Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Vertaling: Trilker
MW LOWRY & ZOON
Ik schilder wat ik zie.
Ik schilder hoe ik me voel.
Ik ben een man die schildert. Niets meer, niets minder.
Elk schilderij dat ik maak, begint op dezelfde manier.
Het begint met dezelfde kleur.
Onder elk schilderij zit de kleur wit.
Vlokken-wit.
Ja.
Nee.
Gezien. Ik heb je, nee, nee. Ik heb jullie gezien.
Nee, vandaag niet, geen snoepjes.
Nee, ik heb ze aan alle lieve kinderen gegeven.
Nee, nee, niet vandaag, nee, nee.
Morgen als je geluk hebt. Als je niet stout bent.
Ik wil het vandaag. - Was je gezicht en ik geef je morgen wat.
Twee minuten.
Hallo.
Goed, ja, dat is...
Zeg dat ik hem morgen rond deze tijd bel.
Dank u.
Sorry.
Daar is die vrouw weer.
Heel beschaafd. Haar en kleding smetteloos.
Dat keur ik goed. Middenklasse.
Ik droomde ervan concertpianiste te worden.
Ik oefende elke dag, toen we in Victoria Park woonden.
Een andere wereld.
Ben jij dat, Laurie? - Ja moeder, ik ben het. Wie anders?
Geen idee. Je had een inbreker kunnen zijn.
Inbrekers hebben geen eigen voordeur sleutel. - Alles is mogelijk in Pendlebury.
Mensen vertonen allerlei wangedrag zodra je je omdraait.
Wat ben je aan het doen?
Ik hang mijn regenjas op, moeder. - Laat hem niet druppen.
Nee, moeder. - Veeg je voeten. Schud die paraplu uit.
Hoor je me, Laurie?
Ja, ik hoor je, moeder. - Waarom geef je dan geen antwoord?
Wees niet zo agressief.
Je bent zo'n ergernis.
Binnen.
Goedenavond, moeder. - Goedenavond, Laurie.
Zo dan.
Heb je eraan gedacht de voordeur op slot te doen?
Dat doe ik altijd. - Mooi, je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.
Nee, moeder.
Er was vorige week een vrouw
die deed haar voordeur niet op slot
en in minder dan een uur had ze geen tapijten.
De boosdoeners hadden alles opgerold,
inclusief een lapjesdeken. De boeven.
Wie heeft je dat verhaal verteld? - The Anglican Times, die liegt niet.
Dat soort mensen woont hier...
onze buren, de arbeidersklasse.
Waar ben je geweest? Je bent heel laat.
Je weet waar ik ben geweest, moeder. Ik heb de hele dag gewerkt.
Waar was je vandaag? - Old Trafford.
Ik hoop dat je eraan hebt gedacht je handen te wassen.
Mijn handen zijn schoon, moeder.
Dat bepaal ik wel. Laat eens zien.
Tevreden? - Ik denk dat het zo wel kan.
Zo dan.
Hoe was je dag, moeder?
Net als anders.
Ik lig hier gewoon te wachten op het onvermijdelijke.
Nee, zeg dat niet.
Waarom niet? Het is waar. Het heeft geen zin onszelf voor de gek te houden.
We weten allebei waar mijn leven naartoe gaat.
Nee. Je gaat nog jaren mee. - Hoe weet je dat?
Dat kan ik zien.
Ik hoop het.
Sorry, ja.. - Daaronder.
Oké, klaar.
Juist, bedankt.
Maar je hebt er geen suiker in gedaan. - Sorry.
Heb je vandaag geen afleiding op je radio gevonden?
Nee. - Het middagconcert?
Nee, ik heb niets gevonden.
Vandaag had ik weer een slechte dag. Die pijn...
Ik dacht dat mijn bed een doodskist werd.
Je moet niet opgeven, moeder. - Waarom niet?
Welke vrouw droomt ervan te wonen in een driekamerhuisje in Pendlebury?
Alsjeblieft, je thee. - Dank je.
Je voelt je morgen vast beter, toch?
En denk eraan, Dr. Mills komt, niet?
Ja.
Dr Mills maakt een van zijn wekelijkse visites
en ik ben dankbaar voor al zijn drankjes.
Ja moeder. Dr. Mills houdt je blijmoedig, nietwaar?
Nee, ik ben nooit blijmoedig.
Ik heb me sinds 1868, het jaar van mijn vormsel, niet blijmoedig gevoeld.
Dat was lang geleden, moeder. - Een leven lang.
We leven in 1934. - Dat weet ik ook wel.
Ik geef je vader de schuld van alles.
Wat een neergang.
Hallo? Ik kom de huur halen.
Ik ben het.
Ik had hoge verwachtingen voor jou en je vader.
Ik dacht dat jullie allebei succesvol zakenman zouden zijn. Mannen in aandelen.
Maar hij was niet kundig en jij ook niet.
Hopeloos.
Ik kom eraan.
Wat eten we vanavond? Laurie.
Worstjes. - Varkensvlees of rundvlees?
Varkensvlees. - Goed gegrild, hoop ik.
Geschroeid. Ik kan niets vettigs verteren. - Ik weet het, moeder.
Londen.
Hoeveel worstjes wil je, moeder? - Ik kan niets verteren vanavond.
Een of twee? - Drie.
Okido.
En een stukje brood en boter. Voor een betere spijsvertering.
Brood bekleedt het slijmvlies. - Okido.
Waar heb je die gekocht?
Wat? - De worstjes.
Een slager. - Welke? McCreadie of Harrison?
McCreadie.
Je zit altijd goed bij Arthur McCreadie. Hij slacht al jaren.
Heb je ze gekocht van Arthur McCreadie of de jongen?
De jongen. - Hij ziet je aankomen, die jongen.
Nee, hoor. - Jawel.
Hij verkoopt je zo een oude worst.
Hij is slim.
Hij is geboren in Chorlton-cum-Hardy. Terwijl jij...
Wat? - wereldvreemd bent geboren.
Wereldvreemd... Er is toch niks mis met wereldvreemd zijn, of wel?
Keer op keer maakt het leven me blij.
En bedroefd.
Het regent nog steeds. - Nog steeds?
Tiktiktik.
Tiktiktik.
Gods tranen.
Ik hoop zo dat je gelukkig bent, moeder. Op een dag.
Hoop je dat? - Ja.
Laten we niet sentimenteel doen, Laurie.
Daar is die vrouw weer.
Welke vrouw? - Onze nieuwe buurvrouw.
Werkelijk?
Wat een sociaal leven, niet? Kun je zien wat ze aanheeft?
Kleren.
Doe niet zo stom. - Ik maakte een grapje, moeder.
Wie lacht er?
Ze is altijd onberispelijk gekleed, niet? Een fatsoenlijke vrouw.
Dat keur ik goed.
Kom maar, kom bij mama.
Mijn baby, kom op.
Ik vraag me af waarom ze hier woont.
Dat dacht ik ook al. Ze is zeker een stuk beter dan de rest.
Misschien heeft ze het financieel moeilijk. - Niet met zo'n bontkraag.
En een echtgenoot die dure kostuums draagt.
Heb je zijn elegante hoed niet gezien.
Nee, die heb ik niet gezien. - Je moet oplettender zijn.
Een man moet interesse tonen in zakenmensen, als hij vooruit wil komen in het leven.
Dat zeg ik altijd tegen je.
Braaf zo.
Je moet belangrijke mensen kennen, Laurie, om vooruit te komen.
Maar je hebt nooit geluisterd, je zat liever boven op zolder
met je hobby. - Het is geen hobby, moeder.
Oh, nee? - Nee, dat is het niet.
Hoe noem jij het dan?
En wat heeft het je gebracht, deze hobby?
Niks. We kunnen het niet betalen.
Je zit daar nacht na nacht gas te verstoken.
Denk aan de onbetaalde rekeningen. - Ik betaal ze terug, moeder.
Vaders schulden. Maak je maar geen zorgen.
Hoe ga je die terugbetalen van het loon van een jongste bediende?
Je bent een man van middelbare leeftijd. Geen woord over promotie in 25 jaar.
Ik zal het doen, moeder. Dat beloof ik.
Ik ben vastbesloten de schuldeisers van vader terug te betalen. Beetje bij beetje.
Nog steeds hoopvol.
Hoop brengt veel mensen door het leven, moeder.
Nog steeds hoopvol.
De meeste mensen in Pendlebury zijn lui tot op het bot, dat is hun probleem.
Mensen kunnen het niet helpen dat ze arm zijn. Geen schande om niks te hebben, toch?
Natuurlijk is er schande. We zijn middenklasse, Laurie.
We leefden boven onze stand, moeder.
Vader wist het. Hij probeerde je gelukkig te houden.
Gelukkig? Op onze trouwdag regende het. Sindsdien stroomde het ongeluk op mij neer.
Hij maakte mij het lachertje van de familie.
Jarenlang leende hij geld van mijn relaties, ik wist er niets van.
Ik trakteerde je tantes en ooms op Frans gebak van Greenhalgh,
terwijl we al zonder geld zaten.
Ze hebben mijn Nottingham kanten kleedjes vast belachelijk gevonden.
Wil er iemand nog meer thee? - Ja.
Heb je nooit een van mijn schilderijen mooi gevonden, moeder?
Nee.
Ik ben niet de enige, of wel?
Heb je de avondkrant gelezen?
De avondkrant, moeder?
Ja, je neemt meestal een avondkrant mee naar huis, toch?
Nou, vanavond was ik het vergeten.
Oh, dat was je vergeten.
Zal ik hem je dan voorlezen?
Je hoeft mij de krant niet voor te lezen, moeder.
Waarom niet? Je moet op de hoogte blijven.
'Een lelijk schilderij.'
"Het schilderij van de heer L.S. Lowry - Coming From The Mill -
is verwarrend en lijkt door een kind te zijn geschilderd.
De figuren, als we ze zo mogen noemen, zijn niets anders dan vlekken.
Belachelijke marionetten zwevend in een smerige industriële scène.
Als dit Mr Lowry's visie is op het landschap van Lancashire en haar mensen,
heb ik heel veel medelijden met hem.
Het is een zeer onbevredigend beeld
en een belediging voor de bevolking van Lancashire."
Mr Denby is niet onder de indruk, Laurie. - Wat weet hij nou?
Wat weet hij?
Hij weet meer dan jij. Hij weet alles. Hij is een kunstcriticus.
Ik ben niet geïnteresseerd in wat meneer Denby weet, moeder.
Hij kent mij niet en ik ken hem niet.
Hij weet iets over je schilderij. 'Coming From The Mill'.
Hij vindt het niet goed. Hij noemt het een belediging.
Waarom doe je het, Laurie?
Die smerige industriële beelden schilderen, die niemand wil kopen.
Ik schilder wat ik zie, moeder. Niets meer, niets minder.
Ik schilder hoe ik me voel.
Hoe jij je voelt? Hoe zit het met hoe ik me voel?
Ik wil niet het gevoel hebben dat iedereen me uitlacht.
Niemand lacht je uit, moeder.
Lachen om mijn schilderijen is een lach om mij.
Ja. Elk schilderij ziet eruit alsof het door een kind is geschilderd.
Ja, maar een kind heeft het niet geschilderd, moeder, maar ik.
Ja, precies. Houd er toch mee op. Laurie.
Voor mij.
Probeer een andere hobby te vinden.
Het is geen hobby, moeder. Ik heb op de kunstacademie gezeten.
Avondschool, 15 jaar lang.
En wat heeft het je opgeleverd? Niks.
Ik weet alles over artistieke eigenschappen, Laurie,
en die heb jij niet. Je bent geen kunstenaar en dat word je ook nooit.
Wat ben ik dan, moeder?
Sinds je geboorte heb ik mezelf dezelfde vraag gesteld.
Wat is het doel van Laurie? Waarom is hij geboren?
En ik weet het niet.
Ik heb geen idee wat of wie je bent.
Ik ben een man die schildert. Niets meer, niets minder.
Ik schilder om de tijd te vullen. Ik schilder om iets te doen.
Ik ben nergens anders voor geschikt.
Elke nacht zit ik hier boven, op zolder.
Niets in huis beweegt.
De geur van de terpentijn.
Het gesis van het gas.
Buiten waakt een eenzame ster over mij.
Dit is mijn wereld.
Hier ben ik veilig.
Alleen.
Ik schilder en schilder.
Hier een veeg met mijn vinger. Daar een penseelstreek.
Ik zie licht en sfeer.
Op de meest troosteloze plaatsen.
Een spoorwegboog, een stenen viaduct.
Ik zie schoonheid in alles.
Een man moet alleen zijn ogen openen en kijken.
Alles observeren.
Hallo. - Hallo.
Het leven.
Wat maakt me dat?
Ben ik een kunstenaar?
Hoe zou jij jezelf noemen, Laurie?
Hallo. Ik kom de huur ophalen.
De huurophaler is er.
Ik ben het.
Meneer L.S. Lowry.
Dit is een lekker toetje, Laurie. Je hebt jezelf vanavond echt overtroffen.
Een echte traktatie voor mijn spijsvertering.
Fijn dat je ervan geniet, moeder. Dank je. - Nou en of.
Pruimen en vla is altijd goed.
Hoe laat is het?
Acht uur. - Hoe weet je dat?
De klok in de hal luidde net.
Waarom kun je mijn klokken niet goed zetten, Laurie?
Ik weet niet waar ik aan toe ben.
Het is een handigheidje om de tijd hier in huis te weten, moeder.
Het systeem.
Er zit een systeem in je gekte, dat moet ik toegeven.
Ik rommel maar aan. - Ja, je bent een echte rommelaar.
Je bent me er eentje, dat moet ik toegeven.
We kunnen niet allemaal gelijk zijn, of wel moeder?
Nee, dat is waar.
Je was vanavond weer laat thuis, Laurie, nietwaar?
Was ik dat? - Ja, minstens 10 minuten te laat.
Ik begon me zorgen te maken, wat was je aan het doen?
Ik...
Niets.
Juist...
En?
Ik moet je wat nieuws vertellen, moeder. - Wat voor nieuws?
Ik heb een brief gekregen. - Een dagvaarding? Vaders schulden?
Nee, nee, nee.
Ik kreeg deze brief onlangs en hij komt...
hij komt uit Londen.
Londen? - Ja.
Londen? Wie ken je uit Londen? - Een Mr Bernstein, moeder.
De heer Bernstein is een galeriehouder.
En hij wil een paar van mijn schilderijen zien en als hij ze goed vindt,
bestaat de mogelijkheid dat ik een tentoonstelling krijg.
Is dat niet geweldig? Eindelijk heeft iemand iets gezien in mijn schilderijen.
Londen. - Jazeker, Londen. Wat vind je ervan?
Je kunt niet alles geloven wat in een brief staat.
Vooral geen brief uit Londen.
Verwaande mensen doen allerlei beloftes en ze zijn niet van plan die te houden.
De heer Bernstein klonk heel oprecht, toen ik hem aan de telefoon sprak.
Telefoon? Heb je Mr Bernstein gebeld?
Uiteindelijk heb ik hem vanavond gesproken. Daarom was ik, weet je...
Wat zei hij?
Hij prees me. - Hij prees je?
Ik heb geen reden om aan hem te twijfelen, moeder.
Nou dat hangt ervan af, nietwaar?
Van wat? - Of hij te vertrouwen is.
Maar het is wel een fijne brief.
Zet het op de schoorsteenmantel. Een appeltje voor de dorst.
Iedereen heeft wel wat aanmoediging nodig, zo nu en dan, neem ik aan.
'Geachte heer Lowry, geachte heer...'
'Geachte heer Lowry...
uw werk heeft een zekere eenvoud.
Niets wordt kunstmatig gecreëerd door...
door gelijkenis of uitbeelding.
Alles wordt overgebracht door pure uitdrukking van gevoel. '
Gevoelens.
Ik heb koude voeten.
Ik zei, doe je tanden weer in. - Maar mijn tanden doen pijn.
Dat kan me niet schelen, ik kus je niet zonder tanden.
Het is onhygiënisch.
Waar kijk je naar, Laurie?
Vlammen van het vuur.
Zoals ze fladderen, als de vleugels van motten.
De dingen die je ziet...
Waar je het vandaan haalt, weet ik niet. Niet van mij, dat is zeker.
Verbeelding.
Je zult me nooit verlaten, of wel Laurie?
Nee, moeder. - Beloof je dat?
Dat beloof ik.
Dat is fijn.
Dat is ook zo. Welke vrouw zou je immers willen hebben?
Jij en ik, voor eeuwig en altijd.
Zoals we hier liggen, veilig.
Weg drijven...
als een boot.
Ja.
Als een boot op zee die wegdrijft.
Veilig.
Die rotbeesten verpesten altijd alles, nietwaar?
Wil je mijn haar borstelen?
Vertel me over je dag.
Wat wil je weten, moeder? - Alles. Jouw dag is mijn dag.
Ik zie niemand, alleen de hulp.
Hoe voelt dat?
Zalig.
Je borstelt zalig.
Vandaag, moeder, zag ik een man...
De huurman.
U bent het, mijnheer Lowry. - Daar tref ik u nou net.
Vera, Mr Lowry is hier.
Een man?
Ja. - Wat voor een man?
Ik zag een man een bad nemen.
Een bad? - Ja.
Hoe is het daar beneden? - Verdomd donker.
Vera. Mr Lowry is hier.
Hij was mijnwerker bij Agecroft kolenmijn.
Zijn vrouw liet hem niet ongewassen in huis.
Vijf shilling, mevrouw. - We komen deze week één shilling tekort.
Oh, ja? Dat is dan de tweede keer dit jaar, nietwaar?
Sorry. Je kon geen uren krijgen, hè Stanley?
Ik kan geen ijzer met handen breken. - Wat doe je?
Waar is mijn verdomde handdoek? - Wat onsmakelijk.
Wat je al niet ziet in Salford. - En moeder zit binnen aan de thee.
Kom terug als ik tegen je praat. Waar ga je heen?
Waar gaat het heen met de wereld?
Niet te geloven wat voor lui jij moet bezoeken.
Ik vind het niet erg. - Je zou moet het wel erg vinden.
Het is leerzaam te zien hoe anderen leven, moeder. Het zijn levens.
Miserabel leven. - Nee, het is echt Het hoort er allemaal bij.
Mensen zijn net apen, de meesten.
Raad eens wat ik vandaag nog meer zag?
Ik wil niet raden.
Laat me je vertellen. - Nee.
Vandaag...
zag ik een vrouw...
Een vrouw? - Ja.
Wat voor vrouw?
Een vrouw die een ritje met de bus maakte. - En wat is daar zo ongewoon aan?
Ze had een baard.
Heb je een vrouw met een baard gezien? - Ja.
Bakkebaarden. - Bakkebaarden?
Waarom had ze bakkebaarden?
Geen idee. Dat heb ik haar niet gevraagd. - Waarom niet?
Het is niet beleefd, moeder.
Maar was het afneembaar? - Afneembaar?
Ja. Afneembaar, met elastiekjes.
Ging ze naar een verkleedpartijtje? - Nee.
Waarom droeg ze dan in het openbaar een baard?
Nou, ze liet hem staan. - Is dat legaal?
Ik denk van wel.
Was het echt?
Ja.
Haar baard was echt. - En was hij schoon?
Hij was perfect gekamd.
Ze had een waardigheid.
Een nobelheid.
Een acceptatie van wie ze was.
Ik vond haar...
best mooi.
Wat walgelijk.
Je blijft me verbazen.
De dingen die je zegt, de dingen die je ziet...
geen wonder dat je nog nooit een vriendin hebt gehad.
Dat heeft er niets te maken. - Ja, dat heeft het wel.
Je vindt heel andere dingen mooi dan iemand anders.
Ik heb een schets van haar gemaakt achterop een envelop.
Wil je die zien? Kijk.
Nee, dat wil ik niet.
Ik heb geen interesse in de afwijkingen van het leven.
Ik zou haar graag eens willen schilderen.
Haar beeltenis vastleggen zodat anderen het kunnen zien.
De vrouw hoort in een rariteitenkabinet, niet in een fotolijst.
Hoe gênant.
Waarom kun je niet iets schilderachtigs maken, iets smaakvols?
Welk onderwerp stel je voor dat ik schilder, moeder?
Een fruitschaal zou een grote verbetering zijn.
Mensen zien graag mooie dingen. Bloemen spreken iedereen aan.
Stillevens. Appels, sinaasappels, tros druiven...
Een paar peren. - Bananen, hoog opgestapeld.
Nee, doe niet zo belachelijk.
Mijn schilderijen zijn niet zomaar schilderijen van fabrieken en straten.
Elk venster, elke steen, elke kleurstreek...
bestaat uit mij.
Ik moet het doen, moeder.
Ik voel me gedwongen alles vast te leggen. - Je zou eens naar Dr Mills moeten gaan.
Je bent niet goed bij je hoofd. Beheers jezelf.
Wanneer ik...
Als ik door de straten van Salford loop,
de huur bij mensen ophaal,
heb ik het gevoel dat ik een manier van leven moet vastleggen, moeder.
Onze wereld.
De waarheid.
Hoe durf je?
De waarheid heeft niets te maken met wonen in Pendlebury.
Onze wereld is elders, in het huis dat we moesten verlaten in Victoria Park.
We zijn hier gekomen, omdat je vader niets anders kon betalen.
Hij heeft ons in de steek gelaten. Laurie, hij heeft mij in de steek gelaten.
Dat was jaren geleden, moeder.
Ik hoorde thuis in Victoria Park.
Een plaats met gesteven witte kragen. En de geur van lavendelzeep op de huid van mensen.
Het is een andere wereld.
Ik kan niet tegen lelijkheid. Daar kan mijn gestel niet tegen.
Ik ben nog nooit in de buurt van de fabriek geweest.
Het idee alleen al is weerzinwekkend.
Er is een fabriek aan de overkant van de straat, moeder, om de hoek.
We horen het geluid.
Mensen werken er elke dag.
Het leven ervan, we horen hem dreunen.
We maken er deel van uit, moeder.
Het is de mensheid.
Overleving.
Het is de strijd om het leven.
Waar is de schoonheid?
Daar.
Het zijn net ratten.
Ivoorzwart, vermiljoen, Pruisisch blauw, gele oker.
Een menigte kan de eenzaamste plaats zijn.
Ze achtervolgen me... de eenzame zielen.
Spoken...
Ben jij daar, Laurie? - Ja moeder. Wie anders?
Geen idee, je had zomaar iemand kunnen zijn.
Binnen.
Goedenavond...
Juist, ja.
Mooi. Wat een...
Zeg eens, waarom heb je...
Vandaag heb ik bezoek gehad. - Bezoek?
We krijgen nooit bezoek.
Ik wel. - Nee, hoor.
Je zit hier al 10 jaar opgesloten
Jouw enige bezoek zijn dr. Mills en het meisje dat afstoft en de krant brengt.
Vandaag had ik bezoek. - Bezoek? Wie?
Kan je dat niet raden? - Nee.
Ja, dat kan je wel. - Nee, dat kan ik niet. Een deurwaarder?
Nee. Je begint altijd over zulke nare dingen.
Nee, vandaag...
had ik een dame op bezoek.
Wie?
Onze nieuwe buurvrouw van hiernaast. Mevrouw Stanhope.
Mevrouw Stanhope? - Mevrouw Stanhope.
Ze wilde me spreken.
Ze collecteert voor de St. Bonifatiuskerk, het restauratiefonds.
Dus ik zei natuurlijk dat ze binnen kon komen. En liet haar binnen.
Jij? Heb jij een vreemde binnengelaten?
Mevrouw Stanhope is geen vreemde. Laurie, Doreen is mijn nieuwe vriendin.
Doreen? - Ja.
We hebben veel gemeen.
De man van Doreen maakt haar leven ellendig.
Denk je dat ik van geld ben gemaakt? - Dat zei je wel toen we verkering hadden.
Hij is raadslid van de Labour Party. - Het is ook nooit goed, hè?
Dus ze is gedwongen in Pendlebury te wonen, in het vuil.
Ga zo maar door. - Ze is niet blij.
En je woont maar alleen in je vreselijk huis in Pendlebury.
Ze winkelt bij Marshall en Snelgrove's.
Is ze lang gebleven? - Lang genoeg voor een beleefd gesprek
en om een kennis te worden en Laurie dat is niet alles.
Ze bewonderde een van je schilderijen.
Welke? - 'Zeilboten', 1930.
Mw Stanhope heeft verstand van schilderijen, ze gaat naar tentoonstellingen.
Natuurlijk had ze nog nooit van je gehoord, maar ze bewonderde je schilderij.
Ze heeft vast niet...
"Het is een prachtig schilderij."
Dat is toch prachtig? - Ja.
Ik sta versteld. Ik ben zelfs...
Nou, verbijsterd eigenlijk.
Ik ook. Breng het hierheen, zodat ik het zelf kan zien.
Ik wil genieten van het "prachtige schilderij" van mevrouw Stanhope.
Wil je dat? - Jazeker.
Vooruit, schiet eens op.
Voorzichtig...
Wat spannend.
Voorzichtig met mijn porseleinen ornamenten.
Mijn mops-hondje. Die is antiek, denk ik.
Hier is het, moeder.
Het schilderij.
Ja.
Ja, ik zie wat mevrouw Stanhope ziet.
Vind je het mooi, moeder? - Zeker. Het is duidelijk zeer de moeite.
Ik heb het voor jou geschilderd.
Oh, ja? - Ja.
Ik weet niet meer wanneer. - Het was voor je verjaardag.
Weet je het niet meer?
Ik schilderde het uit mijn hoofd. Het is een geschenk van het verleden.
'Zeilboten.' - Een geschenk van het verleden.
Dit noem ik nou een echt schilderij. Waarom kun je niet meer zo schilderen?
De zee... de lucht...
Nou, je zei dat je het niet mooi vond.
Dat heb ik niet gezegd. - Ja, dat deed je wel.
Toen ik het je voor het eerst gaf draaide je je hoofd weg, en sloot je ogen.
Nou, dat moet een van mijn wazige dagen zijn geweest.
Nee, ik vind dit schilderij heel erg mooi.
We dansten samen aan zee. - Ja. Lytham St. Annes, de promenade.
Ik was zeven jaar. - Ja, dat was je.
Whitson.
Wat was je mooi.
En hoe gezegend was ik.
Het leven was in het begin zo veelbelovend.
De witheid...
'Zeilboten'.
Vind je het schilderij echt mooi, moeder? - Jazeker.
"Een prachtig schilderij."
Wil je dat ik hem aan je slaapkamermuur hang?
Hier?
Ja, dan kun je hem elke dag zien.
Wat zou dat voor zin hebben?
Ik dacht dat je het mooi vond. - Dat vind ik ook.
Ik zal de twee shilling entreegeld betalen. - Waarvoor?
Voor de Manchester Academy Summer Show.
Mw Stanhope zegt dat amateurs kunnen meedoen.
Ik wil dat je 'Zeilboten' aanmeldt.
En als die meneer Denby het ziet,
zal hij een recensie schrijven die jouw talenten waardig is.
En iedereen in Manchester zal het lezen, en je zult je moeder zo trots maken.
Ja, toch?
Wat zeg jij?
Ik weet niet, moeder. - Hoe bedoel je, je weet niet?
Nou, ik heb het geschilderd voor jou.
Natuurlijk, maar ik wil dat iedereen het bewondert.
Je gaat dit voor mij doen...
Ja, toch?
Dan maak je me zo gelukkig.
Gelukkig? - Ja.
Ik ga het schilderij voor je aanmelden, moeder.
Natuurlijk doe ik dat. - Natuurlijk.
Wat geweldig.
Jeugdspelletjes. Jeugdvrienden. Dat heb ik nooit gekend.
Wie is dat? Wie is daar?
Spelen.
Daar is niemand. Wel, wel, wel.
Dat is heel vreemd.
Dat is heel vreemd.
Ik denk dat ik moet niezen.
Waar is mijn geld nou? Ik hoop dat niemand het heeft opgeraapt.
Het was altijd moeder en ik. Ingepakt, opgesloten.
Verborgen achter haar kanten gordijnen. Tik-tak, tik-tak.
Je moet altijd oppassen met andere kinderen. Luizen en neten.
Ik snap het niet.
Kunstcriticus, mr Denby, heeft je schilderij in de zomershow niet genoemd.
Heeft hij dat niet gedaan? - Nee.
Doreen Stanhope heeft het al haar culturele vrienden verteld.
Een kunstcriticus hoeft ons toch niet te zeggen wat we mooi vinden?
Natuurlijk wel. Mensen moeten geïnformeerd worden, dat is nodig.
Het schilderij is er, het bestaat. Het zal altijd bestaan.
Mensen kunnen het zien zoals het is. Of niet.
Ik heb veel zin om de redacteur van de krant te schrijven en te klagen.
De man beweert een expert te zijn, een expert in wat?
Hij weet duidelijk niets van kunst. - Precies.
Godzijdank stemde je niet toe in de tentoonstelling in Londen, hoe gênant.
Drink je thee, moeder, hij wordt koud.
Ik betaalde twee shilling, zodat je schilderij kon meedoen met de zomershow.
Waarom kunnen mensen niet zien wat wij kunnen zien?
"Een prachtig schilderij."
Wat doe je vanmiddag?
Het zelfde als anders.
Misschien begin ik met je ramen.
Je werkt te hard, schat.
Mooi weer om er even uit te gaan.
Het is niet gezond om altijd bij mij binnen te blijven.
Dat heb je nooit eerder gezegd, moeder. Hoe komt dat zo?
Vanmiddag komt Doreen Stanhope op bezoek.
We gaan een plakje vanillecake van Greenhalgh delen.
Waarom kijk je zo zuur?
Ik kijk niet zuur, moeder. - Nou, daar valt over te twisten
Waarom maak je niet een paar broodjes en maak je een ommetje in Farnworth?
Dat zou wel fijn zijn.
Ik wil geen ommetje maken in Farnworth. - Nou, je kunt hier niet blijven.
Ik wil graag een onderonsje met Doreen. Ik heb recht op een beetje privacy.
Sorry, dat je je voor me schaamt, moeder. - Ik wil alleen dat je wat vaker uitgaat.
Dat is alles. Ik sta erop. - Goed dan. Als je me kwijt wilt...
...dan ga ik wel naar Bolton.
Nee, ik wil alleen dat je er wat vaker uitkomt.
Hoe dan ook, wat trekt je zo in Bolton?
Een schoorsteen. Ja, het is de hoogste in Lancashire.
Je weet echt wel hoe je moet leven.
Misschien maak ik onderweg wat schetsen.
Niet te laat komen. - Ik kom niet te laat, moeder.
Geniet maar van je vanillecake. - Dat ben ik zeker van plan.
Mooi zo.
Jaloezie.
Ik kom hier al jaren. Ik loop al jaren over deze heide.
Alleen. Ik heb niemand nodig.
Je kunt alles zien vanaf hier.
Als een vogel observeer ik het.
De grootsheid van dit alles.
Het landschap, de steden, rook uitbrakend, stoom en vuur.
De kracht van de industrie,
als een brandende oven.
'Geachte heer Lowry,
Uw werk heeft een zeker eenvoud.
Niets wordt kunstmatig gecreëerd door gelijkenis of uitbeelding.
Alles wordt overgebracht door pure uitdrukking van gevoel. '
Er is een mysterie in alles... een poëzie.
Mensen denken dat ze kunnen doen wat ze willen. Dat is niet zo.
Niemand is vrij.
We zitten allemaal gevangen, in een schilderij.
En iedereen is een vreemde voor iedereen.
Hallo moeder. Ik ben het.
Moeder?
Heb je een leuke middag gehad?
Heb je over interessante dingen gepraat?
Is ze...
Hoe lang is mevrouw Stanhope gebleven?
Het was een vluchtig bezoek.
Ik zie dat jullie geen vanillecake hebt gegeten.
Mw Stanhope was niet in de stemming en ik ook niet.
Zal ik het in de provisiekast zetten?
Je kunt het wat mij betreft, in een van je schoorstenen gooien.
Wat is er, moeder? Wat is er aan de hand? - Je weet wel wat er is.
Is dat zo? - Ja, dat weet je wel.
Nee, ik weet het niet. - Weet je het niet?
Lees dit dan en alles zal duidelijk worden.
Het is een cheque voor 20 pond. - 20 pond.
Gooi de boel maar kapot. Je bent gek geworden.
Je bent net je moeder. - Hoe durf je over mijn moeder te praten?
Ik was nog niet mee klaar. - Klaar? Nou, ik ben klaar met jou.
Ga mijn huis uit. Je hebt het verpest, mijn hele leven.
Mr Stanhope wil een schilderij kopen. - Is dat zo?
Hij wil een schilderij kopen, Cyril.
Cyril wil een van je schilderijen kopen. - Ja.
En welk schilderij is dat? Het schilderij in de zomershow.
En hoe heet het?
'Coming From The Mill.' - Ik hoor je niet.
'Coming From The Mill.'
En hoe is het in de zomertentoonstelling gekomen?
Ik heb het aangemeld. - Heb je dat gedaan?
Ik heb beide schilderijen aangemeld, moeder.
'Coming From The Mill' en 'Sailing Boats'.
En dat heb je me niet verteld.
Je hebt me niet op de hoogte gehouden.
Ik wilde je niet van streek maken, moeder. Ik vond het beter dat je het niet wist.
Maar ik weet het nu, nietwaar? En mevrouw Stanhope ook.
Mw Stanhope is niet blij. Nee, zij is helemaal niet blij.
Ze vindt 'Coming From The Mill' een smerig, lelijk schilderij. En ik ook.
Ze heeft zich ontplooid. Ze wil geen schilderij met arbeiders aan de muur hebben,
ze wil er niet aan herinnerd worden dat ze geboren is in Cotton Bottom Lane.
Ze is woedend.
Ik moest haar beloven dat je dat schilderij niet verkoopt en ik heb ja gezegd.
Je bent koppig. En egoïstisch.
Vanaf je geboorte heb je me van mijn leven beroofd.
Ik heb alles voor je opgeofferd, wat heb je voor mij gedaan?
Ik schilder, moeder. - Industriële beelden die niemand wil.
Nou, mr Stanhope wel. - Mr Stanhope. Wat weet hij nou over kunst?
Hij is een socialist.
Hij heeft carrière gemaakt vanuit vuil en smerigheid.
Ik maak me druk om mevrouw Stanhope
en haar ontwikkelde vrienden. En daar wil ik bij horen.
Ben je niet een beetje blij?
Een klein beetje, dat iemand een schilderij wil kopen?
Dat iemand iets kan zien. - Niemand kan iets zien.
Mr Bernstein kan iets zien in Londen. Dat zei hij in deze brief hier.
Laat eens kijken. Geef hem aan mij. - Oké.
Nee, nee, nee...
Godzijdank is dat voorbij. - Het is nog niet voorbij, moeder.
Pas als ik Mr Bernstein nog een paar schilderijen stuur.
Mr Bernstein moet nog beslissen.
Stuur hem maar wat schilderijen, kijk maar wat het je oplevert.
Dus hier heeft het leven me gebracht.
Jij, ik...
De huurophaler...
...de patiënt... - Ik doe mijn best, moeder.
Werkelijk? - Ik probeer het.
Waarom wil ik, als ik naar je kijk...
waarom wil ik altijd mijn ogen sluiten.
Ik heb nooit een kind gewild, nooit.
Nooit een kind gewild, ik heb nooit een kind gewild...
Dit ben ik, moeder.
De man die voor je staat, ben ik.
Niets meer, niets minder. - Wat is dat?
Een man, moeder.
Een man die schildert.
Heb je nooit...
Heb je nooit echt van een van mijn schilderijen mooi gevonden, moeder?
Nee. Dat is de simpele waarheid.
Laurie. Wat doe je?
Laurie, ik ben uit bed gevallen.
Laurie.
Kom en help me omhoog.
Laurie. Wat ben je aan het doen?
Laurie.
Laurie.
Ik ga ze verbranden, moeder.
Ik ga alle schilderijen verbranden. - Had je dat jaren geleden maar gedaan.
Wil je dat? - Doe maar.
Zou dat je gelukkig maken? - Doe het... nu
Elk schilderij dat ik maakte was voor jou.
Ik ga het doen, moeder, voor jou.
Elk schilderij dat ik maakte was voor haar.
Elk schilderij dat ik gemaakt heb...
voor haar.
Alles wat ik maak is voor haar.
Alles wat ik doe... is voor haar.
Alles wat ik doe is voor haar, uit liefde...
Niemand komt nu op bezoek.
Geen damesbezoek.
Mevrouw Stanhope niet.
Doreen.
Mw Stanhope zei dat we naar iets cultureels zouden gaan.
Onszelf verlichten met gelijkgestemde mensen.
Een andere wereld.
Tik tik tik.
Tik tik tik.
Dit is een lekkere kom soep.
Niet te warm, niet te koud.
Precies goed.
Ik hoop dat je de achtertuin opruimt. De buren willen geen lelijk troep.
Je bent erg stil vandaag.
Heb je iets onder de leden?
Heb je ze verbrand?
Wat verbrand, moeder? - Heb je de schilderijen verbrand?
Nee, moeder, ik vond het beter van niet.
Ik wilde het wasgoed van mw Stanhope niet verpesten.
Dat is heel verstandig. Ik ben erg blij het te horen.
We moeten onze buren nooit boos maken. Misschien hebben we ze ooit nodig.
Ik zal de schilderijen straks weer op zolder terugzetten, waar ze horen.
Ik zal ze verbergen.
Wat ben je van plan met mijn schilderij?
Jouw schilderij? - 'Zeilboten.'
Ik denk dat ik het terug krijg van de tentoonstelling
Ik hang het weer terug in de gang, denk ik.
Wil je het hier ophangen?
Aan mijn slaapkamermuur.
Ik kan er net zo goed naar kijken, terwijl ik hier lig, vind je niet?
Hier moeder, hier is je schilderij.
Mijn schilderij.
Een geschenk van het verleden. - We dansten samen aan zee.
Op de promenade.
Lytham St. Annes. - Ja.
Alles, alles is vastgelegd.
Hoe mooi was jij en hoe gezegend was ik.
Het leven was in het begin zo veelbelovend.
Een witheid.
Moeder en zoon.
Op een dag zullen ze dit huis afbreken
en niemand zal weten dat we hier ooit hebben gewoond.
Ons hele bestaan zal voor niets zijn geweest.
Kijk, kun je het zien, moeder?
Daar. Alles is vastgelegd in het schilderij.
Voor altijd.
Nietwaar?
'Zeilboten.'
'Zeilboten'.
Elizabeth Lowry stierf in 1939.
Later in dat jaar had L.S. Lowry zijn eerste grote expositie in Londen.
L.S. Lowry werd een van de beroemdste en meest geliefde Britse kunstenaars.
Zijn werken worden nu voor miljoenen verkocht.
In 1968 kreeg hij een Britse Rijksorde en Ridderorde aangeboden.
Hij heeft beide afgewezen,
"Het leek weinig zin te hebben... nu moeder overleden was."
In oktober 2000 werd het Lowry kunst centrum geopend in Salford Quays
als eerbetoon aan L.S. Lowry en zijn werk.
Ik ben een man die schildert. Niets meer, niets minder.
Vertaling: Trilker
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.