Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Trouwen is juist de zaak waarvan ik spreken wou.
Mijn dochter Julia, zeg mij wat zoudt u van een huwelijk denken?
Het is een eer waar ik niet van droom. - Een eer?
Als ik uw min niet was, zei ik dat u de wijsheid met de melk had ingezogen.
Denk dan nu aan huwelijk.
Jongeren dan jij zijn in Verona achtbare vrouwen, ja moeders zelfs.
Dus kortom... - Mevrouw, de gasten komen.
Het maal wordt opgediend, uwe hoogheid geroepen, de jonkvrouw in de zaal gewenst...
de voedster in de keuken verwenst, en alles is in rep en roer.
Ik moet gaan om te bedienen. Ik bid u, kom dadelijk.
Wij komen.
Goedemorgen, Romeo.
Is het zo vroeg? - Het heeft al negen geslagen.
Ach, tijd valt lang door zorgen.
Welke zorgen maken uw tijd zo lang?
Dat ik niet heb, wat mij tekort komt. - Verliefd?
Verre.
Ver van verliefd? - Ver van de gunst van degene die ik bemin.
Zeg me in ernst, wie is het die u liefheeft?
In droevige ernst, wilt u tranen? - Nee, zeg het in ernst, niet in tranen.
In alle ernst dan, Benvolio, ik bemin... een vrouw.
Was het raak, toen ik verliefdheid giste? - Een goede schutter.
En ze is schoon, die ik bemin. - Het schoonste wild is het eerst getroffen.
Nu was het mis.
Cupido zal haar niet raken, de liefde zwoer zij af en door die eed...
ben ik levend dood en klaag ik mijn leed. Vaarwel, u kunt me niet leren te vergeten.
Ik zal het u leren, of ik blijf u schuldig, heel mijn leven.
Peloton, mars.
Links, rechts, links, rechts, links, rechts, links...
Peloton, halt.
Rechts, richten.
Hoofd, front.
Luister, degenen die zich niet geplaatst hebben voor de navigatie-oefeningen...
en op de campus blijven, vallen onder het bevel van cadet Moreno en mij.
De komende vier dagen zijn er geen officieren of docenten op de campus.
We houden ons aan het gewone rooster.
Les, huiswerk, trainen.
We zijn allemaal cadetten van de militaire academie McKinley.
We houden ons dan ook aan de hoogste standaard van netheid, stiptheid...
orde en militaire houding, te allen tijde.
En geen problemen. Begrepen? - Ja, meneer.
Ingerukt.
Cadet Neff.
Wij menen het goed, stel dit op prijs, veel meer dan onze geest, dan doet u wijs.
Ik zei niet dat je moest stoppen.
En wij menen het goed en gaan met u naar het feest, maar het is tevergeefs.
Hoezo, mag ik u vragen? - Ik had vannacht een droom.
Ik ook.
Wat droomde u? - Dat dromers vaak liegen.
Slapend in bed zijn hun dromen waar.
Dus fee Mab heeft u bezocht. Ze is de elfenkoningin.
Cadetten, ingerukt.
Wie is die schone jonkvrouw, die de hand van die ridder siert?
Weet ik niet, heer.
Zij leert de toorts gloed en pracht.
Lees.
Alsof ze rustte op de wang van de nacht als een juweel in het oor van een Moor.
Een schoonheid voor deze aarde te rijk.
Zoals een duif verdwaald tussen kraaien, straalt zij bij haar gelijken.
Josh. - Cadet, niet rennen in de gang.
H�.
Waar ga je heen?
Gus?
Wat?
Zal ik worden toegelaten op West Point?
Denk je dat echt?
Dat vraag je me elke dag.
Moet je dit voelen.
Ik zit op de 130.
Kan ik weer gaan slapen?
Cadet Singleton. - Ja, meneer.
Schiet op. Je bent laat. - Ja, meneer.
Ingerukt.
Rechts, om.
Links, om.
Rechtsom, keert.
Omar.
Verdomme.
Cadet Madsen. - Ja.
Ik zweer bij m'n onschuld, op m'n twaalfde heb ik haar al geroepen.
Wat lam, wat lieveheersbeestje, waar zit ze toch? H� Julia.
Wat lam, wat lieveheersbeestje, waar zit ze toch? Wat, Julia.
Wat, Julia?
Wie roept daar?
Wat lam...
wat lieveheersbeestje...
Wat Julia.
En wij menen het goed en gaan met u naar het feest, maar het is tevergeefs.
Hoezo, mag ik u vragen?
Ik had vannacht een droom.
Ik ook.
Wat droomde u?
Dat dromers vaak liegen.
Slapend in bed zijn hun dromen waar.
Dus fee Mab heeft u bezocht.
Zij is de elfenkoningin en is niet groter dan een agaatsteen...
aan de vinger van een raadsheer. Ze rijdt met een gespan van kleine deeltjes.
Over de neus van mensen die slapen.
Haar rijtuig is een lege hazelnoot.
De spaken van de wagen zijn van spinnenbenen.
De kap is van de vleugels van sprinkhanen.
De teugels zijn van het kleinste spinnenweb.
De zweep van krekelscheen.
Haar voerman, een mug in het grijs gekleed.
Niet half zo groot als het ronde wormpje...
dat huist in het vingertopje van een luie meid.
En met dit span galoppeert ze door het brein van minnaars...
die dan dromen van liefde, en over de lippen van meisjes die dromen van kussen.
Maar deze straft Mab met blaren.
Omdat hun adem ruikt naar zoete snoepjes.
Soms rijdt ze over de nek van een soldaat, die droomt dat hij de vijand verslaat.
En van bressen, hinderlagen, Spaanse klingen, grote bekers vol drank.
Dan hoort hij een trom, springt op en ontwaakt.
En geschrokken...
doet hij een schietgebedje of twee.
En slaapt verder. - Stil.
Stil, u praat van niets.
Ik praat van dromen.
Dat zijn de kinderen van een ijdel brein, verwekt door niets dan fantasie.
Zo ijl als de lucht, en wisselvallig als de wind.
Met al die wind blaast u ons van onze koers.
Klop en kom binnen.
Het eten is klaar en we komen te laat.
Welkom, heren.
Hallo.
Dames zonder likdoorns op hun tenen doen graag een dansje met u.
Opzij, maak plaats. Kom meisjes, voetjes van de vloer.
De kieskeurigen hebben vast eksterogen.
Beste Romeo, u moet dansen.
Ik niet, geloof me. U heeft dansschoenen met lichte zooltjes.
Mijn ziel is bezwaard met lood. Ik kom niet van de grond.
U bent verliefd, leen Cupido's vleugels en vlieg boven de gewone man.
Ik ben te diep geraakt door z'n pijl om hoog te kunnen vliegen.
Onder liefdeslast zink ik.
Als u zinkt, moet u de liefde onderdrukken.
De druk is te groot voor zoiets teders.
Is liefde iets teders?
Ze is veel te ruw, te scherp, te onstuimig en steekt met doornen.
Is de liefde ruw met u, wees dan ruw met de liefde.
Steek de liefde als zij steekt.
En u blijft boven.
Wie is die schone jonkvrouw, die de hand van die ridder siert?
Weet ik niet, heer.
O, zij leert de toorts gloed en pracht.
Alsof ze rustte op de wang van de nacht als een juweel in het oor van een Moor.
Een schoonheid voor deze aarde te rijk.
Zoals een duif verdwaald tussen kraaien straalt zij bij haar gelijken.
Na deze dans zal ik kijken waar ze staat.
Haar hand raken zal de mijne zegenen.
Heb ik ooit liefgehad?
M'n ogen liegen dan, want zo'n schoonheid heb ik nooit gezien.
Wat?
Daar is een schurk met een masker die ons hoont en beschimpt op ons feest.
Wat hebt u?
Wat prikkelt u zo?
Daar is hij.
Die schurk Romeo.
Negeer hem.
Wees vriendelijk, en haal die frons van uw gezicht.
Want dat past niet op een feest.
Ik duld hem niet. - U moet hem dulden.
Ben ik hier de baas of u?
Het moet.
Vooruit.
Nou.
Het is een schande.
Stil.
Schaam je.
En anders zorg ik dat u stil bent.
Mooie schoenen. Mooi.
Dank je. Wat is dit?
Is dit... zo'n Live Strong armbandje?
Gaaf. Die vind ik mooi.
En wat is dit...
Het voelt alsof mijn hand het niet waard is uw hand aan te raken.
Voelt u zich daardoor bezwaard...
dan zijn mijn lippen net blozende pelgrims die het goedmaken met een tedere kus.
M'n beste pelgrim, u doet uw hand tekort.
M'n hand aanraken toont uw liefde.
Raken pelgrims niet de handen van heiligenbeelden aan?
En hand in hand is als een vrome pelgrimskus.
Hebben heiligen en pelgrims geen lippen dan?
Ja, pelgrim, die lippen gebruiken ze om te bidden.
Wel, heilige, laten lippen dan doen wat handen doen.
Zij bidden. Verhoor mijn gebed, zodat ik m'n geloof niet verlies.
Heiligen bewegen niet, zelfs niet als ze gebeden verhoren.
Beweeg dan niet als ik doe wat ik bid.
Ik trek me terug.
Maar deze streek, die nu zo grappig lijkt...
kan hem weleens opbreken.
Nu is mijn zonde door uw lippen weggenomen.
Hebben mijn lippen nu uw zonde overgenomen?
Zonde van mijn lippen? Uw zoetheid moedigt ondeugd aan.
Geef mij mijn zonde weer.
Geduld en woede maken me razend.
Uw moeder wil u spreken.
Kom.
We gaan.
Romeo, ga. Ga weg. Dit is het juiste moment.
Ja, maar mijn problemen zijn groter dan ooit.
Romeo.
Neef Romeo?
Hij is verstandig, Benvolio.
Ik denk dat hij naar huis is gegaan, naar bed.
Hij rende deze kant op.
Roep hem, Mercutio.
Ik zal hem ook bezweren.
Romeo.
Grillen.
Dwazen.
Minnaar.
Hartstocht.
Romeo.
Vertoon u in de gedaante van een zucht.
Spreek ��n rijm en ik ben tevreden. - Als hij u hoort, ergert u hem.
Dat kan hem niet ergeren. Mijn bezwering is goed.
Eerlijk.
Kom, hij heeft zich verborgen achter die bomen.
Zodat de nacht hem vergezelt.
Blind is z'n liefde.
De duisternis past erbij.
Als liefde blind is...
kan zij het doel niet treffen.
Romeo.
Goedenacht.
Ik ga naar bed.
Dit veldbed is te koud om op te slapen.
Ga dan.
Het is zinloos te zoeken naar iets wat niet gevonden wil worden.
Hij spot met littekens omdat hij nog nooit is verwond.
Wacht, wat breekt daar voor licht door dat venster ginds?
Het is het oosten daar.
En Julia is de zon.
Rijs, schone zon.
En verdrijf die jaloerse maan.
Die is al ziek en bleek van afgunst omdat u, haar meid, mooier bent dan zij.
Romeo.
Waarom moet u Romeo zijn?
Verloochen uw vader en uw naam.
Het is maar een naam.
Wat we roos noemen, zou even zoet ruiken met een andere naam.
Ook Romeo zou als hij niet Romeo zou heten, z'n perfectie behouden...
die hij bezit zonder die titel.
O Romeo, werp af uw naam.
En neem voor uw naam, die geen deel uitmaakt van u, mij helemaal.
Ik geloof u op uw woord, noem me uw liefste en voortaan zal ik geen Romeo meer zijn.
Wie bent u, gehuld in de nacht, die mijn gedachten afluistert?
Met een naam kan ik niet zeggen wie ik ben.
Mijn naam, heilige, is gehaat omdat hij een vijand voor u is.
Mijn oren hebben nog geen honderd woorden van uw tong horen rollen.
Toch herken ik het geluid.
Bent u niet Romeo?
Een Montague?
Geen van beiden als u die veracht.
Hoe bent u hier gekomen?
Vertel op! En waarom?
De tuinmuur is te hoog om over te klimmen en de dood ligt op de loer...
als mijn familie u hier vindt.
Met liefdesvleugels zweefde ik over deze muur.
Stenen muren houden de liefde niet tegen. Wat de liefde vermag, probeert ze.
Daarom vrees ik uw familie niet.
Als ze u zien, vermoorden ze u.
Ach, er schuilt meer gevaar in uw ogen dan in twintig van hun zwaarden.
Kijk lief naar me en hun haat kan mij niet deren.
U weet dat het masker van de nacht op m'n gezicht is.
Anders zou een blos m'n wangen kleuren vanwege de dingen die u mij hoort zeggen.
Lieve Romeo.
Als u mij echt liefheeft, zeg dat dan.
Of als u denkt dat ik te snel voor u val, dan zal ik tegenstribbelen...
zodat u mij het hof zult blijven maken.
Als mijn hart... - Nee, zweer niet.
Ook al brengt u mij vreugde...
beleef ik geen vreugde aan de beloftes vanavond.
Het is te dol, er is niet over nagedacht, het is te snel.
Laat u mij zo vertwijfeld achter? - Hoe wilt u die vertwijfeling wegnemen?
Door elkaar te beloven elkaar lief te hebben.
Ik heb u mijn liefde gegeven voor u het vroeg.
Kon ik die terugnemen om u weer te geven. - Terugnemen? Maar waarom dan, mijn lief?
Alleen om het u nogmaals te geven.
Ik wens iets wat ik al heb.
Mijn vrijgevigheid is als een zee zo groot.
Net als mijn liefde.
Hoe meer ik u geef, hoe meer ik bezit.
Want beide zijn oneindig.
Julia?
Moment, beste min.
Drie woorden, liefste Romeo, en dan zeg ik goedenacht.
Als u eerbaar als aanbidder bent en met mij wilt trouwen...
geef morgen aan mijn bode door...
waar en wanneer wij zullen trouwen.
Ik leg m'n geluk aan uw voeten...
en zal u over de hele wereld volgen.
Jonkvrouw? - Ik kom.
Als u het echter niet meent, smeek ik u...
Jonkvrouw? - Ja, ja, ik kom al.
om mij met rust te laten met m'n verdriet.
Ik stuur de bode morgen. - Ik kijk ernaar uit.
Duizendmaal goedenacht. - U te moeten verlaten is vreselijk.
Een minnaar gaat graag naar z'n geliefde, maar verlaat haar met de tegenzin...
van een jongen die naar school gaat.
Hoe laat zal ik mijn bode sturen?
Om negen uur.
Dat zal ik doen.
Morgen lijkt 20 jaren ver.
Afscheid nemen is niet leuk. Ik blijf goedenacht zeggen tot morgen.
Slaap lekker...
en rustig.
Kon ik maar rustig gaan slapen.
Volg mij naar de kust van een donker en vreemd land
Ik was een vreemde die hardop dacht in een andere taal
Ik hoorde er niet thuis
Ik zocht overal naar een vriendelijk gezicht
Maar ze waren allemaal weg
Heb je ooit gevochten? - Heb je ooit nagedacht?
in deze stad?
En een gebroken hart is een welkome vriend
En als dat hart vertrekt, wat doe je dan?
Als ik huil, is dat dan een zonde?
De wijsheid is een gerucht
Dat ik probeer te begrijpen
Wat ik zeg, wat ik denk, waar ik slaap
Wat ik inadem, wat ik met m'n handen doe
Heb je ooit nagedacht?
Over mensen die je niet kunt missen
Die me alleen lieten in deze stad
Die me alleen lieten in deze stad
Op de militaire academie McKinley streven we naar jongemannen met een goed karakter.
We willen ze eer, plichtsbesef, respect en trots laten ontwikkelen.
Om dat te bereiken, gebruiken we 'n militair systeem met discipline als hoeksteen.
Elke cadet die zich niet houdt aan regels, orde of discipline moet gestraft worden.
Evenredig en rechtvaardig.
Jullie krijgen allen ��n minpunt.
Ga naar de mess voor het ontbijt.
Peloton, ingerukt.
Carlos!
Jij pakt Neff aan.
Tempo omhoog, cadet Neff.
Goedemorgen, broeder Lorenzo.
Goedemorgen, broeder Lorenzo.
Wie groet mij zo vroeg in de ochtend?
Jongeman, als u zo vroeg uit bed komt, belooft dat niet veel goeds.
Of het betekent heel iets anders:
U bent niet naar bed geweest vannacht.
Dat laatste is waar.
Ik had iets fijners dan slapen. - Zo mag ik het horen.
Waar bent u dan geweest?
Dat zal ik u meteen vertellen: Ik heb gefeest met mijn vijand.
Plotseling werd ik verliefd en werd mijn liefde beantwoord.
U hebt de macht en kunt ons beiden verder helpen.
Wees duidelijk en zeg wat u op uw lever heeft.
Een verwarrende biecht leidt tot verwarring.
Goed, dan weet dat ik verliefd ben geworden...
op de mooie dochter van Capulet.
Ik hou van haar en zij van mij. We willen samen door het leven gaan.
En willen trouwen.
Alsjemenou.
Wat een wending! - Toe, geen preken.
Kom, twijfelaar, kom. Ga met mij mee.
Ik zal u helpen.
Dit huwelijk kan de haat tussen jullie families doen omslaan in liefde.
Laten we dan gaan. Ik heb haast. - Doe het wijs en rustig.
Wie haast heeft, zal struikelen.
Waar kan die dekselse Romeo uithangen?
Is hij niet thuisgekomen?
Is hij niet thuisgekomen? - Nee.
Hij is niet thuisgekomen.
Waar kan die Romeo dan uithangen?
Daar komt Romeo. - Se�or Romeo, bonjour.
Een Franse begroeting die past bij uw Franse kleding.
U liet ons in de steek gisteravond. - Goedemorgen, Mercutio, Benvolio.
Hoezo heb ik jullie in de steek gelaten? - U ging weg, heer.
Begrijpt u me niet? - Sorry, Mercutio.
Er kwam iets belangrijks tussendoor, dat kan soms minder beleefd overkomen.
U moet zich altijd inhouden om niet door de knie�n te gaan.
U bedoelt een mooie buiging maken.
De nagel op z'n kop. - Wat beschaafd en hoffelijk geantwoord.
Inderdaad, ik ben de hoffelijkheid zelve.
Een bloem van hoffelijkheid.
Precies. - Dan zijn mijn schoenen dat ook.
Is dit niet veel beter dan hunkeren naar liefde?
Nu bent u gezellig.
Nu bent u Romeo. Nu bent u uw ware zelf.
Zoals kunst en natuur u hebben gemaakt.
Goedemorgen, heren. - Goedenavond, schone vrouwe.
Is het goedenavond? - Niet vroeger.
De hand van de klok staat op z'n hoogtepunt.
Dat is niet mis. U bent me er eentje.
Ja, God heeft hem voor zichzelf gemaakt.
Dat heeft u mooi verwoord.
Voor zichzelf, zegt hij.
Ik wil u iets in vertrouwen vertellen.
Ze zal hem voor het eten uitnodigen.
Romeo, komt u dineren? - Ik kom eraan.
Vaarwel, oude vrouwe.
Vrouwe.
Vrouwe, vrouwe.
Wie was deze man die zo vol was van zichzelf?
Een heer die zichzelf graag hoort spreken.
Hij zegt meer dan hij kan waarmaken. - Als hij mij beledigt, zal hij ervan lusten.
Ook al is hij sterker en nog 20 zoals hij.
En anders vind ik wel iemand die dat kan. Die brutale aap.
Mag ik iets zeggen, heer?
M'n jonge meesteres heeft me gevraagd...
u op te zoeken. Wat ze me opdroeg te zeggen, hou ik voor me.
Maar als u haar om de tuin wilt leiden...
dan zou dat van zeer slechte smaak getuigen.
Ze is nog zeer jong en als u haar wilt bedriegen...
dan zou dat een zieke streek zijn voor elke jonkvrouw.
Laat haar iets bedenken om te biecht te gaan vanmiddag.
En in broeder Lorenzo's cel zal ze na de biecht in het huwelijk treden.
Vanmiddag?
Nou...
Ze zal er zijn.
Vaarwel. Wees trouw en u wordt rijkelijk beloond.
God zegene u. - Vaarwel.
Groet uw meesteres van mij. - Dat zal ik doen.
Cadetten Singleton en Madsen.
Hallo, Ken, Carlos.
Te druk voor de training, cadetten? - Toe, zeg.
Jullie hebben niet getraind, dus druk je maar 40 keer op.
Ja, meneer. - 40 keer? Dat kan ik niet.
50 keer.
Als je klaar bent, Madsen, loop je vijf rondjes op de baan.
Fysieke fitheid is belangrijk voor de cadettenopleiding en training.
Ja, meneer.
Ik heb de min om 9 uur weggestuurd.
Ze zou met een halfuur terugzijn.
Nu is het midden op de dag...
Van 9 tot 12, dat zijn drie lange uren.
Toch is ze nog niet terug.
Lieve min, vertel.
Heeft u hem ontmoet?
Waarom kijkt u zo triest?
Ik ben moe. Ik moet even bijkomen. M'n botten doen pijn.
Had u m'n botten maar en ik uw nieuws.
Toe, spreek, spreek.
Wat een haast. Een moment, u ziet toch dat ik buiten adem ben?
Hoe kunt u buiten adem zijn als u mij dat nog kunt zeggen?
Heeft u goed of slecht nieuws? - Wat heb ik een hoofdpijn.
Het klopt en lijkt in 20 stukken uiteen te vallen.
Mijn rug.
Het is de andere kant.
Mijn rug, mijn rug.
U heeft me niet gespaard, ik heb door de hele stad gerend.
Het spijt me dat u zich niet goed voelt. Lieve, lieve, min.
Vertel...
wat zegt mijn geliefde?
Wat zegt hij over ons huwelijk?
Uw geliefde zegt, een eerlijk heer...
die ook hoffelijk, aardig en knap is.
En deugdzaam.
Waar is uw moeder? - Waar mijn moeder is?
Wat? Wat een vreemd antwoord.
Zegt mijn geliefde: Waar is uw moeder? - Lieve hemel, bent u zo ongeduldig?
Is dit de behandeling voor mijn zere botten?
Vanaf nu doet u uw eigen boodschappen.
Doe niet zo moeilijk. Wat zegt Romeo?
Mag u vandaag gaan biechten?
Ja.
Ga dan snel naar broeder Lorenzo's cel. Daar wacht uw man om u tot de zijne te maken.
Ga, ik ga lunchen.
Haast u naar zijn cel.
Wens me geluk, lieve min. Vaarwel.
Zullen we basketballen?
Hoe lang duurt het nog voor het feest? - 15 dagen.
Ze wordt 14 op de dag ervoor. Ja, dat herinner ik me nog goed.
De aardbeving is 11 jaar geleden. Ik zorgde toen voor haar.
Dat zal ik nooit vergeten. Ze is het knapste kind dat ik heb verzorgd.
Nu ben ik bij uw bruiloft. Wat een genot.
Hopelijk zal er niets gebeuren dat een smet op dit huwelijk zal werpen.
Maar al het ongeluk kan de vreugde niet bederven die ik voel als ik haar zie.
De liefdeverdelgende dood mag doen wat hij wil, zolang ik haar de mijne mag noemen.
Daar komt de vrouwe.
Julia, als u net zo blij bent als ik...
Mijn liefde is zo groot geworden...
dat ik niet eens de helft ervan kan bevatten.
Kom.
Ga.
Verenig twee in ��n.
U lijkt zo'n man die als hij een taveerne binnengaat...
met z'n zwaard op tafel slaat en zegt: God geve dat ik u niet nodig heb.
En als hij z'n tweede bestelt, trekt hij weer onnodig z'n zwaard.
Ben ik zo'n vent?
U zou vechten met een man omdat hij een haar meer of minder in z'n baard telt.
U zou vechten met een man die een hazelnoot kraakt omdat u hazelnootbruine ogen heeft.
Viel u niet uit tegen een kleermaker die z'n pak te snel aantrok?
En tegen een ander omdat hij z'n nieuwe schoenen met oude veters bond?
Ik bid u, laat ons gaan. Anders krijgen we heibel.
Dat kan mij niet schelen.
Kan ik een woordje wisselen met een van u?
Slechts een woord met een van ons? Maak er toch een woord en een slag van.
Daar zal ik toe bereid zijn, heer, als u mij aanleiding geeft.
Kunt u die niet vinden zonder dat ik die geef?
U harmonieert met Romeo.
Harmoni�ren?
Wilt u minstrelen van ons maken? Als u dat doet, hoort u alleen wanklanken.
Dit is een openbaar plein, alle blikken zijn op ons gericht.
Het oog is gemaakt om te kijken. Laat ze staren.
Ik wijk voor niemand. - Vrede met u. Daar komt mijn man.
Daar geloof ik niets van.
Romeo, mijn vriendschap laat niet toe dat ik iets anders zeg. U bent een schurk.
Tybalt, ik heb een reden om van u te houden en daarom vergeef ik uw toorn.
Ik ben geen schurk. Vaarwel, ik zie, u kent mij niet.
Uw woorden maken het leed dat u me heeft berokkend niet goed.
Dus draai u om en vecht.
Het is niet waar dat ik u leed heb berokkend.
Wat een laffe en vernederende onderwerping.
Tybalt, rattenvanger.
Durft u?
Wat wilt u toch van mij?
Niets anders, m'n beste koning der katten, dan een van uw negen levens.
En afhankelijk van uw reactie, beroof ik u ook nog van de andere acht.
Haal uw zwaard bij de oren uit de schede.
Snel, voor de mijne u om de oren vliegt.
Tot uw dienst.
Trek uw zwaard. Benvolio, pak uw zwaard en sla ze neer.
Heren, de prins heeft verboden om te vechten op straat.
Tybalt, hou op. Mercutio.
We gaan. Tybalt.
Ik ben gewond. Is hij ontkomen?
Het is maar een schram, maar het is genoeg.
Hou vol, zo erg kan het niet zijn. - Nee, het is niet...
zo diep als een put of zo groot als een kerkdeur...
maar het is genoeg.
Vraag morgen naar me en u treft me in m'n graf.
Het is met me gedaan in deze wereld.
Moge de plaag uw families raken.
Waarom kwam u tussenbeide?
Ik ben onder m'n arm geraakt. - Ik deed het voor uw bestwil.
Help me voor ik flauwval, Benvolio.
De plaag voor uw beide families.
Ze hebben wormenaas van me gemaakt.
Lieve Julia...
uw schoonheid heeft me verwijfd gemaakt...
en het staal van mijn dapperheid verweekt.
Romeo.
Deze zwarte dag zal de toekomst doemen. Dit is nog maar het begin van de rampspoed.
Daar komt die woeste Tybalt weer.
Vanaf nu laat ik me leiden door m'n woede. Tybalt.
Neem dat 'schurk' terug.
Mercutio's ziel zweeft boven ons en smacht naar gezelschap.
U of ik, of wij allebei gaan met hem mee.
Ellendeling, u ging hier met hem om, en daar dus ook.
We zullen zien.
Ga.
Snel. Blijf niet zo staan.
De prins zal u de doodstraf geven als u wordt opgepakt. Ga snel weg.
Ik heb geen geluk.
Waar zijn de schurken die dit gevecht zijn begonnen?
Benvolio?
Edele hoogheid, ik kan u alles vertellen over dit fatale gevecht.
Hij die daar ligt Tybalt, is geveld door Romeo's hand...
en hij doodde Mercutio, uw bloedverwant. - Dat klopt, hoogheid.
Voor de moord op een Montague smeek ik om gerechtigheid. Dat moet u geven.
Romeo doodde Tybalt. Hij moet ook dood. - Romeo doodde hem omdat hij Mercutio doodde.
Wie betaalt de prijs van Mercutio's dood? - Niet Romeo, hoogheid.
Hij was Mercutio's vriend. Hij deed wat het gerecht moest doen. Tybalt doden.
Voor die daad verban ik hem onmiddellijk.
Ik zal doof zijn voor excuses of tranen.
Noch gebeden kunnen het kwaad verzachten. Laat ze achterwege.
Zeg Romeo de stad snel te verlaten. Anders is z'n laatste uur geslagen.
Laat uw gordijn vallen, nacht die liefde mogelijk maakt.
Sluit de ogen van zwervers.
Zodat Romeo in deze armen kan komen zonder dat iemand hem heeft gezien.
Kom, nacht. Kom, Romeo.
Kom, die als de dag is in de nacht.
Zodat u...
kan schitteren op de vleugels van de nacht, meer dan sneeuw op een raaf z'n verenpracht.
Waarom wringt u uw handen?
Hij is dood. Dood.
Wat een vreselijke dag. Hij is gedood.
Hij is dood.
Heeft Romeo zich van het leven beroofd?
Een wond op z'n mannelijke borst. Een en al bloed, ik viel flauw.
Breek m'n hart. Nu.
Tybalt.
Wat is dit voor storm van twee kanten? Is Romeo vermoord en Tybalt dood?
Tybalt is heengegaan en Romeo verbannen.
Mijn god.
Heeft Romeo Tybalts bloed vergoten? - Ja.
Vervloek die dag, maar het is waar.
Er is geen vertrouwen, geloof of fatsoen. Romeo moest zich schamen.
Vervloek de tong die dat wenst. Hij is niet geboren voor schande.
Tybalt is dood en Romeo verbannen.
Verbannen. Dat ene woord verbannen is erger dan tienduizend dode Tybalts.
En er is geen einde, limiet, noch maat aan dat woord dood.
Geen woord kan de pijn uitdrukken.
Ga.
Zoek Romeo.
Geef dit aan m'n ridder en vraag hem afscheid te komen nemen.
Is er nieuws?
Welk vonnis sloeg de vorst? Is het minder dan de dag des oordeels?
Er kwam een mild oordeel van z'n lippen. Niet de dood.
Wel verbanning.
Verbanning?
Wees genadig en zeg: Dood.
Dit is genadig en u beseft het niet.
Dit is een marteling, geen genade. De hemel is hier waar Julia woont.
Luister naar me. - Nog meer over ballingschap.
Ik geef u een harnas tegen dat woord.
Het antigif is filosofie, dat biedt u troost.
Weg met filosofie, tenzij het een Julia schept.
Dwazen hebben dus geen oren. - Waarom zouden ze? Wijzen hebben geen ogen.
U kunt niet praten over iets wat u niet voelt.
Verberg u. Wie klopt daar?
Waar komt u voor? Wat wilt u?
Zeg mij...
waar Romeo is.
Daar op de grond.
Sta op.
Sta op.
Voor Julia's bestwil.
Om haar bestwil, sta op.
Noemde u Julia? Hoe gaat het met haar?
Wat zegt m'n geheime vrouw over ons verstoord geluk?
Ze zegt niets. Ze valt op haar bed, staat op, roept om Romeo en valt weer.
Alsof mijn naam dodelijk is voor haar. - Wat bezielt u?
Man.
Een last van zegen rust op uw schouders en het geluk in vol ornaat maakt u het hof.
Maar als een eigenwijs meisje pruilt u over uw geluk en uw liefde.
Pas op. Pas op.
Hiervoor kan u een ellendige dood krijgen.
Ga.
Ga naar uw geliefde.
Ik vertel mijn dame dat u komt.
Alstublieft, heer.
Deze moest ik u geven.
Haast u, het wordt al laat.
Dit heeft me een hart onder de riem gestoken.
Ga nu.
Vaarwel. Goedenacht.
Ook al ben ik weggeroepen door grootse vreugde...
het doet me leed te moeten scheiden.
Moet u al gaan? Het is nog lang geen dag.
Het was de nachtegaal, niet de leeuwerik die tot uw oor doordrong.
Het was de leeuwerik, de heraut van de ochtend.
Kijk die afgunstige strepen in het verre oosten. Ik moet gaan.
Als ik in leven wil blijven, moet ik gaan. - Dat licht is geen daglicht.
Het is 'n vallende ster die de zon uitademt om als een toorts uw nacht te verlichten.
Blijf daarom nog even.
U hoeft nog niet te gaan.
Laat ze me maar oppakken, laat ze me maar ter dood brengen.
Ik ben blij dus u krijgt uw zin.
Ik wil liever blijven dan gaan. Wees welkom, dood.
Het is Julia's wens.
Jonkvrouw.
Venster, laat het licht binnen en het leven gaan.
Vaarwel. Nog een kus en ik ga.
Gaat u zo weg?
M'n liefste, m'n heer, m'n echtgenoot, m'n vriend.
Zullen we elkaar ooit weerzien? - Daar twijfel ik niet aan.
En al deze ellende zal ons mooie gesprekken bieden in de toekomst.
Vrouwe Fortuna, iedereen noemt u wispelturig.
Wees wispelturig, Fortuna, en ik hoop dat u hem snel laat gaan...
en stuur hem terug.
Heer Capulet, wat antwoordt u op mijn aanzoek?
Hetzelfde als eerst. Mijn kind is nog een vreemdeling in deze wereld.
Ze heeft nog geen veertien lentes gezien.
Laat nog twee zomers bloeien voor ze rijp is om te trouwen.
Jongeren dan zij zijn blije moeders. - Veel jonge bruiden zijn te snel bedorven.
Zij is m'n enige hoop die de aarde niet heeft verzwolgen.
Zij is de hoopvolle erfgenaam van mijn goed.
Maar maak haar het hof en win haar hart.
Dan is mijn wil met de hare eensgezind. Als zij instemt...
Lady Capulet.
Min, waar is mijn dochter? Roep haar.
Bent u wakker?
Wie is daar?
Wat is er?
Ik voel me niet goed.
Rouwt u nog om Tybalts dood?
Probeert u hem met tranen uit z'n graf te halen?
Tot leven wekken kunt u hem niet. Houdt u in.
Gepaste rouw laat liefde zien, te veel rouw is idioot.
Laat mij wenen om zo'n groot verlies. - Ja, maar het brengt uw vriend niet terug.
Ik kan niet anders dan rouwen. - Maar nu heb ik goed nieuws voor u.
In deze tijd is goed nieuws welkom.
Wat is het?
Nou, u hebt een zorgende vader. Om uw zorgen te verlichten...
heeft hij voor een blijde dag gezorgd, die u niet verwacht en ik niet had voorzien.
Een blijde dag? Wat mag dat dan zijn?
Aanstaande donderdag zal de galante en nobele heer, graaf Paris...
u tot bruid nemen in de St. Petrus-kerk.
Bij de St. Petrus-kerk en Petrus zelf zal hij mij geen blijde bruid maken.
Vertel mijn vader, mevrouw, dat ik niet zal trouwen en als ik trouw, dan met Romeo.
Daar komt uw vader. Vertel het hem zelf en hoor wat hij zal zeggen.
Goedendag, mevrouw.
Heeft u haar onze beslissing verteld? - Ja, maar ze weigert.
Was ze maar met haar graf getrouwd. - Is ze niet trots...
dit onwaardige schepsel, dat wij zo'n waardig man als bruidegom hebben gevonden?
Niet trots, maar wel dankbaar.
Ik kan niet trots zijn op wat ik haat.
Maar wel dankbaar voor de haat die als liefde is bedoeld.
Wat?
Wat is dit nou?
Slimmigheid. Wat is dat? 'Trots, dank u, nee dank u', en dan weer 'niet trots'.
Verwend klein kreng.
U toont geen dankbaarheid of trots, maar maak u gereed voor donderdag...
voor de St. Petrus-kerk, of anders zal ik u daarheen slepen.
Lieve vader, ik smeek u op mijn knie�n, heb geduld en hoor mij aan.
Vergeet dat maar, ongehoorzaam kind.
Mond dicht. Geen woord.
Niets.
M'n handen jeuken.
Moeder, verstoot mij niet. - Praat niet tegen mij, ik zeg niets.
Doe wat u wilt. Ik ben klaar met u.
Wat vindt u?
Kunt u mij niet opbeuren en troosten?
Luister.
Romeo is verbannen. Het is bijna zeker...
dat hij niet terugkomt. En als hij komt, moet hij in het geheim komen.
Ik denk dat u het beste met Paris kunt huwen.
Spreekt nu uw hart?
En mijn ziel ook.
Amen. - Wat?
Nou...
U hebt me reuze gerustgesteld.
Goed, vertel mijn moeder dat ik ga.
Ik heb m'n vader gegriefd en zal biechten bij Lorenzo voor vergiffenis.
Dat doe ik.
Dit is een wijs besluit.
Vervloekte heks, kwade geest.
Meneer, hij is in orde. Hij is behandeld op de Eerste Hulp.
Ja, meneer. De dokter zei...
Dat besef ik, meneer.
Ik neem de verantwoording op me.
Natuurlijk.
Ja, meneer.
Kom, ween met mij.
Het is voorbij, geen hulp, heil of hoop.
Ik ken uw verdriet.
Ik hoorde dat u donderdag zult moeten trouwen.
Vertel mij niet dat u het weet, maar hoe ik het kan voorkomen.
Als u in uw wijsheid geen hulp kunt bieden, zeg dan dat ik wijs besluit...
als ik dit mes als hulp gebruik. - Wacht.
Ik zie een sprankje hoop.
Als u dat durft, bied ik u het middel aan.
Zeg mij dat ik van de toren moet springen en ik doe het zonder angst of twijfel.
Wacht.
Ga naar huis...
Neem dit flesje mee.
Drink dit thuis leeg.
Een koude slaperigheid zal door uw aderen stromen.
De roze kleur van uw lippen en wangen zal verbleken.
Uw ogen zullen zich sluiten en u zult dood lijken.
En in deze staat van de dood zult u blijven.
Dan zult u weer ontwaken als uit een vriendelijke slaap.
Ondertussen zullen Romeo en ik komen...
om u te zien ontwaken.
Dat zal u bevrijden van deze smaad.
Geef het.
Ga heen. Wees sterk en volhard in uw beslissing.
Moge liefde mij kracht geven.
Vaarwel.
Wat als het niet werkt?
Of dat het vergif is, zodat de broeder mij stiekem de dood injaagt.
Dat vrees ik.
Maar ik denk ook van niet.
Hij is steeds een heilig man gebleken.
En stel, als ik in de tombe ben gelegd...
dat ik ontwaak voor Romeo komt?
Dat is beangstigend.
Zal ik dan niet smoren in het gewelf?
En daar stikken.
Als ik ontwaak...
zal ik dan niet gek worden...
en met de beenderen van m'n voorvaderen gaan spelen?
Of Tybalt uit zijn graf halen?
En in deze woedetoestand met een bot van een voorvader...
mijn wanhopige hersenen kapotslaan?
Ik denk dat ik mijn neefs geest heb gezien.
Blijf, Tybalt.
Blijf.
Romeo...
Romeo...
Ik drink op u.
School-ring, school-ring
Wie had gedacht dat het zelfmoord was
Huilen, huilen op de veranda-schommel
Ogen gezwollen als van een wespensteek
Noem hem een dief, noem hem een boef
Je krijgt nooit terug wat de ekster stal
Noem hem een raaf, noem hem een roek
Je krijgt nooit terug wat de ekster stal
Sam?
Je vriendje is aardig, je vriendje is lief
Ik zweer dat ik niets heb gezegd
Je oma's zilverwerk, dat hield je zo netjes
En die donkere bril Begrijp je wat ik bedoel?
Noem hem een dief, noem hem een boef
Je krijg nooit terug wat de ekster stal
Noem hem een raaf, noem hem een roek
Je krijg nooit terug wat de ekster stal
Help!
Mijn vrouwe is dood.
Julia is dood.
Wat is er? Hoe gaat het mijn vrouwe?
Hoe is, Julia? Gaat het haar goed, is alles in orde?
Als het haar goed gaat, kan niets verkeerd zijn.
Haar lichaam slaapt in de kapel en haar onsterflijk deel is bij de engelen.
Nog bent u niet overwonnen.
Mijn liefde.
Uw schoonheid is er nog in het rood op uw lippen en wangen.
De vale kleur van de dood is niet ingetreden.
Moet ik geloven dat de dood op u verliefd is en u hier als minnares houdt?
Ik vrees van wel en zal bij u blijven.
Ik zal nooit deze duisternis verlaten.
Op u, mijn liefste.
Ik zal bij u blijven.
Hoelang is hij daar?
Een halfuur.
Kom met mij.
De angst slaat me om het hart.
Ik vrees dat een ongeluk is geschied.
Waar is mijn heer?
Ik weet waar ik moet zijn, daar ben ik nu.
Waar is mijn Romeo?
Ontwaak uit deze onnatuurlijke slaap.
Een macht groter dan wij heeft ons gedwarsboomd.
Ontwaak.
Blijf niet hier. De wacht komt.
Kom, ga mee. Ik kan niet langer wachten.
Ga maar. Ik ga niet.
Ik zal uw lippen kussen.
Gelukkig zit er nog vergif op, zodat ik sterf met een medicinale kus.
Je dwong me je lief te hebben
Ik wilde niet, ik wilde niet
Je dwong me je te begeren
En dat wist je al die tijd Je wist het de hele tijd al
Soms maakte je me gelukkig
Je maakte me blij
Maar soms, schatje,
zorgde je ervoor dat ik me heel slecht voelde
Je liet me huilen
Dat wilde ik je niet vertellen Dat wilde ik niet zeggen
Ik wil echte liefde Ja, dat wil ik zeker, reken maar
Dat weet je
Geef me, geef me, geef me waar ik om vraag
Je hebt het soort kussen waar ik naar smacht
Je dwong me je lief te hebben
Je liet me huilen
Dat wilde ik je niet vertellen Dat wilde ik niet zeggen
Ik wil echte liefde Ja, dat wil ik zeker, reken maar
Dat weet je
Geef me, geef me, geef me waar ik om vraag
Je hebt het soort kussen waar ik naar smacht
Je weet je dwong me je lief te hebben
Je weet je dwong me je lief te hebben
Vertaling: Pietje Puck
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.