Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
888
(lucifer krast)
(kalme muziek)
(mysterieuze melodie)
(doffe paukslagen)
(een vrouw neuriet)
(man, van ver:) Lampje!
(van ver:) Lampje!
(van ver klinkt meeuwengekrijs)
Lampje, waar zit je?!
(kabbelend water)
(Lampje:) Kom 'ns hier.
Laaaampje!
(voice-over:) Eigenlijk heet Lampje geen Lampje...
maar Emilia. Weg met jou.
Net als haar moeder.
Maar vroeger vond haar vader 't altijd lastig...
als er twee mensen opkeken als hij er maar eentje riep.
En later wou hij die naam helemaal nooit meer horen.
Dus noemt hij haar...
Lampje! Lampje.
(kalme pianomuziek)
Lampje woont met haar vader Augustus in de vuurtoren...
bij het grote strand, waar altijd wel wat aanspoelt.
Vroeger maakte haar vader vaak een vuurtje...
en uit de haven kwamen bootjes aangevaren met piraten.
Die gingen dan om het vuur zitten, aten geroosterde vis...
en zongen de hele nacht.
Maar nu komt er niemand meer zingen...
en vuurtjes op het strand maakt haar vader ook niet meer.
(plons)
(vader:) Lampje!
(fluistert:) Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven...
acht, negen, tien.
Een, twee, drie, vier.
(zacht:) Lucifers vergeten.
Voor de avond valt moet het licht in de vuurtoren branden...
zodat schepen zich niet te pletter varen op de rotsen.
(Lampje, fluisterend:) 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64...
166.
(zuchtje van schrik)
(zacht:) Doe je best, want anders gooi ik je in zee.
(heldere klank)
(doffere klank)
(klankenspel)
(mechaniek ritselt)
(gedempte muziek)
(slepende muziek)
(zacht:) Ik moet nog lucifers kopen. Onthouden.
(lege flessen rinkelen)
(vader:) Aaah.
Aaah.
(moeizaam:) Kwallenpis.
Kom maar staan.
(de vader kreunt zacht)
(met een grom:) Wrah.
(Lampje blaast)
Slaap lekker.
Hmmmm.
(strandvogels tjiepen)
(mysterieuze klanken)
(vrolijke muziek zwelt aan)
(zangers:) *Links vier, hop
*En rechts twee meer
*Daar gaan we nog een keer, heeee!
*Hiiihaaa (vader:) Heb je 't warm genoeg?
(moeder:) Naar bed, mijn liefje.
Kom.
Ik zing nog één liedje en dan ga je slapen.
Anders ben je morgen niks waard.
*Zout is mond van een zeemansbruid
*Zout is de zijne, zout is de hare
*Zout is de mond van een zeemansbruid
*Haar zeeman zal spoedig uit gaan varen
*Dus zoent ze hem (klaaglijke klanken van zingende zaag)
*Dus zoent hij haar
*Want zij kan niet mee
(muziek stopt)
(ruisende branding en geklots)
(meeuwengekrijs)
(voice-over:) De dag waarop alles anders wordt, begint windstil.
Maar wie goed luistert, hoort dat de meeuwen roepen.
(van ver roepen meeuwen)
Ik ga naar buiten.
(meeuwen roepen klaaglijk)
(rommelende donder)
(luider gerommel) (geschrokken:) Het licht moet aan.
(vader:) Lampje, is het licht al aan?
Ja, bijna.
(gejaagde muziek)
(kletterende regen)
(kind:) Mam!
Pas op, kom gauw. Naar binnen.
Meneer Rozenhout! (ze klopt beukend)
Meneer Rozenhout!
(ze slaat harder)
Meneer Rozenhout!
Meneer Rozenhout!
(man:) Lampje, kom gauw naar binnen.
Kind. De lucifers zijn op.
Het licht is nog niet aan.
Nog niet aan?
Ga lekker bij de kachel zitten.
Droge kleren en warme melk. Je gaat die storm niet meer in.
Ik moet wel. Twee doosjes lucifers graag. En of u 't op wilt schrijven.
(vrouw:) Frederik, wie is daar?
Lampje. Voor lucifers.
Hier, extra kwaliteit.
Lampje van de vuurtoren?
Hoeveel Lampjes ken je, mens?
(mevrouw Rozenhout zucht) Hier. Een stukje.
Hmmm.
Lekker? M-hm. Goed zo.
Stop maar in je schoenen.
En dan hang je ze bij de kachel.
Nee, dank u wel.
(ruisende regen en donderklap)
(kerkklok luidt)
(voice-over:) De wind jaagt de zee op.
Het licht moet aan, maar het pad is verdwenen in de golven.
(kolkend geruis)
(dreigende muziek)
(nerveuze muziek)
(Lampje hijgt)
Lampje!
Waarom is het licht niet aan?!
Lampje?!
(hij kreunt gesmoord)
(knetterende donder)
(Lampje kreunt angstig)
Lampje!
Lampje!
(galmend:) Lampje!
(gedempte onderwatergeluiden)
(raadselachtig muziekje)
(ijle klanken)
(gitaarmuziek)
(voice-over:) En zoals altijd komt de volgende dag de zon weer op.
Het water ligt stil in de baai alsof het zich een beetje schaamt.
(gekabbel en vriendelijke gitaarmuziek)
(van ver roepen meeuwen)
(Lampje:) Mam?
Mama?
Ben ik dood?
(moeder:) Nee, liefje.
(van ver roepen de meeuwen) Hoor je de meeuwen?
Is papa erg boos?
Hmmm...
Ik heb het zo hard geprobeerd.
Je was erg dapper.
Kom maar, vooruit dan maar. Je wordt ziek in je natte goed.
(gesuis van de wind en geruis van de zee)
Papa?
Papa?
Er is vannacht een schip vergaan.
Luisteren en nazeggen:
Mijn vader is de hele nacht bezig geweest...
om de lamp te repareren.
Maar dat is liegen. De lamp was niet stuk.
Wat moet ik dan zeggen?
Dit meisje is vergeten de lucifers te halen? Het is haar schuld?
Mijn vader is de hele nacht bezig geweest...
om de lamp maken, want die was stuk.
Zo, je leeft nog.
(van ver klinkt gehoest)
Hij is je nog achteraan gerend, gisteren. Om jou z'n jas te brengen.
En nou ligt hij te blaffen in bed. (gehoest)
En wie kan er dan voor hem zorgen en ook nog even de winkel doen?
(gehoest)
Eén doosje lucifers graag en of u het wil opschrijven.
Alweer?
Weet je hoeveel er nog staat?
Aardappels, tweeënhalve zak.
Acht liter melk. Acht!
Bonen, zes broden, drie krentenbollen.
Hoezo krentenbollen als je niet eens brood kan betalen?
Dan heb ik het nog niet eens over de drank. Wat daar allemaal staat.
Ik zal morgen geld brengen. Echt, maar ik moet nu lucifers.
Het licht moet straks aan. Ja, zeker.
Maar waarom moeten wij dat allemaal betalen?
Leg me dat nou eens uit.
En er staan hier vier pakken lucifers, de duurste ook nog.
(meneer Rozenhout:) Geef dat kind die lucifers! Waarom zou ik?
Nu! Ben je helemaal gek geworden?
Ik gek? Je zal jezelf bedoelen.
Je geeft je jas weg, je geeft de halve winkel weg, je zal mij nog...
Naar boven! Je bent ziek!
En zonder sloffen. Ja, ja, ja, ik zeg al niks meer.
Nou, dat zou héél fijn zijn, hè?
Alsjeblieft. Rennen maar. Dank u wel.
Rennen. Ik schrijf het wel op! Dat worden dan vijf pakken lucifers!
Vijf.
Er komen mensen aan, pap.
De juf van school en politie.
Naar boven jij.
Waarom?
En je hebt onthouden wat ik gezegd heb, hè?
Meneer Waterman.
Wat een storm gisteren, hè?
En het schip... ,krak, doormidden.
Ja.
Een godswonder dat er niemand verdronken is.
Weet je hoeveel het kost, zo'n schip? Ja.
En eh... was het licht aan?
De lamp was stuk. Ik ben de hele nacht bezig geweest...
om hem te repareren en vanochtend heb ik...
Toen heb je 'm aangedaan?
Natuurlijk.
Augustus Waterman.
Heb jij je dochter gisteren nog om lucifers gestuurd?
Veel te laat, toen het licht al lang aan had moeten zijn?
Ik zweer van niet.
Ik heb Lampje niet gestuurd.
(sissend:) Wegwezen jij. Neeneenee, zij blijft hier.
Kom.
Kom maar dichterbij.
(fluistert:) Lampje...
Vertel jij maar eens wat er is gebeurd.
De lamp was stuk en mijn vader is de hele nacht bezig geweest...
om hem te repareren. En toen ben je lucifers gaan kopen. Nee.
Mevrouw Rozenhout zegt van wel.
Ja...
Nee, dat was eerder, dat was juist daarvoor.
Waarom eigenlijk? Was je... was je vader het vergeten?
Mijn vader kan niet zo ver met zijn been en hij was...
(fluistert:) Niet zeggen. Wat was hij? Moe.
Dronken. Nou.
Te dronken om te werken.
Nee, maar ík was de lucifers vergeten.
(fluistert:) Nee.
Dus dat schip is mijn schuld.
O, jíj bent de vuurtorenwachter?
En nou opgedonderd! Hou op, papa!
Nee! (klap) Au! (ze snikt)
(fluistert:) Lampje. Uw eigen dochter! Bruut.
En jullie staan daar maar. Ik ga dit niet meer aanzien!
Ik niet! Geen minuut langer!
Lampje.
Een paar jurkjes, ondergoed, nachtjapon en sokken.
En iets voor de zondag, natuurlijk.
Geef je koffertje maar.
Ik heb geen koffertje.
Zo, voilà.
Kom maar.
Graag gedaan.
Dank u wel. Wat zouden we zonder u moeten?
Dat vraag ik mij heel vaak af.
Hop-hop.
(treurige muziek)
Dat is genoeg lucifers voor zeven jaar.
Elke avond zet jij het licht aan en elke ochtend zet je het weer uit.
En iedere eerste van de maand brengt hij je vier kisten scheepsbeschuit.
En mijn dochter? Wat gebeurt daarmee?!
Hé!
Wanneer zie ik mijn kind weer?
Hé!
Ik vraag je wat!
Wanneer zie ik mijn kind weer?!
Zooo, daar ga je.
Mag ik weer naar huis?
Naar huis? Je mag blij zijn dat je daar weg bent.
Het komt allemaal keurig in orde.
We hebben alle belangen afgewogen en vooral die van jou.
Ik wil naar huis. Wat een kind wil, is niet altijd het beste.
Ga eens op je benen staan.
Nou.
Wat denk je ervan?
Och.
Dat is waar. Jij kan niet lezen.
Jij mag naar huis als de schade verrekend is.
5000 gulden. Dat brengen die spulletjes van jullie niet op...
en daarom moet ervoor gewerkt worden.
En er is net een betrekking vrijgekomen...
bij de admiraal, een zeer gerespecteerd man.
Het is heel gewoon dat iemand op jouw leeftijd gaat werken.
Hoelang moet ik daar dan blijven?
Nou ja, als we één gulden per dag zeggen...
dan is dat 5000 dagen.
Maar als jij aan jouw kant wat doet en je vader aan de zijne...
dan is het zomaar geeneens de helft.
En dat is...
2500 dagen.
En dat is zeven jaar.
Dat is ontzettend lang.
Nou, zeven jaartjes, daar valt nog wel overheen te kijken.
Dat kan echt niet.
(snikje)
Het zal wel moeten.
Kom maar.
Hè?
(hijgend:) Nog eventjes.
Stap-stap.
(een vogel krijst)
(verontrustende muziek)
Maar dat is... het Zwarte Huis.
(donkere muziek)
(bel klingelt)
Daar woont een monster.
Nou, als dat zo was, hadden we hier nooit een kind naartoe gebracht.
(voice-over:) Het Zwarte Huis staat even buiten de stad...
op de rand van een klif met zijn rug naar zee.
(door de verontrustende muziek klinkt een klagende roep)
(bel klingelt)
En iedereen weet dat daar een monster woont.
(dreigende muziek)
(sleutelbos rinkelt)
(hek gaat knarsend open)
Heel erg bedankt.
Zeg 'dank u wel'. Dank u wel.
(klagende roep)
(langgerekte klagende roep)
(bel klingelt)
Koekoek!
Ze zijn niet thuis.
Nou, dat werd tijd.
Nee, nee, niks nodig. Volgende week misschien.
Ja, ja, ik zal 'm aan meneer geven als hij er is...
maar hij is er nu niet. Wanneer is hij er dan wel?
Dat weet ik niet. Eh... voorlopig niet.
Enfin, het staat allemaal in de brief.
Laat u haar maar stevig werken. Daar is nog nooit iemand dood van gegaan.
Nee, u laat haar toch niet hier, want dat komt niet uit.
Lennie!
(gestommel) Lennie!
(geblaf) Lennie, hou 'm stil!
Lennie! (huilgeluiden)
Ze kunnen hier wel wat hulp gebruiken.
Nee, het komt niet uit. Trouwens, ik moet me nog verkleden...
want ik kan hem toch zo niet begraven?
(huilend gejammer)
Het komt niet uit. Geen dank, mevrouw. Geen dank, kind.
Daar doe ik het niet voor.
En je zult zien: Die zeven jaartjes vliegen voorbij.
(deur klapt dicht)
(verontrustende muziek)
(onzeker:) Hallo?
(sniffend geluid)
Wat sta je daar nu? Ga naar je kamer!
Ik weet niet waar mijn kamer is, mevrouw. Mevrouw?
Ik heet Martha, hoor. De trap op en de derde kamer links!
Dat bed is opgemaakt!
(deur gaat zacht knarsend open)
(fluistert:) Een, twee, drie, vier...
vijf, zes...
zeven.
(heldere tik, gevolgd door twee zachtere tikken)
(Martha roept buiten iets)
Wacht niet.
Ja.... zo gaat het toch niet.
Zo loop je achteruit.
Niet te snel!
Niet te snel!
(van ver klinkt een langgerekte, klagende roep)
(de langgerekte roep klinkt luider)
(fluistert:) Mama, een monster.
(moeder:) Monsters bestaan niet. Lieverd.
(Lampje ademt gejaagd)
Kom Lampje, voeten wassen en naar bed.
(fluistert:) Maar mama, ik heb nog niks gegeten.
Het gaat vandaag anders.
Hup, niet zo treuzelen.
(deur klapt dicht)
Zal ik een liedje voor je zingen?
(de moeder neuriet een melodie)
(meeuwen roepen)
Oh! Hoooh.
Ik ben het maar. (fluistert:) Daar hou ik niet van.
Sluipen en laten schrikken. Beter niet doen.
(gestommel en grommende geluiden)
(giebelend gelach)
Lennie.
Lennie, hond uit de keuken.
(de hond grauwt zacht)
(fluistert:) Het is maar 'n hond.
Lennie, kom zitten. Je pap wordt koud.
Dat is Nick. Het schijnt dat hij ook nog kan praten.
O ja, nog een bord.
Kom hier.
(in zichzelf:) Mama?
Ik wil naar huis.
(moeder:) Toe, liefje.
Eet wat, dat helpt.
Ik mis papa zo.
Kom.
Eet dan.
Een beetje moed voor de dag die komt.
(treurige muziek)
(Lennie lacht zacht)
(voice-over:) Vanuit de tuin kun je de vuurtoren niet zien.
(meeuwen roepen)
Maar de meeuwen wel.
Zij vliegen hoog genoeg.
(vinnig:) Nee. Nee, nee, nee.
(fluistert fel:) Daar komt niemand.
Alleen even naar de vuurtoren kijken.
Boven zit op slot... en de sleutel is weg.
Kom, zet dat maar uit je hoofd.
(voice-over:) En precies dat is Lampje niet van plan.
(langgerekte, klaaglijke roep)
Dagenlang al denkt Martha aan die kamer boven.
Aan die oude, rotte vissen die in de kelderkast liggen te stinken.
Nu Jozef dood is, moet iemand ze gaan brengen.
(moeder:) Ga slapen, kindlief.
Ik wil weten of papa het licht heeft aangestoken.
Je vader kan best op zichzelf passen.
Straks vergaat er weer een schip. Maar daar kun jij dan niks aan doen.
Zal ik een liedje voor je zingen? Dat hoeft niet.
(spannende muziek)
(van ver:) Ik ben het. Martha.
Ik heb een stok, hoor!
(gerinkel gevolgd door een kreet van Martha)
(Martha schreeuwt)
(geschrokken:) Woeh! Ooo.
O!
(paniekkreetjes)
(moeder:) Lampje?
Mama, het is gewoon een hond. Monsters bestaan niet.
Dat zeg je zelf. Die bestaan ook niet.
Ik moet alleen even naar papa kijken.
Laat die man. Hij is oud en wijs genoeg.
Lampje.
Ik heb het echt liever niet.
Ik verbied het je.
Ja maar mama, papa is er tenminste. Jij bent eigenlijk dood.
(spannende muziek)
(fluistert:) Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht.
(gerommel en gekners)
(klepperend geluid)
(slot klikt open)
(aanzwellende klank)
(eindtune)
(Lampjes moeder neuriet met de mysterieuze melodie mee)
NPO ONDERTITELING TT888, 2022 informatie: service.npo.nl
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.