Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
OP HENLEY TEXTIELFABRIEK
ZOMER 1978
Eet je alleen maar 'n appel voor de lunch?
Ik ben op dieet.
Ik moet op krachten blijven. Ik heb een lading fruit ingemaakt.
Zondag hebben Roscoe en ik bijna 70 liter perziken ingemaakt.
Wat heb jij dit weekend gedaan, Norma?
Ik heb een voetbadje genomen.
Ik zag je zondag in de stad.
Je vriend heeft wel een grote auto.
Als je bij het motel had gekeken, had je me daar ook gezien.
Het gaat mij niet aan.
Mama, je hebt je zak nog niet opengedaan.
Mama, heb je geen trek?
Mama, gaat het wel met je?
Mama, hoor je me?
Mama, kom mee.
Ze hoorde me niet. En jou nu ook niet.
Dat gebeurt zo vaak, Norma Rae.
Niet bij mijn moeder.
- Het gaat zo over. - O, dan geeft 't niet, als 't zo over gaat.
Het duurt maar twee uur, het duurt maar 'n dag.
- Dan moet ze ander werk zoeken. - Er is hier geen ander werk.
Ik geef haar wel een briefje, dan mag ze weg.
Kom, mama. Ze geven hier helemaal niks om je.
- Gaat het wel? - Ja, prima.
Je wordt levend verslonden.
Ik kom zo naar binnen.
Ik zet deze pan in de week.
Er staat er nog een van 't ontbijt.
Nu heeft ie gezelschap.
Jongens, nog tien minuten en dan aan jullie huiswerk, hoor.
- Het is al af. - Heb je het al af?
Onvoldoende voor schrijven en lezen en rekenen ook niet best.
- Je doet je huiswerk dus niet. - Ik wil dit horen.
Niet zo'n grote mond.
- Wat sta jij je op te doffen? - Ik ga de stad in.
Wat heb je daar te zoeken?
Van alles.
- Ik geef jewel een lift. - Bonanza begint zo.
Kan me niet schelen. Het is toch elke week hetzelfde.
Ik ga naar JC Penney's voor slipjes en een witte katoenen BH, maat 70B.
Wil je bij de kleedkamer zitten, zodat alle dames naar je kijken?
Nee, dat zie ik niet zo zitten. Kom je wel meteen terug?
Nee, daarna ga ik naar de drogist,
voor een pak maandverband en een Cosmopolitan.
En kom je dan naar huis?
Ja, daarna ben ik zo moe van alle opwinding dat ik naar huis ga.
Mr Wichard?
Vernon Wichard. Wie bent u?
- Ik heet Reuben Warshawsky. - Wat is dat voor naam?
Een die je moet spellen aan de telefoon en in restaurants.
- Zeg het eens. - Ik zoek een kamer bij fabrieksarbeiders.
Waarom? Er is een hotel met 12 kamers en een motel met 36.
Ik wil de arbeiders leren kennen.
Waarom?
Luister, Mr Wichard. Ik kwam een uurtje geleden de stad in. Hallo.
Ik stap m'n huurauto uit en voor ik m'n kruis recht heb,
vraagt de politie: "Wie bent u? Wat moet u hier?"
Dus ik zeg dat ik een vakbond kom oprichten bij de OP Henley textielfabriek.
Dus hij: "Van z'n leven niet." En hij gaf me 'n bon.
En terecht.
Jullie zijn een stel communisten, of oproerkraaiers
of boeven, of joden, of allemaal tegelijk.
Overal waar jullie komen, raken de mensen hun baan kwijt.
Mag ik u wat vragen? Hoeveel verdient u per uur?
Een dollar en 33 cent per frame.
- Hebt u ooit loonsverhoging gehad? - Nee.
Maar Mr Wichard, met de huidige inflatie bent u mesjogge als u dat pikt.
Scheldt u me nou uit?
U bent onderbetaald en overwerkt.
Ze naaien u waar u bij staat. U hebt mij nodig, meneer.
Als u goed hard rent, haalt u uw auto voordat m'n hond u grijpt.
Waarom zeg je dat? We hebben geen hond.
Dat is ook niet nodig.
Hoe is het? Hebt u ook kamers vrij?
Wat een vriendelijk stadje is dit.
Tot nu toe roept iedereen hoepel op, lazer op en ga weg.
Het valt best mee. Laat ze wel tegen kakkerlakken spuiten in je kamer.
Zitten die hier dan? Ik weet alles van kakkerlakken.
Hebt u ook een kamer met uitzicht?
De steeg achter of de parkeerplaats, kies maar.
Geef hem 31, Alston. Daar hoor je de dronkaards niet zo.
Ik kom woensdag na het avondeten weer deze kant op.
Ik ga eten bij m'n schoonfamilie.
Dit was de laatste keer, George.
Je meent het, Norma Rae. Is dat even een verrassing.
Nee.
Het zat er al een tijdje aan te komen.
Ik zag het anders niet aankomen. Ik heb je toch op etentjes getrakteerd?
Ik heb toch bonbons gestuurd?
Je bent toch net drie keer klaargekomen in dat bed?
Ik heb het niet bijgehouden.
Nou, wat zeg je me daarvan?
Kennelijk kan ik je tegenwoordig niet meer bevredigen.
Het staat me gewoon tegen, George.
Je hebt een vrouw en twee kinderen op de middelbare school.
Er wordt geroddeld. Ik heb twee kinderen.
Ik geniet er gewoon niet meer van.
Jij moet mij juist laten genieten.
Ik kom hier niet meer naartoe.
Boerentrien.
Er zit modder onder je nagels.
Je pulkt tussen je tanden met 'n lucifer. Ik zag 't zelf.
Wat heb ik ook aan jou?
Je komt uit die fabriek, wast je even,
doet je benen wijd voor een beurt en je gaat weer.
En jij dumpt mij?
Ik hoorde een flinke klap.
- Ik werd door de kamer gesmeten. - Ik heb wel ijs voor je. Kom verder.
Ga even zitten.
Je bent flink geschrokken.
Hou dit er maar op.
Ik dacht dat in het zuiden alleen heren woonden.
Wie bij de hond slaapt, krijgt vlooien.
Zou ie gebroken zijn denk je?
Doe eens zo.
- Nee, ik denk 't niet. Wil je aspirine? - Nee, dankje.
- Een pleister? - Nee.
- Valium? - Je hebt een hele apotheek.
Ik stel me graag aan. Hou die er maar op.
Ik en mannen.
Ik moet eens leren om meteen nee te zeggen.
Maar als het geen mannen waren, was het wel wat anders.
Wat heb je veel boeken.
Ik ben als de dood dat ik ergens wakker word
met alleen 'n telefoonboek om te lezen.
Wat heeft zij grote ogen.
Ja. En ook veel hersens.
Hoe heet ze?
Dorothy Finkelstein. Zo'n snelle vakbondsjuriste, vers van Harvard.
Zeker je vriendinnetje, dat je haar foto bij je hebt.
Op zondag doen we het en dan lezen we de New York Times,
dus ze zal m'n vriendin wel zijn, ja.
- Ik ben Norma Rae Wilson. - Reuben Warshawsky.
- Aangenaam. - Insgelijks. Hou dat op je neus.
Het spijt me van m'n vader. Hij is nogal kortaangebonden.
Ik ben meestal niet echt welkom.
Maar zo nu en dan word ik ergens binnengehaald,
in de beste kamer gezet en behandeld als familie. En dat is heel fijn.
Dat zul je bij mijn vader niet beleven.
Ben je een jood?
- Pardon? - Ben je een jood?
Geboren en getogen.
- Ik ken verder geen joden. - Hoe bevalt dat?
Ik hoor dat jullie horens hebben.
Besneden, ja, horens, nee.
Als ik het zo bekijk zie je er niet anders uit dan alle anderen.
Toch zijn we wel anders.
Hoe dat zo?
De geschiedenis.
Snap je het nu?
- Het ziet er beter uit. - Het is gestopt.
- Bedankt voor 't ijs. - Kom gerust nog 's.
God, ik hoop het niet, zeg.
Goeiemorgen. Lees dit 's als u tijd hebt.
Ik ben van de Amerikaanse Textielvakbond.
Alstublieft. Lees dit eens als u pauze hebt.
Ik ben van de Amerikaanse Textielvakbond.
Ik ben van de Textiel - Hoe is het met je neus? - vakbond.
Te veel lange woorden. Als ik 't niet volg, volgen zij 't zeker niet.
- Is dat een vriend van je, Norma? - Nu wel.
- Je komt te laat. - Voor mijn part kwam ik nooit meer.
Wie vragen heeft, ik zit in het Golden Cherry Motel, kamer 31.
Kom niet te laat, mensen.
De dame wil naar haar werk.
Ik spreek je nog wel.
Om de vier jaar komt er weer zo'n type langs.
Tegelijk met de sprinkhanen.
- Hoe heet je? - Hoe ik heet?
Ik heet Jimmy Jerome Davis.
Jimmy Jerome, er zitten al zes bazen vast wegens obstructie.
Wil jij er zeven van maken?
We behangen de WC wel met die dingen.
Wil je dit in de pauze lezen?
Hufter.
Ik zei dat ik niet met hem ging eten. Wat wil hij nu weer?
Misschien wil hij met je ontbijten, Norma Rae.
Wat er ook is, ik heb 't niet gedaan.
Norma, jij hebt de grootste mond hier.
"Geef ons langer pauze en meer tijd om te roken."
"Geef ons een maandverbandautomaat."
- Als je 't doet, ben je van me af. - We weten iets beters.
Volgens ons hou je alleen je mond als we je eens promoveren.
Je maakt carri�re, meid.
Wat voor werk en hoeveel?
Jij gaat voortaan controleren.
Daar maak ik geen vrienden mee.
Maar je krijgt wel anderhalve dollar per uur meer.
- Hoe doe ik het, meiske? - Heel goed, papa.
Maar probeer het wel wat sneller te doen.
Ik werk zo snel als ik kan.
Ja, maar ze houden me in de gaten.
En jou ook.
Je bent zeker boos op me?
Je moet je eigen vader niet onder druk zetten.
- Ik heb 't geld nodig voor de kinderen. - Ik pik dit niet van mijn kind.
Millie, Craig, wat doen jullie met oma's afrikaantjes?
- Sta op. - Ik wil niet.
Doe het evengoed maar. Kijkje kont nou, wat smerig.
Jij zou op hem letten. En jullie kwamen net uit bad.
Hij kan behoorlijk gooien.
- Wil je wat? - Ja, dit is smerig.
Doe maar een hotdog met veel saus.
Hallo, mag ik een hotdog van u?
Bedankt.
- Dag, Weona. - Dag, Norma.
- Mag ik twee hotdogs? - Momentje.
- Hoe gaat het? - Hoe vind je de wedstrijd?
Goeie shortstop. Hij gaat er echt voor.
Ja, dat is JC McAllister. Er zijn al scouts voor hem.
Wat is er? is ie niet lekker?
Die is niet van Nathan's. Het is niet eens een hotdog. Wat zit hier toch in?
Veel verf en troep, niet over nadenken.
Sorry, hoor.
Hoi, Norma.
- Hoi, Ellis. - Je ziet er goed uit.
Het gaat altijd goed, ik ben beresterk.
- Je haar zit anders. - Het is langer.
Hoe is het met Craig?
Hij is een tand kwijt.
Het zou best leuk zijn als je zo nu en dan 's bij hem langskwam.
Dat doe ik liever niet, Norma.
Je doet maar.
Zoals gewoonlijk.
Voor mij een cola, graag. Wil jij ook?
Twee, graag.
Dit is voor de hare en dit voor de mijne. Laat maar zitten.
Alsjeblieft.
Zes jaar terug klom ik op de achterbank van z'n Cadillac met m'n benen uit 't raam,
en zo kreeg ik een kleine Craig van die zuidelijke heer.
Sindsdien heeft ie niks goeds meer gedaan.
Waren jullie getrouwd?
Het kon hem niet bommen. Mij ook niet.
Mijn eerste affaire was met m'n Hongaarse pianolerares.
Ik speelde Smetana, zij legde haar hoofd in m'n schoot.
Tjonge, ik heb nog nooit zo gespeeld.
Voor ik 't wist lagen we in haar bed, onder een Russische icoon.
Haar man kwam thuis en vond ons zo. Hij barstte in tranen uit
Ik vond het zo erg. Ik omhelsde hem en zei: "Het spijt me enorm."
En toen gingen we met z'n allen thee drinken in de keuken.
Telkens als je mij ziet, heb ik mot met een kerel.
- Daar lijkt het wel op. - Wat denk je van mij, vraag ik me af?
Ik denk dat je te slim bent voor wat je nu gebeurt.
Kom op, dame, ik moet nu hierheen.
Ik ben je te snel af.
Schiet op, dame.
Noteren, die tijd.
Nu ben ik hier, dame. Toe dan.
Dame. Waar wacht je op, meid? Nu ben ik hier.
Stommeling. Zo raken we allebei ons werk nog kwijt.
Ik ga wel.
Ik val je niet lastig. Ik kom sorry zeggen.
Door mij had je je werk kunnen kwijtraken.
Je gedroeg je echt achterlijk.
Ik weet het.
M'n scheidingspapieren kwamen vandaag en ik draaide 'n beetje door.
Zoiets raakt je wel.
Kom je iets met me drinken?
Om het goed te maken dat ik problemen heb veroorzaakt.
Ik ben Sonny Webster.
Je kwam altijd in m'n moeders bakkerij.
Sonny Webster?
Ik ken jou wel. Jij gaf nooit het goede wisselgeld terug.
- Ik kon niet rekenen. - Zeg dat wel.
Hoe zit het met die borrel?
Ok�, een momentje.
Wie was dat? Ik hoorde een man praten.
Ja, klopt. Ik ga met hem uit.
- Waar heb je 'm ontmoet? - Hier, bij ons voor de deur.
Er komt een kerel aan de deur en jij gaat mee? Nee dus.
Papa, ik ben 21 geweest. Al lang.
Ik heb wat namen voor je: Buddy Wilson, Ellis Harper, George Benson.
Een marinier, een buschauffeur.
En geen van allen zorgen ze voor je. Dat mag ik doen. Dit is mijn huis, mijn eten.
Het is raar hoe jij de mannen bij me weghoudt.
Het is niet raar dat 'n vader van z'n dochter houdt. Wees blij.
Je verstikt me met je liefde.
Die dame kan wel zingen.
- En het is ook zo waar. - Ik hou meer van Elvis.
Ik wou dat ik rijk kon worden van m'n muil opentrekken en jammeren.
- Dan zijn ze nog niet gelukkig. - Maar wie is dat wel?
Man en vrouw samen, dat werkt.
Hoor hem. Jij had je toch in de bosjes verstopt met een wapen,
en ging je vrouw voor d'r kop schieten?
Ik wou ze allebei afknallen.
Zij en d'r vriendje.
Maar ik kon het niet.
Ze was een goed mens, we hadden samen op school gezeten.
Een lief mens, maar toen...
Ik sta er nog steeds versteld van hoe zij veranderde.
Hoor eens.
Ik ben ook heel anders dan vroeger.
Je maakt dingen mee.
Zeg, New Yorker.
Hallo. Kom er eens bij.
- Moet er nog meer bij? - Hoe meer hoe beter. Reuben.
Daar ben je dan, met je papieren en al.
Reuben, dit is Sonny. Dit is Reuben Warwashawsky.
- Ga toch zitten. - Ja, maak het je gemakkelijk.
- Wat doe je hier? - Ik ben aan 't werk.
- In 'n bar? - Zat of niet, ik wil ze.
- Lust je er ook een? - Nee, geef mij maar water.
- Drink je alleen spuitwater? - Inderdaad.
Nou, dan voel jij je morgen vast een stuk beter dan ik.
Reuben is van de vakbond. Hij wil 'n vakbond bij de fabriek.
- Die is er nooit geweest. - Dan wordt het misschien 's tijd.
Dan hoop ik dat je niet alleen bent, want zij zijn ook niet alleen.
- Dat komt wel. - Grote bedrijven doen wat ze willen.
- De rijken mogen alles. - Word je dat niet zat?
Als ik het zat ben, neem ik gewoon nog een pilsje.
Weet je wat?
Hoor je dat nummer op de jukebox?
Dat nummer was op de radio toen ze me belden
om te zeggen dat m'n man was omgekomen bij een gevecht in 'n bar.
Ik kende Buddy Wilson van school.
- Echt? - Ja. We hadden samen handenarbeid.
Hij was lazarus, ging vechten en sloeg een fles kapot.
En die andere kerel had ook een kapotte fles.
Ik weet nog dat ik naar de begrafenisonderneming ging.
Want ik wou hem zien, snap je? En een ouwe vent zegt tegen me
dat het geen goed idee is om naar Buddy te kijken, want hij is nog niet klaar.
Maar ik wou hem echt graag zien.
Maar m'n vader hield me tegen.
Nou, dat was dan het einde van Buddy.
Zo gaat dat.
- Ik rij wel. - Nee, ik.
- Je bent dronken. - Jij ook.
Ik rij wel. Nee, jongens. Daar gaat ie.
Deze kant op.
Ik ging uit met ��n man en kom terug met twee.
Daar zal m'n pa behoorlijk van opkijken.
- Hij houdt je goed in de gaten, h�? - Ja. We zijn heel hecht.
Vroeger reed hij wel 400 kilometer om me naar Crescent Beach te brengen.
Dan aten we ergens, gingen zwemmen en maakte hij grapjes.
We sliepen in de auto en 's ochtends liepen we dan over het natte strand.
Deze ring is van hem. Ik draag 'm altijd.
Reuben, wil je even stoppen? Ik moet overgeven.
Gaat het?
Ik wil wel helpen, maar dan moet ik ook.
- Hoe damesachtig. - Geeft niet.
Ik heb 's steken geleegd bij 't Stuyvesant Ziekenhuis.
Binnenkort ga ik alles anders doen.
Doe maar snel, want binnenkort ga ik je op de huid zitten.
Wilt u dit 's lezen? Ik heb geluisterd, niet meer dan twee lettergrepen.
E�n is beter.
Goeiemorgen, Norma Rae.
Hoi, Lucius.
Goeiemorgen, Linette.
Dag, Billy Joe.
Wat is er in godsnaam aan de hand?
Ik heb het tegen jou.
Verraadster.
Wel verdomme.
- Niemand praat met me. - Minder geklets, meer werk.
Het zijn m'n vrienden en dat hou ik zo. Ik neem ontslag.
- Je jaagt ze op en dan stuur je ze weg. - Dat wist je best.
Ik was inhalig en stom. En nu baal ik, dus ontsla me nou maar.
Nee, je mag wel terug naar de weefkamer, Norma.
Je familie werkt hier al zo lang.
Goeiemorgen.
We zijn er klaar voor.
Allemaal?
Alledrie.
- Stap maar in dan. - Millie, jij kunt het wel zelf.
- Pas op, val niet. - Hoe heet jij, kerel?
Craig.
Dat is Craig en dit is... Craig, met je billen op de grond.
- Dag. - Dag, mama.
Ik wil voorin zitten.
- Dat kan niet. - Zijn we er al?
Nee, natuurlijk niet, gekkie. We zijn net weg.
- Gaan we niet naar het meer? - Eerst even wat anders.
Dat had je moeten doen voor we wegreden.
Dit is Alice.
M'n kleine meid.
Ik zeg altijd maar: hoe meer hoe beter.
Letje wel op wat je doet?
- Volgende keer klim je er zelf op. - Alice, kom eens.
Je bent wel makkelijk met je kinderen.
Ik schreeuw tegen ze. Ik sla ze.
Je bent een mooie vrouw.
Toen ik 18 was wel, maar nu is alles uitgezakt.
Ik vind je anders prima.
In het schemerlicht gaat het wel.
- Ik breng je naar het donker. - Dat ken ik al.
Ik heb nergens schulden.
Ik eet wat me voorgezet wordt en kan allerlei apparaten repareren.
Na m'n eerste bak koffie gaat het wel. Maar die koffie moet ik wel hebben.
Ik heb een nieuwe baan bij de pomp.
Zodra ik m'n loon krijg, lever ik het in, elke vrijdag.
Ik kom direct van m'n werk naar huis en blijf daar dan.
Ik heb mezelf en Alice.
We zijn maar samen.
Jij hebt twee kinderen. Jij bent ook alleen.
Als je mij helpt,
kan ik jou misschien helpen.
Zo'n aanbod heb ik lang niet meer gehad.
Kus me.
Als dat goed zit,
volgt de rest vanzelf.
Op gezag van deze soevereine staat verklaar ik u nu tot man en vrouw.
Als u wilt, mag u de bruid kussen.
Moeders heeft eigengemaakte wijn voor ons. Ik heb de bessen zelf geplukt.
Dank u wel.
Op m'n vrouw Norma Rae.
Ik hoop maar dat ik haar kan bijhouden.
VAKBONDSVERGADERING KOM IN UW EIGEN BELANG
Roscoe zegt dat ik niet moet gaan, maar ik wil wel.
Ik vraag niemand wat. Ik ga gewoon.
Op 8 oktober 1970,
stierf mijn grootvader,
Isaac Abraham Warshawsky, op de leeftijd van 87, in z'n slaap in New York.
De volgende vrijdagochtend werd hij begraven.
M'n vader en moeder waren er. M'n twee ooms uit Brooklyn,
en m'n tante Minnie kwam vanuit Florida.
Verder waren er 862 leden van de Kledingwerkers
en de Stoffen, Hoeden- en Pettenmakersvakbond,
tevens zijn familieleden.
Net als bij leven, stonden ze hem in de dood terzijde.
Ze hadden samen gevochten, samen hun wonden verbonden,
samen hun brood verdiend en dat samen gegeten.
Als zij spraken, spraken ze met ��n stem,
en ze werden gehoord.
Ze waren zwart en blank. Iers en Pools.
Katholiek en joods.
En ze waren ��n.
Dat is een vakbond:
Een eenheid.
Dames en heren,
de textielindustrie waaraan u uw leven hebt gewijd,
en waaraan uw kinderen en hun kinderen hun leven zullen wijden,
is de enige industrie in de Verenigde Staten die nog geen vakbond kent.
En dus kunnen ze u uitbuiten,
voorliegen, bedriegen en u afnemen waar u recht op hebt:
Uw gezondheid. Een eerlijk loon. Een gezonde werkplek.
Ik raad u aan er wat aan te doen. Kom naar kamer 31 bij 't Golden Cherry Motel
en word lid van de vakbond.
Ja, het staat in de bijbel.
"Naar de stammen uwer vaderen zult gij onder elkander het erfdeel toewijzen."
Maar Reuben Warshawsky zegt: "Alleen als je daar zelf voor zorgt."
Iedereen had moeten komen luisteren.
- Volgende keer. - Al moet ik ze zelf meeslepen.
- Je preekt mooi. - Wanneer word je lid?
- Geen tijd. - Maak tijd. Slaap minder.
Als ik niet snel hulp krijg, ben ik weg en krijg je niks.
Ik waardeer elke hulp die ik maar krijgen kan.
Postzegels likken, typen met twee vingers, wat dan ook.
- Ik kom wel. - Bedankt.
Ik ben er. Ik kom de fabriek inspecteren.
De federale overheid van de VS,
in overeenkomst met federaal bevelschrift 7778, zegt:
"De vakbond mag eens per week de prikborden inspecteren
om te zien of de mededelingen niet verwijderd worden."
- Hebt u een vuilnisbak? - Binnen.
- Hou Amerika schoon. - Beneden.
MEDEWERKERS BLIJVEN OP AFDELING TOT SIGNAAL EINDE DIENST
Bedankt.
Goeiemorgen.
Ga ik te snel voor je of zo?
Ik rende toen ik in dienst zat. Nu ben ik burger.
- Als je uit vorm bent, ga ik wel langzamer. - Heel fijn.
Hou het bij een straffe wandeling.
Hallo. Ik ben Reuben Warshawsky van de Amerikaanse Textielvakbond.
- Hoe heet je, broeder? - Buffum.
- Hoe lang werkt u hier al? - 12 jaar.
Houdt u van uw werk?
- Ik zou 't graag houden. - Zeker.
Warshawsky, je stoort bij het werk. Volgens het bevelschrift mag dat niet.
Broeder, we houden ons allebei aan de letter der wet.
Ik heb geen jodenbroer.
- Ik denk niet dat je dat meende. - Jazeker wel.
Shit, dan moet ik toch een gevecht aangaan.
Kom mee, het prikbord is die kant op.
Goeiemorgen.
Iemand zoekt iemand om mee mee te rijden.
Iemand heeft een basset puppy te koop.
En je kunt pecannoten plukken voor 40 cent per schuif bij Selma Landing.
Alleen mijn bericht ontbreekt.
Het hangt er wel.
Ik zie het niet.
Als je op stelten staat kun je dat misschien lezen.
Mag het op ooghoogte zodat iedereen 't kan lezen?
We zullen uw verzoek noteren.
Waar is die onzin nou voor nodig?
Nou moet ik m'n advocaten op jullie afsturen. Zo kinderachtig.
Waar is de telefoon? Wie heeft er kleingeld?
Hang het lager.
Op ooghoogte.
Je hoeft het rotding niet te lezen.
Geen vakbondsman, nog geen vakbondslid
is in deze fabriek geweest de afgelopen tien jaar. Ik lees het.
- Snel dan. - Terwijl ik dit lees,
mag jij in 't bevelschrift nalezen dat medewerkers opgepakt kunnen worden.
Als je de bak in wil, ga dan zo door.
- Ik overtreed de wet niet. - Nu wel, maat.
- Kunnen we dit afmaken? - Tuurlijk.
- Waar is de andere? - In de weefkamer.
- Mag ik 'm zien? - Zeker weten.
Goeiemorgen. Hoe gaat het?
Goeiemorgen, ik ben Warshawsky, Amerikaanse Textielvakbond.
Ik zit in kamer 31, bij 't Golden Cherry Motel als u vragen hebt.
Leuk gedaan.
Heren, de gemiddelde fabrieksarbeider is niet dom.
Hij wordt het alleen zat.
Wilt u dit spul hier weghalen?
Haal het weg.
- Heb je het druk? - Razend druk.
- Mag ik binnenkomen? - Graag.
Maken ze hier nooit schoon?
Ik wil niet dat ze aan m'n spullen zitten, dan raak ik alles kwijt.
- Als ik lid word, vlieg ik er dan uit? - Van z'n leven niet.
Je mag een button op zo groot als 'n frisbee.
Je mag met iedereen over de vakbond praten, als 't maar in de pauze is.
Je mag pamfletten meenemen.
Daar kunnen ze helemaal niks tegen doen.
Ik ben niet zo'n meeloopstertje.
Maar jou volg ik wel.
Jou wou ik aan de haak slaan.
Je hebt me. En wat was je nou verder met me van plan?
- We maken 'n mensch van je. - O ja?
Wat is dat dan?
Iemand die zaterdags bij de bejaarden langsgaat in plaats van te gaan golfen.
Iemand die een potlood koopt van een blinde.
- Doe ik ook. - Maar neem je 't potlood aan?
Daar heb ik voor betaald.
Is er geen middenweg tussen logica en liefdadigheid?
We kunnen wel de hele avond debatteren.
Tekenen.
"Norma Rae Webster." Waarom heeft iedereen hier drie namen?
Kom op, Wayne. Laat me dat ding even opspelden.
Mooi over die jusvlek heen.
En wat krijg ik daarvoor?
Niks als je het niet doet. Heb je daar trouwens niet genoeg van?
Wij zetten die club op de basis anders in vuur en vlam.
- De goeie ouwe tijd. - Speld 'm maar op voor die tijd.
Mooi, Wayne. Ik ben echt trots op je.
Zouden we die club ooit terugzien, Norma?
Ga met je vrouw, die komt nooit ergens.
Jij lijkt me een beetje verdwaald, Norma.
O ja?
Je hebt je eigen koffieautomaat aan jouw kant.
Maar geen water en ik wil m'n koffie afkoelen voor ik 't opdrink.
Jij bent een ijskoude.
- Dag, dominee. - Norma, ik loop net in m'n hemd.
Dat geeft niet.
Misschien mogen we zondag bloemen uit jouw tuin. Hier zit alles onder de luizen.
Kan ik je ergens mee helpen?
Hoe lang kom ik al naar deze kerk?
Vanaf dat je klein was.
Precies. Ik liet God toe toen ik pas zes jaar was.
Zou u mij een goed christen noemen?
Met hier een daar een misstap, maar goed.
- Noemt u zichzelf een goed christen? - Dat moet de Heer bepalen.
Ik wil de kerk zaterdag gebruiken voor de vakbond. Blank en zwart samen.
- Dit is een huis van God. - Ik wil zien of dat zo is.
Dat is bijna godslastering.
Ik heb hier gezegd dat ik gezondigd heb en heb om vergeving gevraagd.
Ik wil zien waar de kerk voor staat.
Of u durft te zeggen dat gerechtigheid en de vakbond nodig zijn,
en als u valt, sta dan op en de Heer staat aan uw kant.
En zo niet, dan is er niks goeds in deze kerk, en dan verlaat ik die voorgoed.
We zullen je stem missen bij het koor, Norma.
Ik verhef 'm wel ergens anders.
Ga maar vast zitten. Ik kom er zo aan.
We houden 'n vakbondsvergadering, Jimmy Jerome.
We hebben limonade en gemberkoekjes.
Ik doe het gordijn wel even open.
Ik heb de ramen op zaterdag gelapt. Je kunt alles dus goed zien.
Je gaat te ver. Dit is ons huis.
- Hoezo ga ik te ver? - Er zitten allemaal zwarten bij.
- Dat gaat mis. - Ik heb nooit problemen met zwarten.
Al mijn problemen waren met blanke mannen.
Ik ken een aantal van jullie van de Chockoyotte kerk.
Die dag heb ik alleen maar gepraat.
Nu wil ik graag dat u wat zegt.
Alstublieft.
Een man z'n werk moet een man z'n werk zijn.
En geen gevangenisstraf.
De zwarten worden gehekeld en geminacht. En waarom?
Als de vakbond is wat iedereen denkt, dan ga ik mee tot het einde.
Sorry dat ik het zeg waar mannen bij zijn,
maar als ik kramp krijg voor ik ongesteld word, is dat heel zwaar
en mag ik niet gaan zitten bij 't werk.
Ze zeggen dat je moet blijven staan tenzij je een briefje van de dokter hebt.
We zeggen niet dat we ziek zijn als dat niet zo is.
Ik kijk de hele dag tegen een muur aan.
Vroeger zat er een raam,
maar dat hebben ze dichtgemetseld, zodat we opgesloten lijken.
M'n man Averil is twee maanden terug aan stoflong gestorven.
Z'n kinderen groeien op en hebben hem nooit gekend.
Ik heb z'n kleren nog, als iemand er wat aan heeft.
De boodschap komt niet echt over.
17 mensen van de 800.
Je bent een buitenstaander.
Het gaat hier langzaam. Je bent niet in New York, waar je even 'n taxi pakt.
Mama, Craig heeft in bed geplast.
Ik zei nog dat hij geen cola mocht voor het slapengaan.
Kom lieverd, opstaan.
Toe maar. Doe je armen om m'n hals.
Weet jij wat?
Koop 'n kan whisky en kom zaterdag hierheen.
We proberen het buiten de stad.
Ben je klaar, liefje?
Geen cola meer voordat je naar bed gaat.
- Hoe gaat het vandaag, Mr Robinson? - Ik heb het druk.
Ik ben Norma Rae. U kent me wel.
- Ja. Hoe is het? - Fijn om u te zien.
- Dit is m'n vriend Reuben. - Aangenaam.
Zeg, leest u dit anders even, als u wilt, dan repareer ik die band voor u.
Dat is een goed plan.
- Weet je hoe dat moet? - Ik heb niet eens 'n auto.
Zorg dat het net lijkt of we weten wat we doen.
Pas op met je hand.
Ik denk dat hij deze eraf haalde.
Maak je een honkbalknuppel of zo?
H�, Joe, hoe is het? Wil je dit eens lezen?
Hoi, Jake. Wil je dit 's voor me lezen?
Hallo allemaal, dit is Reuben, een vriend van me.
Hoe is het, heren?
- Wil je er een lezen? - Nee.
Bob, wil jij er een lezen?
- Geen belangstelling. - Wil je geen vakbond?
Hoezo? Denk je dat ze je dan beter behandelen?
Dat is altijd zo geweest.
Mooi, je hebt je gesneden.
- Hoi, Robert. - Dag, Norma.
- Hoe is het? - Goed.
Het is maar gras en water.
Hier zwommen we toen we klein waren.
Hier gingen we heen als we spijbelden. Snel kleren uit en zo erin.
Het enige water dat ik ooit zag als kind
was als we de brandkraan op 11Oth en Riverside openzetten met 'n moersleutel.
- Dit is genieten. - Het is maar een modderpoel.
Het is heerlijk koel op m'n muggenbeten.
Schoner dan dit krijg ik 'm niet.
Bedankt.
Het is heet.
Ik kom er ook in.
Weet je wat?
Vroeger woonde hier een ouwe boer met een luchtbuks.
- Ik hoop maar dat ie verhuisd is. - Ik ook.
Wat is dat in godsnaam? Er schiet iets langs m'n...
Dat zijn witvisjes.
- Die doen niks. - Het is ze geraden.
Je bent echt een vreemde eend in de bijt.
Dit is niet bepaald m'n natuurlijke omgeving.
Reuben, wat zou je op een dag als deze doen als je thuis was?
Handbal spelen bij de YMCA. Naar Aida bij de Metropolitan.
Chinees eten, poker spelen, slapen.
Ik ben maar in twee steden geweest.
Naar Henleyville en ook eens naar Piston.
Je zou New York te gek vinden.
Geweldige stad. De mooiste vrouwen ter wereld. Het lekkerste eten.
Opera. Theater.
Ballet.
Reuben, je hebt heimwee.
Je bent slank gebouwd.
Sonny traint met gewichten.
Dat heb ik ook geprobeerd.
Ik liet ze vallen en brak m'n voet.
Je moet je geen zorgen maken.
Want je hebt een goed stel hersens.
En die gebruik je goed.
Wat?
Ik weet waarom de verbinding slecht is, Henry. We worden afgeluisterd.
Wie er ook luistert, ik ben Norma Rae Webster
en ik praat over de vakbond met Henry Willis. Dat doe ik elke avond.
Steeds hetzelfde, geen reclame. Alleen de vakbond.
Laat je baas toch naar me luisteren,
dan kun jij naar je vrouw en kinderen toe.
Je krijgt geen slaap.
Ik ook niet en morgen moeten we naar ons werk.
Ik moet nog honderden telefoontjes plegen.
- Komt dat op onze rekening? - Dat gaat van mijn salaris.
Die melk is zuur.
- Ik had geen tijd voor boodschappen. - Had je geen tijd?
Geen tijd voor de was, voor de kinderen, geen tijd voor mij.
- O ja? - Inderdaad.
Smerige ovenmaaltijden, de kinderen in smerige kleren.
En ik sta droog. Niks te beleven.
Moet er gekookt worden?
Jij je zin.
Moet er gewassen worden?
Hier.
Moet er gestreken worden?
Jij je zin.
Wil je vrijen? Kom achter me staan, doe m'n nachtpon omhoog en ga je gang.
Kom nou naar de Golden Cherry. Niet alleen lezen en knikken.
Dag, Doris, Millicent. Kom naar de Golden Cherry met je pindakaastaart.
Debra, heeft de kleine nog mazelen? Hou 'm bij de mijne uit de buurt.
Brenda, hoe is 't met de baby?
Kom naar de Golden Cherry, goed? Ik weet dat je kunt typen.
Kom naar de Golden Cherry en help ons.
Sue, lees dit eens. Het is echt belangrijk.
Kom naar de Golden Cherry. Als ik er tijd voor heb, heb jij die ook.
Jou zie ik niet zo vaak meer, h�?
- Gaat het wel, papa? - Niet anders dan anders.
Wat heb je 'n kleur. Heb je gedronken?
- Zo nu en dan 'n slokje. - Je weet dat 't niet goed is.
Liefje, wat maakt het uit? Soms vraag ik me af of ik nog wel zal ontwaken.
Doe niet alsof je oud bent, dat vind ik maar niks.
Binnenkort kom ik eens een avondje bij je langs
en dan neem ik je mee uit eten. Wat vind je daarvan?
Komt James terug?
Dat denk ik.
- Waar was hij? Thuis? - Ik weet het niet.
Ik moet ook maar 's naar huis.
Hoe is het met Dorothy?
Heel goed, dankje.
Ik zie dat je 'n nieuwe foto van haar hebt.
Mooi, h�? Die heeft m'n moeder me gestuurd.
Ze kan het vast goed vinden met jemoeder.
Zeg dat wel, m'n moeder is dol op haar.
Ze is juriste, links, joods en kan lekker koken.
Wat wil ze nog meer?
Hoe is ze zo slim geworden?
Door te lezen.
Madame, uw diner.
Le grand banaan met een biertje.
Nee.
Wie is dit? Dylan Thomas.
Hij was dichter.
Een genie en een zatlap.
Waar schreef hij over?
Liefde, seks, de dood.
En andere zaken van gewicht.
Is het moeilijk om te lezen?
- Waarom zou ik dan? - Wie weet heeft hij je wat te zeggen.
Doe die eens open?
"Raas, raas tegen het sterven van het licht."
Goed, ik probeer het.
Mooi.
Op TV zijn toch alleen maar herhalingen.
Wil je niet eten onder 't lezen. Zo vies, banaan in m'n boeken.
Warren.
Hoe zit dat? Er is niemand gekomen.
Ze hebben het arbeidsritme opgevoerd.
We werken drie dagen per week. Twee keer zoveel werk voor de helft van 't geld.
- Allemaal door jou. - Wacht 's even.
Blijf daar eens even staan.
Ik heb hier zes rapen in ruim twee liter water.
Daar moeten we met z'n zevenen van eten.
- Wegwezen met je vakbond. - Ik probeer je te...
Ik voel m'n arm niet meer, Jimmy. Ik ga even liggen.
Over 'n kwartier heb je pauze, Vernon.
- Het kan beter nu, Jimmy. - Hou vol, Vernon. Je hebt zo pauze.
Zo meteen, Lucius.
Mavis.
Rhonda.
Hoi, Betty.
Je zou er om kwart over drie zijn.
Het is kwart over vier. Waar zat je? Werkje hier of niet?
- Ik moest 'n kies laten vullen. - Je liet je bierbuik vullen.
Kaffer je man maar uit en laat mij met rust.
Ik begin net. Ik werk hier negen, tien, elf, twaalf uur.
Elke dag weer. Wij doen ons deel, doe jij het jouwe,
- of noem jezelf geen vakbondslid. - Norma, kop dicht.
- Ga ook maar meteen weg. - Wat? Ik zei alleen de waarheid.
Eruit.
Peter, aan het werk, man.
Kom op, allemaal weer aan de slag.
Grootbek.
Je gaat te ver. Je kunt een man niet zo afblaffen, dan staat ie voor lul.
Als je bij Buitenlandse Zaken zat, was er nu oorlog.
Je hebt gelijk. Ik heb een grote mond.
Een hoop mensen kijken neer op fabrieksarbeiders.
Ik weet dat we ons alleen via de vakbond verstaanbaar kunnen maken.
Daarom ben ik zo gedreven.
Onze eigen Mother Jones.
Wie is dat?
Een ijzersterke vrouw.
Zij kreeg het voor elkaar voor de mijnwerkers in West Virginia.
Je bent niet boos op me.
Als ik ooit 'n slimme, vloekende, slordige hard werkende ka van 'n vrouw zoek,
klop ik mooi bij jou aan.
Wat nou "slordig"? Niemand draagt meer korsetten.
- Wat krijgen we nou? Ik heb niks besteld. - Je hebt 'm wel opgegeten.
- Wat moet je? - Is Warshawsky er?
Reuben is bij de drukkerij.
Daar is het wel wat laat voor.
Nou, Reuben houdt ze aan het werk.
Jij bent Norma Rae, toch?
Ik ben Mrs Webster.
Wij zijn van de vakbondsleiding. Al London en Sam Dakin.
O ja?
Dan kan ik jullie wel een boodschappenlijstje geven.
We hebben enveloppen, postzegels en typepapier nodig.
Een luidspreker zou mooi zijn, en typemachines die werken.
- We zijn geen kantoorboekhandel. - Hier zien we jullie anders ook nooit.
Dag, Reuben.
- Sam. Hoe is 't? - Best.
- Je wordt dik. - Ik ben wat aangekomen.
- Al, hoe is het? - Slecht. Ik ben verkouden.
Wat doen jullie hier?
Er komt nog niet veel van terecht.
Jullie weten waar dat door komt.
- We maken ons zorgen. - Ik ook.
Dit is een klein christelijk stadje, Reuben.
- Er mag niks op je aan te merken zijn. - Had je dan aanmerkingen?
Misschien wil Mrs Webster liever weg.
- Waarom zou ze? - Het gaat om haar. Ik wil alleen...
Kom nou toch even. Het is laat, wat willen jullie nou precies?
De fabriek wil ons als slecht afschilderen en ze deinzen nergens voor terug.
De arbeiders gaan hier elke zondag naar de kerk.
En zij wil ze de vakbond verkopen.
Ze zeggen dat ze een pornofilm heeft gemaakt met de wijkagent. Alles te zien.
Laat maar eens zien.
Hij hoeft niet echt te bestaan, maar iedereen praat er wel over.
Ze heeft een buitenechtelijk kind. Ze is vreemdgegaan. Ze slaapt hier bij jou.
Niet te geloven.
Is dit een vakbond of een roddelclubje?
Ik werk 18 uur per dag en dan komen de fatsoensrakkers me lastigvallen.
Ze heeft zich kapot gewerkt. Geen tijd voor de kinderen of een bad.
Wat kan de rest mij schelen? We zijn toch niet in de kerk?
- Jij runt de boel. - Inderdaad, ja.
Bewijs het maar. En als je dat niet kunt, lazer je maar op. Lazer meteen maar op.
Het spijt me, Mrs Webster.
Ik wil de bond niet schaden. Als je wil, stop ik.
Waarom sliep je? Je zou brieven voor me uittikken.
ATTENTIE, ALLE MEDEWERKERS
Ja, ik hier, Norma.
Goed, met mij, Norma. Zanik niet, ik moet je onmiddellijk spreken.
Kom anders als ik pauze heb.
Even zien of de kinderen al thuis waren.
Ze zijn met mijn kinderen bij de winkel om snoep te kopen.
Vandaar dat de tandarts me blut haalt.
Wil je een vakbond? Jij je zin.
Uit elkaar.
- Gaat het wel? - Alles goed?
- Hoe kwam dit? - Er hing een brief.
Dat de zwarten de vakbond overnemen.
Als je dat tegen een blanke zegt, krijg je dit.
Mooi, dan kunnen we nu naar de rechter. Haal die brief eens.
Kan niet, ze houden me in de gaten.
- Hoe is je geheugen? - Zo lek als 'n mandje.
Haal hulp. Schrijf regel voor regel.
- Net als toen ik die lippenstift jatte. - Gesnapt?
- Ik ging terug voor krulspelden. - Je weet dus hoe het moet.
"..domineren...
en controleren...
naar eigen inzicht."
"Als nu..."
Verdomme.
"Zwarte medewerkers wordt gezegd dat ze door massaal lid te worden
de fabriek naar eigen inzicht zullen mogen besturen."
"Als..."
- Waar is de rest? - Meer lukte niet.
- Mata Hari. - Ze houden ons in de gaten.
Hiermee nemen we ze te grazen.
Niks slecht geheugen. Ga er gewoon voor staan
en schrijf het helemaal over.
Met de datum, ondertekening en al en breng 't hierheen.
- Dan word ik ontslagen. - Dan hou ik 'n actie voor je.
Waar gehakt wordt, vallen spaanders. We gaan ten onder, of niet.
Ik heb drie kinderen, 'n hoop schulden en 'n man die hier tegen is.
- Ik doe 't, maar zet me niet onder druk. - Die troep staat hier al dagen.
- Ik zal jou 's wat zeggen. - Wat dan?
Je bent altijd maar aan 't werk. Je wordt chagrijnig.
Reuben, jij hebt een vrouw nodig.
Grappig dat je dat zegt. Vanavond gebeurt het.
- Wat zou Dorothy wel zeggen? - Gebruik 'n condoom.
- Je mag dat niet overschrijven. - Hij hangt op 't bord.
Norma, doe nou niet.
Ik schrijf 'm woord voor woord over. Ik heb pauze en dat ga ik doen.
Blijf uit de buurt. Ik schrijf 'm woord voor woord over.
- Dag, Norma. - Mr Mason. U weet wie ik ben.
Doe je potlood en papier weg.
Hou daar onmiddellijk mee op.
Je vertrekt. De politie komt je hier zo ophalen uit de fabriek.
Mr Mason, ik maak af wat ik begonnen ben.
"..ernstige rellen."
Kom mee naar m'n kantoor, Norma.
Waarom heb je priv� gebeld onder werktijd?
Ik wil graag dat u uw namen voor me spelt.
Doe niet zo dom, Norma Rae.
Mr Mason, niemand staat aan mijn kant.
Ik vertrek pas als ik al uw namen hier op papier heb staan.
Dame, ik wil je nu van het terrein af hebben.
Bel je man en vraag hem om je op te halen.
Ik wil je hier nu weg hebben.
- Norma Rae... - Vergeet het maar. Ik blijf hier.
Ik blijf waar ik ben.
Jullie en de politie
en de brandweer en de Nationale Garde zullen me weg moeten slepen.
Ik wacht tot de sheriff me naar huis brengt.
En ik verroer geen vin tot hij er is.
VAKBOND
Kom nou naar beneden, Norma Rae.
Je hebt 't gehoord. Kom eraf.
Lamar.
Ik wil dat je op zwart op wit zet
dat sheriff Lamar Miller Norma Rae Webster regelrecht naar huis brengt.
En ik wil dat je dat ondertekent en het dan aan mij geeft.
Schrijf mij de wet niet voor, dame. Ik zet helemaal niks zwart op wit.
- Mr Mason, moet ze hier weg? - Neem haar mee.
Ik weet niet of ik wel alleen met jou in de auto wil zitten.
Lamar, ik bijt heus niet.
Dit is 'n politieauto. Je brengt me naar de bak.
Hou op met vechten. Je gaat nu de cel in.
Naar binnen, nu.
Webster, Norma Rae.
Priesta Road 704, Henleyville.
Een blanke vrouw van 31.
Beroep, textiel.
Blanke huid, bruin haar, bruine ogen.
Arrestant nummer 2238B.
Aanklacht: ordeverstoring.
Norma Rae, je gaat nu met haar mee.
Ga maar even zitten.
Je hebt ��n telefoontje. Bel Sonny maar.
Ik bel m'n vakbondsleider.
Ik weet dat het de eerste keer niet meevalt.
Dat hoort erbij.
Ik heb 'n zwangere vrouw die staakte in de buik geslagen zien worden.
Ik zag een joch van 16 in de rug geschoten worden.
Ik zag een vent opgeblazen worden toen ie 's ochtends z'n auto startte.
Dit is nog maar het begin voor jou.
Gaat het wel?
De kinderen liggen in bed.
Craig.
Liefje, wakker worden. Mama is er.
Wakker worden, ik wil met je praten. Doe je armen om m'n hals.
Alice, Millie, wakker worden. Ik wil met jullie praten.
Kom maar naar de woonkamer.
Ik hou van jullie.
Dat is het belangrijkste.
En Sonny houdt ook van jullie.
Jullie hebben ons allebei.
Het volgende is:
Ik heb in de gevangenis gezeten.
Daar zullen jullie van horen, en ook van andere dingen.
Maar jullie horen het eerst van mij.
Millie, je vader heette Buddy Wilson.
Hij stierf toen je vier maanden oud was.
Craig, ik was niet met je vader getrouwd.
Het was Buddy niet.
Het was Sonny niet.
Het was een andere man.
En er zijn nog anderen in m'n leven geweest.
Daar zul je ook wel over horen.
Ik ben niet perfect.
Ik heb fouten gemaakt.
Millie, dit zijn foto's van je vader.
Craig, ik heb foto's van jouw vader.
Die zijn van jullie.
Als je naar de fabriek gaat,
wil ik dat jullie leven beter is dan het mijne.
Daarom ben ik lid van de vakbond en daarom ben ik ontslagen.
Snappen jullie dat?
Nu weten jullie dus wat ik ben.
En jullie weten dat ik vind dat je moet opkomen voor wat je goed vindt.
Eerst naar de WC voor je weer naar bed gaat.
Neem je foto's mee.
Ik ga in bad.
Van de gevangenis krijg je luizen.
Ze mocht ��n keer bellen en koos jou.
Ze wist dat ik de borg kon betalen.
Je komt hier en zet haar aan het denken over van alles en nog wat.
Ze is helemaal veranderd.
Ik wou helemaal niet dat ze zo'n voorloopster zou worden.
Hoe moet het nu verder met ons?
Ze heeft op 'n tafel gestaan. Ze is vrij.
Misschien kun je dat aan, misschien niet.
M'n veter is kapot.
- Er ligt er nog een in de la. - Die ging vorige week al kapot.
Ben je met hem naar bed geweest?
Nee.
Maar ik denk wel aan hem.
Ik blijf bij je als je moe bent,
als je ziek bent,
als je oud bent.
Ik blijf bij je, wat er ook gebeurt.
En ik denk aan niemand anders.
Alleen aan jou.
Mensen, de stemmen van de OP Henley Company tegen de vakbond, zijn:
373.
En voor de vakbond 425.
Vakbond, vakbond, vakbond.
- Rij je in ��n keer door? - Ja zeker.
- Haal dan wel koffie om wakker te blijven. - Ik heb 'n thermosfles bij me.
Nou...
Wat ga jij nou verder doen?
M'n leven leiden. Wat anders?
Zeg, laat nog eens wat van je horen.
- Leest iemand jouw post? - Alleen m'n moeder.
Zal ik je een boek van Dylan Thomas sturen?
Dat heb ik zelf al gekocht.
Echt waar?
Niemand kan ooit iets voor jou doen.
Jij hebt wel wat voor mij gedaan.
Heel veel zelfs.
Jij hebt iets voor alle anderen gedaan.
Een mitsvah.
Wat is dat?
Dat is een goed werk.
Ik neem nooit afscheid.
Dan moet ik huilen.
Wat zeg je ervan?
Veel geluk, in goede gezondheid.
Van hetzelfde.
Goeie wensen lijken toch niet genoeg.
Ik wil je graag bedanken.
Bedankt voor je kameraadschap,
je volharding, je gezond verstand,
en de lol die we gehad hebben.
Ik heb ook genoten van je glanzende haar en je mooie gezicht.
Reuben, volgens mij vind je me leuk.
Dat is ook zo.
Ik wou een dasspeld of aftershave voor je kopen, maar ik ken je smaak niet.
Norma, wat ik van jou heb gehad was het einde.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.