
Janey krijgt alles. Ik mag nooit iets.
Jij pakt alleen dingen van me af.
Ik loop weg en dan zie je me nooit meer terug.
Ik loop heel ver weg en voor mijn part ga je dood.
Al ga je 'n miljoen keer dood.
Luister. - Jij mag ook dood.
Ik loop nu weg.
Maar wij twee zijn toch maatjes?
Ik ben je maatje niet. Ga maar dood. Iedereen moet dood.
Houd je mond.
Wat een stel necrofielen.
Ze zijn alleen een beetje hangerig.
Dag, Alfred.
Ik had je op kantoor gebeld, maar je was net weg.
Het gaat over de erfenis.
Het valt helaas erg tegen.
Meer is het niet?
Goed.
Nog bedankt in ieder geval.
Dag, Alfred.
Ga hier maar even voor zitten.
Voor de dag ermee.
Dat was Alfred.
Oma heeft ons in feite niets nagelaten. - Niets?
Op dat ouwe huis na. En daar rust 'n hypotheek op van 10.000 dollar.
En het geld van opa dan?
Dat is ze kennelijk kwijtgeraakt.
Dat is een flinke tegenvaller. Wat kunnen we voor dat huis krijgen?
Ze hebben al een bod gehad. 20.000.
Maar het huis heeft 150.000 gekost.
Dat is 50 jaar geleden. Niemand wil er nog zo'n krot.
Pak de boter even. - Dat huis is niet mooi oud geworden.
Wil je het verkopen? - Wat vind jij dat we moeten doen?
Als dat het beste bod is dat we krijgen...
Dag. - Dag, lieverd.
Stuur 'n kaartje als je er bent.
M'n handschoenen.
We moeten een jaar of twee wachten tot we er iets beters mee kunnen doen.
Weet je hoeveel het kost aan onderhoud?
Rond de 6000 dollar per jaar, en ik heb 'n jaarsalaris van 7000.
Maar dat zal toch wel 's veranderen. - Ik kan ook minder gaan verdienen.
Zo kun je niet denken.
Je moet geloven dat het beter zal gaan. Door promotie, of nieuwe kansen.
Meevallers.
Zo is het leven: hoop en meevallers.
Je kunt het niet zomaar over je heen laten komen.
We moeten het verkopen en het geld op de bank zetten of zo.
Stel je voor dat ik opeens doodga.
Dan ga ik ook dood. - En de kinderen dan?
De gedachte alleen al.
Denk je dat je altijd bij de stichting blijft?
Natuurlijk niet, maar het is 'n heel zekere aanstelling.
Ik heb 'n idee:
We verkopen oma's en ons huis en dan kopen we 'n mooi huis in 'n mooie buurt.
Daar gaan we weer. - Waarom niet?
Als we hier 15.000 voor krijgen en de rest aanvullen met oma's...
Begrijp je het dan niet? - Ik heb 'n vreselijke hekel aan dit huis.
Het is lelijk, deprimerend en vooral zo uitgebrand.
Voel je dat dan niet? - Het is geen paleis.
Het is 'n kerkhof van alle dingen waar we het vroeger over hadden.
Geluk, lol, ambitie. Ik wil hier weg.
Maar als we het op de bank zetten... - En voor altijd hier blijven?
Betsy, veel mensen zijn er slechter aan toe dan wij.
Niet waar. Dat lijkt alleen maar zo.
Dit is geen gelukkig huis.
Dat is niet waar. - Sinds de oorlog.
Houd toch op over de oorlog. Die is al tien jaar voorbij.
Daar geloof ik niets van. Voor jou niet, of je dat nou doorhebt of niet.
Ik vind dit geen goed moment om risico's te nemen.
Als het niet door de oorlog komt, waardoor ben je dan wel veranderd?
Hoe bedoel je dat?
Weet ik niet. Je hebt geen lef meer en ik schaam me opeens voor je.
Wil je er nog een? - Nee, bedankt.
Wat zeg je nu? - Bedankt, papa.
Welterusten. - Welterusten, papa.
Is ze dood?
Ga slapen.
Die baan bij UBC...
Ik kan 'n afspraak voor je regelen.
Vind je dat niet vervelend? - Helemaal niet. Zeg maar wanneer.
Ik bel je er nog over. - Ik hoor het wel.
Zie je die jassen? - We kunnen beter verder trekken.
We moeten die jassen hebben, Hank.
Ze zitten hier overal.
Ik bevries.
Hoeveel zie je er?
Twee.
Als ik die jas niet krijg, ga ik toch dood.
Goed dan.
Waar is je geweer?
Achter de muur.
Ik ga het halen.
Snel, er komen anderen aan. - Hij is niet dood, hij maakte net geluid.
Steek hem dan dood. We moeten gaan.
Schiet op, we moeten gaan. Ze komen er aan.
Ik zal er nooit aan wennen.
Waaraan?
Dat de Brooklyn Dodgers wereldkampioen zijn.
TWEEDE LEGERKORPS HOOFDKWARTIER - ROME
M'n jongens maken me af. - We kunnen er niet omheen.
Wanneer vertrekken we, kapitein? - Veel succes.
We vertrekken over 'n week.
Onze koffers zijn gepakt.
Maar we gaan niet naar huis.
Maakt u een grapje?
Er schijnt nog 'n oorlog te zijn in de Stille Zuidzee.
Daar gaan we nu heen.
Hoezo? Dat is iets voor de marine. - Dat kunnen ze ons niet aandoen.
Ik weet er evenveel van als jullie. Bedaar nou maar.
Weet u wat soldaten op zo'n moment nodig hebben?
Een lekker beetje vino.
Wacht even.
Je komt meteen terug. Anders slaan we de boel kort en klein.
Ik laat je echt niet in de steek, hoor.
Zijn we al op de post?
Daar moet u niet heen als u in zo'n bui bent.
Ik weet wel iets om u op te beuren.
Hopelijk. - Ik wil terug naar de post.
We gingen hier iets vieren.
We willen toch niet nog zwaarmoediger terug naar de post?
Niet slecht, hè?
Geef Maria een hand.
Zou jij soms mijn weduwe willen worden?
Wil je iets liefs voor me doen? - Wat je maar wilt.
Wil je niet meer van die dingen zeggen?
Je wilt de dingen niet onder ogen zien.
We hebben zo lekker gegeten, met wijn en muziek,
en rijden nu zo mooi in het maanlicht.
We kunnen nu toch niet over de dood praten?
Je hebt het zeker liever over de liefde.
Alles, behalve de dood.
Prima. Ik houd van je.
Je mag me graag. - Ik zei dat ik van je hield.
Je houdt niet zo snel van iemand.
Waarom niet? Zit de liefde in Italië vast aan een tijdschema?
Nee, ik wil nu alleen iets wat ik kan geloven.
Bijvoorbeeld dat je me graag mag.
Of dat je me knap vindt.
Iets wat ik vanavond kan geloven.
Maar geen liefde.
Niet na maar één etentje.
Ik mag je heel graag, Maria.
Je bent niet zomaar knap. Je bent beeldschoon.
Dat is het mooie aan de avond.
Ik word hoe later hoe mooier.
Wacht even.
Ga maar weg.
Ik woon niet zo mooi.
En niets doet het nog.
Ik heb 'n kaars.
Gaat het?
Ik dacht even na.
Misschien laat ik m'n testament veranderen en laat ik alles aan jou na.
Daar heb ik niets aan. Dat duurt nog zo lang. - Nee, hoor.
Toe nou, je hebt het beloofd.
Het spijt me.
Ik wil wel iets anders.
Wat dan?
Iets te eten.
Alweer? - Niet nu.
Misschien kun je me een beetje Smac geven.
Smac? - Zou dat kunnen?
Wil je echt Smac?
Dan heb ik morgen te eten.
Wie woont er hier nog meer?
Gina met haar moeder. - Geen mannen?
Die zijn allemaal dood.
En jouw familie? - Die zijn ook dood.
Alleen jullie drieën dan? - En het broertje van Gina.
En die houden allemaal van Smac?
Alles wat in blikjes en dozen zit.
Ik ga het nu voor je halen.
Nee, nu niet.
Morgenochtend, is dat goed?
En?
Het feest is voorbij. - Wanneer?
We vertrekken morgen.
Naar huis? - Je weet wel beter.
We mogen niet klagen.
Niemand krijgt zomaar zes weken vrij, zeker niet in Rome.
Gaat u naar Maria? - Natuurlijk. Maar wel alleen.
Denkt u dat ik helemaal geen tact heb?
Ik wou je niet beledigen.
Maar Miss Montagna en ik willen de laatste dag met ons tweetjes doorbrengen.
Dacht u soms dat ik in het Colosseum afscheid ging nemen van Gina?
Sta op. Ik heb eindelijk die jeep te pakken.
Een jeep? Maar het gaat regenen.
We kunnen toch best gaan picknicken in de regen?
Waar is mijn trui? - Achter het gordijn.
Zet hier maar neer.
Je hebt vorige week al zoveel gebracht. - Ga snel de rest halen.
Kleed je je aan of niet?
Je moest 's zien wat Gardella voor Gina heeft.
Ik ben heus geen lieverdje, maar zoveel hoef je ook weer niet mee te pikken.
Waar gaan we heen? - Kan ik niet zeggen, want dat weet ik niet.
We maken er een mysterieuze picknick van, goed?
We laten het aan de jeep over waar we terecht komen.
Mooier kan gewoon niet.
De regen die op het dak klettert en een mooi meisje dat me warm houdt.
Heb je hier last van?
Vast wel, maar ik heb er geen bezwaar tegen.
Daartegen ook niet.
Kun je zingen? - Nee.
Maar je kunt wel rijden. - Ja, dat wel.
Goed, jij rijdt en ik zing.
Lukt het?
Stond ik op je teen?
Er gaat niets boven zingen in de regen.
Wat wil je graag horen? Boola Boola?
Of I'm a Ramblin' Wreck from Georgia Tech?
Vandaag is je laatste dag, hè?
Ja, we vertrekken morgen.
Ik wist het.
Iedereen die ik ken, gaat dood of gaat weg.
Ik wilde het vanavond vertellen.
De laatste avond.
En daarna zal ik je nooit meer zien.
En je zult niet lang aan me terugdenken.
Je weet wel beter. - Hoe lang?
Als je dat meent, weet je niet hoeveel je voor me betekent.
Zeg dan, hoe lang?
Zo lang ik leef.
Ook als je straks terug bij je vrouw bent?
Kon ik je maar vergeten. Dat zou beter zijn.
Maar ik weet dat dat me nooit zal lukken.
Geloof je nog steeds dat je in de Stille Zuidzee...
Om zal komen? - Nee toch?
Nee, dat geloof ik niet meer. Ik denk niet meer aan de toekomst.
Ook niet aan het verleden. Alleen aan dit moment.
Wat denk je van dit moment?
Ik zou dit moment nergens voor inruilen.
Een warm vuur, de wind en de regen buiten, een goede fles wijn.
En ik ben met jou.
Ik zou er niet tegen kunnen als je wegging zonder echt van me gehouden te hebben.
Dan kun je net zo goed de kamer verduisteren.
Ik zou niets meer kunnen zien.
Wat zal je echt bijblijven?
Eerst dit moment. - En verder?
Jij. - Ik bedoel, welke andere momenten?
De allereerste keer dat ik je zag.
Niet heel duidelijk, maar genoeg.
En die avond...
toen ik opeens wist dat het voor jou ook serieus was.
En alle keren sindsdien.
Ik voelde me zo eenzaam.
Als je eens wist.
Ik kan je niet vertellen hoe eenzaam ik toen was.
Maar ik denk niet dat ik ooit nog eenzaam zal zijn.
Ik geloof dat ik nu iemand voor mezelf krijg. Mijn kind.
Ben je in verwachting? - Ik denk het wel.
Wil je het ook? - Ik bid er dag en nacht om.
Ook al... - Er komt geen 'ook al' bij kijken.
Ik wil mijn kindje.
Zodat ik van hem kan houden en hij van mij,
hopelijk tot ik sterf.
Zal ik vandaag een afspraak voor je regelen?
Waarom niet? - Hoe laat?
Om twaalf uur komt mij het beste uit.
Ik bel Gordon Walker, de afdelingschef. Spreek ik je later.
Dank je wel. Ik zit de hele ochtend aan m'n bureau.
Waar is de juridische afdeling? - Op de 25ste etage.
Waar is de public relations? - Op de 36ste etage.
Hoe gaat het, Mr Rath? Gaat u zitten.
Uw vriend Bill Hawthorne spreekt met veel lof over u.
Ik weet nog dat Bill tien jaar geleden bij ons kwam werken.
Hij begon bij de radio-afdeling.
Daarna ging hij naar de 19de etage.
Toen naar de reclame-afdeling.
Gek, hè? - Het ziet er heel comfortabel uit.
Ik moet veel rust nemen van mijn dokter, en dat doe ik onder andere zo.
Waarom wilt u bij UBC werken?
Ik wil graag meer geld verdienen.
Dat is een heel zinvol en verfrissend antwoord.
Ik wil ook graag een baan met meer ruimte om door te groeien dan bij de stichting.
Kunt u schrijven?
Ik schrijf meestal de verslagen en dergelijke bij de stichting.
Goed, luistert u eens.
Gaat u die kamer in, doe de deur achter u dicht,
en schrijf een uur lang uw autobiografie op.
Alles wat er maar in u opkomt, een uur lang.
Moet ik 'n bepaalde lijn volgen?
Leg uzelf aan ons uit. Neem uw leven door.
Vertel wat voor iemand u bent en waarom we u moeten aannemen.
Ik zal het proberen.
Op het eind vult u deze zin aan:
'Wat u vooral over mij moet weten is...'
Precies.
Het is nu vijf voor twaalf. Probeer om een uur klaar te zijn.
Het blijft natuurlijk allemaal volledig vertrouwelijk.
WAT U VOORAL OVER MIJ MOET WETEN IS
Goed, mannen.
We springen als het licht groen is.
We verzamelen ons in de noordoostelijke hoek van de dropzone.
Je doel is de pas.
Neem die in en houd hem vast tot de grondtroepen van het strand komen.
Het licht staat aan.
Klaar?
Sta op.
Haak je vast.
Daar gaan we.
Kom op, jongens. Snel, mannen.
Als we die mortieren niet uitschakelen, gaan we er allemaal aan.
Verspreiden.
Daarboven, links. Kleine bunker. Duik achter die boom en schiet er op los.
Nu.
Jullie twee nemen de bunker in.
Die zijn van het eerste peloton.
Waar zou Hank zijn?
Maak rook voor me.
Geef dekking.
Hij zit ergens tussen die rotsen.
Geef dekking.
Kijk uit, Hank. - Tom?
Voor je.
Haal hem, ik geef dekking.
Hospik.
Het komt wel goed. Ik haal iemand voor je.
We zijn er zo.
Laat er een hospik komen.
Kijk hem dan eens.
Hospik.
Kom hier.
Snel.
Leg hem aan de kant. Hij is dood.
Niet waar. Kijk dan goed.
Ik leg hem wel aan de kant. - Blijf van hem af. Ik zoek 'n echte dokter.
Jongens, kom even hier.
U kunt beter even gaan rusten. Die man is dood.
Eerst moet een echte dokter hem onderzoeken.
Laat hem maar, dokter. Straks raakt er nog iemand gewond.
Kan ik u helpen?
Ik zoek 'n hospik. - Er komt net 'n hospitaalschip.
Zal ik hem voor u dragen? U ziet er uitgeput uit.
Nee, dat hoeft niet.
Geef maar.
Hij is dood.
Dat is hij niet.
U hebt gelijk. We geloven het pas als een dokter het zegt.
Je legt hem niet bij de doden. - Helemaal niet.
Ik leg hem hier naast u, zodat u zelf voor hem kunt zorgen.
Tot we weten hoe we hem het beste kunnen helpen.
Blijft u bij hem, dan ga ik iemand halen.
Doet u dat voor mij? Goed zo.
Blijft u bij uw vriend, dat zou hij graag willen.
Dan ga ik de beste dokter halen, zodat we zeker weten wat er aan de hand is.
Dank je, sergeant.
En rust u zelf ook uit.
Goed, Bill. Ik stuur je er een memo over.
Bent u klaar?
Is dit alles? - Ja.
U hebt nog twaalf minuten.
Alles wat ik belangrijk vind, staat er.
'Wat u vooral over mij moet weten,
wat de United Broadcasting Corporation betreft,
is dat ik solliciteer naar een functie bij public relations.'
'Ik ben van mening dat ik na een redelijke inwerkperiode goed werk kan leveren.'
'Ik sta klaar om alle relevante vragen te beantwoorden,
maar na nagedacht te hebben
ben ik er niet van overtuigd dat verdere uitweiding over mijn belangrijkheid
van werkelijke waarde kan zijn voor de United Broadcasting Corporation.'
Was er anders nog iets?
Nee. We bellen u nog over onze beslissing.
Tot ziens, bedankt.
Bill Hawthorne zei gisteren dat er een baan vrijkwam bij UBC.
Ik ben er vanmiddag wezen praten.
Het spijt me heel erg van gisteravond.
Misschien vroeg ik er wel om.
Wat is er toch met ons? Komt het door mij?
Er is niets mis met ons.
We moeten niet te veel in een ruzietje lezen.
We hebben alle reden om gelukkig te zijn.
Je hebt een goede baan.
We hebben drie leuke kinderen en we houden van elkaar.
Het ligt vast aan het huis.
Hoeveel verdient die nieuwe baan?
Rond de acht- à tienduizend. - Weet je wat ik leuk zou vinden?
Ik heb die baan nog niet, hoor. - Nee, maar dat komt nog wel.
Laten we ergens heengaan. Zou dat niet fijn zijn?
Als ik hem krijg.
Misschien dat huisje in Vermont waar ik 't over had.
Ik regel morgen 'n oppas.
Laten we onze koffers nog even niet pakken.
Eerst kijken of het wat wordt.
Maar afgezien van het geld,
weet je wat ik echt zou willen?
Nou?
Ik zou iets willen doen, wat het ook maar is, waardoor jij...
nou...
een beetje trots op me werd.
Ik weet niet wat UBC wou, maar ik vind dat heel belangrijk.
Als je ze gezegd had dat...
Niet te geloven.
Naar boven.
Petey, je weet wel beter.
Zeg dat ding uit alsjeblieft.
Hoorde je niet wat je moeder zei?
Het is ook steeds dezelfde film.
Ik kom zo.
Ik begrijp niet waarom hij het niet zoals altijd aan jou overlaat.
Of waarom hij erop staat om iemand buiten de organisatie te zoeken.
Vertrouwt hij ons soms niet meer?
Mr Thomas Rath.
Laat hem binnenkomen.
Hoe gaat het? - Goedemorgen.
Bill Ogden, de assistent van Mr Hopkins. - Hoe gaat 't?
Uitstekend, dank u.
Mr Hopkins was onder de indruk van je sollicitatie.
Ralph Hopkins? - Ken je hem?
Nee, maar ik heb veel over hem gehoord.
Ralph zal je verder zelf inlichten over dit persoonlijke project van hem.
Hij is er persoonlijk bij betrokken.
Geestelijke gezondheid.
Ga verder.
Het is een nationale campagne.
Maar hij vertelt je er zelf wel over.
Ralph? - Goedemorgen, Gordon.
Thomas Rath is er. Wanneer schikt het je ons te ontvangen?
Kom nu maar. Ik ben hier zo klaar mee.
Hij is maar 'n klein beetje hoger.
Uw hart klinkt verder goed. - Gelukkig.
Maar u hebt klachten gehad en ik blijf erop aandringen dat u het rustiger aan moet doen.
Ik heb veel rust gehad. - U moet veel minder werken.
Slaap langer. Kom rond elf uur naar kantoor.
En ga rond vieren weg.
En laat al die hobby's maar even zitten. Niet dat u naar me zult luisteren.
Natuurlijk wel. En bedankt dat u bent langsgekomen.
Geen probleem. Tot ziens. - Dag.
Ja, meneer?
Laat Mr Rath, Mr Walker en Mr Ogden binnenkomen.
Goedemorgen, jongens.
Fijn dat u kon komen. U hebt 't vast druk.
Hoe gaat 't? - Prima.
Ben je nog verkouden, Bill? - Dat gaat 'n stuk beter.
Gelukkig maar, want je klonk niet goed. Luncht u met ons, Mr Rath?
Graag. - Uitstekend.
Ik heb zoveel afspraken vanmiddag. Daisy, we gaan lunchen.
Kunt u eerst 'n telefoontje van Mrs Hopkins aannemen?
Kun je even wachten?
Gaan jullie alvast, ik kom zo. - Natuurlijk.
Neem me niet kwalijk. - Bent u mal.
Dag lieve, hoe gaat het? - Kan ik je spreken? Het gaat om Susan.
Wat is er dan? - Van alles.
Ze zei net dat ze niet naar de universiteit wil. Ik weet niet meer wat ik moet.
Ik ben er vanavond. Komt je dat uit?
Niet wegblijven, hoor. - Nee.
We vinden er vast wel een oplossing voor.
Ik reken op je.
Er liggen meer psychiatrische patiënten in 't ziekenhuis
dan alle kanker-, hart- en poliogevallen bij elkaar.
Dat wist ik niet. - Dat weet ik van die dokters.
Dat is 'n prima idee, om 't onderzoek te financieren. En verder?
We moeten stimuleren dat psychiatrische ziekenhuizen meer geld krijgen.
Dat kan geregeld worden. - Ook lokaal is veel mogelijk.
Zo kunnen er buurtklinieken en psychiatrische klinieken worden opgezet.
Als preventieve maatregelen.
Hoe ziet u dat?
Hoe zie ik wat?
Hoe kunnen wij buurtklinieken opzetten?
Dat weet ik zo snel even niet. Ik weet hier pas een uur vanaf.
Maar de plaatselijke klinieken zijn 'n optie.
Daar ben ik het mee eens. - Uitstekend idee.
Het is nog te vroeg dag om hier in detail op in te kunnen gaan.
U zult me moeten verontschuldigen. Ik heb 'n heel belangrijke afspraak.
Ik stel het enorm op prijs dat u gekomen bent.
Het was me 'n genoegen, en ik heb er veel aan gehad.
Ik hoop u zeer spoedig weer te zien. Tot ziens.
Wacht u even hier?
Deze baan betaalt niet uitermate goed.
Op hoeveel komt het neer?
Wij hadden een bedrag van rond de 7000 in gedachten.
Daar heb ik niet veel aan. Zoveel verdien ik al.
Dat weet ik. Hoeveel had u gewild?
Ik vind deze baan minstens 10.000 dollar waard.
Dat gaat echt niet, vrees ik. - 7000 ook niet, wat mij betreft.
We kibbelen liever niet over geld.
Als iemand echt graag voor UBC wil werken, is dat niet nodig.
Dat is uw goed recht natuurlijk,
maar u kunt niet verwachten dat ik alleen van baan verwissel omdat ik zo graag bij UBC wil.
Er kan nu toch niets besloten worden. We wilden even toetsen hoe u erover dacht.
Prima, ik heb geen haast.
U hoort nog van ons. Hartelijk dank.
Ik zou er niet al te veel op rekenen. Er bestaan nog geen definitieve plannen over.
Dat begrijp ik. Bedankt voor de lunch.
Hoeveel denk je?
Acht?
Negen, zou ik zeggen.
Hij wil zeker het verschil delen.
Ja?
Ik ben Mr Hopkins. - Neemt u me niet kwalijk.
Hoe lang werkt u hier al? - Twee maanden.
Zeg tegen Mrs Hopkins dat ik er ben.
Dag, lieve.
Wat zie je er goed uit.
Ik ben vreselijk ongerust.
Wil je 'n drankje? - Nee, dank je.
Wanneer heb je Susan voor 't laatst gezien?
Ongeveer 'n maand geleden.
Ze wordt een heel mooie meid.
Heb je enig idee wat voor leven ze op haar 18de leidt?
Nee, maar... - Ze woont in nachtclubs.
Gaan niet alle welgestelde meisjes zo'n fase door?
Ze is niet welgesteld, ze is heel rijk.
Het is jouw dochter, met jouw achternaam. Ze is 'n beroemdheid in die smerige kringen.
En het is zo onaangenaam om haar zo te zien.
Een beroemdheid. - En die mannen van haar.
Nooit een jongen van haar eigen leeftijd of iemand van haar stand.
De man met wie ze meestal haar tijd doorbrengt is ouder dan ik.
Wie is dat?
Byron Holgate heet hij.
Hij is 'n overblijfsel van de jaren '20, en blijft maar trouwen en scheiden.
Een verschrikking. - Hij staat bekend als idioot.
Hij staat zelfs in de roddelrubrieken.
Wat bezielt haar om met zo'n sukkel om te gaan?
Ik vind het naar, maar ik vrees dat het antwoord is dat ze met hem wil trouwen.
Dat kan ik niet geloven. Dat gaat er echt niet in.
Dan heb je die schrijver nog.
45 jaar, drie kinderen en een vrouw, met wie hij niet meer samenwoont.
Vorige week was ze bij de opening van z'n nieuwe stuk
en daarna hebben ze de hele nacht doorgefeest tot de kritieken uitkwamen.
En hoe heet hij? - Michael Patterson.
Die ken ik ook.
Gezien de kritieken was dat vast geen leuk feest.
Waarom laat je haar uitgaan met zulke lui? - Ik kan haar toch niet opsluiten?
Heb je 'n serieus gesprek met haar gehad? - Natuurlijk.
'Mama, ' zegt ze, 'doe niet zo middeleeuws.' En...
En wat?
En wie ik ben om haar raad te geven terwijl m'n eigen huwelijk mislukt is.
Zo waar is dat niet.
Daar gaat het niet om. Ik krijg geen voet meer aan wal bij haar.
We moeten strenger tegen haar worden. Ik zal haar meteen spreken.
Als je het maar niet daarna weer vergeet.
Je moet echt iets doen.
Nu kun je alles goedmaken wat je vroeger niet hebt gedaan.
Het was zo'n lief kind toen ze klein was.
Zij en Bobby waren allebei zo braaf en lief.
Het waren geweldige kinderen.
Je hebt Bobby eigenlijk nooit echt gekend.
Hij had karakter, haalde altijd goede cijfers en raakte nooit in de problemen.
Hij had officier kunnen worden, maar hij koos ervoor om dienst te nemen.
Hij vond dat eerlijker.
Heb je dat ooit geweten?
Natuurlijk, lieve.
Ik wist wel het een en ander van hem.
Ik heb net geluncht met een jongeman die me aan hem deed denken.
Zelfde ogen, zelfde mond.
Zelfde soort glimlach.
Maar Susan is me de baas en ik vraag om je hulp.
Dat heb ik al jaren niet meer gedaan.
Maar ik ben aan het eind van mijn Latijn.
Ik weet niet wat ik anders nog kan doen.
Ik kan niet verlangen dat je erin slaagt.
Maar je moet het wel proberen.
Het is ook jouw dochter. Dus geef haar evenveel tijd en aandacht
als je zakenvoorstellen, 'n nieuw station of een van je zondagavondprogramma's.
Ik zal alles doen wat ik kan.
Ik bel haar vanavond en dan spreek ik je morgen weer.
Als je dat niet doet, Ralph...
Als je je nu niet inzet,
wil ik je nooit meer zien.
Maar ik doe het wel, lieve.
Dat beloof ik je.
Je hebt een beetje koorts. Heb je vlekken?
Ik heb er hier een, en op mijn linkerbeen.
Waarom heb ik ze nou niet als kind gehad?
Over kinderen gesproken, ik heb de onze de hele avond niet gehoord.
Dat komt door die oppas, Mrs Manter. Ik had haar toch nodig.
Ze zijn als de dood voor haar. Je had ze moeten zien.
Kom 's even zitten.
Ik heb het helemaal uitgestippeld. - Wat dan?
We verkopen dit huis en gaan in het huis van oma wonen.
Laat me nou eerst even uitpraten.
Goed, zeg het maar.
We gaan even in het huis van oma wonen tot ik weet wat we daarna gaan doen.
Hoezo? - Oma heeft ons 23 akkers nagelaten.
Weet je wat ze daar krijgen voor een akker? 5000 dollar per stuk.
Je kunt 't niet opsplitsen. Dat mag niet zomaar.
De wetgeving verandert de hele tijd tegenwoordig.
Maar daar kunnen we pas iets aan doen als we daar echt wonen.
En daarna kunnen we 't land opverdelen,
met leningen huizen laten bouwen, en er minstens 100.000 dollar aan verdienen.
En te bedenken dat we vorige week nog in staat van armoede verkeerden.
Ik maak geen grapje.
Mag ik je wat vragen? - Natuurlijk.
We wonen in die stal en geven al dat geld uit,
en wachten op die 100.000 dollar. Waar eten we ondertussen van?
Van jouw salaris bij UBC.
Maar ik heb geen baan bij UBC en die krijg ik ook niet.
Ik ga er alleen heen als ik er meer ga verdienen.
Maar dat kun je ook, als je wilt.
Wat bedoel je, als ik wil?
Ze waren niet over je salaris begonnen als Mr Hopkins je niet wilde.
En als Mr Hopkins je wil, dan krijgt ie je ook,
en voor 10.000 dollar als je...
je zenuwen de baas blijft.
Ik ga beneden een glas melk halen.
Moeten jullie niet naar bed? - Nog heel even.
Zet dat ding uit, Barbara.
Hij gaat hem zo vermoorden.
Hoorde je wat ik zei?
Zijn jullie nou weer uit bed?
Als ik jullie nog een keer hier beneden zie...
Mr Rath. - Mrs Manter.
Ik krijg ze er nog wel onder.
Ik heb er zelf acht dus ik weet wel raad met ze.
Op een dag kregen ze allemaal de mazelen. Weet u wat ik deed?
Wat?
Ik brak m'n been, en m'n man was er ook niet.
Wat deed u toen?
Wat schreeuwt u nou? Ik hoor u heus wel.
Ik liet me niet uit het veld slaan. Ik bond m'n been vast aan de stoel en beende zo rond.
Ik heb gewerkt als een wervelwind die dag.
Geweldig.
Dag.
Jij bent nergens bang van, hè?
Alleen van jou.
Van mij?
Ik ben heel ziek, weet je nog? Ik heb koorts.
Vooruit. Ik sla je echt niet.
Je bent veranderd, na de oorlog.
Dat kan wel kloppen.
Ik was wat dit land nodig heeft, een verplicht soldaat.
Je gaat 's morgens naar je werk en dan opeens vecht je in de oorlog.
Een paar weken later ga je 's morgens weer naar je werk.
Het zou heel vreemd zijn als dat je niet verandert.
Maar ik bedoel dat je soms heel ver weg van me lijkt.
Maar dat ben ik helemaal niet.
Ik vind dat het huwelijk
een geheim tussen twee mensen moet zijn.
Alleen tussen hen twee en niemand anders.
Soms heb ik het gevoel dat ik niet al onze geheimen weet.
Dat is niet zo, lieverd.
Als dat gebeurt, is het net alsof de muziek ophoudt.
Ik vind het eng.
Ik houd meer van jou dan ik ooit van iemand gehouden heb.
Ik hoop het, want ik houd meer van je dan ik kan overbrengen.
Ook al neem ik liever het zekere voor het onzekere?
Zeg zoiets nooit meer.
Ik weet wat voor man ik heb en ik zou je voor niemand willen ruilen.
Als ik ooit nog zoiets doms zeg, geef je me maar een knal voor m'n hoofd.
Kan dit wel, met je waterpokken?
Wat kan jou dat schelen? Jij hebt ze al gehad.
We zorgen dat je naam er vanmiddag op staat.
Miss Lawrence, Mr Rath. Miss Lawrence is je secretaresse.
Hoe maakt u het? - Bijzonder aangenaam.
Wie nieuw is krijgt altijd de knapste secretaresse, voor z'n inwerkperiode.
Wat vind je ervan?
Heel anders dan bij de oude stichting.
Fijn dat je erbij bent, Tom. - Bedankt. Gordon.
Ga je gang, Bill. - Je wordt speciale assistent van de directeur.
Niet voor bedrijfszaken, alleen voor dit speciale project.
Een proefperiode van minstens zes maanden. Je bent verantwoording verschuldigd aan mij.
Volgende maand komt er een grote doktersbijeenkomst in Atlantic City
en Mr Hopkins houdt er een toespraak.
Met die toespraak willen we het project van de grond krijgen.
Dit is wat achtergrondinformatie.
Bedoel je dat ik die toespraak voor hem moet schrijven?
Alleen Mr Hopkins zelf schrijft zijn toespraken.
Wij doen 't onderzoek, nemen ideeën met hem door en schetsen 'n ruwe versie voor hem.
In de juiste toespraak komt 't hele woord campagne niet voor,
maar aan het eind staat de hele zaal op en eist
dat die campagne meteen van start gaat en dat Mr Hopkins hem leidt.
Is dat alles?
Ik zou er maar niet zo luchthartig over doen als ik jou was.
Begin bij het begin.
Ik wil alles weten wat er gebeurd is, vanaf het moment dat iedereen hallo zei.
Mijn eerste opdracht is dat ik een toespraak moet schrijven.
Nee, dat is het niet.
Ik kan maar beter meteen wennen aan die codetaal.
Ik schrijf geen toespraak voor Mr Hopkins.
Ik maak de ruwe schets en dan schrijft hij z'n eigen toespraak.
Mag ik je even in de rede vallen? - Zeker.
Zo begin je 'n nieuwe baan niet. - Wat bedoel je?
Door er zo cynisch over te doen. - Dat doe ik niet.
Zo klonk het wel. En met cynisme worden we niet rijk.
Je kunt een nieuwe baan alleen eerlijk benaderen.
Dat ben ik ook van plan.
Maar volgens mij wordt het wat ingewikkelder op Madison Avenue.
Waar ga je heen?
Naar het huis van oma, even bij Edward langs.
We gaan er donderdag namelijk wonen.
Wat zeg je nou?
Iemand bood vandaag 14.000 dollar contant voor ons huis als hij er meteen in kon.
Dat geld heb ik meteen aangepakt. Nu moeten we wel verhuizen naar Dragonwyck.
Raths dure gebouw. - Wacht maar.
Arme vent. - Hoe lang was hij er al?
Zolang ik me kan herinneren. We moeten iets voor hem regelen.
Daar komt ie.
Hallo, Edward. - Goedenavond.
Hoe gaat het met je knie? - Prima.
Ik wou u even spreken. - Dat komt dan mooi uit.
Ik ga boven naar de slaapkamers kijken. - Kom maar even mee.
Wat is er?
Waarom mag ik het testament van Mrs Rath niet zien?
Je staat er niet in. - Dat geloof ik niet.
Ga dan zelf maar kijken. Het ligt ter inzage, hier in South Bay.
Bij rechter Bernstein.
Dan klopt het niet, want ze zei dat ik er wel in stond.
Ik weet niet wat jou opeens bezielt,
maar je weet heel goed dat Mrs Rath door de war was.
Ze wist niet eens wat ze nog had.
Maar het was niet veel, en dat kan ik je ook bewijzen.
Ik heb haar beloofd dat ik voor je zou zorgen en daar houd ik me graag aan.
Je bent hier altijd welkom in huis.
Wat moet ik met uw liefdadigheid?
Ik heb waarschijnlijk meer geld dan u.
Ik wil wat ze beloofd heeft, en dat zal ik krijgen.
Heeft ze je 'n pensioen beloofd? - Nee, dit huis.
Dit huis? Dit is pure onzin, en dat weet je.
Waarom denkt u dat ik bleef?
En de troep achter haar bleef opruimen? Denkt u dat ik van haar hield?
Spreek niet zo over Mrs Rath.
Ik sleep u voor het gerecht. Ik heb geld.
Ik kan de beste advocaat in New York krijgen.
Ik laat me niet bezwendelen.
Het huis is aan mij nagelaten.
Of je neemt wat je wordt aangeboden,
of je raaskalt door en wordt er vandaag nog uitgegooid.
Ik ga weg, maakt u zich geen zorgen.
Maar ik kom terug, reken daar maar op.
U belazert me, of anders heeft die krankzinnige oude vrouw dat gedaan.
Ze was smerig. Ze waste zich nooit.
Eruit. Pak je spullen.
Zoniet... - Hier krijgt u spijt van.
Bel 'n taxi, maar laat je niet zien tot hij komt.
Ik wil alleen bewijzen dat ik gelijk heb. En dat zal ik ook doen.
Wat voor gelijk?
Hij beweert dat oma hem het huis nagelaten heeft.
Is dat mogelijk? - Welnee, hij probeert het gewoon.
Rechter Bernstein, graag. - Daar spreekt u mee.
U spreekt met Thomas Rath. Het gaat om het testament van mijn grootmoeder.
O, ja. Wat kan ik voor u doen?
Is het testament geverifieerd? Is er 'n wettige reden waarom ik 't huis niet kan betrekken?
Niet dat ik weet. Heeft iemand 't aangevochten?
De man die voor haar werkte beweert dat ze het hem heeft nagelaten.
Heeft hij de bewijzen daartoe?
Volgens mij niet. - Hoe heet hij?
Edward Schultz.
O ja, die ken ik.
Hij werkte al heel lang voor haar. - Precies.
Als hij bewijs heeft, moet hij het laten zien. U kunt er in de tussentijd gewoon wonen.
Dank u wel.
Graag gedaan.
Dat was de erfgenaam van Mrs Rath.
Problemen? - Ik vrees van wel.
De oude man die voor haar zorgde komt gerechtigheid eisen.
Daarna komt haar erfgenaam ook gerechtigheid eisen.
Als ik ergens een hekel aan heb, dan is dit het wel.
Haal het zuiveringszout even.
Zag je de man die net wegliep? - Welke?
Dat was m'n commandant. Zou hij nu hier werken?
Ik heb hem niet gezien. - Ik heb hem nog iets te vertellen.
De grootste hindernis is dat we de dokters moeten zien warm te krijgen.
Je weet hoe ze over ons denken.
Alsof we overal een slaatje uit willen slaan.
Ik kan deze campagne 15 keer beter regelen dan welke bankier of zakenman ook.
Maar ik moet ook 15 keer harder vechten om zelfs maar de kans te krijgen.
Snap je? - Zeker.
Daarom moet de toespraak helemaal goed zitten.
We krijgen niet elke dag de kans om zoiets uitzonderlijk goeds te doen.
Maar nu heb ik dan eindelijk zo'n kans.
Ik kan me heel nuttig maken voor een waarlijk heilige zaak.
Als ik ze maar in me kan laten geloven.
Ik had geen idee dat het al zo laat was. Neem me niet kwalijk.
Hoe gaat het, lieverd? - Prima.
Ik hoop niet dat je iets belangrijks had vanavond.
Ik wou m'n knappe dochter even spreken.
Dit is mijn dochter Susan. Dit is Tom Rath.
Een van m'n uitstekende jonge krachten.
Hoe maakt u het, Miss Hopkins? - En u?
Zie ik je morgen? - Natuurlijk.
Je weet hoe druk die jongedames het hebben.
Dag, het was me 'n genoegen. - Dank u wel.
Ik krijg haar bijna nooit te pakken.
Tot morgen. Ik stel het op prijs dat je vanavond bent langsgekomen.
Ik moet je eigenlijk 's avonds met rust laten,
maar ik ga helemaal op in dat project.
Dat is het ook wel waard.
Nu voel ik me minder schuldig dat ik je van je gezin weghoud.
Dat is geen probleem. Prettige avond verder.
Doet die jongen je aan iemand denken?
Nee. Wie?
Doet er niet toe.
Ik ben zo blij dat je er bent.
Je bent wel oud genoeg...
Of heb je liever een cola?
Doe maar een whisky met ijs.
Daar is dan duidelijkheid over.
Mama zei dat ik niet naar de universiteit wil en nu wil jij me overhalen.
Niet als jij er geen zin in hebt. - Wat wil je dan?
Ik wil weten wat je dan voor plannen hebt.
Weet ik niet.
Ik wil trouwen.
Nu meteen? - Binnenkort, misschien.
Met wie? - Weet ik nog niet.
Maar 't idee spreekt je wel aan. - Vind je me te jong?
Helemaal niet. Ik was 19 toen ik met je moeder trouwde.
En als je eenmaal getrouwd bent?
Dan wil ik graag rondreizen.
Dat klinkt heel plezierig allemaal.
Maar voor je dat allemaal gaat doen, moet ik eerst iets met je bespreken.
Wat dan?
Je weet dat 't me allemaal voor de wind is gegaan.
Ik heb 'n fortuin opgebouwd. Daar horen verantwoordelijkheden bij.
Gelukkig ben ik geleidelijk rijker geworden,
en heb ik met m'n verantwoordelijkheden leren omgaan.
Daar wil ik het met je over hebben: Hoe jij ermee omgaat.
Bedoel je het geld? - Dat is de basis.
Ik ben niet geïnteresseerd in geld. Dat is maar vervelend.
Niemand is zomaar in geld geïnteresseerd als doel op zich.
Jij wel, dacht ik. Dat zegt iedereen.
Dat zal best.
Wat is 'n miljoen dollar? Hoe zie jij dat?
Een miljoen dollar is een hoop geld.
Je zou ervan staan te kijken hoe weinig het is.
Het zijn dingen, verschillende dingen.
Het is de helft van een klein ziekenhuis.
Het is wat zes gemiddelde mensen hun leven lang bij elkaar verdienen.
Een opleiding voor 100 jongens.
Een eigen huis voor ongeveer 75 mensen.
Een gevechtsvliegtuig voor het leger.
Maar het is niet iets wat een intelligent iemand vervelend zou kunnen noemen.
Bedoel je macht? Daar ben ik ook niet geïnteresseerd.
Ik heb 'n vrij slecht hart, en ik kan op elk moment doodgaan.
Veel geld aan jou nalaten is zoiets als een geweer aan een baby geven.
Het spijt me van je hart en ik hoop dat je niets overkomt,
maar ik maal niet om 't geld.
Ik laat m'n leven er niet door vernielen zoals jij en mama.
Laten we daar even heel precies in zijn.
Wat er ook tussen je moeder en mij gebeurd is,
komt niet door het geld.
Het is stom zoals jij leeft. Je werkt alleen, zoveel mogelijk.
Je hebt zeker een schuldcomplex, of anders ben je 'n masochist.
Wie van je vrienden is de amateur psychoanalyticus? De toneelschrijver?
Waar wil je het nu eigenlijk over hebben?
Het gaat om de verantwoordelijkheden... - Daar vind ik wel advocaten voor. Is dat alles?
Luister lieverd,
ik geef grif toe dat ik fouten heb gemaakt en dat er heel wat mis is met me.
Ik kan het verleden niet ongedaan maken, maar ik wil je graag voortaan meer helpen.
Hoe dan?
Ik hoopte dat we dat samen konden uitzoeken.
Wat had je in gedachten?
Het zou fijn zijn als je bij me kwam wonen.
Dan kunnen we elkaar beter leren kennen.
Ik kan 'n baan voor je regelen, iets wat je leuk zou vinden,
zodat we samen kunnen werken.
Denk er over na. - Ik wil niet met jou werken.
Een andere baan dan. - Ik wil helemaal niet werken.
Ik wil alleen dat we elkaar beter leren kennen.
Waarom laat je me niet met rust? Je hebt nooit eerder naar me omgekeken.
Omdat je nog altijd m'n kleine meid bent en ik van je houd.
Wat hypocriet van je. Je hebt je nooit om me bekommerd.
Iedereen uit zich op z'n eigen manier. - Wees eerlijk.
Je houdt niet van mama en mij.
Volgens mij houd je van niemand.
En zo wil ik niet zijn. - Dat is niet waar.
Kom terug, doe nou redelijk. - Dat wil ik niet. Ik heb niks met je te maken.
Jij en mama doen je hele leven al redelijk. Zoiets wil ik helemaal niet.
Ik wil iets anders.
Naar beneden.
Dit is afschuwelijk. Nog erger dan de vorige.
Ben je soms niet geïnteresseerd?
Vraag je dat serieus? - Dit voldoet totaal niet.
Waarom niet? - Het heeft het gewoon niet.
Daar heb ik niets aan. Kun je niet aangeven wat er aan mis is?
Het heeft geen pit.
Je begrijpt wel wat ik bedoel.
Waarom laat je Mr Hopkins zelf niet beslissen of het pit heeft of niet?
Probeer je grappig te doen? - Nee, ik probeer concrete hulp te krijgen.
Dus je kunt het niet in je eentje? - Ik moest met jou samenwerken.
Dit is de vijfde versie en jij weet alleen te melden dat het 'geen pit' heeft.
Zo'n domme slagzin van een oude reclame. Mijn zoon van zes kan dat nog beter.
Als je niet oppast, sta je op straat.
Prima. Als je in begrijpelijke taal kunt aangeven waarom.
Ik denk dat je de opdracht beter kunt teruggeven. Ik doe het zelf wel.
Charlie Merrick. Ik wacht wel.
Bedoel je dat ik ontslagen ben?
Wat gebeurde er toen ik wegging?
Echt waar?
Vond hij...
Nee.
Belachelijk. Ik vind het ontzettend goed.
Dank je, Polly.
Ene rechter Bernstein heeft gebeld. Je moet hem terugbellen. In South Bay.
Rechter Bernstein? - Zo klonk het.
Goed, bel hem maar terug.
Hallo, met Tom Rath.
Hebt u het druk? - Helemaal niet.
Het gaat om dat testament. Mr Edward Schultz is vanochtend langsgeweest.
Dat is de man over wie ik het had.
Ik heb hier een fotokopie van een brief van Mrs Walter Rath.
'In ruil voor zijn verdiensten voor de rest van mijn leven
en in plaats van een maandelijks salaris voor zijn verdiensten vanaf heden,
laat ik hierbij mijn hele bezit, met inbegrip van mijn huis en land,
na aan Edward F Schultz, die me al meer dan 30 jaar trouwe dienst heeft bewezen.'
Het is getypt, de datum is 18 januari 1953,
en de handtekening van Mrs Rath lijkt echt.
Weet u van het bestaan van dit document?
Nee, en ik kan dit niet geloven.
Het hof zal erover moeten beslissen.
Ik hoop alleen dat ik nooit meer iets erf.
Dat nou ook weer niet.
Maar...
Waarom komt u morgenochtend om negen uur niet eerst even bij me langs?
Dat zal wel gaan. - Prima, bedankt.
Hij hoopt dat ie nooit meer iets erft.
Hij is me er eentje.
Allebei wel.
Nogal vreemde snuiters.
Ik zal die twee nog eens nader moeten onderzoeken.
Binnen.
Het spijt me van gisteravond. - Dat is helemaal niet nodig.
Ze is zo... Je kent dat wel met die jonge meisjes.
Schiet je al op met de toespraak?
Daar werk ik niet meer aan.
Waarom niet?
Dat moet u aan Mr Ogden vragen.
Dat begrijp ik niet.
Ik heb met de jongens deze opzet in elkaar gedraaid.
Ik heb er heel weinig aan bijgedragen.
Zou jij het kunnen doorlezen en zeggen wat je ervan vindt?
Dezelfde toespraak als de mijne?
We hebben allemaal aan deze toespraak gewerkt.
Juist. - Wat is er?
Zo had ik het niet begrepen.
Lees je het vanavond? - Zeker.
Dat waardeer ik. - Geen probleem.
Dank je, tot morgen. - Wanneer u maar wilt.
Ja? - Heeft Rath aan de toespraak gewerkt?
Ja, maar het stelde niks voor. Ik wou u er niet mee lastigvallen.
Dank je, Bill.
Is dit van jou? - Dat doet er niet toe.
Wat vind je ervan?
Ik weet niets van het onderwerp, dus mijn mening is niet zo van belang.
Draai er niet omheen. - Dit is niet van jou, hè?
Eerst jouw antwoord.
Goed. Ik vond het nogal saai. Maar misschien ligt dat aan mij.
Vind je het alleen maar saai?
Het spijt me, maar ik vind het nogal dom.
Het is niet van mij. Het komt bijna helemaal van Ogden.
Hij vond mijn werk niks en nu moet ik tegen Hopkins zeggen wat ik van zijn werk vind.
En? - Ik vind het bar slecht.
Dat vind ik ook. Zeg het hem maar.
Ga je dat niet doen? - Weet ik niet.
Wat bedoel je? - Er zitten hier veel haken en ogen aan.
Het is een heel link zaakje.
Je kunt toch wel je mening geven?
Ik heb intussen wel door dat je jezelf moet beschermen.
Je moet de situatie aftasten.
Als ze je mening vragen over zoiets als dit,
begin je met hoogstaande, elkaar tegensprekende meningen
en kijk je welke bewering het beste valt.
Je zegt bijvoorbeeld: 'Er zitten een paar heel mooie dingen in.'
Dan wacht je even.
Als hij daar blij mee is, ga je door.
'Ik heb maar 'n paar kleine aanmerkingen.'
Maar als hij vreemd opkijkt bij 'heel mooie dingen' zeg je:
'Maar over het algemeen valt het nogal tegen.'
Als je het slim aanpakt, zeg je precies wat hij wil horen.
Maar dat ga jij niet doen, toch?
Weet ik niet. - Wat zeg je nou?
Ik moet mezelf beschermen, nietwaar?
Ik zal je zeggen wat ik ervan vind. Ik word er misselijk van.
Wacht eens even.
Wat heb jij nou?
Het gaat om wat jij hebt. Dat je zoiets smerigs zelfs maar overweegt.
Moet ik zeggen dat het flut is en m'n baan verliezen?
Hoe weet je dat nou? Heeft hij iets tegen eerlijkheid?
Jij weet niet hoe het er daar aan toe gaat.
Is hij zelf oneerlijk?
Hoe weet ik dat nou? Dat is het 'm juist.
Ik weet niet wie er daar eerlijk is en wie niet.
Hij heeft er aan meegeschreven en het is z'n eigen kindje.
Dat kan me niet schelen.
Met deze toespraak valt of staat een heel belangrijke campagne.
Ja. - Dan moet je dus de waarheid zeggen.
Maar is het wel de waarheid? Misschien moet je die mensen juist precies zo toespreken.
Dat geloof je zelf niet eens.
Met dat soort toespraken worden jaarlijks miljoenen auto's verkocht.
Dat is heel iets anders. Dat is massa-onzin.
Intelligente mensen moeten niks hebben van zulke troep.
Jij weet er niets van af.
Hij heeft je eerlijke mening gevraagd over een heel belangrijk onderwerp
en ik wil heel graag weten of hij die krijgt of niet.
Dat had ik je meteen kunnen zeggen.
Ja. - Ga je hem de waarheid zeggen?
Ik zeg wat ik tegen jou heb gezegd. Dat ik het echt niet weet.
Deze aanpak heeft aangeslagen bij vorige campagnes, dus waarom nu niet ook?
Maak je 'n grapje? - Dat is de waarheid.
De exacte waarheid zelfs.
Ik moet verder met de afwas. - Momentje.
Ik zei al dat het een gevoelige situatie is, met allemaal haken en ogen.
Maar er speelt ook nog iets anders mee.
Ik heb een van de beste posities in de organisatie, ik werk naast Hopkins.
De meeste collega's zouden er veel voor overhebben. En ik weet dat hij me mag.
Dat kan veel voor ons betekenen, als ik 't voorzichtig aanpak.
Als je het voorzichtig en eerlijk aanpakt.
Jij wou toch meer geld, 'n nieuw huis en geen geldzorgen meer?
Natuurlijk, maar daar ging het niet echt om.
Ik wilde je weer vol vechtlust zien, zoals je was toen ik met je trouwde.
Niet dat je zo'n gluiperige jaknikker werd.
Dat is fantastisch. Maar denk hier eens even aan:
Als je je bestaan zeker bent, veel geld op de bank hebt en de banen voor 't uitkiezen hebt,
is het makkelijk om integer te zijn.
Maar als je 'n vrouw en drie kinderen moet onderhouden en je alleen je baan hebt,
wat moet je dan doen?
Ik weet wat ik zou doen.
Trouwens, er is nog een kleinigheidje.
Misschien is dit huis niet eens van ons.
Edward heeft 'n brief dat oma het aan hem nalaat.
Is dat mogelijk? - Dat moet het hof beslissen.
Denk jij daar maar aan met je preek over nobel handelen.
Je kunt het proberen, maar ik denk niet dat het lukt.
Laat dat maar aan mij over.
Ik wou helemaal niet in deze wereld verzeild raken, maar nu kan ik maar beter meedoen.
Volgens mij lukt het jou niet.
Een fatsoenlijk man kan zich niet anders dan eerlijk gedragen.
Ik heb je altijd voor fatsoenlijk gehouden.
Maar straks besluit je nog dat 't eenvoudiger is om mij de waarheid niet te zeggen.
Goedemorgen, Mr Rath.
Goedemorgen.
U kent Mr Schultz, natuurlijk.
Ja zeker.
Het spijt me dat het zo moet gaan,
maar misschien lukt het ons om dit probleem op te lossen
zonder dat het uitmondt in een bittere rechtszaak.
Dat wil vast niemand.
Dit zijn de twee documenten: het geverifieerde testament,
en de fotokopie van het ondertekende contract tussen Mrs Rath en Mr Schultz.
Moet dat niet medeondertekend zijn? - Niet noodzakelijk.
Niet als 't hof beslist dat 't de wil van de overledene vertegenwoordigt.
Dat klopt, Mr Rath.
Mr Schultz heeft er onderzoek naar gedaan.
Ik heb dat van m'n advocaten.
U deed ongeveer alles voor Mrs Rath.
Alles. Ik was de enige die zich om haar bekommerde.
Boodschappen, koken. - Alles.
Betaalde u ook de rekeningen? - Ik schreef de cheques uit en zij tekende.
Dat moest wel, ze werd blind.
Ze kon haar naam wel schrijven. Ga de cheques maar na.
Ik zei ook niet van niet.
Schreef u die of typte u ze?
Ik typte ze.
Nu komen we bij het vervelendste deel van deze zaak.
Ik weet zeker dat niemand wil dat dit in 'n rechtszaak naar boven komt.
Het spijt me dit te moeten zeggen, maar u bent oneerlijk.
Ik? - Ik vrees van wel.
Ik zeg dat omdat ik hier 'n lijst heb van zes handelaren uit South Bay
die verklaren dat u hen gevraagd hebt met de rekeningen te sjoemelen.
Die zijn kwaad omdat ik geen handel wilde doen met hen.
Mogen we ze dagvaarden? - Natuurlijk.
Ik stond ook te kijken van het enorme bedrag dat er op uw bankrekening staat,
met uw salaris.
Ik weet niet waar u mee bezig denkt te zijn,
maar die informatie is wettelijk niet verkrijgbaar.
78.462 dollar en negen cent.
Mr Rath heeft nog geen 9000 dollar op z'n rekening.
Hebt u dat van de bank? - U zei net zelf dat dat niet kan.
Dat is gelogen. Ik heb zoveel geld helemaal niet.
Ik kom er nog achter wat de bank u verteld heeft.
Is het goed als de belasting onderzoek doet naar uw bankrekeningen?
Wanneer ze maar willen.
Ik besef heel goed dat ik de bevoegdheid van mijn ambt overschrijd,
maar ik wil alleen voorkomen dat u een heel ernstige fout begaat.
Als deze feiten in een rechtszaak ter sprake kwamen, wat zeer zeker zou gebeuren,
en er werd dan gesteld dat Mrs Rath zo oud was en zo bijziend
dat ze alles tekende wat u haar voorlegde,
zou dat u geen goed doen, wel?
Maar als u een schoon geweten hebt
en bereid bent om de omstandigheden op bevredigende wijze uit te leggen...
U hoeft mij niks te vertellen.
Dat regelen mijn advocaten wel.
En die weten er heus wel raad mee. Wacht maar af.
Komt hij niet terug?
Als hij de waarheid vertelt, wel.
Zo niet...
Dat is het frappante aan een klein stadje.
Je stelt wat vragen over iemand die er al 'n tijd woont,
en je staat te kijken van wat ze allemaal over hem weten.
Je kunt maar beter in de stad mensen oplichten. Daar zijn ze dommer.
Tot ziens.
Heel hartelijk bedankt.
Miriam? - Jawel.
Het zuiveringszout.
Dit is reuze aardig van je. Ik weet hoe druk je het hebt.
Niet echt.
Ik word te veel gestoord op kantoor. Heb je de schets gelezen?
Een paar keer. - Geweldig. Wil je wat drinken?
Nee, doe maar niet.
Hoe ver was je met jouw versie gekomen? - Ik had er vijf gemaakt.
En Bill zag ze geen van alle zitten? - Dat zei hij.
Iedereen doet zeker ontzettend z'n best om er iets goeds van te maken.
In deze versie heb ik alleen de algemene benadering bepaald.
Ik heb niets geschreven.
Ik wilde 'n bescheiden aanpak, omdat we een omroep zijn. Snap je?
Ja zeker.
Ik zag het zo:
Ik ben 'n leek die 'n bijeenkomst van wetenschappers toespreekt.
Dat hebben ze prima weergegeven.
Prima. - Geweldig.
Momentje. Ik verdraag geen personeel om me heen als ik werk.
Associated Press?
Nee.
Maar ik ben heel blij met dit nieuws.
Zowel Mrs Hopkins als ik.
Waar zijn ze getrouwd? - In Connecticut.
Juist. - Kijkt u daar van op?
Nee, helemaal niet.
Ik vind het wel jammer dat ze ons er niet bij betrokken hebben.
We wilden ze een mooie bruiloft in de kerk geven.
Maar dat vonden ze zeker te veel gedoe, en te formeel.
Kent u Mr Holgate al lang?
Ja zeker, al jaren.
Hij is 'n oude vriend van de familie.
Dank u wel. - Graag gedaan.
En u bedankt voor uw telefoontje.
Dag.
Buiten de stad. Ik ben Ralph Hopkins. Butterfield 85598.
South Bay, Connecticut 327. Mrs Hopkins.
U spreekt met Mr Hopkins. Is Mrs Hopkins er ook?
Hallo, Helen?
Ik weet het, er heeft net 'n krant gebeld.
Ik kom er aan. - Nee.
Ik wil niemand zien. Ik wil alleen naar bed.
Ik bedoel dat ik bij je wil blijven.
Nee. Dat wil ik niet.
Ik weet dat je het goed bedoelt.
Maar ik wil je nu niet zien. - Mag ik je vanavond bellen?
Nee, vanavond niet.
Dan bel ik morgenochtend.
Ik wil niet dat je nog belt.
Alsjeblieft.
Dat was de pers. Mijn dochter is net getrouwd.
Gefeliciteerd.
Bedankt.
Die deugniet heeft niks gezegd. - De romantische oplossing.
Ze heeft niet eens gebeld.
Ze was zeker te opgewonden.
Dat zal wel, ja.
Dus je vond het een goede aanpak?
Nee, dat vond ik niet.
Niet?
Maar ik dacht... - Ik kon m'n zin net niet afmaken.
Ik vind dat helemaal niet de juiste aanpak.
Daar sta ik van te kijken.
Je bent de zesde aan wie ik 't vraag, en de eerste die het niet goed vindt.
Ik kan er helemaal naast zitten, maar u vroeg wat ik ervan vond.
Waarom vind je het niet goed?
Er wordt ontzettend uitgeweid hoe belangrijk de geestelijke gezondheid wel niet is.
Daarmee vertelt u de dokters niets nieuws.
Het ergste is dat er telkens weer iets gezegd wordt wat mij heel erg zou irriteren
als ik 'n dokter was, omdat het overduidelijk niet waar is.
Wat is die stelling dan?
Dat u maar 'n heel simpele niet-geïnformeerde ziel bent die niet weet waar hij het over heeft.
Als ze dat geloven, waarom zouden ze dan willen dat u de campagne leidde?
Ze zien dat heus wel. Ze zijn onderlegd en intelligent
en begrijpen echt wel wie en wat u bent.
Dat zal heel huichelachtig overkomen terwijl het juist oprechtheid is
waar u het van zult moeten hebben.
Er zit niet veel bij wat je wel goed vindt, hè?
Nee.
Hoe zou jij het aanpakken?
Als ik u was, zou ik het juist heel praktisch benaderen.
Ik zou zeggen waarin ik de beste van het hele land ben.
Ik zou zeggen dat ik de middelen heb
om praktisch de hele bevolking van de VS te bereiken
en dat ik met hun advies en steun een aanzienlijk deel van mijn middelen wil geven
aan een nationale campagne voor een betere geestelijke gezondheidszorg.
Je bedoelt, graag of niet?
In ietwat beleefdere termen.
Vind je dat niet wat eigenmachtig?
Dat weet ik niet, maar waar kunnen ze anders zo'n mooi aanbod vinden?
Heb jij de toespraak zo geschreven? - Zo ongeveer.
Dat is een heel interessant idee. Ik stel het heel erg op prijs.
Het spijt me als... - Geeft niet.
Ik heb er heel veel aan.
Wat doe je?
Als dat alles was, ga ik maar 's terug naar kantoor.
Wil je eerst iets met drinken?
Heel graag.
Ik zeg niks tegen de baas.
Wat drink je? - Ik maak het wel klaar. Wat wilt u?
Een whisky met ijs.
Waar woon je? - South Bay, in Connecticut.
Daar woon ik ook. - Weet ik.
Althans, daar staat mijn huis. Ik kom er niet zo vaak als ik zou willen.
Heb je kinderen? - Twee dochters en een zoontje.
Wat geweldig. Hoe oud zijn ze? - Tien, zeven en zes.
Ik had ook 'n zoon. - Dat weet ik.
Bobby. Hij is gesneuveld in de oorlog. - Dat heb ik gehoord.
Maar ik heb alleen maar heel mooie herinneringen aan hem.
Ik had 'n officiersrang kunnen regelen, maar hij nam gewoon dienst.
Want hij vond dat het eerlijkste.
Dat zal niet iedereen belangrijk vinden, maar ik heb daar 'n goed gevoel over.
Dat was 'n heel bijzonder besluit. - Hij was ook heel bijzonder.
Hij liet wel 's een steekje vallen. Wie niet?
Maar als het om iets belangrijks ging, gedroeg hij zich altijd op dezelfde manier:
eerlijk.
Maak je tijd voor je kinderen?
Ja, ik heb 'n goed contact met ze. - Breng maar veel tijd met ze door.
Als we ze van die televisie kunnen wegslepen.
Geef dat ding 'n trap als ze er te veel voor hangen. Stamp erop.
Laat er niets tussen jou en je gezin komen.
Was je vergeten dat dat idee in de schets van mij kwam?
Nee, dat was ik niet vergeten.
Vreemd om de bruiloft van je dochter zo te vieren, hè?
Het zal mij ook nog eens gebeuren.
Weet je waar ik de fout in ben gegaan?
Jawel.
Iemand moet het doen.
Iemand moet zichzelf eraan wijden.
Grote bedrijven worden niet gebouwd door mannen zoals jij.
Werk van negen tot vijf, en terug naar je gezin.
Je leeft ervan, maar je bouwt ze niet op.
Grote bedrijven worden gebouwd door mannen zoals ik, die alles eraan opofferen.
Die er compleet in op gaan.
Die het optrekken, ten koste van wie of wat dan ook.
Zonder mannen zoals ik zouden er geen grote bedrijven bestaan.
Mijn fout was dat ik zo'n man was.
Vind je het erg als we hier een andere keer op terugkomen?
Helemaal niet.
Voelt u zich niet goed? - Jawel hoor.
Het is 'n lange dag geweest. En ik heb nog meer dingen te doen vanavond.
Ik kan beter eerst maar even gaan liggen.
Kan ik iets voor u doen?
Ik dank je zeer. Maar het gaat wel.
Nog bedankt dat je bent langsgekomen.
Tot ziens. - Ik spreek je morgen.
De eerste stop is de 36ste etage.
Hallo, kapitein.
Sergeant. Hoe gaat het? - Goed. Wist u dat ik gisteren gebeld heb?
Ja, maar ik wist niet waar je zat.
Ik wou u ergens over spreken. - Natuurlijk.
Schikt het vandaag om half zes?
Het is nogal belangrijk.
Dat is goed. Waar?
In de bar beneden? - Uitstekend. Om half zes.
U vergeet het toch niet? - Nee, hoor.
Dag, kapitein.
We werken weer voor dezelfde baas.
Dat klopt. Ik had u meteen de eerste dag al gezien.
Ik dacht dat u deed alsof u me niet kende.
Komt vast door je snor. Heb je die al lang? - Dat was 'n idee van Gina.
Hoor je nog van haar?
Wat? Ik ben met haar getrouwd.
Gefeliciteerd. Het is zo'n fijne meid. Wat geweldig.
Doe 'r de hartelijke groeten.
Ober, een dubbele Scotch en soda.
Bevalt het getrouwd zijn? - Met Gina heb ik nergens over te klagen.
Hoor je nog eens wel iets van Maria?
Daar wilde ik het over hebben.
Maria is 'n nicht van Gina.
Ja, dat weet ik nog.
Wist u dat ze later met iemand getrouwd is?
Nee. Ik heb haar geschreven, maar ik heb nooit meer iets van haar gehoord.
Weet u die lamme jongen nog, Louis Lapa?
Ze is met hem getrouwd.
Een paar maanden na ons vertrek.
Niet lang daarna werd haar zoontje geboren.
Dat wist u zeker ook niet.
Nee.
Ze hebben het nog steeds behoorlijk zwaar daar,
en we sturen altijd geld naar Gina's moeder.
Sommige mensen redden het gewoon niet als ze niet een beetje geholpen worden.
Ik zag dat u goed terechtgekomen was,
en Gina heeft dat allemaal aan haar moeder geschreven.
Voor geen andere reden dan om onze herinneringen daar.
Dat begrijp ik.
Maria is bij Gina's moeder ingetrokken, samen met haar zoon.
Dus nu onderhouden Gina en ik haar ook.
En haar man?
Die is 'n paar jaar geleden omgekomen bij een rel.
We vinden het niet erg om Gina's moeder te helpen,
maar Maria en haar zoon zijn niet echt familie van ons.
Snapt u wat ik bedoel? - Ja.
Er is gisteren een brief van haar voor u gekomen.
Ik heb hem dicht gelaten.
Lieve Tom. Ik doe dit niet graag, maar ik weet niet wat ik anders moet.
Voor mezelf heb ik geen hulp nodig,
maar ik wil je vragen om m'n zoon te helpen.
Ik schaam me om dat te vragen, maar vroeger waren we ook nergens te trots voor.
M'n zoon heeft hulp nodig. Het is een goede knul. Hij leert goed op school.
De foto heeft Luigi vorig jaar genomen.
We willen geen problemen veroorzaken. Als je niet kunt helpen, geeft 't niet.
Ik leg dit in de handen van God.
Hij is heel braaf, zegt ze.
Hij verdient elke week iets bij door na school schoenen te poetsen.
Kan ik hier even over nadenken? - Natuurlijk. Neemt u de tijd.
Ik ga er iets aan doen,
maar ik weet niet meteen hoe.
Ik moet zorgen dat m'n vrouw er niet achter komt.
Hoeveel hebben ze nodig om fatsoenlijk te kunnen leven?
100 dollar per maand.
Ik zal meteen iets sturen, maar ik moet bedenken wat ik nog meer kan doen.
Alles wat u kunt doen komt als een geschenk van God voor ze.
Goedenavond, kinderen.
Nu zijn er al zeven dood.
Heb je gegeten? - Ja, op het station.
Ik heb Mr Hopkins vanmiddag gesproken.
En?
Ik heb gezegd dat ik z'n toespraak niet goed vond.
O lieverd, wat ben ik daar blij om.
Zitten we nu in de bijstand? - Nog niet, in ieder geval.
Maar er is nog iets anders, en dat is ook niet erg makkelijk.
Ik moet nog ergens eerlijk over zijn.
Voor de dag ermee.
Ik moet je het vertellen
omdat het de enige manier is waarop we het kunnen oplossen.
Wat is er dan?
Er is iets gebeurd in de oorlog wat ik je nooit heb verteld.
Ik heb nog een kind. Een zoon, in Rome.
Jouw kind?
Precies. Ik heb het nooit zeker geweten.
Ik heb nooit meer iets van zijn moeder vernomen.
Maar nu heeft ze me erover geschreven.
Waar is de foto?
Heb je haar van de straat geplukt?
Nee, als dat van belang is.
Was je verliefd op haar?
Toen wel, dat kwam door de situatie.
Nu allang niet meer. Het kwam door alles waar ik doorheen ging.
Wat wil je er nu aan doen? - Ik wil die jongen helpen.
Ik weet nog niet hoe, maar dat ben ik van plan.
Maar ik wil vooral begrip van jou.
Mijn zegen, bedoel je?
Als je de oorlog niet hebt meegemaakt, kun je niet weten hoe het was.
Ik heb zeventien mannen vermoord terwijl ik ze recht aankeek.
Geen vijanden op afstand die ik niet zag, maar mensen,
zoals je ze in de trein ziet, of in de lift.
Ik heb 'n Duitse jongen doodgestoken om z'n jas.
Ik heb m'n beste vriend omgebracht met 'n granaat.
Het was 'n ongeluk, maar z'n hele voorkant lag open.
Is het erger dat ik een kind heb?
Dat weet ik niet. Mij is alleen dat kind overkomen.
Toen ik haar ontmoette, wist ik zeker dat ik jou nooit meer zou zien,
Dat ik om zou komen.
En ik was banger dan je je kunt voorstellen.
Ik voelde me onbeschrijflijk angstig en hopeloos.
Wanneer is dit gebeurd? - In '45.
In welk deel van dat jaar?
In juni en een stuk van juli.
Dus dat was het.
Ik werd bijna gek, die zomermaanden.
Ik ontving maandenlang taal noch tijding van je.
Elke keer als de telefoon ging of als er iemand aan de deur was, vreesde ik het ergste.
Zij kan hier niets aan doen,
en ik hoef ook niets voor haar te doen.
Ze kan me wettelijk niets maken.
Mocht ze me aanklagen,
dan kan ik waarschijnlijk aantonen dat ze 'n prostituee was.
Ik kan haar ook schrijven dat ik niet geloof dat het kind van mij is.
Maar moet ik zo'n wreedheid begaan terwijl ze het toch al zo zwaar heeft?
Ik wou je schrijven in die zomer.
Ik wou vrolijk doen zodat je niet zou merken hoe bezorgd ik was.
Al die vrolijke bridgepartijtjes, al die grapjes.
En hoeveel ik je miste.
Maar dat was erg moeilijk, want ik kreeg geen brieven terug.
Bij elke brief die ik schreef huilde ik, omdat je misschien al dood was.
Las je haar lachend mijn brieven voor?
Je weet wel beter. - Was ze knapper dan ik?
Nee.
Had ze 'n beter figuur? - Betsy, houd op.
Hield ze meer van je dan ik?
Was je gelukkiger met haar?
Waarom pijnig je jezelf met die vragen?
Omdat ik het wil weten.
Denk je aan haar als je me kust?
Het is tien jaar geleden.
Het duurde zolang het duurde.
En dan te bedenken dat ik hier vier jaar op je heb gewacht
en geloofde dat liefde inhield dat je trouw was.
Dat jij van mij hield zoals ik van jou hield.
En dat er nooit ruimte zou zijn voor iemand anders tussen ons twee.
Dat geloofde ik zo sterk dat ik er zelfs nooit bij heb stilgestaan.
Wat ontzettend dom van me.
En ik dacht altijd hoe geweldig het zou worden als je weer terug zou zijn.
Maar zo werd het niet, en nu weet ik ook waarom.
Dat is niet waar. Ik denk niet aan haar, maar aan het kind.
Kun je dat niet begrijpen?
Het is steeds erger geworden. We lachen nooit meer samen.
We ruziën zonder dat 't ons echt raakt. We vrijen zonder echte emotie.
Zo was het met haar zeker niet, hè? - Houd je nu op?
Met haar maakte je je zeker geen zorgen om geld, hè?
Daar maak ik me zorgen om omdat ik niet wil dat m'n gezin iets tekort komt.
En dat komt omdat ik zoveel van je houd.
Ik moest eerlijk zijn, dus dan ben ik het ook.
Ik heb nog nooit zoveel van je gehouden als op dit moment.
Het is van levensbelang voor me dat je me begrijpt.
Blijf van me af.
Kun je dat niet geloven? - Raak me niet aan.
Ik wil niets meer met je te maken hebben.
Laat me los.
Ga naar binnen.
Laat me even alleen.
Kom mee naar binnen.
Ja, straks. Nu wil ik even alleen zijn.
Alleen als je mee terug naar binnen komt.
Misschien moet je haar opzoeken, en dan beslissen wat je wilt.
Dat is nergens voor nodig. Ik wist al wat ik wilde zodra ik je leerde kennen.
Ga terug naar binnen.
De politie, graag.
U spreekt met brigadier Miles.
Is er een ongeluk gemeld? Een auto-ongeluk, met een vrouw?
Nee, er zijn geen ongelukken gemeld. Met wie spreek ik?
Ik ga dood.
Eten.
Luister, jongens...
Mr Rath?
U spreekt met brigadier Haggerty.
We hebben Mrs Rath op het bureau gebracht.
Is ze in orde? - Ze is alleen moe.
Heeft ze 'n rijbewijs? - Ik kom het meteen brengen. Is ze daar?
Momentje. Hij wil u spreken.
Is alles in orde? - Ja. Ik had alleen geen benzine meer.
Geweldig. - Lach niet.
Ik heb geen zin om te lachen, ik ben doodmoe van het rijden.
Hoe gaat het met de kinderen? - Prima, Mrs Manter is er.
Is je wat ten laste gelegd? - Uw rijbewijs is voldoende.
Nee. Kom snel, ik wil met je praten.
Ik kom er zo aan.
Zei ik het niet? Het komt voor in alle gezinnen waarbij ik werk.
Eten.
Bel ik je wakker?
Nee, ik ben al uren op.
Dat snap ik heel goed. Ik sta ook altijd vroeg op.
Ik ga morgenavond naar de kust en ik heb graag dat je meekomt.
Kun je vanavond om tien uur langskomen?
Dan leg ik uit wat er gebeurt en kunnen we alles doornemen.
Lukt dat?
Ik ben bang van niet.
Ik laat je met mijn auto terugrijden.
Daar gaat het niet om. Maar ik...
Ik moet vanavond thuis bij mijn gezin zijn.
Ik wou jou in plaats van Bill Ogden.
Dat begrijp ik.
Ik heb heel graag dat je meekomt.
Ik zou heel graag meekomen.
Het is 'n prachtige kans voor me en ik stel het zeker op prijs, maar...
Weet u nog wat u zei over die mensen die van negen tot vijf werken?
Ja. - Ik vrees dat ik zo iemand ben.
Juist. - Het spijt me.
Dat hoeft helemaal niet, hoor.
Ze zijn allebei nodig. Het ene type kan niet zonder het andere.
Als ik het over kon doen, zou ik dat ook doen: van negen tot vijf en dan naar m'n gezin.
Dat ben ik wel van plan.
Je hebt gelijk. Ik ben teleurgesteld, maar ik weet zeker dat je gelijk hebt.
Kom je bij me langs als je er bent?
Dat zal ik doen, dank u wel.
En neem jouw versie van de toespraak mee.
Dan nemen we hem samen door en kun je eraan doorwerken.
Dank u wel.
Komt u binnen, Mr Rath.
Dank u wel. Dit is Mrs Rath. Rechter Bernstein.
Hoe maakt u het?
Gaat u toch zitten.
Mag de deur dicht? - Natuurlijk.
Het gaat om een persoonlijke zaak.
Ik hoop dat u ons kunt helpen.
Ik zal het proberen.
Het ligt zo:
Ik heb een kind in Italië.
De moeder is 'n meisje dat ik in de oorlog heb leren kennen.
We waren niet getrouwd.
Ik weet pas een paar dagen met zekerheid van zijn bestaan af.
Ik wil ze 100 dollar per maand toesturen,
in regelmatige termijnen en zonder verdere correspondentie.
Moet ik naar een bank om zoiets te regelen?
Of kunt u dat zelf voor me afhandelen?
Wilt u dat dit een permanente regeling wordt?
Wanneer we het ons kunnen veroorloven, willen we graag een beheerd fonds opzetten.
Het blijft een permanente regeling zolang we een inkomen hebben.
Ik zal deze zaak met plezier zelf regelen.
Dat hoopte ik al.
Ik stuur u vandaag nog 'n cheque toe voor de eerste drie maanden.
Ik zorg dat die morgenmiddag per luchtpost onderweg naar Rome is.
Ik dank u zeer. Hoeveel gaat dat kosten?
Niets.
Dat stellen we op prijs... - Nee, echt niet.
Wat ontzettend aardig van u.
Graag gedaan, Mrs Rath. Het is 'n eer kennis met u te maken.
Dank u wel.
We zijn u allebei zeer dankbaar.
Het is vast op een dag als vandaag geweest dat de dichter vol vervoering zei:
'God is in de hemel, alles is goed met de wereld.'
Tot ziens.
Vind je het erg als ik zeg dat ik je aanbid?
Ondertiteling Visiontext: Marc de Jongh
Bedankt vertaler Marc de Jongh en onbekende uploader. Synchronisatie voor ViSUM versie door Hooky.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.