Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
We worden door iets gevolgd.
Er is daar niets, het is je verbeelding.
Ik denk het niet. Horen er hier geen beren te leven?
Neen, bovendien zijn die banger van ons dan omgekeerd.
Ben je zo zeker?
Kom, ik wil er voor donker aankomen.
Ik heb een idee, ik ken de weg net zo goed als jij.
Waarom laat je mij niet voorop gaan?
Als dat je gerust stelt, doe maar. -Dat wil ik.
Schiet op, trage slak.
Neen, alstublieft, neen.
Wat? Zei je iets, lieverd?
Jack. Jack.
Jack?
Jack.
Voor de vierde maal deze week, is er opnieuw smog alarm.
De lucht in Los Angeles is niet geschikt om in te ademen.
En nu verkeersinformatie.
Op de autobaan naar North Colorado
gebeurde een ongeval, er zijn nog geen details.
Zij werken aan het ongeval om het probleem te verhelpen.
Als je die snelweg neemt, houd je ogen open.
De San Diego Freeway is open, maar het verkeer is traag.
We gaan naar het centrum naar een vriend van de verkeerspolitie.
Agent Ed Grissom. Ed?
Bedankt en goedemiddag, Harry.
Blij dat we binnen zitten en niet op deze snelweg.
Het is druk vanmiddag.
Een nieuw ongeluk werd net gemeld nabij San Diego.
Een wagen in problemen vertraagt het snelweg verkeer.
Eens voorbij die situatie rij je 25 mijl per uur.
Ontvangt dat ding ook muziek?
Ik kan er niet langer tegen.
Ik moet hier uitraken, ik word gek.
Ik weet wat je bedoelt.
Al die smog en hitte.
Twee uur om 20 mijl af te leggen. Belachelijk.
Charlie, blijf kalm.
Kijk die clowns nu, ze zijn gestoord.
Ik ben omringd door waanzin.
Weet je, Charlie? jij bent toe aan vakantie.
Waarom gaan we niet kamperen? Ik ken een ongerept plekje.
Hoe kan dat? -Omdat niemand er van af weet.
Ik weet niet, Steve. -Kom op, het zal je deugd doen.
Waarom vraag je het niet aan je bewaker?
Misschien laat ze je wel gaan.
Ja, ze laat me gaan. Blij om van me af te zijn.
Ja, de mijne ook.
We hebben strubbelingen de laatste tijd.
We praten over een scheiding.
Spijt me dat te horen, Steve. -Ja.
Mij ook.
Waarom kom je vanavond niet langs?
We bakken enkele biefstukken, wat denk je?
Klinkt goed. -Breng jij het vlees mee?
Dus jullie willen gaan kamperen?
En dat zonder ons?
We zouden jullie vragen maar twijfelen of jullie dat aankunnen.
Weet maar goed dat wij het beter verdragen
dan jullie twee oude knarren.
Dat betwijfel ik.
Ja? Wij dachten aan zelf ook te gaan kamperen.
Jullie? Bedoel je alleen?
Wat is daar zo grappig aan?
Niets. Gewoon dat
jullie dat niet kunnen.
Bij het gehuil van de eerste coyote vluchten jullie naar huis.
Is dat een feit? -Dat is een zekerheid.
We hebben het niet over een plezierreisje maar
over ruw avontuur.
Ja, weet je, een trektocht.
Het is wat. -Ja, wie kan dat niet?
Jullie niet.
Ik maakte zulke tochten lang voor ik jou ontmoette.
Schat, het enige trekken dat jij ooit deed, was in bed.
Wat wil dat nu weer zeggen?
Niets, enkel dat jullie het niet aankunnen.
Juist, Steve? -Wat jij zegt.
Wat weet jij er van af? -Veel meer dan jij.
Ik herinner mij dat jij vaak de weg kwijt was.
Twee maal. -Op dezelfde dag.
Ik bracht ons daar, of niet?
Amper.
Wie sukkelde de rivier in en verdronk bijna?
Ik wou alleen maar gaan zwemmen.
Met al je kleren aan?
Ik kijk even bij het eten. Iemand moet het doen.
Precies wanneer dachten jullie mannen te gaan kamperen?
Volgende week, ja, Steve? -Klopt.
Wat een toeval, het moment dat wij willen vertrekken.
Zonder ons? -Inderdaad, grote bek.
Hie is een idee, waarom gaan we niet allen samen kamperen?
Het kon zelfs leuk worden.
Geen denken aan. Ik ga niet kamperen met hem.
Waarom niet? -Omdat hij een macho is.
En ik ben er trots op.
Luister, zonder dollen,
het kan gevaarlijk zijn voor jullie om alleen te gaan.
Typische mannelijke list.
Telkens jullie niet willen dat wij iets doen, beweren jullie
dat het gevaarlijk is, alsof er beren of wolven of verkrachters zijn.
Verkrachters? -Verkrachters.
Ja, verkrachters.
Ze besluipen je langs achteren
en grijpen je en sleuren je de bossen in.
En dan doen ze hun zin met je.
Meer dan jij zal krijgen, haal je handen van me af.
Hoe dan ook, het gaat niet door.
Kom nu, ik wil niet dat je alleen gaat.
Ik ga niet alleen, maar met Sharon.
Je weet wat ik bedoel.
Het komt allemaal goed.
Bovendien komen jullie jongens volgende week bij ons.
Wat als jullie verdwalen?
Of gewond raken? -Gebeurd niet.
En Sharon is daar reeds vaker geweest.
Slechts enkele keren.
Waarom wachten jullie niet een paar dagen op ons?
Kan ik niet. -Waarom niet?
Ik weet niet.
Ik denk dat ik iets wil bewijzen.
Je weet toch waar we zullen zijn? -Ja, hoor.
Daar waar we steeds naartoe gaan. Ons speciale plekje.
Waarom kom je vannacht niet?
Net als vroeger.
Toen we gelukkig waren.
Meen je dat echt? -Mogelijk.
Het is het proberen waard. -Liefje, het is meer dan dat.
We komen vannacht, daar kan je op wedden.
Tijd om te vertrekken, denk ik.
Zo is het.
Niet vergeten, vannacht.
Je beloofde het.
Ik hou van je.
Zoetje, ik hou van je. We zullen er zijn.
Ben je zeker van hun bestemming? -Ja.
Aan de slag.
Ik ben bijna gereed met pakken. Haal me binnen 10 minuten op.
Afgesproken. -Goed.
Teddi, waarom hebben we niet op ze gewacht?
Niet zeker, het heeft vast te maken met die macho arrogantie.
In vergelijking met onze onafhankelijke zelfvoorziening.
Zo ongeveer.
Ik hoop dat je weet wat je doet. -Ik ook.
Steve.
Ben je werkelijk al een keer op trektocht geweest?
Neen, maar het is makkelijk.
Is dat zo? Hoe weet je dat? -Ik las het boek.
En jij? -Wat? Heb ik het boek gelezen?
Neen, op kampeertocht geweest.
Alleen met Steve.
Nog drie uren meer en we zijn van de snelweg af.
Ik kan niet wachten, ik zag meer dan voldoende snelwegen.
Ja, ik weet wat je bedoeld.
Verdomme, kijk daar, Steve.
Klote. Ik denk dat je water nodig hebt.
Ik neem best de volgend afslag.
Goed.
Verdomme.
Je weet wel waar we moeten zijn?
Ik denk het wel.
Wat meer telt, weten zij waar ons te vinden?
Ik hoop het van harte.
Denk je dat ze komen vannacht? -Het is hun geraden.
Ik dacht dat we alleen zouden gaan. -Een volgende gelegenheid.
Ja.
De radiator is er geweest.
En hoeveel zal dat ons kosten?
En hoe snel kan je het repareren?
Duurt niet lang, kost niet veel.
Ben je hier zeker van? -Natuurlijk wel.
Komaan.
Het is hier prachtig.
Horen er niet meer wagens te staan.
Andere kampeerders.
Ik vraag het me af.
Wat zou het? Meer ruimte voor ons.
Kom op, Sharon, we zullen plezier beleven.
Zoek je iemand? -Enkel Steve.
Misschien besloten ze pas morgen te komen.
Zeg dat niet.
We gaan ervoor, kom.
We pakken onze spullen.
Geloof je dat? 140 dollar om een radiator te herstellen.
En vier uren werk?
Weet je zeker dat dit de weg is?
Vrij zeker.
Hoeveel verder is het nog? -Ik weet niet.
Een paar uur.
Wiens domme idee was dit eigenlijk.
Ik vraag het me af.
Verdomme. Het gaat toch niet regenen?
Wat zegt het boek hier over?
Stel een tent op.
Waar is de tent?
Ik denk dat jij ze hebt?
Hier is ze dan.
Het plenst voor we hier wijs uit raken.
Verdomme, het zal zo donker zijn.
Geen paniek, ze redden zich wel.
Ja, ik hoop van wel.
Het lijkt ook nog te gaan regenen.
Grap je nu? Het regent nooit in Californi�.
Ja, misschien niet.
Maar wees gerust, binnen een uur is het duister.
Ik weet het. Wil je de plek niet bereiken vannacht?
Ik weet niet, ik ga het in ieder geval proberen.
Welke kant op?
Tracht mij te volgen. -Goed.
Gaan jullie vannacht op tocht?
Ja, waarom?
Het is al vrij laat, niet?
Ja, een beetje. -Weten jullie waarheen?
Ja.
Ik hoop het.
Wees voorzichtig.
Sinds jaren zijn er mensen die nooit terugkeerden van daar.
Hoe komt dat? -Wie weet.
Van een klif gevallen, verdronken.
Het eigenaardige is dat ze nog steeds vermist blijven.
We vonden nooit hun lichamen.
Dat is nogal bizar, niet?
Hoe lang blijven jullie? -Geen idee, vijf, zes dagen.
Waarom? -Zomaar.
Ik controleer wel binnen een week. Veel plezier
Zag je toevallig de eigenaar van die wagen?
Neen, ik kom zelf net aangereden.
Kijk goed uit.
Ja. -Dank je.
"Er valt niets te vrezen"
"Neen toch? Neen toch? Neen toch?"
"Mensen verdwijnen echt, waar verschuilen ze zich?"
"In de duistere kant van het woud"
"Verdwaal nu niet"
"Je zal de tol betalen, want velen stierven"
"In de duistere kant van het woud"
Pas toch op. -Neem me niet kwalijk.
Volg je? -Reken maar.
Dit lijkt helemaal niet op een pad. -Ja? Wil jij voorop gaan.
Kom op, het wordt laat.
Verdomme.
Weet je het zeker? Ik ben zeker dat we hier eerder kwamen
Wat wil je nou? Jouw wagen begaf het.
Ik weet het.
Trouwens, van wie kwam dit hele stomme kampeer idee?
Het is al goed. -Al goed, al goed.
Leid ons, Daniel Boone
Weet je, dit is best fijn.
Ja, maar ik wou dat Steve en Charlie er waren.
Wie heeft hen van doen?
Ik dus. Het begint eng te worden.
Ik denk dat ze mooi zijn. -Denk je dat ze allemaal mooi.
Ze lijkt op Heather. -Wie is dat?
Je kende haar niet.
Ik ken al jouw vrienden. -Niet deze, die was eerder.
Eerder dan wat? -Je weet wel, de vorige keer.
Dit is saai. Laten we naar huis gaan.
Maar ik wil blijven.
Dan blijf ik ook.
Waren de mannen hier maar.
Ja, ik geef het niet graag toe, maar ik had ze ook graag hier
Het is moeder. We verdwijnen maar beter.
Stil zijn, dan hoort ze ons niet.
Zagen jullie mijn kinderen?
Als jullie ze zien, stuur ze dan huiswaarts.
Ze moeten gestraft worden.
Wat voor de duivel was dat?
Weet ik niet, maar ik smeer hem als de bliksem.
Wat doen we?
Geen idee.
Pak het mes.
Hoe ver nog?
Ik weet niet, Charlie.
Ik vrees dat we de weg kwijt zijn.
Steve, hoe kan dat?
Dingen lijken anders 's nachts, ok�?
We nemen die richting.
Waar zijn jullie geweest? -Buiten.
Achter in de tuin? -Neen.
Moeder was op zoek naar jullie.
We zagen het.
En twee mooie dames. -Je beloofde niets te zeggen.
Waar? Waar zag je ze?
Je beloofde het. -Bij de rivier.
Papa gaat op jacht.
Kom, we moeten ze waarschuwen.
Verstop jullie, papa komt.
Wat scheelt jou?
Ik zag twee kinderen. Een hield een mes in zijn hand.
Het waren de twee waar die vrouw naar zocht.
Er is niemand. -Ik zeg je dat ze hier waren.
Misschien dromen we.
Dit was geen droom.
Zij waren het.
Papa komt hier naartoe.
Papa komt. -Wat betekend dat?
Ik weet het niet, we iets moeten doen.
Wat? Sharon, je maakt me bang.
Beheers je.
Het was maar een droom.
Het was geen droom. -Kijk me aan.
Kijk me aan.
We moeten ons verschuilen.
Sharon.
Alstublieft, laat me met rust.
Waarom wil je me pijn doen?
Ik wil je geen pijn doen, maar ik verga van de honger.
Ik heb al dagen niet meer gegeten.
Blijf uit mijn buurt.
Ik doe het snel, beloofd.
Blijf weg.
Waarom deed je dat?
Help mij.
Goed, Steve, waar zijn we nu, verdomme?
Zie je, Charlie,
we trekken oostwaarts.
En in het oosten ligt toevallig de kampeerplek. Hoe klinkt dat?
Klote, wat nu weer?
We maken beter tempo.
Wat denk je? -Het is er tenminste droog.
Blijven we hier tot de ochtend? -Je hebt vast gelijk.
Denk je morgen de weg te vinden?
Het zal makkelijker worden dan 's nachts, kom op.
Het is hier griezelig, h�?
Charlie, wat denk je dat dat is?
Alsof er licht is. -Inderdaad.
Maar dat slaat nergens op. -Niets tijdens deze tocht.
We gaan kijken waar het vandaan komt. -Dat is geen best idee.
Hoezo? Wellicht kampeerders die komen schuilen, net als wij.
Je zegt het maar, Steve.
Leid de weg. Je doet het prima tot dusver.
Wat maak je hier uit? -Dit lijken me geen kampeerders.
Blijkbaar niet.
Wat denk je? Moeten we aankloppen?
Misschien is er niemand thuis. -Wacht, er hangt vlees te braden.
Het ruikt raar, wat zou het kunnen zijn.
Geen vermoeden, jij bent de chef. -Pas sinds ik getrouwd ben met Teddi.
Jullie mogen hier niet zijn, papa zal boos worden.
Wij schuilen gewoon voor de regen.
Waar is jullie vader? -Hij staat achter jullie.
Hallo.
Welkom.
Bedankt, nogal nat buiten. -Ja, dat is zo.
Ik maakte net wat te eten? Schuiven jullie graag mee aan?
Neen, dank je, ik niet. Jij, Charlie?
Waarom niet? -En de kinderen?
Welke kinderen?
Die twee koters,
Waar zijn ze naartoe? -Weet ik niet.
Zijn ze van jou?
Ja, dat waren ze.
Ik zou een stoel aanbieden, maar ik ontvang zelden bezoek.
Dat is wel goed, we zitten op de grond.
Jij woont hier?
Ja.
Alleen? -Ja.
En de kinderen?
Die bezoeken me slechts. -Ik dacht dat ze de jouwe waren.
Ze verblijven bij hun moeder.
Woon je hier reeds lang?
Ja, toch langer dan ik wou.
Als je een mes hebt, tast toe.
Neen, dank je, geen honger.
Als je geen mes hebt, kan je het mijne gebruiken.
Neen, ik heb een mes, ik heb simpel geen honger.
En jij, Charlie?
Een klein stuk, als je dat goed vindt.
Het is best lekker. Wat is het?
Hert. Een beetje oud, maar smakelijk.
Is het wel het seizoen?
Het is er steeds seizoen voor, als je hongerig raakt.
Charlie, wat scheelt er?
Ik voelde rillingen.
Hoe kom je hier terecht?
Een lang verhaal.
Ik wil het graag vertellen. Willen jullie luisteren?
Waarom niet? We hebben niets anders te doen.
Het gebeurde een lange tijd geleden,
dat denk ik tenminste toch.
Is iemand van jullie getrouwd?
Dat zijn we beiden. -Ik was ooit getrouwd.
Had een vrouw en twee kinderen.
Ik was een gelukkig man.
Of dat dacht ik toch.
En plots veranderde alles.
Telkens ik thuiskwam, was er iemand daar.
Een verkoper, een reparateur.
Soms was het zelfs de besteljongen.
Ik stond er eerst niet bij stil.
Op een dag werd ik ziek en keerde vroeg naar huis.
Kalm, het is mijn man maar. -Wie?
H�, liefje, waarom ben je zo vroeg terug van je werk?
Je vraagt je beslist af wie dit is.
Dit is Carl, hij komt de boiler repareren.
De koelkast. -Was het de koelkast?
Waar zijn de kinderen?
Waarom deed je dat?
Ze spelen er graag.
Kinderen, gaan jullie in de tuin spelen, goed?
Ik ga maar beter om de boiler te herstellen. De koelkast.
Wat verwacht je dat ik doe?
Je bent praktisch impotent.
Dat je het niet vroeger uitdokterde.
Al die mannen.
Die waren hier niet voor zaken. Het zijn mijn minnaars.
Ze gaven me iets dat jij me nooit kon geven. Genot.
Wat gebeurde er verder? Wat deed je?
Ik deed wat elke man zou hebben gedaan.
Niets?
Niets, ik deed helemaal niets.
John, hou op, je doet me pijn.
Kom.
We verlaten deze vreselijke plek.
Het moest zo gebeuren.
Er was geen andere manier.
Wat vind jij van die ouwe?
Geen idee. Geloof je dat verhaal van hem?
Neen, hij verzint maar wat.
Ik heb zo mijn twijfels.
Als het waar is, geloof ik niet dat hij niets deed.
Wat denk je dat hij deed?
Wat denk je zelf? Hij leeft hier op zich.
Verdomme, is het je menens?
Ik weet het niet.
Waarschijnlijk niet, laten we slapen.
Ben je gek?
Ik slaap niet, wat als hij een moordenaar is?
Steve, niet gaan slapen. -Geen zorg, ik twijfel of dat lukt.
Wat denk je dat we moeten doen?
Hier blijven, wat kunnen we anders?
Ik weet dat ik geen oog dichtdoe.
Goed, we nemen en beurtrol.
Jij slaapt eerst. -Waarom ik?
Waarom niet? -Ik ben niet vermoeid.
Mooi, dan slaap ik eerst.
Goedemorgen.
Goedemorgen.
ik meende dat jullie verder willen trekken.
Ja.
Ja, willen we. Bedankt.
Charlie, wakker worden.
Ik dacht dat je wakker zou blijven. -Dat dacht ik ook.
Vooruit, we zijn hier vandaan. -Mee eens.
En, denk je nu de weg te vinden?
Fluitje van een cent, mijn jongen.
Waar kunnen ze verdorie uithangen.
Gaan vissen. weet ik veel. -Dit bevalt me niet.
Eerst die kinderen, dan die ouwe vent.
En nu een verlaten kamp.
Weet je zeker dat het hier is?
Charlie, natuurlijk weet ik dat.
Kijk dan, er zijn spullen en hun slaapzakken.
Ik krijg een idee.
We volgen de rivier. Jij stroomopwaarts, ik naar daar.
Goed. Charlie, ik zie je hier weer binnen een uur.
Sharon.
Geen geluk?
Neen, Charlie, niets.
Wat denk je?
Ik keer terug naar de kampeerplek en kijk of de meiden er zijn.
Zo niet, vragen we die oude man of hij iets zag.
Goed idee. Kom op.
Charlie, kom hier.
Wat denk je dat dit is?
Grond, soms ook modder genoemd.
Ja, je hebt vast gelijk.
Het voelt vreemd aan, erg kleverig.
We bezoeken die oude kerel.
Ik heb zo een voorgevoel over hem.
Hij is er niet. -Neen.
Weet je, Charlie?
Het staat me niets aan. -Mij evenmin.
Weg hier. -Ja.
Neen.
Doe me alstublieft geen kwaad.
Doe me niets. Alstublieft.
We doen jou niets. We willen enkel vrienden worden.
We komen je waarschuwen. -Me waarschuwen?
Papa gaat op jacht.
Help me, alstublieft.
Je moet je verstoppen. -Papa zal hier snel zijn.
Hij weet waar je bent.
Daar komt hij.
Ren daar naartoe en stop je weg. Achter de rots zijn er grotten.
Snel, of papa krijgt je te pakken.
Goed, ik meen dat het tijd wordt om de politie te roepen.
Kom, Steve, we zoeken het te ver.
Ze kunnen best mogelijk een wandeling maken.
Dat geloof je toch zelf niet.
Ik weet niets meer, enkel dat het zes uur lopen is naar de auto.
Wat wil je daar mee bedoelen?
Dat we dat voor het donker niet meer redden.
Wat dan nog?
Weet je nog hoe we verloren liepen op weg naar hier?
Zeg je dat we gewoon hier moeten blijven wachten?
Ik weet niet wat ik zeg.
Steve, er is wellicht niets aan de hand.
En zijn ze ergens op pad, of, -Of wat?
Of wat?
Dat is wat me ongerust maakt.
Goed, dan moeten we terugkeren.
En als ze opdagen? Laten we ze opnieuw alleen achter?
Moeten we hier zitten niksen?
Charly, het spijt me, ok�?
Wat stel je voor?
Simpel, ��n van ons gaat, de ander blijft.
Neen, opsplitsen is meestal een slecht idee.
Dit is een ongewone situatie.
Goed, wie gaat en wie blijft??
Jij alleen kent de weg terug naar de wagen.
Charlie, we zoeken nog even rondom het kamp.
Als er niets veranderd is,
dan ga ik.
Ik weet verder geen raad.
Laat hier, dat heb je niet nodig.
Misschien, maar ik voel me beter met dan zonder.
Jij zal het wel weten.
Wees voorzichtig, goed? -Jij ook.
Niet meer in slaap vallen, ok�?
Ik zou niet kunnen slapen al al hing mijn leven er van af.
Hopelijk gebeurd dat niet.
Ik zie je later. -Pas op jezelf.
Haast je, heb je je mes mee?
Geloof het maar.
Ik heb medelijden met hem. -Ik ook.
Hallo.
Wie zijn jullie toch?
Ik ben John Jr. -En ik ben Jennifer.
We zijn naar onze ouders genoemd.
Ik bedoel, waar komen jullie vandaan.
Wij wonen hier.
Waar hier?
Gewoon hier, in de bossen.
Alleen? -Meestal.
Soms blijven we bij papa.
Waar is jullie moeder?
Wij vinden haar niet aardig. -Ze was gemeen.
Wat? -Ze is dood.
Papa maakte haar dood. -Dood gemaakt?
Waarom? -Omdat ze een slechte mama was.
Ze gaf ons slaag. -En sloot ons op in de kast.
Ze wil ons nog steeds te straffen. -Ze zoekt ons.
En wij verstoppen ons altijd.
Zijn jullie beiden ook dood?
Ja. -Natuurlijk.
Het spijt me. -Het is wel goed.
Het is beter dan te leven. -Levend zijn is zo triest.
Hoe zijn jullie gestorven?
We deden zelfmoord. -Zelfmoord?
Ja. -Mijn God.
We waren heel ongelukkig.
We waren alleen met papa.
Toen werden we ziek. -En wilden we niet langer leven.
Dus gingen we dood.
Wat een vreselijk leven.
Papa was verdrietig toen we stierven.
Hij werd gek. -En is dat nog steeds.
Volgende keer zal het beter gaan. -Volgende keer?
Sharon.
We moeten je wat vertellen. -Iets belangrijk.
Wat? -Twee mannen zijn naar jullie op zoek.
Een is gewond.
Gewond? Wie is gewond? Waar zijn ze??
Een is bij de kampeerplek.
De andere viel van de heuvel en kan niet lopen.
Welke is waar? -Weten we niet.
Kunnen jullie me naar het kamp brengen?
Weet je niet waar dat is? -Ik ben verdwaald.
We tonen je het, kom.
Mama is hier terug.
Als ze ons ziet, krijgen we slaag.
We moeten gaan. -Dag.
Neen, niet gaan, alstublieft.
Hoe kan ze jullie kwaad doen als jullie dood zijn.
Zag jij mijn kinderen?
Kinderen?
Neen, welke kinderen?
Wanneer je ze ziet, stuur ze naar huis.
Ze waren stout en moeten gestraft worden.
Wat is jouw probleem? Ben je gek?
Gek? Natuurlijk. We zijn allemaal gek.
De winter komt eraan. Ik moet voedsel opslaan, meer niet.
Een hert. Wat oud maar smakelijk.
Papa heeft er weer ��ntje. -Weer ��n?
Wie? Waar?
Bij het kamp. Papa verloor bijna. Het was de sterkste ooit.
Breng me daar, vlug. -Goed, volg ons.
Daar zijn ze.
Mijn God.
Het is Charlie.
Niet wenen, Heather. Dood zijn doet geen pijn.
Wij zijn dood en met ons gaat het goed.
Ik wil niet sterven. Alstublieft, help me.
Neen.
Papa, neen. Ze is mijn vriend. -Niet van belang.
Maar ze wil niet sterven. -Dat doen ze nooit.
Als je haar pijn doet, Papa, gaan we zonder jou.
Menens, papa, we laten je alleen achter.
Neen, bedreig jullie vader zo niet.
Jij bent onze vader niet meer. -Denk er aan, we zijn dood.
Laat haar gaan, of je zal alleen zijn hier, voor altijd.
Was jullie moeder hier maar.
De andere. Waar is die? Diegene die gewond was.
Die brak zijn been. -Hij kan niet lopen.
Kunnen jullie me bij hem brengen?
Ja, hoor. -Kom op dan.
Schatje.
Liefje, ben je in orde?
Ik dacht je niet meer te zien.
Die kinderen weer.
Hallo.
Hallo. -Dank jullie.
Tijd voor vaarwel. -Vaarwel? Waar gaan jullie naartoe?
Dat weten we nog niet -Maar het is tijd.
We zijn onderweg naar papa. -Papa?
Maar is dat niet jullie papa? -Dat is hij.
Mijn God, Sharon.
Sharon, waar is Charlie?
Mijn God.
En Teddi?
Mama is op weg, John. -We moeten nu vertrekken.
Ze is nog niet gereed om te gaan. -Waarom niet?
Weten we niet. Maar ze volgt later wel.
Niet te snel, hoop ik.
Vaarwel. -Vaarwel.
Wat wil jij? -Mijn kinderen.
Ze zijn weg.
Voor altijd.
Ik geloof je niet.
Hoe dan ook, hier zijn ze niet.
Vertaling door Gutte.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.