Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Alle Live tv, sporten, films en series WWW.ALLESIN1BOX.NL
De clan
Het begin van een week, zomer...
Wat is die zak aan het doen? - Ik verpruts het niet, Marc.
Ik heb het niet tegen jou. - Wacht gewoon.
Ik had het over Hicham.
Sly, stuur ze naar je kapsalon. Je moet niet gratis knippen.
Ik ben aan het oefenen. - Dat mag ook wel als je die kapsels ziet.
Jij zult nooit wat verdienen. Privé en zaken moet je gescheiden houden.
En het is mijn stroom. - Ze heeft gelijk. Je moet geld vragen.
Heb je me gehoord? Het is mijn stroom. Ik heb ervoor betaald.
Ik trek de stekker eruit. - Afblijven
En doe dat raam dicht, verdomme.
Ze willen meer geld. Het is betere kwaliteit.
Het lijkt me goed spul.
Verdomme.
Ga terug en geef wat ze willen.
Heb je daar een probleem mee?
Nee? Schiet op dan.
Wie nu? - Ik.
Nee, jij gaat terug.
Schiet op. Ze wachten niet.
Wie niet? - Niemand.
Het moet glad zijn. - Ik kan jou doen.
Ik ga liever naar de salon.
Alles oké?
Je hoeft niet iedereen te begroeten. We hebben je gezien.
Maak het straks maar af. - Ga door.
Kom je? - Rot op.
Rot op.
M'n geduld raakt op. - Het mijne ook.
Red je het niet zonder mij?
Stap in en hou je kop.
Instappen.
Laat maar. Dat doen de jongens wel. Kom.
Nee, zij doen het wel.
Olivier, blijf hier.
Komt u mee? De envelop ligt thuis.
Wat doe je hier?
Een ongetemd paard kan gevaarlijk zijn.
Zo wild lijkt hij me niet. - Interesseren paarden je?
Ben je doof? Geïnteresseerd in paarden?
De paarden of rodeo? Kom. Je vader wacht op je.
Snel een beetje.
Marc doet steeds vreemder.
Sinds je dood bent, gaat het slechter.
Papa is altijd aan het werk.
Met Marc is het zinloos en met Christophe kan ik niet praten in de gevangenis.
Hij begreep me. Je bent er niet meer...
Papa is ongelukkig.
Marc maakt er een zootje van en papa weet zich geen raad met hem.
Ik ben bang voor Marc.
Ik ben bang.
Was Christophe maar hier, dan zou het beter gaan.
Ik kon niet wachten. Ik moest m'n vader helpen. Zeiden de anderen dat niet?
Hou 's op met die onzin.
Kappen, zei ik.
Hicham.
Dit was je vergeten.
Hoe ging het met Montana?
Zes? Meer niet? - Niet voor die prijs.
Ik kon het poffen. - Wat zei je?
Ik heb het gedaan. Dat wilde je toch? Morgenavond breng ik hem het geld.
Dat meen je niet?
Heb je er vier door je neus laten boren? - Dan ga jij voortaan. Ik was alleen.
Ik heb niets aan jou. - Hou maar. Ik hoef niet.
Daar gaat het niet om. - Je vindt jezelf beter dan anderen.
Je kreeg er maar zes, omdat het topkwaliteit is.
Jij zou hetzelfde hebben gedaan.
Je bent hopeloos.
Zes voor 100 euro. Dat is meer dan 15 euro per stuk.
Ik ga niet dokken. 15 euro per stuk. Heb je er een paar achterovergedrukt?
Ze lieten me geen keus.
Jij hebt me teruggestuurd. Ik wilde niet teruggaan.
Waar ga je heen?
We moeten m'n broer schrijven. - Zoek het zelf uit.
Jij bent geen hond, hè?
Wat ben jij onder die vacht?
Een kip? Een poes?
Geef papa een kusje, lief poesje.
Wat is er?
Waar kun je je omkleden? - Hier toch.
Schiet op.
Waar is de wc? - Iedereen kleedt zich hier om.
Niet te geloven.
Hij is gewoon verlegen.
Verlegen met zulke tatoeages?
Olivier, kom je.
39...
40...
41...
We hadden 50 afgesproken. - Tellen. Ik breek mijn record.
Zie je nou. Was ik maar thuis gebleven.
Alles kits? - Ja, en met jou?
Heb je een nieuwe meegebracht?
Dat is lang geleden. - Ik zag je gisteren nog.
Ik bedoel dat je hier was. Je wordt slap.
Nee, hoor. - Moet je zien hoe gespierd ik ben.
Kijk, je nieuwe sparringpartner.
Kom je? - Toe.
Help jij me? Een set van 10.
Wat gaan we doen? - Zullen we naar Zora's gaan?
Wacht. Ik moet altijd kotsen na McDonald's.
We gaan. Na zo'n training ben ik geil.
Ga naar huis. Hier.
Neem de bus. - Mag ik niet mee?
Ben jij gek? - Ga nou niet pruilen.
Doe niet zo chagrijnig, Olivier.
Jij gaat ook naar huis.
Wat? - Geld voor de bus.
Zoek werk. Haal je hand weg. Ik schaam me dood.
Bel me op, Sly.
Toe, bel me op.
Hou je kop. Je stem leidt me af. Ik word niet goed van dat 'bel me op.'
Bel me op. Het kost je niets.
Koop een vibrator voor de volgende keer.
Tering. Niet te geloven.
Shit. Ik kom. - Die eikel is klaargekomen.
Stop. - W at'?
Je vrienden werken op m'n zenuwen en ik ben moe.
Ik had gezegd dat je vanochtend moest komen.
Ja, maar we zijn geen wijven. We zijn niet afgesteld.
Hicham, pak haar. Dan gaan we.
Ik word niet goed van die slet. Kom mee, jongens. We gaan.
We zien jullie beneden.
Zo praat je niet tegen me.
Ik wil dat jij en je vrienden ophoepelen.
Een wedstrijdje aftrekken in de kelder past meer bij jou.
Ik kom er zelf wel uit.
Je macho act is lachwekkend. Laat je opereren, dan krijg ik de mijne stijf.
Klootzak.
Wil je ook niet meer met mij?
Jullie werken op m'n zenuwen. En dit zit niet lekker.
Trek het dan uit. - Wat?
Dan kun je jezelf ook aftrekken.
Wil je dat dan?
Nou'?
Nee, niet zo.
Ik schrijf je morgen, Chrístophe.
Of overmorgen. Er valt niets te vertellen.
Elke dag is hetzelfde: dezelfde sleur, dezelfde verveling.
Ik schrijf als er iets gebeurt wat je aan het lachen zal brengen in je cel...
...en wat je trots op mij zal maken.
Ondertussen zorg ik voor ik alles. Maak je geen zorgen.
Heb je gezien hoe mooi ze was?
Je moet hiermee ophouden.
Het is niet de eerste keer.
Pak de urn.
Pa had de moed er niet voor.
De crematie was vreselijk voor hem.
Mama had het me gevraagd de laatste keer dat ik haar zag.
Ze wilde dat haar as werd uitgestrooid.
Pa ging zelfs naar Marseille, maar hij kon het toch niet.
Ze wilde worden uitgestrooid in de Middellandse Zee.
De islam keurt crematie af. Dat maakte haar gelukkig.
Ze zei dat ze tot het einde rebels was.
Dit is niet de Middellandse Zee. - Dat is ons huis ook niet.
Maar deze rivier mondt wel uit in de zee.
Doe het maar.
Nee, het voelt zo raar.
Het is goed, Olivier.
Dit is ons geheim.
We zeggen het ook niet tegen Christophe als hij vrijkomt.
Hallo.
Gaat het? - Wel als je boodschappen zou doen.
Dat komt wel. - Ik kan niet werken op een lege maag.
Vraag 't Olivier. Die doet nooit iets. - Als iets op is, ga je naar de winkel.
Met vijf minuten ben je terug. - Ga dan zelf. Jij bent aangekleed.
Ik moet nog douchen. - Zo werkt het niet. Je doet wat ik zeg.
Je verdoet je tijd. Ik ga niet.
Sta op, trekje schoenen aan en ga naar de winkel.
Vergeet het maar. Ik ben mama niet. Ik ben je slaaf niet.
Ik ga geen boodschappen doen.
Hicham?
Stelletje eikels.
Het was Montana. Je moet oppassen. Ze willen jou ook te grazen nemen.
Ze zijn niet voor rede vatbaar. - Kom.
Jij bent echt niet goed snik.
Maak dat laken schoon.
Het zijn maar een paar haartjes. Ik heb me gewassen.
Het is hier net een zwijnenstal. Het stinkt hier.
Die heb ik net dichtgedaan. - Waar ben je mee bezig?
Ik heb ze net dichtgedaan, dan moet jij ze niet weer open doen.
Als je ons blijft irriteren, ga je maar weg.
Ik ben dat gezeik zat. Blijf van die gordijnen af.
Is die hond van jou?
Is hij niet van je broer?
Dat is een vechthond.
Naar binnen, Olivier. Ik wil niet dat je hem uitlaat.
Naar binnen. - Geef mij die riem.
Instappen.
Je broer heeft gelijk. Ga naar binnen.
Pak je hond.
Gooi 'm in het water.
Gooi 'm in het water.
...van winter tot lente...
Dit was een goed idee. Hij gaat uit z'n dak.
Wat is er toch met jou? Hij is terug.
Het gezeur met je vader is voorbij en jij zit hier te mokken.
Ik mok niet. Hij is veranderd. - Jij en ik ook. We veranderen allemaal.
Je begrijpt het niet. Dat is iets tussen broers.
Tussen zuipschuiten bedoel je.
Ik heb je al in je nakie gezien.
Zo pis je nog op jezelf.
Je broer werkt je op je zenuwen, hè? - Nee, hoor. Waarom zou hij?
Ik weet het niet.
Laat hem nu maar los.
Laat hem met rust. Ik vind het fijn dat mijn roze kanarietje naast me zit.
Je roze kanarietje. - Wat?
Zeg dat niet te hard.
Wat heb jij toch, Ratatouille? Ik heb het tegen jou.
Ratatouille? Waar komt dat vandaan?
Dat is een geintje van vroeger. We noemden hem Horseface.
Hoezo?
Hij wilde er niet uitkomen tijdens de bevalling.
Hij is met de tang gehaald, daardoor is z'n hoofd langer.
Kijk, hij heeft net een paardenhoofd.
En de tang heeft de vorm van een hoefijzer.
Dit is net een droom.
Hou op, dat kietelt.
Je had kunnen wachten.
Laten we samen toasten.
Op ons. Op mij.
Op de vrijheid, enzovoort.
Olivier, wacht.
Voel je je niet lekker?
Gaat het? - Ik moet kotsen. Niet kijken.
Net op tijd.
Zullen we teruggaan? - Ik wil niet kotsen waar zij bij zijn.
Dat kun jij toch niet. - Ik wil niet dat ze het zien.
Je broers hebben ergere dingen gezien. - Wacht even...
Steekje vinger in je keel. - Dat wil ik niet. Dat werkt niet.
Kom hier.
Doe je mond open.
Ontspan.
Lucht dat op?
Ja, voor nu.
Niets tegen hen zeggen, hè? - Dat beloof ik.
Alleen jij kunt me helpen. Ik heb op jou gewacht om het niet te verknallen.
Als iemand mij pijn deed, zou jij me helpen.
Daarom heb ik op je gewacht. Ik geloofde je.
Waarom help je me niet? - Moet ik ze soms vermoorden?
Nee, maar jij hebt toch vrienden met wie je ze bang kunt maken.
Hou erover op. - Ze hebben mijn hond vermoord.
Als ik geen wraak neem, blijft dat me achtervolgen.
Ik wilde met je praten.
Wat is er?
Waarom wil je 'm smeren?
Ik wil even in de auto zitten om tot rust te komen.
Ik word gewoon gestresst van jou. De hele avond denk je aan niets anders.
In de bak heb ik me leren beheersen, anders had ik je al geslagen.
Luister je? Waar ben je met je gedachten? - Ik ben hier, hoor.
Je bent een zak.
Jij ook?
Er gaat niets gebeuren. - Dat zeg je omdat je net vrij bent.
Nu walg je ervan, maar dat verandert nog wel.
Reken er maar niet op. Ik geef niet toe.
Het was leuk vanavond, maar het was de laatste keer. Het is uit met de pret.
Mag ik je iets vragen?
Beloof me dat je niet boos wordt. - Toe dan.
Mag ik 'm zelf een lesje leren? De boodschap is duidelijk. Wind je niet op.
Als ik dat had geweten, had ik niet gewacht. Dat was makkelijker geweest.
Wat zei ik?
Je moet schuim gebruiken. - Rot op.
Hou 'm vast. - Hoepel op. Laat me los.
En je borsthaar?
We spuiten z'n lul onder.
Je verspilt sperma. - Hou op.
Het is niet meer grappig.
Kappen, Marc. Geef hier.
Wat was je dun. - Past hij?
Gaat wel. Zijn de pijpen niet te lang?
Hij ziet er nog goed uit. Ik heb 'm vier keer gedragen.
Ik heb nog andere overhemden. Ik bedoel die kraag...
Hier.
Wat is dat?
Die is van je moeder geweest. Ik dacht dat ik ze had weggegooid.
Je ziet er serieus uit.
Passen dat jasje en overhemd bij elkaar? - Ze zijn allebei blauw.
Ik twijfel over het overhemd.
Je moet een stropdas omdoen. Ik heb er geen. Ik koop er een voor je.
Ik koop 'm zelf wel. - Nee. Je uiterlijk is belangrijk.
Daar draait het om. Daarmee krijg je die baan.
Wat doe je met die jurk? - weggooien. Wat moet ik er anders mee?
Je moet het tempo erin houden.
Sneeuwwitje, was je in de rokerij? Weet je hoe laat het is?
Pauze. Goed, hoor. Meestal houden nieuwkomers het tempo er niet in.
Hij heeft goed z'n best gedaan.
Hoeveel hebben jullie er gedaan? - 300.
Ik heb een goede neus voor jongelui. Hij is er geknipt voor. Iets drinken?
Nee, bedankt.
Drink jij er eentje mee, François?
Hoi.
Viel het tegen? Je eerste dag, hè?
Ja, ik moet er nog aan wennen.
Nou je went er nooit aan. Die lucht alleen al.
Ik ben er na twee jaar nog niet aan gewend. Elke ochtend word ik misselijk.
Maar dat vind ik wel oké. Dit is toch niet mijn wereldje.
Ken je François, de man van het pekelen? Hij werkt hier al jaren.
Hij voelt het zout niet eens meer in zijn vingers bijten.
Heb je z'n handen gezien? Die zien er niet uit.
Ben je uit je iglo gekomen, professor?
Ik heb pauze zoals iedereen. Als er een kachel was, bleef ik er gewoon.
Je wilde toch alleen zijn. Laat je armen maar hangen, je zit niet op school.
Nietsnutten krijgen geen pauze. Ik wil geen armen over elkaar zien.
Lanterfanters en luie flikkers, wil ik niet zien. Vooruit.
Aan de slag. En niet klagen als je geen pauzes meer krijgt.
Niet te geloven.
Laat maar. Hij is zat.
Waarom noemt hij je 'professor'? - Ik ga 's avonds naar school.
Ik ben de enige.
Daarom noemen ze me allemaal zo.
Ik kon er niet tegen en vroeg om overplaatsing.
Hij weigerde het gewoon.
In plaats van een overplaatsing sta ik nu in de koelcel.
Helemaal alleen. Dat is zijn idee van straf.
Ik wil gewoon werken. De rest kan me wat.
Het is moeilijk werk te vinden. Dus blijf ik hier.
Er zijn ergere dingen. - Zeg dat wel.
Het is zo'n saaie teringbaan. Voor je het weet, ben je zoals zij.
Het gevaar zit voor ons niet in de chefs en de idiote uientroep.
Het is onze eigen stommiteit.
Storen we je niet?
Hij vraagt om problemen.
Denk je dat ik bang voor je ben, eikel? - Hou je mond. Je bent vervelend.
Waar is Olivier?
Geen idee. Hij komt wel als hij honger krijgt.
Robert, de voorman...
...was tevreden over me, dus gaf hij me een hele ham. Niet slecht, hè?
Dat ziet er niet slecht uit.
Die is net zo goed als een ham uit de supermarkt. En nog gratis ook.
Marc, kom en eet.
Waar denk je dat je bent? - Wat?
Kom aan tafel zitten. Dit is geen hotel of zo.
Zo. Ben je nu tevreden?
Ik hou niet van varkensvlees. Mag ik nu tv gaan kijken?
Zeg je niets?
Wat moet ik zeggen? Hij heeft een pak slaag nodig.
Dat heb ik hem vaak genoeg gegeven. Als het hem niet bevalt, gaat hij maar.
Dit is jouw huis. Jij bent hier de baas.
Hij behandelt je als vuil. En Olivier ook. Waar is hij toch?
Hij moet morgen naar school.
Wat moet ik? Je moeder en ik hebben jullie...
...eerlijkheid, respect, en manieren geleerd. En waarom?
Om je kind in de cel te zien? Om net als zij eronderdoor te gaan.
Doe je het daar voor?
Hou je lesjes voor je. Jij bent geen voorbeeld.
Je bent een oude lul.
Vooruit. Sneller.
De nieuwe verveelt zich.
Wat een eikel.
Heb je pijn, Sneeuwwitje?
Lach maar. Je fouten kosten meer dan het geld dat je hier verdient.
Wat een loser.
Het spijt me. Ik heb het verkloot.
Zo lang hij me Sneeuwwitje noemt, geeft het niet.
Als je bij hem in een goed blaadje wilt blijven, mijdt dan bepaalde mensen.
Wat?
Ik had het verkloot en heb me verontschuldigd.
Ik bedoelde Sneeuwwitje niet.
Wat doe je? - Niets.
Ik help mezelf net als iedereen.
Hij geeft me nooit iets, dus pak ik het zelf.
Meer leer je hier niet.
Oog om oog en zo. Dat is hier zeker waar.
Hier leer je om te overleven.
Ik doe het door te stelen.
Je bevriest hier zo wat.
Je reageert nooit. Toch klets je nooit uit je nek.
Dus ben ik stom. - Dat zei ik niet.
Ik ben hier om te werken. Meer niet.
Er zijn ergere plekken. Maar dat interesseert jou niet.
Je praat alleen en luistert nooit.
Geen wonder dat ze je de professor noemen.
Als je zo doorgaat, neemt de nieuwe jouw plaats.
Dan ga je terug naar je allereerste baantje.
Jij bent de baas, doe je werk.
Ik doe mijn werk en dat is niet racen.
Ik kan je contract veranderen. Als ik wil dat je teruggaat, gebeurt dat.
Dat is niet om je te treiteren, maar er is een jongen die harder werkt dan jij.
Je wordt betaald om te werken en niet om een beetje te lanterfanten.
Wat is er nu weer?
François, laat zien hoe je 'm weer op gang brengt.
Als jij zo doorgaat, Bruno...
Maak je zin dan af. - Je zult wel zien.
Omhoog je handen.
Hij moet bang zijn. Ik zal 'm te grazen nemen.
En dat stomme dansen zal mij niet tegenhouden.
Je moet hem echt raken. Hebben jullie me gehoord?
Ga maar door. Jullie knijpen 'm.
Jullie zeggen niets omdat jullie bang zijn.
Al dat gedoe is voor de show.
Je weet geen moer van vechten.
Ga maar door met dat stomme gedoe.
Shit, ik bloed.
Ga hulp halen. Ga verdomme iemand halen.
Christophe, wakker worden. - Wat is er?
Wakker worden. - Ik werk 's nachts. Ga weg.
Ik moet slapen. - Marc gaat dood.
Ik word niet goed van jullie twee. Wat klets je nou?
Hij is in het meer gevallen. Hij viel flauw.
Hij is zeker weer high. - Ik weet het niet.
Gaan we nog of niet?
Voel je je al beter? - Het gaat.
Is alles goed met je?
Er is meer voor nodig om dood te gaan, - Wat was dat voor ongein?
Waar heb je het over? - Ik moet naar mijn werk.
Ja, je mag niet te laat komen.
Wij hebben je niet nodig. Wat moet die fabriek zonder jou.
Hou op met die onzin. Was je weer high?
Waarom hou je je in? Sla me dan. - Hou je kop, Marc.
Is het omdat ik je broer ben of omdat je geen eer hebt?
Je familie laat je koud. Je laat me gewoon stikken, net als mama.
Je hebt geen eer meer...
Ik zou nooit mijn broer slaan...
...maar jij hebt er geen moeite mee. Sla dan, lafaard.
Zijn jullie niet goed snik?
Olivier!
Is Olivier niet terug? - Nee. Hoezo?
Hij was toch bij jullie?
Wat is er gebeurd? - Niets.
Wacht op me in de badkamer.
Moet jij niet werken? - Ja, maar maak je geen zorgen.
Zit hij weer in de problemen? - Ik regel het wel.
Het bloeden is opgehouden. - Wordt het blauw?
Misschien.
Wacht, dat prikt. Laat mij het doen.
We moeten Olivier zoeken.
Hij wilde vast naar haar toe.
Hij is niet hier.
Het was een geheim.
Hier hebben we haar gelaten.
Wie hebben jullie hier gelaten?
We hebben haar as uitgestrooid.
Ik kon er thuis niet meer tegen.
Hij praatte elke avond tegen haar.
Hij vertelde haar alles.
Alles over onze levens.
De hele tijd.
De laatste dag dat ze in coma lag...
...was haar gezicht zo misvormd dat pa niet wilde dat Olivier haar nog zag.
Hij wachtte buiten met hem.
Ik was alleen in de ziekenhuiskamer.
Ze was opgezwollen.
Helemaal grauw... Ze bewoog niet meer.
Ik boog me over haar heen.
Ik fluisterde:
Mama, we houden van je.
Mama, we houden van je.
Plotseling pakte ze me bij mijn arm.
Ze hield me stevig vast.
Alsof ze iets wilde zeggen.
Dat kon ze niet meer, omdat ze stikte. Ze snakte naar adem...
Rustig.
Het komt goed.
Ik laat je met rust.
Ik spreek je nog. Ik moet ophangen.
Bedankt.
Heb je je broers gezegd dat je bij mij was?
Nee, ik hou jou erbuiten. Zodra ik 18 ben, ga ik het huis uit.
Ik hou het niet meer met ze uit.
Bedankt voor alles.
Ken je die gozer?
Ja. Hoezo? - Gewoon.
Goed, we spreken elkaar wel weer.
Waarom opeens zo'n haast? - Ik heb een hekel aan die eikels.
Dat waren vrienden van m'n broer. Ze waren op z'n begrafenis.
Vallen ze je lastig? - Nee.
Wat doe je vandaag? - Ik moet naar het arbeidsbureau.
Ik ga naar het strand. Kom je ook? Dan ga ik met je mee naar huis.
Hoeft niet. Ik ben niet bang voor ze.
Een beetje sneller, Bruno. Slaap je of zo?
Moet je nou toch zien.
Blijf morgen maar thuis.
Je hoeft niet meer te komen. Er is een plek vrij.
Wie wil hem vervangen?
Ik.
Goed, ga snel op je plaats staan. We hebben al genoeg tijd verspild.
Sneeuwwitje, jij neemt zijn plek over.
Van nu af aan bepaalt hij het tempo. - Bedankt.
Laat maar. Het is wel zo eerlijk dat een goede inzet wordt beloond.
Zet de machine in gang.
Wat moet ik doen? - Ga naar de eerstehulppost.
Ik had dat baantje moeten krijgen. - Luister...
We zullen zien.
Kom even mee.
Ik trakteer.
Neem wat je lekker vindt.
Wijn, dessert, een digestief...
Alles op mijn kosten.
Binnenkort ga ik met ziekteverlof en ik geloof niet dat ik daarna terugkom.
Ik moet geopereerd worden en daarna krijg ik nog fysiotherapie.
En daarna ga ik met pensioen.
Ik had liever niet zo willen stoppen. Ik beschouw de fabriek als mijn kindje.
Vorige week heb ik met Béruchet, de eigenaar, gegeten.
Daarom wilde ik met je praten.
Ik wil vragen of je mij wilt vervangen.
Echt waar? Dat is geweldig. Meen je dat echt?
Juich niet te vroeg. Je moet me eerst gedurende mijn ziekteverlof vervangen.
En Béruchet moet ook tevreden zijn.
Maar daar maak ik me geen zorgen over. Maar onthou één ding:
Toon geen medelijden.
Niet dat je een rotzak moet worden...
...maar als je ziet dat iemand slecht werkt, steelt...
...of sjoemelt met de prikklok, dan moet je dat doorgeven.
Hoe kan ik je bedanken? - Nou...
...door Béruchet te laten zien dat ik gelijk heb.
Wil je een lift?
Nee, misschien ga ik nog uit om het nieuws te vieren.
Vergeet je de ouwe man niet als je hem hebt vervangen?
Ik heb een groot huis. Kom langs met je broers.
We lopen alleen maar in de weg. - Nee, hoor. Ik woon alleen.
Vergeet niet dat je morgen moet werken. - Maak je geen zorgen.
Tot ziens, Robert.
Waar ga je heen? - Hoezo'.7
Ik wil wel met je meegaan. - Nee, ik heb niemand nodig.
Ga je met je maten uit? - Mijn maten?
Welke maten? Je kunt niemand vertrouwen, zelfs je broers niet.
Wil je niet dat ik meega? - Hoepel op.
De auto is zo weer terug, dus hou daar je mond maar over.
Gesnopen? - Zak. Ik wilde je alleen maar helpen.
Jij mij helpen? Heb je jezelf wel eens bekeken?
Waarom wil je me helpen? - Ik ben je broer.
En ik weet wat je van plan bent.
Sukkel.
Je hebt me niet in deze auto gezien. Oké?
Een weekend, vroeg in het najaar...
Verkracht me. Verkracht me, maar doe me geen pijn.
Zal ik je kont scheren?
Ik schrijf je geen líefdesbrief. Ik denk alleen aan je.
Ik kwam Slys broer gisteren tegen. Ik wist zijn naam niet meer.
Ik herkende hem niet, maar hij mij we}.
Hij wilde weten wat jullie deden.
En praten over die kracht die jullie in leven houdt.
Hij begon al snel over Mart: te praten. Hij herinnerde zich hoe close we waren.
Hij praatte alleen over Marcs vooruitgang.
Hij vertelde over de medicijnen die alles vertragen.
'Hij is niet achterlijk geworden', zei hij en toen zweeg hij.
Hij keek me boos aan. Hij besefte dat ik niet had geluisterd...
...en dat Mare me koud Het.
Hoe kan ik hem vragen om over jou te praten? Alleen over jou.
Dit is geen liefdesbríef, Olivíer.
Ik stel me voor hoe je luístert. Ik herinner me alles.
Wat is er? Ben je bang? - Het is de eerste keer. Dat is vreemd.
Wees niet bang. Als het misgaat, sterven we allebei een mooie dood.
Daar maak je geen grappen over. Weet je wat je doet?
Ik ben niet gek. Ik zou je geen pijn willen doen.
Je kent me toch?
Ik moest je slaan als je niet kwam.
Ik heb last van hoogtevrees. - Voel je je zekerder met 'n instructeur?
Nee, ik vertrouw hem. Het probleem ligt bij mij.
Is dit je eerste vlucht?
We hebben nog nooit een ongeluk gehad en Hicham weet wat hij doet.
Dat weet ik. - Maak er wat moois van.
Je kunt hem toch niet zo laten staan?
Ik weet zeker dat je het zo leuk vindt, dat je terugkomt.
Als ik gelijk heb, is de tweede vlucht gratis. Zullen we dat afspreken?
Komen ze? - Ik heb ze nog niet gezien.
Ik weet zeker dat dit de goede plek is.
Wat doen we? - We wachten.
Verdomme. Kun je niet opletten?
Moet je dat scherm zien. Voorzichtig, het is kwetsbaar.
We blijven niet de hele dag hier, hè? - Zeur niet. Ze zullen ons vinden.
We zitten hier goed met z'n tweetjes.
Kom mee.
Stel je voor dat we hier zijn gestrand.
We zijn schipbreukelingen. Geen vuur, geen voedsel. We hebben alleen elkaar.
We sterven van de honger? Wat doe jij?
Mag het iets geks zijn? - Zeg het maar.
Om op krachten te blijven, eet ik m'n sperma op.
Je hebt geen sperma meer over. We hebben te veel geneukt.
Ik weet het niet. Wat zou jij doen? - Ik zou jou opeten.
Ik weet zeker dat ik dat kan. En jij? - Niet onmiddellijk.
Maar om te overleven, misschien. Waarschijnlijk wel.
Waar zou je beginnen? - Ik weet het niet.
Laat me eens zien. - Wat?
De waar.
Laat maar. Ik begin met je borstkast. Die kus ik het liefst.
Spieren, ribben, een randje vet...
Ik zou met je voeten beginnen.
Waarom? - Daar zit niet veel vlees aan.
Ik bewaar het lekkerste voor het laatst.
Ik zou eindigen met je hoofd.
Je oren...
Je ogen...
Je mond...
Je tanden eet ik niet en je tatoeages ook niet. Ik wil geen darmklachten.
Ik zou je lul bewaren.
En die zou ik volstoppen.
Ik heb werk gevonden, vrienden, een sportschoen! met capoeíra.
Ik heb nieuwe bewegingen geleerd die ik je graag wil leren.
De jongens hier leken op me te wachten.
Ze vechten om Arabische homo's. Ik heb ze om me laten vechten.
Ik heb jongens gezocht die niet op mijn ras geilden.
Ik ben zelfs even verliefd geweest.
Maar niets blijft behalve de herinnering aan je blik...
...de zachtheid van je gebaren, je stem die me roept: 'Hícham'.
Maar je hebt me nooit geroepen.
Toen ik die dag thuiskwam, vond ik je brief waarin je het uitmaakte.
Ik wil je niet meer zien. '
Je had genoeg van mij, van ons.
Je vroeg me je te vergeven. ik vraag me nu nog af wat ik fout heb gedaan.
Ais het me nu was overkomen, had ik me verzet.
Dan was ik naar je toe gegaan, had ik je omhelsd...
...en je gekust waar je broers bij waren.
Het kan me niet scheien wat anderen denken.
Maar ik pakte m'n spullen en ging naar Parijs. Zonder iemand iets te zeggen.
Het was uit. Wat kon ik doen? Het was voorbij.
Rustig maar.
Het is tijd voor je fysiotherapie. Gisteren ben je niet geweest.
Je moet beter worden.
Ik word niet meer beter. - De artsen zeggen van wel.
Je moet vertrouwen in ze hebben. Vooruit, sta op.
Kom je, Marc? - We hebben geen tijd.
We nemen het appartement. Het ligt in de stad, met uitzicht op 't meer.
En Emilie is jullie spuugzat.
Ga naar een hotel als we niet goed genoeg zijn.
Dat zal wennen zijn in het begin.
Onzin, uw zoon kletst uit z'n nek.
Ik wil gewoon niet tot last zijn.
Een mooie vrouw is nooit tot last.
Ik vind het niet erg. We hebben hier een vrouw gemist.
Hou op, Pa.
Hoeveel is de huur?
Met de servicekosten erbij kunnen we het betalen.
Dat vroeg ik niet. Hoeveel?
700 euro's.
Hoeveel subsidie krijgen jullie?
Dat krijgen we niet.
Maar sinds mijn promotie verdien ik meer.
En Emilie werkt ook.
Maak je geen zorgen.
Maar dat is geen reden... Ach, jullie moeten het zelf weten.
Je hebt je pillen vergeten.
Wacht, ik ga al.
Is het niet te zwaar de fysiotherapie?
Marc, ze vroeg je iets.
Het is zwaar, maar het gaat wel.
Dat is niet niks.
Je moet de moed niet opgeven.
Ik heb ook een ongeluk gehad. Ik dacht dat alles was afgelopen.
Als je klaar bent met fysiotherapie, ben je weer de oude. Het heeft tijd nodig.
Daarna vergeet je het.
Je zult zien.
Ik zal je helpen.
Laat maar, ik ben niet achterlijk. Dat kan ikzelf.
Ik moet weg. - Geen toetje?
Nee, ik moet trainen. - Geef eens een keer een demonstratie.
Je doet toch capoeira?
Een vriend van me deed het ook. Het is toch een slavendans?
Die demonstratie duurt nog wel even. Ik ben nog aan het oefenen.
Ik kan wachten. Ik ben geduldig. Dat moet wel met die broer van je.
Wat wil je daarmee zeggen?
Niets...
Tot ziens. - Dag, Olivier.
Kom niet te laat thuis.
Een jongen zag je foto en vroeg wie je was.
Ik zei: m'n broer.
Waarom zei ik niet de waarheid? Je bent mijn broer niet.
Ik heb geen broer nodig.
We zullen elkaar niet meer zien. Je blijft bij je broers.
Je kunt niet zonder hen leven en met mij werkt het ook niet.
Was dat maar niet waar. Vergiste ik me maar...
...maar ik ken je te goed.
Ik ken jou en je broers. Ik ken jullie door en door.
Ik ken je door en door.
Steun ons en word VIP-member om alle advertenties van www.OpenSubtitles.org te verwijderen
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.