All language subtitles for Voyage.of.the.Unicorn.(2001).Retail.NL

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian
da Danish Download
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian Download
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian Download
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish Download
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish Download
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese Download
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Credendo vides.

Je ziet door te geloven.

Bedoelt u niet 'zien is geloven'? - Nee hoor, Chris.

Berty, wat heb je meegenomen?

Deze deurknop. U vroeg om iets wat me inspireerde.

Als kind deed hij me een beetje aan de zon denken.

De zon. - Wat ben je toch bezielend, Berty.

Voor jou is 't vast maar een deurknop.

Maar wat zag deze jongedame?

Een ster van middelmatige grootte? - Zeker weten.

Of zag ze een zonnegod die door de lucht reed...

op z'n gouden triomfwagen? - Echt niet.

Wat zeg jij dan, Chris?

Denk jij dat we niet meer zijn dan we zien?

Gewoon vlees en bloed. - Klinkt oké.

En als we ons ontdoen van dit aardse ongerief?

Kunt u dat vertalen?

Na onze dood. Wat gebeurt er dan?

Kunnen we meer zijn dan we zien? - Wat je ziet, daar moet je 't mee doen.

Misschien wel.

Maar als dat waar is, zou dat wel ongelooflijk saai zijn.

En triest.

Dit is Thunder, m'n magische knuppel...

waarmee ik in het juniorenteam m'n tegenstanders versloeg.

Dat had je gedroomd.

De bel. Volgende week spelen we de slag van St. Vincent na.

Neem een regenjas mee.

Ik heb je paper nog niet. - Geen inspiratie.

Professor Aisling, wat had dat te maken met Mythologie I?

Zo heet deze cursus toch? - Zoek dat zelf maar uit, Morris.

Je kunt me niet negeren. - Ik kan het proberen.

Als ik tot decaan ben benoemd, gaan er dingen veranderen.

Dat verbaast me niets.

Ik wil...

stappen ondernemen om de universiteit te moderniseren.

Er komt nadruk te liggen op wetenschap en techniek.

Je wilt de creativiteit elimineren.

De leerstof moet bruikbaar zijn. Wetenschappelijk.

Wetenschap begint met verbeeldingskracht.

Kunnen we daar afspreken? - Nee, ik kan niet.

Iedereen komt. - Fijn voor ze.

Ik snap je niet, M. - Geweldig, ook dat nog.

Je lijkt geen plezier te willen maken.

Cassie, ben je wel naar school gegaan? - Kijk. Zie je het niet?

Wat een troep. Hoe kun je hier nadenken?

Jij staat op die tekening.

Ik die een paard voer? - Een eenhoorn.

En hier dans je net als vroeger. - Je maalt.

Je bent geobsedeerd door mama's portfolio.

Je begrijpt het niet. - Ik mis haar ook.

Maar mam is dood. Ze zit niet in dat boek.

Je bent het wel.

Je lessen worden wellicht geschrapt. - Je kunt me niet zomaar ontslaan.

Je groepen zijn veel te klein. - M'n lessen zijn populair.

Mythologie was altijd al... - Inderdaad, was.

Aisling, ik weet dat het je de laatste tijd niet meezit.

Het verlies van je vrouw onlangs.

Soms moet je in zo'n geval je leven evalueren.

Je bent een goed docent. - Ik hoef geen advies van je.

Ik ben niet onredelijk. Je kunt rekenen op een gouden handdruk.

Je steun is overweldigend. - Ik wil je helpen.

Je doet maar. Het maakt mij niets uit.

Cassie, eet nou iets.

Pap, Cassie zit weer met haar neus in mama's boek. Berg het toch op.

Mama's boek. - Wat is daarmee?

Niets.

Waarom maak je er altijd zo'n troep van?

Zullen we het huis verkopen en verkassen?

Jullie vinden de grote stad vast leuk. - Verkopen?

Is er iets gebeurd? - Als ik ergens anders les wilde geven...

Wil je dat dan? - Misschien. Ik denk erover.

Het zou kunnen. - Ik verhuis niet.

Mama zou dit niet doen. - Ik ben mama niet.

Mama wist altijd wat ze moest doen.

Het is nog niet definitief. Ik praat er alleen over.

Stom ding.

Sleutels. Hebbes.

Wie bent u? Wat wilt u?

Ik ben de decaan van deze universiteit.

Zeg op, wie bent u? - Aisling.

Alan, ben jij dat?

Ik kan m'n aanwezigheid verklaren. Ik was niet aan het spioneren.

Waar is Aisling?

Als u een probleem met Aisling hebt, kan ik dat wel begrijpen.

Maar als u zich niet legitimeert, roep ik de bewakingsdienst.

Nou?

Ik ben Skotos.

Waar is Aisling?

Oh, u bedoelt professor Aisling.

Cassie, word wakker, lieverd. Ze mogen jullie niet vinden.

Papa? Miranda?

Cassie, wat is er?

Wie zijn dat?

Misschien ben ik gevolgd. Miranda, bel het alarmnummer.

Jij en Cassie gaan via de achterdeur naar Mrs MacDonalds huis.

Ik bel het alarmnummer en kom naar jullie toe. Ga nu maar.

Rennen.

Ga jij maar vast. Blijf dan hier, ik ga pap helpen.

Luister nou één keer naar me. Beloof je het?

Dwing me niet om dit te gebruiken.

Het is toch niet waar.

Aisling...

de profetie zal niet uitkomen.

Doe je zwaard weg. We zullen dit snel doen.

De politie. Jullie zijn omsingeld.

Ik kom eraan.

Cassandra Aisling.

Jullie zijn echt. - Heel echt.

Waar is Cassie? - In de tuin.

M'n vader en zus... - Redden zich wel. Dat staat geschreven.

Die wezens... Dit is een nachtmerrie. - Was dat maar waar.

Naar de Eenhoorn.

Daar zijn ze. - Stop.

Zet haar neer. Kom terug.

Het schip van mama's tekening.

Hoe zijn jullie hier gekomen? - Bij magie stel je geen vragen.

Laat haar gaan, monsters.

Ze is vrijwillig gekomen. En we zijn dwergen.

Ik ben een elf, hij is een dwerg.

En dat zijn trollen. - Uw schip is gereed, professor Aisling.

Mijn schip? - Het tij der inspiratie komt op.

Laten we aan boord gaan. En wel meteen.

Miranda, Cassie, ga aan boord. Snel, schiet op.

Ik kan 't niet geloven. - We zijn hier omdat u dat wel kunt.

Hoe lang blijven we weg? - Gisteren en eergisteren.

Activeer de Wunterlabe.

Pap, ze komen eraan.

Cassie, hou je vast.

Waar zijn we? - Op volle zee.

Hoe kan dat?

De Wunterlabe verplaatst ons magisch van de verstandelijke wereld...

naar het landschap der verbeelding.

Je bent eindelijk gek geworden, Aisling. Het was te verwachten.

Bij magie stel je geen vragen. - Heel juist.

Ik zal me even voorstellen. Ik ben Malachi, de kapitein van dit schip.

En dat is m'n eerste stuurman. - Sebastian. Tot je dienst.

Ik ga over m'n nek.

Je krijgt vanzelf wel zeebenen. - Ik wil naar huis.

Dat zou niet veilig zijn. - Vanwege de trollen.

Het was geen toeval dat jullie verschenen, hè?

Nee, we moesten jullie beschermen zodat de profetie zou uitkomen.

Wie heeft jullie gestuurd? - Koning Oberon en koningin Titania.

Over welke profetie heb je het?

Dat komt straks wel. Gaat u zich eerst maar omkleden en iets eten.

We zijn hier vast niet echt. Ik heb een bizarre droom.

Schone kleren, klinkt goed.

Daarheen?

Ongelooflijk. Dit gaat tegen alle natuurwetten in.

Er moet een verklaring voor zijn. - Fantastisch.

Voedselvergiftiging van die pizza. - Kijk, een schaakspel.

Het is enorm. - M'n lievelingsspel.

Papa? - Aye aye, kapitein.

Moet je al die gave spullen zien.

Miranda, kijk eens.

Er zijn hier duizenden boeken.

Latijn, Sanskriet, Oud-Grieks.

Ze zijn van onschatbare waarde. - Ik ga op verkenning uit.

Een originele Illuminata.

Deze boeken bestaan niet meer. - Papa, ik wil naar huis.

Natuurlijk gaan we naar huis. Als we alles hebben bekeken.

Kom eens naar beneden.

Spectaculair.

Er komt geen eind aan. - Pap, kom eens hier.

Kijk nou toch.

M'n eigen kamer.

Alles is in mijn maat.

Dat is echt geweldig. Ik ben ontvoerd door aliens.

Blijf aan die kant van de kamer.

Staat je goed.

Ik dacht het niet.

Dat lijkt er meer op.

We varen uit. - Waar gaan we heen?

Naar Feeëneiland. Hijs het grootzeil.

Je ziet door te geloven.

Vannacht heb ik gedroomd...

dat papa weer gelukkig was en we allemaal samen waren.

Net als een echt gezin.

Maar toen ik wakker werd, bleek alles echt waar te zijn.

We zijn nu op Feeëneiland. Ga je hier in je dromen naartoe?

Blijf op het pad en volg de rivier.

Sebastian en ik wachten hier op jullie.

Zijn er hier ook trollen?

Zolang de koning en koningin regeren, kan hier geen kwaad komen.

Ongelooflijk.

Zal Titanium blij zijn om ons te zien? - Titania en Oberon.

Volgens de Kelten regeren zij over het Feeënrijk.

Welkom op Fantasy Island.

Drink ook wat. - Nee, dank je. Ik hoef niet.

Dit is echt ongelooflijk.

Er bewoog iets achter die rots. Blijf hier. Ik ga even kijken.

Hallo, is daar iemand?

Een dryade, een bosnimf.

Als Banebridge en de universiteitsraad dit eens konden zien.

Daar gaat ze.

Kun je ons alsjeblieft vertellen... Wacht nou.

Kom nou terug.

Kun je ons misschien vertellen of we bijna bij onze bestemming zijn?

Jullie zijn dichterbij dan je denkt.

Avalon.

Dat is vast koning Oberon.

En Titania, de koningin. - Welkom.

Uwe majesteiten.

Jullie hebben een lange, gevaarlijke reis achter de rug.

Hoe weet u dat? - Ik weet vele dingen.

En ik herken een zuiver hart.

Ik begrijp het niet. Wat wilt u van ons?

Man die Professor wordt genoemd...

waarom bent u aan boord van de Eenhoorn gegaan?

De trollen zaten ons op de hielen en het schip verscheen als bij toverslag.

Stervelingen geloven niet in magie. - Hoe weet u dat?

Wij kunnen uw wereld zien, maar u hebt zich van de onze afgewend.

De profetie zegt dat u de poorten tussen onze werelden zult openen.

Nu ik deze mensen in levenden lijve zie...

ben ik vervuld met twijfel.

We zullen pas oordelen als dat nodig is.

Kunt u ons meer vertellen over die profetie?

Dit is onze wijsgeer. Wat zegt u, hofmeester?

Er zullen tot ons komen een man, begiftigd met wijsheid...

en twee goedhartige jonge maagden.

Ze komen van ver over de zeeën.

Ze zullen geketende helden bevrijden...

oude wonden genezen...

en de gigant herboren doen worden.

U herkent ze aan deze tekenen: Een schip, een zwaard...

en een banier met dit opschrift: Credendo vides.

Je ziet door te geloven.

Vertrouw in hun queeste.

Help ze, desnoods met gevaar voor eigen leven.

Ze luiden een nieuw begin in.

En een eind aan de duisternis.

Dat zei de wijze Bonifatius duizend jaar geleden.

En nu is die tijd aangebroken. - Ik wist het wel.

Moeten wij jullie allemaal redden?

De trollen geloven in elk geval dat jullie de uitverkorenen zijn.

Als de profetie niet uitkomt, sterven wij.

Dit kwaad zal al jullie dromen laten verdwijnen.

Ze zullen komen.

Skotos is er niet meer.

Als je de troon wilt erven, zoon, moet je het vuur de baas zijn.

Ja, m'n koning.

Alleen ik, Kalgar, kan de stammen leiden en deze stervelingen vernietigen.

Doorwaad de rivier des doods.

Skotos. - Kalgar.

Je hebt 't druk gehad.

Waar zijn de stervelingen? - Waar ik wil.

Leven ze nog? Dwaas.

Ze zullen steeds gevaarlijker worden. Je hebt gefaald.

Je hebt het mis, ouwe.

Je macht neemt steeds verder af.

Ik heb toegestaan dat ze hier komen.

Daarmee bevestigen ze dat ze de uitverkorenen zijn.

Ze hebben ons land betreden.

En dat zullen ze met de dood bekopen.

Mooi gezegd, Skotos.

Je kunt dit keer maar beter niet falen. - Dat zal ik ook niet, ouwe.

Dit keer niet. We zullen ze de grond in stampen.

En dan zal ik koning zijn.

Dit heeft met mama te maken.

Ze had het schip, Malachi en Sebastian getekend. En vast nog veel meer.

Cassie, ze zal altijd bij ons zijn.

Mam wist dat we zouden komen. Ik voel het.

Doe niet zo kinderachtig. - Je was vroeger nooit zo humeurig.

Dat komt vast omdat ik hier zit met een stel mutanten.

Koningin Titania.

Ik moet jullie iets laten zien. De ogen van de koningin.

Wij zijn hem helaas kwijt. - Wie?

De draak heeft eeuwenlang onze hemel bewaakt, maar hij is verdwenen.

Een echte draak?

De profetie spreekt van een gigant. Dat slaat op de draak.

Hij die de draak bezit, zal over het land regeren.

Om de profetie uit te laten komen, moeten we de draak vinden.

Voordat de trollen 'm vinden.

Jullie hebben een keus.

Kunt u met magie vaststellen of wij echt de uitverkorenen zijn?

De juiste magie vind je niet altijd even makkelijk, Cassandra.

Soms moet je ernaar zoeken. En soms is het een geschenk.

Kijk er maar eens in.

Zolang je dit sieraad hebt, wijst het schip de weg naar huis.

Mag ik het omdoen?

Je moeder is altijd bij je.

De dingen zijn in mijn wereld niet altijd wat ze lijken.

Dat is in mijn wereld ook zo.

Deze barnstenen lens zal de glans der bedrog wegnemen.

Lieve Miranda.

Zo veel pijn.

Jij hebt m'n magie niet nodig.

Hoe kan ik een geschenk geven aan iemand die al zo veel gaven heeft...

maar ze niet gebruikt?

Jouw tijd komt nog wel.

Dat beloof ik je.

Ik zal m'n best doen.

Als je het korte strootje trekt, gaan we naar huis.

We zitten nog met die trollen. - Als je 't lange trekt, blijven we.

Hier lopen we ook gevaar.

Ik denk hier nog serieus over na ook.

Misschien moet jij het strootje trekken. Wat vind jij dat we moeten doen?

Ik weet het niet.

Ik heb net als jij het gevoel dat we hier moesten komen.

Ik weet dat het maar een gevoel is...

maar het is overweldigend. - Dat komt door mama.

Je gelooft me niet, maar het is echt waar.

Je hebt gelijk. - Het komt door haar.

Ik ben het met jou eens, pap.

Maar jij bent m'n zus en ik hou van je.

Als je naar huis wilt, dan gaan we.

Ik kan maar beter blijven om een oogje in het zeil te houden.

We zijn op zoek naar een machtige draak. Was mam er maar bij.

Dit hebt u eerder gedaan. - Jaren geleden, tijdens m'n studie.

U krijgt de slag wel weer te pakken. Opgelet.

Kijk, dat is de Grote Vuurvogel.

Zie je de drie sterren die de staart vormen?

En daarnaast heb je de Grote Slang, die de aarde omwikkelt.

We geloven dat hij schipbreukelingen beschermt.

Wat is er?

Trollen hebben m'n ouders vermoord en mij schipbreuk laten lijden.

Maar Malachi vond me. Zo weet ik dat de Slang me beschermt.

Zeelieden kennen veel verhalen. Dat doodt de tijd tijdens lange zeereizen.

Ik hoorde gezang.

Wat is dat?

Dat zijn zeemeerminnen.

Wat mooi.

Ik weet het niet, hoor. - Papa, zie je dat?

Waar zijn we hier?

We zijn ver van de handelsroutes afgedreven.

De draak zou hier ooit hebben rondgevlogen.

Zullen we mee aan land gaan? - Nee, de boel lijkt verlaten.

Het is trouwens onze taak om de draak te vinden.

Zouden er hier schatten begraven liggen?

Wat er ook ligt, je wilt het vast niet opgraven.

Ongelooflijk. - Wat staat er?

Volgens mij is het minoïsch, een onbekende variant.

Er staat iets van 'als je gelooft, kunnen er wonderen gebeuren'.

Geen draak te zien. Wat nu?

Als ik het goed gelezen heb...

was deze hele stad het paleis van koning Minos van Kreta.

Maar hoe kan dat?

De ruïne van het echte Knossos staat op Kreta, op onze Aarde.

Misschien is dit een afspiegeling van onze realiteit.

Of onze realiteit is de afspiegeling. - Ja hoor, pap.

Waar is Cassie?

Cassie? - Ik kom zo.

Ik ben hier. - Cassie, waar ben je?

Papa? - Het komt daar vandaan.

Cassie, alles oké? - Ik ben bang.

Blijf daar, we komen je halen.

Ze is daarbinnen. - Er is nog iets.

In de legende bouwde koning Minos een doolhof onder z'n paleis.

Het Labyrint.

Als je daarin verdwaalde, kwam je er nooit meer uit.

Papa, wat is dit?

Het Labyrint werd bewaakt door een beest.

Half mens, half stier. De Minotaurus.

Denk je dat die Minotaurus echt... - Hopelijk niet.

Verzamel zo veel mogelijk stenen. We leggen een spoor uit.

Papa, Miranda, waar zijn jullie?

Toe nou.

Ik kom eraan.

Cassie, waar ben je?

Blijf in m'n buurt.

Die kant op.

De Minotaurus.

Als je gelooft, kunnen er wonderen gebeuren.

Hoe maakt u het? We zijn nog niet aan elkaar voorgesteld.

Ik ben Cassandra Marie Aisling.

Zullen we dan maar?

Wacht nou.

Ik ben verdwaald.

Ik ook.

Geiten lopen ook het Labyrint in en vinden hier de dood.

Hoe lang zit je hier al?

Dat weet ik niet meer.

Waarom ga je niet weg? - Dat heb ik vaak geprobeerd.

Maar ik kom elke keer weer hier terecht.

Eet wat. - Nee, dank je.

Je moet sterk blijven. Voor als je weer vrijkomt.

Je vindt het zielig voor de geiten, maar het is dwaas om te verhongeren.

Er moet een uitweg zijn.

Wacht eens even.

Dit zou weleens kunnen lukken.

We gaan naar het schip om voedsel en toortsen te halen.

Malachi en Sebastian helpen ons wel. - We vinden haar wel.

Cassie, rennen.

Nee, hij hoort bij mij. - Ik hoor bij haar.

Ik weet het niet, hoor. - Ik wel. Hij gaat niet mee.

Malachi moet het goedvinden. - Ik zal hem eten geven en verzorgen.

Kan het je helemaal niet schelen dat hij een wild beest is?

En hij is zo stoffig. - Je kwetst hem, juf Netjes.

En hij is niet wild, hij is aardig. - Cassandra, er zullen trollen zijn.

Ik ga mee om je te beschermen.

Dat is dus een uitgemaakte zaak. - Gaaf.

Prachtig.

Dit kan maar één ding zijn.

De draak.

Hoe moet de profetie nu uitkomen?

Wie gaat Oberon en Titania vertellen dat de draak dood is?

Zou je misschien...

je handen kunnen afvegen?

Laat ook maar.

Hartelijk dank, zeer geëerde collega's...

Pap is nog steeds bezig met z'n drakenschedel. Er is iets mis.

Niet slijmen. Dat respecteren ze niet.

Heren, ik heb u vandaag uitgenodigd...

om deze buitengewone vondst met u te delen.

Helemaal uit het landschap der verbeelding:

Mijn monster.

De onthulling, daverend applaus en dan...

Banebridge, je wilde toch bewijs? - Papa.

Ik ben even bezig.

Banebridge, je hebt m'n bewijs gezien. Wat zeg je ervan?

Ik maak me zorgen, papa.

Waarom? Vanwege de trollen? Straks zijn we op Feeëneiland.

Met de drakenschedel komt de profetie uit en kunnen we naar huis gaan.

Professor, Malachi vraagt of u aan dek komt.

Een schip.

Herken je het? - Nog niet, maar ik heb m'n vermoedens.

Sneller. Ik kan ze al ruiken.

We hebben ze bijna. - De jonkies zijn vast erg mals.

Sneller.

Waarom ben jij zo bijzonder?

Hoe kun je dat ding aanraken? Het is al duizend jaar dood.

Dat weet ik zo net nog niet. - Alle hens aan dek.

Sneller.

Als we ze niet voor kunnen blijven, zullen we moeten vechten.

Denk erom, de professor is voor mij.

En hoe zit het met de anderen?

Elke rechtgeaarde trol houdt wel van een slachtpartij op z'n tijd.

Ga iets doen. Schiet op.

De Wunterlabe.

Ze worden vast meegezogen. - We moeten iets doen.

Het wordt krap. - Te krap.

Zeg dat niet. - Beman de katapult.

Maak je klaar voor de strijd.

Schiet op, lelijkerds. Hou de enterhaken gereed.

Vuur de pijlen af.

Kom op, luilakken. Schiet die pijlen af.

Grote leider.

Goed gedaan, Malachi. - Sneller roeien.

Werp de speren.

Zoek dekking.

Werp de speren.

Hou de enterhaken gereed.

Klaar. Schieten. - Vuur.

Gemene stervelingen.

Probeer ons nu maar te pakken, Skotos.

Vlucht maar. Jullie gaan je dood tegemoet.

We zijn ze kwijt.

We zijn er niet echt op vooruit gegaan. - Hoezo?

We zitten op de verboden wateren. - Dat was onze enige hoop.

Wat is er, Sebastian? - Geen vogels. Een slecht teken.

We moeten aan land gaan. - U hebt de draak al gevonden.

Dat kan nooit alles zijn. - Is dit echt zo belangrijk voor u?

Laten we dan maar hopen dat u hier goed aan doet.

Dan gaan we mee aan land om u te beschermen.

Nee, als de trollen ons vinden, moeten jullie het schip redden.

Dan ga ik wel mee. - Nee, ze zullen je nodig hebben.

Er is hier misschien al duizend jaar niemand meer geweest.

Ik heb een slecht voorgevoel.

Er is niemand thuis. - Daar lijkt het wel op.

Iemand moet dit gebouwd hebben. - Het is een ziggoerat, een oude tempel.

Het heeft meer weg van een tombe.

Malachi zei dat we tijdens onze reis niets mochten verstoren.

Dit is meer bewijs. Blijf in de buurt.

Er is hier iemand. - Iemand thuis?

Misschien zijn ze even weg. - Ik hoop het maar.

Er is een inscriptie. Moeilijk te ontcijferen.

Slangen, die zie je vaak in de mythologie.

Moet je die geometrische vormen zien. Echt ongelooflijk. Ze gaan maar door.

Wellicht is het een oude kalender. De schijngestalten van de maan.

Maar die slangen?

Dat lijkt me geen goed idee.

Buig voor de koningin. - Uwe majesteit.

Hoe zouden de echte koning of koningin het vinden...

als hij of zij u op de troon aantreft? Wacht eens even.

Daar heb je ze.

Wat gemeen.

Een sikkel en een schild. En weer van die slangen.

Maar Perseus heeft nooit met slangen gevochten.

Geen slangen. Een Gorgo.

Meiden, we moeten gaan.

Indringers. - Wie is dat?

We zijn vreemdelingen uit een andere wereld.

Onwetendheid is geen excuus. - Bedek je ogen.

Wat is er? - Een Gorgo. Ze heet Medusa.

Een blinddoek. Maak 'm goed vast.

Wat je ook doet, doe 'm niet af.

Wat gebeurt er dan? We zullen heus niet verstenen.

Ja, het is die Medusa. - Beviel m'n troon je?

We hebben geen kwaad in de zin. De trollen joegen ons op.

Ik haat trollen. - We helpen Oberon en Titania.

Het Feeënhof heeft hier geen macht. - Nee, u bent de machtige Medusa.

Miranda, niet bewegen. Meiden?

Ik was nog mooier dan de godin zelf.

Daarom heeft ze dit gedaan.

Ik begrijp uw woede. Maar m'n dochters zijn onschuldig.

Straf mij, maar spaar m'n dochters. - Onschuldige zielen.

Doe je ogen open.

Papa? - Ik mankeer niets.

Doe je ogen open.

Het is alsof je in slaap valt. Je glijdt weg in de vergetelheid.

Misschien vrees jij de dood niet.

Je zou 'm verwelkomen.

Dan hoef je niets meer te voelen.

Geen pijn.

Geen herinneringen.

Ik hou van je, lieverd.

Op een dag zullen jullie dit aan jullie kinderen leren.

Doe niet zo gek, je blijft nog heel lang bij ons.

Niets heeft het eeuwige leven.

Hou op.

Je kunt niet bestrijden wat je niet kunt zien.

Dat kan ik wel. Je bent beeldschoon. - Je liegt.

Ik meen het.

Wat zie je? - Een mooie vrouw met donker haar.

Een gave huid. Haar ogen hebben al te veel ellende gezien.

Deze lens van koningin Titania ziet de realiteit, niet de illusie.

Geef hier.

Erewoord. Als het waar is, zal jullie niets overkomen.

Niet doen, papa. Je mag haar niet vertrouwen.

Ga weg.

Het is al goed.

Wat is er? - Al die wezens die ik heb versteend.

Ik ben het zat om altijd alleen te zijn.

U mag wel met ons mee komen.

Ik heb ervan gedroomd...

dat er iemand zou komen die me zag zoals ik echt ben.

Laat me alleen.

Ga toch weg.

Hou op.

Zie je dat? - Waar heb je het over?

Je bent gek. - Dacht je dat?

Aanschouw haar die dit eiland bewaakt. Niemand passeert.

We gingen net weg. - Pas als je m'n raadsel oplost.

Wat is dat? - De Sfinx.

Verachtelijk wezen. - Moet je horen wie het zegt.

Ik kan je raadsel wel oplossen. - Maar ik vraag het niet aan jou.

Ik vraag het aan jou. - Je speelt vals.

Hoezo? - Je kiest mij omdat ik de jongste ben.

Welk dier loopt 's ochtends op vier benen...

's middags op twee benen en 's avonds op drie?

Het zijn niet per se echte benen. - Het is inderdaad dubbelzinnig.

Het kunnen ook handen zijn.

Een baby kruipt op handen en voeten.

Als hij groot wordt, loopt een man op twee benen.

En als hij oud is, gebruikt hij een stok.

Het antwoord is 'een mens'. - Heel goed.

Ik heb een nieuw raadsel nodig. - Ik kende hem allang.

Jullie mogen passeren. - Je mag wel mee. Er is ruimte zat.

Ik kan hier niet weg. - Ik wel. En ik ga ook.

Als Medusa weggaat, heb ik niets te bewaken.

Je mag gerust mee.

Ik denk...

dat ik het niet doe.

Ze zegt dus nee.

Vrijheid kan in het begin erg overweldigend zijn.

Hij vindt haar leuk. - Ze heeft slangenhaar.

Mannen. - Zo is papa niet.

Miranda, de bril. - Ik wil 'm straks wel terug.

Sneller, ik ruik de strijd. - We kunnen niet sneller.

Nu kunnen we wel sneller.

Dat lijkt er meer op.

Ogen dicht.

Eens kijken of dat bevalt.

Ik stel 'm wel een beetje bij. Niet gluren.

Ik zei 'niet gluren'.

Een ongevaarlijke soort.

Jullie zijn de wijze en twee maagden. - Een gewone opticien.

Ze zullen geketende helden bevrijden. Eerst de Minotaurus en nu ik.

Al zou ik mezelf geen held noemen. - Misschien word je er een.

Als de trollen komen, kun je je bril afzetten en ze verstenen.

Ik weet niet of ik dat weer zou kunnen doen.

Hoe zit ie?

Prima.

Medusa, gave zonnebril.

Trollen.

Jullie gaan eraan, stervelingen.

Cassie, Miranda, achteruit.

Miranda, zoek dekking.

Vuur.

Meiden.

Hou vol, Cassie.

Daar heeft ie niet van terug.

Ken je mij nog? - Zo'n huid vergeet je niet snel.

De jonkies zijn voor mij.

Professor, de les is begonnen. Hoofdstuk 1.

De school is uit. De bel is net gegaan.

Niet slecht.

Meiden, naar het benedendek.

Heb ik iets gebroken?

Kijk nou toch eens.

Waar zijn jullie, schatjes?

Wat is dit voor toverij?

Ik weet dat jullie hier zijn. Verrukkelijk.

Kom te voorschijn.

Kijk nou toch eens.

Niet te geloven. Dit is een gezegende dag.

Dit is m'n lotsbestemming.

Is het echt waar?

De macht is nu van mij.

Terugtrekken. Terug naar het schip.

Schiet op, luie apen. Terug naar het schip.

Ik heb het.

Vlucht maar, lafaards.

Goed gedaan, Malachi. - U ook.

De macht is van mij.

We zijn er geweest. We zijn de drakenschedel kwijt.

We leven nog. - Zonder de schedel zijn we niets.

U bent van slag. De profetie... - Die is heel duidelijk.

Hij heeft gelijk, papa. - Hou je mond.

Wat moeten we nu?

We gaan naar huis voordat er meer gewonden vallen.

Als je niet zo had staan schreeuwen... - Het is allemaal jouw schuld.

Sebastian, activeer de Wunterlabe.

Breng me maar terug naar m'n eiland. - Dit is niet jouw schuld.

Dit komt door de trollen. - Sebastian, de Wunterlabe?

Hij is kapot. - Kun je hem repareren?

Ik ben bang van niet.

Die kennis is verloren gegaan.

Alleen Malachi weet hoe het werkt.

We zijn verdoemd.

Zonder Malachi komen we nooit meer thuis.

Wegwezen. Ze zijn de drakenschedel kwijt.

Skotos zal de clans verenigen en ons koninkrijk aanvallen.

Rustig aan, m'n koning.

Wat zegt u, o wijze?

Vertrouw in hun queeste. Help ze, desnoods met gevaar voor eigen leven.

Hou toch je mond.

Geef de professor tijd om te rouwen en het pad terug te vinden.

Hij is op jacht naar een schat.

Aisling heeft geen weet van de macht van de draak...

en van de macht van het geloof in onze wereld.

Hij heeft bondgenoten gevonden. - Hij is zwak, Titania.

Als de profetie niet uitkomt, is dit het einde van het Feeënrijk.

Wees niet bang. Cassie en Miranda zijn begiftigd met een zuiver hart.

Wat een ellende.

Zijn alle clanhoofden er al? - Ja, meester.

Geef me de drakenschedel.

Mog, ik ben onderbevelhebber. - Ik was er eerst.

Schei uit.

Ik verschijn voor de Heilige Raad...

om het gezag over alle clans op te eisen.

Daar heb je het recht niet toe. - Toch wel.

Je liegt. - Skotos is geen koning.

Stilte.

Woorden hoeven niet waar te zijn, maar zie hier het bewijs.

Ik, Skotos...

opperbevelhebber van alle stammen op Trolleneiland...

heb eigenhandig onze oudste en meest gevreesde vijand verslagen:

De draak.

Wie betwist m'n claim?

Die schedel mag niet zijn gevonden of gestolen.

Wat bewijst dat jij 'm hebt gedood? - Dit. Cratch?

Had er nog iemand bezwaar?

Zo is het genoeg geweest.

Ik ben gek op deze twistgesprekken.

Geef hier.

Zie hier...

ik roep de macht van de draak aan.

Ik roep de macht van de draak aan...

om ons de overwinning op de stervelingen te bezorgen.

We hadden nooit gedacht dat alles zo mis had kunnen gaan.

Maar mam zei altijd dat we de hoop niet mochten opgeven.

Als je gelooft, kunnen er wonderen gebeuren.

Ik bid voor die lieve Malachi...

en ik bid dat we ooit de weg naar huis zullen vinden.

Papa schreeuwde en we hebben ruzie gehad. Alles lijkt verloren.

Als de Wunterlabe niet kan worden gerepareerd, zitten we hier vast.

Papa hoopt de oplossing in de bibliotheek te vinden.

Alles lijkt verloren.

Je blijft nog heel lang bij ons.

Niets heeft het eeuwige leven. Daarom heb ik jullie twee.

Jij wordt een dappere strijder en jij zult een eenhoorn berijden.

Kom maar mee.

Ik mag m'n Grieks weleens ophalen.

Heb je iets gevonden?

Ingrediënten voor een liefdesdrank die een bevroren hart verwarmt.

Dat is niet precies wat we zoeken, maar het valt te proberen.

Het is eerder van toepassing op mijn aandoening.

Jouw hart is niet bevroren.

Het moet wel bevroren zijn.

Anders was ik waanzinnig geworden. - Die tijd ligt achter je.

Je bent nu onder vrienden.

Ja, vrienden. - Eén vriend is al genoeg.

Dat zei m'n vrouw Lily altijd.

Ze was vast een uitzonderlijke vrouw. - Eén uit duizenden.

Je dochters lijken op haar. Ze zijn zo mooi als prinsessen.

En ze zijn zo dapper als krijgers.

Ik doe m'n best om ze zo goed mogelijk op te voeden.

Maar Lily was daar veel beter in.

Je kunt jezelf gelukkig prijzen dat je zulke liefde hebt gekend.

Dat doe ik ook.

Is hij al klaar?

Hij is heel mooi geworden, leider.

Wat vind jij ervan, Oberon? - Echt een wapen voor een koning.

Inderdaad.

Wij koningen moeten elkaar helpen.

Ik heb de toverstokjes nodig.

Blauw.

Is dat echt nodig? - Je ziet er gaaf uit, pap.

We proberen een combinatie van twee spreuken.

Eén om iets ongedaan te maken en één om hem te laten ontwaken.

Verder zijn we met onze research niet gekomen.

Medusa, jij gaat hier staan.

Als ik met m'n stokje op het kristal tik, is dat je teken om te beginnen.

Blijf op je plek. Er mag nu niets misgaan.

Klaar? - Ja.

Bijna vergeten.

Medusa's blik maakte steen van vlees

Malachi, vriend, keer terug zonder vrees

Nog een keer.

Ze staart nu om de vloek af te weren

we smeken je om weerom te keren

Het lukt.

Hij is inderdaad omgekeerd.

We probeerden van alles, maar tevergeefs.

Medusa dacht dat de Magische Universiteit kon helpen...

maar waar was ie? - Dit eiland hier.

Morgen ligt het ergens anders. - Dat kan niet.

Is dat in uw wereld dan niet zo? - Nee.

Hoe vind je die eilanden? - Alleen Malachi kent deze wateren.

Heb je al daarboven gekeken? - Het is vast hier ergens.

Nee, daarboven.

Magische Universiteit

Ik heb het gevonden.

Wat is dit? - Magie.

Het is niet waar.

Pardon, meneer.

Is dit de Magische Universiteit?

Hoe kan ik denken met al dat lawaai? - We hebben hulp nodig.

Jullie zijn verdwaald.

We komen uit een andere wereld. - Wie niet?

Medusa heeft Malachi versteend en we willen 'm terugveranderen.

Dat zal wel. Ik hou ook wel van een goed verhaal op z'n tijd.

M'n spreuken haalden niets uit. - Dat verbaast me niets.

Hoezo niet? - Bij magie...

stel je geen vragen. - En verwacht je niet meteen succes.

Kunt u hem terugveranderen? - Dit is geen verandering...

maar een complete transformatie. - Wat is het verschil?

Als je hier een eeuwtje of twee, drie kwam studeren, weet je dat wel.

Volgens m'n berekeningen hebt u drie problemen.

U moet de profetie laten uitkomen door de trollen te verslaan.

U moet de weg naar huis vinden...

en u moet uw vriend de dwerg redden.

Dat is intrigerend. Echt fascinerend.

Er zijn hier blijkbaar hogere machten aan het werk.

Deze reis heeft nog een doel. - Wat dan?

Sorry, ik mag uw lot niet onthullen. Dat leer je hier al op je eerste dag.

Het leven is vreemd.

Eénwieler, nee. Eendracht, nee.

Eenhoorn. Geboorte, voedsel en verzorging...

Hebbes, magische eigenschappen.

Volgens de legende heb je eenhoorntranen nodig...

om steen in vlees te veranderen. - Dan gaan we een eenhoorn zoeken.

Daar heb je een prinses voor nodig.

Deze maagden zijn mooi genoeg. - Dat zou kunnen lukken.

En je moet de eenhoorn een zilveren appel geven.

Die heb ik nog nooit gezien. - Ze zijn zeldzaam.

Iemand kweekt ze in een woud ten oosten van hier.

Hij verkoopt er ons wel een paar. - Dat betwijfel ik.

Ik keur diefstal niet goed, maar het is jullie enige kans.

Olaf wil van geen enkele vrucht afstand doen.

Olaf de boeman. Nee, dat wordt een hele klus.

M'n benen vallen er nog af. - Het is niet ver meer.

Kijk, daar is het.

Het is gewoon water.

Kom nou, Miranda.

Gooi die appels maar op. Ik wil niet nat worden.

Olaf zal ons een paar appels niet misgunnen.

Hij is vast heel begripvol. - Pak aan.

Dat is een hele mooie. Alsjeblieft.

Ik heb ze voor jou geplukt.

Wat mooi. Is het fluweel? - Nee, zijde.

Mooi, hoor.

Kom terug.

Kijk uit.

Brave boeman.

Hij denkt dat we prinsessen zijn.

Sta op, Olaf.

De appel.

Wat is er? - Mama's tekening.

Er is wel een zekere gelijkenis. - Hij is precies hetzelfde.

Miranda, ga voor die boom staan. Net als op de tekening.

Alles klopt precies. Onze komst was voorbestemd.

Miranda, wacht nou.

Hoe heb je dat gedaan?

Ik geloofde gewoon dat ik het kon. Zo gaat het in deze wereld.

Dat zijn mijn dochters.

Roeien. We zijn er bijna.

Op naar de overwinning.

We hebben de eenhoorn gevonden en hem de zilveren appel gegeven.

Maar hoe laten we hem huilen?

We mogen hem geen pijn doen.

Natuurlijk niet.

Nu de Wunterlabe kapot is, kunnen we niet naar huis.

We zijn de schedel kwijt en kunnen de profetie niet laten uitkomen.

Maar Papa denkt dat Oberon en Titania raad weten.

Wat is er? - Een vieze lucht en donkere wateren.

Voel je het ook? - Er zijn veranderingen op komst.

Land in zicht. Feeëneiland.

Zet alle zeilen bij. Als we maar niet te laat zijn.

Voorzichtig.

Wacht.

Trollen. Een heleboel trollen.

Die kant op.

Wat doet een dryade zonder boom? - Dat wil je niet weten.

Misschien is ze ontsnapt. - Laten we het hopen.

Oberon en Titania kunnen toch niet dood zijn, hè?

De hofmeester.

De wijze en z'n maagden zijn teruggekeerd. Waarom?

We zoeken Titania en Oberon. We hebben hulp nodig.

Volgens de profetie moest u uw queeste zelf voltooien.

Waar is iedereen? - Gevlucht.

We hebben ons verscholen. De koning wordt vermist.

Ik vrees het ergste.

Wat moeten we doen? - Hofmeester.

Er zullen tot ons komen een man, begiftigd met wijsheid...

en twee goedhartige jonge maagden. Ze komen van ver over de zeeën.

Ze zullen geketende helden bevrijden...

oude wonden genezen en de gigant herboren doen worden.

U herkent ze aan deze tekenen: Een zwaard, een schip...

en een banier met dit opschrift: Credendo vides.

Je ziet door te geloven.

Vertrouw in hun queeste. Help ze.

Het spijt me.

We kunnen u nu niet helpen.

Dat wordt gelijkspel.

Zet 'm daar neer.

Dat is niet eerlijk. Je helpt hem.

Kon hij maar praten. Hij weet vast de weg naar huis.

Waren we maar meteen weggegaan. Dan hadden we hier niet gezeten.

Ben je boos op me?

Ik ben gewoon van streek. Ik wil hier niet blijven.

We horen hier thuis.

Wat mis je het meest, Miranda?

Dingen waar ik zonder dacht te kunnen. M'n vrienden en school.

Steve. Ik weet het niet.

En jij? - Alles.

Maar weet je wat ik niet mis? In elk geval niet zo erg.

Mama. Ze is hier. Ik denk de hele tijd aan haar.

Als ik m'n ogen sluit, zie ik haar gezicht.

Ik ruik haar parfum.

Als ik een kamer binnenga, kan ik niet geloven dat ze er niet is.

Dat heb ik ook.

Alan?

Wil het al een beetje vlotten?

We hebben geen drakenvuur om het feeëngoud te smeden.

Niet meer.

Zullen we een beetje oefenen, professor?

Als het van mij afhangt, gebruik ik dat ding nooit meer.

Zeg maar wat je denkt.

Je vindt altijd problemen op je weg als je die het minst verwacht.

We moeten ergens heen waar de trollen ons niet kunnen vinden.

Wat we geloven, zal gebeuren.

Wat is dit voor goedkope truc?

De profetie zou niet uitkomen, zei je. Ze moeten worden vernietigd.

Je zou het Feeënrijk met rust laten als ik de stervelingen tegenhield.

Dit is sterke magie.

Je bedriegt me. Grijp hem.

Je weet niet wat dit is. Ik moet je laten zien wat je hiermee kunt.

Dwaas. Ik heb jouw hulp helemaal niet nodig.

Wij trollen hebben ook macht.

Hoe voelt het om één van ons te zijn, Oberon?

Doe met mij wat je wilt, maar hou je aan je woord en spaar m'n rijk.

Je rijk zal van mij zijn...

zodra ik met dit ongedierte heb afgerekend.

Is hij al gerepareerd? - Nee.

We krijgen dus geen gelukkig eind.

Naar het benedendek.

Oh, nee. Een zeeslang.

Waar is Miranda?

Jij hebt m'n magie niet nodig.

Hoe kan ik een geschenk geven aan iemand die al zo veel gaven heeft?

Verachtelijke trollenmagie.

We moeten ons voor hen verstoppen. - Waanzin.

Ben je het er niet mee eens?

Ik ben niet lang in uw wereld geweest en ik ben geen wijze...

maar ik heb dit gezien: Er zijn overal trollen.

Ze zien er anders uit en hebben andere namen, maar het blijven trollen.

Ze willen dingen vernietigen en alles hetzelfde maken.

Ze leiden met behulp van geraas en getier.

Het heeft geen zin om ze te ontwijken.

Wat zeg jij?

Als je vlucht, zul je sterven.

Tegen een trol kun je maar één ding doen: Standhouden en vechten.

Je bent in orde. - Wat is er gebeurd?

Ik heb de zeemeermin geroepen. - Het is je gelukt.

Zo gaat het dus in deze wereld.

Ze mankeert niets. - Gelukkig.

We kunnen hier niet blijven. Dat is te gevaarlijk.

Waarheen, professor?

Maak je geen zorgen, pap. Je zult de juiste keus maken.

Alan, doe wat je denkt dat juist is.

Kapitein...

zet koers naar Trolleneiland.

Sebastian, we gaan aan dek. Haast je.

Dit is pure tijdverspilling.

Wie komt er nou naar het strand dat wij bewaken?

Skotos geeft niets om ons.

Wie is daar?

Kom ik zo bij de Heilige Grond van de trollen?

Kom snel.

Opsplitsen. Malachi, Sebastian en Medusa gaan naar het zuiden.

Wij gaan naar het noorden. Als er iets gebeurt, zien we elkaar hier weer.

Succes.

We gaan.

Moet je m'n geweldige leger zien.

U bent de schedel vergeten. - Ik ben de opperbevelhebber.

Ik vergeet niets. - Ja, hoor.

Wat zei je daar?

Ja, dat klopt, opperbevelhebber.

Jullie twee, bewaak m'n paleis met jullie waardeloze levens.

Kom mee.

Schiet op.

Sneller.

Slaven.

Wat zijn dat? - Smederijen om wapens te maken.

Ik sterf liever dan weer slaaf te worden.

Zet dit maar op.

Blijf achter ons.

Stil.

Mijn trollen.

Trouwe onderdanen, hoor mij aan.

De tijd is daar. Onze tijd is gekomen.

Het tijdperk van de trollen.

De draak en Oberon en Titania...

die zich koning en koningin noemen, zijn stof onder onze voeten.

En dit is nog maar het begin.

Er zijn nog meer eilanden en werelden om te veroveren.

Ik, Skotos, ben door de kolk naar die werelden gereisd.

Ik heb ze met m'n eigen ogen gezien.

We hebben de bedrieger Aisling opgespoord in zo'n wereld...

en we hebben hem verslagen.

Zijn wereld is ongelooflijk rijk...

en rijp om te worden geplunderd.

De mensen zijn zwak en nietig. - Wat nu?

We maken slaven van ze. - Ik kan de wachters overvallen.

Als ze alarm slaan, is alles verloren. Deze kant op.

Willen jullie de schedel?

Schedeldrager, laat ze de drakenschedel zien.

Die ligt nog in uw paleis. - Stilte.

Wil je zeggen dat jij, de drager... - We moeten ze afleiden.

De drakenschedel bent vergeten? - Ik niet. Ik zei u nog...

Bind hem vast.

Nu zullen we zien wat er met ongehoorzame trollen gebeurt.

Waar is ze? Waar is Cassie? - Daar.

Hallo, daar.

Haal de schedel. Ik zag Cassie lopen.

Haal snel de schedel. - Ja, snel.

Als opperbevelhebber straf ik iedereen die onze wetten schendt.

Wat hebben we hier?

We hebben een gast.

Een gast?

Een spion, zul je bedoelen.

Stilte. Bind haar vast.

Haast je, ik hoorde Cassie net.

Op Trolleneiland wordt spionage bestraft met de dood.

Nu ik erover nadenk, op Trolleneiland wordt alles bestraft met de dood.

Ik ben geen spion.

Als je geen spion bent, wat ben je dan wel?

Een tussendoortje misschien?

Miranda, luister goed.

Breng de schedel naar Malachi.

En jullie dan? - Wij gaan Cassie redden.

Lach maar, ik kom u waarschuwen.

In de naam van de profetie eis ik dat u me laat gaan.

En ik eis dat u de andere eilanden met rust laat.

En als we dat niet doen? Het gaat om de profetie.

Vertrouw in hun queeste. Help ze met gevaar voor eigen leven.

Ze luiden een nieuw begin in. En een eind aan de duisternis.

Dat laatste slaat op u.

We zijn trollen. En trollen zijn oorlogszuchtig.

Ik kan je niet alleen laten. - Alleen jij kunt de schedel redden.

Zonder de schedel is alles verloren.

Je kunt het wel. - Nee.

Ga nu.

Wees voorzichtig.

U kunt veranderen. Ik heb over trollen gelezen.

Ooit waren jullie niet slecht. - Dat is gelogen.

Ik heb hier allerlei wezens ontmoet. Feeën, dwergen, elfen en nog meer.

Iedereen was ontzettend vriendelijk en gul. Zelfs Olaf.

En hij is een boeman.

Geloof je nou echt...

dat als wij zouden veranderen...

de andere volken ons als gelijken zouden beschouwen?

Ondanks ons ruige uiterlijk en slechte manieren?

Ja, dat denk ik echt. Ik geloof erin.

Daar put jij je kracht uit.

Ik zal over je woorden nadenken.

Daar krijgt u beslist geen spijt van.

Maar gelukkig voor mij...

denken trollen beter na op een volle maag.

Maak de lavaput gereed.

Klaar? - Altijd.

Kort gebakken graag.

Help me.

Daar, hou hem tegen. - Help.

Vernietig ze.

Achteruit.

Het is de Sfinx.

Laat haar los, ze is van mij.

Volg me. Cassie is veilig. - Ik dek de aftocht.

Laat de profetie uitkomen. Ga.

Wat is er gebeurd? - Ga naar de steengroeve.

Ik kan het wel.

Vlucht met de eenhoorn.

Deze kant op.

Hé, trollenkop.

Sebastian, vlucht.

Ik ben niet bang.

We vinden ze wel, grote leider. - Ik kan ze ruiken.

Ze zijn in de buurt. We zullen ze vernietigen.

We moeten de schedel terugkrijgen.

Elke trol op het eiland zoekt ze.

Dat is ze geraden, als ze willen blijven leven.

Er is nog een manier om ze te vinden.

Stil. Rustig aan.

Waar is Cassie? - De Sfinx heeft haar.

Die was ik alweer vergeten. - Zij ons gelukkig niet.

Waar is de Minotaurus? - Die heeft het niet gered.

Het is nog niet afgelopen. Wat stinkt er zo?

Vraag dat maar niet. - Ik til de schedel wel.

Opzij.

Koning Oberon, wat is er gebeurd?

Laat me alleen met m'n schande. En noem me nooit meer koning.

Opzij. Opzij.

Sneller. Schiet op.

We moeten iets doen.

Welkom in mijn 'Feeënrijk'.

Slaaf, jij zult je hele leven twee keer zo hard moeten zwoegen...

als je me niet vertelt waar de schedel is.

Je hebt me gehoord, slaaf. Geef antwoord, beest.

Waar zijn ze?

Goed dan, we zullen weleens zien hoe dapper je bent.

Sluit je bij ons aan. We kunnen je kracht goed gebruiken.

Je sterfelijke vrienden geven niets om je. Ze gebruiken je gewoon.

Gebruik je kracht voor een beter doel.

Waar zijn ze nu? Koppige stier, waar zijn ze?

Waar zijn de stervelingen?

Wat is een Minotaurus nog...

zonder z'n hoorn?

Voor de laatste keer, waar zijn ze?

Veilig.

Hé, lelijkerd. Zocht je dit? - Grijp ze.

Wat nu? - Rennen.

Goed plan.

Een beurs vol goud voor de trol die me Aislings hoofd brengt.

En een kist vol goud voor de trol die me de drakenschedel brengt.

Pap, Miranda, hierheen. Neem de schedel mee.

Blijf daar, Cassie.

Hou je vast. - Het is toch niet waar.

Ik zal je vernietigen, Aisling.

Hij is van mij. De schedel is van mij.

En nu is hij van mij.

Nou heb ik je, Aisling.

Oh nee, de schedel.

Ik zal je vernietigen, Aisling.

Cassie, ik kom eraan.

Nou heb ik je, Aisling.

Ik heb het helemaal gehad met jou.

Dat kon er ook nog wel bij.

Kom terug.

Opzij. Geef hier.

Eindelijk.

Wees een brave meid en geef mij die schedel.

Nooit. - Jij hebt er niets aan.

Als je me de schedel geeft, spaar ik je familie.

Vergeet het maar.

Geloof je nou echt dat jij de macht hebt om de draak tot leven te wekken?

Jij?

Deze sterveling gelooft dat zij de macht heeft.

Nee, deze sterveling gelooft gewoon.

Als ze je de schedel geeft, spaar je hen dan?

Erewoord.

Cassie, geef hem de schedel.

Dat is goede raad. Luister naar je vader.

Goed dan.

Je krijgt 'm.

Credendo vides.

Ren voor je leven.

Voor jullie vrijheid.

Ik wil naar huis.

Ik ook.

De pannenkoeken zijn klaar.

Wil je een pannenkoek? Met bosbessen.

Komt Steve je ophalen? - Geen idee. We hebben ruzie gehad.

Hij drong nogal aan en toen heb ik hem weggestuurd.

Dat is amper ruzie. - Vertel mij wat.

Ik moet met het bestuur praten over de nieuwe decaan.

Ik heb zin in de strijd.

Wat is er?

Niets.

Wat is er? - Je eet. Je eet anders nooit.

Wel als ik honger heb. Het is dwaas om te verhongeren.

Zijn de pannenkoeken lekker?

Ik heb vannacht heel vreemd gedroomd.

Waarover? - We waren op een schip.

Wat voor schip? - Een magisch schip.

Net als het schip in mama's portfolio.

Waar heeft ze het over? Grappig, ik heb ook vreemd gedroomd.

Laat eens zien.

Het was geen droom.

Credendo vides.

Je ziet door te geloven.

Wel heb ik me daar.

Daarna werd alles weer bijna normaal.

Er was natuurlijk wel iets veranderd.

Mr Banebridge besloot dat hij toch geen decaan wilde worden.

Er was hem iets zenuwslopends overkomen.

Professor Aisling werd decaan en we hoefden niet te verhuizen.

Soms denk ik aan alle gebeurtenissen en onze thuiskomst.

Ik besef dat de reis het belangrijkst was.

Hij heeft ons veranderd.

Ik weet nu wat pap met credendo vides bedoelt.

We kunnen meer zijn dan wat we zien.

Soms heb je alleen iemand nodig die in je gelooft.

Mama geloofde zo sterk in ons. Dat zal ik altijd met me meedragen.

Soms droom ik dat ik de Eenhoorn zie.

Dan ren ik de kade af, op naar een nieuw avontuur.

Ik droom dat ik haar weer zal zien.

En dan verdwijnt ze.

Maar ik ben niet verdrietig meer.

Ik weet dat ik het grootste avontuur aller tijden beleef.

En omdat ik geloof.

En als je gelooft, kunnen er wonderen gebeuren.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.