Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Olivia!
Olivia!
Zorg zelf voor haar.
Wie is W, mama?
Ik heb geen honger.
Olivia!
Fabien. Wouter.
Wouter.
Hé, waar is hij?
Waar is hij? Hij is weg.
Ik denk dat hij ergens aan was.
Wat is er gebeurd? – Olivia is weg.
Wat is er hier allemaal? – Ik kan Olivia niet vinden.
Ik ga terug slapen.
Ze voelde zich niet goed.
Ze heeft een ruzie gemaakt en ik weet het niet.
CP, we weten allemaal wat zo'n toon is.
Fabien.
Jasper!
Ik kan dat zelf ook pakken.
Probeer gewoon maar vriendelijk te zijn met ons.
Waarom?
Al nieuws van ons, madame?
Niet dat we weten, nee.
Ik snap het probleem eigenlijk niet. Wat is er nu anders dan anders?
Niks. Heb ik u iets gevraagd?
Je bent wel lang te duur.
Ja, ik vind dat ook.
Die voelde zich toch niet goed gisteren?
Ik zou dat geld eens in een luchtje gaan scheppen, dan met dat zware weer
overboord gesukkeld of zo. Ja, als dat is, dan vind ik die niet meer terug. Oh,
dan vind ik die niet meer terug.
Ah nee, ik bedoel, de zee, zinken aan een bodem, haaien, walvissen, walvissen.
Ik moet over iets anders hebben.
Gigi?
Ze hebben heel het schip afgezocht.
Ik snap dat niet.
We zitten op een boot.
Het kan toch niet gewoon ineens weg zijn?
Je kunt ze niet bereiken. Ik heb honderd keer proberen te bellen.
Ja, maar die komt wel boven water. Hier.
Wat?
Goed gedaan.
Ze zeggen dat toch?
Uw moeder en ik zijn altijd heel close geweest.
Heel close.
Ook toen uw vader nog leefde, ja.
Dat was gewoon zo. Ik ben niet geïnteresseerd in het waarom.
Meestal is de reden nogal banaal.
Wist mijn vader van jullie affaire?
Ik weet niet wat uw vader allemaal wist.
U kunt niet in het hoofd van iemand anders kijken. Natuurlijk wel. Ik doe
niets anders.
Ik heb het bovendien van u geleerd.
Het is de korte weg naar de waarheid.
Hoe zou hij gereageerd hebben, had hij het geweten?
Want goochelt.
Boos. Woedend.
Hij zou u een pak slaag gegeven hebben.
Waarschijnlijk. Maar geen zelfmoord hebben geplicht.
Jasper, ik weet dat je antwoorden zoekt, maar soms is het beter om gewoon de
dingen te aanvaarden zoals ze zijn.
Er was een reden dat uw moeder bij mij troost kwam zoeken.
Troost? Ja.
Heb je haar graag gezien?
Zie je hem nog altijd graag? Ik hoor hem niet.
Onbekende vrouw, half vijf tot dertig.
Volgens de wetsdokter is ze overleden door een slag op het achterhoofd. Ze is
pas daarna in het water gegooid.
Wat is er op haar gezicht?
Peuzelwonden. – Peuzelwonden?
Vissen, garnalen. Ze komt uit het Valle Zee.
Van een of andere boot gevallen?
Dat kan.
Ze zat vast in de eerste slaas aan een monding.
Jasper, hij was eerlijk.
Dat is positief.
Nee, dat is het probleem.
Dat hem de waarheid zegt. Een deel van de waarheid.
Piep is verschijnsel bij ondervragingen.
Hij weet dat ik zoiets doorzie.
Misschien is het ook wel logisch dat hem niet alles zegt.
Jasper, dat is allemaal zo persoonlijk. Ik wil een dossier.
Welk dossier?
Het dossier van de zelfmoord van mijn vader.
Nee. Dat heb ik nodig, Christina.
Nee. Als je me echt wilt helpen, dan geef het me. Jasper, ik zie wat er aan
het gebeuren is.
Ik zie wat dat met jou doet.
Je mag dat zelf niet aandoen.
Je hebt rust nodig in je hoofd.
Rust. Dat moet stoppen.
Het zal stoppen.
Als ik alles weet.
Bolletjes vandaag, John?
Je broodtos.
Ah, ja.
Schoon. Van een zelkie.
Nee, ik bedoel hoe je met je dochter omgaat.
Ik vind dat echt schoon.
Ik kan me voorstellen dat dat niet altijd zo simpel is.
Jawel.
Smakelijk.
Dat gaat bijna komen.
Merci. Merci, Bernard.
Ja.
We hebben een naam.
Olivia Bram.
Haar echtgenoot heeft een aangifte gedaan van haar verdwijning.
Ze zaten samen aan boord van de Marjorie 2.
Een zijjacht.
Jan-Pieter Pinceil.
Oké.
Laten we die komen.
Meneer Pinceel.
Onze deelneming.
We snappen dat het heel moeilijk voor u is nu.
Maar we zouden u toch een paar vragen willen stellen.
U was met vrienden op dat schip?
Twee andere koppels.
En gebeurt dat vaker?
Altijd op cruise.
Dat was de eerste keer.
Maar het had er iets over gelezen.
Ik vond dat een goed idee.
Ik dacht... Is Olivia diep bij mij?
Diep bij jou?
Zijn relatie was nogal... complex.
Ik dacht dat ze zich deze keer wel ging inhouden met de vrienden erbij.
Dus uw vrouw ging vreemd? Ze had een affaire. Geen affaire.
Gewoon... seksen.
Weet u ook met wie?
Meneer Pincel.
Weet u ook met wie? Ik wilde dat niet weten.
Allee, gast. Dat geloof je toch zelf niet? Dat is toch straf, hè?
Het is vooral straf dat u erover begint zonder dat uw collega's daarnaar hebben
gevraagd.
Wanneer hebt u uw vrouw voor het laatst gezien?
We waren die avond vroeg gaan slapen.
Ik werd wakker.
Ze was weg.
Olivia! Ik kon ze nergens meer vinden.
Ik ben bij Wouter en Vicky gaan kloppen, maar dat maakte ze zich geen zorgen.
Waarom niet? Ze kennen Olivia ook.
We weten allemaal wat ze aan het doen is.
Maar ik wist direct dat er iets gebeurd was. Ik voelde dat.
Ze bleef nooit zo lang weg.
En ook, ze voelde zich de avond niet zo goed.
Voicemail van Olivia.
Berichtjes.
Schatje, ik ben het nog eens.
Laat mij gewoon zo snel mogelijk terug.
Wat is er volgens jou gebeurd?
Ik weet het niet.
Ik kan zeggen wat je wilt, maar ik vond hem vrij openhartig.
In het begin wel.
Daarna wordt het allemaal wazig.
In de meeste gevallen geeft een verdachte iets van de waarheid in de
hoop daarmee goedwil en vertrouwen af te kopen.
In de meeste gevallen geeft hij daarmee ook de helft van de oplossing.
Z'n oplossing klopt alleszins niet.
De slachtoffer was dood, voor z'n water is terechtgekomen. Wat zegt een
technische? Die zijn nou bezig. Blijkbaar lopen ze niet zo gemakkelijk.
Waarom niet?
Ridderijen zijn als de dood voor negatieve reclame. In verhouding komen
de meeste verdwijningen voor op hun schepen. Iemand huurt een dure cruise en
duwt haar overboord.
Soms is een mens gewoon slecht.
Is er alleen het boze.
Ik vertrouw haar helemaal niet.
Zes keer.
Z'n vrouw doet het al jaren met Jan en alle man. En dan zou je daar nu ineens
problemen mee hebben. En haar vermoorden met twee koppels, alsjeblieft.
Ja, juist daarom.
Die heeft dat gewoon perfect gespeeld.
Haar constant bellen, paniek, paniek, en dan gaan aankloppen bij die andere
koppels. We zullen eens met die vrienden gaan praten.
Tenzij de professor een ander idee heeft.
Ik zou eens met de vrienden gaan praten.
Raymond?
Ja, commissaris.
Commissaris, dat is lang geleden.
Oei.
We zijn het al aan het maken, zie ik. Ja, we proberen.
Raymond, ik kom hier iets opzoeken. Ja, ja, oké.
Ik heb aan mevrouw Snijers gevraagd om mij zijn personeelsdossier te bezorgen.
En? Er zaten alleen maar onbenullige papieren in en een foto.
Blijkbaar heeft iemand de belangrijkste documenten eruit genomen.
Iemand wil per se iets van mij verborgen houden.
En ik zou u willen vragen om mij te helpen de waarheid te vinden.
Raymond? Ja?
Ik zou even iets willen meepakken, kan dat?
Is dat gemaakt?
Ja.
Het is een vriendentienst, Raymond.
Oké, maar dan moet u wel iets tekenen.
Dank u, Raymond.
Raymond?
Merci.
Olivia is mijn beste vriendin.
Al van in de kleuterklas.
Ze was getuige op onze trouw.
Ik ben meester van haar eerste.
Die kinderen.
Maar we hebben gehoord dat de sfeer aan boord niet optimaal was.
Er was ruzie. En Olivier heeft JP echt zitten pushen.
Ik wou het al een duur ook allemaal niet meer weten.
Ze... Het was iemand over.
Ze gingen vreemd.
Ze gingen ook scheiden.
Er was iemand anders. Er was altijd iemand anders.
Wie?
Niemand specifiek?
Nee, geen idee.
We waren toch goeie vriendinnen? – Ja.
Maar ik had haar gezegd dat ik dat niet meer wou weten.
Ze moest dat niet meer tegen mij zeggen.
Tegen JP zei ze het wel.
Die twee hebben wel echt ruzie gehad die avond.
Hoe weet u dat? – Ik heb dat gehoord. Tot in Ooskage.
Denk je dat hij is beginnen flippen?
Flippen, een chipje.
Dat was niet de eerste keer dat hij en Olivia zo heftig... Wij kennen die al
vijftien jaar.
Dat is een fantastische kerel. Dat is een hele goeie vader.
Hoe komt het dat de kinderen er niet bij waren?
Dat is een idee van Godje, hoor. – Ja.
Een keer zonder kinderen, zonder vroeg opstaan en wat er nog allemaal bij
hoort. Oké.
Jullie hebben geen kinderen?
Nog niet, nee.
Het is eentje onderweg.
Proficiat. – Ja, merci.
Het is nog vroeg. Je mag dat nog aan iemand zeggen.
Dat snap ik.
Jasper, wilde jij dat hier bespreken?
Jasper? Wie is daar?
Er was geen wetsdokter, dus ook geen verslag.
Alleen die PV met de belangrijkste vaststellingen.
Mijn vader hing aan de balustrade en onder hem lag een omgevallen stoom.
Er is ook een bewijsstuk.
Misschien een afscheidsbrief?
Nee, die was het niet.
Ik kan hem morgen halen.
Ja.
Jasper.
Jasper.
Voor elk dossier moet je tekenen.
In elk archief.
Ook in dat van de Reef.
Wil je dat eens gaan checken?
Dat personeel is de sier van uw vader.
Ik weet wie er dingen uit doet verdwenen.
De dekaan.
Hoe weet jij dat?
Wantrouwen. Dat is de enige verdediging tegen verraad.
Saskia? Ik weet het niet.
Wat?
Ik zou het niet doen.
Dat lezen.
Dat is ik weet niet hoe tof.
Het gaat je jonger is maken.
Nee, ik wil gewoon maar op de hoogte zijn.
Oké.
Ik zit ook op het internet.
Ik hoor wat je wil zeggen, maar ik ben echt nuchter.
Oké.
Was dat Christina?
Ja.
Ze komt veel langs de laatste tijd.
Mama.
Ja?
Waarom begon je ooit iets met de dekaan?
Ik verwacht niet dat je dat begrijpt.
Zie je hem nog graag?
Walter is een lieve man.
Dat was niet de vraag.
O, Jesper.
En dan de dood van je vader.
Ik weet het niet.
En ik moest toch voor u zorgen?
Je moest, je moest.
Trouwens, Walter ziet u ook graag.
Ik moet afwas doen.
Amai. De CPC is gezellig.
Een ideetje van John.
Als het lacht over het met iemand die een boot heeft gedaan, is de kans groot
dat het iemand van de bemanning is.
We hebben alle foto's opgevraagd van de rederij.
Ah, trouwens.
De technische heeft niks gevonden.
De kans dat ze in de kajuit is vermoord is heel klein.
En het autopsieverslag? Dat is er nog niet.
Oké. Hou me op de hoogte.
Mag ik u een hypothetische vraag stellen?
Tuurlijk.
Stel... Een getrouwde vrouw wordt verliefd op een andere man.
En de twee beginnen een geheime relatie.
De echtgenoot van de vrouw pleegt zelfmoord.
Waarom zetten de twee geliefden hun relatie dan niet verder?
Echt?
Had u met haar een affaire?
Met wie?
Dat doet er nu niet toe.
Met de decaan.
Spannend.
Spannend? Ik heb het gevoel dat u de ernst van mijn vraag in twijfel trekt.
Het tegendeel.
Volgens mij de enige logische verklaring is angst.
De liefde verdraagt geen logica. Oh, toch wel.
Het is logisch dat Romeo en Juliet op elkaar verliefd werden.
Al was het maar omdat hun liefde verboden was.
Dan moet er een andere verklaring voor zijn.
Dames en heren, de vraag van één miljoen.
Waarom zijn Adelinde van Marke en Walter de Pape geen langdurige relatie
begonnen? Antwoord A.
Ze leerden niemand anders kennen.
Antwoord B.
De seks viel serieus tegen.
Antwoord C. Zij voelden zich schuldig over de dood van uw vader.
Antwoord D. Ze deelden een vreselijk geheim.
Antwoord B. Dat van die slechte seks.
Ik denk C.
Schuld duikt onbewust op.
Hun liefde leidt tot de dood.
Voor mij is het antwoord D.
Adelinde en de decaan zijn op een heel directe manier verantwoordelijk. Dat
klinkt als een zware beschuldiging. Is dat uw definitieve antwoord?
Ik weet het niet.
Ik weet echt niet wat er is gebeurd.
Het architectiebeslag.
Dubbele moord.
Hoezo dubbele moord? Ja, het slachtoffer was zwanger. Nog maar een week of drie.
Daarom misschien dat ze zich niet goed houden. Daarom misschien dat ze ook
ruzie hadden.
Volgens mij hadden die allemaal geen seks meer.
Als dat kind niet van hem is, dan heeft hij een motief.
Ja, maar hoe heeft hij dat dan gedaan?
Stel, de ruzie loopt uit de hand en hij slaat zijn vrouw dood of ze valt slecht.
Hoe krijgt hij haar op dat bovendek zonder dat iemand dat ziet? Daar hebben
we het ook al over gehad.
Plus, er zijn geen sporen van geweld in die kajuit.
Hoe zit het met die andere koppels?
Wouter en Vicky Paridaans hebben gesproken, maar dat andere koppel,
Fabien en Lotje, die nog niet.
Waarom niet?
Verschillende keren gebeld, en een keer langs geweest, niet thuis.
Dat is raar, hè, mannetjes?
Ja, Christina?
Kom, terug naar die beste vrienden.
Oké.
Ja. Maar ik weet niet of ik hem samen met Olivia gezien heb. Nee, ik ook niet.
Ik vind dat wel moeilijk, zo op foto.
Nog een beetje koffie? Heeft Olivia er iets van gezegd als ze zwanger was?
Wat? Was ze zwanger?
Nee, er heeft ze niks van gezegd. Tegen mij toch niet? Nee, tegen mij ook niet.
Hoe lang al?
Nog niet zo lang.
We proberen ook Lotje en Fabien van Bessines te bereiken, maar dat lukt
voorlopig niet.
Daar kan je de VG zijn nummer geven als je wilt. Dat zou helpen.
Ze zijn laat op de baan, dus wellicht ben je hier.
Maar dat ga je mogen laten, hè, schat.
Met die indiën heeft ze wel een tijd staan praten.
Hé, toch?
Gij? – Ja.
Nou ja, dat is de barman.
Jens Klaarhouten? – Ja.
U bent barman op de Marjolie 2?
– Ja.
Kent u deze vrouw?
Wat?
Zeg het maar.
Er zullen dingen gebeuren. – Welke dingen?
Dat meen je niet. Heeft die klacht ingediend?
Zij heeft het initiatief genomen, ik niet.
Ik heb die niet verkracht. – Ze is vermoord. Ze heeft zich gisteren uit het
water gehaald.
Fuck, jongen.
Vermoord?
Ik heb daar niets mee te maken.
Je hebt er wel iets mee gehad.
Zo wat?
Die deed het met iedereen.
Ik was niet de enige.
Ik heb die betrapt met de vent van een vriendin. Op de wc's. Een zwarte.
Maar echt.
Je bedoelt deze man?
Ja, dat is hem.
Ik weet niet of dit een goeie idee is.
Jasper, gaat het?
Mijn vader heeft geen zelfmoord gepleegd.
Wat?
Hij is vermoord.
Neem jij dat mee?
Ja, ik wist dat, ja.
Ik wist dat mijn man en Olivia iets hadden, maar ik wist niet dat hij
zwanger was. Wist jij dat? Ik wist dat ook niet.
Jij was er toch bij? Heb jij een condoom gebruikt?
Jij hebt geen condoom gebruikt. Hebt u Olivia daarover aangesproken? Nee.
Meneer Van Besien, u wist wel dat Olivia zwanger was.
Dat is een serieus probleem.
Oké, misschien was het een ongeval. Heb je het niet expres gedaan?
Nu Olivia dood is, is uw probleem opgelost. Ik wist niet dat hij zwanger
was. Ik zat tot half drie bij water aan de bar. Dat kun je zelfs bij het
personeel checken. U had ook een motief.
Te bedrogen, echt genoten.
Wat doen we met een mens? Ik was razend op Olivia, ja.
Razend.
Maar dat hij dood is, dat is de schuld van één persoon. Van wie?
Van Olivia zelf.
Sommigen krijgen wat ze verdienen.
Fabien en ik hebben niks met haar te maken.
Is
het
dat waarvoor ik heb moeten tekenen? Ja.
Ik zou willen dat je het laat onderzoeken op DNA-spoor.
Waarom? Omdat dat 40 jaar geleden nog niet kon.
Dat bedoel ik niet.
Omdat Jasper denkt dat er kwaad opzet in het spel is.
Hij denkt dat zijn vader geen zelfmoord heeft gepleegd.
Christina, zo werkt dat niet. Dat weet je toch ook?
Er is geen onderzoek. Geen onderzoek, zegt er. Dus geen mandaat.
Trouwens, je hebt meer nodig dan we vermoeden. Paul, ik had gehoopt op een
wederdienst.
Voor alle zaken die hij hier heeft helpen oplossen.
Zo simpel is dat niet, hè.
Zaken oplossen ook niet.
Ik zal ze hier maar kant op.
– Merci.
Hij heeft geen zelfmoord gepleegd. Dat klinkt als een zware beschuldiging. Is
dat uw definitieve antwoord? Ja, antwoord D. Ze delen een vreselijk
geheim.
Is kippensoep goed?
Kippensoep is goed.
Het probleem is gewoon wat Olivia heeft gedaan na de ruzie met haar man. Ja, en
vooral, met wie is hij naar dat bovendek gegaan?
Oké, eliminatie dan. Wie niet?
Niet nadenken, gewoon buikgevoel. Wie niet? Lottje en Fabien.
Ze hebben allebei een motief, maar hij heeft een alibi en zij is gewoon kwaad
op hem.
Oké. Die ambarman?
Nee, die heeft geen motief.
Haar man.
Ja, het heeft een motief, maar... Ik had haar gezegd dat ik dat niet meer wou
weten. Ze moest dat niet meer tegen mij zeggen.
In de meeste gevallen heeft een verdachte iets van de waarheid in de
hoop daarmee vertrouwen af te kopen. Het is de beste vriendin. In de meeste
gevallen heeft hij daarmee ook de helft van de oplossing.
Het is Vicky.
Het is Vicky.
Die heeft geloven.
De halve waarheid gezegd.
Olivia is naar haar gekomen die avond.
Ze moest het aan iemand kwijt.
Dat ze zwanger was.
Ja, dat zou kunnen.
Vicky was alleen en Herman zat in de bar.
En?
Hoe ga je dat bewijzen?
Wil jij?
Inspecteur?
Nee, nu niet. Ik heb geen tijd. Ik ben druk bezig.
Wel, als u toch nog een en ander moet checken, dan stel ik liever morgen voor.
Ik denk wel dat we een kans hebben.
Dat is die inspecteur die bij ons thuis is. We mogen ze niet verknooien
natuurlijk. Ja, maar ik heb aanbeveling. Ah ja, oké.
Professor?
Ik heb niet zo goed geslapen.
Bedankt dat u wilde langskomen. Ja, ik snap eigenlijk wel niet zo goed waarom.
En u bent?
Meneer is hier om uw rechten te beschermen.
Mijn rechten?
Hij is pro deo.
Gewoon één vraag.
Oké. We hebben gisteren een gesprek gehad met meneer en mevrouw van Bezin.
Onze hoofdverdachten eigenlijk.
Oei. Olivia was zwanger van Fabien.
Lotje wist dat.
Wist hij dat?
Ja.
U heeft ons gezegd dat u daar niet van op de hoogte was. Dat klopt toch?
Klopt. Olivia was uw beste vriendin.
Ja.
Ik heb u al gezegd dat... Ik wou daar niks meer over horen. Die affaires, dat
interesseerde mij niet.
Dat deelde toch met uw beste vriendin, mijn zwangerschap?
Ik weet niet, ja.
Dat was echt allemaal pas, hè.
Ik zou dat ook niet zeggen.
Ja, dat is waar.
Mijn vriendin en ik hebben ook even gewacht.
Ja.
Oké.
Waarom heeft u tegen ons dan wel gezegd dat u zwanger was?
Het was toch ook nog maar pas?
En u bent toch al een tijd aan het proberen?
Tien jaar.
Dat is wat Lotje ons heeft gezegd.
Ja.
Zij wilde helemaal niet zonder kinderen op reis.
Ze vertelde ons dat het jouw idee was.
– Nee, dat is niet waar.
Het zou kunnen.
Op reis gaan met de kinderen van een ander terwijl u er zelf heel graag wil.
Ja.
Maar nu ben ik zwanger.
Veertien in vitro kuren.
Hoe weet u dat?
– We hebben het opgezocht.
Dat is privé, toch? – Hij wil het heel hard.
Dan ben je eigenlijk wanhoop.
Je bent niet zwanger.
Wat?
Het wil gewoon niet lukken.
Olivia doet het een keer en ze is zwanger.
Ze wil zeker zijn.
Ze komt naar je kajuit.
Ze vraagt je om een predictortest. Ze weet dat je er altijd één in de buurt
hebt.
U heeft ons verteld dat je zwanger bent om je motief weg te nemen.
Welk motief?
Jaloersie.
Je gaat toch niet iemand vermoorden uit jaloezie?
Je kunt niet in het hoofd van iemand anders kijken. Natuurlijk wel. Ik doe
niks anders.
Zo gaan ze er niet raken.
Kwaad. Zegenviert vaak.
Maar het overwint nooit.
Maar u geloof ik.
Bedankt. De statistieken bewijzen het.
Jaloezie als motief is inderdaad niet sterk genoeg.
Schaamte en vernedering daarentegen.
Schaamte en vernedering.
Ja, Vicky, deze geloofde niet.
Oh nee.
Ja, juist niet dat wij het tegen gaan.
Goeie timing, hè?
Kut, hè?
Ja, Olivia, je moet wel je verantwoordelijkheid pakken.
Je hebt al twee kindjes. Je weet niet wat je zegt. Je weet echt niet waar je
het over hebt.
Dat is de godgans dat je blijt en je doet en bla, bla, bla. Dat stopt nooit.
Ik moet nog maar naar een vent kijken en boem, zwanger.
Hila, zou je dat wel doen?
Ik ga dat niet houden.
Het eerste wat ik morgen doe, is een telefoontje naar de kliniek.
Abortus, jij ook? Nee, dank u.
Olivia, laat mij dat kind adopteren.
U heeft haar hopeloos aangekeken, gesmeekt zelfs om haar kind te
adopteren.
Olivia? Je probleem was opgelost en je probleem was opgelost. Maar toen heeft
ze iets verschrikkelijks gedaan.
Maar Vicky, zut!
Ik ga jou dat kind van mij en Fabien toch niet laten adopteren? Wat zei jij
nu?
Vicky, jij, mama... Je hebt dat geen maand vol, hè?
Het was niet de bedoeling. Het was niet de bedoeling. Echt niet.
Het was een stom ongeluk.
Het is gevallen.
Het is stom gevallen.
Je hebt haar niet alleen naar boven gebracht, Vicky.
Maar een
klets
van frustratie heeft haar niet gedood.
Oké.
Dat gaat niet.
Schaamte, vernedering en zuiver kwaad.
Want ze verdiende een genadeslag.
Uw beste vriendin heeft de verkeerde uitgelachen. Ze had de pech dat ze
tegenover het pure kwaad stond.
Een psychopaat.
Want u, vrouw, u bent de belichaming van alles wat slecht is op deze planeet.
Dat laatste kan ik helaas niet bewijzen.
Net zo min als het bestaan van God?
Toch, gek genoeg, bent u het ultieme levende bewijs dat er iets goed moet
bestaan, iets moois moet bestaan, iets prachtigs en krachtigs, iets dat ons
allen behoedt, dat iemand als u een kind zou dragen.
Waarom overwint kwaad nooit?
U zei helemaal aan het begin dat kwaad... Het goede van het kwade, John,
is haar heftigheid.
Daardoor kan ze zichzelf vermietigen.
Gelukkig. Ja, dat vind ik ook.
En hoe wist u dat van die adoptie?
Een ingeving.
Kunnen wij elkaar even gespreken?
Ja, ga zitten.
Ik heb de voorlopige resultaten van het DNA-onderzoek van... Ja, je weet wel.
Ja,
het zou wel eens kunnen dat je gelijk hebt.
Er zijn twee verschillende sporen gevonden.
Het ene waarschijnlijk van je vader.
Ja, en het andere...
Kan die meisje... Dit is niet normaal.
We hebben niks straffer, zeker?
Jawel. In een bureau voor haar bed.
Zeker weten.
John, wilde jij Peter van ons kindje zijn?
Denk daar gewoon eens over na.
Is Jelena al terug? Nee, die is nog altijd met de vakantie.
Mama?
Walter is op bezoek gekomen.
Gezellig.
Bo, zal maar eens gaan.
Jasper.
Walter.
Ik doe de afwas.
Hey. Sluppé.
Judas.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.