All language subtitles for Mary.Magdalene.2018.1080p.BluRay.x264-GUACAMOLE

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean Download
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian Download
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian Download
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

En ze vroeg hem: "Waar lijkt het op, het Koninkrijk?"

En hij zei: "Het is als een zaadje."

Een zaadje van de mosterdplant.

Dat een vrouw nam en in haar tuin zaaide.

En het groeide en groeide.

"En de vogels uit de lucht nestelden zich in de takken."

Judea, 33 n.Chr.

Het Romeinse Rijk heeft Herodes Antipas aangesteld

om over het Joodse volk te heersen.

Er heerst een broze vrede. De onrust neemt toe.

Mensen zien uit naar de komst van de Messias

die hen zal bevrijden van de Romeinen en Gods Koninkrijk zal inluiden.

Maria.

Maria.

Maria, zeg dat ze haar niet mag opensnijden.

Er is geen tijd meer.

Ze moet gewoon persen. - De baby komt er niet doorheen.

Je moet iets proberen.

Ik kan proberen haar op te rekken, maar dan moet ze stil blijven liggen.

Lea.

Kijk me aan.

Lea, kijk me aan.

Je moet stilliggen. - Ze gaat me pijn doen.

Ja, eventjes maar, zodat je baby eruit kan.

Je kunt het wel even aan. Dat kun je.

Kijk me aan.

Kijk me aan.

Ik blijf bij je. Ik laat je niet los. Ik ben bij je.

Kun je stilliggen? - Ja.

Rachel, kom.

Pak haar bij haar schouders.

Hou haar stevig vast en zorg dat haar been blijft liggen.

Kijk me aan. Het komt goed.

Zorg dat ze niet beweegt.

Nog een keer.

Broeder, wat een prachtige jongen.

Prachtig.

Gefeliciteerd, Aäron. - Dank je, Jozef.

Hoe gaat het met haar?

Maria heeft haar erdoorheen gesleept.

Volgens de vroedvrouw is ze een natuurtalent.

Zijn jullie dat niet allemaal?

Jullie kunnen trots zijn op jullie zus.

Ik hef mijn ogen op naar de bergen.

Waar komt mijn hulp vandaan?

Efraïm komt morgenavond bij ons eten. Je kent hem wel.

Ik kende z'n vrouw. - Hij is een goede man.

Z'n kinderen hebben een moeder nodig. Hij vroeg om jou.

U hebt me nodig.

God zou je graag als een moeder zien.

En ik ook.

Gaat Jozef weer naar die man luisteren? - Elke dag deze week.

Vast fijn om zo veel tijd te hebben.

Je zal er prachtig uitzien.

Het is ruim en warm. Ons huis is het jouwe, Efraïm.

Groot genoeg voor het hele gezin.

Zet daar maar neer. Dank je.

Fijn dat je er eindelijk bent, Efraïm. - U hebt een mooi gezin, Elisa.

Kinderen, begroet Efraïm eens.

Deze genezer is anders, in de dingen die hij doet en zegt.

Waar had hij het over? - Een nieuwe wereld.

Een rechtvaardige, zonder tirannie. Een heilig koninkrijk.

Ik heb hem een man zien genezen. - De man die altijd loopt te schreeuwen.

Er zou een duivelse geest uit hem gedreven zijn.

Wie is hij dan, een profeet?

Hij ging met de Doper om. - Waar, bij de Jordaan?

De Doper was een ware profeet. Daarom heeft Herodes hem laten doden.

Zo is het genoeg.

Waarom?

Dit is een slechte tijd voor dopers en profeten.

En ook voor roddels.

Je moet maar veel zoons maken, Efraïm.

Mogen de engelen op jullie schijnen.

Laten we met Pesach samen reizen. - Ik ga zo vaak mogelijk naar Jeruzalem.

Maria, waar ben je?

Maria?

Maria, hoe kan ik je helpen?

Haal haar vader en Daniël.

Maria?

Vertel me hoe ik je kan helpen.

Schande.

Je hebt onze familie te schande gebracht.

Wat bezielde je?

Ik wilde bidden over wat ik moet beslissen.

Beslissen?

Luister goed. Je bidt tijdens de dienst met de andere vrouwen.

En je bidt thuis met je familie.

Je rent niet zomaar door het donker als een of andere gek.

Ik trouw niet met Efraïm. Daar ben ik niet voor gemaakt.

Waar ben je in hemelsnaam dan wel voor gemaakt?

Moet ik je borsten afbinden en je haar afscheren

zodat je een man kunt worden?

Dan Kun je bidden wanneer je maar wilt.

Je bezoedelt de nagedachtenis aan onze moeder.

Dit keer ga je wel trouwen.

U hebt haar te lang laten begaan, vader.

Maria.

Maria, opstaan.

Wat is er? - Vader wacht op je.

We willen je iets laten zien.

Daniël?

Wat is er aan de hand?

Ga maar weer slapen. - Waar breng je haar naartoe?

Moeder? - Stil maar. Er is niks.

Het komt wel goed, Maria.

Je hoeft niet bang te zijn.

Wat doe je? - Er zit iets onnatuurlijks in je.

Vader? - Ga uit van haar.

Zwijg, zwijg, zwijg.

Je hoort hier niet. - Vader.

Duivelse geest, ga uit van haar. - Verzetje niet.

Ga uit van haar. Zwijg, zwijg, zwijg.

Daniël.

Duivelse geest, ga uit van haar.

Ga uit van haar. - Hou op, hou op.

Maria.

Vader.

Laat me alstublieft de genezer meebrengen.

Goed.

Ze wil niet met me praten. Ik ken haar niet zo.

Laat me maar alleen met haar.

Volgens je familie huist er een duivelse geest in je.

Als er een duivelse geest in me zit, zat die er altijd al.

Ik wou dat het een duivelse geest was.

Waarom?

Wat beangstigt je zo?

M'n gedachten.

M'n verlangens, m'n somberheid.

Ik ben bang dat ik m'n familie schande breng.

Ik heb ze schande gebracht.

Ik ben niet hoe ik zou moeten zijn.

Waar verlang je naar?

Dat weet ik niet precies.

Om God te kennen.

Maar je hebt Zijn aanwezigheid gevoeld.

Soms denk ik hem te voelen in de stilte.

Hij is er altijd geweest.

Als je er maar in gelooft.

Er zijn hier geen duivelse geesten.

Rust maar. Rust in het licht.

Elisa gaat vandaag naar Efraïm.

Hij denkt dat het huwelijk nog kan doorgaan.

Sluit je bij ons aan. Kom, broeder.

Maria. - Ga mee.

Maria.

Jullie staan aan de drempel. Vrees je dat je het Koninkrijk niet in komt?

Wiens koninkrijk? Dat van Herodes?

Jullie weten net zo goed als ik dat er maar één waar Koninkrijk is.

Dat van God.

En Gods Koninkrijk heeft zich geworteld.

We moeten voorbereid zijn.

Je moet de smetten van je verdorvenheid van je afwassen

om opnieuw geboren te worden.

Als een kind.

Ik heb me te lang verscholen.

En nu verschuilen jullie je.

Jullie allemaal.

Jullie verschuilen je achter je geloof.

Jullie zeggen gezangen op en brengen offers.

Wat zegt dat over je hart, je ziel, je dienstbaarheid aan God?

Daarna ga je weer verder met je leven en doe je waar je zin in hebt.

Wat je van pas komt.

Om je tijd op deze aarde zo aangenaam mogelijk te maken.

Als dromers.

Word wakker, Magdala.

Open je ogen.

Kijk naar de mensen in Galilea en Judea.

Ze lijden en schreeuwen om hulp, genade en gerechtigheid.

Kijk naar de kruizen bij Jeruzalem.

Onze heilige stad, gegijzeld door Romeinen.

Wie verlost ons?

Kan je geloof gegijzeld worden?

Luister dan.

In de stilte.

Is daar iets

wat roept?

Heb je de moed om gehoor te geven aan die oproep?

Voeg je je naar de wil van God

tot je elke liefdevolle daad

elke zorgzame gedachte en elke ademhaling samen doet?

Dat is geloven.

En met dat geloof voed je de zwakken en verlicht je hun lijden.

En dat geloof,

jouw geloof,

zal je naar Gods Koninkrijk leiden.

Kom, Magdala. Daal af naar het water.

Kom, broeder. - Word wedergeboren.

Ik doop je met water tot bekering. Wedergeboren in het licht van God.

Sluit je bij ons aan. - Kom, broeder.

Prijs de Heer.

Kom, Jezus is hier. Het Koninkrijk is nabij.

Prijs de Heer.

Ik doop je tot bekering. Wedergeboren in het licht van God.

Ze kan zien.

Prijs de Heer.

De grote profeet is onder ons.

Hij is de Doper. - De Doper is opgestaan uit de dood.

God werkt in hem.

Niet duwen.

Niet duwen. - Heb geduld.

Niet duwen.

Heb geduld.

Profeet van de duivel. Dit is het werk van de duivel.

Profeet van de duivel. - Verblijd u.

Het Koninkrijk Gods is nabij.

Het zijn er te veel. - Verblijd u.

Kom broeders, word wedergeboren.

Rabbi. - Niet duwen.

Rabbi, kom terug.

Heb geduld. - Niet duwen.

Weg bij hem, vrouw.

Heb geduld. Niet duwen. Heb geduld.

Andreas, hou ze tegen. - Niet duwen.

De rabbi vertrekt vandaag.

Zijn gevolg bestaat uit mannen.

Je zult je verloren voelen.

Ik voel me hier ook verloren.

Wij zijn je familie.

Geen man raakt je meer aan.

Daniël laat je er niet meer in. Nooit meer.

Alsjeblieft.

Ik kan het niet.

Daniël.

Maria.

Wat zit je dwars, zuster?

Wat heb je tegen haar gezegd?

Wat heb je haar beloofd?

Ik ben haar vader. Ze hoort bij mij thuis.

We hebben haar nergens om gevraagd. - Petrus.

Neem je een vader zijn dochter af?

Is dat Gods wil?

Dochters van vaders, zonen van moeders.

Wat gaan jullie met haar doen? - Ze volgt hem. Net als wij.

Kom mee, Maria. - Niet verder.

Kom mee, zei ik. - Ga weg, Daniël.

Daniël. - Blijf daar.

Wat doet ze nu? Maria. - Nee, Daniël.

Maria, kom. - Rustig.

Niet doen.

Hoe kan dit Gods wil zijn?

Dat kan niemand bepalen. - Blijf rustig.

Ik doop je met water tot bekering.

Ik doop je met licht en met vuur.

Ik doop je zodat je wedergeboren wordt,

ontwaakt, en klaar voor de dag die zal komen.

Ze zal verdeling zaaien.

We moeten haar verwelkomen.

Waarom mag zij hem niet volgen? - Dat zullen mensen veroordelen.

Niet kijken.

Dat maakt het makkelijker.

Hij praat met de engelen.

We rusten hier vannacht.

Het zoontje van Petrus zat vaak aan de voeten van de rabbi te zingen.

Heel aandoenlijk.

Het brak z'n hart dat hij hem moest achterlaten.

Heb jij kinderen?

Eentje, een dochter, Esther.

Waar is ze nu? - Onder de grond.

Er heerste droogte in de heuvels waar we woonden. Er was nauwelijks graan.

De afgezanten van Herodes kwamen toch hun deel opeisen.

Toen ik weigerde, kwam er een officier en moest ik m'n hele oogst inleveren.

M'n vrouw was zwanger. Ze bezweek door de honger.

Wat erg voor je.

Het Koninkrijk is nabij, Maria. Ik kan wel wachten.

Ik wacht het geduldig af.

Dan zullen de doden, onze geliefden, opstaan en weer onder ons zijn.

Dat heeft Hij beloofd. In het Koninkrijk zie ik mijn gezin weer.

Die menigte was gevaarlijk. - Hij bracht zichzelf in gevaar.

We moeten geen risico's nemen.

De engelen hielpen hem. En je kon zien dat God bij hem was.

Het zijn de wonderen. - Twijfel je daaraan?

Natuurlijk niet, Judas.

We willen dat de mensen in opstand komen.

Langzaam. We verspreiden het woord. Ons aantal moet eerst groeien.

Als we genoeg steun hebben. - In Jeruzalem.

Met Pesach.

Dan begint het.

Daar heb ik de rabbi nooit over gehoord. - Hij hoeft er niet over te praten.

Omdat het niet nodig is, Petrus.

Hij hoeft maar één woord te zeggen en zijn hand op te heffen

en dan splijten de zeeën, storten de Romeinse paleizen in en regent 't bloed.

We stellen wel een plan op, met ieders goedkeuring.

Als de Romeinen lucht krijgen van een opstand...

Wie het Koninkrijk aankondigt, eindigt op het hakblok.

Of het kruis voor wie 'Messias' roept.

Dan is het Koninkrijk van David aangebroken.

Ik wist niet dat we soldaten waren.

Nee, zuster.

We zijn slechts een groep mannen, ongewapend.

En hoeveel Romeinse wachters... - De profeet sprak over vrede.

Misschien moeten zij die nog niet lang bij ons zijn

hun mening voor zich houden.

Iedereen is vrij om te spreken. - Het is niet aan ons om te oordelen.

Maar het oordeel wacht ons allen.

Toen je jonger was, dacht je toen weleens

dat iets misschien wel zou verdwijnen als je het negeerde?

Ik ga het meer missen.

M'n broers en ik hielden altijd zo lang mogelijk onze adem in onder water.

En we gingen zo diep mogelijk.

Ik vond het heerlijk daar beneden.

Het was alsof ik m'n lichaam en de aarde niet nodig had.

En dan kwam ik weer omhoog, naar de lucht en het licht.

Voelt het zo als je één bent met God?

Er is me nog nooit gevraagd hoe dat voelt.

Maken ze ruzie?

Ze klonken als soldaten.

Wil jij een soldaat zijn? - Nee.

Maar ik weet niet of de mening van een vrouw van belang is.

Hoe kom je daarbij?

De vrouwen in Magdala waren te bang.

Ze durfden zich niet samen met mannen te laten dopen.

En ze kunnen u niet volgen.

Vergeef me.

Kana in Galilea.

De synagoge is aan de andere kant van het dorp. Dit is geen plek voor mannen.

Misschien wil hij z'n gewaad wassen, maar ik denk dat hij gaat onderwijzen.

Vanwege haar.

Maria, hij wacht op je. Kijk maar.

Waarover zal ik onderwijzen?

Moeten wij andere dingen leren dan mannen?

We zijn vrouwen. Wij beslissen niet over ons leven.

Je beslist wel over je ziel.

Daar ben jij verantwoordelijk voor.

En je ziel is kostbaar in Gods ogen.

Net zo kostbaar als die van je man of je vader.

En wie moeten we dan gehoorzamen?

Als God het ene gebiedt,

maar onze mannen en onze vaders iets anders.

Dan moet je God volgen.

Moeten we tegen ze ingaan en onze levens achterlaten?

Zelfs als ze je veroordelen

en vervolgen.

En je moet ze vergeven.

Vergeven?

Een jaar geleden was er een vrouw uit Kana.

Velen van ons kenden haar. Ze was nog jong.

Haar man trof haar aan bij een andere man.

En hij en z'n broers sleurden haar naar de rivier en verkrachtten haar.

En toen ze klaar waren, verdronken ze haar.

Voor het gerecht, voor hun veroordeling, kwam één van hen tot inkeer:

"God, vergeef me."

Maar ik ben God niet.

Hoe voelt het om zo veel haat met je mee te dragen?

Wordt het minder met de tijd?

Je dagen raken ervan doordrongen.

En je nachten.

Tot het jou en alles wat je was verzwelgt.

Die mannen waren ook vervuld van haat.

Je bent een sterke vrouw.

Maar je moet vergeven.

Dat is de enige weg naar het Koninkrijk.

Sluit je je bij ons aan?

Wil je wedergeboren worden?

Ik doop je met water. Ik doop je met licht en met vuur.

Wedergeboren, ontwaakt en klaar voor de dag die zal komen.

Ik doop je met water. Ik doop je met licht en met vuur.

Wedergeboren, ontwaakt en klaar voor de dag die zal komen.

Judas, word wakker.

Jakobus, de rabbi gaat weg. - Wat is er aan de hand?

Kom, snel. - Waar is hij?

U bent die genezer.

Ik heb gebeden voor uw komst, maar het is te laat.

Nu weet ik zeker dat u de zoon van God bent.

En de mensen zullen het schreeuwen van de daken.

Petrus, we moeten snel weer de bergen in.

Dit is het moment waarop we gewacht hebben.

Rabbi?

Ik zag het zo duidelijk.

Maar nu ontglipt het me.

Wat?

Dit leven.

Ik voel het bloed door uw aderen stromen.

Ik zie licht in uw ogen.

U bent hier.

Ik ben hier.

Blijf hier met mij.

Maar het pad leidt naar de duisternis.

En ik bewandel dat pad met u.

Jeruzalem.

Jullie hebben me jullie geloof geschonken.

En jullie geloof verlicht de hele wereld.

Daarom schenk ik jullie dit gebed.

Het is het gebed van de Doper.

Het is het gebed van de nederigen en de zachtmoedigen.

En de armen van geest.

En zij die het Koninkrijk Gods willen kennen.

Het Koninkrijk dat spoedig van jullie zal zijn.

Maria.

Ga naar ze toe tijdens hun gebed en zegen ze.

Wees mijn handen.

God zij met u.

Heen.

Uw naam worde geheiligd.

Vrede zij met u.

Uw Koninkrijk kome.

Geef ons heden

ons dagelijks brood. - God zij met u.

En vergeef ons onze schulden.

Zoals ook wij anderen hun schulden vergeven.

En stel ons niet op de proef. - Vrede zij met u.

Amen.

Messias.

Messias.

Messias.

Is dit het begin?

Stuur iedereen op pad om te prediken en te helen.

Verspreid de boodschap alsof ik bij jullie was, Petrus.

Neem alleen Maria met je mee.

Wees mijn apostelen.

Zei hij wat hij had gezien?

Volgens mij een visioen van wat er komen gaat.

Het Koninkrijk.

We moeten meer mensen bijeen zien te krijgen.

In Jeruzalem.

Met Pesach.

Daar zal het beginnen.

Hoe dan?

Ik stel geen vragen.

Volgens mij is hij bang om te gaan. Bang voor wat God van hem zal vragen.

Onze rabbi kent geen angst.

Ik waardeer zijn nederigheid.

Is dat zo?

Er zijn een paar honderd mensen in het dorp.

Ik zoek een plek om te onderwijzen terwijl jij ze verzamelt.

Romeinen. We moeten oppassen.

Ze hebben alles verwoest. Waar zijn de mensen?

Iedereen die de kans had, is gevlucht.

God, verlos ons.

Wat doe je? - Water halen.

Maria, we kunnen hier niet blijven.

We kunnen ze niet meer redden.

We kunnen niks voor ze doen.

We moeten naar andere plaatsen toe.

Maria.

We moeten mensen dopen die zich bij ons aansluiten.

Hij heeft zelf... Dat heeft hij zelf tegen ons gezegd.

Maria, we moeten gaan. - Haar tijd is gekomen.

Neem het kind mee.

Kom maar, kind.

Rustig maar.

Kijk me aan.

Al je zorgzame daden zijn gezien en gehoord.

Je antwoordt God met elke liefdevolle daad.

Blijf hier, kind.

Mijn zoon was

m'n gereedschap aan het begraven.

En ineens

was hij daar.

Jezus van Nazareth. Hij riep m'n naam.

Meer niet.

En het was alsof alles

wat ik had in m'n leven leek

op die afbeeldingen geschilderd op glas.

En hij was het enige wat nog echt was in de wereld.

Maar wat 'm gedaan hebt 'm dat dorp...

Genade.

Dat was genade.

De weg naar Jeruzalem.

Wie is dat?

Z'n moeder.

Heeft hij u laten komen?

Waarom?

Heeft hij een reden nodig om z'n moeder te willen zien?

Ik riep vroeger 's nachts om m'n moeder.

Ze is gestorven toen ik nog jong was.

Ik werd vlak voor zonsopkomst wakker en vergat even dat ze er niet meer was.

Ik snapte niet waarom ze er niet was.

Maar hij heeft u.

Toen hij klein was, kwam hij vaak naar me toe gerend.

Hij begreep het allemaal niet.

Hij huilde de hele nacht omdat vrienden tegen hem zeiden dat de duivel in 'm zat.

Ik hield van hem, maar

hij was nooit helemaal van mij.

God heeft veel van u gevraagd.

Wat heeft Hij wel niet van jou gevraagd?

Je moest je thuis en je familie achterlaten.

Je houdt van mijn zoon, hè?

Je moet je voorbereiden, net als ik.

Waarop? - Om hem kwijt te raken.

Jeruzalem, Pesach.

Rabbi.

Als ze uw werken zien, komen ze wel in opstand.

Leid ons, rabbi.

Leid Jeruzalem naar Gods Koninkrijk.

Sluit je bij ons aan. - De grote profeet is onder ons.

Zeg het voort. Sluit je aan.

Jezus is hier. Sluit je bij ons aan.

Jezus van Nazareth is onder jullie. - Sluit je aan.

Welkom. - Fijn je te zien.

We hebben het nieuws verspreid. Gaat hij praten? We weten een veilige plek.

Jezus van Nazareth is hier. - Aan de kant.

Jezus is hier. - Hij is gekomen.

Kom met ons mee. - Jezus zal ons leiden.

Volg ons.

Jezus van Nazareth is hier. - Jezus zal ons leiden.

Verblijd u.

De tempel.

Hij gaat naar de tempel. - Zeg het voort.

Rabbi.

Naar de tempel. Ga mee.

Maria, hij roept het Koninkrijk op vanuit de tempel zelf.

De doden zullen herrijzen.

Het gaat beginnen. Wacht op zijn teken.

Verblijd u. Jezus van Nazareth is hier.

Jezus van Nazareth is hier, gestuurd door God.

Gestuurd door God.

Volg de wonderen.

En de tekenen die u gestuurd zijn.

Jezus van Nazareth is hier.

Dit zijn Gods woorden.

Mijn geliefden.

Ik kom.

Hij zei: "Ik doop u met water. Maar hij doopt u met de geest."

Volg Jezus van Nazareth.

Alles wat Jezus zegt, is het woord van God.

Het zijn Gods woorden.

Het is tijd. Het is tijd.

Esther. Sarah.

Jullie komen weldra.

Het is tijd. Het is tijd.

Ben jij hier priester?

Staat er niet geschreven

dat Mijn huis een huis van gebed is voor alle volken?

Zoals je ziet.

Dit is een marktplaats.

Waar je Gods vergeving koopt voor een duif of een lam.

Mensen moeten offers brengen. Dat is altijd zo geweest. Dat is Gods wil.

Wil God dat mensen op deze manier berouw tonen?

Een geslacht dier op het altaar.

Een gezang dat ze kunnen opzeggen.

Is hun hart veranderd als ze hier weggaan?

Zijn ze bereid hun leven om te gooien en alles op te geven om God te volgen?

Hij is gek.

Gods Koninkrijk kan niet gekocht en verkocht worden.

Hij vernielt de tempel. - Grijp hem.

Hij is gestoord. - Doe het niet.

Geen steen zal overeind blijven. Alles wordt met de grond gelijk gemaakt.

Jullie kunnen hem niks maken.

Niets kan hem raken.

Weg hier. - Aan de kant.

Hij moet hier weg.

God zal over jullie oordelen.

Schiet op.

Rabbi.

Je zal verwoesting aanrichten. - Doe het. Rabbi, laat het beginnen.

Laat het nu beginnen.

Rabbi, u moet het in gang zetten.

Dat was het perfecte moment.

Waarom liet hij het niet beginnen?

Waarom begon het niet?

Kom, broeder. Hier ben je veilig.

Welkom. Welkom, broeder.

We eten het feestmaal hier vanavond. - En morgen, broeder?

Dan proberen we het weer.

Zei hij... - Nee.

We moeten hem nu met rust laten.

Later gaan we met hem mee naar de heuvels om bij God te zijn.

We moeten het moment gebruiken. - Ze zitten nu achter ons aan.

Hij moet het snel doen. Hij stelt het uit.

Ik denk dat er nog een wonder komt. Een soort teken.

Er waren er zo veel die hem steunden. - Het Koninkrijk komt.

Ik heb u zieken zien genezen.

En doden laten opstaan.

Een woord van u en God keert deze wereld ondersteboven.

Zoals de profeten ons voorspeld hebben.

De armen,

de zwakken,

de doden,

onze geliefde doden

zullen opstaan.

En u wordt tot koning gekroond.

Zeg het.

We hebben u alles gegeven.

Onze levens.

Onze hoop.

Misschien hebben we het verkeerd begrepen.

Misschien is het Koninkrijk niet...

De wonderen komen voort uit ons geloof.

Zeg het dan.

Zeg dat ze fout zit.

Zeg dat ze fout zit.

Judas.

Toen de Doper mij zalfde,

was er geen heilige olie.

Geen ritueel.

Het ging zo.

Open je ogen naar het licht.

Het is begonnen.

Hou het niet tegen.

Zorg dat ze het niet tegenhouden.

Ik blijf bij u.

Ik laat u niet alleen.

Maria.

Jij bent mijn getuige.

Alles is gereed.

Breng dank aan de Heer.

Want Hij is goed.

Eeuwig duurt Zijn liefde.

Laat Israël zeggen: - Eeuwig duurt Zijn liefde.

Laat het huis van Aäron zeggen: - Eeuwig duurt Zijn liefde.

Laat wie de Heer vreest, zeggen: - Eeuwig duurt Zijn liefde.

Wat is er, rabbi?

Ik ben bedroefd omdat ik jullie moet verlaten.

Waar gaat u dan heen?

Naar God.

Hij heeft iets voorzien. - Hij moet hier weg.

Terug naar Kana misschien.

Onder dwang, als het moet.

Mattheüs heeft gelijk. Hij heeft iets voorzien.

Wat er ook gebeurt, dit is wat God van hem verlangt.

Het is zijn besluit. - Zelfs als hij sterft?

Is iets gegaan zoals jullie verwacht hadden?

Misschien gaat dit ons verstand te boven.

Moeten we toekijken terwijl hij ons verlaat of sterft?

We moeten hem vertrouwen, Filippus.

Hij is gaan bidden.

Laten wij hetzelfde doen.

Dit is niet goed.

Dit is niet goed.

Rabbi. - Vlucht.

Vlucht. - Jezus van Nazareth.

Hij stelde het uit. Hij was bang.

Nu moet hij wel iets doen om zichzelf te redden.

Het wachten is voorbij. Het zal vandaag beginnen.

De rechtvaardigen zullen opstaan.

Wat heb je gedaan?

Hij zal nu wel veroordeeld zijn.

Rabbi.

Waar ga je heen?

Naar mijn gezin.

Maria.

Maria. - Mattheüs.

Was je bij hem?

Tot het einde.

Petrus, toen de zon opkwam, zag ik hem.

Hij was er en hij was...

Al z'n pijn was verdwenen.

Een droom. - Het was geen droom. Hij was er echt.

Maria, hij is er niet meer.

Hij is dood.

Hij is niet weg.

Zelfs de dood kon hem niet tegenhouden.

De wereld verandert op een andere manier dan we dachten.

Het Koninkrijk is hier. Nu. - Er is geen Koninkrijk.

De mensen zouden opstaan en hij zou gekroond worden. Heeft hij dat gezegd?

Maria.

Heb je hem echt gezien?

Maar het Koninkrijk... Hoe kan dat?

Het is niet iets wat we met onze ogen kunnen zien.

Het zit binnen in ons.

We moeten onze angst en haat loslaten en als kinderen worden. Dat zei hij.

Wat bedoel je?

Het Koninkrijk kan niet gegrondvest worden op strijd, verzet of vernieling.

Het groeit met elke daad van liefde, zorg en vergeving.

Wij kunnen het volk verheffen, net als hij.

En dan zullen we vrij zijn, net als hij. - Dat is wat hij bedoelde.

Wij wilden een revolutie en wilden het Koninkrijk op vuur en bloed grondvesten.

Waarom zocht hij alleen jou op? - Doet dat ertoe?

Jij zegt dat het Koninkrijk hier is. Nu.

Maar daarbuiten is geen nieuwe wereld.

Geen einde aan onderdrukking.

Geen gerechtigheid voor de armen en de zwakken.

Hoe voelt het om zo veel boosheid met je mee te dragen?

Wordt het minder met de tijd?

Wij hebben de macht om hun lijden te verzachten. Het is aan ons.

Ik geloof je, Maria.

Ik geloof dat je hem gezien hebt.

Dat hij naar jou toe kwam.

En dat was een teken.

Dat hij zal terugkeren.

En dan brengt hij het Koninkrijk mee.

Het ware Koninkrijk.

De nieuwe wereld.

De wereld verandert alleen als wij veranderen.

Het is niet goed dat je hier nu komt

om te vertellen dat hij jou boven ons verkoos en jou opzocht

met een boodschap.

Hij koos ons om wie we waren. We waren allemaal zijn apostelen.

Elke man in deze ruimte

is zijn rots.

Zijn kerk.

Waarop hij zijn glorieuze nieuwe wereld zal bouwen.

Met slechts één doel.

En één boodschap.

Dat is jouw boodschap.

Niet de zijne.

Je hebt ons zwak gemaakt, Maria.

Je hebt hem zwak gemaakt.

Ik kan alleen maar hopen dat jullie me gehoord hebben.

En bidden dat jullie me zien voor wie ik ben.

Ik waardeer jullie allemaal net zozeer als hij.

Jullie zijn mijn broeders en ik dank jullie.

Maar ik hou me niet stil.

Ik zal gehoord worden.

Je geeft de moed niet op.

Zelfs nu niet.

Vroeg je niet waarop het lijkt?

Het Koninkrijk?

Het is als een zaadje.

Een zaadje van de mosterdplant.

Dat een vrouw nam en in haar tuin zaaide.

En het groeide.

En groeide.

En de vogels uit de lucht nestelden zich in de takken.

Volgens het evangelie

was Maria van Magdala bij de dood en de begrafenis van Jezus

en was ze de eerste die hem zag na zijn opstanding.

In 591 beweerde paus Gregorius dat Maria van Magdala een prostituee was.

Een misvatting die tot op de dag van vandaag standhoudt.

In 2016 werd Maria van Magdala erkend als Apostel van de Apostelen

en de eerste boodschapper van de herrezen Jezus.

Deze film is gebaseerd op het verhaal van Maria Magdalena.

In de bijbel komt ze voor in de evangeliën.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.