Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Goedenavond. Ik wil graag met Italië bellen.
Prima.
Kent u het nummer? - Ja.
Hallo. - Pietro, met Elena.
Hoe is het met de meisjes? - Wat kan jou dat schelen?
Het zijn mijn dochters. - Wat wil je?
De uitgeverij in Nanterre wil dat ik nog promotie maak in Parijs.
Ik wil het wel doen, dan ben ik thuis met kerstavond.
Het is de tweede keer dat je in Frankrijk bent...
sinds je ons gezin hebt kapotgemaakt.
Je hoeft niet terug te komen.
Die maanden van mijn vlucht naar Frankrijk met Nino...
dacht ik constant aan Dede en Elsa, en ook aan Pietro.
Maar het leek wel een parallel universum.
Ik had al dagen niks meer van ze gehoord.
Toen ik dat besefte, maakte dat me misselijk.
Maar ook al leek het me ondraaglijk...
ik kon de uitnodiging van de uitgeverij die in me geloofde niet weigeren.
Mijn terugkeer een paar dagen uitstellen...
zou niet veel verschil maken.
Of had ik het helemaal verkeerd?
Maar wat zeg je toch?
Ik moet nu ophangen. We spreken elkaar gauw weer.
Nee, dat kan ik niet zeggen.
Nino. - Tot later.
Sorry, ik had je niet gehoord.
Was dat Eleonora?
Helemaal niet.
Leugenaar.
Het is waar. - Je liegt.
Echt, het was die vervelende prof uit Utrecht.
Volgens mij was hij dronken ook. Ik begreep er niks van.
Je belde met Eleonora, ik heb je gehoord.
Dat kan niet, want het is niet waar.
Geloof je mij?
Je moet me vertrouwen.
Weet je wat ik denk?
Ook al is onze situatie ingewikkeld, we lossen het wel op.
Maar dan mogen we niet blijven weglopen.
Montpellier, Parijs, wie weet welke andere stad nog.
We moeten het oplossen.
Ik met Eleonora, jij met je man.
Je zag er zo mooi uit vanavond.
Ik kon mijn ogen niet van je afhouden. - Echt?
En ik was niet de enige.
hoofdstuk 25 de scheiding
Ga slapen.
Ga slapen.
Praat je niet meer tegen me? Zeg me dan tenminste waarom.
Bel me.
Waarom neem je niet op? Heb ik je beledigd?
Kom je naar Napels met de kerst?
Weer met Lila. Je begint me echt te irriteren.
Al een maand hoor ik niks. Waar hang je uit?
Hallo? - Mariarosa, met mij.
Wat is er? - Zeg jij me dat maar. Hier is niemand.
Hoe laat is het? - Drie uur.
Ben je nu pas terug? - Ja, wat is er gebeurd?
Is alles oké met de meisjes? - Ja, rustig maar.
Ze zijn oké. Ze zijn bij mijn ouders in Turijn.
Pietro verwachtte me voor Kerstmis, we zouden samen eten.
En dan neemt hij ze mee naar Turijn.
Nee, mijn moeder is ze komen ophalen.
Zonder mij iets te zeggen? Hoe durft ze?
Ze dacht dat het beter was...
om jou en Pietro de ruimte te geven om alles te bespreken.
Dacht ze dat? Daar beslist zij niet over.
Het is drie uur 's nachts en je bent net thuis.
Leuke Kerstmis zou dat zijn. - Ja, er was vertraging.
Je hoeft je niet te verdedigen. - Dat doe ik niet.
Elena, je hebt het recht en de plicht te blijven studeren en schrijven.
Verder kan ik je geen advies geven.
Vergeet de presentatie van je boek in Milaan niet.
De grote Franco Mari komt en hij wil je heel graag weerzien.
Ja, ja.
Goed dan... Welterusten.
Dag.
Waar heb jij gezeten?
Waarom heb je je moeder de meisjes laten meenemen?
Hoor je mij?
Jij was in Frankrijk. Voor het werk.
Ik ben later omdat de trein vertraging had.
Je bent er nooit voor je dochters.
Pietro. Laten we praten.
We moeten tot een akkoord komen.
Wat voor akkoord?
De meisjes komen bij mij wonen.
Jij mag ze in het weekend zien.
En waar zal ik ze zien?
Bij mij thuis.
En waar is dat?
Dat weet ik nog niet.
Hier... in Milaan... in Napels.
In Napels? In Napels?
Ik laat mijn dochters nooit in Napels wonen met jou.
Dat zal ik nooit aanvaarden. - Rustig, Pietro.
Rustig. Rustig, Pietro.
Zo kan ik niet rijden. - Waar moet je naartoe?
Naar het station. - Om wat te doen?
Om je moeder op te halen. - Mijn moeder?
Iemand moest het haar vertellen. - Het was aan mij om dat te zeggen.
Je zou tegen haar gelogen hebben, net als tegen mij.
Zie je wel? Het is makkelijk.
Je bent voor elkaar gemaakt. Jullie houden van studeren...
en zijn intelligent.
Wat haalt dat uit als je bij de eerste tegenwind al opgeeft?
Je moet aan de kinderen denken. Dede is al groot.
Ze begrijpt alles, je mag haar niet zo laten afzien.
Pietro, ik bedank je voor alles wat je voor mijn dochter gedaan hebt.
Maar ik vertrek niet voor je haar vergeeft.
Ik zweer het, ik vertrek niet voor jullie het goedgemaakt hebben.
Geef elkaar een kus. Lenù, geef toe dat je fout zat.
Bied je man je excuses aan. Vooruit, Lenù.
Mama, hou op. Dit haalt niks uit.
Ik hou van een ander.
Hou je mond, slet. Hou toch je mond. Slet.
Ik hou het niet meer vol met je, Lenù.
Heb je dat begrepen? Ik kan het niet meer aan.
Weet je... Begrijp je wel...
Wil je je leven verpesten...
door een man achterna te zitten die nog erger is dan zijn vader?
Leg me dat eens uit.
Ik dacht dat Lila je op het slechte pad bracht, maar ik heb me vergist.
Jij bent het die geen schaamte kent. Jij kent geen schaamte.
Zonder jou is Lila een goede vrouw geworden.
Ik had je benen moeten breken toen je klein was.
Je man is zijn gewicht in goud waard.
Dankzij hem woon je in een mooi huis.
Hij heeft je twee kinderen geschonken. En zo bedank je hem?
Trut. Smerige trut.
Kom hier dan vermoord ik je. Ik vermoord je.
Hou op.
Jij bent mijn dochter niet meer.
Hij is mijn zoon.
Ik hoop dat de zoon van Sarratore je gonorroe en syfilis geeft.
Wat heb ik toch misdaan dat ik zoiets moet meemaken?
Heb ik dit verdiend?
Och Heer, laat me toch sterven.
Laat me nu maar sterven.
Doe maar niet open. Ik vraag je niet me binnen te laten.
Ik wil alleen zeggen dat ik dit niet wou. Dit is te veel.
Zelfs jij verdient zoiets niet.
Ik schaamde me omdat ik haar geduwd had.
Ik schaamde me voor haar en voor mezelf.
Ik wou me excuseren, haar omhelzen.
Maar ik vreesde dat ze zou denken dat ik dan toch toegaf.
Ze vertrok zonder nog een woord met me te wisselen.
Ze wenste alleen Pietro het allerbeste.
En net voor de trein vertrok, drong ze nog aan...
haar op de hoogte te houden van zijn verwonde hand en de kinderen.
Hallo. - Dag, Adele.
Morgen kom ik mijn dochters halen.
Elena, wat een verrassing. Beste wensen.
Beste wensen.
Maak je geen zorgen, ze kunnen blijven zolang het nodig is...
na de vakantie... - Dede moet naar school.
Als je nog wat tijd nodig hebt, kan ze hier in de buurt naar school...
Nee, ik wil ze bij mij.
Denk er toch eens over na.
Een gescheiden vrouw met kinderen en ambitie moet realistisch zijn.
Je moet kiezen wat je wilt opgeven. - Ik zie je morgen.
Moest je morgen niet in Milaan zijn, bij Mariarosa?
Vrijdag dan. Ik neem de eerste trein.
Trut.
Ik ben geboren in een arme en vervallen buurt.
Heel vervallen.
De woede en gewelddadigheid van mannen...
waren en zijn er een dagelijkse realiteit.
Toen ik tien was...
gooide een vader zijn dochter uit het raam omdat ze wilde studeren.
Een vrouw verhing zich omdat ze een weduwe was met twee kinderen.
Mijn vriendin zat onder de blauwe plekken...
omdat ze getrouwd was met een man van wie ze niet hield.
Hij verkrachtte haar tijdens de huwelijksnacht.
En jij?
Waar ben jij schuldig aan? Aan weggaan, aan alles achterlaten?
Aan de taal van mannen overnemen om succes te hebben als schrijver?
Ik bewonder Elena om haar mannelijke kwaliteiten.
Ze moet ze verfijnen...
zonder zich te verliezen in vrouwelijke verplichtingen.
Bedankt.
Een revolutie ontketen je met wat voorhanden is.
Niemand wil nog een revolutie.
Dat zou ik niet zeggen, Silvia. - Ze heeft gelijk.
De revolutionaire tijd verdwijnt, net als alle categorieën...
die ze als kompas dienden.
Mirko, Ester, kom. Er is dessert. - Zo is het niet, Franco.
In Italië is ze nog levend en wel, en strijdlustig.
Dat zeg je omdat jij levend en wel bent, en strijdlustig.
Jij bent voldaan.
Integendeel. Ik ben depressief.
Depressieve mensen schrijven geen boeken.
Boeken worden geschreven door mensen die gelukkig zijn...
die reizen en verliefd zijn.
Ze praten in de overtuiging dat de woorden op hun plaats zullen vallen.
Comfortabel als je nooit de weg kwijtraakt.
Geen wond die kan infecteren, geen snee die gehecht moet worden.
Geen duistere kamers.
Uiteindelijk werkt het niet meer.
Hoezo?
Blabla, Elena.
Woorden verliezen hun betekenis.
Het is voor jou.
Wie is het?
Nino.
Hallo? - Dag.
Hallo. Is er iets gebeurd?
Ja, ik mis je ongelofelijk.
We hebben een paar dagen vrij. Zullen we naar de zee gaan?
Laten we halverwege afspreken, in Argentario, jij en ik alleen.
Na dat gedoe met je moeder zal het je deugd doen.
Wanneer?
Morgen, dacht ik. Of op z'n laatst overmorgen.
Ik ga de kinderen ophalen in Turijn. Ik kan niet.
Dan starten de lessen aan de universiteit en kan ik moeilijk weg.
Ja, dat weet ik.
Ik weet niet wat ik moet doen. - Het is maar twee dagen.
Wat maakt het uit?
Mis je mij niet meer?
Heb je mij niet meer nodig? - Is dat een grap?
Ik kan niet wachten tot ik je weer zie. - Echt?
Ja.
Ik weet het niet, hoor. Al het andere lijkt belangrijker voor je.
Nino, je vergist je.
Zeg dat nog eens.
Je vergist je.
Die vrijdag ging ik de meisjes niet ophalen.
Adele leek niet eens verrast.
Ik besefte dat mijn schoonmoeder een waar probleem aangekaart had.
Hoe kon ik mijn leven met Nino en met mijn dochters combineren?
Dus besloot ik mijn dochters aan Adele toe te vertrouwen.
Ik ging ze bezoeken zo vaak ik kon.
Als ik bij Nino was, wou ik bij hen zijn...
en als ik bij Dede en Elsa was, wou ik bij hem zijn.
Die jaren waren Nino en ik altijd onderweg.
We wilden erbij zijn, observeren...
bestuderen, begrijpen, redeneren, getuigen...
en vooral van elkaar houden.
De loeiende sirenes van politiewagens, de controleposten...
het klappen van helikopterbladen, de slachtoffers...
ze stonden voor dit hoofdstuk van onze relatie.
Weken, maanden, het eerste jaar en toen anderhalf jaar.
Elke publieke gebeurtenis kreeg slechts betekenis in die nacht...
toen ik in mijn huis in Firenze naar de kamer van Nino was gegaan.
Op dat moment was ons echte leven begonnen, zo zeiden we.
Wat wij het echte leven noemden, was dat gevoel van wonderlijke glans...
dat ons nooit verliet, zelfs niet te midden van de gruwel van elke dag.
De leider van Democrazia Cristiana, Aldo Moro, is vanmorgen ontvoerd...
om 9.10 uur, door een terreurgroep...
Collega's, op dit dramatische moment...
gebiedt de intellectuele eerlijkheid ons niet te vergeten...
dat degene die de staat besmeurd heeft...
haar van haar lelijkste kant heeft laten zien...
de voedingsbodem heeft gecreëerd voor de Rode Brigades.
Ik zeg het niet graag in deze omstandigheden...
maar dat was Aldo Moro. - Wat?
Hij verborg de ongemakkelijke waarheid over zijn corrupte partij...
en identificeerde de partij met de staat.
Wat zeg je nu? Dat Moro de schuldige is?
Nee, leg me geen woorden in de mond.
Ik zeg dat we de instellingen moeten verdedigen...
niet door hun wandaden te verbergen...
maar door ze transparant te maken, zonder uitzondering.
Aan welke kant sta jij?
Aan welke kant ik sta? Aan de kant van mijn hoofd.
Sorry, maar dit is niet het moment voor zulke discussies.
Schaf de congressen dan maar af, er is altijd wel iets.
Alleen Moro begrijpt de bevrijdingsprocessen.
Hij erkent de kracht van jongeren en feministen...
terwijl ook links ons in de steek laat. - Bravo.
Wie spreekt dat tegen? - U.
Nee, ik ben het met je eens.
U bent meedogenloos voor een man in levensgevaar. Schaamt u zich niet?
Nee, nee. Ik heb meer mededogen dan jij.
Pietas betekent de waarheid zien en dan voelen.
Hou toch je mond. Zo is het genoeg.
Ga toch weg.
Ik kan rustig weggaan, geen probleem.
Hoe durf je zulke dingen te zeggen?
Jij zei twee maanden geleden hetzelfde.
Je vergist je, dat was ik niet. Ik niet. Je verwart me met een ander.
Wat ben jij kort van memorie.
Rustig maar, ga door met jullie congres. Ga door met jullie congres.
Schaam je. - Maar durf niet te spreken...
over Gaetano Salvemini. Bestudeer hem eerst.
Vreselijk saai. Het festival van de hypocrisie.
Aan welke kant sta jij? - Vond je het leuk?
Alleen wij tweeën telden. Elke keer kwamen wij tweeën weer samen.
Als we samen waren, kon geen enkele kritiek ons echt raken.
Integendeel, we werden verwaand.
Alleen onze eigen meningen hielden steek.
We renden naar etentjes, lekker eten, wijn, seks.
Alles wat we wilden, was elkaar vasthouden.
Ik moet je iets vertellen.
Aan je blik te zien, is het ernstig.
Het is misschien wel...
het schandaligste wat ik in mijn leven gedaan heb.
Het gaat over het artikel dat ik je vroeg te schrijven op school.
Jezus. Je liet me zo schrikken.
Waar heb je het over?
Je discussie met de godsdienstleraar.
Wat heb je gedaan?
Toen ik je artikel las...
kon ik niet geloven dat iemand zo kon schrijven.
Op zo'n aangename en intelligente manier.
Ik heb het zo vaak herschreven.
Ik heb Lila zelfs gevraagd het na te lezen en me te helpen.
Ik wou zo graag indruk op je maken.
Ik was van streek toen het niet gepubliceerd werd.
Ik zei dat er geen plaats voor was, hè?
Ja, ik geloof het wel.
De waarheid is dat er meer dan plaats genoeg voor was.
Waarom hebben ze het dan niet gepubliceerd?
Uit jaloezie.
Was de redactie jaloers op mij?
Ik was jaloers op jou.
Ik heb het gelezen en weggegooid.
Ik kon niet verdragen dat je zo goed was.
Er was geen reden om me dat te vertellen, maar toch deed hij het.
Zijn behoefte om oprecht te zijn...
zonder enig eigenbelang, ontroerde me.
Op dat moment kreeg ik plots het gevoel dat ik hem altijd kon geloven...
en dat ik mocht geloven in dat idee dat in mij groeide.
Om te gaan samenwonen...
en ons leven eindelijk te verenigen met dat van mijn dochters.
Ik hou van jou.
Ik hou ook van jou, weet je dat?
Ik moet jou ook iets vertellen.
Zeg op.
Het is maar een ideetje...
Maar?
Maar...
Wie kan dat nu zijn?
Wie weet dat we hier zijn? - Alleen Adele.
Neem maar op.
Hallo?
Ze moeten het essay indienen, ik kan het ook hier corrigeren.
Pietro. - Elena.
Hallo.
Hoe gaat het? - Het had erger gekund.
Elena, dit is Doriana.
Hallo.
Hoe is het gebeurd? - Dat weet ik niet meer.
Twee kerels kwamen op me af met een knuppel, een enorme klap...
Ik was buiten westen.
Wie waren het? - Fascisten, schurken.
Doet het pijn?
Ik weet niet wat hierin zit, maar ik heb me nooit beter gevoeld.
De dokter zegt dat je moet drinken.
Hoe gaat het met jou?
Goed. Goed.
Een beetje moe.
Altijd onderweg? - Ja.
Papa, hoe gaat het met je? - Rustig. Hij kan niet bewegen.
Doet het nog pijn? - Dag, Doriana.
Hoe is het met jullie? - Goed.
Elena, wat ben je snel hier.
Ja, ik heb de eerste trein genomen.
Dede, Elsa, zeg eens gedag tegen je mama.
Hallo.
Dag, mama. - Hallo.
Hallo, Dede.
Wat zijn jullie groot geworden.
Jullie zijn zo groot geworden.
Ik had een negen voor Italiaans.
Als ik niet was afgeleid, had ik een tien gekregen.
Goed, hoor.
Ik heb iets voor je, papa. - Ja?
Oma, waar is het?
Liefje, het spijt me.
Het ligt nog thuis.
Dat kan toch niet. Ik heb er dagen aan gewerkt.
Kijk... - Het was speciaal voor papa.
Het geeft niet. Geef het hem morgen maar.
Schatje...
Wie wil er mee frietjes gaan eten?
Ik. - Ik, maar ik wil ook cola.
Mag ik? - Goed, maar dan moet je delen.
Ik ga mee. Ik kan wel een koffie gebruiken.
Ga zitten.
Ze is heel lief.
Ben je verliefd?
Het is lang geleden dat ik zo gelukkig ben geweest.
Komt ze bij je wonen?
Het is te vroeg om dat te zeggen.
Maar ja, misschien wel.
We moeten nadenken over de meisjes.
Ik wil weer in Napels gaan wonen.
Met Nino? - Ja.
Ik heb het nog niet met hem besproken.
Is hij weg bij zijn vrouw? - Ja.
Hij woont met een collega dicht bij de universiteit.
Zoals een student?
Ik wil nu snel naar Napels...
een appartement zoeken voor de kinderen en mij.
Goed dan.
Ik heb nieuws.
Geweldig nieuws.
Ik zoek een groot nieuw huis, voor ons.
Met een speelkamer en een slaapkamer.
Waar wil je dat huis zoeken?
Ik heb met Pietro gesproken. - Dus?
Ik ben zo terug.
Ik heb de kinderen uit nood bij jou gelaten.
Ook omdat Pietro zich nog moest aanpassen.
Nu hij zijn eigen leven leidt, verandert dat.
Ik heb ook recht op stabiliteit.
En?
Ik verhuis naar Napels.
Ik ga er met mijn dochters wonen. - Nee, ik vertrouw je niet.
Hoe bedoel je?
Ik vertrouw je niet met hen. Je bent te veel met jezelf bezig.
Dat beslis jij niet.
Ik wil niet dat mijn kleindochters opgroeien in een stad als Napels.
Besef je wel wat je zegt?
Het is een gewelddadige, chaotische stad.
Jullie zijn altijd zo excessief.
Over wie heb je het? - Over jou, over jullie.
Over je familie, over je moeder, over de scènes die jullie maken.
Laat je Dede en Elsa bij haar als je weg moet?
Ik laat ze achter bij wie ik wil. - Ik wil het niet.
Ik wil niet dat Dede en Elsa in contact komen...
met mensen zonder enige controle.
Ik dacht dat jij de moederfiguur was die ik altijd nodig heb gehad.
Ik heb me vergist.
Mijn moeder is beter dan jij.
Elena.
Als je nu wilt douchen, kunnen we eten als Guido thuiskomt.
Oké, dat is goed.
Ik heb de logeerkamer klaargemaakt.
Ik slaap bij de meisjes.
Je vriendin heeft vaak gebeld.
Waarom heeft ze naar hier gebeld? - Ze weet dat je af en toe langskomt.
Lila heeft gebeld.
Dat moet hier. - Nee, dat gaat niet.
Dit...
Kijk. Dit hoort hier misschien bij. - Ik heb het andere nodig.
Het is tijd om te gaan slapen.
Welterusten, mama. - Welterusten.
Welterusten, opa. - Welterusten.
Welterusten. - Welterusten, opa.
Hoe heten die twee mooie dames?
Dede. - Elsa.
Ja, maar opa wil jullie volledige naam horen.
Dede Airota. - Elsa Airota.
Airota, zoals wie?
Zoals papa.
En wie nog meer? - Zoals opa.
En hoe heet mama?
Elena Greco.
Hoe heten jullie, Greco of Airota?
Airota.
Inderdaad.
Welterusten, lieverds.
Hoe gaat het met Nino Sarratore?
Was het het waard?
Hij is intelligent en verstaat zijn vak.
Maar hij is dwalende. Wat hij schrijft, bevalt me niet.
Het is moeilijk je weg te vinden in de chaos van de Italiaanse crisis.
Vooral voor mannen zoals hij, die iets willen doen.
Ik ga nog wat werken.
Maar er is iets doen en iets doen.
Sarratore behoort tot de intelligentsia zonder traditie.
Hij maakt liever indruk op de machthebbers...
dan dat hij strijdt voor een idee.
Wat betekent dat: intelligentsia zonder traditie?
Dat hij niemand is.
En daarom is iemand worden voor hem belangrijker dan wat ook.
Het gevolg daarvan is dat signor Sarratore onbetrouwbaar is.
Ik ben ook intelligent zonder traditie. - Dat ben jij ook, en inderdaad...
Wat wil je daarmee zeggen?
Ik vertrouwde je mijn zoon toe en je was oneerlijk tegen hem.
Waarom, als je een ander wilde?
Ik wist niet dat ik een ander wilde. - Je liegt.
Ik lieg, ja.
Je dwingt me tot een rechtlijnige uitleg.
Een rechtlijnige uitleg is haast altijd een leugen.
Jij zei ook slechte dingen over Pietro.
Je steunde me zelfs tegen hem. Loog je?
Nee, ik stond altijd aan jouw kant, maar je moest ons pact respecteren.
Welk pact? - Bij je man en dochters blijven.
Maar zo is het niet gegaan.
Het pact is verbroken, en dat verandert alles.
Doe wat je wilt, Adele.
Ik ben Elena Greco en mijn dochters zijn van mij.
Ik geef niks om de Airota's. - Je bent duidelijk Elena Greco.
Dat is nu wel overduidelijk.
Maar het zijn dochters van mijn zoon. Ze wonen nu bijna twee jaar bij ons.
We staan niet toe dat jij ze kapotmaakt.
Denk aan wat je je kinderen aandoet.
Dat zei Lila toen ik mijn gezin verliet.
Maar wat was slecht voor mijn dochters en wat goed?
Wat was slecht en goed voor mij?
En in welke zin kwam dat overeen, of week het juist af...
van wat slecht en goed was voor hen?
Wil je alles vergooien voor Nino?
Maak je je gezin kapot voor hem?
Doe het niet, Lenù. Hij zal je gebruiken, hij zal je leegzuigen.
Hij neemt je je wil om te leven af en dan laat hij je in de steek.
Waarom heb je zo veel gestudeerd?
Waarom heb ik me ingebeeld dat je een mooi leven zou leiden voor mij?
Ik heb me vergist. Je bent een idioot.
De reis naar Napels leek eeuwig te duren.
Toen de trein langzamer ging rijden en in stedelijk gebied kwam...
werd ik overmand door een angstige uitputting.
Het was alsof het Napels waarmee ik verbonden was...
waar ik naar terugkeerde, nu verengd was tot louter Nino.
Wat zouden we beslissen?'
We hadden geen idee hoe ons verhaal er concreet zou uitzien.
Wat zou hij ervan vinden om samen te wonen in Napels?
Ik wist alleen dat ik brandde van verlangen om hem weer te zien.
Er is iets wat je me niet vertelt.
Nee, niet waar. - Ik wil weten wat het is.
Is het soms een verboden gedachte? - Nee.
Waarom kijk je me dan niet aan?
Waarom kijk je me niet aan?
Nino, ik ben klaar om hier te komen wonen met mijn dochters.
We zullen heel gelukkig zijn. - Ja.
Heel gelukkig.
Ik heb wel wat geld.
Pietro helpt met de kinderen en ik krijg een nieuw contract.
Ik wil een groot appartement met veel licht en zeezicht.
Ik heb de zee altijd gemist.
Ik ga meteen op zoek naar een huis.
We vinden het wel.
Wie valt ons nu weer lastig? Ik ga kijken.
Ja?
Kan ik je terugbellen?
Wat had ik je gezegd? Een lastpost van de universiteit.
Nog vergeten. Lila heeft me gebeld.
Je moet van je laten horen. Ze blijft bellen, zelfs naar Eleonora.
Ik heb met haar afgesproken om te zeggen dat ze moest ophouden.
Hoezo, afgesproken?
Ik ben met haar en Carmen koffie gaan drinken.
Waarom zei je niks?
Ik wou je niet van streek maken. Die twee zijn gestoord.
Lila heeft heel de tijd alleen maar naar jou gevraagd.
Hoe je je kleedt, of je een ander kapsel hebt...
hoe je in het openbaar spreekt.
De andere gek wil dat jij met Galiani gaat praten.
Ze weet dat Nadia in Frankrijk is...
misschien weet ze meer over haar broer, Pasquale.
Je hebt nooit eens een momentje vrij en daar heb je wel tijd voor.
Ben je jaloers op die twee?
Nee, ik maak maar een grapje.
Ze blijven je lastigvallen.
Ik ga kijken.
Ja?
Ja, maar ik zeg toch dat ik het druk heb?
Ja, maar ik zeg toch dat ik het druk heb?
We hebben het er later nog over. In orde?
Ik wou Lila niet bellen om te zeggen dat ik weer in Napels kwam wonen.
Ik wou niet dat ze zich ging bemoeien met mijn zaken.
Maar ik belde Carmen en ik sprak met haar af in een bar in het centrum.
Carmen. - Lenù.
Wat leuk. Eindelijk. - Hoe gaat het?
Lieve hemel, wat ben je mooi. En je ziet er goed uit.
Wat? Ik ben altijd onderweg en verzorg me niet goed.
Jij ziet er goed uit.
Niet waar. Ik heb zo veel aan mijn hoofd.
Vertel het me bij een kop koffie.
Ik kan niet lang blijven, maar ik zie je gauw weer.
Twee koffie, graag.
Moet je al zo snel weer weg?
Ik ga met Nino naar een appartement in Via Petrarca kijken.
Wacht even, Lila komt zo.
Hoezo, Lila? Ik dacht dat het onder ons zou zijn.
Na die koffie moet ik gaan. We doen het een andere keer wel.
Lila,heeft me erg geholpen. Ze zou alles doen voor Pasquale.
Het is niet eerlijk dat de rijken altijd winnen.
Dat alleen armen zoals wij altijd moeten boeten.
Lila helpt iedereen, ze zorgt voor haar vrienden, de familie.
Zelfs voor Stefano.
Ze vond een huis voor Antonio...
en raakte bevriend met zijn Duitse vrouw.
Carmen, hoe kan ik je helpen? Ik moet echt snel weg nu.
Praat met de professor, de moeder van Nadia.
Ze weet zeker meer over mijn broer. - Goed. Ik bel haar morgen.
Je snapt het niet.
Bel haar niet, aan de telefoon zal ze je niks zeggen.
Goed, ik ga naar haar toe.
Ik betaal wel. - Blijf nog heel even.
Lila moet je iets belangrijks zeggen.
Waarom zeg jij het me niet?
Dat is niet mijn taak.
Heb je eindelijk de knoop doorgehakt?
Kom je terug naar Napels?
Ja.
Ben je nog met hem samen?
Lila, ik hou van Nino.
En hij houdt van mij.
Zonder hem had ik het boek niet geschreven.
Ik kon het niet meer.
Hij gaf me de kracht om opnieuw te beginnen.
Dus kom je weer hier wonen.
En dat zeg je Carmen en mij niet? - Ik zou het je wel zeggen.
Weet je familie het al? - Nee.
Zelfs Elisa niet? - Nee.
Het gaat niet goed met je moeder. - Hoezo?
Hoest. Ze wil niet naar de dokter gaan.
Dat weet ik.
Carmen zegt dat je me iets te vertellen hebt.
Het is geen goed nieuws.
Zeg het maar.
Ik heb Antonio gevraagd Nino te volgen.
Hoe bedoel je?
Om te zien wat hij doet. - Waarom?
Om jouw bestwil. - Ik zorg wel voor mezelf.
Je voelt je beledigd, maar je vergist je.
Ik ken Nino beter dan jij.
Daarom heb ik Antonio gevraagd hem te volgen.
Ik voel me niet beledigd.
Maar schiet op.
Zeg het maar.
Nino heeft zijn vrouw niet verlaten.
Hij woont nog bij haar.
Hij staat pas aan het hoofd van een onderzoeksinstituut van de bank.
Onder leiding van zijn schoonvader.
Wat is er?
Wist je dat al? - Nee.
Als je me niet gelooft, gaan we naar hem toe.
Ik herhaal het waar hij bij is, woord voor woord...
net als ik het jou gezegd heb.
Ik geloof je.
Als je naar Nino gaat, ga ik mee.
We geven hem ervan langs. We hakken zijn lul eraf.
Neem me niet kwalijk. Nu moet ik echt gaan.
Dag, Carmen. Dag, Lila.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.