Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Vertaling: Bommel44
Dit is een verhaal over Goden en helden....
...in een wereld waar de werkelijkheid zich vermengt met het bovennatuurlijke.
Daar waar de mens samenleeft met de Goden in de onderwereld.
Dit is het heldendicht van Ulysses zoals dit 3000 jaar geleden verteld werd.
Ga nu, dames.Het is genoeg voor vandaag.
Ga naar uw vertrekken.
Volg niet het voorbeeld van Melantos de verraadster,...
die met deze onwelkome gasten in het huis van Ulysses omgaat.
En denk er altijd aan..
dat uw lady Penelope hier de enige heerseres is.
Ga nu.
Euryclea! Euryclea!
Toen zojuist de zon in de zee onderging,...
kwam er een kring van wolken omheen.
En plotseling kwam er een donkere schaduw...
die de vorm had van een opgebold zeil, die hem volledig bedekte.
Wat zou dat kunnen betekenen, Euryclea?
U heeft nu jarenlang wanhopig gezocht..
naar voortekenen van de terugkeer van Ulysses....
in de vlucht van de vogels,..
in het bloed van offergaven,... en in de vorm van de wolken.
Kwel uzelf niet langer, Penelope.
Maar wat kan ik anders doen?
Als het daglicht langzaamaan begint te verdwijnen aan de hemel...
en de sterrennacht een mantel van stilte spreidt...
groeien mijn kwellingen en zorgen duizendvoudig.
Ik denk al vaak dat ik dit niet meer kan dragen.
Hoor je ze?
Die hufters die zich mijn vrijers noemen,....
die hun kracht gebruikten om hier binnen te dringen,
en misbruik te maken van een angstige en eenzame vrouw...
en haar jonge zoon,
door haar te dwingen tot een belofte van een verschrikkelijk huwelijk.
Hoor je ze?
Hoor nu mijn lied over de overwinning van Troje.
Is dat de verhalen-verteller?
Ja, hij vertelt nu over de overwinning van Troje.
Tien jaren lang belegerde het Griekse leger de stad Troje....
Maar het leek onmogelijk om de stad in te nemen.
En dus....
omdat het leek dat ze de stad nooit zouden kunnen innemen,
verlieten de Grieken de omgeving van Troje....
en lieten als herinnering aan hun doden...
een groot houten paard achter.
Dol van vreugde stroomden de Trojanen buiten hun stadsmuren....
om het paard binnen te halen als een teken van hun overwinning.
Maar binnenin het paard zat een groep Grieken...
geleid door Ulysses.
En nu komt het mooiste.
In triomf sleepten de Trojanen het paard..
binnen de stadmuren van Troje.
Toen terwijl de Trojanen aan het feestvieren waren,...
kropen Ulysses en zijn Grieken uit het houten paard.
zij openden de stadspoorten...
en lieten het Griekse leger binnen.
In die nacht werd Troje...
geplunderd en in de as gelegd.
In die nacht werden honderden Trojanen gedood.
Groot was de overwinning van Ulysses,
maar nog groter was zijn hoogmoed.
En door deze hoogmoed...
plunderde hij de tempel van de Trojaanse God...
de machtige Neptunus, koning van alle zee�n,...
en vernietigde zijn heilige standbeeld.
En voor deze daad, vervloekte..
de Trojaanse profetes Cassandra Ulysses.
Vervloekt zijn de heiligschennende Grieken.
En jij Ulysses, vervloek ik drievoudig.
Moge de gramschap van Neptunus over je heenkomen.
en moge je nooit meer vrede kennen.
Je zult in ballingschap leven en sterven in de diepten van de zee.
Genoeg! Genoeg, Phemius.
Penelope.
Penelope.
- De Koningin. - De Koningin.
Penelope, het is alweer vele maanden geleden dat u ons heeft bezocht.
Laat eens wat anders horen.
Het is te triest voor ons..
om deze oude herinneringen weer te moeten horen.
-Niet voor ons, Penelope. -Nee, wij leven niet op herinneringen.
Wees stil! Hebben jullie geen respect voor haar verdriet?
Als het nu verdriet zou zijn voor iemand die echt dood was,
dan zou er ook een einde aan komen, zoals het gewoonlijk gaat.
Dan zou u in staat zijn om iemand van ons te kiezen.
Niemand kent het lot van Ulysses.
Niemand kan al over hem spreken alsof hij dood was...
en zijn lichaam op een dodenvuur gezien is.
Weet u, Penelope,
zelfs de fantasie van de verhalen- verteller maakt u van streek.
In uw geest is er bij u nog veel twijfel.
-Maar wij, wij zijn zeker van onze zaak. -Waar is Ulysses? H�?
In welk land wordt hij gevangen gehouden?
U heeft ons beloofd dat u een van ons als echtgenoot zou kiezen....
zodra u klaar was met het weven van uw tapijt.
Maar u bent al zo lang aan dit tapijt aan het werken....
Jaren geleden bent u ermee begonnen en er kont geen einde aan.
Dat is waar...
Het is de herinnering aan Ulysses die mij belet om het af te maken.
Het zijn mijn zorgen en tranen die mij mijn zicht belemmeren.
Daarom werken mijn handen traag.
Al zou u ons alleen maar de gunst van uw glimlach willen verlenen.
Er is niemand onder jullie die zich met mijn vader kan vergelijken.
Wij zijn toch ook mannen?
Wij hebben toch ook kracht en moed....
en edele harten?
Jullie hebben zeker ��n ding: een onverzadigbare honger.
Jullie hebben misbruik gemaakt van de zwakte...
van een vrouw en haar jonge zoon....
door het huis van Ulysses te bezetten.
en zijn rijkdom en zijn vee er op te maken.
Jullie hebben zelfs de Koningin een belofte afgedwongen..
haar belofte om met ��n van jullie te trouwen.
Wat geeft je het recht om over ons te oordelen, oude man.
Hij spreekt de waarheid.
Jullie hebben mijn huis bezet.
Jullie hebben de vrede hier verstoord.
Jullie hebben mij een belofte afgedwongen, een belofte die ik niet...-
Nee, dit is meer dan een belofte.
Het gaat om de toekomst van Ithaca dat al te lang zonder koning is.
Hij heeft gelijk.
Niemand van jullie is deze kroon waardig.
En zo gaan we verder met een koning die er niet is,
een schaduw.
Het volk wordt het ook te moede, Penelope.
De gevoelens van mijn volk is niet uw zaak.
Jullie zijn allen vreemdelingen op dit eiland.
Ik ben hier nog steeds de Koningin!
En het volk van Ithaca houdt van haar koningin
en het leeft mee met haar zorgen.
Het respecteert haar herinneringen.
U bent te veel bezig met uw schoonheid, Penelope.
U bent nog veel te jong...
om alleen met uw herinneringen te slapen.
Ik zeg u dat Ulysses leeft en dat hij zal terugkeren.
En als hij dat doet, zullen jullie allemaal boeten...
omdat je het gewaagd hebt mij te beledigen.
Kom, drink, Phemius. Schraap je keel en zing weer je liederen.
Ik wil dat deel over Cassandra nog eens horen.
Dat met al die prachtige vervloekingen.
Leucanthus, Melantos en alle anderen, weg met jullie!
Jullie brengen schande over dit huis.
Ga terug naar jullie kamers en blijf daar.
Ik ga hier voorgoed een einde aan maken.
Wie denk je wel dat je bent om ons opdrachten te geven?
- Ik ben de zoon van Ulysses. - Je bent slechts een jonge dwaas.
Ik heb slechts 10 gewapende mannen nodig om jullie hier uit dit huis te verjagen.
Kom maar. Kom, kleine dappere en vecht tegen een halve man!
Spring nog een keer, jochie!
Spring, Telemachus, spring
Ga naar je moeder, zoon van Ulysses.
Rennnen, jochie, ren naar huis!
Rennen Telemachus. Loop mar weg.
Eens zullen die vrijers er achter komen dat dit kleed nooit klaar zal komen...
omdat je 's nachts weer ongedaan maakt wat je overdag hebt geweefd.
Wat moet ik dan anders doen?
Ik was gedwongen tot de belofte om iemand van hen te huwen.
We moeten de goden dankbaar zijn dat ze toestonden dat...
ik mocht wachten tot dat dit tapijt gereed was.
Laten we hopen dat ze mijn geheim nooit zullen ontdekken.
- Moeder. - Wat is er, Telemachus?
Wat is er gebeurd?
- Ik moet gaan, moeder. -Waar wil je heen?
Weg van hier. Ik kan het niet langer verdragen....
hun beledigingen en hun wreedheden. Ik moet mijn vader gaan zoeken.
Jij wilt me dus ook verlaten?
We moeten een einde maken aan die onzekerheid, moeder. We moeten het nu echt weten.
Ik ga naar de vrienden Ulysses--
Koning Nestor uit Pylos en Menelaus in Sparta.
Laat me niet alleen met deze mensen, Telemachos!
Gelooft u dat mijn vader nog leeft?
Ja, Telemachus.
Zeg me de waarheid, moeder.
U gelooft het zelf ook niet.
Je moet me niet verlaten. Blijf bij mij, mijn zoon.
Ga niet weg van mij.
Als jij gaat, wat rest mij dan nog?
Alleen door jouw aanwezigheid en jouw stem ....
kon ik mijn eenzaamheid verdragen, dat was als vanaf dat je klein was.
Het was in je gezicht en in je ogen.
Daarin zag ik steeds het gezicht en de ogen van Ulysses.
En door jou kon ik de kracht hervinden...
die mij soms scheen te verlaten.
Blijf hier bij mij, Telemachus,
en we zullen samen strijden. Ga niet van me weg.
U moet strijden, moeder.
U moet vertouwen hebben.
Wat maakt het uit wat ik geloof?
Ulysses is ver weg.
En dat is alles wat we weten.
En daarom wordt dit tapijt overdag groter...
en wordt in de avond weer kleiner.
En zo blijf ik de vrijers die op mij wachten bedriegen....
terwijl ik op Ulysses wacht.
Ulysses.
Nausicaa.
Nausicaa, wat doe je daar?
Phaedra, er ligt hier een dode man.
- Waar? - Achter deze rots.
Wees voorzichtig, Nausicaa. Raak hem niet aan.
Hij is dood.
- Hij leeft nog. - Des te erger..
Waar ben ik?
In het koninkrijk van Alcinous. Ik ben zijn dochter.
In welk deel van de wereld is dat?
Het eiland Phaeacia. Dat moet je toch weten.
Dat ligt vlak bij Ithaca.
Ithaca?
Heb je nog nooit van Ithaca gehoord?
Wie ben je? Hoe heet je?
Ik weet het niet.
Er zit geen naam in mijn hoofd.
Weet je ook niet de naam van je land?
Ik kan me niets herinneren.
Snel, meisjes, haast je alsjeblieft. Laat Calops hier komen.
We moeten hem direct naar het paleis brengen.
Wees voorzichtig, Nausicaa. Misschien is hij wel een God.
Soms nemen Goden de gedaante aan van menselijke wezens.
Ik hoop niet dat hij er een is.
Ik wil dat hij een echte man is.
U weet, Alcinous, dat mijn kracht ligt in het mengen van kruiden en drankjes.
Maar mijn geneesmiddelen helpen niet bij de man die aan het strand gevonden is.
Deze vreemdeling heeft geen enkele herinnering meer aan zijn verleden.
Ik heb zijn lichaam genezen, maar zijn geest....
Ik ben geen God.
Heb je een aderlating bij hem gedaan?
Aesculapius zegt dat een aderlating geen genezing brengt.
Het dient alleen maar om te laten zien dat je een arts bent...
en waarvoor de pati�nt extra moet lijden.
Hoe kan een mens zijn volledige geheugen kwijtraken?
Daar zijn twee redenen voor te vinden.
Ofwel de Goden hebben hem vergetelheid geschonken,
ofwel hij wil zelf zijn ontsnappen aan zijn herinnering aan..
een grote zonde of een misdaad uit zijn verleden.
Ik zou mij kunnen vinden in die tweede mogelijkheid.
Vader! Vader!
Vader, hij is hier.
Moge uw Koninkrijk in macht en zijn Koning in wijsheid groeien.
Mijn artsen zeggen mij dat u uw geheugen volledig verloren heeft.
Het verleden is weg.
Toch weet u nog hoe u een koning moet begroeten.
Uw uitstraling en uw adellijke manieren wijzen er op...
dat u reeds eerder voor andere koningen gestaan hebt.
Is er niet meer dat u zich nog kunt herinneren?
Ik herinner mij niets meer.
Niets.
Vreemd...
Wie u ook moge zijn, u bent onze ge�erde gast.
Geef de nodige opdrachten voor de festiviteiten,..
voor het dansen en de spelen.
Bravo.
Krakos is de winnaar.
Wie wil er met Krakos vechten?
Ga. Jij kunt hem verslaan.
Wat.. ik tegen die moordenaar? O nee.
Wie wil het tegen Krakos opnemen?
Wie wil tegen Krakos strijden?
Ga niet weg, mijn vriend.
Maar hij zou helemaal niet mogen vechten.
Waarom niet? Een flinke klap op zijn hoofd kan misschien zijn geheugen terugbrengen.
Ok�, misschien kent hij nog wat truukjes. En misschien is hij vroeger worstelaar geweest.
Diomedes denkt dat soldaat geweest is.
- Dat valt nog niet mee h�? - Ik zou jou niet inhuren als een kindermeisje.
Neem me niet kwalijk.
Vader, hij heeft gewonnen. Hij heeft gewonnen!
Ja, Nausicaa, hij heeft gewonnen.
Maar waarom staar je me zo aan?
Omdat... ik de vrouw zie...
die de plaats van mijn kleine meisje gaat innemen.
Een held, h�? Hebben julie wel eens een echte held ontmoet?
Agamemnon, Ajax, Ulysses-- dat waren pas helden...
Ulysses zijn handen waren zo groot als een vat.
Met mijn eigen ogen heb ik gezien dat hij de rug van een stier met ��n klap brak.
Zeker, deze man is geen slappeling,..
maar je kunt hem niet vergelijken met die echte helden.
Hij is als een spreeuw tegen de vleugels van een adelaar.
Dit is het geschenk van Koning Alcinous voor je overwinning.
Mijn dank aan de koning.
En dit is mijn geschenk.
Het is een zeldzame balsem.
- Het is zo welriekend, vind je niet? - Zoals de lente.
Het is gemaakt met een geheim recept.
Toverkracht.
Dat is mij gegeven door een vrouw die ginds in de heuvels woont.
Ze zei me ook dat dit elke wond in ��n nacht kan genezen.
- En het kan ook de jeugd weer terughalen. - De jeugd?
Geef mij eens wat.
Ik kan wel een paar flessen gebruiken.
Jeugd.
Dit is niet de arm van een jongen.
Jij bent de jongste man in heel Phaeacia.
En voor mij ben je pas een paar dagen geleden in het zand geboren...
toen je je ogen opende en naar me keek.
Ik zal je Stenos noemen, de sterke.
En ik zal ervoor zorgen dat je je hier heel welkom zult voelen.
Wat is er mis?
Wat is er?
Ik weet het niet.
Een gedachte overviel mij.
Een naam,... een stem.
Was het mijn naam? Was het Nausicaa?
Nausicaa?
Misschien wel.
Leodes, 45 stappen.
Eurymachus, 48..
Jij hebt dit spel gewonnen,Eurymachus.
Is er nog iemand die aan mijn overwinning twijfelt?
Dat zullen we nog wel eens zien op de dag van Penelope's huwelijk.
Dan hoef je niet lang te wachten, beste vriend,..
nu we die kunstje kennen met dat tapijt.
Jij mag met Melanthius trouwen als dank omdat ze ons verteld heeft.
en ik zal Penelope huwen.
Gooi!
Wat is de inzet?
- De bruidsschat van Penelope. - Penelope's bruidsschat?
- Gaat ze dan met iemand van jullie trouwen? - Natuurlijk.
Kijk eens. Ik heb gewonnen.
Ik bezit nog steeds de stallen en de helft van de paarden.
De Goden kunnen mij nog steeds goedgunstig gezind zijn.
Ik heb weer gewonnen.
Penelope, Ik heb je hele bruidsschat verdobbeld.
Dus als je mij kiest kun je er zeker van zijn ...
dat het louter liefde is is die mij tot jou brengt.
Smerige spion!
Jij hebt het geheim van het tapijt doorverteld.
Spion! Smerige spion!
Stop.
Ga nu weg.
Je zult nog spijt krijgen van je verraad. Lelijk spook.
Wat moeten we nu doen nu ons geheim ontdekt is?
Er is niets meer wat we kunnen doen.
Je moeder moet ��n van de vrijers huwen, voordat ze ons allemaal doden.
- Ben je dan zo bang voor de dood? - Ik ben een oude man.
Voor mij is alleen uw veiligheid en die van Ithaca van belang.
Genoeg, Mentor, genoeg.
Zijn boosheid is tercht, hoewel ook van weinig nut.
Weer een vrijer. Ze zijn als vliegen rond een honingpot.
- Ken jij hem? - Ik kan hem niet zo goed zien.
Hij kan goed rijden en hij gaat goed met zijn paarden om.
- Antinous van Cephalonia. - De zoon van Eupeithes?
- Mm-hmm. -Lawaaige opschepper.
Er is geen plaats voor hem hier. We zijn al met tevelen hier.
Verzorg mijn paarden en maak een bed voor mij klaar.
- Waarom ben jij hier, Antinous? - Om Penelope te spreken.
Niemand van ons is tot op heden al zo vrij geweest om ..
er zelfs maar aan te denken... haar vertrekken te betreden.
Nou, ik ben blij te horen dat ik dan de eerste zal zijn.
- H� daar, - Opzij jij.
Wie ben jij? Geef antwoord.
Ik ben Telemachus, zoon van Ulysses.
Rustig aan, Telemachus. Ik zal je vriend worden.
Gegroet, Penelope.
Je schoonheid is waarlijk bekoorlijker dan de droom van een dichter.
Wie ben je?
Ik ben Antinous van het eiland Cephalonia.
Ik weet van die kunstgreep met dat tapijt, Penelope.
Wat wil je hier in mijn huis?
Jou.
Maar ik ben hier nier gekomen om je vermogen te verkwisten, ..
zoals al die anderen deden,noch onder je dak te wonen als een parasiet.
Ik ben niet de zee overgestoken met het doel je recht in de ogen te kijken, Penelope.
Ik ben hier om je lotsbestemming te zijn.
Hoe durf je zo te spreken?
Omdat ik de enige hier ben die je eenzaamheid begrijpt.
Hoe je al weduwe werd v��rdat je een echtgenote was.
De geest van Ulysses heeft lang genoeg hier rondgewaard.
Dit huis heeft een levende man nodig om het te leiden.
Iemand die die groep vrijers hier wegjaagt...
en jou je leven weer teruggeeft, Penelope.
Alsjeblieft, ga niet verder.
Je kunt hier als gast blijven, als je dat wilt.
Ik ben hier niet gekomen voor onderdak.
De open lucht is voor mij als dak genoeg.
Ik ben gekomen om te horen op welke dag...
dit hier zal eindigen. Deze uren van wachten.
Ik ben gekomen om je eenzaamheid te be�indigen, Penelope.
Geef me nog ��n dag om alles te overdenken.
Wat zal die ene dag nog voor verschil maken?
Beslis nu, Penelope.
Nu.
Bij de volgende neiuwe maan, op de dag van de spelen van Apollo,....
zal ik mijn keuze bekendmaken.
Telemachus.
Telemachus!
Volg hem, Euryclea. Breng hem terug.
Ga nu alsjeblieft weg.
Alsjeblieft, ga weg!
Je lange wachten is voorbij, Penelope.
Laat me met rust, zeg ik je. Laat me!
- Luister, Telemachus. - Ik heb genoeg geluisterd.
Heb je niet gehoord wat die man zei?
Hoorde je niet dat mijn moeder de dag vaststelde voor een huwelijksplechtigheden?
- Mijn moeder heeft Ulysses verraden. - Je moet niet zo spreken.
We moeten niet zo snel opgeven. We moeten iets doen, Euryclea.
Maar hoe? We zijn slechts een oude vrouw en een jonge man.
We vinden vast iemand die ons wil helpen.
Iemand die nog steeds gelooft in Ulysses.
Maar wie? Meer vrouwen en meer jongens zoals jij en ik?
De boog van Ulysses.
De boog die hij alleen kon spannen.
Hoe oud was mijn vader toen hij voor het eerst deze boog spande?
Het ziet eruit of je dit vaker gedaan hebt.
Het is eigenaardig dat de handen van een man...
nog weten wat zijn geest is vergeten.
Ga je hem bij deze spelen nog gebruiken?
Ik weet het niet.
Een nieuwe overwinning zou een mooie gift voor je bruid zijn.
Toen ze pas vier jaar was, zei Nausicaa tegen haar vader
dat ze alleen een strijder zou trouwen.
- Een strijder. - En dat zou zomaar kunnen.
Je zou je bruid geen groter geschenk kunnen geven...
dan de gedachte aan jouw naam en je daden.
Mijn naam.
Mijn daden.
Dag en nacht zoek ik daarnaar in het duister.
Maar zoiets als dit kan nooit snel worden genezen.
- Laat me alleen, Diomedes. - Zoals u wilt.
Zoals u wilt.
Zelfs van eenzaamheid kan een grote genezende werking uitgaan, dat zei Aesculapius al.
Een grote genezende werking.
Denk je dat hij deze jurk mooi zal vinden, moeder?
of denk je dat hij te...
Doe eens rustig aan.
Het is jouw persoon en je schoonheid waar hij van houdt.
Niet dat wat we daaraan toevoegen.
Wat een prachtige dag voor mijn huwelijk.
Ik hoop dat jouw geluk net zo lang zal duren als het onze.
Hoe zou het anders moeten worden?
Gewoonlijk kennen jonge vrouwen ....
nauwelijks de man die zij zullen huwen.
Maar het is nog zeldzamer dat een vrouw een man huwt die zichzelf niet kent.
Maar wat zou ik dan meer van hem moeten weten?
Ik weet dat Stenos knap is en vriendelijk.
Wat is er verder nog van belang?
O jeetje, ik zie er zo leijk aan vandaag.
Stel je voor dat hij me zo niet wil.
En stel dat als we aan het altaar staan...
ik een glimp van twijfel in zijn ogen zou zien.
Ik zou dat niet kunnen verdragen. Ik wil dat hij me nu ziet.
Nausicaa, dat kan niet.
Je kunt hem nu niet zien.
Vader, het is zo'n oude en achterhaalde gewoonte.
om geliefden de dag voor het huwelijk te scheiden van elkaar.
En waarom heb ik dan een koning als vader,...
als hij niet voor ��n keer deze gewooonte kan laten doorbreken....
voor zijn dochter?
Kijk, ik zal niet alleen gaan. Attile, kom, kom met mij mee.
Vooruit dan, ga maar. Ga met haar mee.
Schiet op!
Stenos!
Stenos?
Waar is hij?
Strijk de zeilen. Neem de roeispanen!
Waarvoor is dat vuur?
Wij offeren aan Neptunus.
Hij is de God die de Trojanen beschermde. Hij hielp hen hun stad te bouwen.
Waar was hij toen we die stad steen voor steen afbraken?
Als je een God hebt beledigd, moet je een offer aan hem brengen.
Wat ben je? Een heidense priester of een zeeman?
Ga terug naar je post! Vooruit, jullie allemaal!
Schiet op. En strijk de zeilen!
Houd haar met de kop in de wind.
Het roer is gebroken.
Kijk, de mast is gebroken. Gooi de lading overboord!
-Het goud? Ben je gek geworden? - Wat kunnen we anders doen?
Alles, het goud, het zilver, de beelden.... alles.
We hebben jaren gevochten met Troje om hun rijkdommen te verkrijgen.
En het kost die rijkdommen enkele minuten om ons naar de zeebodem je laten gaan!
Gooi de lading overboord! Schiet op!
Overboord!
We hadden een offer aan Neptunus moeten brengen.
Daar is geen Neptunus.
Daar is alleen wind, water en de dood.
Ga op je posten en help het schip te laten zeilen.
Vooruit, overboord ermee!
Neptunus.
Pas op... Let op de zeilen!
Goede jacht, Ulysses.
We komen terug met voedsel en water.
Maak de vuren klaar om aan Athena te offeren.
Shh. Stil...
Lopen! Lopen!!
Je bent zeker blind van de honger geworden.
Het heeft geen zin daar achteraan te gaan. Je zult hem hoogstens nog eens missen.
Ho, kom eens vlug hier.
- Wat groot!. - Een voetafdruk.
En nog een.
Het is de voetafdruk van een God.
Waarschijnlijker iemand met hele grote voeten.
Laten we hier weggaan. Ik denk dat we terug naar de boot moeten.
Door de angst ben je vergeten dat je een lege maag hebt.
We gaan pas als we voedsel gevonden hebben voor onszelf en onze mannen. Kom.
Druiven. Kijk... Kijk eens naar die druiven.
Wat zijn het er veel!
Schapen!
Vooruit!
Schiet op! Waar zijn die schapen?
Dit lijkt op de grot van een reus.
Kijk een wat een grote mand.
Waar zijn we?
- De schapen! -Daar zijn ze!
Vooruit!
Kijk eens wat een kaas!
Mmm, geweldig.
Er is hier ook melk.
Kom met mij mee.
Wat is dit voor een plek?
Deze is klaar.
- Schiet op met dat schaap. - Goed hoor.
Ik vind het maar niets hier, Ulysses. Denk je nog eens aan die voetafdrukken?
Stop met dat gepieker.
Kijk eens naar het formaat van die kaas.
Steek het vuur aan.
Laat hier maar vallen.
Laten we wat wijn pakken, dat is beter dan melk.
Goed.
Wat is een feest zonder wijn?
Laten we gaan met alle voedsel die we kunnen dragen.
Ik zeg je wel dat ik bang ben. We moeten hier zo snel mogelijk weg.
- Jij vergeet je maag weer... - Maar luister...
Eet.
Het is bijna klaar.
- Draai het om.. - Ik haast niet langer wachten.
Vooruit, draai het.
Voorzichtig met die kazen. Er zijn hongerige mannen die er op wachten.
Snel! Snel!
Eurylochus, Ik weet dat je haast hebt,
maar laat alsjeblieft niet zoiets kostbaars als wijn vallen.
Snel, mannen, we gaan hier weg.
Pas op!!
Blijf staan waar je bent.
Wie zijn jullie?
Jullie antwoorden niet...
Jullie zijn dieven.
Wij zijn geen dieven.
Wij zijn Grieken die vanuit Troje weer naar huis trekken.
Oh, Grieken.
Dan zijn jullie welkom.
Ik vraag u om de wetten van de gastvrijheid te eerbiedigen.
De wetten van Zeus de wreker.
Wat kan mij Zeus schelen?
Ik ben Polyphemus. Ik ben de zoon van Neptunus.
- De zoon van Neptunus! - Stilte!
Nee! Nee!
Die Grieken zijn taai.
Wat een pezig vlees.
Nee! Stop, nee! Nee. Waar ga je heen?
Hier is iets waardoor een Griek zelfs smakelijk wordt.
- Wat is het? - Wijn.
Wijn? Het ziet eruit als bloed.
Dat is het ook. Het bloed van de aarde.
Waarom wil je dat aan mij aanbieden?
Als het je bevalt,...
denk je misschien nog eens aan de wetten van de gastvijheid en laat ons gaan.
Laat me het eens proeven.
Dat is lekker.
Heel lekker. Hoe maak je die wijn?
- Van druiven. - Druiven?
O, die kleine besjes die in de zon groeien.
Geef me nog eens wat meer wijn van jullie. Ik vind het lekker.
- Er is niets meer. - Niets meer? Ik wil meer.
Dan gaan we naar buiten en plukken druiven. Dan kunnen we meer maken.
Polites, Piodes, kom tevoorschijn
We gaan elke zak en emmer met wijn vullen.
Denk je dat ik jullie druiven ga laten plukken?
Ik ga de druiven halen. Jullie blijven hier.
Jullie blijven hier.
Ik ben direct weer terug.
-Hij is weg. Snel!
Wat doen jullie nou, idioten?
Zelfs 100 man kunnen die rots zelfs niet bewegen. Kom terug.
- Wat kunnen we doen? - We zitten hier allemaal in de val.
- Hij zal ons allemaal doden. - Ik zei al dat we hiet te lang bleven.
We komen zo nooit meer naar buiten.
Wat ga je nu doen?
Wacht maar. We moeten die paal daar krijgen.
Snel, voor hij terugkomt.
Goed zo, optillen!
Zet hem rechtop tegen de muur.
Voorzichtig Voorzichtig.
Polites, help mij om er een punt aan te slijpen.
Geef mij een bijl.
Wat wil je dan doen?
Ik ga proberen om ons hier weg te krijgen.
Gaan we hem doden?
Nee, hoe kunnen we die steen wegkrijgen als we hem gedood hebben?
Ik heb een beter plan.
Snel, pak wat gloeiende kolen en maak hier een vuur.
Craiton, help hem daarmee.
Hij komt eraan. Snel, leg dat neer.
Jullie daar, verberg het.
Hier zijn de druiven.
Maak meer wijn voor mij.
Wat is er? Zijn jullie bang voor mij?
Goed hoor, ik ben al weg.
Ik zal jullie niet lastig vallen.
Waar wachten we op? We gaan wijn voor hem maken.
Horen jullie? We gan wijn voor hem maken.
- Niet bang zijn. - Meer. Meer wijn!
Haal er nog een.
Wijn voor Polyphemus, de zoon van Neptunus.
Ik wil meer wijn.
Geef mij meer.
Meer wijn voor de zoon van Neptunus.
Goed.
Meer, meer,...meer!.
- Meer wijn. -En nog meer wijn.
Wijn voor Polyphemus, de zoon van Neptunus!
We maken meer wijn.
We maken meer wijn, h�.
Meer wijn!
Meer win voor Polyphemus.
Nou, Griek...
je hebt me geleerd hoe wijn smaakt. Polyphemus zal je belonen....
met dankbaarheid.
Ik zal jou als laatste opeten.
Hoe heeft u mij het liefst, meeste?
Gebakken,.... gekookt,.... gekruid?
Rauw?
Gemarineerd in een....
stroom van vuur...
die in mijn innerlijk woedt?
In zijn oog.
Het oog.
Wat hebben jullie met mij gedaan?
Ik ben blind!
Ik ben blind!
Ze hebben mij blind gemaakt!
Waar zijn jullie, lafaards?
Ik zal jullie doden!
Neptunus, help mij.
Help mij om die vervloekte Grieken te doden!
Moge de Goden jullie vernietigen!
H�, h�, hier ben ik.
Hierheen. Hier, achter deze rots.
Zit je achter die rots? Ik zal je krijgen.
Niet, hier, sufkop.
- Vervloekte Griek, waar zit je? - Hier!
Waar ben je?
Vooruit, jaag die schapen naar buiten.
Snel.
Schiet op.
Vooruit. opschieten.
Vaarwel, Polyphemus, jij dronken zoon van Neptunus.
Geniet van je wijn en denk nog eens aan die Grieken..
en de dans die zij voor je dansten in je grot.
Stil nu, anders weet hij waar we zijn.
Hou je mond, zeurkous.. Laat mij een beetje dikdoen.
Wie is er nu de baas? Neptunus of Ulysses?
De God met zijn drietand, of de man met zijn druiven?
Brul maar, dronken blindeman, brul maar!
Ga maar door. Vul de zee met blinde stenen.
Gooi er nog maar een en nog een!
En als je vader vraagt wie je oog gestolen heeft,
zeg hem dan dat het Ulysses was!
Ulysses, verwoester van steden,
plunderaar van Troje,
zoon van Laertes en koning van Ithaca.
Aan de riemen mannen, Hijs de zeilen.
Hijs de zeilen!
Pas op met het roer.
Breng wat wijn naar de mannen daarboven.
-Hier, eet dit. - Schiet op ze hebben dortst.
Ja, ja, ik ga al.
Hier, voor jullie.
Deel dat rond.
Er is geen wind, maar er is een sterke stroming.
Dat vind je wel fijn, h�?
Ja. Jou dan niet?
Ik weet het niet.
Iets in mij houdt van het familieleven,
het einde van de reis, de haven, vuren van de keuken in huis.
Maar er is ook weer een ander deel...
en dat deel houdt van reizen...
de open zee, stormen,
vreemde dingen, onbekende eilanden,
duivels, reuzen.
Ja, Eurylochus,
Er is iets in mij dat altijd heimwee zal hebben naar het onbekende.
Ja, dat begrijp ik.
En daarom volg ik jou ook...
hoewel ik vaak beef van angsten.
Ik beef ook vaak van angst.
Er hangt een vreemde geur in de lucht deze avond.
Ja, dat is zo.
Een drgere, stoffige geur, zoals in een tuin vol dode bloemen.
Waarom is het hier zo stil?
Ik kan zelfs het geluid van de roeispanen niet horen.
Kijk daar!
- De rotsen van de Sirenen! - Sirenen?
Niemand kan eraan ontsnappen als hij hun gezang hoort.
Ze drijven ons naar de rotsen en vernietigen ons daar.
- We moeten vluchten, nu meteen. - Laat ons gaan, Ulysses.
Anders is het te laat.
Snel, neem die was en stop dat in de oren van iedereen.
Zeg ze dat ze niet links of rechts moeten kijken en alleen maar moeten roeien.
Roeien alsof hun leven er van afhangt.
Dat is het enige dat hen kan redden. Haast je!
- De Sirenen! - Wees niet bang.
Kijk naar beneden en roei!
Stop dit in je oren en roei!
- Geef mij wat was. - Polites!
- Polites. - Wat is er?
- Bind mij aan de mast. - Waar is dat goed voor?
Wat is ook zeg en welke orders ik ook ga geven, volg ze niet op.
- Wat ga je dan doen? - Ik wil hun gezang horen.
- Ben je gek geworden? - Bind me aan de mast vast.
Goed dan, als je dat zo graag wilt.
Zo strak als je kunt.
Stop de was in je oren en roei. Stop dit in je oren.
- Geef mij eens wat. - Geef mij wat.
Vaster.
En maak me niet los.
Blijf naar beneden kijken blijf roeien.
- Wat doe je met hem? - Hij zei me dit te doen.
- Maar waarom? - Ik wil hun gezang horen.
Je bent gek, Ulysses. Stop dit snel in je oren.
Stop dit in je oren.
Stop dit in je oren. Schiet op, voor het te laat is.
Geef mij ook eens wat was.
Ulysses.
Ulysses.
Ik ben het, Penelope.
Penelope?
Penelope de trouwe.
Je jonge bruid toen je naar Troje uitvoer.
Je reis is ge�indigd.
Je bent weer terug in Ithaca.
Ithaca. Stop roeien, mannen.
Ik heb 1000 nachten op je gewacht.
Ben je niet moe van al dat ronddolen?
Van het nooit naast mij kunnen rusten in je bed?
Je bent weer this, Ulysses. Eindelijk thuis in Ithaca.
Stop roeien, zei ik toch. We zijn weer thuis in Ithaca.
Haal de roeispanen op.
Vader, ik ben het, uw zoon Telemachus.
Telemachus?
Ik ben uw zoon Telemachus,
die u als kind heeft achtergelaten in de armen van zijn verzorgster.
Ik ben nu bijna een man...
en ik ken het gezicht van mijn vader niet.
Telemachus.
Kom aan land naar uw zoon, naar uw huis...
uw koninkrijk en uw wachtende vrouw.
Maak me los!
Vader. Vader, verlaat me niet!
Maak me los!
Ik wacht op je, Ulysses.
Maak me los, jullie monsters!
Willen jullie me van mijn vrouw en kind weghouden?
Ga niet weg van mij!
Ga niet weg van mij!
Het gevaar is voorbij, mannen. Het gevaar is voorbij.
Haal de was maar weg.
Ulysses.
Wat heb je gehoord?
De Goden willen met je spelen en zijn zonder genade, Eurylochus.
Hun spelen zijn genadeloos.
Hoe ver zou het nu nog zijn naar Ithaca?
We maken geen voortgang.
Draai het roer eens wat.
Roeien, roeien.
Er is iets heel vreemds gaande.
De wind waait, maar de zeilen bollen niet op.
De boot is niet meer onder controle.
- Het moet de stroming zijn. - Maar er is geen stroming.
We roeien naar de open zee,
maar dat eiland trekt ons daarheen.
ik heb nog nooit zoiets gezien.
Ik kan niets doen om het schip onder controle te houden.
- Strijk het zeil. - H�?
- We gaan aan land. - Land?
Alsjeblieft, Ulysses, we hebben geen idee wat we achter die rotsen zullen vinden.
Nee, maar het is wel interessant om dat uit te zoeken.
Strijk het zel!
Eurylochus!
Eurylochus!
Ze zijn weg, Ulysses. Ze wachten op jou in mijn huis.
- Wie ben je? - Circe.
Circe de heks.
Dat is zo'n lelijk woord.
Waarom niet Godin?
Heb jij mijn schip van zijn koers laten afwijken?
Ik was eenzaam.
- Wat wil je met mij doen? - Je helpen.
Je schip te laden met allerlei soorten rijkdommen.
Je een gunstige wind te geven die je naar huis zal brengen.
Waarom zou je dat allemaal voor mij willen doen?
Het is al zoveel jaren geleden dat mannen op mijn eiland zijn geland.
Mannen, geroemd om hun dapperheid en hun hero�sche daden.
En iedere keer als ze weer weggingen, was ik nog eenzamer dan daarvoor.
Maar vanaf het moment dat de winden jouw naam tegen mij fluisterden...
en Echo je daden herhaalde,..
heb ik op jouw schip gewacht, Ulysses.
En voor de eertse keer hebben de winden en Echo niet gelogen.
Wat is er?
Vreemd.
Hetzelfde trotse gelaat.
Dezelfde donkere ogen als Penelope.
Het is vreemd.
Waarom is dat vreemd?
Is het verschil tussen de ene vrouw...
en een andere niet slechts in de gedachtewereld van de man?
Nee, het verschil is....
dat Penelope zich nooit door een vreemdeling in haar armen zou laten nemen.
Zelfs geen vreemdeling zoals Ulysses?
H�!
H�!
Waar is jullie meesteres?
Waarom antwoorden jullie me niet als ik je wat vraag? Waar is Circe?
O, doofstom.
Perfect voor bedienden in een plek als deze.
Zocht je mij, Ulysses?
Ik kan je niet goed zien.
Waarom dat schemerlicht?
Zodat je beter kunt slapen.
Ik haat de duisternis.
Op zee slaap ik altijd op het dek, zodat ik....
- Zodat ik gelijk met de zon wakker werd. -Ga heen.
De zon staat hoog.
Je hebt heel lang geslapen.
Het is zo lang geleden dat ik in zo'n zacht bed sliep.
Waar zijn mijn mannen?
Ze zijn veilig , wees niet bang.
- Ik wil ze zien. -Dat zul je ook..
Er zijn nog zoveel dingen die je hier op dit eiland moet zien.
Daar heb ik geen tijd voor. Ik moet weer verder.
Polites, Piodes,
Eurylochus. Eurylochus.
Wat doen die zwijnen hier? Eruit! Eruit!
Circe, laat ze hier weggaan. Ga weg! Ga weg!
Waarom geef je me geen antwoord?
Waar zijn mijn mannen?
Je liep ze net te schoppen.
Jij heks!
Terwijl ik sliep heb je een groep helden in een troep zwijnen veranderd.
Het was eenvoudiger dan je denkt.
Zou je niet graag hetzelfde met mij willen doen?
Maar dat zal niet zo makkelijk gaan.
Ik weet dat je mannen haat.
Misschien haat je mij ook.
Geef me mijn mannen terug.
Begrijp je niet waarom ik dit moest doen?
Waarom ik je mannen van jou moest scheiden?
Zodat je alleen bent.
Net zo alleen als ik.
Geef me mijn mannen terug, Godin, duivel of wat je ook mag zijn.
Het heeft geen zin om je hier te houden....
als je hier als mijn vijand bent.
Keer terug naar je menselijke vormen.
- Ulysses. - Ulysses.
Waar ben je geweest, Ulysses?
Hoe voelen jullie je? Zijn jullie in orde?
Natuurlijk zijn we in orde. We hebben gegeten.
We hebben ook geslapen. Maar ik heb hier wel pijn, alsof iemand mij geschopt heeft.
Goed zo, mannen, ga terug aan boord. We vertrekken over ��n uur.
Ja, Ulysses wil hier hier heel graag vandaan.
Ik zal ervoor zorgen dat jullie proviand en vers water hebben.
- Dank je wel. - Maak alles klaar om te zeilen.
We hebben niet veel tijd. Snel, snel!
Kom. Kom.
Tot ziens, Circe.
Ik ben je dankbaar omdat je mijn eiland tenminste ��n dag niet zo eenzaam hebt laten zijn.
- Ik moet nu gaan. - Ik weet het.
Dus groet ik je vaarwel..
We moeten onderweg zijn v��r de wind stilvalt.
De wind is zelfs nog niet opgestoken.
Op dit eiland is het altijd windstil tot zonsondergang.
Voor zonsopgang, h�?
Het heeft dus geen zin de zee op te gaan v��r de wind opsteekt...
en de mannen hun rug te laten breken aan de roeispanen.
Het zijn zulke geweldige, dappere kerels.
Ik moet ze wat rust gunnen.
Ze zullen je dankbaar zijn.
Ulysses.
Welkom vrienden.
Dat is al weer een tijd geleden.
Hebben jullie de zakken wijn ontvangen die ik je gezonden heb?
We hebben er genoeg van om te blijven eten en drinken...
en doelloos op dit eiland rond te hangen.
We hebben een huis en familie die op ons wachten in Ithaca.
Ik ook, Eurylochus. Ik ook.
Zodra we de boot een nieuwe verflaag hebben gegeven varen we uit
- We moeten nu al gaan varen.
We hebben al veel te veel tijd verloren.
We hebben er nieuwe zeilen opgezet en de boot ligt vol proviand.
We willen nu meteen vertrekken.
Ben je niet iets vergeten, Eurylochus? Ik ben jullie kapitein.
Nee. Maar kom nu met ons mee.
Nu? Zo snel al?
Jij vind het te snel, na zes maanden?
Zes maanden?
Is het al weer zo lang?
Het lijkt mij niet meer dan ��n zomeravond.
Nou, Ulysses, weet je al wat je gaat doen?
Ja, ja, natuurlijk.
Mooi, vind je niet?
Een geschenk van Circe.
Ik hoop dat je het mooi vind. Het staat je erg goed.
Ja, vinden jullie ook niet?
Kijk eens, Eurylochus.
We zouden deze weeftechniek ook in Ithaca moeten introduceren,
We vertekken....... zonder jou.
Een ogenblik. Jullie moeten niet weggaan.
Neptunus heeft gezworen het schip van Ulysses tot zinken te brengen.
Deze nacht zal er een vreselijke storm opzetten.
Realiseren jullie je dat ze nog nooit de waarheid gezegd heeft?
Ze is niet te vertrouwen.
Als je naar haar luistert, komen we nooit hier vandaan.
Stop dat gezeur, Eurylochus,
en zeg de mannen dat ze aan het werk kunnen.
We varen spoedig uit.
Moge de Goden je de kracht verlenen die je nodig zult hebben....
om te ontsnappen van de vloek van deze heks die jou verblind heeft.
Tot ziens.
Ze zullen niet zonder mij uitvaren.
Het zijn dappere kerels, maar ze zijn hulpeloos zonder mijn leiding.
Ze varen niet uit.
Circe!
Circe!
Waar zijn mijn mannen? Het schip is weg.
Waar zijn ze?
Kijk daar.
Ze verdrinken.
Ze zijn al dood...
omdat ze weigerden om naar mij te luisteren.
Het waren mijn manschappen.
En ik liet ze in de steek.
Zij lieten jou in de steek.
Ik had ze beloofd om ze naar huis te leiden.
Eurylochus, Polites, Craiton.
Wees niet al te verdietig om ze. Ze zijn het niet waard.
Het waren maar nietige mannetjes.
Daarom hield ik juist van ze.
Zolang jij leeft zijn ze nog niet helemaal dood.
Kom nu. Kom met mij.
Ulysses.
Wat ben je aan het doen, Ulysses?
Denk je echt dat je me kunt verlaten?
Ik heb je al een tijd geleden verlaten.
De dag dat mijn mannen in de storm omkwamen.
En denk je dat jouw zwerftocht langer zal duren dan die van hen?
Je kan me niet hier houden.
Luister naar me.
Ik zal je iets geven waardoor je al je onbenullige dromen zal vergeten....
over je ellendige koninkrijk, over je vrouw die oud aan het worden is.
Blijf....
en in deze zelfde nacht..
zal de Olympus een nieuwe God verwelkomen:...
Ulysses.
Onsterfelijkheid?
Dat is mijn geschenk.
De grootste gift die ooit aan een mens is aangeboden.
Nee, er zijn grotere geschenken:...
geboren te worden en te sterven.....
en daartussen gellefd te hebben als een mens.
Te leven als een mens, vervuld met kleine angsten?
Alleen zij die angst kennen, kennen de waarde van de moed.
En ouderdom? Dat arme vlees rot binnen een dag weg.
Tenslotte is er niets anders meer dan de dood.
Dat is de verschrikkelijke erfenis van de mens.
Ik aanvaard die erfenis.
Ik verwcht niet tijdens een veldslag te sterven...
of tijdens het hoogtepunt van een storm.
Ik neem met minder genoegen..
een zuchtje frisse wind,...,
of de koude in de avond.
Maar desalniettemin....
is deze kwetsbare massa van angsten, die een God heeft uitgedaagd....
tot een strijd.., nog steeds niet verslagen.
Het moet over die ene dag gaan waarover de mensen van mij spreken.
Ik hoop met trots te mogen zeggen dat ik een van hen was.
Hun trots zal niet dienen om je te warmen in het koninkrijk van de duisternis.
Ik bied je eeuwen van licht aan.
Ik denk niet dat ik erg verdrietig zal zijn....
om mijn ogen te sluiten als de tijd gekomen is.
Laat dan de doden je zeggen hoe gelukkig ze zijn.
Agamemnon, Ajax,
Achilles--
al mijn dode vrienden.
Achilles,
nog steeds met een zuur gezicht en piekerend.
Wat voor een gezicht dacht je dan dat een dode man zou hebben?
Kan de dood je ergens toe zetten?
Achilles moet natuurlijk ge�erd blijven als een machtige prins tussen de doden.
spaar me die opbeurende taal, Ulysses.
Ik zou liever een slaaf zijn tussen zwervende wilden,...
dan de koning van alle doden.
Mijn leven was kort en eervol,
maar mijn dood is lang en benauwend.
Ajax...
Ik betreur het dat ik meegewerkt heb aan jouw dood.
Wat weten de levenden over treurnis?
Alleen wij, de doden, weten wat dat betekent.
Kom, Ulysses, de Olympus wacht op je.
Ga met Circe naar de Olympus.
De wereld hield van mij.
De hele wereld hield van Agamemnon,
behalve de vrouw die hij beminde.
Toen ik thuis kwam omarmde zij mij....
En toen ik mijn ogen sloot, na een kort moment van vreugde,
stak haar wachtende minnar een mes in mijn keel.
Blijf bij Circe, Ulysses.
Kom.
Eurylochus.
Ken je me niet?
Ik had ons schip die avond moeten vernietigen,
in plaats van weg te varen zonder jou.
- Heb je geleden? - Nee.
Maar ik lijdt nu.
Kom, Ulysses.
Ulysses.
- Moeder! - Ga heen! Ik heb u niet geroepen!
Moeder..
U bent dood...
- Ik stierf terwijl ik op je wachtte. - Ga heen, zeg ik u!
Je bent te lang weg geweest, zoon van mij.
-Ik weet het. - Ga terug naar Ithaca.
Penelope wacht nog steeds op je.
Verraad en bedrog teisteren je huis.
Dat zal ik doen, moeder. Dat zal ik doen.
Moeder! Moeder!
Koppige sterveling,
trots op die korte droom die jullie 'leven' noemen,
zo gesteld op je zwakten en je ellendige zonden,
en gefascineerd door de dood.
Tegen zulk een halstarrigheid kunnen zelfd de Goden niet op.
Ga dan, als dat je keuze is.
De zee wacht op je.
- Daar is hij! - Waar?
Achter de rotsen.
Alcinous, koning van Phaeacia, hoor mij aan.
Alles wat ik ben is terug in mijn gedachten....
mijn naam, waar ik vandaan kom, mijn afstamming.
Ik ben Ulysses, de zoon van Laertes,
koning van Ithaca, overwinnaar van Troje.
Daar, over die wijde en donkere zee ligt mijn huis,
het huis dat ik gebouwd heb,
mijn zoon.
Mijn vrouw.
Ik ben al vele jaren bezig om mijn weg naar hen teug te vinden....
maar de boosheid van de Goden hebben mij achtervolgd.
Vele rampen hebben mij getroffen.
Sirenen en stormen hebben mij belaagd.
Ik was behekst en mijn mannen zijn verdronken.
Maar ik ben hier,
ongehavend,
en kijkend over de zee naar mijn geboorteland.
Ik smeek u, broeder, Koning Alcinous,
geef mij een schip om naar Ithaca terug te gaan.
Ulysses, koning van Ithaca en buurman van ons,
we zullen je dat schip geven.
En wij hopen dat het je veilig en gelukkig naar je koninkrijk zal terugbrengen.
Nausicaa.
Ik neem jouw tranen met mij mee.
In een wereld van boosheid en haat...
maken zij deel uit van de liefde die ik er ook vond.
Apollo, beschermer van Ithica zegen de spelen van morgen.
en aanvaard dit offer.
We hebben de God ge�erd. Apollo zal ons morgen goedgunstig zijn.
Als ik de spelen win,
zal ik in het bed van Ulysses slapen.
En de Goden danken voor deze geweldige overwinning.
Ik zal de keel doorsnijden van elke geit op dit eiland.
Je bent geboren om een leider te zijn, Eurymachus.
En daarvoor ben je bereid om alles op ��n dag te riskeren.
Ik benijd te winnaar niet.
Het is duidelijk dat jij het niet de moeite waard vindt om Koning van Ithaca te worden.
De nieuwe koning van Ithaca moet leren om licht te slapen.
Hoe bedoel je dat?
Er zullen dolken achter elke pilaar zijn,
gif in elke beker,
en een complot in elke glimlach.
Kom nou, Ulysses ligt op de bodem van de zee...
of misschien op een of ander strand met rottende beenderen in de zon....
als voedsel voor de gieren.
De gedachte aan Ulysses maakt me niet ongerust...
Aan wie denk je dan?
Telemachus.
Telemachus is nog maar een jongen.
Heb je die blik in zijn ogen gezien?
Wat bedoel je daarmee?
Zodra de huwelijksplechtigheid voorbij is,
zuller meer dan alleen maar geiten geofferd worden.
Vind je ook niet?
Penelope.
Vergeef mij dat ik stoor.
Ik heb je zoveel te zeggen.
Wat kunnen wij tegen elkaar te zeggen hebben?
Ik weet dat je verdrietig bent,....
en verward, angstig.
Maar ik wil je alleen maar zeggen,...
dat je niet bang hoeft te zijn.
Ik zal je gelukkig maken.
Jij?
Twijfel je eraan dat ik morgen zal winnen?
Dat zal van je vaardigheden afhangen.
Maar als je zou winnen zal ik niet klagen als ik jou als man zou moeten kiezen.
Nu spreek je eindelijk als een vrouw die echt leeft.
Een vrouw zoals je voorbestemd bent te zijn.
De vrouw die ik bemin.
Als je me echt bemint, Antinous, dan vraag ik je om een gunst.
Een belofte.
Alles wat je maar wilt.
Je hoeft het maar te vragen.
Spaar het leven van mijn zoon.
Telemachus?
Hij mag niet sterven.
Ik beloof je dat geen mens hem zal aanraken.
Ik zal hem behandelen alsof hij mijn eigen zoon was.
Ik wilde dat ik je kon geloven.
Dat moet je geloven;....
net zoals je moet geloven dat ik je bemin.
Ik vertrouw hem aan jou toe, Antinous.
Penelope, er is hier een bedelaar....
van het eiland Phaeacia.
Hij wil met jou over Ulysses spreken.
Er zijn al te veel mensen naar dit huis gekomen....
en allemaal zeiden ze hetzelfde...
omdat ze op gastvrijheid hoopten.
Maar hij zegt dat hij een metgezel was van Ulysses gedurende de oorlog.
Als u mijn echtgenoot echt gekend heeft, vertel me dan over hem.
Waarom spreek je niet?
Wie ben je?
Ik ben een vriend van Ulysses.
We waren al vrienden voor we bij de muren van Troje kwamen.
Vele nachten, terwijl we tussen twee slagen wachtten,....
sprak hij over u, met een hoofd vol verdrietige gedachten.
En wat zei hij dan?
"Ze is donker,..
en schoon in haar jeugd" zei hij dan.
"En vol met het zachte gelach van een vrouw...
En haar manier waarop ze haar haar borstelde...
en haar werken aan het spinnewiel....
of het waken over haar slapende kind."
Soms sprak hij ook over zijn baby-jongetje, Telemachus
Die op zijn duim zoog en lachte terwijl hij sliep...
op de dag dat de schepen naar Troje uitvoeren.
Hij sprak soms ook over de dag van zijn afscheid,
hoe hij u in zijn armen hield...
op het strand bij de wachtende schepen.
En u fluisterde tegen hem:
"Ik zal hier zijn als je terugkomt."
Zal je terugkomen?
Heel dikwijls,
met vallende sterren boven onze hoofden...
en de muren van Troje aan de horizon...
en alles waar we van hielden lag ver over de zee...
sprak hij van zijn huis.
En over dit vertrek waar u op hem zou wachten.
Ik heb al zoveel jaren op hem gewacht...
In het begin was er alleen nieuws over de oorlog.
Maar die oorlog duurde maanden en maanden...
En zo werde de maanden jaren.
En gedurende die jaren vroeg ik mij af,...
Waar is hij nu? Is hij bij zijn soldaten?
Misschien zijn daar ook wel andere vrouwen,
mooie, levenslustige vrouwen.
Misschien is hij mij vergeten.
Maar Penelope blijft hem trouw.
Het is zo eenvoudig voor Penelope om trouw te blijven.
En toen, op een mooie dag, kwam het bericht dat de oorlog voorbij was,
en iedereen was blij.
Alle anderen kwamen naar hun huizen.
De koningen en de soldaten. Maar hij? Nee hoor..
Hij was de enige onder hen...
Dan begint het wachten weer.
Weer die maanden, en weer die jaren.
Jaren bestaan uit duizenden uren,
uit dagen, uit nachten.
Die nachten...
wanneer je alleen in dat lege bed ligt...
en wacht.
U heeft gelijk.
Het is mogelijk dat een man te laat weer thuiskomt.
Wacht, ga nog niet weg.
Ik heb zojuist in bitterheid tegen u gesproken....
omdat ik morgen een nieuwe echtgenoot moet kiezen.
Tegen mijn wil, maar ik ben gebonden aan een belofte....
en ik weet dat niemand mij daarvan kan ontslaan.
Misschien kun je jezelf daarvan vrijmaken.
Ik? Hoe bedoelt u dat?
Denk eens aan de wedstrijd toen u en Ulysses trouwden?
Herinnert u zich nog dat van die boog en de pijl.....
die door 12 gaten in bijlen suisde v��r hij zijn doel bereikte?
Ja, en ik was de prijs.
Die boog was heel zwaar en onmogelijk om te buigen.
Alleen Ulysses kon hem buigen....
met de hulp van de Godin Athene.
Ik dank u, vreemdeling.
Ga naar de keuken. Zij zullen u zich daar thuis doen voelen.
Is er nog iets wat u nodig hebt?
Mijn behoeften zijn bevredigd toen ik uw gezicht zag...
en tot u sprak.
U bent welkom in mijn huis.
Dank u, Penelope.
Argos!
Je hebt me herkend.
Stil, Argos.
Stil!
Ja, ouwe jongen, we zijn allebei veranderd, h�?
Weet je nog hoe we samen in de heuvels gingen jagen, van 's-morgens vroeg tot 's-avonds laat?
Jij was altijd de eerste van de roedel.
Snel op het spoor en scherp om te doden.
En nu ben je bijna te zwak om je kop omhoog te houden.
Maar je hebt me wel herkend, dat is toch zo?
Ja, dat is tenminste ��n goed ding bij de thuiskomst.
Hij heeft je herkend.
- Wie ben jij? - Telemachus.
Mijn zoon.
Vader.
Vader.
- Vader! - Shh, stil.
Niemand mag weten dat ik hier ben.
Ik kan niet wachten om het ze te vertellen.
Ik zal ze het allemaal vertellen en ik zal ze laten beven van angst.
Zeg nog niets tegen iemand. Pas als we er klaar voor zijn.
Waarom heb je die vreemde kleren aan, vader?
Waarom kom je hier als een bedelaar in je eigen huis?
Toen ik hier aankwam, gaven de Goden mij de raad om dit te doen.
Ze gaven me bovendien nog meer adviezen.
Dat is moeder. Ze is wanhopig.
- We moeten haar zeggen dat je terug bent. - Nee.
Zelfs zij mag het nog niet weten.
Niet voor morgen
Dan zal ik zeker weten of ze Ulysses nog steeds bemint...
zoals ze hem beminde toen ik de haven van Ithaca uitvoer.
- Leucanthus, breng eens wat meer wijn. - Dat zal ik doen.
Wat wil jij? Hoe ben je hier binnengekomen?
Zoals elke bedelaar,..
door de poort van de bedienden.
Je kunt maar beter weer weggaan, voor ik de honden op je afstuur. Vooruit, schiet op!
Laat me om aalmoezen vragen aan deze edele heren.
Nee.
Telemachus is mijn vriend. Hij heeft geen bezwaar.
Telemachus heeft hier niets meer te zeggen in dit huis. Ga weg.
Laat hem maar blijven, Leucanthus. Laat hem blijven.
Jij daar, kom hier. Kom hier.
Een aalmoes voor een slachtoffer van ongeluk.
O edele, hoogwaardige vriend?
Een aalmoes voor een slachtoffer van ongeluk.
Waarom vraag je dat niet aan de edele vriend Telemachus?
Hij zal hier niet zo lang meer zijn.
Bedelaars waren altijd welkom in het huis van Ulysses.
Hij is niet alleen vies, maar ook nog brutaal.
U spreekt alsof u al de meester in dit huis bent.
Maar ��n ding is zeker, Prins, wij zijn hier allebei te gast in dit huis.
Ga weg, vieze voddenbaal..
Een aalmoes voor een slachtoffer van ongeluk?
Hier.
Hier dan, heb je dorst? Drink maar.
Geef hem nog meer te drinken.
Dank u, edele heren.
Moge de Goden u belonen.
Hier, neem dit. Meer kan ik nu niet voor je doen.
Jij bent vriendelijke dan die anderen, jonge vriend.
Loop hier weg, zo snel als je kunt voor het te laat is.
Wat zeg je nou? Ben je gek geworden?
Vooruit, eruit!
Totdat het spel voorbij is, Amphinomus,
ben ik degene die hier beslist wie hier weggestuurd wordt van dit huis.
Hij heeft helemaal gelijk, Amphinomus. Jij doet je een beetje te belangrijk voor.
Leuk om je weer te zien, Telemachus.
Wat moeten die bijlen hier?
Dat is de wens van de Koningin zelf.
Zij zal het zelf uitleggen.
Waar is de Koningin?
Heb even geduld, Antinous.
Zij maakt zichzelf klaar, zoals een aanstaande bruid betaamd.
Als het hart vol liefde is, is er geen plaats meer voor geduld.
Mooi gezegd, Antinous.
Jij zei wat we allemaal dachten.
De Koningin.
Moge de Goden u beschermen.
Uw schoonheid straalt af op ons allen,
zoals de zon aan de hemel, Penelope.
De dag is gekomen,
dat ik gereed ben om aan mijn verplichting te voldoen.
Ik zal de winnaar van deze wedkamp trouwen.
We hebben lang en verlangend hiernaar uitgekeken.
Voor deze wedkamp heb ik een spel gekozen...
dat velen al lang weer vergeten zijn.
Dit is de boog van Ulysses.
Ik zal huwen met de man die hem kan spannen....
en een pijl afschiet die door de gaten in die bijlen gaat.
Dit is geen onderdeel van de spelen van Apollo.
Als je bang bent om te falen mag je je terugtrekken van deze strijd.
Ik heb geen angst, Penelope.
Ik neem de uitdaging aan.
Ik was de eerste die hier vele jaren geleden door deze deuren binnenkwam,
om naar de hand van Penelope te dingen.
Ik heb nu ook als eerste het recht om de boog van Ulysses te spannen.
Je mag ook de eerste zijn die weer vertrekt.
Ik kan hem niet buigen.
Laat mij het eens proberen.
Ik kan hem niet buigen. Zelfs geen klein beetje.
Je bent te dik, Leodes.
Deze boog is vervloekt door de goden.
Vooruit, laat mij jet ook eens proberen. Er is iets vreemds mee.
Apollo is beledigd. Hij heeft onze krachten afgenomen.
Hoe kan Apollo nou iets van je afnemen dat je nooit had?
Geef mij die boog.
- Vooruit, Antinous. - Vooruit, je kunt hem spannen.
-Vooruit, Antinous. - Vooruit.
Laat het hem nog eens proberen. Hij kan het zeker wel.
- Het zal hem deze keer lukken. - Ja, Antinous, vooruit.
Nu lukt het hem zeker.
Hij kan het niet. Hier is bovenmenseljke kracht voor nodig.
- Het lukte hem bijna. - Hij kan het.
- Dit is een list. - Net zoals toen met dat tapijt, Penelope.
- Ja, net zoals toen met dat tapijt. - Ik accepteer dit niet.
Ik houd je nog steeds aan je belofte, Penelope.
Kan ik de toestemming van de Koningin krijgen om de boog te spannen?
Een bedelaar die het opneemt tegen prinsen?
Kan ik het nog slechter doen dan u het deed?
- Wat een belediging! - Het is niet te geloven..
Hoor je dat? Die bedelaar wil zijn kracht met ons meten.
Penelope, zou jij die bedelaar als je echtgenoot willen hebben?
Heb geen angst, mijn Koningin. Ik zal mijn rechten niet doen gelden.
Ik heb al een echtgenote.
Als je het wilt, vreemdeling, dan geef ik u mijn toestemming.
Dat kun je niet toestaan, Penelope.
Dat is een belediging voor ons allemaal.
Dit is een schertsvertoning.
Ga weg. Verdwijn hier..
- Vooruit, schiet op! - Deze grap heeft nu lang genoeg geduurd.
- Ongelofelijk. - Onmogelijk.
Het is Ulysses!
- Ulysses! - Breng mijn koningin in veiligheid.
Nee, laat mij hier blijven.
Vader.
De andere deur.
Antinous,
de eerste onder de vrijers.
de eerste in trots, de eerste in zelfgenoegzaamheid.
Jij zult als eerste je lot ondergaan.
Neem deze wapens.
Nee, Eurymachus!
Hier, Crotone, dood hem!
Dood mij niet, Ulysses!
Telemachus!
Nee, nee, Ulysses.
Heb genade!
Te laat. Ik heb je gewaarschuwd.
Ik geef nooit een man een tweede kans om te leven.
Athena, Ik dank u.
Goddelijke vriend en Godin,...
weldoenster voor ons huis,
u, die mijn uren die ik gewacht heb, verzachtte...
en mijn Ulysses beschermde,
Ik dank u voor zijn terugkeer.
Veel verschrikkelijke dingen zijn mij overkomen, Telemachus,
maar geen was zo verschrikkelijk als de dood in mijn huis te brengen....
op de dag van mijn thuiskomst.
Er valt u niets te verwijten, vader.
Zeg tegen de bedienden dat ze deze kamer met vuur zuiveren.
En moge de wraak van de doden nooit over ons komen.
Ja, vader.
Zijn wraak was gerechtvaardigd, Athena, maar afgrijselijk.
De Ulysses die u bij mij terugbracht, mijn beschermvrouwe, is een boos mens,
die gedwongen werd om genadeloos te doden.
O goddelijke Athena,
moest zijn weg terug naar mij zo met bloed bevlekt zijn?
Mijn weg moest met bloed bevlekt zijn.
Ulysses.
Er was geen andere manier om bij jou terug te komen.
Zoveel tijd is verloren gegaan. Zo veel jaren.
Zo veel jaren van onze jeugd verknoeid door de verwoestingen van oorlogen....
door verloren en verwarde omzwervingen en dwaaltochten.
Ik was zo eenzaam.
Ik beloof je...
dat ik het goed zal maken...
in de zorgeloze jaren die voor ons liggen.
Ja, samen!
Ulysses!
Heden behoren de sluwheid van Ulysses, de kracht van Polifemo,...
de glimlach van Penelope en de gezangen van Circe tot het verleden....
Maar de held die de geboden onsterfelijkheid van een Godin afwees...
werd later het onderwerp van een dichter.
En dit loflied van Homerus, die het aan de Griekse Goden opdroeg...
is als een glimlach van God.
Vertaling: Bommel44
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.