Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Je bent zo stil.
Er moet toch niet altijd iets gezegd worden?
Dat is waar.
Maar ik zie dat je mij iets wilt vragen. Ik zou graag mijn vader beter leren
kennen. En je durft niet.
Zou jij mij willen helpen?
Ik hoor het wel, Jasper.
Als je er klaar voor bent.
ZANG EN
MUZIEK
Wat?
Niks.
Maar jij lacht.
Ik denk dat ik heel eventjes gelukkig was.
Is het echt?
Ja.
Maar het is alweer over.
De gevangenis, dat moet de hel geweest zijn.
Vergist u, dokter. De hel, dat zijn de anderen.
Laten we Sartre hier buiten houden.
Hij had de kans om vroeger vrij te komen.
Ik heb je dossier gelezen. Je hebt verklaard voor de Raadkamer dat je van
plan was om te vluchten.
Misschien was dat ook zo.
Hoe zou je dat gedaan hebben?
Je vraagt een mevrouw Snijers om een cake te bakken met een vijl in.
Lakens aan één knopen.
En waar zou je naar gevlucht zijn?
Ja, Jasper.
En waar zou jij vluchten?
Je wordt zot als je je vertrouwde omgeving moet verlaten. Ik wil het niet
over mijn verleden.
Vergeet je van uw vader?
Waarom vraag je dat? Ik zit daar voor niets tussen.
Ik denk dat we iets te lang in de verkeerde richting hebben gezocht.
We hebben altijd gedacht dat uw moeder het probleem was.
Zou het niet kunnen dat de oorzaak van alles niet zozeer bij haar ligt, maar
bij uw vader?
Sjes? Dit is Saskia.
Goedemorgen.
Excuseer.
Mag ik u iets vragen?
Ik weet gewoon dat er iets mis is.
Een paar weken geleden zijn Johan en ik uit elkaar gegaan.
Hij had er heel moeilijk mee.
En dan ineens, twee dagen geleden, krijg ik deze sms.
En als ik hem bel, dan springt dat direct op voicemail.
Ik ben er zeker van dat er iets gebeurd is.
Een foto.
En op de achterkant staan al zijn gegevens.
Sint-Josef.
Dat is een psychiatercentrum.
Ja, dat is zijn werk.
Dank je wel.
Sterk.
Waarover ging dat?
John. Een verdwijning.
Dat is niet onze bevoegdheid. – Dat heb ik al gezegd.
Kunnen we een keer vogelen?
Waarom?
Dag stoel naast de tafel, dag brood op de tafel, dag visser, gewis met de bij.
Dag visser, gewis met de bij.
Goeiedag.
Hugo.
Hoe gaat het ermee?
Ik heb een kleinigheid bij.
Van de faculteit.
Ik zal het op het nachttafeltje zetten.
Zo.
Ja.
Veel vitamientjes, hè.
Gisteren was Johan Vrijlezek hier en vandaag is hij met me gezien.
Jij hebt toch gebeld? Ja, Herman.
Vijf keer.
Er is iets gebeurd misschien.
Dus u hebt hem maandag voor het laatst gezien?
Ja. Wij hadden toen nog een vergadering met het zorgteam.
En dan zijn wij allebei rond een uur of zes vertrokken.
Heeft u de laatste tijd niets speciaals aan hem gemerkt?
Nee. Ga zitten.
Dank u.
Hij was niet depressief of zo?
– Depressief?
Excuseer, hè.
Van Donink?
Nee, zeg maar, maar ik heb wel weinig tijd.
Ja, daar kan ik niet op antwoorden. Dat is eigenlijk meer een vraag voor de
schip van ruimtelijke ordening.
Nee, ik heb hem nog gezien maandag op de gemeenteraad. Dat komt wel in orde, hè.
Ja, oké.
Dag.
Sorry.
Wat was uw vraag? Sorry, hè.
Of meneer Bouwens depressief was?
Depressief? Nee.
Hij was pas gescheiden, maar depressief.
Oké.
Als u iets van hem hoort, laat u mij dat niet spijt. Natuurlijk.
John. – Meneer Van Loon.
Excuseer.
Jullie weten dat collega Van der Weijden een ernstig ongeval heeft gehad.
Van de daden is er altijd geen spoor, blijkbaar.
En hebben ze collega Deerlink al verhoord?
Bol, mijn voorstel.
Decaan.
Jasper, ik heb goed nieuws. Collega Van der Weijden is aan de betere hand.
En dat is goed nieuws?
Maar hij is al een tijd geen les kunnen geven.
Dat is goed nieuws.
Ja?
Ja, de faculteitsraad dacht dat gezien de omstandigheden en vermist alles al
een tijdje achter ons ligt. Het antwoord is ja.
Ja? Ja, ik zal de lessen van collega Van der Weijden eigenlijk mijn lessen dus
overnemen.
Jasper, dat was toch de vraag?
Dat was één vraag.
De tweede vraag is, ben je er klaar voor?
Absoluut. – Oké, dan.
In verband met dat ongeval van professor Van der Weijden, jij denkt toch niet
dat... Professor heeft geen auto en geen rijbewijs. – Natuurlijk.
In de gevangenis doet hij natuurlijk wel wat contacten op.
Hij kan altijd iemand hebben ingehuurd.
Ja, maar we moeten misschien niet altijd direct het slechtste gaan denken.
Ik weet niet.
Hij heeft al zotterdingen gedaan.
Mevrouw Snijers.
Bent u nog steeds bevriend met het hoofd van het secretariaat van de dienst
Letter en Wijsbegeert? Bevriend is veelgezegd.
Waarom? Mijn vader heeft daar ooit nog lesgegeven en ik zou graag zijn dossier
inkijken. Het zal moeilijk gaan.
Dossiers mogen de faculteit niet verlaten.
Dat zou wel lukken.
U heeft al ooit zottere dingen gedaan.
Goed dat je gekozen hebt.
Duveltje. Heb jij nog iets? – Nee, merci. Ik heb nog.
Kijk, John.
Ik had het liever anders gezien. – Dank je.
Maar het is nu zo.
Saskia is benoemd tot teamleider. Klaar.
Zit erover en doe gewoon voor. – Waarom?
Wat? – Waarom?
Waarom zij en niet ik?
Omdat je geen vrouw bent. Daarom.
Als twee kandidaten evenwaardig zijn, benoemen ze de vrouw.
Ik weet niet of je dat beter bevoelt, maar... Meer is het niet eigenlijk.
Blijkbaar moeten ze daar boven een of ander kwaad om halen.
Oké.
Deze blijft wel tussen ons.
Niks zo plezant als een waterlijk. Altijd een uitdaging.
Oei, Johnneke.
Zo ongeduldig vandaag.
Zijn fiets ligt 40 meter verder op, stroomopwaart.
In het water gesukkeld.
Om zeker te zijn, moet ik hem eerst open doen.
Maar de kans is groot dat hij al dood was voor hij in het water sukkelde.
Zwaar schedeltrauma.
Bingo. Diepe impact op de parietale lop.
Zo heeft ze overleefd genie. Zou dat van een schip kunnen zijn?
Dan heb je fricassee, inspecteur.
Hoofdinspecteur.
Oei. En jij dan, Johnneke?
Maar we hebben wel al een naam. Johan Bouwens.
Wie?
Johan Bouwens.
Hoe weet je dat?
Is die familie al verbeterd?
Ja, ik denk het wel.
John, hoe weet je dat?
Verdwijning van gisteren.
Kindjes, kom je ze voorheen?
Je had me dat wel op voorhand mogen zeggen, hè, John.
Wat? Dat het die gast van gisteren was.
Wat zeg jij met een alles op voorhand?
Hallo. Ik weet er al een recherche.
Mogen we binnenkomen, alstublieft?
Mama, deze mensen zijn van de politie.
Ze willen je een paar vragen stellen.
Mama?
De dokter heeft haar iets gegeven.
Mevrouw?
Het is je schuld niet maken, dat mag je echt niet denken.
Mevrouw Griemenbouwers.
Ik slaap, ouders.
Ik rimmel.
Kan ik u even apart spreken?
Daar, zie.
Dat is de oorzaak.
Een half jaar geleden hebben mijn ouders een appartement gekocht.
Voor hun oude dag.
Het was compleet verkeerd gelopen.
Hoe dat?
Ze hadden alles al betaald, maar het interieur was nog niet af.
En die firma weigerde nog iets te doen.
Kijk, ik ben jurist.
Ik heb alles nagekeken. Die papieren waren in orde en ze hadden getekend.
Ik heb mijn vader proberen uit te leggen dat hij het moest laten rusten, maar dat
kon hij niet.
Weer een soort obsessie.
Hij was bedrogen en hij wilde gerechtigheid.
Mijn moeder kon het niet meer aan.
Ze had er constant ruzie over.
Hoe lang is hij nu ouders? Is hij er?
Nee, eigenlijk.
Twee weken geleden is hij ineens vertrokken.
Niks meegenomen, niks.
Ik had nooit verwacht dat hij zoiets zou doen.
Ze heeft hem gewoon kapot gemaakt.
U weet toch waarom ze zo
stil zijn, professor?
Professor, ze denken dat u er iets mee te maken heeft met het vluchtmisdrijf.
En eigenlijk kunt u ze dat ook niet kwalijk nemen, professor.
Professor,
hoe zeggen ze dat nu weer?
Eens de crimineel, altijd de crimineel.
Dat was het voor vandaag.
Bouws was al dood voordat hij in het water werd gedumpt en dat water heeft
alle sporen weggespoeld.
Iemand met een motief?
Ja, misschien.
Die Johan Bouws en z'n vrouw hadden samen een appartement gekocht.
Bij de firma De Smet en Nayer.
Dat is de zaakvoerster.
Erik en de Nayer.
Daar is een hoop zeven van gekomen.
Volgens Bouws was het appartement niet in orde, volgens de Nayer wel.
Aangetekende brieven, deuren... Die kregen hier dikke nambras en hij is het
afgetrapt. Bouwens wilde een klacht indienen, maar zijn zoon heeft dat
afgeraden. Hij is advocaat, jurist.
Dat is al.
Dat conflict tussen de naaier en Bouwens was redelijk heftig.
En die naaier, heb je die al gesproken? Nee, nog niet.
We willen eerst meer details.
Wat denk je?
Zullen we de professor erbij halen?
Is dat niet wat rap?
Je hebt geen wapen, geen sporen.
Je motief hangt in de rechter.
Allee, hoor.
Ik zie mijn mannetjes.
Allemaal toogten.
Ik vind dat goed gedacht.
Het dossier van uw vader.
– Dank u.
Ik hoop dat je er iets aan hebt, want ik heb er serieus zot voor moeten doen.
Jasper, hoe was uw eerste les?
Kort.
Ja, dat heb ik ook gehoord.
En waarom?
Ik had de verkeerde syllabus bij. Dat is begrepen. Je hebt nooit een syllabus
bij. Vreemd dat het dan ook nog eens de verkeerde was.
Luister, als je er nog niet klaar voor bent, dan vinden we wel een oplossing.
Ah, jij denkt het dus ook.
Je hebt geen auto, je hebt geen rijbewijs. Het snelle tegenargument
bewijst dat je de mogelijkheid op zijn minst hebt overwogen.
Overwogen is een groot woord.
Meer een losse gedachte.
Totaal onterecht.
Toe quoque.
Jasper, zo had ik het niet bedoeld.
Toe quoque.
Professor Saskia heeft een John van de politie voor u.
Laat ze maar binnen.
Brutus is klaar. Het mes steekt al stevig in mijn rug.
Toe quoque.
Problemen, dekaan?
Heeft het conflict over het appartement er iets mee te maken?
Dat heeft er alles mee te maken.
Ja, wat dan?
Het is een typisch voorbeeld van wat wij noemen de straintheorie. De spanning die
ontstaat tussen de doelen die men in het leven wenst te bereiken en de middelen
die men heeft om dat te doen.
Concreet in dit geval, bouwers worden oneerlijk behandeld bij de aankoop van
een appartement en dat genereert zeer negatieve gevoelens. Die dan weer kunnen
leiden tot delinquent gedrag.
Voilà, dat klopt al niet.
Bouwens is slachtoffer, geen dader.
Wel, dan zal u op zoek moeten gaan naar de dader in Bouwens.
Ik zie het wel wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn in dit dossier.
Ah ja, en dan nog iets anders.
Een collega van mij is betrokken bij een ongeval met vluchtmisdrijven. Ik had
graag een kopij van het dossier.
Nee, we zullen zien wat we kunnen doen.
Die vijandelijke houding doet mij vermoeden dat u principeel op zware
heeft bij onze samenwerking.
We zullen zien wat we kunnen doen.
Dat is uw beslissing niet? Ja, dat is waar.
Juffrouw, bij de bonobos leidt het stijgen in de pikorde tot meer stress.
Dat is ook logisch.
Meer verantwoordelijkheid leidt tot meer stress. En meer stress kan leiden tot
onredelijk gedrag.
Ik geef het maar mee.
Bonobo.
Het appartement was een idee van Johan.
Geld brengt niks op. Je moet investeren in vastgoed.
Wat is er eigenlijk verkeerd gegaan? Wat is er niet verkeerd gegaan?
Als we de akten ondertekenden, was er niks afgewerkt.
Plinten, vloeren, keuken.
Maar de firma ging alles in orde brengen. Dat had de naaier ons beloofd.
En dan ineens Daas hier.
Met een contract.
Wij hadden zogezegd het appartement gekocht in de stad waarin het zich
bevond. Er was zelfs een deurwaarder bij.
Het was allemaal genoteerd. Hoe was dat zo?
Meneer, ze laten u honderd papieren ondertekenen.
Je kunt dat toch niet allemaal lezen? Ga jij dat doen?
Hier.
Ze hebben zelfs prens laten maken om alles zelf af te werken.
50.000 euro.
Dat was echt geen kwestie van dat geld, maar Johan... Wij voelden
ons bedrogen.
Jij kon dat niet loslaten.
Je bleef maar bellen en mailen en een brief schrijven.
Op dat uur stak hem dat gizellijk op.
Je had alleen nog maar ruzie over al dat gedoe. Alleen nog maar ruzie.
Niks anders, hoor.
Sorry,
maar Meneer Bouwens was een heel onredelijke man.
Dat was altijd wel iets.
Brigitte.
Ja, sorry, ik stond in de file.
Kom zelfs eens naar mijn bureau.
Het gaat er niet lang duren.
Ik heb een deurwaarder laten komen om alles te laten bestatigen.
Hoe bestatigen?
Er was toch van alles niet in orde?
Dat klopt.
Dan heeft Bouwers toch gelijk?
Nee, meneer Bouwers wist dat het appartement niet was afgewerkt. Hij
heeft er ook minder voor betaald.
Of u hebt hem een korting beloofd en hem een document laten ondertekenen dat hij
een half afgewerkt appartement kocht zonder korting. Jij zou in de immobiliën
moeten gaan.
John?
Ik ben er zeker van dat Bouwens dat gedaan heeft.
Brigitte, we zijn hier klaar.
Mevrouw Den Haag.
Wat was dat?
In principe heeft de professor dus gelijk.
De dader in Bouwens geeft Den Haag een motief.
Laat toch niet voor een paar krassen op je auto.
Wat is de andere kans?
Hierna zit Bouwens in het zak.
Bouwens neemt wraak.
Het loopt gewoon uit de hand.
Wij moeten eens klappen, hè.
Ja.
Ja? Ja.
Wat is eigenlijk uw probleem?
Probleem?
Welk probleem?
Fuck John, doe niet...
Uw probleem met mij.
Ada. – Ada, ja, ada.
Ik ben teamleider, John.
Legt u daarbij neers. Of trekt u conclusies? Vind je dat ik mijn werk
niet goed doe? Maar dat gaat er toch helemaal niet over? Waar ga ik het dan
wel over?
Heel de tijd dat negeren. Heel de tijd dat fucking uitgestreken gezicht van u.
En dat gedoe met dat handje. Echt waar. Ik haat het, John.
Ik haat het. – Wat voor handje? Ik ben analist niet, hè. – An...
Meen je dat nu? Ja, ik meen dat, ja.
Shit, John. Echt waar.
Ik ben gewonnen, John. Ik.
Ik ben teamleider. Niet jij, maar ik.
Ja, dat is waar. Wel, deal with it.
Mijn examen was beter dan dat van jou. Voilà.
Vind je dat echt? Ja.
Oké.
Niks. Maar zeg eens wat je te zeggen hebt, jong.
Oké.
Saskia, je hebt die job gekregen omdat je een vrouw bent.
Ja? Dat is wat ik te zeggen heb.
Ze moesten hun quota halen.
En dat is... Dat is blijkbaar belangrijker dan capaciteiten alleen.
En wie zegt dat?
Rabbit?
Saskia.
Saskia.
Bastiaan! Stop stop stop!
Je hebt wel twee seconden, John.
Godverdomme!
Ik weet niet hoe jij dat doet.
Iedereen de gordijnen injagen en er toch voor zorgen dat ze u nog graag zien.
Voor je verkeerde gedachten krijgt, ik heb het hier niet over mij.
Ze wachten op u.
Ja, professor.
Wij zijn heel blij dat u terug bent.
Ja, we hebben u echt gemist.
En daarom zouden wij graag in naam van alle studenten iets willen zeggen.
Wij weten wat er gebeurd is.
En wij begrijpen ook volledig wat u hebt gedaan.
Zie je wel.
Er zijn mensen die u graag zien.
Goedemorgen.
Amai. Serieuze wind, hè?
Dus je denkt er zo over? Ik ben benoemd omdat ik een vrouw ben?
Ga zitten.
Als het is om naar je zeven te luisteren en niet meer zien.
Ik ga mee naar Saskia voordat er ergens een bloedcontour gaat vastzitten.
Stelt u nu eens even in de plaats van John.
Een harde werker, geen dommerik.
Voor hem was het binnen.
Dat doet iets met hem eens. Ron moet mij en de helft van de wereld nog niet
beledigen.
Misschien als we kopekaart kunnen spelen met John.
Een teamleider staat boven wat ze over haar zeggen. In het gezicht of achter de
rug. Anders is ze niet geschikt voor een job.
Is het echt waar?
Is het omdat ik een vrouw ben?
Zie je dat opgelost geraken?
Kun je even komen?
Saskia. – Ik eerst.
Ik heb je onthoogeling misschien verkeerd ingeschat.
Ik had dat misschien niet mogen zeggen.
Oké, dat zou ik bouwen. – Doe maar.
Die sms klopt niet.
Ze kopen samen een appartement, ze krijgen ruzie, hij trapt het af en dan
heeft hij spijt.
Van wat?
Hij had zich laten gaan tijdens de ruzie.
Dat gebeurt soms.
Misschien.
Wat denkt u?
Erik had een haaier.
Ik geef toe, het motief is niet sterk genoeg.
Maar er is meer gebeurd dan zij ons zegt.
Ik geloof haar niet.
En wat stelde voor?
Een huiszoeking. Oké.
Dat gaat u geld kosten.
Dat gaat u echt geld kosten.
Fuck, man.
Krijg je daar een stijve van?
Van mensen te kloten.
Tjong. Mevrouw De Nijers.
Wilt u een formele klacht indienen? Dat zal wel zijn, ja. Dat zal wel zijn. Ah,
hier, zeg.
En een advocaat. Ah, fucking loser.
Goed op tijd, hè, man.
Betalen we daarvoor zoveel geld?
Danny Koopmans. Ik vertegenwoordig mevrouw De Nijer.
Mag ik het mandaat zien, alsjeblieft?
Is dat al dat je kunt zeggen? Mag ik het mandaat zien, alsjeblieft?
7000 euro.
7000 euro per maand.
Dat ziet er in orde uit, dus.
Maar ik verzeker u dat mijn cliënten niks te verwijten vonden.
Godverdomme. Ik wil dat...
Elk papiertje, mijn computer, alles terug op dezelfde plaats komt te staan.
Dan moet mevrouw zich ook geen zorgen maken.
Kom op.
Maak je die sleutels?
Ga jij rijden?
Ja, ga jij met de mannen mee? Ik moet nog iets doen. Kom.
Geen spoor van de chauffeur, getuigen spreken elkaar tegen en een donkere
Volvo is het enige dat zeker is.
En ik heb geen stress en ik ben al zeker geen bonobo.
Saskia.
Bouwens heeft blijkbaar niet naar z'n zoon geluisterd.
Hij heeft er een zaak van gemaakt.
Stalen bureau.
Twintigduizend euro.
Amai. Serieus een schadevergoeding.
Malkis, ik had juist een korpsje van de lijn die naar telefoon gaat van Koopman
en Dekkers.
Dat is een groot advocaatbureau.
Hunne cliënt, de naaier, was naast ze niet content.
Ja, dat weten we.
En wat nu?
Niks.
Als je met zo'n gasten om de zenen werkt, ben je goed bezig.
Dat staat tussen mijn posten.
Doe de look.
Ik denk dat we niet goed bezig zijn.
Dat is die testagrimon.
Daarom dat ze zich zo schuldig voelde.
Wie is die andere?
Herman van Donink, directeur van Sint-Josef.
Dat is de instelling waar Babus werkte.
Er is iets nieuws opgedoken.
Wat wil je nu dat ik zeg?
– De waarheid, meneer Van Doning.
Ik heb Testa leren kennen op een personeelsfeest.
En dat klikte goed tussen ons.
Het ging niet zo goed tussen haar en Johan.
En dan hebben wij een paar keer afgesproken.
Maar ineens stond Johan met die foto's voor m'n neus en ik moest voor hem iets
doen. Anders zou hij met die foto's naar m'n vrouw gaan.
En wat moest u doen? Bouwens wilde dat u de firma De Smet denaaier zoveel
mogelijk schade brokkende.
U bent toch waarnemend burgemeester?
Ja.
Amor vincit omnia.
Toepasselijk.
Wat moest u doen?
Bouwvergunningen weigeren, strenge werfcontroles doen, dat soort zaken.
En? Ik zei dat dat onmogelijk was.
Onafhankelijke ambtenaren moeten dat doen. Ik niet. Ik kan dat niet. En?
Ja, en. Hij was kwaad.
Maar hij besefte dat ik gelijk had en dat hij niet moest aandringen. En hoe
zijn die foto's bij ons terechtgekomen, denkt u? Dat weet ik echt niet. Ik weet
het niet.
Waar was u vier avonden geleden, tussen zes en twaalf?
Dat was een maandag.
U heeft verklaard dat u toen rond zes uur s'avonds met Johan Bouwers bent
doorgegaan na een werkvergadering. Maandag.
Wat heeft u daarna gedaan?
Dat was het gemeenteraad.
Ja. Dat heeft geduurd tot na middernacht. Er zijn echt heel veel
getuigen, want heel de gemeenteraad was aanwezig.
Tessa Grimaud.
Zij komt erachter dat haar ex haar minnaar chanteert. Zij maakt daar ruzie
over, het loopt uit de hand en ze dumpt hem in het kanaal.
Eventueel met de hulp van Van Donink, na de gemeenteraad.
Erika Denayer.
Bouwers dreigden met de proces en eisten 50.000 euro.
Dat is nu van de rol.
En dat komt erna natuurlijk goed uit.
En dan zijn er nog de foto's.
Van wie komen die?
Johan Bouwers werd onrecht aangedaan. Daar was hij van overtuigd.
En dus zet hij alles op alles om genoegdoening te vinden.
Hij gaat daarvoor zeer ver. Het wordt een obsessie.
Zo beschadigt hij de wagen van de vrouw van de immobilie en chanteert in zijn
directeur met foto's van zijn eigen vrouw nota bene.
En hij dient een klacht in. En hij dient een klacht in.
De directeur heeft gelogen.
Bouwers zou nooit stoppen.
Niet voor zijn vraaggevoelens waren bekoeld.
Dus wanneer de directeur weigert om op de chantage in te gaan, zegt Bouwers hem
dat hij de foto's in zijn brievenbus heeft gestoken.
Waarop de directeur, zo snel hij kan, naar zijn huis rijdt.
Later krijgt Bouwe spijt van de foto's en stuurt een sms naar zijn vrouw.
Spijt me.
En hoe ben jij dat te weten gekomen?
Simpel.
De nummerplaten kwamen niet overheen.
De directeur was er niet met zijn eigen wagen.
Waarschijnlijk met de wagen van zijn vrouw, vanwege de beschadiging.
John, gewapende vrede is dan misschien beter dan oorlog, maar daarom niet
minder gevaarlijk.
Ik zal je vertellen over die fietser.
Oké.
Bouwens heeft die foto's zondag in de bus gestoken bij ons thuis.
Jenny maakt altijd die brievenvies leeg om tien uur. Dus ik moest trap zijn.
Ik had die fietser wel gezien.
Ze is ineens uitgeweken vlak voor mijn auto.
Dus ik kon niet meer stoppen.
En ik begon te panikeren.
Ja, hè.
Mijn carrière.
Mijn... Mijn huwelijk.
Alles kapot.
Ik had gewoon nooit mogen doorrijden.
Dat klopt.
Je werd zo gezoet, luid. Toch? – Ja.
Ginny was razend.
Nog altijd, trouwens.
Het is zij die die foto's naar u heeft gestuurd.
U heeft eerder verklaard dat Bouwens die een dag gewoon is komen werken.
Jullie zijn zelfs samen doorgegaan.
Dat moet niet simpel geweest zijn.
Nee, maar
ik heb hem niet vermoord dat je dat wilt zeggen.
Die affaire was een vergissing.
Dat zou gewoon nooit mogen gebeuren.
Ik voelde mij zo slecht.
Altijd die ruzies.
En toen Johan erachter kwam, hij kon dat niet verwerken. En hij is direct
vertrokken. Wanneer hebt u hem voor het laatst gezien?
Niet meer.
Dan ineens was er die sms.
Hij is die avond niet meer langsgekomen?
Nee.
Ik heb hem nog gebeld, maar hij nam niet meer op. Bent u er zeker van?
Ja, ik heb u dat toch gezegd?
Blijkbaar viel er niet meer mee te leven met uw man.
Totaal onvoorspelbaar.
Vandalisme, chantage, wie weten we nog allemaal.
Kunnen we dit gesprek niet afronden?
Ik bedoel, ik kan alleen maar vaststellen dat u geen enkel tastbaar
bewijs heeft.
Nou ja, dat wordt geen simpele.
In afwachting van professor Tellink zou ik graag een kleine mededeling willen
doen. Excuseer.
Ja, kom. Ga maar vlug ergens zitten. Of ergens staan.
De professor betreurt zijn houding tijdens de vorige les.
En hij zal de aula nooit meer vroegtijdig verlaten. Nooit meer.
Vanaf nu dus.
Goed. Ja.
De professor zal waarschijnlijk... Ah, voilà.
Goeiemorgen. Goeiemorgen.
In een crimineel onderzoek zijn er drie criteria om te bepalen of iemand
verdacht is.
Welke?
Motief, gelegenheid en middelen.
Exact. Maar de criminologische psychologie voegt daar nog een criterium
aan toe.
Persoonlijkheid.
Hypothetisch. Het is niet omdat iemand er voordeel bij haalt dat een collega in
het ziekenhuis terechtkomt, dat hij ook schuldig is aan de feiten.
Zo'n conclusie is natuurlijk kortzichtig en dom. En getrokken uit de overtuiging
dat we het allemaal beter weten.
Nee, nee, nee.
Zoals gezegd, een pure hypothese.
Want het criterium persoonlijkheid is hier duidelijk niet in overweging
genomen.
Want... Is het ook niet moeilijk om een persoonlijkheid te
peilen? Absoluut.
En waarom?
Omdat iemand zich altijd anders kan voordoen?
Exact.
En dat mag u nog eens herhalen, luid en duidelijk.
Omdat iemand zich altijd anders kan voordoen.
Hoofdinspecteur, drie dingen.
Eén, wie heeft de eis tot schadevergoeding ondertekend? Twee.
Ik wil een lijst van medewerkers bij Koopmans en Dekkers.
Ja, dat advocatenbureau, ja. En drie, je moet een huiszoeking doen.
Dat hangt af van één en twee.
Dat was het voor vandaag.
BK.
Ze gaan net beginnen.
Kloofinspecteur, u heeft hetzelfde gegeven. Er is geen bewijs. Toch wel.
Sporen van bloed. We hebben geprobeerd om alles proper te maken, maar
tegenwoordig vinden we nog wel iets terug.
Sorry.
Mama.
Ik heb Johan. – Mama.
Ja, dat mag je ook.
Ons uitleggen waarom... Vrouw Bouwers, de foto's zijn niet bij u genomen.
Maar wel bij uw zoon.
En wij weten ook waarom.
Een eis tot schadevergoeding.
Wie heeft de eis tot schadevergoeding ondertekend?
Ondertekend door meester Bouwers.
Maar dat is niet uw aantekening, hè?
Dat heeft uw vader gedaan.
Uw handtekening nagemaakt.
Ik wil een lijst van medewerkers bij Koopmans en Dekkers.
De naaier was woest.
Razend gewoon.
Dat zei mijn baas toch.
Zij was een grote klant bij Koopmans en Dekkers.
Dat wist onze pa niet.
Ik heb hem dat ook nooit verteld.
Hij was toch helemaal kwaad geworden.
De naaier heeft mijn ontslag geëist en de garantie dat ik nooit meer ergens
werk zou vinden.
Ik ben eerst waar Gintel niks ging drinken.
Ik was juist thuis en hij stond er al te zwaaien met die brief.
Hij had de naaier goed bang gemaakt.
Het zou nu wel bijdraaien.
En toen heb ik hem de waarheid gezegd.
Gewoon de waarheid.
En hij werd kwaad.
En ik werd ook kwaad.
Het was de fiets.
Kunnen we dit gesprek niet afronden?
Ik bedoel... Dat is wat.
Je bekeerst cadeau.
Je vond die kleur meer iets voor een meisje. Mama,
ik fiets zo weinig. Het spijt me zo.
Je had de kans om vroeger vrij te komen.
Je hebt verklaard voor de Raadkamer dat je van plan was om te vluchten.
Ik begreep die vraag van dokter Gijzelbrecht wel.
Waarom vond jij je veroordeling terecht, Jasper?
Waarom wilde jij per se naar de gevangenis? Papa... Ik had iemand
doodgeschoten. Het was onweerstaanbare drang, jongen.
Of was het liefde?
Jasper, geen schuldgevoel. Dat geloof ik niet.
Wat ben je dan nu?
Jij hebt mij het grootste schuldgevoel van de wereld aangepraat.
Zeker als de God bestaat.
De God bestaat.
En de liefde.
De Château Petrus van 1990?
Amai.
Zijn ze zeker?
Zou jij mij willen helpen?
Ik zou graag mijn vader wat beter willen leren kennen. Uw vader? Ja.
Ik heb aan mevrouw Snijers gevraagd om mij zijn personeelsdossier te verzorgen.
En?
Schijnt heeft ze serieus zot voor moeten doen.
Nu is dat dan alleen maar... onbenullige papieren in en een foto.
Blijkbaar heeft iemand de belangrijkste documenten eruit genomen.
Iemand wil per se iets voor mij verborgen houden.
En ik zou u willen vragen om mij te helpen de waarheid te vinden.
Ik ben ooit nog bij de politie geweest.
Wel, dat komt dan goed uit.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.