All language subtitles for Eastern.Boys.2013.1080P.BluRay.x246-FAPCAVE

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Vertaald door info@wimpie.org

1. - STRAAT SA MAJEST�

Hallo.

Hallo.

Hoe heet je?

Ik spreek geen Frans, sorry.

Hoe heet je?

Marek.

Marek. - En hoe heet jij?

Dani�l.

Wat wil je?

Ik doe... alles.

Kunnen we naar jouw huis gaan?

Nee, dat weet ik niet... nee...

En... waar gaan we dan heen?

Heb jij geen huis? ... Een hotel?

Waarom niet?

Wat?

Waarom niet bij jou thuis?

Nou weet je... het is... nou, vandaag is het niet mogelijk.

Dus... morgen dan?

Ja... ja, misschien.

Om zes uur.

Zes uur.

Ja, ok�.

Da's mooi...

Mag ik jouw adres hebben?

Huhh... ja.

Het is bij het metrostation Porte de Montreuil... weet je dat?

Ja, dat weet ik.

Uhh... lijn 9, toch? - Ja.

Je hebt me niet gevraagd hoeveel?

O ja...

Hoe veel?

50 euro.

Ok�.

Dan zie ik je morgen.

Ja... morgen.

2. HET FEEST WAAR IK DE GIJZELAAR BEN.

Ja?

Tweede etage, links.

Ja? - Hallo.

Ja? - Hallo.

Hallo.

Ik ben Marek.

Ik ben Marek. Gisteren vroeg je me langs te komen. Hier ben ik.

Ik ken je niet. Ik weet niet wat je wilt, maar ga weg.

Wat moet dat? Je kunt hier niet blijven. - Blijf van me af, of ik ga gillen.

Het is niet goed om dit te doen.

Het mag niet.

Bovendien ben ik minderjarig. - Wat?

Ik ben minderjarig, jij vraagt me om naar jou te komen, ik ben 14, dat is illegaal.

Wat wil je van me?

Wat willen jullie?

Dit is een sterke deur.

Dat is een gepantserde deur, h�? - Ik geef u geen antwoord.

Heb je een alarm?

Ik bel de politie.

Ja, er is een alarm.

Het is prachtig, hier.

Echt.

Veel licht.

Veel licht.

Geef je me een rondleiding?

Het is een mooi appartement.

Ben jij de eigenaar?

Ja.

Dat is goed. Dit is de plek om een huis te kopen.

Het is goedkoper dan Parijs, maar het is als Parijs. De prijze stijgen met de dag.

Hoeveel heb je betaald?

Dat weet ik niet meer. - Natuurlijk wel.

Zoiets vergeet je niet. - Zo'n 600.000. Ik weet het niet precies.

Frank? - Ja, het is vijftien jaar geleden.

Dat is... 80.000...

90.000 euro.

Dat klinkt goed...

Heel erg goed...

Blijf daar van af.

Het is groot.

Woon je alleen?

Ja.

Baas...

Doe je aan sport?

Dat is niet aan je te zien.

Misschien is het er te laat voor.

Je hebt te veel gegeten...

Je hebt te weinig beweging gehad....

En nu ben je oud.

Ik wil niet oud zijn.

Ik zorg dat ik in vorm blijf, goed gespierd, mager.

Zonder vet.

Want ons lichaam... is het belangrijkste...

Wat God ons gegeven heeft.

Al die machines zijn nutteloos.

Wat telt, is de weerstand van het lichaam.

De weerstand van het lichaam aan zichzelf.

Kijk naar mij.

Toe maar.

Voel...

Voel maar.

Het is gratis.

Nou?

Krijg je al een stijve?

Speel jij daar ook mee?

Met dat spelletje?

Wat doen jullie? Dat kan niet. Dat kan stuk.

Dat is niet netjes.

Wij zijn vriendelijk tegen jou.

We praten, we vermaken ons...

En jij...

Jij schreeuwt naar ons.

Dat is niet goed.

Ik kan mijn stem ook verheffen.

Jij... hebt ons op het station opgezocht.

Jij hebt ons gevraagd te komen.

Jij.

Relax.

We zullen je koelkast repareren. Maak je geen zorgen.

Geweldige muziek.

3. WAT WE ER SAMEN VAN GEMAAKT HEBBEN.

Ik ben alleen.

Wil je iets drinken?

Water.

Water?

Ja.

Wil je me neuken?

Want als je dat wilt...

Dan vind ik dat goed.

We hadden 50 euro afgesproken.

50 euro.

Ja...

50 euro.

Goed, kom.

Ja...

Hallo.

Dag.

Ik ben het.

Heb je het druk?

Nee, kom maar boven.

Heb je geld?

Uhh... ja ja... natuurlijk.

Kom op dan.

Koop je geen nieuwe tv?

Wat?

Jij... mm... jij...

Koop jij geen nieuwe tv?

Zeg maar tegen je vrienden dat ze hem terugbrengen.

Snap je dat?

Heb jij een vriend?

Een vriend? - Ja...

Op het strand.

Ja, dat is hem.

Dat was vroeger, lang geleden... Heel lang geleden.

Wat?

Uhh... is hij... is hij dood?

Wat, of hij dood is? Nee. Waarom denk je dat hij dood is?

Nee?

Pardon?

Loopt hij gelijk... die klok?

Ja, hij loopt gelijk. - Ik moet gaan.

Dag. - Wanneer kom je terug?

Volgende week.

Ik wil weten wanneer je komt.

Ik ben niet altijd thuis, ik werk en ik heb vrienden. Ik moet het weten.

Ok�.

Op welke dagen in de week kun je?

Welke dag?

Maandag. - Maandag?

Ja, maandag.

Kan het 's middags?

Niet 's middags, dan werk ik.

's Avonds?

Ok�.

Elke maandagavond? - Ok�.

En in het weekend?

Nee, niet het weekend.

Dat is te ingewikkeld.

Ik wil je graag twee keer per week zien.

Twee keer per week. Op z'n minst.

Uhh... misschien... zaterdag.

En zondag? - Zondags niet.

Ik werk niet op zondag.

Je werkt niet op zondag.

Uhh... dan zijn we allemaal samen... met mijn vrienden...

In het hotel op zondag... Snap je?

Mmm. - Ok�.

Dat... is de hand.

De hand.

De vinger. - De vinger.

De arm. - De arm.

De arm. - De arm.

De schouder.

De schouder.

De borst. - De borst.

De tepel. - De tepel. - Ja.

De tepel. - Mijn tepel... Mmm.

De hals... - Hals.

De kin. - De kin.

De mond.

De glimlach. - De glimlach.

Jouw glimlach, mijn glimlach.

Jouw glimlach, mijn glimlach.

Ja... en hoe zeg je... pijpen?

Pijpen.

He?... - Pijpen. - Pijpie?

Pijpen. - Pijpen. - Ja.

Het is een werkwoord, ik... pijp... je...

Ga je gang.

Ja? - Nee...

Ik wil... roken.

Wil je roken? - Ja.

Dat kun je op het balkon. - Ok�.

Waar kom je vandaan? Uit Moskou?

Nee... ik ben geen Rus. Nee.

Ik dacht dat jullie Russen waren.

Ahh... uhh... Oekra�ne.

Moldavi�.

Uhh... Dagestan. Onze baas is een Rus.

En wat ben jij?

Jij. - Ja...

Oekra�ner.

Oekra�ne.

Oekra�ner.

Gaat het?

Het zijn mijn tanden.

Heb je pijn? Laat me eens kijken.

Laat zien.

Je moet naar een tandarts.

Je moet je laten behandelen.

Uhhh...

Ik heb geen identiteitsbewijs.

Geen papieren.

Snap je?

Dat is geen probleem. Zie je die straat?

Die loop je uit en dan krijg je een plein.

Op het plein zit een medisch centrum.

Dat is gratis. En ze vragen niet om je papieren.

Je kunt erheen gaan wanneer je wilt. Snap je het? - Ok�.

En laat je je ook testen?

Op aids.

Een test. Een bloedtest.

Bloedtest?

Waarom?

Ik ben niet ziek.

Nee, maar dat is gewoon voor... - Ik ben niet ziek.

Dat weet ik, maar voor de zekerheid.

Ok�...

Ga je erheen?

Ik moet nu gaan.

Waarom slaap je nooit hier?

Dat gaat niet.

Waarom niet?

Mijn vrienden gaan dan vragen stellen.

Je vrienden? Bedoel je de bende?

Je hebt toch niet gezegd dat je hier komt?

Nee...

Geen probleem.

Dag.

Kun je de glazen pakken, alsjeblieft?

Ik kan vannacht blijven.

Echt? Kun je vannacht blijven? - Ja, de hele nacht.

Geweldig.

Blijf van me af.

Wat?

Niet nu.

Nu zijn we aan het eten.

Als we eten moet je niet aan me zitten.

Dat is niet goed. - Ok�... ok�.

Je bent mooi. Zo mooi.

Heeft iemand dat ooit tegen je gezegd?

Je bent heel mooi.

Gaat het?

Wat?

Ik wil iets met je bespreken.

Uhhh...

Je komt twee, drie keer per week bij me langs...

Ik geef je 100, 150 euro.

En dan nog het eten en de dingen die ik je geef. Dat vind ik leuk, hoor.

Maar...

Ik dacht dat we misschien een forfait af konden spreken.

Wat is dat, een forfait?

Een forfait is een bedrag dat vast staat en dat ik je elke maand geef.

Bijvoorbeeld, 300 euro.

300 euro?

Of 400.

Die geef ik je aan het begin van de maand en dan kom je wanneer je wilt.

500 euro.

Wat? 500? - Ja, 500 euro.

500 is te veel. Dat gaat niet. 400 is al veel.

Maar ik wil een iPhone.

We zullen zien. - Ja? Een iPhone.

We zullen zien.

iPhone.

Een witte.

Met 64 Gigabyte.

Goed, we houden erover op. - Ok�.

Denk erover na. Afgesproken? - Goed.

We komen er nog op terug.

Ik moet gaan, blijf maar lekker liggen. Trek de deur dicht als je gaat.

Je had toch gezegd dat je Oekra�ner bent. - Dat ben ik ook.

Hoezo Tsjetsjeni�? Heb je daar gewoond?

M'n vader werkte er, daarom woonden we daar. Met mijn zus.

En wonen je ouders nog steeds in Tsjetsjeni�?

Er was oorlog in Tsjetsjeni�.

Op een dag... ging mijn vader van huis.

Hij ging naar z'n werk.

Hij kwam niet terug. Nooit meer.

Bedoel je dat hij dood is?

Daarna, een hele tijd later... regende het heel veel.

Dus de rivier... steeg.

En het water kwam in de stad.

Overal.

Ik was met mijn oudste zus.

We zagen het.

Er waren doden. Veel doden.

Doden zonder hoofd.

Er lagen armen... en benen in de rivier.

Mijn zus...

Weet zeker dat ze mijn vader heeft gezien...

Heb jij hem ook gezien?

Nee, het was hem niet. Ze droomde het.

Dus je weet niet of hij dood is.

Hij is wel dood. - Maar je weet het niet zeker.

Jawel, het is zeker dat hij dood is.

En je moeder? - Zij is ook dood.

Wat?

Het is echt zo. Ons huis is geraakt door een bom.

M'n moeder was alleen. Ze was sowieso niet gelukkig.

Verdrietig? Hoe bedoel je?

Waarom vraag je me dat allemaal? Geloof je me niet?

Natuurlijk geloof ik je wel.

En bovendien...

Heet ik geen Marek. Mijn naam is Rouslan.

Dat is mijn echte naam.

Waarom geloof je me niet? Het is de waarheid.

Rustig, Marek. Ik geloof je wel.

Rouslan.

Rouslan.

Zie je wel? Je gelooft niet eens dat ik Rouslan heet.

Jawel, maar ik moet eraan wennen.

Je verandert niet zomaar van naam.

Als je niet gelooft dat ik Rouslan heet... geloof je niets.

Dat is niet goed.

Kan mijn naam je niet schelen?

Mijn familie ook niet?

Interesseren de bommen en de oorlog je niet?

Het is allemaal waar. Ik maak geen grapje.

Hoe zeg je trust in het Frans?

Vertrouwen.

Ik vertrouw je.

Je vertrouwt me. - En jij...

Jij hebt geen vertrouwen in mij.

Nee, ik wil slapen.

Ik heb zin.

Hou op.

Alsjeblieft.

Ik heb geen zin. - Vooruit. Alsjeblieft.

Nee!

Je doet kinderachtig.

Ik wil slapen.

Met mij. Luister...

Ik begrijp niet waarom je niet terugbelt. Ik begin me echt zorgen te maken.

Bel me alsjeblieft terug. Ik hoor van je.

Rouslan?

Wat is er gebeurd?

Wat is er aan de hand?

He?

Ik heb iets stoms gedaan.

Wat heb je gedaan?

De anderen...

Ze hebben mijn telefoon gezien. - Ja, en?

Ze vinden dat niet leuk. De baas,

Ziet dat ik nieuwe dingen heb.

De T-shirts...

En zo.

Hij is niet blij.

Hee...

Gaat het wel?

Ik ben moe.

Kom, je gaat rusten. Kom naar de studeerkamer.

Ga maar liggen.

Je zou vandaag hier moeten blijven. - Nee, dat kan niet.

De anderen zeggen dat het niet normaal is. - Weet je het zeker?

Maak je geen zorgen.

Wat denk jij nu? Het zijn m'n vrienden.

De baas is soms een beetje gek.

Maar ik ben niet bang voor hem.

Maak je geen zorgen.

Weet je het zeker?

Laat nou maar, er is niks aan de hand. Ik kom vanavond terug.

Ik kan elektriciteit aansluiten. - Ja, elektriciteit.

De verlichting reparerem.

Ik kan ook schilderen.

Ik bedoel geen klusjes in huis, maar een echt vak.

Je kunt niet leven van wat je van mij krijgt.

Ik weet niet. Daar heb ik niet aan gedacht.

Ik heb het goed met de anderen. - Met de bende?

Wil je nog lang zo blijven leven?

Ik weet het niet.

Ik ga naar bed.

Je kunt in de studeerkamer slapen.

Als je dat wilt. - Ja, liever wel.

Ik heb een bed opgemaakt.

Gaan we dan eerst neuken?

Nee, dat hoeft niet. Ik heb liever dat je uitrust.

Ik heb trouwens ook slaap.

Wat is er?

Wat doe je hier? - Niets.

Wat is er?

Zeg het me.

Je hebt genoeg van me. - Wat?

Wil je dat ik wegga?

Ik wil niet dat je weggaat.

Je moet me niet in de maling nemen.

Dat doe ik niet.

Wat is er dan?

Ik heb liever dat je in de andere kamer slaapt.

Meer niet. - Het is geen kamer.

Het is een studeerkamer.

Je wilt niet meer met me neuken.

Je hebt genoeg van me.

Luister, ik wil niet meer dat we samen slapen.

We gaan een kamer voor je inrichten. Goed? Jouw kamer.

Ik wil je niet meer betalen. Je krijgt zakgeld, meer niet.

En ik wil weten waar je bent en wat je doet.

Ik wil niet dat je de anderen nog ziet. Ik ben bang voor ze.

Jij bent ook bang.

Heb je nu wel of geen papieren? - Bedoel je een paspoort?

Ja, een paspoort, een visum. - Ik heb een paspoort.

Die hebben we nodig. Zonder papieren kunnen we niks doen.

Heb je ze nu? - Ja, of eigenlijk...

De baas bewaart onze papieren in een kluis.

Een kluis? - Ja, in het hotel.

Waar is dat hotel dan? - Dat is ver weg.

Heel ver weg...

Alstublieft, meneer. Blijf van die containers af.

Dat is verboden. Alstublieft, niet doen.

Ik ga op de tweede verdieping kijken. - De betaalautomaat doet weer raar.

Ik kijk er zo naar.

Tot ziens.

Tot ziens en goede dag gewenst.

4. HALT HOTEL, DONJONS ET DRAGONS.

Goedemorgen, dames en heren. - Goeiedag.

Alles naar wens? - Ja, hoor.

Dag, mevrouw. - Dag.

Hallo.

Ben je chagrijnig?

Hou op.

Ga de fles klaarmaken.

Marek!

Kun jij een fles melk halen?

Een grote of een kleine? - Maakt niet uit.

Waarom ben je verdrietig?

Ik vind het niet fijn als je zo doet. - Ik ben niet verdrietig.

Ik ben moe.

Toe, het is zondag vandaag.

We zijn de hele dag samen.

Het lukt me niet meer... om te ontspannen.

Ik ga douchen.

Kun jij die fles geven?

Ik ga snel douchen.

Mooie jas.

Die heb ik al een tijdje. - Ok�.

Hallo.

Sorry... maar kun je ons alleen laten?

Hallo... het is geregeld.

Luister...

Ik kan...

Luister naar me.

Ik probeer snel te zijn.

Met wie praat je? - Gaat je niets aan.

Met wie praatte je? - Met niemand zei ik.

Stomme rukker.

Eikel.

Marek, Marek... kom eens.

Eet je niet met ons mee?

Je kijkt zo vreemd.

Nee, hoor. Hoezo?

Ik weet niet, je lijkt gestrest.

Ik ben altijd zo.

Eet een eitje, dat helpt.

Lukt het niet? Kan ik u helpen?

Nee nee,

Ik ben het nummer vergeten.

Alstublieft, voorzichtig.

Wat bent u aan het doen, meneer?

Meneer, wat zoekt u?

Meneer...

Nummer 27.

27.

Dat had ik toch gezegd?

Ben je het vergeten?

Rechts onderaan.

Maak open.

Ik zal je helpen.

Tevreden nu?

Is alles in orde?

Zie je?

Kom mee.

Wat is er aan de hand?

Naar de opslag.

Waar ga je heen? Blijf daar.

Die mooie jas van je. Hoe kom je eraan?

Die was vast duur.

Mag ik hem eens passen?

Heeft je nieuwe vriend die gegeven?

Heeft hij je z'n sleutel gegeven?

Wil je ervandoor gaan?

Zonder iets te zeggen?

Na alles wat we samen hebben meegemaakt.

Waarom heb je je papieren nodig?

Wat ben je daarmee van plan, verdomme?

Straks word je het land uitgezet.

En hou ik je trouwens tegen?

Ga dan, verdomme.

Als we vrij zijn, waarom verstop je onze papieren dan in een kluis?

Waar heb je het over?

Welke kluis? Het is gewoon een locker.

Je had er alleen naar hoeven vragen.

Dat is toch niet moeilijk?

Ik had ze aan je gegeven, klootzak.

Wat ga je doen? Bij die vent wonen? Omdat hij op je leuke smoeltje viel?

Ben jij soms de uitverkorene?

Denk je dat je beter bent dan wij?

Hij maakt zich zorgen, je vriend.

Het is voor jou.

Pas op, straks breek je z'n nek.

Goed.

Bind hem vast.

Maar kijk uit, ok�?

We zullen hem eens een lesje leren.

Hij bloedt. Het gaat niet goed met hem.

Hij is alleen maar flauwgevallen.

Mag ik weten wat er hier gebeurt?

Het is niets.

Dat zijn jouw zaken niet.

Ik ben verantwoordelijk voor het hotel.

En wie is hij trouwens?

Is dat uw broertje? - Dat is niet mijn broertje.

Het is ook niet uw zoon. - Nee.

Dus wie is hij dan? - Wie u maar wilt.

Wat zal hij met hem doen?

Hij bloedt en is buiten bewustzijn.

Misschien moeten we een dokter bellen.

Goedendag. - Dag, meneer.

Ik zoek een jongen die Rouslan Guerasiev heet.

Weet u zijn kamernummer? - Nee, niet precies.

Hoe zei u dat hij heette? - Guerasiev.

Guerasiev.

Guera, Guera...

Nee, ik kan hem niet vinden.

Hij is met een groep jonge mensen uit Oost-Europa.

Ja, dan staan de kamers niet op naam. We weten alleen het aantal mensen.

Nog een fijne dag. - Bedankt.

Goed, ik begrijp het. Eigenlijk wil ik een kamer.

Ik heb toevallig een kamer op de 2e etage. Daar zitten ze allemaal.

Misschien komt u uw vriend tegen. - Geweldig.

Ik loop even met u mee. - Dat hoeft niet.

Het is geen moeite en ik moet iets checken.

Is alles goed? - Ja, hoor.

Ze is er weer.

Alstublieft.

Wat was dat? - Geen idee.

Waarschijnlijk niets.

Misschien net getrouwd?

Is daar iemand?

Meneer?

Ja, meneer, wat kan ik voor u doen?

Wat was dat voor gekreun? - Sorry?

U hoorde het toch ook uit die kamer komen.

Waarom vraagt u dat? Hoort u het nu nog? - Nee, het is stil.

Maar u zag er bezorgd uit.

Nee, hoor.

Weet u wie er in die kamer zit? - Nee, dat weet ik niet zeker.

En als hij het nu is?

Wie?

De jongen die ik zoek. Rouslan.

Waarom denkt u dat hij het is?

Dat denk ik niet. Ik weet het zeker. Ik krijg hem maar niet te pakken.

Misschien loopt hij gevaar. - Ik kan u niet helemaal volgen.

Wie bent u en naar wie bent u op zoek?

Een jongen voor wie ik zorg.

Maar wat verwacht u dat ik doe? - U begrijpt het niet. Ik heb uw hulp nodig.

En hij heeft uw hulp ook nodig.

Kunt u die deur opendoen? Alleen om te kijken.

Nee, meneer, ik kan geen deuren openmaken. Dat mag ik niet.

Mag u dat niet? En de schoonmaaksters dan?

Ja, maar die kamers niet. Die worden gehuurd door de prefectuur.

Die mensen zijn geen hotelgasten.

Dus u kunt niets doen?

Als u zeker weet dat uw vriend in die kamer zit en dat hij gevaar loopt...

kan ik de prefectuur bellen.

Nee, dan komt de politie en wordt iedereen gearresteerd.

Maar dat is de enige oplossing. - Dat lost niets op.

Sorry dat ik u lastigval. - U valt me niet lastig. Alstublieft...

Ik ben er.

Maak je geen zorgen. We gaan weg.

Verdomme. - Wat is er gebeurd?

Waar is hij?

Verdomme.

Ga de baas zoeken. Snel.

Wat is dit voor gezeik?

De sleutel? Heb jij hem opengelaten? - Nee, ik heb goed afgesloten.

Hebben jullie niks gezien? - Nee, hij was dicht.

Jij, daar. - Ja, meneer?

Wat is er hier gebeurd?

Dat weet ik niet.

Ik kom terug en er is iemand in mijn kamer geweest.

Er zijn dingen gestolen. - Echt waar?

Vreemd. - Kijk maar.

Weet je wat dat betekent? - Wat betekent dat?

Het betekent dat degene die naar binnen is gegaan, een sleutel heeft.

Ik weet niet, misschien is het een van uw vrienden.

Nee, het is iemand...

Met een pas. - Nee, maar...

Ik heb geen pas.

Wind je niet op.

Maak je niet zo druk.

We zullen Marek wel vinden.

U spreekt met de politie.

Hallo, ik ben in het Halt Hotel.

Het loopt hier uit de hand. - Hoe bedoelt u?

Wat doe je?

Een stel illegalen gaat tekeer. - Rustig, meneer.

U moet meteen komen. - Wat is er precies aan de hand?

Is alles ok�?

We kunnen dit niet toestaan. We moeten iets doen.

Meneer, kunnen we praten over wat er is gebeurd? - Er is niets gebeurt, niets.

Waar denkt u dat u bent? U kunt niet zomaar mensen slaan. Meneer, ik praat tegen u!

Het spijt ons. Hij deed het niet expres.

Wacht even. Ik ben niet in die kamer geweest en ik heb niets gestolen.

Was jij het dan misschien?

Jij was het. Die vuile teef die mijn kamer is binnengegaan.

Ben jij soms van de politie?

Politie. Politie.

De smerissen! Wegwezen!

Ga hier weg. Vooruit.

De hele familie moet de kamer uit.

Nee nee, u heeft geen keuze. U moet gaan.

Stop! Hier blijven jij!

Rouslan, kom, we moeten gaan.

Hou op! Kalmeer je!

Blijf staan.

H�! Staan blijven! Staan blijven!

Wees niet bang.

Maak je geen zorgen. Het komt goed.

Vuile klootzak, ik maak je af.

Hallo meneer...

We zoeken een voortvluchtige. Heeft u iemand gezien?

Nee, ik heb niemand gezien. - Prima. Bedankt.

Blijf staan.

Waar wil je heengaan?

Verdomme.

Ik moet u erop wijzen dat er twijfels zijn over de relatie van de eisers.

De omstandigheden van hun ontmoeting en hun samenlevingsverband...

Staan een familieband in de weg.

Ik vrees dat de wet gebruikt wordt om de geadopteerde te naturaliseren.

Ik wil graag de ambigu�teit over de aard van de relatie van mijn cli�nten wegnemen.

Als er zoals de procureur meent, sprake is van een seksuele relatie...

Zouden mijn cli�nten hebben gekozen voor een geregistreerd partnerschap.

Goed...

Ik denk dat we alles hebben om een uitspraak te kunnen doen over dit dossier.

Meneer Dani�l Arthuis en Rouslan Guerasiev...

We zullen op 25 november uitspraak doen.

Maak u geen zorgen. Het is een eenvoudige adoptie.

Er zullen geen bezwaren zijn. U moet alleen geduld hebben. Afgesproken?

Ik moet gaan. - Tot ziens.

Tot snel. - Bedankt.

Vertaald door info@wimpie.org

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.