Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Het is moeilijk na het vroeg ontwaken je te missen.
Hier naast mij.
De nacht verdraagt de leegte niet en de dag al evenmin.
Ik speur over de akkers door de dichte regen naar waar je nu bent en vind je.
In alles.
Ik kijk achterom naar waar je altijd bent geweest.
Ik ben nabij.
Is that all there is?
Is that all there is?
If that's all there is my friends, then let's keep
dancing.
Let's break out the booze and have a ball.
If that's all there
is.
Dat is Serge Louwers.
Hij werkt bij de sectie drugs. Misschien kennen jullie elkaar.
Nee, ik denk het niet. Serge Louwers.
Paul. Rabbit.
Christina vertelde mij dat je net terug bent uit Indië. Ja, dag gisteren.
Oké. Waar?
We komen eraan. Hoe was het?
Warm.
Chef,
ik bedacht overlijden op een internaat.
Ik zie je.
Dank u.
Greet van Aast. John van den Meek.
Paul Rabbet. Zal u voorgaan? Ja, graag.
De hele school is in shock.
Ja, we zijn allemaal in shock.
Tijdens het ontbijt hadden wij nog niks gemerkt, wat ook enigszins normaal is,
want we zijn een heel grote school, we hebben heel veel leerlingen.
Tijdens het tweede lesuur zag de leerkracht dat Elise afwezig was. We
zijn dan direct naar haar kamer gegaan, maar haar deur was op slot. Maar de
opvoeders hebben wel een loper.
En zo hebben we haar dan gevonden.
Loop eens door, jongens.
Loop eens door, er valt hier niks te zien.
Dit is de meisjesschang.
Ja, het is beter dat we hier even wachten. Ja, absoluut.
Je de foulard.
Ze knijpen hun keel dicht om een soort roes... Weet je wat je de foulard is?
Waar zijn die jonge gasten toch mee bezig tegenwoordig?
Ah, Johan.
Wat zeg je het parquet? Het lichaam mag vrijgegeven worden.
Mag jij het verslag?
John?
Heb jij er foto's van?
Jasper, ik heb die afspraak toch afgezegd? Dat komt me slecht uit.
Ik weet dat je nerveus wordt als dingen veranderen, maar ik heb verplichtingen.
Kun je die niet afzeggen?
Dat is Rudy, mijn man.
Rudy, haar band.
Overplaatsen.
Is dat oké? Als ik snel even... – Ja, rap.
Niet te veel.
– Nee, niet te veel.
Vijf. – Vijf?
Vijf, oké. We moeten echt wel weg, Helena.
Zonder jou gaan ze niet beginnen.
– Nee, dat is waar.
Zonder mij gaan ze niet beginnen.
Dat is waar.
Zonder mij gaan ze niet beginnen.
Sorry, ik ben hun die.
Arme man.
Vijf. Niet te veel. Ik ben hun die.
Morgen lukt het wel. Ik laat u nog weten wanneer.
Ja, John?
Als je de deur van je kamer op slot doet, dan laat de sleutel daar toch op
zitten? Ja.
De sleutel lag op haar bureau.
John, een meisje van 17 jaar is zo stom om in gevaarlijke dingen te gaan
experimenteren. Meer moet je daar niet achter zetten.
Er waren geen sporen van verzet.
Anders had het parquet wel een onderzoek gevraagd.
Mag ik nu?
En dan, om negen uur dertig hebt u een afspraak met Lotte Dirks, om nog eens
over haar theses te spreken.
Lieve professor, jij bent toch een lekkere zin. En ik zou het geweldig op
wijs stellen als u er deze keer wel waard, want de vorige keer was u iets
vergeten. En we kunnen haar toch moeilijk in de schelden duwen, of wel?
Alles onder controle, professor.
Mevrouw Snijers, wat doet u als u zich opgeladen voelt?
Opgeladen, zegt u? Ja, wat doet u om tot rust te komen?
Een grote pot kamillethee.
En het wereldkampioenschappensnoeker op de BBC.
Of een keer een goeie massage.
9.30 uur, Lotte Dirks. Want ze kijkt ernaar uit.
Jullie waren goeie vriendinnen.
Jij en Elise.
Je weet hoe ze gestorven is.
Sam, heeft Elise ooit iets gezegd... ...over een wurgspel?
Nee.
Had ze een lief?
Ja.
Dat ben ik.
Van Mierode.
Zit hij hier ook op internaat?
Het is een jongensverdeling.
Waar is dat lange koppel?
Vijf maanden en zeven dagen.
Is dat serieus?
Jij kent elkaar al redelijk goed.
En je hebt ook al... Nee.
We hebben nog nooit seks gehad.
Als dat is wat je wilt weten.
Ik heb trouwens ook geen respect voor meisjes die met iedereen naar bed gaan.
Nog nooit?
Oké. Wanneer heb je Lize voor het laatst gezien?
Gisteren. In de les.
S'avonds niet?
Nee.
We kunnen elkaar s'avonds niet zien.
De jongens en de meisjes zalen zijn gescheiden.
Dat is raar dat hij dat zegt.
Ja.
Goed, hè?
Ik wil Tom en ik niet in probleem brengen.
Komaan, Sam.
Niks blijft hier lang geheim.
Tom en ik was gisteren nog op de kamer van Elise.
Oké. Hoe laat?
Negen uur, zoiets.
Sam?
Is er nog iets?
Er staat een ruzie.
Ik kan ons naar mijn kamer horen roepen. Waar had ze ruzie over?
Dat weet ik niet.
Mag ik dan nu terug naar de les?
Ja.
Hey.
Hey. Kom binnen.
Het stoort toch niet?
Ik ben gewoon een beetje aan het trommelen.
Ik zie het.
Wil jij... Wil jij iets drinken? Nee, merci. Ik kan niet te lang blijven. Oké.
Van je vader? Ja.
Hij was altijd aan het schrijven of aan het tekenen.
Megaschattig. Ik zie hem.
Geen wiskunde? Ja, ons papa met cijfers. Not.
Onze mama deed zelfs de boekhouding van de winkel altijd.
Na haar uren, hè.
Wat deed uw mama? – Een pleegster.
Toen haar mama gestorven is, heb ik de boekhouding zelfs gedaan.
Zijn papa was te veel een dromer.
Een hele stille, lieve dromer.
Ze moeten er ook zijn.
– Diep. Ze hebben al sinds een prachtige dochter op de wereld gezet.
John van Humbeek.
Als je daarvoor naar hier gekomen bent om mij op te krikken met valse
complimenten... Dan is het keigoed aan het lukken.
Hé. Hé, John.
Hé.
Jens.
Jens.
Moet jij iets drinken?
John kan niet blijven.
Ah, zo wel.
Zijn complimenten zijn op.
Diep.
Liesje, ik ga een koffie pakken. Moet jij ook iets?
Nee, dank u.
Liesje, ik wist niet dat jij... Wat kan jij eigenlijk doen, John?
Iets voor het werk, eigenlijk.
Oké.
Ik zit met... Ik weet niet,
het is delicaat om naar de pool... Meer moet je daar niet achter jokken.
Mag ik nu?
Ik zou wel eens willen praten met de professor.
De professor?
Dat is lang geleden dat ik daar iets aan gehoord heb.
Hij was nog thans op de begrafenis.
Echt?
Ja.
Liesje, waar staat die koffiepet?
Mevrouw Sneijers. Het was spannend gisteren.
Ik heb vannacht geen oordichtje dan.
Na 15 minuten ligt hij in slaap. Een garantie.
En niet vergeten, 9 uur 30, Lotte Dirks.
Tot straks.
Goedemorgen. Mevrouw Snijst.
U vindt het wel zeker?
Elise de Roy, 17 jaar, gisteren dood teruggevonden op haar kamer in het
internaat. Jules de Foulaar, op het eerste gezicht.
Jules de Foulaar?
U weet wat Jules de Foulaar is?
Het met opzet veroorzaken van een zuurstofgebrek in de hersenen. En dit om
een roes te creëren. Wordt ook wel eens wurgseks genoemd, maar dat is eigenlijk
een verkeerde term. En veel gevaarlijker bovendien.
Er zijn enkele beroemde voorbeelden. Michael Hutchins, van NXS.
Er zijn een paar zaken die niet kloppen, denk ik. Aha.
Hij denkt.
Eén. Haar kamer was op slot, maar de sleutel zat niet op de deur.
De opvoeders hebben wel een loper. En iedereen kan eraan.
En twee.
Is dat een vriendje?
Dominique van Merode?
Dominique beweert dat hem Elise voor het laatst in de les heeft gezien, maar nu
is er een vriendin die beweert dat ze hen nog ruzie heeft horen maken in haar
kamer vlak voor haar overlijden.
Dat is interessant.
Wat zegt de autopsie? – Ze zijn er nu mee bezig.
We moesten aan de ring het parquet dat het lichaam had vrijgegeven.
Wij gaan nu naar die school.
Zou jij wel meegaan?
Absoluut.
Professor, uw date van negen uur dertig is er.
Nu vraagt Erik ze.
Professor. – Geen tijd.
Wat is er?
Kom, gasten.
Kleine tip.
Voel jij je eens iets anders dan aantrekkelijk?
Nee, ik denk dat we wel wat snel zijn geweest met ons oordeel.
Nee, Gerangi is oké.
Ze zal een goeie moeder zijn voor ons Katerientje.
Zeg maar, hier is precies ook veel veranderd.
De Serge.
Goed, hè?
Zeker goed.
Ik ga het even pakken. Doe maar.
Kasper?
Nee, Kasper, dat gaat niet.
Omdat het nu mijn week is, Kasper.
Kasper, omdat dat de afspraak is.
Ja?
Mag ik...
Je moet niet wachten tot ik thuis ben. Je mag hun cake bakken. Doe je maar.
Nog een heel pak in de kelder.
Onze Elise moet zich daar niet mee moeien. Onze Elise kookt. Die moet zich
niet moeien.
Zij moet zich niet moeien met dat jij een cake bakt.
Paul was er.
Ik snap dat ze dat ambetant vindt.
Onze Elise kookt, maar het is niet de bedoeling dat zij dat doet.
Wie de cake bakt, ruimt de keuken op.
Ja?
Ça va, jongen?
Oké.
Tot vanavond.
De cake.
M'n puber.
Doen ze lastig? Ja, lastig.
Ça va.
Je bent al weg?
Ik heb een afspraak met de korpschef.
Wij gingen toch lunchen?
Ik had je dat gezegd.
Ik heb dat helemaal vergeten.
Hé,
is het oké als ik hier nog wat telefoontjes doe? Jij mag hier bellen
zolang jij wilt, oké? Oké.
Ga je mij loslaten?
Ça va, Marie?
Ça va?
Oké. Ja, ça va.
Merci.
Tot vanavond. Tot vanavond.
Ik ben wel haar moeder, dat begrijp ik. Ik heb het recht om te weten wat er aan
de hand is.
Ja mevrouw, maar aangezien de omstandigheden, kunnen wij niet zo
iedereen maar contacteren. Ik stel u voor om plaats te nemen en dan zijn we
daar bij u terug.
Alsjeblieft. Dank u wel.
Het is allemaal heel vervelend nu.
Ik dacht dat het onderzoek was afgerond. Ze zouden u toch nog graag een paar
bijkomende vragen willen stellen.
Ik begrijp dat je je job moet doen, maar het is ook mijn job om de eer van onze
school hoog te houden. En heel dat verhaal met Elise de Roer, dat doet daar
geen goed aan. Dat begrijpt u toch wel?
Ja, zeker in dit moment.
Die reporters zijn hier niet in verband met Elise?
Nee, absoluut niet.
Mijn docent heeft een dichtpundel gepubliceerd. Dat is de leerkracht
Nederlands van Elise de Roer.
Ik ben Rudy. Is die docent toevallig Rudy van Grieken?
Ja, waarom?
Ja, waarom?
Nog niet uitschenken, hè?
Anders is je branche daar direct weer helemaal uit.
Ja, dat is allemaal heel belangrijk voor onze school, zoiets.
En ik wil echt niet dat dat ondergesneeuwd raakt door een verhaal
van een ontspoord kind. Ik zeg maar zoals het is, hè.
In deze uitzonderlijke omstandigheden is het natuurlijk heel normaal dat jullie
met vragen zitten.
Lastige vragen.
Het is denk ik heel belangrijk dat we die...
Dat
we die vragen met elkaar delen.
Zodat we...
Professor.
Doet u maar alsof ik er niet ben.
Dus zoals ik zei, is het zeer belangrijk dat wij elkaar daarin steunen. Dat we
een plek kunnen geven aan dit grote verdriet om het te verwerken.
Wat een onzin.
Driekwart van deze leerlingen vinden het absoluut niet erg... wat er met Elise
Leroy is gebeurd.
Professor, alsjeblieft... Toegegeven, de meerderheid zal wel doen alsof ze het
erg vinden... omdat gezamenlijk lijden nu eenmaal groepsverbindend werkt.
En ze ooit op een dag met warme gevoelens zullen terugdenken... aan deze
dagen van gratis solidariteit.
En dan zijn er natuurlijk nog degenen die het...
Oprecht erg vinden.
Maar zij vinden absoluut geen troost in het delen van mekaars emotie.
Professor, dit is werkelijk onaanvaardbaar hoor. Nee, het is
onaanvaardbaar en ronduit misdadig. Om deze jonge mensen te laten geloven.
Dat enkel door erover te praten.
Of zelfhulpgroepen op te richten.
Of op een dag, God weet waar, witte ballonnen op te laten.
Dat dat deze mensen door hun verdriet en pijn zal helpen. Want niets is minder
waar.
Professor.
Ik eis dat u nu de ruimte verlaat.
Een mens draagt zoiets alleen.
Een mens moet alleen door die diepe vallei van intens verdriet.
En niemand kan hem daarbij helpen.
Niemand!
Professor.
Ik hoop dat het niveau van uw dichtbundel hoger is dan die van uw
lessen.
Want u heeft het al door.
Daar vrees ik namelijk voor.
Kijk, dat rijmt alvast.
Je hebt gelogen, Dominique.
Op school.
Nee. Ja.
Mensen die liggen hebben niets te verbergen.
Ik heb niets te verbergen.
Ik weet niet wat er met Elise is gebeurd. Je hebt Elise voor het laatst
gezien in de klas. Ja. Nee.
Je bent s'avonds op haar kamer geweest. Je hebt ruzie gemaakt.
We hebben geen ruzie gemaakt.
Dus?
Je bent wel op haar kamer geweest.
Ja, ik ben op haar kamer geweest. Maar we hebben geen ruzie gemaakt. Oké, je
hebt geen ruzie gemaakt. Wat is er dan wel gebeurd?
Ik had een probleem met Nederlands.
Wij moesten een boekbespreking maken.
En ik snapte dat boek niet. Welk boek?
Animal Farm. Schrijver?
George Orwell.
Want die was daar goed in.
Waarom heb je mij dat niet gezegd?
Omdat dat niet mocht.
We mogen s'avonds de kamer niet uit.
En toen je dan doorging, was alles nog oké?
Ja. Ik heb niets speciaals gemerkt.
Nee? Ze deed niet raar.
Ze was niet nerveus of zo?
Nee, helemaal niet. Heb je geen sleutel van haar kamer? Nee, natuurlijk niet.
Kom eens mee, Julie.
Het autopsierapport.
Geen sporen van verzet.
Het is niet omdat ik een paar maanden weg ben geweest dat de regels zijn
veranderd.
Ik zeg klasseren, wat doe je?
Je verhoort een verdachte terwijl er niet eens een misdrijf is. Wij hebben
niemand beschuldigd, hè, Paul. Dat zou er nog bij moeten komen, zeg.
En van nu snap ik het ook niet, hè.
Wat kom jij hier eigenlijk doen de dag nadat je vader is begraven? Paul, oh,
zo... Maar het is toch waar, zeker?
Zo gaan we dat hier niet oplossen.
Je kunt het misschien gelijk hebben, maar toch zo niet.
Dus er zijn geen sporen van verzet.
Dat betekent toch niet dat we die zaak onmiddellijk moeten afsluiten?
Het zijn haar andere aanwijzingen.
We hebben het gevoel dat er iets niet klopt. Dan stel ik voor dat we daarmee
naar de onderzoeksrechter gaan.
Meneer de rechter, we hebben een gevoel.
Ja, maar het is toch waar zeker?
De CCU heeft haar computer onderzocht. Ze heeft drie sites bekeken over het
woordenspel. Dat meisje heeft iets willen proberen en dat is iets verkeerd.
Afgelopen simpel.
Dit gaan we doen.
Jullie gaan nog één keer naar die school.
Je doorzoekt de kamer van een slachtoffer grondig.
En als je dan niks vindt, dan sluiten we de zaak af.
Akkoord?
Wait. Ja?
Paard van Bezina. Ja, bo.
Misschien heeft de Paul gelijk.
Ik ben te snel terugkomen werken.
Ben je te snel terugkomen werken?
Nee.
Misschien wil je mij testen.
Testen?
Om te zien of ik dat nog wel wil.
Dat is iets waar ik eigenlijk al lang mee zit, John.
Ik dacht eerst dat het een toerele situatie was met ons vader.
Maar... Ik weet echt niet of ik dit nog wel
wil doen.
Bon, dit heeft geen zin. Er is niks.
Annelies?
De gesprekken met u... ...mij een bepaalde rust bezorgen.
Jij bent een man belachelijk gemaakt tegenover zijn leerlingen om u te wreken
op mij. Heel scherp gesteld.
Loser.
Ten eerste, als ik mezelf daartoe al zou verlagen, wat is dan de kans dat ik dat
ook zou toegeven?
Ten tweede, het feit alleen al dat u dat tot de mogelijkheden rekent, bewijst dat
onze gesprekken in feite zinloos zijn.
En tot slot, ik heb de leerlingen gewoon de waarheid gezegd. Uw man verkoopt hen
illusies en het is misdadig om zo iemand voor de klas te zetten.
Doei, professor.
Tja, even een punt.
Nog een fijne dag.
Ja, die 7 mol wil nog niet echt lukken.
Dat is geen oplossing, jongen. Blijf daar.
Zo ben ik er niet.
Kom, pak je hand vast.
Blijf daar.
wit linnen in den tuin en hoe t rimpelt in den wind bijna
rilt wispelturig is de lucht tusschen alle wolken hapert
licht
in
den schemer zal de wereld krimpen tot een tuin tot een avond waarin wit het
linnen rimpelt in de wind, bijna rilt.
Rilt het binnen ook in mij.
Daar is de nacht en soeverein is buiten nu de rust.
Elke rimpeling voorbij.
Elke rimpeling voorbij.
Het is schoon.
Het is heel schoon.
Maar daar kom ik niet voor.
Lotte Dirks.
Jasper, zoiets kun je één keer doen, maar geen twee keer.
En je doet het precies met opzet. Ik doe het ook met opzet. En nu wil je
waarschijnlijk dat ik vraag waarom.
Dat is een optie.
Oké dan.
Jasper, waarom heb je Lotte Dierks twee keer voor niks laten komen?
Ik ben blij dat u het vraagt.
Ik heb namelijk een vermoeden dat juffrouw Dierks...
Gevoelens heeft voor mij.
Gevoelens?
U vindt dat grappig? Nee, nee, nee.
Eerder ongeloofwaardig.
Ongeloofwaardig?
U kunt haar toch tactvol afwijzen?
Tactvol?
Ja, je hebt gelijk. Dat is misschien wat ongegrepen.
Zeg haar gewoon wat je stort.
Ik zal mevrouw Snees in uw afspraak laten maken.
Wat denk je deze namiddag om drie uur?
Misschien moet je gewoon eens alles vertellen, Dominique.
Alles wat je weet.
Het gaat je goed doen.
Echt.
Ja, naar bed.
Dominique.
Ik beloof het, je gaat je beter voelen.
Nou ja.
Wij hebben ruzie gemaakt.
Die avond.
Een zware ruzie. Waar ging die ruzie over? Ik denk dat Elise... Ik denk dat
ze daarom... Nee, Dominique.
Waarover ging die ruzie?
Ik dacht dat ze een ander had.
En je weet ook wie?
Dat heeft geen belang meer.
En wat als wij u zeggen dat Elise geen zelfmoord heeft gepleegd? Misschien.
Misschien.
Wie was die andere?
Dominique.
Dat weet ik niet.
– Dominique.
Zingen is toch een ander woord voor de waarheid zeggen?
Klikken wilde zeggen.
– Elise de Rooi wist iets.
Iets dat ze niet mochten weten.
Bernard, Annelies is er nog niet? Nee, ze is toch allemaal wat magertjes.
Alhoewel, die gast was wel serieus aan het liggen daar.
Dat verhaal van die affaire, dat klopt gewoon niks.
Er is iets raars met die school, John.
Mijn dochter wil een verklaring afleggen.
Elke les bleven ze met hem in de klas hangen.
Zo gezegd om te babbelen over poëzie of filosofie. Allee, geef dat nu gewoon.
Het is een liefdesgedicht.
Het is van Grieken geschreven voor Elisa.
Allee.
Hij ging zijn vrouw voor haar verlaten en hij ging daarmee samenwonen met die
Elise. Dat kind was amper achttien.
Waarom heb je dat vorige keer niet gezegd? Vorige keer? Welke vorige...
Sam,
wist Dominique hier ook van?
Dus daar ging die ruzie over?
Waar waren jullie?
Bij de gynaecoloog.
Meneer Van Grieken, ik ga met de deur in huis vallen.
U had een relatie met Elise de Rooij?
Nee. Een getuige beweert van wel.
Wat? Dat ik... En wie beweert? Dat is de vraag. De vraag is of het waar is.
Nee, natuurlijk niet.
– Elise was een mooie meisje.
Ze keek naar u op.
Afijn, dat is... Zeventien jaar, dat zijn kinderen.
Denk je nu echt dat ik... Wat is dat? – Dat is een gedicht dat u voor Elise
heeft geschreven.
Nee, dat heb ik absoluut niet geschreven.
Twee onafhankelijke experts beweren dat u het wel heeft geschreven. De stijl, de
woordkeuze.
Wou ze meer?
Gingen ze het aan uw vrouw vertellen misschien?
Maar u heeft een sleutel van het lokaal van de opvoeders?
Meneer Van Grieken, gewoon ja of nee. Heeft u een sleutel van het lokaal van
de opvoeders? Ja.
Er hangt een loper die op alle kamers past.
Ik leer nu dag na dag wat echt verzaken is.
Winst.
Ik win naarmate ik verlies. Ik heb Elise nooit aangeraakt. En bijna. Is het wel
draa, mijn lief?
Ik had geen relatie met haar. Je hurgt haar.
Ik heb Elise nooit aangeraakt. Ik had geen relatie met haar.
Een ongeval.
Ja, helaas word ik dus een beetje verkouden op dit moment.
Ik zal mijn best doen om de schade te beperken.
Jasper?
Jasper?
Ik dacht dat u iemand anders was.
Ik heb mij blijkbaar vergist in uw man.
Eerst dacht ik dat hij een of andere zielige rijmelaar was, die af en toe
tijdens een of andere jubileum wel eens een verdienstelijk gedicht in elkaar
knutselde.
Maar de wraak van Jago is echt wel goed.
Misschien een beetje verrassend naïef voor een man van zijn leeftijd.
Maar toch wel goed.
Het was al jaren dat hij probeerde om zijn gedichten te laten publiceren.
Telkens werd hij afgewezen.
En iedere keer was daar die ontgoocheling.
En nu is het gelukt.
De directrice heeft hem preventief laten schorsen.
Maar ook eens eens vuur, zeker?
Jago.
Dat is toch een personage uit Otello van Shakespeare?
Ja, Jasper.
Otello, dat is de man die zijn vrouw liet vermoorden omdat hij haar onterecht
verdacht van ontrouw.
Rudy zou dat nooit doen, dat weet ik zeker.
En dan is er nog iets met... Met wit linnen.
Ik wil dat jij dat bewijst.
Dat zal niet gaan, vrees ik.
Je zei het vele dingen, Jasper, maar Anke, u zit daar niet tussen. Ik bedoel,
ik kan de zaak niet oplossen, want dat heeft u net gedaan.
Ik heb de zaak opgelost.
Ik heb alleen nog iets van u nodig.
Van mij?
Dat leek ik onderweg wel uit.
Professor Lotte Dirks voor u. Uw eerste ontwerp van Thesis met
uitgebreid commentaar ligt klaar.
In de onderste schuif, mevrouw Sneijers.
Dan toch Rankenhuis.
Misschien kan u in het vervolg twee keer nadenken voor uw mails begint met
liefste professor en zegt dat hij een lekkere is.
Misschien moeten we ons met onze eigen zaken bemoeien. Zullen we dat afspreken?
Dat is mijn job, juffrouw Dirks. Dat moet je al uithangen. Dat is mijn job.
Ja, ik was het vergeten, ja.
Mag ik het hier halen straks?
Dat is goed. Ik stop om vijf uur.
Stipt.
Straks.
Amai.
Tinder. Al van gehoord?
Dat kan uw leven een heel ander kleur geven.
Dat is misschien ook iets voor u, hè, Conny?
Was je al klaar?
Geen idee.
Ik ben klaar.
Het is eigenlijk heel simpel.
Ofwel vertelt u gewoon de waarheid.
Ofwel wordt u beschuldigd van moord.
Waar gaat dit over?
Ik zal u helpen. U voelt zich al heel lange tijd minderwaardig. U heeft een
geweldige vrouw. En die heeft een geweldige job.
Als psycholoog en als publiciste.
En u?
U bent maar een leraar.
Althans... Zo ziet u het zelf.
En dus, om een en ander te compenseren, besluit u gedichten te gaan schrijven.
Maar die worden telkens afgewezen.
Opnieuw vernedering.
En dan op een dag komt Elise de Rooi voorbij.
Zij schrijft prachtige gedichten.
Wit linnen in de tuin.
Ik kon ze zien vanuit haar kamer.
En ruiken.
En dus besluit u enkele van haar gedichten onder uw naam naar een
uitgever te sturen.
Een gedurfd plan.
En bovendien gedoemd om te mislukken, want u beseft natuurlijk ook wel dat zij
daarachter zal komen.
En het daarbij niet zal laten.
Tenzij u iets over haar weet dat haar onder druk kan zetten.
Hoe lang wist u het al?
Wist ik wat? Hoe lang wist u al dat Elise de Rooi een relatie heeft met Sam
Koopaert?
U mag gaan.
Ik vervang meneer Van Grieken.
Gelieve notities te nemen?
Vandaag wil ik het met jullie hebben over Otello.
Een tragedie van William Shakespeare.
Othello was generaal in het leger van Venetië.
Hij is van Noord-Afrikaanse afkomst en gehuwd met de wondermooie Desdemona.
En dan is er Jago. Deur zacht toe, alsjeblieft.
Hij is officier in hetzelfde leger en kwaad op Othello, omdat deze laatste hem
een welverdiende promotie heeft geweigerd.
Dus Jago wil wraak nemen.
En hij doet dat op een heel originele manier.
Hij weet Otello ervan te overtuigen dat Desdemona hem bedriegt.
En hoewel daar helemaal geen aanleiding toe is, begint Otello zijn Desdemona te
wantrouwen.
Langzaam maar zeker neemt een ziekelijke jaloezie bezit van Otello.
Uiteindelijk zal Otello...
Desdemona, doden.
Hoewel ze hem nooit ontrouw is geweest.
Je hebt het allemaal verzonnen.
Je hebt mij doen geloven dat zij iets met Van Grieken had, zodat ik het gedaan
zou maken.
Ik heb het tegen jou.
Godverdomme. Elisa en ik.
Elisa, ben jij... Jij?
Elisa, zeg mij graag ja.
Wij waren een koppel.
Ik was nog niet helemaal klaar.
De psychologie heeft dit verhaal gebruikt om een bepaalde pathologie te
omschrijven. Het Othello-syndroom.
Oftewel een aandoening waarbij men de geliefde liever dood ziet dan levend in
de armen van iemand anders.
Want zo is het toch gegaan, nietwaar, Sam?
De avond van de ruzie tussen Dominique en Elise.
Heb jij haar toen vermoord?
Mensen denken dat dat gemakkelijk is.
Iemand graag zien.
Maar dat is niet zo.
Dat is ingewikkeld, hè.
Zag je mij graag? Ja.
Dat denk ik ook.
Hij had het voor mij geschreven.
Niet van Grieken.
Lieson had het voor mij geschreven. Dus haar relatie met Dominique was voor de
schijn?
Ik begon ze te twijfelen.
Maar anders... Het was bang.
Zoals jij eigenlijk.
En toen heb je Dominique een reden gegeven om het uit te maken.
Dat Van Grieken een relatie had met Elise.
Dat jij gedicht op haar schreef.
Maar Elise wist wat je gedaan had.
En ze maakte het uit met jou.
Dat duurde lang, hè?
Minuten?
Ja.
Maar waarom zijn we dan niet gestopt?
Je had kunnen loslaten, Sam. Ik had kunnen loslaten.
De wraak van Jago was opvallend beter dan de gedichten die hij daarvoor had
geschreven.
En als de wraak van Jago van Elise was, dan was dat liefdesgedicht ook van haar.
Maar dan voor een vrouw in plaats van voor een man.
Merci.
Goed gedaan.
Jasper.
Christina Flamand neem ik aan.
Dokter Gijzelbrecht, vermoed ik.
Ik heb mij vergist.
Als vrouwen een verkeerde keuze maken, dan moet je hen daar wel op wijzen.
Voor het te laat is.
Wat was dat?
Ging het over Serge en mij?
Christina, hoofdinspecteur Lauwers is niet wie hij beweert te zijn. Hij is
niet te vertrouwen en hij zal u meesleuren in zijn ondergang.
Denk niet dat ik er dan zal zijn om u te redden.
Nog een prettige dag verder.
Laf uit.
Dat vind ik nu ook ziek.
Je hebt er toch goed over nagedacht?
Christina, kunnen we even naar hun bureau gaan?
Storik? Ik kom u bedanken.
Hij is nu naar de school om zijn ontslag te geven.
Ik sluit voorlopig de praktijk.
We moeten er even tussenuit.
Dat heeft geen enkele zin. Jasper, ik moet er nu zijn voor hem. Dat heeft geen
enkele zin, want u kan hem geen oplossing bieden.
U bent een deel van het probleem.
Dokter van Michem. Is heel goed.
Van één ding heb ik spijt.
Dat we het nooit over uw vader hebben gehad.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.