Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Slechts met een beetje verbeeldingskracht...
kan ons alledaagse handelen een verontrustende betekenis krijgen...
en het decor van ons dagelijks leven een fantasiewereld worden.
Al naar gelang het individu worden de monsters en feeën tot leven gebracht....
Wees maar niet bang.
Hoe kwam dat?
Zo zacht.
Gaat het? -'Het doet pijn.'
'Je moet me bevrijden.' -Dat zal ik doen.
Ik heet Paul.
En jij?
'Ik heet Robbie.'
O ja, heet je Robbie?
Weet je waar Robbie op rijmt?
Op 'energie' en 'familie'.
Wat doet je moeder?
'M'n moeder? Ik weet niet waar ze is.'
Mijn moeder werkt in de kliniek.
Hier vlakbij.
Paul?
Alles goed? -Ja.
Een fijne dag gehad?
Kom je me morgen helpen in de kliniek? Weet je waarom?
Omdat we voor elkaar moeten zorgen.
Maria zag licht onder de deur van haar bazen en bleef staan.
Ze spitste haar oren. Het was donker en koud op de overloop.
Het had de hele nacht gewaaid. Een dakgoot had akelig tegen een muur geklapperd.
Lees ik goed?
Maria dacht iemand te horen kreunen.
Ze hoorde Baas z'n karakteristieke voetstappen op het linoleum...
toen hij op zijn sloffen door de slaapkamer liep.
De burgemeester van Veurne Georges Simenon
Laat me los.
Alstublieft. -Kom nu maar.
Nee, ik wil niet.
Waar ben je bang voor? Niks aan de hand.
Nu is het afgelopen.
Ik wil niet. Laat me los.
Nee, laat me los.
Ik wil niet dood.
Je gaat niet dood, liefje.
Het is voor je eigen bestwil. Ze gaan voor je zorgen.
Ik wil niet. -Hou haar in bedwang.
Je krijgt het hier goed, Gloria. Het is een kwestie van wennen.
Rustig nou maar. We moeten haar iets kalmerends geven.
Ik haat je. -Paul? Kom je me even helpen?
Gaat het?
Ik heb een nieuw vriendje gevonden.
Verderop bij de boom.
Hij was gewond, ik heb 'm gered. Weet je hoe hij heet?
Hij heet Robbie. Goeie naam, hè?
Heb je geen honger meer? -'Jawel.'
Alsjeblieft dan.
Nog eentje? -'Alsjeblieft.'
Daar komt ie.
Wat heb je daar?
Het is een vink.
Ik zat in de boom dat vogelhuisje te maken.
Toen ik beneden geluidjes hoorde, ben ik gaan kijken.
Hij lag gewond op de grond, verstrikt in draad.
Toen heb ik 'm met m'n zakmes van die draad bevrijd.
En daarna heb ik 'm meegenomen en hem verzorgd.
Hij gaat dood.
Welnee.
Als jij 'm niet vrijlaat, gaat hij dood.
Ik zorg goed voor 'm. -Toch moet je hem vrijlaten.
Ik heet Paul.
Gloria. Aangenaam, Paul.
Wacht, hier zit ie.
Hebbes. Zie je hoe mak hij is met mij?
Hij laat alles toe.
Weet je dat deze vogel...
verschillende zangsoorten heeft, maar altijd dezelfde melodie?
Om bijvoorbeeld z'n vrouwtje te lokken, doet hij:
En als hij bijvoorbeeld in paniek is, doet hij:
Niet bang zijn.
Hij zit lekker daar.
Even niet bewegen.
Gloria.
Ik mag niet met jou omgaan.
Ga snel.
Ik denk dat wij vrienden kunnen worden. Gloria
Gloria, ik denk dat wij...
vrienden kunnen worden.
Paul.
Is twee hartjes wel zo'n goed idee?
'Ja. Hoezo?' -Omdat zij er maar eentje had.
'Maakt niet uit.'
Ze schijnt heel ziek te zijn. -Wat heeft ze dan?
Paul, voor wat voor ziektes worden mensen hier behandeld?
Ziektes van de geest. Dus ze is ziek in haar hoofd.
Volgens de verpleging is ze gevaarlijk. Jeanne heeft bij Loisel haar dossier gezien.
Ze wilde niets vertellen, maar ze was betrokken bij iets beroerds. Iets ernstigs.
Dus hou afstand. Oké?
Wat? -Waarom?
Luister je wel naar wat ik zeg? Niet dus.
Het is geen vriendinnetje voor je.
Oké?
Maar het is wel een mooi meisje.
En ze is ook aardig.
Vind je haar knapper dan mij?
Nee. -Nee?
Je vindt haar niet mooier dan mij?
Dus wel?
Mag ik van tafel? Ik heb geen trek.
Oké, ga maar. Ga maar naar bed.
Gloria.
Gloria. Gloria.
Zoek daar links eens.
Daar is ze.
Blijf staan. -Pak haar.
Laat me los. -Rustig, jij.
Rustig, Gloria.
Laat me los. -Ga rustig mee.
Paul, alsjeblieft?
Paul, ze gaan me pijn doen.
Paul, ze gaan me pijn doen.
Kom me helpen. Alsjeblieft, Paul?
Paul...
Ik wil je geen berisping geven. Maar de afspraak was...
dat je zoon hier mocht wonen op voorwaarde dat hij niet met de patiënten praat.
Dat is heel belangrijk voor hun genezingsproces.
Luister, dit is belangrijk.
Je mag niet met Gloria praten. Afgesproken?
Ze hoort dingen die niemand anders hoort.
Ze ziet ook dingen en leeft in een andere werkelijkheid. Snap je dat?
Snapt hij dat?
Ja?
Wegwezen. Ik moet je moeder spreken.
Robbie?
Waar is m'n vogel?
In de vuilnisemmer. Hij lag dood in je kamer.
Er viel niets aan te doen. Hij was ziek. -Welnee, hij was niet ziek.
Hij was niet ziek. Je liegt.
Hij was niet ziek. -Paul, kom hier.
Hij was niet ziek.
Robbie...
Gaat het?
Toe, vlieg dan.
Word weer wakker. Toe dan.
Je bent niet dood.
Je bent niet dood.
Gloria?
Stel je niet aan. -Nee, laat me met rust.
Blijf van me af.
Rustig.
Ik wil niet. Laat me los. -Toe, Gloria. Vooruit.
Slikken. Alle twee.
Goed zo.
Tot morgen.
Welterusten. En gedraag je, ja?
Wat doe jij hier?
Wil je hier weg?
Stil, geen geluid maken.
Wat zijn dat?
Kerkuilen.
Wat eten ze?
Insecten, slangen. Zo'n beetje alles.
Net als ik.
Meen je dat?
Echt waar?
Nee.
Je had gelijk over m'n vogel. Hij is dood.
Waarom behandelen ze je zo slecht?
Vanwege m'n geld. -Welk geld?
Van m'n ouders. Die zijn dood.
Dood?
M'n oom beheert m'n erfenis. Hij heeft me hierheen gebracht.
Hij heult met Loisel zodat hij m'n geld krijgt als ik dood ben.
Maar Loisel is toch best aardig? -Het is een valstrik.
Als jij iemand kwaad wilt doen, doe je toch ook alsof je aardig bent?
Ik wil niemand kwaad doen.
Geloof me, dat komt nog wel.
Dat komt altijd.
Wat doen jullie hier?
Hoe kom je je kamer uit?
Heb jij dat gedaan, Paul? Wat hadden je moeder en ik gezegd?
Ben je dat vergeten?
Ik vroeg jullie iets.
Hoe ben je je kamer uitgekomen?
Heeft hij de deur opengedaan?
Waar was je?
Jij lag te slapen. Toen ben ik vruchten gaan plukken en even het water ingegaan.
Pak wat.
Zo eet je niet.
Wacht, ik laat je wat zien.
Kom eens hier met je lip.
Heb je 'm kapot gedrukt? -Nee, het is lippenstift.
Hou op.
Waar zijn we?
Weet ik niet.
Denk je dat dokter Loisel dood is?
Weet ik niet. Maar ze zoeken ons zeker.
Ik moet mama waarschuwen. Ze is vast ongerust.
Kun je een geheim bewaren?
Zweer het.
Ik zweer het.
Dat ben ik. Bij m'n opa in Bretagne.
De enige plek waar ik ooit gelukkig was.
Daar wil ik heen, daar ben ik veilig.
Wil jij me erheen brengen?
Naar Bretagne?
Dat is minstens tienduizend kilometer.
Alsjeblieft? Breng je me erheen?
Zeg alsjeblieft ja.
Echt?
Dank je wel.
Dank je wel, Paul. Dank je wel.
Naar binnen, jij.
Snel.
Wat is er?
Blikjes. -Pak alles.
Schiet op.
Er ligt een kaart. -Pak ook maar.
Zie je een deken?
Snel, er komt iemand aan.
Schiet op.
Rennen.
Ik krijg jullie wel.
Kom op.
Hier.
Gloria.
Paul, word wakker. Er komt een conducteur aan. Wakker worden.
Kom mee.
Ik heet Gloria.
En ik heet Paul.
Wat doe je? -Ik kleed je uit.
We moeten in de buurt van het water blijven. -Dat doen we.
Omdat je me gered hebt.
En dit was omdat ik er zin in had.
Waar zijn je ouders aan overleden?
Een vliegtuigongeluk.
Ze hebben het niet overleefd.
Waar was jij?
Ver weg.
Hoe oud was je toen?
Vijf jaar.
Ben je daardoor ziek geworden?
Ik ben helemaal niet ziek.
Ik voel alleen als mensen me kwaad willen doen.
Wat voel je bij mij?
Dat je je om me bekommert.
Je bent de aardigste mens die ik ken.
'Het geluid trok achter ons voorbij...
en vervolgde zijn weg langzaam en onverbiddelijk...
in de wind.'
Wat betekent 'onverbiddelijk'?
Je kunt bidden wat je wilt, het gaat gebeuren.
Iets onafwendbaars.
Kom. Kom mee.
Stil.
Het geeft niet.
Het spijt me. Het was geen opzet.
Het spijt me. Het was geen opzet.
Ze kwamen me halen. Het was geen opzet, Paul.
Ze kwamen me halen.
Het spijt me.
Schat, geef 's een handdoek.
Schat, kom eens. Wat is dit? Wat doen jullie hier?
Spreken jullie Frans? -Nederlands?
We bellen de politie.
Niet doen. Ze gaan ons pijn doen.
Wat zeg je? -De mensen van de instelling.
Welke instelling?
Rustig maar.
M'n broer is ziek. We moeten hier blijven.
Kom maar naar binnen.
Kom.
Alsjeblieft. Tast toe.
Er zijn tomaten...
eieren...
Hier is mayonaise.
Vertel eens, hoe zit dat met die instelling?
Wat is daar gebeurd? Waarom waren jullie daar?
Vertel maar gerust.
Als we niets weten, kunnen we niet helpen.
M'n broer...
Vertel maar, liefje.
M'n broer heeft 't het zwaarst te verduren gehad.
Laat je brandwond eens zien. -Wat?
Laat zien.
Waarom? -Toe dan.
De instelling...
zit vol pedofielen.
Wat zeg je?
De keuze viel op hem.
Ze hebben hem gebrandmerkt.
Als een dier.
Maak u geen zorgen, hoor. Het doet geen pijn.
Hij wil er niet over praten. Ziet u wel?
Kunnen we iemand bellen voor jullie?
M'n opa.
Heb je 'm al gebeld? Dan bel ik hem.
Ik wil hem zelf bellen. -Ik bel hem wel.
Ik wil zelf bellen. -Geef z'n nummer maar.
Ik wil hem zelf bellen.
Alstublieft?
Maak u maar geen zorgen. -Jullie slapen vannacht hier.
Morgen kijken we verder. -Dank u wel.
Alles in orde. Hij komt ons halen.
Genoeg gedronken? -Moeten we toch niet de politie bellen?
Ze zijn uitgeput. Laat ze hier een nachtje slapen.
Morgen komt hun opa ze halen.
En onze vakantie dan?
Kom 's hier, schat.
Mama heeft plannen.
Wat doe je?
Ik keek.
Waarnaar?
Die twee.
Wat waren ze aan het doen?
Zoenen.
Kom 's hier. Kom.
Kom.
Ze waren aan het vrijen, hè?
Ik denk het.
Heb jij wel eens gevrijd?
Nee.
Zou je het willen?
Dat weet ik niet.
Zou je het met mij willen?
Ja.
Je houdt dus van me?
Echt waar?
Ik hou van je.
Lieveling.
Als je wilt, kun je een bikini lenen.
Dan kun je dat jurkje uittrekken. Het is warm.
Nee, dank.
Je bent een mooi meisje, Gloria.
Je hebt mooi haar.
Heel mooi haar.
Ik hou wel van lang haar.
Alles goed daar?
Een, twee, drie. Kom op.
Niet kopje-onder duwen.
Kom toch.
Het is heerlijk. Kom.
We gaan hiernaast wat drinken. Oké?
Mocht je opa komen, dan zijn we bij de buren.
Dan zijn we daar. -In de koelkast staat drinken.
Tot straks.
Heb jij honger?
Wat?
Ik mag die mensen niet. Ze hebben iets stiekems.
Nee, ze zijn aardig.
Zie je niet hoe ze naar ons kijken? Met hun slangenogen.
Koud als slangen.
Het zijn gore klootzakken. Moet je zien.
Klootzakken. We zijn hier niet veilig.
Moet je zien. Kijk dan.
Het zijn klootzakken. Snap dat dan.
Kom mee, Gloria. Kom.
De boel staat in brand. Kom mee.
Het water biedt ons bescherming.
We blijven bij het water. Beloof je dat?
Beloof je dat? -We blijven bij water.
We blijven bij water.
Kom mee.
We hebben niks meer.
Ik heb honger.
Hé, kijk.
Die kunnen we eten.
Ja, ik heb 'm.
Word wakker.
Word dan wakker.
Wakker worden.
Kijk eens naar de kip.
Naar dat ringetje.
Er staan cijfers op. Zie je dat?
Vervang die eens door letters van het alfabet. Wat is 23?
Dat is een W. En wat is 9? Denk eens goed na.
Dat is een I. En wat is 12?
Weet ik niet. -Een L. Dubbel L.
En nog een 9. Wat is dat?
Weet ik niet. -1 is A, en 13 is M.
En wat geeft dat? Daar staat William.
Zo heet mijn oom. Hij heeft die kip gestuurd.
Ze luistert ons af. Weg met haar, anders vermoordt ze ons.
Weg met haar. M'n oom heeft haar gestuurd.
Ze vermoordt ons nog.
Wat doe je?
Waarom deed je dat? -Dat moest van jou.
Nee, je had 'r moeten doden, verbranden.
Ga haar vangen.
Ga haar vangen en maak haar dood.
Paul, ga haar alsjeblieft vangen en maak haar dood.
Paul, ga haar vangen.
Vang haar en maak haar alsjeblieft dood.
Rustig maar, rustig maar.
Wees maar niet bang. Het komt allemaal goed.
Weet je waarom de hemel nooit liegt?
Nee.
Omdat de sterren alles zien.
En ze fluisteren het de mensen in. Maar niemand luistert.
Ik luister wel naar ze.
Ze vertellen het me als mensen liegen.
Zodoende kan niemand me bedriegen.
Is dat wat je hoort?
Ja.
Geloof je me? -Ja.
Zweer het.
Ik zweer het.
Zul je me nooit in de steek laten? -Nooit.
Dan zal ik altijd van je houden.
Gloria...
Ik ben bij je. Rustig maar.
Ik ben het.
Gloria?
Goed geslapen?
Wie bent u?
Ik ben Hinkel.
Hoe heet jij? -Paul.
Waar ben ik? -In mijn moestuin natuurlijk.
Jullie hebben nogal een reis achter de rug.
Waar is Gloria?
Is Gloria je zus?
Nee, mijn vriendinnetje.
Ze was in de caravan, net als jij.
Nee, daar is ze niet. -Ja, ik denk van wel.
Dit had een zwemparadijs moeten worden.
Ik was gevraagd om toezicht te houden bij de bouw.
Dat doe ik nu al 15 jaar. Dikke kans dat ze me vergeten zijn.
Ze was bij je. Ze maakt vast een wandelingetje.
Wat wil je?
In de boot.
Hou op. Niet doen.
Kom mee.
Rustig maar. Ik ben bij je.
Waarom sloeg je me neer op de boot?
Ik heb je niet geslagen.
Jawel.
Nee.
Slaap maar even.
Alles in orde?
Kom, ik laat je iets zien.
Luister goed.
Voorzichtig.
Moet je zien.
Mooi, hè?
Kijk daar.
Kraanvogels. Weet je dat die vogels hun leven lang bij elkaar blijven?
Tot hun dood. Ze gaan nooit uit elkaar.
Geloof je in reïncarnatie?
Reïncarnatie. Geloof je daarin?
Nee? Wel in God? -Dat weet ik niet.
Waar geloof je dan in?
Geloof je in haar?
Toen ze overleden was...
wilde ik ook dood.
En toen kwam ik hier.
En ontdekte ik dit.
Ik wist dat het geen toeval was, dat zij me hierheen geleid had.
Ik hoorde een kreet die ik herkende.
Ik herkende haar stem.
Soms praat ze tegen me.
Wie?
Jeanne.
En wat zegt ze dan?
Ze zegt: Zorg goed voor jezelf, Hinkel.
'Ik wacht op je.'
Dat is het.
Ik kom hier iedere dag.
Iedere avond is ze bij mij...
en de rest van de dag ben ik bij haar.
Snap je dat?
Ik denk het.
Jeanne!
Wat doen je ouders?
M'n moeder werkt in een kliniek.
En je vader? -Die ken ik niet.
Weet je niks van je vader?
Alleen dat hij een motor heeft.
Als hij een motor heeft, houdt hij van...
van reizen.
Hij is vast iets belangrijks gaan zoeken. Dat denk ik.
En jij hebt geluk, want jij hebt dat belangrijke iets al gevonden.
Je geeft veel om dat meisje, hè?
Het is een grote verantwoordelijkheid.
Want je zult voor haar moeten zorgen...
omdat ze ziek is.
Dat heb je gezien, toch?
Je kunt mij vertrouwen, hoor. Vertel maar.
Ze is best lastig.
Op de boot heeft ze me neergeslagen.
Leg eens neer.
Eten.
Weet je wat je moet doen?
Je moeder bellen.
Ze heeft alleen jou maar. Je vader is gaan reizen.
Denk je niet dat ze ongerust is?
Zal ik haar bellen? Ik heb een telefoon.
Nee.
Ken je het spelletje met de drie eieren? Nee?
Ik heb hier drie eieren. Oké?
Twee zijn gekookt en eentje is rauw.
Oké?
Om beurten...
slaan we er eentje op ons hoofd kapot.
Degene die het rauwe ei heeft, heeft verloren.
Als jij verliest, dan bel je je moeder.
Dan kun je tegen Gloria zeggen dat het lot het bepaald heeft.
Wat vind je ervan?
En als ik win?
Dan krijg je deze.
Afgesproken? -Oké.
Wie begint? Jij of ik?
Begin maar.
Nu jij.
Weet je het zeker? Geen spijt?
Prima, je moet nooit spijt hebben.
Wacht, wacht...
Dan heb ik dus gewonnen?
Nee, verloren.
Mam?
Ik ben met Gloria. Alles is in orde.
Ik hou van je. Heel veel.
Welterusten.
Paul? -Hallo?
Kom hier.
Wat is er?
Hinkel zei dat je ziek bent. Hij wil met je naar de dokter.
En ik moet naar m'n moeder.
Geloof je hem?
Weet ik niet.
Je gelooft hem.
Je hebt die kip laten ontkomen. Die is mijn oom gaan halen.
En die stuurt deze man om ons te vermoorden.
Hij is jouw schuld.
Waarom? -Omdat jij de kip hebt laten ontsnappen.
Nee, die man is echt aardig.
Denk je dat ik lieg? Lieg ik?
Wie heeft de kip laten ontkomen?
Ik weet niet...
Hij is aardig.
Sukkel dat je bent. Het is een valstrik.
Een valstrik. Wat ben jij ongelooflijk stom.
Je snapt er niks van. Het is een valstrik.
De kip is ontsnapt, maar hem laat je niet ontkomen. Het is een valstrik.
Wat? -Je moet hem vermoorden.
Wat?
Vermoord hem. Red me alsjeblieft.
Vermoord hem, Paul. Alsjeblieft.
Paul, red me alsjeblieft.
Je moet hem vermoorden. Doe het dan. Alsjeblieft, doe het voor mij.
We gaan.
Weet Gloria ervan?
Alles komt goed.
Nee, nee.
Alles komt goed.
Kom mee. -Je hebt me in de steek gelaten.
Ophouden.
Waarom doen jullie zo?
We gaan naar je opa. Echt, dat beloof ik je.
Laat je me nooit meer in de steek?
Nooit.
Dan zal ik altijd van je houden.
vertaling: Jolijn Tevel
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.