Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranรฎ)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Boss.
Ik was in het noorden, op zoek naar Tommy. Heb jij hem gezien?
Vandaag niet. - En gisteren?
Ik zie hem niet elke dag.
Ik heb hem al drie dagen niet gezien. Ik kan hem niet langer helpen, Sean.
Hoe bedoel je?
Shit, knul. Maak het nou niet moeilijker dan nodig.
Hij komt heus wel, Boss.
Daar gaat het niet meer om.
Jij bent een goede jongen, Sean, maar Tommy is geen donder waard.
Morgen is hij er. Hij zal er zijn.
Sean... - Hij zal er echt zijn, Boss.
Goed. Maak je werk af en ga dan.
Okรฉ. - Ik betaal geen overuren.
UITSTEKEND LEIDINGWATERSYSTEEM
REED'S SUPERMARKT
Hebben jullie Tommy gezien? - Nee.
BORGSOM AGENTSCHAP
Dag, Meg.
Kom binnen. - Is Tommy er?
Hij zou in de ranch blijven.
Misschien was hij hier om Em te zien, dacht ik.
Meestal belt hij om zes uur.
Wil je zeggen dat ik geweest ben? - Is alles in orde?
Jawel, maar ik wil je tijd niet verdoen.
Toe, kun je niet eventjes blijven?
Ik moet echt naar huis. - Em zou het zo leuk vinden.
Kom. Em, je oom is er.
Kom verder. - Dank je.
Oom Sean.
Hoe is het, aapje? - Goed.
Ja? Heb je een fijne dag? - Ja.
Ik zie dat je een nieuwe pop hebt. - Ja.
Hoe heet ze? - Mackenzie.
Mackenzie? Wat een mooie naam. - Dank je.
Koffie?
Graag. - Hoe is het met Claudia en de baby?
Goed.
En met je moeder?
Het gaat met iedereen prima, Meg.
Zonder suiker.
Ik wilde nog naar de stad, maar die auto rijdt voor geen meter meer.
Je kent me, ik drink het altijd zwart. - We vinden het fijn dat je er bent.
Tommy zit toch niet in de problemen?
Nee, helemaal niet.
Bedankt voor de koffie.
Ga je?
Meg, heb je soms iets nodig? Boodschappen misschien?
Dat is niet nodig.
Het is gewoon...
Ik sta in het krijt bij Tommy voor laatst en ik geef het liever aan jou dan aan hem.
Zeg maar dat de rekening vereffend is.
Bedankt.
Dag, aapje.
Wat ben je laat.
Je hebt niet gebeld. - Ik weet het.
Is alles in orde? - Ja. Het is gewoon m'n werk.
Echt?
Ik ben blij dat ik thuis ben.
Waar is de baby? - In z'n bedje.
Ik hoop dat het belangrijk is. Je hebt m'n zoon wakker gemaakt.
Waar?
Doe verdomme die deur open, Margaret.
Toe, lieverd.
Doe open.
Kom op, Margaret.
Ik wilde je morgenochtend bellen, broertje.
Natuurlijk.
Is alles okรฉ?
Dit?
Ik ben ergens van de trap gevallen.
Boss heeft naar je gevraagd. Hij zegt...
...dat hij iemand anders vindt als je niet komt opdagen.
Heeft Margaret je gebeld?
Je bent dronken, Tommy.
Wat wou je daarmee zeggen?
Emily...
Rot op van m'n erf, maat.
Blijf met je handen van me af.
Blijf verdomme met je handen van me af, Sean.
Hoor je me?
Okรฉ, jij wint. Misschien heb ik er een paar op.
Kom, broer.
Kom, stap in de auto. Goed zo.
Wacht even. - Nee, kom nou.
Tommy, kom nou mee.
Jezus Christus.
Heb je vuur voor me?
Je weet dat ik niet rook.
Ja, meneer. Dat was ik vergeten.
Jij bent een echte brave hendrik, hรจ?
Alsjeblieft, zeg.
Voor jou is alles een grap. - M'n eigen broer...
...het knettergekke stereotype cowboy.
Klootzakken. - Het is al erg laat, Tommy.
Ik ben aan het rijden. Kap ermee.
Je bent een fijn mens, Sean. - Ga toch weg.
Eikel.
Kom je mee naar binnen? - Is zij er?
Ze woont hier.
Wat jij wil.
Zit je diep in de problemen?
Ik los het allemaal op, broertje.
Welterusten.
Ma, je moet hier niet roken. - Ik weet het, vanwege Claudia.
Niet vanwege Claudia. De baby. - Ik weet het.
Er liggen koekjes in de oven. - Okรฉ.
Heb je Tommy nog gezien? - Die is weggegaan.
Hij liep halfnaakt de weg af. Die jongen heeft nog nooit gespoord.
Heeft hij weer problemen?
Hij wil je niet zien.
Een waardeloze gozer.
Hij is gewoon koppig. - Nee, jij bent koppig.
Hij is waardeloos, net als je vader vroeger.
Kom op, Mike. Ik ben het, Eddie.
Rusty, zet dat eens af.
Dat bedoel ik ook. Die dingen kosten tijd.
Okรฉ, wanneer?
Nee, dat lukt niet.
Omdat dat te snel is.
Ik heb je al gezegd, ze werden opgehouden. Mike...
...ik weet dat dat niet jouw probleem is.
Goed, ik regel het. Je hoeft je geen zorgen te maken.
Roep ze maar binnen.
Wie? - Allemaal.
Te beginnen met Tommy. Ik krijg nog zes mille van die zak.
Jezus, hoelang zit je daar al?
Sean zei dat je me zocht. - Ik had je allang moeten ontslaan.
Kom op, Boss.
Het zou fijn zijn als je je gereedschap schoonmaakt voor je vertrekt...
...maar ik betaal je niet om in te pakken. - Toe, Boss, wacht nou even.
Wat moet ik tegen Margaret zeggen? En wat vertel ik Emily?
Zeg je meisje maar dat het me spijt dat ze jou als vader heeft, Tommy.
Je bent een klootzak, Boss. - Dat klopt.
Laat me niet de sheriff bellen.
Toe nou, Boss.
Toe, Boss. Je weet dat ik dit nodig heb.
Godver, kom op. Het spijt me, Boss.
Shit, kom op. Het spijt me.
Boss, toe. Het spijt me.
Alsjeblieft, Boss. Het spijt me.
De koe staat op het punt te kalven. - Dat is te vroeg.
Pak de auto.
Er is iets mis.
Denk je? - Ja. Hou haar vast.
Heb je haar?
Haar bekken is te nauw. Ze moet eruit.
Okรฉ, trekken. Klaar?
Ja. - Even wachten.
Nu.
Nog een keer. Nog een keer, broer. Kom op.
Nu.
Duwen. - Shit.
Maak haar keel schoon. - Okรฉ.
Ik druk op haar.
Kom op.
Ga door.
Toe nou. Godverdomme.
Ze is dood.
Boss zal woest zijn.
Ga het jong halen.
Dat kan wel wachten. - Haal het jong, Tom.
Verdomme.
Nee, echt niet dus. - Het is jouw beurt, Tom.
Doe jij het maar. - Wees niet zo lui. Kom op.
Toe nou, Tom. Aan de slag, ik wil naar huis.
Geef maar.
Hoe groot zijn je problemen?
Zes mille.
En nu? Naar de politie?
Dat helpt geen moer.
Ik weet niet wat ik moet doen.
Ze zullen me vermoorden.
Alsjeblieft.
Toe maar.
Toe maar.
Wie is het?
Bij wie?
Hij heet Eddie. Eddie Obregon.
Een monteur of zo, weet ik veel.
Een militair. - Uit Corpus Christi?
Don zei dat er twee gasten aan de bar zaten.
Wie is die jongen?
Rusty...
...nog iets. Ik heb niet om z'n legitimatie gevraagd.
En nu?
Ga maar naar huis. Ik haal je morgenochtend op.
Kun je me wat geld lenen?
Kom, Emily. We gaan.
Kom, lieverd.
Kom.
Alsjeblieft, een paar uurtjes maar. - Je loopt twee maanden achter met de huur.
Hoe vind ik een nieuwe baan als ik thuis moet zitten?
Goed, maar het is de laatste keer. - Dank je wel.
Lieverd, Ms Carol zal op je passen, goed?
Wanneer kom je weer terug? - Ik kom heel snel terug. Beloofd.
Wat lees je, lieverd? - De vier jonge poesjes.
Zul je lief zijn, Em?
Ik heb je auto nodig.
Dat is dan 62,82.
Kun je de chips eraf halen?
En al die appels heb ik ook niet nodig.
Dan is het 56,38.
Ik ben thuis.
LIEVE TOMMY VAL MAAR LEKKER DOOD
Ja, dat is papa.
Hoi, jochie.
De wasmachine heeft kuren. - Ik zal ernaar kijken.
Dank je.
Mike.
Heb je m'n geld?
Eddie, heb je m'n geld?
Ik zit krap.
Je zit krap?
Luister, ik mag je graag. Echt waar. Je bent een goede jongen.
Mike, ik...
Ik kom niet nog eens langs.
Je krijgt twee dagen.
Twee.
Ik weet dat je het niet hebt.
Maar ik moet het hebben.
Wanneer? - Vanavond.
Dat lukt me niet.
Zo werkt het niet. Dat weet je.
Goed, waar breng ik het naartoe?
Ik kom het wel bij je ophalen.
Wat denk je daarvan?
Is alles in orde?
Wil je erover praten?
Het is niet jouw probleem.
Dat weet ik.
Waarom dan?
Hij is familie.
Wij zijn je familie. - Dat weet ik.
Wat is er dan?
Waar ga je heen? - Die wasmachine nakijken.
Sean. - Toe nou.
Praat met me.
Hij zorgt alleen maar voor problemen. - Dat weet ik.
Tommy is een veel beter mens dan pa en veel beter dan ma ooit was.
Hij heeft voor me gezorgd. Soms was hij de enige die er voor me was.
Als Tommy er niet was geweest, was ik nu niet hier.
Problemen of niet, hij is toch m'n broer.
Ik ga die wasmachine nakijken.
Heb je me iets te zeggen?
Je broer is er. - Dat hoorde ik.
Moet je haar altijd kwaad maken?
Wie is dat?
Geef me heel even. - Hoezo?
Ik werd opgehouden.
Door een lekker wijf zeker. We gaan een stukje rijden.
Stap in, verdomme. We gaan.
Terug in je auto, jij. - Is er een probleem?
Ga terug naar je auto.
Nu heb je een probleem, knul.
Je moet je er niet mee bemoeien.
Verdwijn.
Neem je nou versterking mee?
Probeer je me soms te grazen te nemen? Dat lukt je toch niet. Kom op.
Je maakt het alleen maar lastiger.
Niet doen.
Je maakt een grote fout, knul. - Tommy, pak z'n wapen.
Als je iets tegen mij of m'n broer wil zeggen, zou ik dat nu maar doen.
Ga niet zeggen dat ik je niet gewaarschuwd heb.
Heel fijn.
Wegwezen.
Je weet me te vinden.
KANTOOR VERBODEN TE ROKEN
Ga zitten.
Wat wil je?
Zeg het maar.
Ik wil geld van je lenen.
Hoeveel?
Zesduizend.
Verdomme, Sean.
Ik betaal je terug, Boss. Dat weet je.
Daar twijfel ik niet aan, maar ik heb hier geen 6000 dollar liggen.
Ik wou dat ik je kon helpen.
En Mr Reed? - Wat is er met Mr Reed?
Heeft hij dat geld wel liggen?
Verdomme, denk eens na.
Reed mag je en dat kan nuttig zijn als ik er straks niet meer ben.
Verpest dat niet door hem...
...bij Tommy's problemen te betrekken. - Ik heb Tommy's naam niet eens genoemd.
Ik weet niet wat hij nu weer uitgevreten heeft, maar het zijn niet jouw zaken.
En zeker die van Mr Reed niet.
Je kunt hem niet helpen, Sean.
Hij is familie, Boss.
Denk je dat hem dat een moer kan schelen?
Denk je dat hij voor jou hetzelfde zou doen?
Wat zei hij? - Nee.
En Reed? - Nee.
Wat doen we nu? - Ik weet het niet.
Dag, Eddie.
Heb je het?
Ik heb een probleempje. - Hoe bedoel je?
Ik kwam Tommy tegen en die had een...
Ik betaal je niet om te praten, Rusty.
Regel het.
Wat doe je? - Wacht eventjes.
De eerste anderhalf jaar zijn erg belangrijk voor het jong.
Er moet veel geleerd worden. Hun hele overleven hangt ervan af.
Na anderhalf jaar laat de moeder haar jongen alleen.
Ga weg.
De vrouwtjes leven alleen. - Wes.
De mannetjes blijven hun hele leven bij elkaar.
Gonzo.
Sergeant? - Dag, Gonzo.
Krijg nou wat. Kom hier.
Kom verder. - Dank je.
Wil je water? - Ik blijf niet lang.
Ik pak water voor je.
Hoe gaat het met je, Wes?
Ik kan nog steeds niet slapen. Ik hoor telkens alleen maar mortieren.
Ga maar ergens anders zitten. Daar is het smerig. Hier.
Hoe gaat het met je baby?
Goed. - Mooi zo. Ik ben echt enorm blij.
Luister, Wes.
Wie ken je bij het depot? - In Corpus Christi?
Een paar jongens. Hoezo?
Je moet voor me rondbellen. Ik zoek een zekere Obregon, Eddie.
Wat je maar wil. Wil ik weten waarom?
Zit je in de problemen? - Misschien heb ik iets doms gedaan.
Ik heb iemand kwaad gemaakt die voor hem werkt. Een oud-militair.
Heb je mij nodig? - Ik heb zes mille nodig.
Sergeant, ik heb niet veel... - Nee, daar gaat het niet om.
Kun je wat rondbellen?
Dat komt voor elkaar.
Het spijt me dat ik niet kan blijven.
Kom eens een keertje langs.
Ik weet het niet. Ik ben behoorlijk van slag.
Je kunt in het weekend blijven slapen.
Dat is goed. - Okรฉ, Gonzo.
Wacht even.
Zonder serienummer.
We komen wel aan dat geld. - Zo zit het niet.
We komen wel aan geld.
Kom een keer langs.
Okรฉ.
Hou je taai, sergeant.
Wat is dat?
Niks.
Denk je er wel eens aan om weg te gaan?
Ik ben ook weggegaan.
Ja, dat is waar.
Hoe was het?
Daarginds?
Klote. Ik ga Claudia bellen.
Anders wil ze nog scheiden.
Kun jij betalen?
M'n broer betaalt als hij terugkomt.
Wat krijg ik als toetje?
Claudia? - Ik heb iets ingesproken.
Ben je er klaar voor?
Ja.
Kom binnen, jongens, en laat me eens even voelen.
Hij heeft niets.
En jij, Tommy? Heb je een wapen? - Blijf met je poten van me af.
Ik hoop dat je m'n geld bij je hebt, klootzak.
Ik zei toch dat we iets zouden regelen? - Rot op, Tommy. Waar is m'n geld?
Is dit die stoere gozer? - Helemaal.
Ben je militair geweest?
Irak? - Afghanistan.
Denk je dat je daar hier wat aan hebt?
Ik wil dit gewoon regelen. - Zesduizend regelt alles, held.
Wel, zes mille hebben we niet.
Okรฉ.
Dan hebben we een probleem.
Ik heb nu wel 200, als gebaar om mee te beginnen.
Om de week komt Tommy 300 dollar brengen, totdat alles betaald is.
Wat dacht je hiervan?
Ik neem die 200 en die 5800 die jullie me nog schuldig zijn...
...en dan zal ik overwegen jullie te laten gaan.
Zo praat je niet tegen m'n broer. - Tom.
Je krijgt je geld. - Daar twijfel ik niet aan, held.
Zo praat je verdomme niet tegen m'n broer, Eddie.
Moet ik je nu soms vermoorden? - Luister.
Wat zei je daar? - Praat met mij, niet met hem.
Ik kom je zelf 400 dollar brengen. Elke vrijdag, elke week.
Is dit soms een grap?
Ik moet lachen.
Dit is dus echt een grap. - Ik maak geen grap.
Je maakt een grap. Moest je dit doen van je broer?
Ik ben klaar met die spelletjes, held.
Tommy gaat nergens naartoe, voordat ik m'n geld krijg.
Wat dacht je dan? Hier met m'n poen, verdomme.
Uitkijken jij.
Altijd blijven lachen, Eddie.
Je gaat eraan. - Kop dicht.
Wegwezen.
Je bent automonteur, Eddie.
Denk je dat je mij iets kunt maken?
Je bent een lachertje. Een lachertje.
Waarom denk je dat ik jouw geld pakte?
Start de auto, Sean.
Start de auto. - Niet weglopen, Tommy.
Je krijgt je geld heus wel, Eddie.
Je krijgt je geld als ik het heb.
Maar als ik je zie, als je achter me aan komt...
...als ik je goedkope luchtje ruik...
...dan vermoord ik je. Begrepen?
Dan ga je eraan.
Lopen.
De sleutels. - Wat flik jij nou?
De sleutels.
Wegwezen hier.
Zal ik achter ze aan gaan?
Laat ze maar gaan.
Ik weet waar hij woont.
Dat was echt ongelooflijk stom. Ik had de situatie onder controle.
Waarom lach je? Zet die auto stil.
Stop. - Jezus, kappen.
Stoppen.
Hier met dat wapen.
Hier met dat wapen.
Geef me dat wapen.
Jezus Christus. Weten ze waar je woont?
Weten ze waar je woont?
Jezus. Stap in.
Stap in.
Hoi, Em.
Hoi, meisje. Wil je een paar dagen bij mij logeren?
Waar is mama? - Die gaat ook mee, lieverd.
Waar is je jas? O, hier.
Hoe heet je pop ook al weer? - Mackenzie.
Denk je dat Mackenzie ook mee wil?
Goed, pak haar maar. Kom maar.
Kom, aapje. We gaan.
Tommy, ga met ons mee.
Wil je me ten minste vertellen wat er aan de hand is?
Ze kan met mij meerijden. - Mama?
Het is in orde, lieverd. Ga maar met oom Sean mee.
Ik kom ook zo, okรฉ?
Je bent een klootzak, Tommy. - Dat weet ik nu wel.
Wees wel lief voor je oom. Okรฉ, maatje? - Dat zal ik doen, maatje.
Wat moet ik tegen Boss zeggen? - Dat ik er pas laat ben.
En waar kan ik zeggen dat je heen bent? - Verzin maar iets.
Papa houdt van je, weet je dat? - Dat weet ik, maatje.
Ga je mee of niet?
Het draait altijd om jou, Tommy.
Veel is het niet, Meg. - Het is prima zo.
Tommy? - Die is gebleven.
Heb je nog iets nodig? - Nee. Dank je wel, Sean.
Ik ben in de kamer hiernaast. - Okรฉ.
Wat is er? Je hebt de baby wakker gemaakt.
Sorry, niets. Margaret en Emily slapen op de bank.
Waarom?
Laten we het er morgenochtend over hebben.
Kom, we gaan slapen.
Goedemorgen. Waar is ma?
Aan het zeuren.
Waar is Tommy?
Hij is een echte klootzak, Claudia. - Daar kan ik niets tegen inbrengen.
Zullen we het daarover hebben als z'n enige dochter er niet bij is?
Hoe groot zijn z'n problemen?
Het is niet best.
Niet heel dramatisch, maar ook niet best. - Komt alles goed met hem?
KANTOOR
Kan ik je helpen?
Ja, mevrouw. Ik ben Sean Donnelly, Ik werk voor Mr Reed op de ranch.
Ik hoopte hem te kunnen spreken. - Mr Reed is er nog niet.
Ik wacht wel even.
Speel je ook wel eens?
Pardon? - Op de computer.
Nee, mevrouw. - Niet aan beginnen.
Whitney Madine, kap eens met patience. - Sean Donnelly wil u spreken.
Wie? - Hij werkt op uw ranch.
Dag, meneer. - Natuurlijk, Sean. Hoe is het ermee?
Goed. - Gaat alles goed op de ranch?
Heeft Boss je gestuurd? - Nee, alles is in orde.
Goed zo. Loop maar mee. - Dank u, meneer.
Wat kan ik voor je doen, Sean?
Ik heb met Boss gesproken.
Het is niet makkelijk voor me om dit te vragen.
Ik zit in de problemen. Ik kan wel wat hulp gebruiken.
Dat begrijp ik, maar wat kan ik precies voor je doen?
Ik wil geld lenen.
Heeft Boss je gestuurd? - Nee, meneer. Ik wilde niet...
Volgens hem was het beter om er niet om te vragen.
Daar had Boss dan gelijk in.
Ik begrijp het. Ik vind het echt vreselijk om het te moeten vragen.
Maar zoals gezegd, ik zit in de problemen.
Hoeveel?
Zesduizend.
Knul, hoeveel verdien je bij me? - Genoeg.
Lang niet genoeg. - Mr Reed, ik betaal het u echt terug.
Het spijt me.
Mr Reed, als u me de tijd geeft.
Het spijt me.
Echt waar. - Mr Reed...
...als het niet belangrijk was, zou ik dit nooit vragen.
Ik kan gewoon niets voor je doen. Begrijp je, jongen?
God zegene je, jongen, maar ik run wel een zaak.
Ik begrijp het. Dank u voor uw tijd.
Komt alles in orde?
Ik red me wel. - Sean...
...God belast iemand niet zwaarder dan hij aankan.
Dat zul je zien.
Je redt je wel.
Charles, heb jij Tommy gezien?
Kom naar m'n kantoor.
Heb je hem gezien? - Kom hier.
Waar hing je uit?
Boss, ik... - Niks geen Boss, Sean.
Baas betekent dat je gewerkt hebt en dat heb je niet gedaan.
Ik moest een paar Mexicanen van een parkeerplaats pikken en in dienst nemen.
Je weet hoe vaak ik Reed heb moeten overtuigen...
...dat het goed voor de zaak was om overbetaalde leren in dienst te nemen.
Boss, het spijt me. Ik kon Tommy niet...
Ik weet het.
Ik wist het al toen je me om dat geld vroeg.
Mr Reed heeft gebeld.
Ben je altijd zo dom geweest?
Moet ik m'n spullen pakken? - Neem je ontslag?
Zeg het maar.
Breng die Mexicanen weg na het werk.
En ik betaal je niet voor gemiste werkdagen.
Waar is Tommy? - Hoe moet ik dat weten?
Maar hij is hier. - Zeker weten van niet.
Kan ik iets voor je doen? - Nee, mevrouw.
Naar binnen. Claudia, waar is de baby?
Die slaapt. - Moet ik de sheriff bellen?
Nee, ma. Ga maar naar binnen.
En doe de deur dicht.
Ik probeer je tot rede te brengen. - Je praat niet met m'n familie.
Ik zat gewoon... - Je praat niet...
Je praat niet met m'n familie. Begrepen?
Ik begrijp je, maar Eddie wil nog steeds z'n geld hebben.
Dat krijgen jullie ook. - Het duurt te lang.
Ik weet niet wat ik moet zeggen. We hebben niet even zes mille op de plank liggen.
Ik vermoord hem.
Je broer. Een andere manier is er niet.
Dat laat ik niet gebeuren. - Dit hoeft niet jouw probleem te zijn.
Denk aan je familie.
Wees slim, vertel waar hij zit.
Dat weet ik niet. Misschien zit hij wel in de bak.
Nee, dan zouden we het wel weten en was het allemaal heel gemakkelijk.
Als je me vertelt waar hij is, laten we je gaan.
Als ik wegga zonder Tommy is dat jouw schuld.
Snap je? Denk eens na.
Denk eens na wat ik moet doen als je het me niet vertelt.
Waar is Tommy?
Wegwezen, vriend.
Bedankt voor de limonade.
Over wat voor problemen hebben we het?
Dat is een lang verhaal.
Verwacht je moeilijkheden? - Niet echt.
Wil je er iets meer over zeggen?
Sorry dat ik dit van je vraag. Ik had niemand anders. Ik ben zo terug.
Wat moet je? - Is Tommy er?
Waar is Tommy?
Geen idee.
Val dood, John.
Sean? Allejezus.
Sta op.
Wat doe je? - Wegwezen.
Wegwezen. - Waar gaan jullie heen?
Waar zat je?
Waar was je? Waarom was je niet op je werk?
Waar was je?
Ze zijn bij me thuis geweest, Tom. Thuis, bij m'n familie.
Ik ben er klaar mee.
Nee, ik ben er klaar mee.
Het spijt me.
Wat was er aan de hand? - Ik heb je auto nodig.
Geef me verdomme je sleutels.
Je wapen?
Ligt je wapen in je auto? - Ja. Is alles in orde?
Ik moet iets regelen. - Ik heb net getankt.
Breng 'm terug met een volle tank.
Waar was je?
Ik vroeg je iets.
SLIJTERIJ
Geen beweging.
Hier met je geld, snel.
Jongen, denk even goed na.
Laat vallen.
Laat vallen.
Draai je om.
Draai je om.
Ik ga even een slurpee halen. Het is bloedheet.
Ik bel je terug.
NIET RONDHANGEN
Hoor je dat?
Is daar iemand?
Wie is daar?
Ik moest het geld komen brengen. - Jezus, ik schrok me dood.
STAATSGEVANGENIS
Daar zitten we dan.
Hoe gaat het met Margaret?
En Emily?
Goed.
Mooi.
Weet je nog dat papa wegging?
Niet echt.
Je was toen niet veel ouder dan Emily nu.
Ik weet nog dat er een priester thuis op bezoek kwam.
Voordat mama niet meer naar de kerk ging.
Hij nam me mee naar het eind van de tuin.
We zaten bij het hek als een stel nichten.
Na een tijdje zei hij:
'Jullie vader vond het vast niet makkelijk om weg te gaan.'
'Hij denkt vast de hele tijd aan jullie.'
Ik zat daar en dacht dat het echt de grootste onzin was.
Ik zei: 'Het is juist heel makkelijk om je boeltje te pakken en weg te lopen.'
'Iets eenvoudigers bestaat er niet.'
We zaten daar een poosje, toen hij zei...
Hij zei: 'Tommy...'
'Goede mensen doen slechte dingen.'
'Maar dat maakt ze niet minder goed.'
Denk je dat dat zo is?
Denk je dat dat zo is?
Ik weet het niet.
Ik hoop het wel.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.