Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
In 305 na Christus heeft Rome de bekende wereld veroverd.
Het rijk is zo groot dat de macht moet verdeeld worden.
Het westen wordt bestuurd door Maximianus,
het oosten door Diocletianus.
Twee onderkeizers vertegenwoordigen de keizer
in de meest afgelegen gebieden. De eenheid is maar schijn.
De wereld zal instorten en er zal een andere ontstaan.
Het christendom bloeit, ondanks de vervolgingen,
en de barbaren, overwonnen, maar niet onderworpen,
vormen een steeds groter wordende bedreiging.
Vooruit.
Dit is het einde van alle rebellen. - Jammer voor de vrouwen.
In de oorlog is er geen plaats voor medelijden.
Vooruit. Lopen.
Vader, de Franken moeten een andere leider zoeken.
Ik heb hem zelf gedood. - Dat had ik niet bevolen.
Moest ik dan toekijken? Hij bedreigde onze flank.
Ik deel de bevelen uit. Denk daaraan.
Zo'n initiatief is gevaarlijk.
Het is belangrijker ze te verslaan...
Genoeg. Dit is het moment niet.
Je moet morgen naar Rome vertrekken.
Naar Rome?
Ik begrijp het. Ik beging de onvergeeflijke fout te winnen.
Ik mag jou niet in de schaduw stellen.
Het bevel komt van Diocletianus.
Ik ben je vriend heel dankbaar. - Niet zo brutaal.
Waarom moet ik naar Rome? Daar krijg ik geen kansen.
Al ben ik je zoon, je ziet me als een bedreiging.
Is het niet waar?
Zo ging het ook met moeder. Ik mocht haar niet kennen.
Ik verbied je haar te noemen.
Ze was te min voor een belangrijk man als jij.
Eruit.
Wacht. Hij heeft je tot tribuun benoemd
en lid van de raad van het rijk. - Bedankt.
Mag ik nu gaan?
Luister, Constantijn.
Ik zal je hier erg missen.
Diocletianus vroeg je vorig jaar al. Ik zei dat je onmisbaar was.
Als je je hier kon onderscheiden, is het omdat ik je die kans gaf.
Dat is mogelijk, maar mijn plaats is hier, aan het front.
Generaals worden in Rome gemaakt.
Het wordt tijd dat je dat nest van corruptie en intriges leert kennen.
Een flinke klap. Wie heeft dat gedaan?
Die slaat niet meer.
Je verwart overmoed met dapperheid.
Je leven is kostbaar.
Dan zie ik Fausta terug. Een jaar duurt lang.
Misschien is ze me al vergeten.
Wacht.
Deze is voor jou.
Ik heb je nooit zonder gezien.
Hij was van je moeder. Ik zal je over haar vertellen.
Maar nu is er geen tijd.
Doe de poort open.
Dit is het enige borstbeeld van Constantijn.
Hij wilde nooit poseren, maar ik bleef aandringen.
Kijk.
Hij kon geen moment stilzitten.
De beeldhouwer wilde er zelfs mee ophouden.
Maar uiteindelijk heb ik gewonnen. Hij is zo vaak weg.
Hij lijkt sprekend.
Een man die zich tot grote dingen geroepen voelt.
Ik begrijp waarom keizer Diocletianus zo op hem gesteld is
en waarom mijn zuster met hem verloofd is. Nietwaar, Licinius?
Ik weet niet veel van kunst. Amodius is de beeldhouwer.
Kijk maar goed.
Onze nakomelingen moeten weten
wie de helden uit het verleden waren.
Wij, bescheiden mannen, staan in hun schaduw.
Tegenwoordig tellen alleen soldaten.
Heb je het bekeken? Met dit als voorbeeld is het niet moeilijk.
Ik heb hem nog nooit echt gezien.
Maar hij lijkt sprekend. Foutloos. - En?
Het wordt moeilijk, maar ik hoop dat ik zijn trekken niet vergeet.
Zet het beeld in m'n slaapvertrek. Voorzichtig.
Hoe ver is het naar Rome?
U kunt er vanavond al zijn en daarlangs is het nog sneller.
Een hinderlaag.
Eropaf.
Die is te zwaar voor je. - Het lukt wel.
Pas op.
Luister. Hou op.
Erachteraan. Laat ze niet ontsnappen.
Hadrianus.
Ze zijn gewond. - We helpen ze.
Het zijn soldaten. Het is gevaarlijk.
Toch moeten we ze helpen.
Kom.
Hier. Ziezo. Kom maar.
Leg hem op het bed. - Voorzichtig.
Zachtjes.
Ik heb veel warm water nodig. En haal wat azijn.
Trek zijn borstpantser uit. - Maak het los.
Hij verliest veel bloed. Haal verband, Demetrius.
Oké.
De wond ziet er niet erg uit.
Als het zwaard iets dieper was gegaan...
Gelukkig zijn er geen vitale delen geraakt.
U hebt er verstand van.
Ja, ik heb wel enige ervaring.
Livia. Livia. - Ja.
Het wordt een heerlijke dag. - Vreselijk.
Na 3 jaar aan het front raak ik op weg naar Rome gewond.
Niet zeuren. Je hebt geluk gehad.
Wie waren die schurken?
In de buurt van Rome zijn veel struikrovers.
En wij moeten in Gallië vechten.
Je bent zo weer op de been. - Ik ga mee.
Ik zie je over een paar dagen.
Rust nu maar uit.
Waar zijn de anderen? - Daar.
Ik zocht je al. We zijn je veel verschuldigd.
Zonder jou was hij er niet meer geweest.
Bedankt. Het is me een genoegen anderen te helpen.
Zoals je wil.
Nog iets, voor als we elkaar weerzien...
Dat hoop ik wel. - Vergeet dat je ons hebt gezien.
Waarom?
Ik heb je gisteren ook niets gevraagd.
Goede reis. - Bedankt.
Zeg eens... Is het waar dat in Rome veel christenen wonen?
Laat maar. Het is niet belangrijk.
Centurio...
Drink op.
Wat is dat? - Melk.
Geef me toch wijn of vlees. Maar dat niet.
Ik moet sterk zijn. Ik moet naar Rome.
Drie jaar droom ik al van het eten, de baden, de vrouwen.
Van mooie, heerlijk ruikende vrouwen.
Heb jij er ooit gezien? - Nee.
Hoe heet je? - Livia.
Waarom heb je een vrouwennaam?
Ik ben toch een vrouw.
Jij? Je bent nog een kind.
Goed, je bent een vrouw. Ik wilde je niet beledigen. Tevreden?
Ik ben niet beledigd.
Ik zou wel weer in bad willen. - Ik haal een kom water.
Kan ik in een kom baden?
Als je weer kan lopen, gaan we naar de rivier. Het is niet ver.
Als ik weer kan lopen, ga ik. Duidelijk?
Hoe heet je ook weer? - Livia.
Hoe oud ben je? - Ik ben nog een kind.
Vooruit, doe het raam dicht.
Ik ben moe. Ik wil slapen.
Je daden tegen de Franken
bevestigen dat Maximianus en ik je kunnen vertrouwen.
Het verheugt me je te zien. - Dank u, Diocletianus.
Door die overval heb je een slecht beeld van Rome.
De boeven zullen gestraft worden.
Mijn zoon zal een onderzoek instellen.
Maxentius, ik verwacht dat je de schuldigen opspoort.
Ik wens je een prettige tijd in Rome toe, Constantijn.
Je hebt het verdiend.
Het spijt me, Maxentius, ik bezorg je meteen al last.
Het is jouw schuld niet. Dat is mijn taak.
Alles wat in Rome gebeurt,
is de bevoegdheid van de praefectus praetorio.
Je kan je niet voorstellen hoeveel er hier gebeurt.
Excuseer me. Wie is hij? - Wie?
De grootste, met wit haar.
Hij heet Statilius.
Mijn gekke vader, met alle respect voor de keizer,
zegt dat hij de beste genezer is van Rome,
dat hij niet zonder hem kan leven.
Ken je hem?
Nee, maar hij ziet eruit als een belangrijk man.
Daar is iemand die belangrijk is voor jou, mijn zus, Fausta.
Ik ben een gelukkig man.
Te gelukkig. Zo'n kans krijgen we nooit meer.
Stop.
Fausta... - Constantijn.
Ik dacht dat ik je vanavond pas zou zien.
Ja, maar ik was te ongeduldig. - Ik hou me aan de bevelen.
Dan moet ik je bevelen me te omhelzen.
We kunnen het nog eens proberen.
Nee. Apuleio.
Zolang Constantijn in Rome is, sta ik voor hem in.
Het onderzoek gaat de doofpot in.
Ik was vergeten hoe mooi je bent.
Misschien bleef je daarom zo lang weg.
Heb je je geamuseerd met de barbaarse vrouwen?
Het was vast goed gezelschap.
Het leven is daar anders, Fausta. En de tijd ook.
Je lijkt wel... afgeschermd van elk menselijk gevoel.
Je leeft om te doden.
Lange maanden vol eenzaamheid, koude en sneeuw.
En dan, nog voor de natuur ontwaakt,
ontwaakt ook de vijand.
Overvallen. 's Nachts hoor je ze schreeuwen en dreigen.
Je leeft constant onder druk. De zonsopgang is een bevrijding.
Maar dan beginnen de aanvallen weer.
Liefste, zwijg nu over de oorlog.
Jij wordt onderkeizer en ik je vrouw.
Onderkeizer? Wil je daarom met me trouwen?
Een vrouw houdt van een man om wat hij waard is.
En geloof je dat je van me kan houden?
Je wil te veel weten. Is samen zijn niet genoeg?
Die twee zijn ook samen.
Maar, kijk... De kleinste verstoring drijft ze uit elkaar.
Ze zijn niet uit elkaar, hun beeld wordt even gewist.
Dat is wat anders.
Ze blijven voor altijd samen.
Voor altijd.
Hem laten doden zou een vergissing geweest zijn.
Als hij met haar trouwt, kunnen we hem begeleiden.
De macht blijft in onze handen.
Je onderschat Constantijn en rekent te veel op Fausta.
Vertrouw nooit een verliefde vrouw.
Verdorie.
Mooie soldaat ben je. Ben je bang voor het koude water?
Hier, dit heb ik geleend. Iets beters was er niet.
Goed zo. Goed zo.
Je bent snel genezen.
Ja. Daarom reis ik vandaag weer verder.
Je hebt gelijk. Je moet je hier wel vervelen.
In Rome zal je je amuseren.
Wil je me helpen?
Midas heeft je aangeraakt. - Dat moet een man eens durven.
Midas was een koning.
Alles wat hij aanraakte, veranderde in goud.
Dat is onzin. - Geloof je het niet?
Het is een bakerpraatje. Niemand kan zoiets.
Geloof je het niet? - Absoluut niet.
Zijn onze goden ook onzin? - Er is voor mij maar één god.
Dus je bent...
Ja, een christen.
Pas op, Livia. Als je dat iemand vertelt, geven ze je aan.
Maar jij bent niet zomaar iemand.
Als we ons altijd maar moet verschuilen,
hoe moeten we dan andere mensen bekeren?
En als ze je voor de leeuwen gooien?
Dat kan. Dan zal ik niet de eerste zijn.
En ik dacht dat je nog een kind was.
Ik ben nog een kind.
Livia?
Ze hebben Mattheus en de anderen weggevoerd.
Halt. Halt. Waarom voeren jullie hen weg?
Er was een overval.
Ik ken ze. Ze zijn volkomen onschuldig. Laat ze vrij.
Stap uit.
Wie is dat? Laat hem hier komen. - Centurio, kom hier.
Heb jij het bevel? Maak geen fout.
Ik was bij Constantijn. Ik heb de overvallers gezien.
Zou hij ze herkennen? - Zeker. Laat ze vrij.
Een centurio mag geen magistraat bevelen.
Daarom zijn er zo veel bandieten. - Neem hem mee.
Ik moest hem wel arresteren. Hij beledigde me.
Nou en? Je zag toch wie het was?
Neem me niet kwalijk. - Laat hem vrij.
Neem het hem niet kwalijk. We doen ons uiterste best.
Maar je ziet dat de Romeinse justitie ook niet perfect is.
Dat merk ik.
Loop met hem mee. Ik kom zo.
Je zwaard.
Moet ik ze echt vrijlaten?
Kijk. Dit werd in het huis van het meisje gevonden.
Het zijn christenen. - Ongetwijfeld.
En die Hadrianus heeft contacten met ze.
Hou hem in de gaten.
Een proces tegen christenen. - Dat wil ik wel eens meemaken.
Waarom niet. Doe open.
Het zijn goede toneelspelers.
Als ze op 't toneel zouden staan, kregen ze vast goede recensies.
Als je je geloof afzweert, ben je weer vrij.
Ik geloof in mijn god. - Hij is ter dood veroordeeld.
Vooruit.
Hoe is je naam? - Wat zegt een naam?
Ben je vrijgeboren of een slaaf? - Ook dat is onbelangrijk.
Waarom beantwoordt ze de vragen niet?
Vraag het haar zelf, Constantijn.
Kom hier. - Gehoorzaam de tribuun.
Uit welke stad kom je?
Het gaat hier alleen om mijn geloof. Ik ben christen.
Dat kan je het leven kosten.
Wij christenen vrezen de dood niet.
Nu misschien niet, maar als je straks alleen bent...
Wij zijn nooit alleen. God is bij ons.
En, tribuun?
Wat zei ik? Ze hebben een groot talent voor theater.
Ze verdienen een applaus. - En ze vrezen de dood niet.
Wacht. De tribuun kan je van de dood redden.
Me redden?
De dood is het begin van het leven.
Hoor je dat, Constantijn?
Alleen maar woorden. Waarom ben je geen opstandeling?
Onze zege komt niet door opstand, maar door opoffering.
Dat beloofde Christus.
En Als die Christus jullie bedriegt?
Christus zou nooit liegen.
Het is genoeg, Maxentius. Laat haar gaan.
Breng haar weg.
Een bijzonder volk.
Jammer dat die standvastigheid en moed verloren gaan.
Ik vind deze kleine arena in onze tuin heel prettig.
Hier zit de stinkende massa gelukkig niet.
Een goed idee van onze vader, niet?
Ze verkondigen dat alle mensen gelijk zijn.
Het worden er steeds meer.
Wij treden bijna af.
Laat de mannen na ons het maar oplossen.
We hebben mannen nodig die streng zijn in geloofszaken.
Wil je je eigen zoon tot opvolger benoemen?
Je kent mijn bezwaar.
Keizers, de winnaar wacht.
Laten we bidden.
Onze Vader die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd...
In de hemel zoals op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
Leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
Onze broeders zijn nu martelaren.
Laten we bidden opdat ze de moed niet verliezen.
Laten we bidden opdat het geloof hen steunt.
Zinloze wreedheid. Een schande voor wie eraan meewerkt.
Met wapens kunnen ze zich verdedigen.
Wapens voor de christenen? Je hebt ze toch gehoord.
Voor hen is de dood het ware leven.
Ik heb belangrijk nieuws, Maxentius.
In het huis van het meisje zijn christenen bijeengekomen,
waar Constantijn werd overvallen.
Omsingel het huis. - Is al gebeurd.
Niemand zal ontkomen.
Laat los.
Kom. Het paradijs wacht op je. - Elena, help me. Ik ben bang.
Ik ben bang.
Jij? Je bent toch moeder?
Denk aan de vreugde bij de geboorte van je kinderen.
Dankzij de dood zal je de zoon van god kunnen zien.
Heer, geef haar hoop.
Nu heb je de kracht.
Vooruit, ga naar je moeder.
Mama.
Dat volstaat, keizer. - Het zijn christenen.
Ze moeten sterven. - Maar niet zo.
Genoeg.
Het roemvolle einde van een man die te moedig is.
Je moed verdient een beloning.
Ik wens niets. Misschien heeft Fausta een wens.
Het leven van het kind, en vrijheid voor de gevangenen.
Alsjeblieft.
De gevangenen zijn vrij. We hebben genoeg bloed gezien.
Een ontroerend schouwspel. Wat grootmoedig.
De dag zal komen dat het woord van onze Heer Jezus Christus
overal ter wereld wordt verheerlijkt.
Maar dat maken wij niet meer mee. En onze kinderen ook niet.
Wanneer eindigt het geweld?
Wanneer zullen mensen niet meer verdeeld zijn
in onderdrukkers en onderdrukten?
De triomf van Christus bereik je niet met gebeden.
Als je geweld met geweld vergeldt, zondig je, Mattheus.
Liefde is de enige weg.
Dan is er geen echte gerechtigheid.
De pretorianen. De pretorianen.
De uitgang is geblokkeerd.
Rustig. Blijf rustig.
Voer ze allemaal weg.
Livia, waar ben je?
Livia.
Demetrius. Livia.
Livia. Waar is Livia?
Misschien is ze veilig. Kom, vluchten.
Dat god je vergeve.
Dit meisje is geen christen. Ik ken haar.
Gegroet, centurio. We komen elkaar vaak tegen, hè?
Ik was vreselijk bang toen je in de arena sprong.
Waarom heb je dat gedaan?
Ik weet het zelf ook niet precies.
Ik kan niet aanzien hoe mensen afgeslacht worden.
Zelfs als ze bereid zijn te sterven.
Ik begrijp waarom ze willen sterven.
Ja?
Als je echt van iemand houdt,
is het makkelijk om een offer te brengen.
Zelfs als het om je leven gaat.
Vergeef me dat ik stoor, mevrouw. - Wat wil je?
Er is een centurio die Constantijn wil spreken.
Wie is het? - Hadrianus.
Hadrianus is naar Constantijn gegaan.
Deze keer zal Constantijn niet ontkomen.
Zal Diocletianus hem laten arresteren?
Dat weet ik zeker. En het hoeft niet eens illegaal.
Jij gaat.
Hij zal proberen te ontsnappen en iemand zal omkomen.
Laat het aan mij over. - Prima. Veel geluk, Licinius.
Een rivaal minder. - Twee.
De dood van Constantijn zal ook Licinius ruïneren.
Diocletianus vergeeft het hem nooit.
Van jou kan ik altijd leren.
Alle macht in de handen van één man.
En alles dank ik aan een klein, christen meisje.
Morgen veroordelen ze haar.
Waaraan is ze schuldig? Wat heeft ze misdaan?
Ik geef toe dat de wetten hard zijn,
maar ze danken het aan zichzelf.
Ik kan niet vergeten dat ze ons geholpen hebben.
Hoe kan ik verlangen een uitzondering te maken?
Onder welk voorwendsel?
Zie je dan niet dat hij verliefd op haar is, Constantijn?
Is dat waar, Hadrianus? - Misschien.
Ik weet het niet...
Ik wil haar niet zien sterven op haar zestiende.
Maxentius zou haar kunnen redden.
Nee, ook al zou jij het hem vragen.
Ik heb je nooit om iets gevraagd, maar nu moet je me helpen.
Het spijt me, Hadrianus. Ik kan niets doen.
Kom, Hadrianus. Het heeft geen zin.
Waar kan ze zich verbergen als ze kan vluchten?
Haar vrienden wachten bij de Flamingopoort.
Halt.
Zitten er christenen beneden? - Ja, tribuun.
Ik wil ze zien.
Opendoen, wacht. Er is een tribuun.
Ik wil de christenen zien. - Komt u maar mee.
Dezen zijn het niet.
Livia... Kom mee. - Nee. Nee.
Waar breng je haar heen? - Stel geen vragen.
Ga met mijn zegen, kind. - Nee, ik wil niet weg.
Alsjeblieft. Alsjeblieft.
Het is de wil van god.
Misschien heeft Hij andere dingen met je voor.
Wat kan ik voor je doen?
Niets.
Moge god je zegenen, Constantijn.
Kom.
Was het makkelijk? - Verdacht gemakkelijk.
Daar zijn je mensen. Als je god het wil, zien we elkaar weer.
Ik weet dat we elkaar zullen weerzien.
Snel nu.
Dit kunnen we niet dulden.
Ze wilden hen tegenhouden, maar ze liepen gewoon door.
Bovendien hebben ze de wacht gedood.
Zeker dat het Constantijn was?
Ik ken hem goed. Ik zag hem toen we die boeren vrijlieten.
Die christenen. Hoeveel hebben we er niet vertrouwd?
Zelfs mijn dokter. En Constantijn, die onderkeizer wordt.
We kunnen Constantijn niet zomaar beschuldigen.
Laten we hem ondervragen. - Goed.
Breng hem meteen hier. - Dat doet Licinius wel.
Maar vergeet niet dat hij een tribuun is.
Ik zal het niet vergeten.
Daar zijn ze. Halt.
Constantijn.
Fausta.
Wat doe je hier?
Licinius en zijn mannen zoeken je. - Waarom?
Waarom heb je de wacht gedood?
Er is niemand gedood. - Ze hebben je gezien.
Dat liegt hij.
Ik snap het. Het was een valstrik. - Van wie?
Van Licinius, misschien. Kom niet terug naar Rome.
Ik moet het Diocletianus uitleggen. Hij gelooft me wel.
Je komt er niet levend aan.
Alleen je vader kan je nog helpen. - Ik vlucht niet. Het lukt me wel.
Ze komen eraan. Breng jezelf in veiligheid.
Fausta heeft gelijk. Waarom sturen ze zo veel soldaten?
Ik kom terug, wees gerust.
Op de dag van onze benoeming hebben Maximianus en ik
op deze plaats aan de senaat en aan het volk beloofd
dat we eens de macht weer in uw handen zouden teruggeven.
Om vervolgens de macht door te geven aan onze opvolgers,
net als de huidige onderkeizers.
Vandaag komen we die belofte na.
We benoemen als nieuwe keizer van het Oostelijke rijk,
Galerius Dacus,
en als keizer van het Westen Constantius Chlorus.
Leve Constantius Chlorus.
Deze beide mannen zijn uw steun waard.
Als opvolgers voor de onderkeizers
zijn twee mannen gekozen
die zich door hun moed en wijsheid hebben onderscheiden.
Flavius Severus voor het Westelijke rijk.
Voor het Oostelijke rijk
tribuun eerste orde Licinius Licinianus.
Ik wil de eerste zijn die je gelukwenst, Licinius.
Ik zal nooit vergeten dat jij me hielp.
Kijk eens wie dat is.
Van het derde legioen.
Nog soldaten.
Jij, daar, halt.
Kom.
Halt.
Kom.
Wat gebeurt er? Halt. Voer jij het bevel?
De barbaren zijn overal. Er is geen hoop. Laat me door.
Wie beval de terugtrekking? - Ik. Laat me door.
Noemen jullie je Romeinen?
Het is Constantijn. - Constantijn.
Vooruit, Romeinen. Volg mij.
Soldaten, voorwaarts.
Mijn zwaard. Voorwaarts.
Vader.
Constantijn.
Je bent gewond.
Pisone, breng hem naar zijn tent.
Zijn we verslagen?
Nee, vader. We hebben gewonnen.
Ja, het was een overwinning.
Je bent teruggekeerd.
Ik moet het je nu zeggen.
Ze is een christen.
Wat?
Je moeder...
is een christen. - Christen?
De wet gebood me haar te verstoten.
Ik moest van haar scheiden om jou niet te verliezen.
Zoek haar.
Zeg dat mijn laatste gedachte naar haar uitging.
Elena...
Ik heb verloren... van de barbaren...
De macht...
In mijn laatste veldslag.
Maar het was een overwinning.
De jouwe.
Legionairs...
dit was de laatste zege van Constantius Chlorus, uw keizer.
Hij was een Romein, een legionair.
Ik heb net als jullie onder hem gediend.
Jullie zijn zijn zonen.
Dapper op het slagveld, wijs in het bestuur,
en rechtvaardig als rechter.
Daarom volgen wij zijn voorbeeld.
Wij gaan verder op de weg die hij ons voorging.
We gaan door...
Leve Constantijn.
Jij, kom hier.
Geef me je zwaard.
Ga terug naar je plaats.
Legionairs, van nu af aan
zijn jullie mijn zwaard.
Dit zwaard staat symbool voor de macht die jullie me schonken.
Geen enkele macht zal het mij ontnemen, dat beloof ik jullie.
Enkel jullie, als ik het niet waard ben.
En dus komt mijn legionairs de dank van het Romeinse volk toe.
Bij monde van mijn gezant Hadrianus Rufus,
Iaat ik, Constantijn, de Romeinse senaat weten
dat na alle oorlogen, mijn bestuur er een van vrede zal zijn.
Niet alleen vrede aan de grenzen, met de barbaren,
maar ook vrede in Rome, tolerantie voor de christenen.
Zodat alle burgers zich kunnen inzetten voor ons grote rijk.
Constantijn Augustus,
keizer van het West-Romeinse rijk.
Wordt het edict van Diocletianus tegen de christenen opgeschort?
Eerwaarde senatoren,
ook ik sta achter de nieuwe keizer Constantijn.
Ik weet zeker dat ik namens de senaat spreek
als ik de gezant verzeker
dat zijn wensen onze bevelen zijn die wij die zullen opvolgen,
alsof hij hier bij ons was.
Ik hoop alleen dat de christenen
de grootmoed van de keizer erkennen.
En dat ze uit hun schuilplaatsen komen
om hun god te aanbidden.
Dat ze onze oude goden niet zullen bespotten.
Dat ze niet de vrijheid van de slaven zullen eisen,
en dat ze geen onrust onder ons volk verspreiden.
De senaat verzoekt je onze nieuwe keizer
van onze toewijding te verzekeren.
Dat zal ik doen.
Constantijn is een overweldiger.
Zijn soldaten hebben hem verkozen.
Waarom heb je zoiets gezegd?
De senaat is de bewaker van de staat.
Niemand beveelt ons.
Zijn jullie even moedig tegenover Constantijns legioenen?
We kunnen maar een centurie mannen bewapenen.
Zo maken we geen kans.
We hebben tijd nodig.
We mogen geen argwaan wekken.
Nee, Cecilia. Geef me iets eenvoudigers.
Vandaag is niet mijn bruiloft. Geef me de slangenarmband.
Die brengt geluk.
Wat opmerkzaam van je.
Waarom doe je zo vijandig tegen me?
Je bent de enige die de gebeurtenissen verkeerd uitlegt.
Ik heb je spel allang door. Ik heb alleen geen bewijzen.
Omdat er geen bewijzen zijn.
Maxentius is een trouwe vriend van Constantijn.
Je had het zelf vanmorgen in de senaat kunnen horen.
Ik laat me niet misleiden door m'n broer.
Nu Constantijn keizer is, moet ik voor jullie een goed woordje doen.
Nee... - Speel je nog je oude spel?
Waarom bemoei je je nog met politiek?
Je bent afgetreden. Wees eindelijk eens tevreden.
Ik heb nog niet afgedaan, Fausta. Dat zal je nog wel merken.
Welkom, Hadrianus.
Ik dank je dat je me wil ontvangen.
Uit naam van Constantijn breng ik je deze geschenken
als teken van zijn liefde.
Breng ze naar mijn vertrekken.
Het zijn stoffen en weefsels uit Rusland,
kostbare huiden, juwelen en vazen.
En natuurlijk deze boodschap. Daar wachtte u vast op.
Je hebt gelijk. Ik maakte me zorgen om hem.
Het verheugt me je te zien. - Mogen de goden je bijstaan.
Volgt de keizer je? Het Romeinse volk wacht met ongeduld.
De keizer heeft nog plichten in Germania.
En de festiviteiten dan?
Dat komt wel na de bruiloft. - En waar vindt die plaats?
In Trier. Als je dochter instemt, zal ze naar Germania afreizen.
Hadrianus, je bent iets vergeten.
Ik wachtte tot je erom vroeg.
Een ring van zijn moeder. Zijn dierbaarste bezit.
En die schenkt hij mij.
Ik hoop dat jij ook eens zo gelukkig wordt.
Dank u wel.
Nog even, dan buigen je vader en ik voor je.
Ik dacht dat het niet waar was.
Jouw god heeft ons beschermd.
Ik zei toch dat Hij de god van de liefde is?
Waar zaten jullie dan verborgen?
In de bergen. Het was vreselijk.
Zonder Elena hadden we het niet overleefd.
Elena? - Ja.
Hoe oud is ze? - Geen idee. Weet jij het?
Een jaar of 50. - En waar is ze nu?
Naar Rome. Hoewel de vervolgingen weer zijn begonnen.
Ze wil de mensen helpen die het nog slechter vergaat.
Je moet me helpen haar te vinden.
Ja, maar waarom?
Ik vermoed dat zij Constantijn na aan het hart ligt.
Trier
Waar je ook bent, Constantijn, zal ik ook zijn.
En nu verklaar ik u man en vrouw, bij de almachtige Jupiter.
Cecilia, haal de banden voor me. - Goed.
Vind je het erg dat ik je meebracht?
Nee, ik heb het zo naar mijn zin. Vooral nu met de bruiloft.
Luister, het hele volk is blij.
En jij? - Constantijn. Ik ben dolgelukkig.
Ik wil niet dat je het gevoel hebt
dat ons huwelijk een verstandshuwelijk is.
Dat heb ik nooit gehad.
Weet je nog... dat ik je vroeg of je me kon liefhebben?
Nu vraag ik het nog een keer.
Luister, lieveling...
Toen je me deze ring stuurde, besefte ik hoeveel ik van je hou.
En dat zal nooit anders zijn.
Deze ring herinnerde een man aan zijn liefde voor zijn vrouw.
En nu verbindt hij ons voor het leven.
Waarom stuurt Maxentius nieuwe troepen?
Cavalerie, voetsoldaten. Wat is daar de reden voor?
Om Rome te beschermen. - In vredestijd?
Je vergeet de christenen. Ze bedreigen onze veiligheid.
Die zijn vredelievend. Ze prediken dat zelfs slaven een ziel hebben.
Politiek gezien...
De politiek van Maxentius onderdrukt onze burgers.
Mijn zoon is een van je trouwste aanhangers.
Hij is het er ook niet mee eens
dat de macht van het rijk verdeeld is tussen jou en Galerius.
Eigenlijk zou jij alle macht moeten hebben.
Ik hoop dat ik je verkeerd heb begrepen.
Galerius komt naar Trier als keizer van het Oostelijke rijk.
Hij komt om mij zijn steun te betuigen.
Hij respecteert mij en ik hem.
Voor mij gaat er niets boven de wet.
Hij die zegeviert, bepaalt de wet. - Ik ben geen cynicus.
De vereniging van het rijk kan alleen spontaan geschieden.
Door een gezamenlijk principe. - Bijvoorbeeld het christendom?
Je weet dat ik geen christen ben. Ik deel hun overtuigingen niet.
Maar ik geloof in gerechtigheid voor alle mensen.
Hoe is dat gebeurd? - Het moet opzet zijn.
Zoek uit wie verantwoordelijk is. - Gerechtigheid voor iedereen.
Net leefde hij nog. En nu?
Luister, Constantijn. Denk aan je macht.
Als Galerius zoiets zou overkomen,
was er nog maar één rijk. Nu meteen.
Ik vergeet dat je dit gezegd hebt,
enkel omdat je de vader van Fausta bent.
Het verheugt me je te zien. - Je bent nog steeds geen keizer.
Dat word ik nog wel. - Dat betwijfel ik.
Constantijn vergeet niet zo snel.
En hij sympathiseert met de christenen.
Kom mee. We moeten praten.
Ik weet niet aan wie ik m'n leven heb te danken.
Misschien aan de gerechtigheid.
Arresteer hem.
Hij pakte mijn zwaard. Ik kon hem niet tegenhouden.
Sta mij toe, senatoren van Rome,
een man de grootste eer te bewijzen.
Dankzij zijn moed en rechtvaardigheid, zijn inspiratie,
heeft hij dat verdiend.
Veel mannen, zelfs in deze zaal, durven niet zijn kant te kiezen.
Maar ik wel. Als zijn zoon heb ik het recht om hem te treuren.
Zijn lijk mochten we niet eens hebben.
We weten alleen dat hij dood is.
Dat hij een laffe dood is gestorven.
Ze beweren dat hij de keizer wilde vermoorden,
zonder het te bewijzen. Waar zijn de getuigen?
Hij is makkelijk een dode van de ergste misdaden te betichten.
Mijn vader kan de leugen niet weerspreken.
Heeft men hem gedood omdat hij de macht wilde hebben
die hij vrijwillig had neergelegd?
Misschien moet ik zwijgen omwille van Constantijn.
Constantijn was meer dan een broer voor mij.
Vandaag moet ik met pijn in het hart zijn daden veroordelen.
Ik zou wensen dat mijn woorden leugens waren.
Met tranen in de ogen, senatoren,
beschuldig ik Constantijn van moord op mijn vader.
Het zijn leugens.
Arresteer hem. Hij beledigt de senaat.
Naar de kerker met hem.
Hij wil enkel de macht. Laat je niet bedotten.
Mij opsluiten verandert de waarheid niet. Jullie zijn rebellen.
Constantijn zal deze opstand neerslaan.
Jullie maken de staat kapot. Dit wordt een burgeroorlog.
Jullie hebben de gezant van de keizer gehoord.
Moeten we verdragen dat ons leven, onze eer
en zelfs de nagedachtenis van burgers
in de handen liggen van één absolute keizer?
Daarom moest mijn vader sterven.
En zo zal iedereen sterven die de keizer iets in de weg legt.
Maar ik zal me verzetten en ik vraag je: wie zal mij steunen?
Wie?
Alle wetten van Constantijn moeten
aan de senaat voorgelegd worden.
We moeten onze gevaarlijkste vijanden weer aanpakken.
De christenen. We moeten ons ontdoen van dat vreselijke gezwel.
We moeten ons ervan ontdoen.
Leve Maxentius, onze nieuwe keizer.
Wacht, senatoren. Overhaast niets.
Je vertrouwen vleit me, maar ik ben geen machtswellusteling.
Ik zal niet profiteren van een impulsieve beslissing.
Ik aanvaard het ambt, maar enkel na stemming van de senaat.
Jullie beslissen, senatoren.
Zeg of jullie Maxentius als keizer willen.
Ik geef hem mijn stem.
Leve keizer Maxentius.
Mijn gezant gearresteerd, oproer, bloedbaden,
mijn wetten geschrapt. Het was voor hem, jouw broer,
dat je vader probeerde mij te doden.
Dat is niet waar. Je wist ervan. Je had mijn vader kunnen redden.
Fausta, beschuldig je mij? Hij zocht een voorwendsel.
Een aanleiding om de macht te grijpen.
Hij offerde zelfs je vader op.
Zelfs mijn huis zit vol vijanden.
Dank je dat je mij ook als medeplichtige beschouwt.
Het spijt me.
Tussen ons blijven er enkel misverstanden en leed over.
En bloed. Door je broer zullen duizenden met hun leven betalen.
Vergeet dat nooit.
Je bent nog op tijd, Fausta.
Mijn plaats is naast jou.
Het zal niet makkelijk zijn. Waarom wil je met me mee?
Omdat ik je vrouw ben.
Waar je ook bent, Constantijn, zal ik ook zijn.
Weet je nog?
Maar nu gaat het niet om woorden, maar om het hart.
Ook Rieti is gevallen.
Ben je daarom zo snel gekomen?
Om me over die verraders te vertellen?
Wat wil je? - Vergeef me.
Ik kom niet met slecht nieuws. Integendeel.
Ik breng je een belangrijke boodschap.
Zeg op.
Eruit. Jullie ook. Eruit.
De moeder van Constantijn is in Rome. Haar naam is Elena.
Ze is christen. - Ik wil haar hier. Nu meteen.
Waar is Elena?
Wil je echt niets zeggen?
Voor de laatste keer: waar is Elena?
Nee.
Je bent te mooi.
Breng haar naar de anderen.
Livia. - Demetrius.
Ophalen.
En jij? - Ik heb haar niet gezien.
Laat hem. Dat hoeft niet.
En, jongen, waar is Elena?
Het haalt niks uit. Tijdverlies.
Genoeg.
Wij zien elkaar wel vaker, maar dit zal de laatste keer zijn.
Vertel me eens over Elena.
Ik ken die vrouw niet.
Ken je de moeder van je keizer niet?
Wil je me niet vertellen waar ze is?
Als ik het wist, zou ik het ook niet zeggen.
Aan de twijfelaars en de afwezigen
zullen we de macht tonen van onze keizer Maxentius,
en de kracht van de legers van Rome.
We zullen Constantijn verslaan.
Maar we hebben geld nodig.
Voor meer legioenen. Wij zullen het goede voorbeeld geven.
We leggen onszelf belastingen op.
Wie tegen mijn voorstel is, steekt zijn hand op.
Nee, nee. Raak me niet aan.
Livia, herken je me dan niet?
Ik ben het, Hadrianus.
Arm kind. Arme Livia. - Het was zo vreselijk.
Het was zo vreselijk.
Waarom heb je me de eerste keer niet laten sterven?
Waarom? Zeg me waarom.
Dat mag je niet zeggen.
Laat jullie god dit toe? - Ben je geen christen?
Moge Christus je beschermen. - Zoals jullie?
Jullie Christus is de god van de dood.
Nee, Hadrianus. Nee. Dat is niet waar.
Ook nu weet ik dat dat niet waar is.
Ze heeft je in mijn plaats geantwoord.
Ik heb geprobeerd te begrijpen.
Maar bij zulke wreedheden geloof ik nergens meer in.
Waarom neem je afstand van mij?
Laat je hart niet vollopen met haat.
De liefde moet ons verenigen.
Liefde voor ons... voor iedereen...
Ook voor hen die je hebben gemarteld?
Ook voor hen.
Heb jij hen vergeven?
Ja. En jij zal ze ook eens vergeven.
We moeten iets voor haar doen. Kan niemand dan helpen?
Het is zinloos, Hadrianus. Ik moet je nu verlaten.
Ik wil niet gaan.
Nee, verlaat me niet. Je zal het halen. Je moet het halen.
Je moet.
Ik wilde zo graag... leven.
Halt.
Verspil je krachten niet. Hem wacht een andere dood.
Eruit, allemaal. Het heeft lang genoeg geduurd.
Eruit, naar de leeuwen.
Sta op.
Eruit. Ga weg.
Sta op. Eruit. Ga weg.
Eruit. Snel. Jij ook. Weg.
Doe maar dicht.
Cipier. Is er niemand meer beneden?
Enkel de doden.
Kom.
Trek dit aan.
Ken je de fontein van de wolf? Daar wacht iemand je op.
Waarom help je me? - Veel zaken hangen van jou af.
Je moet gaan.
Hadrianus.
Ik ben gestuurd... - Weet ik.
Constantijn staat aan de overkant van de Tiber.
Zeg tegen de keizer dat alle onderdrukten op hem rekenen.
Ik heb je al een keer gezien. Jij bent Elena.
Je zoon heeft je zo lang gezocht, en ik...
Het was te gevaarlijk voor hem.
Groet mijn zoon en zeg hem dat de christenen op hem wachten.
Pretorianen. - Ga maar.
Ik laat je niet achter.
Eén leven telt niet als je er veel kan redden.
Maak je geen zorgen. Ga, ik beveel het.
Laat er niet één ontkomen. - Erachteraan.
Hij is gevallen. - Daar.
Daar zwemt hij. Snel.
Voer ze weg. - Wat moet er met ze gebeuren?
Eenzame opsluiting. Niemand mag ze spreken.
Dit is een bericht van Licinius aan Maxentius.
Ze hebben keizer Galerius vermoord.
Licinius heeft de macht gegrepen.
Nu hebben we er een vijand bij.
Een vijand die oprukt en eropuit is ons te verslaan.
Wat stellen jullie voor?
Maxentius heeft hem vast veel beloofd.
Jij moet Licinius nog meer beloven.
We moeten tijd zien te winnen.
We hebben een voordeel.
Wij weten iets wat Maxentius niet weet.
Dwaas. Denk je dat Licinius maar twee boodschappers stuurde?
Al dagenlang rusten de soldaten niet.
De mars heeft hen uitgeput.
Ze hoopten op de hulp van Galerius.
Als ze het nieuws horen, kunnen we...
Met haar trouwen? Ik liep nog liever weg. En jij?
Al 15 jaar ben ik weg uit Rome.
Toen ik vertrok, was mijn dochter nog een kind.
Wat zal ze gegroeid zijn.
Je zal haar niet meer kunnen temmen.
Niemand kan Rome innemen. De goden beschermen het.
Rome z'n goden, wij de christenen.
Ze zijn goed. Jij vecht en zij bidden.
Maar voor leeuwen zijn ze niet bang.
Ze knielen ervoor.
Als je je broer tegenkomt op het slagveld, dood je hem dan?
In een ander uniform is hij mijn broer niet meer.
Jij daar. Waar ga je naartoe met die mantel?
Laat maar gaan. Misschien verovert hij Rome alleen.
Drink op.
We adviseren de terugtrekking.
Vannacht nog. In Germania kunnen we ons verdedigen.
Ik zie hier iemand die hier niet hoort.
Zien jullie het niet?
Nee, natuurlijk niet.
Je ziet het niet omdat het in je zit. Het heet angst.
Ons terugtrekken in Germania?
Licinius kan ons de weg afsnijden en Maxentius zit achter ons.
Er is maar één mogelijkheid: hier vechten.
En er is maar één probleem: hoe winnen we?
Ga terug naar je legioen en wacht op mijn bevelen.
Waar is mijn vrouw? - Ze is weggegaan.
Ze droeg een mantel.
Als keizer kan je je het permitteren barmhartig te zijn.
Maxentius, ik spreek tegen je. - Wie hou je voor de gek?
Ik begrijp je bitterheid,
maar Constantijn heeft vader niet gedood.
Ik dacht het ook, maar hij is onschuldig.
Denk je dat ik dit allemaal doe om vader te wreken?
Wat ben je toch naïef. Die oude gek had het verdiend.
Ik had een lijk nodig om een oorlog te ontketenen.
Wat?
Constantijn zal zich moeten onderwerpen.
Ik heb de vrouw die hij liefheeft in mijn macht.
Wat ben je toch verachtelijk.
Maak je geen illusies. Ik bedoel jou niet.
Kijk.
Dit is de kostbare gijzelaar.
Elena de christen, zijn moeder.
De keizer zal ten onder gaan en niemand zal zich hem herinneren.
Ik ben trots dat ik zijn vrouw ben,
maar ik schaam me dat ik je zuster ben.
Dat maakt het voor mij makkelijker. Geef me die ring.
Neem ook deze vrouw gevangen.
Je hebt geluk, Constantijn.
Niet elke generaal kent de afloop van een veldslag.
Die van morgen wordt een ramp voor jou.
Dat kan je vermijden. - Hoe?
Je legt je wapens neer en erkent mij als enige keizer.
En ik blijf leven? - Jij wel, maar niet de christenen.
Dankzij jouw edict kennen we ze nu allemaal.
We kunnen ze uitroeien. Tot de laatste man.
Is dat alles? - Wacht.
Ik heb een reden om je te spreken.
Ik ben bereid er één te sparen. Ik heb haar al.
Ze heet...
Elena.
Je hebt geen andere keus. Zelfs vluchten kan je niet.
De legers van Galerius staan achter je.
Niet om je te steunen. Galerius is dood.
Licinius greep de macht. We verpletteren je.
Dat zien we morgen wel. - Je krijgt bedenktijd.
Als je strijdt, ga je dood Rome binnen.
Ik zal je zelf begraven. Samen met je moeder. En je vrouw.
Ja, ik heb ook Fausta.
Herken je deze ring?
Ze zegt dat ze mijn zuster niet meer is.
Ze zal dan ook als eerste sterven.
Jij krijgt geen begrafenis. Dat zweer ik.
Waarom liet je haar achter?
Ik kon haar niet tegenspreken. Ze is dan ook jouw moeder.
Had ik haar maar kunnen zien.
Je kent haar. Je hebt haar zelf verhoord, weet je nog?
Die vrouw was het. Natuurlijk. Ze was ook in de arena.
Ik heb vaak aan haar gedacht.
Ik wist niet wie ze was, maar ik voelde het.
En nu heb ik haar veroordeeld.
Net als Fausta, die nu mijn vrouw geworden is.
Je moeder zei: 'Eén leven telt niet als je er veel kan redden.'
Het bloedbad is begonnen.
De ergste folteringen krijgen de christenen niet klein.
Het is beschamend om hun moed te zien.
Zelfs de kleine Livia was een heldin.
Alle kwaad doet ze niet twijfelen.
Ze vinden steun bij hun geloof als ze sterven.
Dat zijn maar woorden, de christelijke leer.
Voor mij is hun leven belangrijk. Nu meer dan ooit.
Ik kan ze niet laten sterven.
Maar ik kan ook het rijk niet te gronde laten gaan.
In de handen van een man die regeert zonder recht.
De wereld die ik wilde, waar ik voor streed.
Een wereld zonder onrecht en geweld.
Waar allen vrij geboren worden en vrij zijn.
Die wereld is voor altijd verloren. - Ik wou dat ik je kon helpen.
Dat weet ik.
Laat me alleen.
Wat je ook besluit, ik wacht op je.
Je moeder zei: 'Eén leven telt niet als je er veel kan redden.'
Zoek haar.
Zeg haar dat mijn laatste gedachte naar haar uitging.
Als je echt van iemand houdt,
is het niet moeilijk een offer te brengen.
Hij die zegeviert, bepaalt de wet.
We adviseren de terugtrekking.
Ik zal je zelf begraven.
Samen met je moeder. En je vrouw.
Hoe heet je? - Mijn naam doet er niet toe.
Ik ben christen. - Veroordeel haar.
Wij zijn nooit alleen. God is bij ons.
Weldra zal je overwinnen.
De goden zijn ons gunstig gezind. - Daar geloof ik niet in.
Legionairs...
We staan voor Rome.
Morgen zullen jullie tegen een naaste strijden.
Een broer of zelfs je eigen zoon.
Er heerst burgeroorlog.
De geschiedenis oordeelt hard
over hen die zo'n oorlog beginnen.
Ik hoef dat oordeel niet te vrezen.
Ik strijd met jullie voor gerechtigheid.
Het kruis.
Het kruis van de nederigen, de armen, de onderdrukten.
Ik wil niemand dwingen zich te bekeren.
Alleen zij die voor de vrijheid strijden, blijven aan mijn zijde.
Zonder tirannie, onderdrukking of onverdraagzaamheid.
Steek alles in brand. Steek alles in brand. Alles.
Halt. Hier zijn we dan.
Ik achtte het onmogelijk. - Maar het is ons gelukt.
Vooruit. Snel, kom hier.
Nou?
Hierlangs.
Kom.
Verberg de paarden. Hier vindt niemand ze.
Afstijgen.
Afstijgen, snel.
Snel.
Neem een toorts.
Kom. Volg mij.
Kom.
Stuur de cavalerie vooruit.
Wil je ze scheiden? - Ik deel de bevelen uit.
Zeg dat Tullius zich terugtrekt.
Vooruit. Volg mij.
We ontmoeten elkaar de laatste keer.
Pas op.
Dood hem niet, Hadrianus.
Troepen van Constantijn drongen de kerker binnen.
We proberen ze tegen te houden.
Die vervloekte christenen.
Zorg meteen voor versterking.
Hergroeperen centraal, links en rechts.
Aanvallen.
Nu is het moment.
Tijd om aan te vallen.
Lafaards. Waarom vluchten jullie?
Stop, lafaards. Stop.
Lafaards.
Voorwaarts.
Je moeder is ook veilig. - Waar is ze?
Ze wacht op je.
Nee, moeder. Sta op.
Het is je zoon die je omhelst, niet de keizer.
Constantijn, mijn zoon.
Legionairs, luister.
Jullie trouw en jullie moed
hebben de loop van de geschiedenis veranderd.
De generaties na ons zullen jullie dankbaar zijn.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.