All language subtitles for No Letting Go 2015 DvDRip X264 AAC - iExTV

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

NAAR EEN WAARGEBEURD VERHAAL

Deze talentenshow doet zijn naam eer aan. Uw applaus voor Dogs Are Brown.

Het is al even geleden dat onze laatste act op het podium stond...

Hé, Tim? Tim?

Tim? Tim, hoorde je wat ik zei?

Tim, lieverd? Hoorde je wat ik zei?

Tim, we zijn er. -Kom op, vent.

Toi, toi, toi. Het wordt geweldig.

Gaat het wel, lieverd? -Tim?

Voel je je niet lekker? -Ik kan het niet.

Gaat het? -Je hebt alleen een beetje podiumvrees.

Dat is het niet. -Dat kan gebeuren.

Stel je iedereen in de zaal voor in hun ondergoed.

Alsjeblieft, zeg dat ik niet hoef. -Mensen rekenen op je.

Je bent toch geen opgever? -Ik kan het niet.

Breng me naar huis. Ik wil naar huis.

Dit is belachelijk, kom op. -Hij moet naar binnen, hij is al te laat.

Ik heb een idee. Na de show gaan we een ijsje eten.

Heb je daar zin in? Wat was je lievelingssmaak ook alweer?

Oreokoekjes. -Dan krijg jij oreokoekjes-ijs.

Maar eerst moet je uit de auto komen. Daar gaan we, kom maar.

Kom op, we gaan.

Wendy, je moeder vertelde zo'n mooi verhaal.

Welk verhaal dan?

Over de prins die het meisje met het glazen muiltje niet kon vinden.

Dat is Assepoester.

Hij vond haar en ze leefden nog lang en gelukkig.

Klaar? -Tim, zorg dat je klaar staat.

Waar ga je heen? -Het de andere jongens vertellen.

Peter... -Hij is het.

Ik heb 'n verrassing voor jullie, jongens. -Jouw beurt, Tim.

Ze wachten op je. Ga dan. -Tim, je moet nu het podium op.

Tim? -Toe dan, Tim.

Hij heeft zijn beurt gemist. Waar is hij?

Waar gaat hij naartoe? Kom, schat.

Ik ga even kijken. -Wat is er aan de hand?

Waar gaan jullie heen? -Let op je broertje, we zijn zo terug.

Tim, kom terug. Waar ga je naartoe?

Kom nou, Tim. Wat is er? -Ga weg.

Zeg alsjeblieft wat tegen me. -Ga weg.

Kom nou.

Zo ken ik je helemaal niet.

Tim.

Charlie, laat mij maar.

Lieverd, wat is er? Gaat het wel? Schatje...

Rustig maar. Het is al goed.

Ik snap wat jullie doormaken.

Dus Tim, jij bent tien jaar, hè? -Tien en driekwart.

Dan ben je geen kind meer, dan kunnen we praten als volwassenen.

Wat vind je daarvan? -Prima.

Weet je waarom mama wil dat je met mij praat?

Ik denk omdat ik soms raar doe.

Ik kan er niks aan doen. -Hoe bedoel je?

Soms word ik best wel bang.

Ik ben een dokter en ik wil jou helpen die bange gevoelens beter te begrijpen.

Dus u bent een dokter voor gevoelens? -Zoiets, ja.

Tim, weet je wat 'angst' betekent? -Niet echt.

Mensen voelen zich angstig als ze veel zorgen in hun hoofd hebben.

Daardoor voelen ze zich naar.

Weet je hoe ik die nare gedachten noem?

'Junk' gedachten.

Net als junkfood? -Zoiets als junkfood, ja.

Zoals je je ook naar voelt als je te veel junkfood gegeten hebt.

En het is mijn werk om jou te helpen die nare gedachten weg te krijgen.

Oké?

Zie ze maar als pestkoppen.

Als je toegeeft aan pestkoppen, wat gebeurt er dan?

Dan blijven ze je pesten. -Precies.

Zo werkt het ook bij nare gedachten. Je moet ze zeggen dat je niet bang bent.

Ik hoorde dat Ms Garrett niet overweg kan met jongens.

Brad heeft een hekel aan haar. -Ik wist niet dat Brad last met haar had.

Ze heeft gewoon moeite met energieke jongens.

Tim is bang voor haar. Ze maakt hem nerveus.

Jouw kinderen ook?

Dat zou ik Charlie moeten vragen.

Brad valt het niet eens op. -Echt? Nou ja...

Het is soms zo lastig Tim naar school te krijgen.

Aaron is zo'n treuzelaar. Voordat hij zich aangekleed heeft... ik word er gek van.

Charlie is sneller dan ik. Hij jaagt me de deur uit.

Jenny wil zich eerst nog tien keer omkleden.

Het verschil tussen jongens en meisjes.

Tim heeft een hekel aan school. Hij wil er echt niet naartoe.

Alle kinderen hebben dat wel eens.

Emma vindt het heerlijk. -Maar natuurlijk.

Misschien is de kunstklas wat voor hem. Dat vond hij eerst toch zo leuk?

Of dansles. Daar was hij zo goed in.

Hebben we geprobeerd, maar hij wil niet. Het zal wel een fase zijn.

Hij geneert zich voor dat toneelstuk, maar dat zijn de kinderen al lang vergeten.

Ja, hij moet nu doorzetten. -Je moet verder.

En dat nieuwe jeugdtheater, The Irvington Players?

Heb ik geprobeerd, hij wil niet eens de auto in. Ik weet het niet.

Je moet hem dwingen. Zet hem gewoon in de auto.

Hij is te jong om te weten wat hij wil.

Koop hem om met ijs. -Ja, met ijs.

Oké, met ijs. Als ik mezelf ook eens zou omkopen met ijs?

Maar weet je wat het is? Niks werkt.

Ik heb het geprobeerd. Het is echt moeilijk.

Hij manipuleert en hij is gewoon koppig.

Manipuleren is helemaal niks voor Timmy. Hij is één van de liefste jochies.

Dank je, Lisa. Iemand nog koffie? -Ik help je wel even.

Dat was bot. -Typisch Suzanne.

Ik sta altijd voor je klaar, hè? -Ik weet het, dank je.

Moet ik nu weer terug? -Helaas.

Heb je whisky? -Zeker weten.

Iedereen op school haat me. -Waarom denk je dat, Tim?

Ik zie hoe ze naar me kijken.

Mensen kijken ook zomaar naar andere mensen.

Je kijkt nu naar mij. Haat je mij dan ook?

Nee, u bent aardig.

Als je diep inademt...

zal je lichaam zich ontspannen.

Als je lichaam ontspannen is, voel je je niet meer zo angstig.

Is iedereen klaar voor de toets? Pak jullie potloden.

Adem diep in door je neus. Voel de lucht stromen.

En adem dan heel langzaam uit door je mond.

Nog een keer. Diep inademen.

Hoi, hoe ging het bij de toets?

Niet zo goed, ik kon me niet concentreren. -Ik ook niet.

Zullen we morgen logeren na de voetbalwedstrijd?

Oké. -Tot dan.

Ik heb nieuws. -Wat dan, schat?

Je mag met me vechten, maar niet schreeuwen.

Geen boeken meer.

Nu ben je van mij.

De telefoon, schat. Nee, ik moet opnemen.

Nee, hoor. -Jawel. Hou op.

Geef even de telefoon.

Hallo? Hoi, Lisa, wat is er aan de hand?

Wegwezen, Lisa.

Waarom? Is hij ziek? Echt?

Dat is echt raar, ja. Mag ik hem even?

Henry, hou op.

Tim, wat is er? Waarom wil je naar huis?

Je vindt logeren bij Charlie juist leuk. Weet je het zeker?

Maar Lisa gaat morgenochtend wafels maken, daar ben je zo gek op.

Nee, niet huilen. Hou op.

Denk aan je ademhalingsoefeningen van Dr Slater. Oké, lieverd.

Nee, rustig maar. Papa komt je halen.

Oké. Ik hou van je, lieverd.

Wat was dat nou? 'Papa komt je halen.'

Hij wil naar huis. -En hij is bij Charlie?

Ik weet het. Vreemd. -Hij kan wel even wachten.

Henry, even serieus nou. -Kijk daar eens.

Nee, hij is echt overstuur. Ga hem alsjeblieft halen.

Oké, prima.

Al die therapie lijkt Tim niet echt te helpen.

Er is denk ik wat anders aan de hand. -Serieus?

Eén angststoornis vind je niet genoeg? -Wat zei je?

Hij moet leren doorzetten. Ik wil hem niet ophalen.

Dat is niet eerlijk tegenover Lisa en strenger zijn lijkt me niet de oplossing.

Dat blijkt. -Wat?

Ik ben het met je eens. Aan die dure therapie hebben we niet veel.

Hij weet dat hij er toch wel mee wegkomt.

Weet je? Ik heb hem huisarrest gegeven.

Ik heb zijn speelgoed afgepakt, hem omgekocht, beloningsstickers gebruikt.

Jij bent er nooit. Je hebt geen idee van wat ik allemaal doe. Ik ben uitgeput.

Als ik zo'n slechte moeder ben, waarom zijn Kyle en Jessie dan niet ook zo?

Tjonge.

Weet je wat? Blijf jij maar thuis. Dan kijken we of jij het beter kunt.

Prima, geen probleem. Ga jij dan weer aan het werk?

Ga jij alle rekeningen en onze manier van leven betalen?

Ga je zo beginnen?

Het wordt een fijne dag, lieverd. Je kunt met je vriendjes spelen.

Charlie is er ook. Wil je naar Charlie?

Goedemorgen, Timothy.

Fijn dat u even naar buiten komt. -Lastige ochtend, Tim?

Het duurde een uur om hem in de auto te krijgen.

Zullen we even praten in mijn kantoor voor je naar je klas gaat?

Ik voel me niet lekker, ik heb hoofdpijn. -Dat is vervelend.

We kunnen ook nog naar de verpleegster, maar in de klas gaat het vast beter.

Het is pizzadag, dat wil je niet missen. -Pizzadag. Dat klinkt leuk.

Kom op, vent. -Fijne dag, lieverd.

Ik hou van je. -Grote jongen.

Als hij er eenmaal is, gaat het prima.

Soms pikken kinderen angsten van hun ouders op.

Misschien moet u eens met iemand gaan praten.

Kom maar, vent.

Hallo, Catherine. -Hallo, Suzanne. Hoe gaat het met je?

Michael heeft het toch zo druk met zijn buitenschoolse activiteiten.

Het is zo zwaar en nu heeft hij zijn lunch vergeten, de arme schat.

Hij haat het schooleten, dus heb ik zelf kippensoep voor hem gemaakt.

Bel eens, Catherine. We moeten echt een keer afspreken. Dag.

Met mij gaat het prima. Aardig dat je het vraagt.

Zullen we een ander spelletje doen?

Dit is het 'afleidingsspel'. Het helpt om al die nare gedachten kwijt te raken.

Ben je er klaar voor? -Ik vind spelletjes leuk.

Oké, kies jij maar een categorie.

Jongensnamen, hoofdsteden, wat je maar wilt.

En eten? -Eten is prima. Als het maar op alfabet is.

Zoals appels, bananen, citroenen, enzovoort. Snap je?

Ja, maar ik heb een hekel aan fruit. Is snoep ook goed?

Wat je maar wilt, als het maar op alfabet is, oké?

Zullen we het proberen? Begin jij maar.

David. -Eddy.

Frank. -George.

Henry. -Iglo.

Iglo? Wat is dat nou voor naam? -Een ijskoude.

Je bent ook zo'n gekkie.

Kom op, Kyle, zet 'm voor. Daar gaan we.

Hup, Tim. -Gaan we scoren?

Daar gaan we. -Komt ie.

Tien achter elkaar. Als je wilt, ben je super.

Jongens, we kunnen zo eten. Komen jullie?

Kom. -Nee, ik moet nog oefenen. Ik wil niet.

Ik ben moe en ik heb honger. Kom. -Kyle, blijf nou hier. Ik moet oefenen.

Je bent een geweldige keeper, maar ik stik van de honger.

Jij bent zo'n rotvent. Je doet nooit wat ik wil.

Waarom blijf je niet bij mij? Papa, zeg dat Kyle me moet helpen.

Je broer speelt al de hele dag met je. Het wordt donker en mama heeft gekookt.

Ik ga niet. Kan me niet schelen wat je zegt.

Het is niet eerlijk, ik haat jullie.

Hé, Tim. Zo is het genoeg. -Ik wil wel met je spelen, Timmy.

Jij kunt niet eens voetballen. Ga weg, snotjong.

Kom maar, jochie. -Naar binnen jij.

Waarom laten jullie me in de steek? Ik loop weg, ik haat jullie.

Tim, terugkomen. Nu. En zeg sorry tegen je broer.

Het spijt me zo. -Het is al goed.

Rustig maar. -Ik bedoelde het niet zo.

Het komt wel goed.

Tim, lieverd, kom op. Tim?

Timothy? -Ga weg.

Weet je, je bent nu bijna elf. Je bent hier te oud voor.

Hoelang moeten we dit nog doen? Je hebt al 36 dagen school gemist.

Ik moet je aankleden.

Waar is Tim? -Hij wil zijn bed niet uitkomen.

Kyle, je mist de bus zo nog.

Je mist de bus nog. -Oké dan.

Fijne dag. Ik moet Jessie naar school brengen.

Wil jij het eens proberen? Misschien luistert hij naar jou.

Kom maar, Jessie. -Oké.

Ik geef het op. Die jongen is onmogelijk.

Als hij niet naar school gaat is er ook geen tv, video of computer deze week.

Maar we moeten wel één lijn trekken. -Alsof ik dat niet geprobeerd heb.

Als hij zo is, helpt helemaal niks. -Maar hij moet naar school.

Hij moet naar school. Hij mag niet opgeven.

Hij moet leren dat sommige dingen moeten, ook al vindt hij ze niet leuk.

Ik ben het helemaal met je eens.

Maar misschien is dit niet de juiste school voor Tim.

Zijn leraren begrijpen hem niet en op Charlie na heeft hij geen vrienden.

De zoon van Bob gaat naar een privéschool.

Hij doet het daar goed. -Dat bedoel ik.

Goed. Ga jij dan maar op zoek naar een school.

Misschien is het 'n geluk bij een ongeluk en is het goedkoper dan die therapie.

Ik moet naar mijn werk.

Ik hou van je.

Mrs Spencer, dit gedrag zien wij hier niet.

Ik heb hem geobserveerd in de klas. Hij is stil, maar doet het prima.

Dan bewaart hij het dus voor mij.

Soms proberen kinderen zo aandacht te krijgen. Is alles goed thuis?

Alles is prima.

Mr Collins, ik waardeer uw en Dr Maynards inspanningen...

maar we sturen Tim naar een privéschool.

Echt? Welke? -Campbell Academy.

Ik vind het jammer, maar Campbell staat goed aangeschreven.

We zullen hem missen.

Als ik kan helpen met de overgang naar de nieuwe school, hoor ik het graag.

Dank u, allebei. Dat is heel aardig.

Succes. -Het beste.

Kyle, schiet op, je mist de bus nog. -Ja, oké.

Kyle, als ik je moet brengen, komt Tim te laat. Dus schiet op.

Ja, omdat Tim naar een chique school mag zonder bussen.

Ga je weer zo beginnen?

Lieverd? -Het zal wel.

Dag.

Kun jij Jessie meenemen?

Natuurlijk. -Dank je.

Ben je er klaar voor? Hoe gaat het op school?

Goed. De kinderen en de leraren zijn aardig, maar 't huiswerk is heel moeilijk.

Maak je niet druk, daar kijken we samen wel naar.

Jessie beheerst de basis.

Opschieten, jongens. Zo komen we allemaal nog te laat.

Goedemorgen.

Licht kan door sommige materialen heen dringen.

Materiaal dat licht doorlaat zodat je erdoorheen kunt kijken, heet...

Christopher? -Transparant.

Ja. Kun je een voorbeeld geven? -Ramen.

En materiaal dat licht gedeeltelijk doorlaat, hoe noem je dat?

David? Semi-transparant, zoals vetvrij papier.

Ja. En materiaal dat geen licht doorlaat? Hoe noemen we dat?

Tim?

Tim? Lette je wel op? -Ja, meneer.

Hoe noemen we materiaal dat helemaal geen licht doorlaat?

Massief?

Ja, Christopher? -Dat heet opaak.

Juist. En wat gebeurt er als je licht richt op iets wat opaak is?

David? -Dan krijg je een schaduw.

Klopt. Pak allemaal potlood en papier. We gaan een experiment doen.

Deze taart is heerlijk en zo mooi.

Ik ben zo blij dat je er bent. Charlie mist Tim echt op school.

Ik weet het. Sorry, Lisa. -Doe niet zo gek, zo bedoelde ik het niet.

Als ik Darren zover kon krijgen dat Charlie naar Campbell kon, zou ik 't meteen doen.

Hij voelde zich zo rot. Wij wisten het ook niet meer.

Waarom heb je Tim weggehaald? Denk je echt dat Campbell zo veel beter presteert?

Daar ging het niet om. Tim was toe aan een andere omgeving.

Maar al zijn vriendjes zitten hier. -En die ziet hij elke week bij voetbal.

En je kunt toch wel contact houden. We zijn niet verhuisd of zo.

Tim, gaat het wel met je?

Ik wil naar huis, ik voel me niet lekker.

Dat gaat niet, lieverd, Charlie is jarig. -Maakt me niks uit.

Lieverd, Charlie is je vriendje en je kunt niet zomaar weggaan van zijn feestje.

Wat heb je toch, lieverd?

Misschien moeten we straks Dr Slater even bellen.

Nee, daar gaat het niet om.

Tim, we gaan niet naar huis. We blijven hier.

Gaat het? -Ja, hoor.

Hij heeft hoofdpijn, komt wel goed. Ik weet het ook niet.

Feestjes geven stress, voor mij ook. Zeker met deze lui.

Inderdaad, daarom ben jij mijn beste vriendin.

Ik hou van je, ik ben er voor je. -Ik hou nog meer van jou.

En ik heb taart. -Ben je er klaar voor? Nog één voetbal.

Zo is het goed. Vergeet de ster niet. Prima zo.

Wie heeft er zin in taart?

Zit je er klaar voor, lieverd? Oké, Charlie.

Zullen we 'lang zal hij leven' zingen? Timmy, wil jij beginnen?

Kom op, Tim. -Geeft niks, lieverd.

Hij voelt zich niet lekker. We bewaren wel wat voor hem.

Oké. -Ik hou van je en ik ben trots op je.

Iedereen klaar? Eén, twee, drie. Hartelijk gefeliciteerd.

Ik ben klaar.

Kijk, mama. Ik ben ook klaar. -Goed gedaan.

Dat is niet eerlijk. Ik kan het niet. Dit huiswerk is stom.

We gaan tv kijken.

Laat eens kijken?

Is dit je huiswerk?

Je moet dit hoofdstuk lezen en dan de vragen beantwoorden.

Hoeveel heb je al gelezen?

Weet ik niet. -Weet je nog dat je het gelezen hebt?

Ik lees het voor en dan doen we het samen.

Ik haal school en alle andere kinderen zijn zo slim.

Lieverd, dit lukt ons wel. Oké? Ik kan met je leraren gaan praten.

Het lukt toch niet, ik haat het. -Je moet stap voor stap gaan.

Maar het lukt niet. Ik kan niks. -Het lukt je heus wel.

Het mislukt heus niet. Daar zorgen wij wel voor.

Tim, we komen hier wel doorheen. -Zinloos. Ik ben stom.

Ik maak m'n huiswerk niet. -Je hebt gewoon een rotdag.

Ik heb geen rotdag.

Ik ga toch niet meer school. -Dit gaan we niet nog eens doen.

We kunnen niet elke keer als het tegenzit naar een andere school.

Je snapt het niet. Ik hoef niet meer naar school.

Doe niet zo raar, je bent pas 14. Natuurlijk moet jij naar school.

Waarom geen thuisonderwijs? -Dit hebben we al zo vaak besproken.

Waarom? Omdat het jou niet uitkomt?

Rustig aan. -Je hebt gewoon de pest aan me.

Ik ga niet meer naar school.

Tim, rustig. -Mama, ik heb honger.

Ik haat jou ook, snotjong. -Hou op, Tim.

Ik haat alles. Was ik maar dood.

Wat is er aan de hand? -Zullen we pizza bestellen?

Mam? -Alweer?

Kyle, Tim heeft een rotdag. -Hij heeft altijd een rotdag.

Waarom pik je dat elke keer van hem?

Krijgt hij huisarrest? -Laat Tim maar aan mij over.

Ik ben hier de moeder. -Niet dat dat veel uitmaakt, hè?

Kom maar hier.

Zo moet het, jongens. Goed zo.

Kom op. Daar is ruimte.

Super. -Dit team droogde ons pas nog af.

Misschien gaat het beter nu Tim terug is. Waar was hij al die tijd?

Hij had wat last van zijn maag. -Hij ziet er nu wel goed uit.

We zien hem niet vaak op de training. Hij zit toch niet in een ander team?

Echt niet, hij voelde zich alleen niet zo lekker.

Hij heeft 't vast druk op die privéschool? -Inderdaad.

Hup, Tim.

Hoe kon je die nou missen? -Geeft niks, lieverd. Tim?

Wat gebeurt er nou? -Hij rende weg.

Wat was er, Henry? -Ze zijn boos omdat hij die goal miste.

Ik hou niet van roddelen, maar ik hoorde dat hij op beide scholen weggestuurd is.

Hij liep gewoon weg van school als hij daar zin in had.

Echt, er is iets mis met die jongen. Wie rent er nu midden in een wedstrijd weg?

Ze hebben hem niet in de hand. Ik zou dat gedrag niet pikken.

De kinderen willen niet meer met hem spelen.

Ik vind het prima, want ik wil niet dat die van mij daarheen gaan.

Oké, jongens. Daar gaan we dan.

Ja. Hè, balen.

Ik wil een herkansing, Charlie. -Jammer dan.

Jij bent aan de beurt.

Laat maar, Billy kan in mijn plaats.

Echt? Wil je iets anders doen?

We hoeven niet te gamen. -Nee.

Kom op, we zien je bijna nooit meer. We moeten toch iets doen?

Bordspelletjes, kaarten. Iets.

Ik heb een idee. Zullen we buiten een balletje trappen?

We kunnen je best gebruiken in 't team. -Nee, ik heb het gehad met voetballen.

Waarom dan? -Ik vind het niet meer leuk. Snap je?

Nee, ik snap het echt niet.

Wat is er toch met jou? Die jongens waren sukkels, laat ze.

Daar gaat het niet om. Het is gewoon saai.

Voetbal is niet saai. -Wat weet jij er nou van?

Weet je wat ik weet, vroeger was je leuk. Nu ben je gewoon een sukkel.

Dan ga je toch?

Ik heb niet gevraagd of jullie kwamen. -Ik weet het. Wat zit jou dwars?

Misschien zit jij me wel dwars, Charlie.

Je bent gewoon sneu.

Je moeder heeft mijn moeder gesmeekt of we wilden langskomen.

Maar je bent gewoon een sukkel. -Wegwezen hier. Hij spoort niet.

Emotioneel gestoord? Nee, ik wil geen etiketjes voor mijn zoon.

Nee, we kunnen ons geen privéschool meer veroorloven.

We zijn al een fortuin kwijt aan de vorige.

Zijn er geen andere mogelijkheden behalve remedial teaching?

Hoe maak ik een afspraak om hem ingedeeld te krijgen?

Tim, lieverd, je bent weer te laat voor school.

Ik weet dat je een rotmorgen hebt, maar blijven liggen helpt ook niet.

Alsjeblieft, probeer je benen te bewegen.

Weet je nog wat de dokter zei?

Soms moet je het bloed laten stromen om wakker te worden.

Tim, ik weet dat het moeilijk is. Soms heb ik ook geen zin om op te staan.

Ga weg, ik ga niet naar school.

Lieverd, ik weet dat je je rot voelt.

Je hoeft nu alleen maar je bed uit te komen.

Probeer in beweging te komen.

Kijk, daar heb je die mooie ogen.

Zie je nou wel. Wanneer heb je voor het laatst gedoucht? Kom, ga even douchen.

Of een schuimbad? Daar was je vroeger gek op.

Nee, ik ga niet naar school.

Had ik het over school dan?

Tim, gaat het goed daar?

Tim, als je geen antwoord geeft, kom ik binnen.

Je moet wel de kraan dichtdraaien. Gaat het met je?

Ik ben beneden. Ik moet even opnemen.

Lieverd.

Ik pak een handdoek. Hier.

Je ligt er al zo lang in.

Je bent vast helemaal gerimpeld.

Kijk eens naar je vingers. Kijk dan.

Waarom denk je dat dat is?

Ik las dat het een overlevingstechniek uit de steentijd is.

Je vingers rimpelen om meer grip te krijgen, zoiets.

Zoiets als profiel op banden, denk ik.

In de steentijd hadden ze vast geen banden, mam.

Nee, dat denk ik ook niet.

Ik krijg hem zelfs het huis niet meer uit.

Ik raad medicatie aan. Tim heeft een zware depressie.

Therapie alleen is niet genoeg. -Ik begrijp niet waar dit vandaan komt.

Angst en depressie komen vaak samen voor. Het een kan het ander verergeren.

Medicijnen kunnen soms helpen.

Ik geef mijn kinderen liever niet eens Ibuprofen, tenzij het echt niet anders kan.

Wat zou u voorschrijven?

Dat moet een psychiater doen. Bij wie bent u hiervoor geweest?

We beginnen met een heel lage dosis.

We kijken hoe hij daarop reageert en hogen het langzaam op.

Ik wil hem elke 14 dagen zien om hem in de gaten te houden.

Bijwerkingen kunnen zijn: sufheid, duizeligheid, slapeloosheid...

misselijkheid, gewichtstoename of -afname, diarree of verstopping.

Goedemorgen, Kyle.

Tot straks, Kyle.

We zijn aan de late kant. Ik breng jullie naar school, onderweg eten we wel wat.

Met de familie Spencer. Laat een bericht achter, dan bellen wij u terug.

Met Lisa. We hebben je gisteren gemist op de bijeenkomst.

Ik weet hoe druk je bent, maar laat me alsjeblieft niet alleen met die groep.

Ik kan niks met die vrouwen. Ik heb je al even niet gezien en ik maak me zorgen.

Bel me alsjeblieft terug. Alsjeblieft? Dag.

Wal doen jullie? -Ik schrijf een lied, mam.

Ongelooflijk. Opeens had ik het.

Wil je het horen? -Natuurlijk.

Ik ben nog niet klaar, maar wil je het alvast lezen?

Laat ook maar. Ik moet morgen verder met de tekst en met de muziek.

Weet je wat fijn zou zijn? Een keyboard op mijn kamer.

Hebben wij een keyboard?

Vroeger wel, maar nu... -Weet je wat ook kan? Garage Band.

Hebben wij dat op de computer? -Ik denk het, ik weet het niet.

Super. Mag ik de computer gebruiken? -Die is voor huiswerk.

Mam, dit is belangrijker dan huiswerk. Dit is mijn leven.

Het lijkt me een goed idee. -Dus ik mag de computer gebruiken?

Alsjeblieft? -Oké, voor deze keer dan.

Hoelang zit Tim al achter die computer?

Misschien moet hij eens ophouden.

Ik ben al blij dat hij niet zo somber is. -Het is al 23.00 uur.

Hoe was jouw dag?

Niet zo prettig. Ik moet misschien naar Dallas.

Wanneer?

Waarschijnlijk woensdag. Dat hoor ik nog.

Als ik deze klant verlies, kan ik mijn baan verliezen, ik ben een paar dagen weg.

Ik weet het, schat. Ik ben alleen zo moe.

't Is moeilijk met Tim. Hij durft niet naar buiten en ik durf 'm niet alleen te laten.

Ik dacht dat het beter ging met die medicijnen.

De bijwerkingen zijn echt eng. -Ik weet het.

Het zou niet zo zwaar moeten zijn.

Pubers zijn sowieso lastig, misschien is het maar een fase.

Als dat zo is, duurt deze fase wel heel erg lang.

Weet je, jij zou er even tussenuit moeten met je droomprins.

Waar is die?

Ik kan hem altijd bellen. Hij zit onder de sneltoetsen.

Ik kan Tim niet alleen laten. Dat weet je toch?

Ik kan hem toch niet bij Kyle achterlaten? Dat doe ik hem niet aan.

Hallo, Bob. Ja, ik weet het.

Ja, ik heb vaak met hem te maken gehad. Het is lastig.

Ja, ik regel het wel als ik daar ben. Ik bel je als ik er ben. Oké, bedankt.

Ongelooflijk hoe de beschrijving in dit boek op Tim lijkt.

Je zou het echt moeten lezen, al is het maar een stuk. Het is echt verhelderend.

Ik zou wel willen, maar ik heb 't zo druk. Zou je wat gedeeltes kunnen aangeven?

Ja, hoor.

Mijn maag rommelt. Zijn er nog kliekjes? -Nee.

Waarom wist ik niet dat kinderen zomaar angstig of gedeprimeerd konden zijn?

Vroeger had je dat ook niet.

En die jongen bij jou in de straat dan die zelfmoord pleegde toen hij 17 was?

Henry?

Hoorde je me?

Ik bedoel... -Leg die telefoon nou eens weg.

Ik ga slapen. Welterusten.

Hoe ging het op reis, pap?

Ik hoop goed. Over een paar weken weten we meer.

Jessie, leg je even je servet op schoot?

Tim, jij mag wel eens naar de kapper.

Nee.

Ik snap het statement, maar doe het toch maar. Je begint op je moeder te lijken.

Wie moet er nog huiswerk maken? -Ik heb morgen een toets.

Welk vak? -Meetkunde. Dat haal ik wel.

Ik haat wiskunde. -Waarom? Het is makkelijk.

Het is waardeloos, ik haat het.

Doe niet zo idioot. -Dat ben jij, idioten vinden wiskunde leuk.

Wat zit jij nou te kijken, Jessie?

Iedereen hier is geschift. -Nee, jij. Je haalt niet eens je diploma.

Wat boeit mij dat? -Mag jij zomaar van tafel af?

Iedereen denkt dat ik dom ben. Ik heb een rotleven.

Kyle, moest dat nou? -Dus nu ligt het aan mij? Ik deed niks.

Ik haat alles hier. -Pik je dat zomaar van Tim?

Niet te geloven.

Kyle, ga alsjeblieft zitten. -Kyle?

Jullie denken dat ik achterlijk ben. -Mag ik tv kijken?

Nee. -Ja.

Ja, goed. Toe maar, jongen. Ruim even je bord op.

Hij is de hele week al zo, maar jij was weg.

Toen ik wegging, was er niks aan de hand.

Dit kan echt niet. Ik ga met hem praten.

Wacht tot hij gekalmeerd is. -Dat doet hij dan nu meteen maar.

Tim, doe de deur open. Nu meteen. -Bekijk het maar.

Tim, wat jij doet, kan echt niet. -Wat ben jij een sukkel.

Doe die deur open. Nu.

Ik kan er niet meer tegen.

Als je hem even met rust laat, kalmeert hij wel.

Met rust laten? Dat heb je zeker van de therapeut? Gewoon negeren?

Het heeft gewoon geen zin met hem te praten als hij zo is.

Dan wordt het alleen maar erger. -O ja, dan wordt het erger.

Maar ook als we het negeren en niks doen.

Er moet toch iets zijn dat we kunnen doen? Ik word hier stapelgek.

De psychiater heeft nog andere medicatie voorgeschreven.

Voor als hij door het lint gaat.

Dat is goed nieuws. Heb je het al geprobeerd?

Nog niet. -Dan lijkt dit me een geschikt moment.

Ga ik doen, Henry.

Laten we stoppen met escitalopram en hem op 'n stemmingsstabilisator zetten.

Als ik afga op jullie verhalen, denk ik dat jullie zoon een bipolaire stoornis heeft.

Bipolair? Dat klinkt ernstig.

Daar krijg je toch zware medicatie voor?

Dan heb je toch hoogtepunten en dieptepunten? Tim is nooit blij.

Ik weet het. Ik heb die dokter nooit gemogen.

Wat zegt Slater? -Dat hij heel gecompliceerd is.

Ze weet niet of hij bipolair is. Misschien tijd voor een second opinion.

Grappig dat je dat zegt.

Ik wilde een afspraak bij een andere psychiater. De wachttijd is drie maanden.

Drie maanden, dat kan toch niet?

Er zijn blijkbaar meer taxidermisten dan kinderpsychiaters.

Dat belooft wat voor de toekomst. -Kijk hier eens.

Ze staat heel goed aangeschreven. Een expert in haar vakgebied.

Maar ze is peperduur. -We doen alles wat nodig is.

Dank je.

Fijn dat je zo eerlijk bent, Tim. Wil je het nog ergens anders over hebben?

Nee, dat was het wel.

Kan ik je ouders nu even alleen spreken? -Ja, hoor.

Wil je vragen of ze binnenkomen? Dan zie ik je volgende week.

Bedankt. -Graag gedaan.

Hallo, hoe ging het?

Best aardig. Hoe gaat het met jullie?

We weten het niet meer.

Het zal zo lastig worden om de middelbare school af te maken.

Er zijn ergere dingen dan school missen.

Kunt u beschrijven wat er gebeurt als Tim overstuur raakt?

Zijn blik verandert, alsof hij iemand anders wordt.

Hij is niet voor rede vatbaar en hij vat alles wat we zeggen verkeerd op.

Soms wordt hij agressief.

Maar niet dat hij... -Nee, hij heeft niemand kwaad gedaan.

Ik denk ook niet dat dat gaat gebeuren, maar hij dreigt er wel mee.

Hij vernielt veel dingen.

Dat is zwaar. Hoelang duren die buien en hoe vaak komen ze voor?

Dat verschilt. -Een paar keer per dag, uren lang.

Dat hangt ervan af.

Ik vind het vooral zwaar wanneer de woede voorbij is.

Dan voelt hij zich zo ellendig en wil hij dood.

Angstaanjagend. -Het is geen slechte knul.

Het is zo'n lieve, zachtaardige jongen.

Dat is hij nog steeds, Catherine. Hij is een lieve jongen.

Hij wil zich niet zo misdragen. Hij lijdt.

Ik merkte in onze sessies hoe snel zijn stemmingen omslaan en hij is erg angstig.

Hij kan het niet voorspellen of beheersen. Daarom wil hij het huis niet uit.

Dat is beangstigend, vooral voor een puber.

Ik snap het niet, dokter. Hij slikt elke dag zo'n dertig pillen.

En het lijkt alleen maar erger te worden. Er moet toch een medicijn zijn dat werkt?

Dat zou je denken, maar er is geen toverpil.

En iedereen reageert weer anders op medicijnen.

Zeker kinderen en pubers, want die groeien en veranderen.

Dat begrijp ik, maar er moet toch iets zijn?

Timothy heeft een ziekte. Beseffen jullie dat?

Ik denk dat hij zou opbloeien in een zeer gestructureerde omgeving.

Wat bedoelt u?

U zei zelf al dat hij door de geringste verandering of tegenslag van slag raakt.

Maar ik probeer alles zo goed te doen. Ik bied structuur, ik doe zo mijn best.

Het is onmogelijk hem thuis de structuur te bieden die hij nodig heeft.

Hij heeft een therapeutische omgeving nodig.

Hij moet 24 uur per dag omringd worden door professionals.

Wat stelt u dan voor, dokter?

Ik ken een fantastisch behandelcentrum in Maine.

Ze zijn gespecialiseerd in kwetsbare jongens zoals Tim.

Sorry, maar ik stuur mijn zoon niet weg.

Hij zit al in een therapeutisch dagprogramma. Is dat niet genoeg?

Ik begrijp dat u hiervan schrikt...

maar u kunt hem onmogelijk de structuur bieden die hij nodig heeft.

Wij komen bij u voor hulp en nu zegt u dat we hem maar moeten wegsturen?

Dat accepteer ik niet. Ik weet wat ik moet doen, ik ben zijn moeder.

Niemand kent hem zo goed als ik en ik moet hem helpen.

Ik doe dit al jaren. Het spijt me. -Blijf nou en luister even, alsjeblieft.

Catherine, ik wil je uitleggen... -Alsjeblieft...

Het is ook veel om over na te denken.

Mag ik u wat vragen? Als het uw zoon was, wat zou u dan doen?

Moeilijk. Maar als Tim mijn zoon was, zou ik hem zonder enige twijfel...

naar dat behandelingscentrum sturen.

Hoelang zou dat gaan duren en wat zijn de kosten?

Ongeveer een jaar. Het is duur, het loopt in de tonnen. Dat is niet niks.

We zijn er. Ik ga Tim halen, wacht jij hier maar even.

Dit is echt uitstekend.

Mag ik meedoen? -Nee, ga weg.

Hallo, ik ben Catherine Spencer... -Aangenaam. Momentje.

Tim, je moeder is hier.

Misschien is het hun beurt? -Ik wil meedoen, het is niet eerlijk.

Mam, ik hoor hier niet.

Ik wil naar huis. -Oké, lieverd, dan gaan we naar huis.

Zij kunnen die kant op en jij die kant. -Het is al goed.

Misschien heeft Dr Harris gelijk.

Waarover?

Ik weet het niet, maar ik ben bang.

Het gaat niet beter met hem.

Elke dag is een worsteling voor hem en deze school is nog erger.

Ik wil hem helpen, maar misschien heeft Dr Harris gelijk. Hij heeft meer hulp nodig.

Wat wil je zeggen, schat?

Het zal duur worden als we dit gaan doen.

Misschien kunnen we geld lenen van mijn ouders.

Ik kan een baan zoeken of we kunnen het huis verkopen.

We moeten iets doen. We hebben geen keus.

Hoe moeten we het hem vertellen?

Ik weet het niet.

Weet je het zeker?

Wat denk jij?

Tot ziens. -Kyle‚ kom hier.

Je hebt geen afscheid genomen. Ik hou van je.

Ik ben het weekend weg voor een debatwedstrijd.

Geen bootcamp. -Weet ik toch.

Succes. Je doet het vast geweldig. -Bedankt, mam. Dag.

Dat ziet er leuk uit.

Wat ben jij toch irritant.

Nu ben ik het weer vergeten. Je hebt het verpest.

Tim, waarom doe je dat nou?

Jessie kwam alles verzieken. -Rustig, je hoeft niet zo...

Ik haat je, jij verpest alles. Ik haat je.

Wil je schrijven? Hier dan.

Hij wilde je niet afleiden. -Waarom kies je altijd zijn kant?

Je bent zo'n stomme trut.

Jessie, ga maar naar boven.

Weet je nog wat we gezegd hadden? -Waarom praten jullie over mij?

Jessie wilde je niet afleiden.

Hoe weet jij dat? Jij was druk met Kyle.

Luister, doe jij eens rustig.

Ga van me al. Ik vermoord jullie allemaal en ik vermoord mezelf.

Tim, luister. Kijk me aan. -Ik vermoord je.

Ik vermoord je. -Nee, lieverd. Tim, luister...

Ik vermoord je.

Ga van me af.

Het spijt me zo. -Dat weet ik toch.

Ik bedoelde het niet zo. -Weet ik.

Ik weet niet waarom ik dat zei. -Rustig maar.

Ik ben verschrikkelijk. -Nee‚ dat ben je niet.

Ik haat mezelf. -Dat moet je niet zeggen.

Ik haat mezelf. -Je bent niet slecht, schat. Ik ben bij je.

Wat kan ik doen om je te helpen?

Tim, lieverd, wakker worden. -Wat is er? Is er iets mis?

Weet je nog dat je zei dat je hulp nodig had, zodat je je beter zou voelen?

Pap en ik hebben iets voor je gevonden. -Maar het gaat al beter nu.

Je bent thuis voor je het weet. -Wat bedoel je?

Het is alleen totdat je je beter voelt.

Nee, mam. Alsjeblieft. Je zou er altijd voor me zijn.

En ik zal er ook altijd voor je zijn. Je moet me vertrouwen.

Alsjeblieft. Ik smeek je, doe me dit niet aan.

Het komt goed. -Pap, stuur me niet weg.

We houden zielsveel van je. Dit is zo zwaar, maar het is voor jouw bestwil.

Dat boeit jullie niet. Jullie willen me gewoon kwijt, dat is het.

Jullie haten me. -Dat is niet waar. Hou op.

Het spijt me. Het spijt me zo. Ik hou van jullie.

Dit kan ik niet. -Het spijt me van alles. Het spijt me.

Toe nou, Tim. -Alsjeblieft, mama.

Stuur me alsjeblieft niet weg. Mama, mama...

Waarom loop je altijd weg als ik tegen je praat?

Het spijt me.

Het spijt me zo.

Bedankt voor de lift, Harry. Mam, ik ben er weer.

Mam? Gaat het? Wat is er gebeurd? -Niks aan de hand.

Wat is er gebeurd? Heeft Tim iets gedaan?

Je vader zal zo beneden zijn. -Wat is er? Wat heeft hij gedaan?

Hij heeft gewoon hulp nodig. Wij wisten het niet meer.

Waar is Tim? Waar is hij?

Misschien helpt dit.

Wat heb je met mijn broer gedaan?

We konden niet anders. Je broer heeft hulp nodig.

Hij heeft ouders nodig die met 'm kunnen omgaan. Had meer je best gedaan.

Waar is mijn broer? -Hij is in Maine.

Hij ging niet naar school.

Omdat jij hem niet dwong. Welke moeder pikt zoiets?

Kyle, dat is niet eerlijk. Je broer heeft een bipolaire stoornis.

Echt, lieverd...

we komen hier wel doorheen. Ik beloof het. We redden het wel.

Flauwekul.

Catherine, schatje?

Mam, je bent er. -Natuurlijk ben ik er.

Het was zo zwaar. -Ik vind het zo erg.

Ik hou van je.

Je had me niet kunnen weghouden.

Hé, jochie, gaat het met je?

Wil je binnenkomen?

Ben je boos op mama en papa?

Ik weet het niet. En jij?

Ik weet het niet.

Tim vond me toch niet leuk. -Dat is niet zo, dat moet je niet zeggen.

Jongens, mag ik er bij komen zitten? -Welja.

Ik weet hoe moeilijk dit voor jullie is.

Jullie moeten weten dat mama en ik zielsveel van jullie houden.

Van jullie alle drie.

Jullie broer is ziek en daar kan niemand iets aan doen.

Is het besmettelijk?

Nee, het is niet besmettelijk.

Tim heeft een chemische onbalans in zijn hersens.

Daardoor zijn dingen moeilijk voor hem die voor ons makkelijk zijn.

Hoe heet het ook alweer?

Bipolaire stoornis.

James? Hier is Tim.

Hallo, Tim. Kom binnen. Bedankt, Sasha.

Niks aan de hand, Rocket is heel vriendelijk.

Honden begrijpen mensen beter dan wij. Ga zitten.

Vertel eens, Tim...

hoe ben je hier gekomen?

Ik ben gedwongen.

Is dat zo? -Dit is mijn straf.

Mijn ouders haten me. -Serieus?

Waarom denk je dat? -Waarom?

U weet toch alles?

Dat zou wel heel fijn zijn.

Je klinkt boos. -Ik hoor hier niet.

Nu je hier toch bent, laten we er maar het beste van maken.

Het zal wel.

We kunnen je helpen als je er voor openstaat.

Er is niks mis met mij. -Daarom ben je hier ook niet.

Of omdat je ouders je haten. Ik geef je een rondleiding, oké?

We hebben maar drie regels voor ieders veiligheid.

Anders kun je je ook niet goed voelen.

De eerste regel is dat er altijd iemand moet weten waar je bent.

Dus ook al wil je naar de wc, vraag een volwassene toestemming.

Is dit soms een gevangenis?

We kunnen je veiligheid niet waarborgen als we niet weten waar je bent.

Tweede regel: hou je handen thuis. Blijf van anderen af.

Niet stoeien, niet duwen, niks. Jongens...

Van wie is die muts? -Van mij.

Wat moet jij er dan mee?

Hij zit je te dollen. Gooi maar naar mij.

Daar heb je hem. Mooi.

Veel kinderen vatten een geintje op als pesten.

En de derde regel?

Totdat je een zeker niveau hebt gehaald, mag je niet onbegeleid het terrein af.

Waar is iedereen? -Ze komen zo terug van school.

De eerste weken hoef je nog niet naar school. Je gaat pas als je wilt.

Alsof dat gebeurt. -Wacht maar af.

Na een paar weken niksen hier, smeek je om naar school te mogen.

Je zult het leuk vinden, kleine klassen, leuke leraren en al je vrienden zijn er.

Ik heb geen vrienden. -Dat komt wel.

Dit is de gemeenschappelijke ruimte.

Hier kun je kletsen, spelletjes doen, brieven schrijven aan je familie.

Brieven? Kan ik niet e-mailen?

Hier zijn geen computers. Alleen op school voor huiswerk.

En geen mobieltjes. -Hè? Dat is zeker een geintje?

En ik schrijf geen brieven. -Het is net sms'en, maar dan zonder gsm.

Frank? Kom eens. Ik wil je aan iemand voorstellen.

Tim, dit is Frank. Frank is je kamergenoot.

Gaaf haar, joh. Wat verberg je daaronder?

Sorry, ik zit je maar te stangen. Kom op.

Hoe gaat het? Stomme vraag, de eerste dag is een ramp.

Eerlijk gezegd is de eerste week een ramp.

Eigenlijk is de eerste... -Je vindt het hier fantastisch.

Fantastisch is een tikje overdreven.

Het is best oké, je went er wel aan. Ik stel je even voor aan de anderen.

Dex, Brian.

Hallo, Lisa.

Wat fijn u te zien. -En fijn om jou te zien.

Catherine? Kom eens naar beneden. Lisa is er.

Wat fijn u hier te zien. Hoelang blijft u? -Zolang als ze me nodig heeft.

Wat lief, ze heeft geboft met u. Hoe gaat het met haar?

Het was zwaar voor iedereen.

Ze zal wel opfleuren als ze jou ziet. Ze heeft in geen weken iemand gezien.

Catherine? Kom eens, Lisa is er.

Hallo, daar.

Chai latte?

Ik ga naar de was kijken.

Ik ben echt dol op je moeder. -Ik weet het.

Ze is geweldig. Ik weet niet wat ik zonder haar zou moeten.

Hoe gaat het met je?

Prima.

Best goed. -En met Tim?

Het gaat goed met hem.

Het is zo mooi daar.

Je hoeft bij mij niet te doen alsof.

Ik heb dit nog aan niemand verteld.

Tim heeft een bipolaire stoornis.

We hebben alles geprobeerd.

We hebben therapieën geprobeerd, artsen, medicijnen.

Maar hij...

Ik kon hem gewoon niet helpen.

Het is zo dapper om te doen wat jij hebt gedaan.

Dat weet je toch wel? -Ik weet het niet.

Wanneer zie je hem? -Om de drie of vier weken.

Ik mis hem.

Ik begrijp je. Echt.

Mijn zus is bipolair. Al bijna haar hele leven.

Echt? Wat erg.

Lisa, ik had geen idee.

Ik heb het nooit aan iemand verteld.

Ik wist niet eens dat je een zus had.

Hoe kan dat nou? -Ik zit vol verrassingen.

Waarom wist ik dat niet?

Ik ben er altijd voor je. Dat weet je toch, hè?

En nu even streng, maar uit een goed hart.

Je ziet er verschrikkelijk uit.

Ik bedoel het niet slecht. -Nu voel ik me een stuk beter.

Je moet beter voor jezelf zorgen. -Ik ben zo moe.

Ik snap het, maar als je niet voor jezelf zorgt, kun je voor niemand zorgen.

Dat is de eerste regel bij ouderschap.

Wanneer ben je voor het laatst onderzocht?

Geen idee. -Catherine?

Oké, ik beloof het. -Beloofd?

Ga weer hardlopen of ga mee naar yoga.

Nee. Ik en yoga? Ja, hoor. Nee, ik sla over.

Het zou je goeddoen.

En er zijn fantastische groepen voor lotgenoten.

Misschien helpt het te praten met ouders die hetzelfde meemaken.

Je hoeft dit niet alleen te doen. -Ik wist gewoon niet wat ik moest.

Eerlijk gezegd is het hier best gaaf. -Inderdaad.

Ik heb nog nooit gekampeerd. -Echt niet?

Mijn ouders wilden wel dat ik ging, maar ik had nooit zin.

Ik wilde het huis niet uit. -Tja, dan wordt kamperen best lastig.

Ja, hier zo in de bossen zijn is best wel tof.

Hier besloot ik mijn zaakjes op orde te krijgen.

Jij lijkt geen problemen te hebben. -Grappig.

Ik was er erger aan toe dan jij. -Ja, vast.

Nee, echt. Ik hoorde stemmen en zo. Zie je dit?

Ik wierp mezelf door een glazen deur. Mijn ouders schrokken zich kapot.

Heftig.

Ja, maar ik werk er hard aan en ik heb nu de goede medicijnen.

Ik haat medicijnen, die bijwerkingen...

De hoofdpijn. -En de misselijkheid?

Duizeligheid.

Aankomen. -Afvallen.

Niet kunnen slapen. -Niet uit bed kunnen komen.

Verstopping. -Diarree.

Dat kan ook liggen aan het eten hier.

Het was alsof ik niet kon stoppen. Ik zat maar te staren naar het beeldscherm.

Ik hoopte maar dat er iets positiefs zou gebeuren.

Gamen leek de enige manier om rustig te blijven.

Misschien was een computer als vriend veiliger?

Ja, zou kunnen.

Een computer kan je niet uitlachen of in de steek laten.

Maar je bent hier nu vijf maanden zonder computer. Hoe voelt dat?

Alsof ik mijn computer mis, joh.

Nee, even serieus, ik voel me best goed.

Marshmallows roosteren is misschien suf, maar jullie zijn oké.

Het is cool om met mensen om te gaan in plaats van met elektronica.

Jij bent ook wel cool.

Fijn dat je dit wilde delen. Dat was vast niet makkelijk.

Oké, allemaal, ik ben er trots op jullie vanavond mee te delen...

dat Frank zijn onafhankelijkheid heeft behaald.

Frank, ik ben echt trots op je. Je hebt er hard voor gewerkt.

Je hebt het echt verdiend. Goed gedaan.

Wil je iets delen met de anderen?

Ik hoef geen toestemming meer om te plassen.

Gefeliciteerd. Goed gedaan. -Bedankt.

Ik lees het voor, want ik ben niet zo goed in voordragen.

Zo gaat het makkelijker.

Het was niet makkelijk hier te zijn.

Heel lang was ik alleen bezig met hoe ik hier weg kon komen.

Maar toen besefte ik dat ik moest leren begrijpen...

hoe ik hier was terechtgekomen.

Ik ben niet trots op bepaalde dingen die ik gedaan heb.

Maar ik vergeef mezelf...

want ik weet dat wat toen gebeurd is, niks te maken heeft met wie ik nu ben...

of degene die ik wil zijn.

Ik leer mijn problemen te accepteren en te begrijpen...

zodat ik er beter mee kan omgaan.

En ik leer anderen te accepteren zoals zij zijn.

Want als ik dat niet doe, word ik stapelgek van jullie.

Maar nu serieus. Ik las pas een citaat dat ik wilde delen.

'Het leven is kort. Leef.

Liefde is zeldzaam. Grijp het.

Woede is slecht. Dump het.

Angst is afschuwelijk. Ga het aan.

Herinneringen zijn fijn. Koester ze.'

Fijn dat jullie er zijn. Dit is 'n zware tijd voor jullie allemaal.

Kyle en Jessie.

Begrijpen jullie wat er met Tim aan de hand is?

Kyle? -Wat?

Er wordt je wat gevraagd. -Ja. Tim is bipolair.

Tim is niet bipolair. Hij heeft een bipolaire stoornis.

Wat maakt dat nou uit?

Het is belangrijk dat je de ziekte en Tim los van elkaar ziet. Dat maakt het uit.

Je lijkt boos.

Hij kan er ook niks aan doen.

Klopt, maar dan kun je nog wel boos zijn. -Ik ben niet boos.

Je mag best boos zijn. Hier kun je erover praten.

Catherine, laat Jessie zelf maar praten.

Ik ben wel verdrietig en zo...

maar ik ben ook wel blij dat hij weg is.

Tim reageerde zich vaak af op Jessie. Dat was moeilijk voor hem.

Kyle, wat denk jij nou? -Typisch weer.

Jessie denkt alleen aan zichzelf en mam neemt het voor hem op.

Dat is ongepast en oneerlijk.

Weet je wat niet eerlijk is? -Nou?

Dat het vroeger prima met hem ging.

Hij was vrolijk en blij en hij was nooit bang en nu...

dit is waardeloos.

Zo te horen waren jullie close.

Vroeger wel.

Vroeger?

Denk je dat het iemands schuld is?

Die van mijn ouders misschien.

Waarom konden zij hem niet aan?

Denk je echt dat zij iets hadden kunnen doen?

Henry, hoe voel jij je hierbij? Als je Kyle zo hoort.

Ik probeerde het gezin bij elkaar te houden en soms...

voel ik me machteloos.

Jessie, jij zei dat je opgelucht was dat Tim weg was.

Het is heel normaal opgelucht te zijn.

Als je niet weet wat er thuis gaat gebeuren... dat lijkt me akelig.

Altijd op eieren lopen is moeilijk, hè?

Tim doet zijn best beter te worden. Als hij thuiskomt, gaat hij daarmee door.

Jullie moeten leren ermee om te gaan en voor jezelf te zorgen.

Hij kan het niet alleen, maar jullie ook niet.

Jullie moeten er zijn voor elkaar. Het hele gezin moet de schouders eronder zetten.

Er is hoop.

TWEE MAANDEN LATER

Nog meer fanmail, Frank.

Timothy Spencer.

'Lieve Tim, hoe gaat het met je? We zijn allemaal zo trots op je.

We missen je vreselijk en ik kan niet wachten je te zien.

Ongelooflijk dat ons laatste bezoek alweer twee weken terug is.'

'Lieve mam en pap, ik mis thuis heel erg.

Ik werk hard zodat ik snel kan terugkomen.

Frank en ik zijn goede vrienden geworden. Hij is tof, hij snapt het.

Komen Jessie en Kyle deze keer mee? Ik wil ze wat leuke kaartspelletjes leren.

Zeg ze dat ik ze mis. Ik hou van jullie.'

'Ik denk vaak aan thuis, maar daar word ik ook verdrietig van.

Ik vind het zo erg dat ik jullie zo veel ellende heb bezorgd.

Het is moeilijk om daarover te praten, maar ik doe mijn best.

Iedereen hier heeft een verhaal en niemand oordeelt.

Vooral Rocket, maar dat is een hond.

Zullen wij ook een hond nemen? Ik kan niet wachten jullie te zien.

Ik mis jullie.'

Het is zo vredig hier. -Gaan jullie hier vaak wandelen?

Soms, in het weekend.

Tim, gaat het? -Kunnen we terug naar het hotel?

We zijn pas halverwege. -Ik ben echt moe. Kunnen we gaan?

Als je doorloopt, zal het wel beter gaan.

Nee, dat kan ik niet.

Het is een halfuur heen of een halfuur terug.

Maakt me niet uit, ik heb het gehad. -Misschien moeten we even pauzeren.

Denk aan wat James zei.

Dat maakt me geen zak uit. Jullie zijn mijn ouders.

Waarom luisteren jullie altijd naar hem? Het is waardeloos daar.

Ik hoor daar niet. -Nee, Tim...

Ik wil naar huis. -Bel James. Rustig maar, het is al goed.

Kijk me aan. Het is al goed.

Ik weet niet wat er gebeurde, James. Alles was prima tot dit opeens.

Het ging zo goed. Dit hebben we al een tijdje niet meer gezien.

Dit is vooruitgang. Soms is het een stap vooruit en vijf achteruit.

Als ie zich niet uit, kunnen we 'm niet helpen.

Dus het is positief dat hij instort midden in het bos...

en we hem bijna moeten wegtakelen?

Ja, soms werkt dat zo.

Echt, hier kunnen we iets mee.

Lisa, ik wist echt niet of we hem daar terug konden krijgen. Ja, inderdaad.

Ik heb een wisselgesprek. Heb je een momentje?

Hallo? Ja, met Catherine.

Oké, donderdag is prima. Geen probleem, dank u wel.

Sorry daarvoor. Nee, dat was gewoon de huisarts.

Nee, ik voel me prima.

Ik wil zelfs nog even gaan hardlopen voordat Jessie thuiskomt van school.

Prima, ik spreek je nog. Dag.

Catherine...

kon je man er niet bij zijn? -Nee‚ dat leek me niet nodig.

Mijn moeder heeft al zoveel biopsieën gehad, dokter. Het is altijd hetzelfde.

Ik zal wel op haar lijken. Wij grappen dat we gewoon bobbelig zijn.

Ik ben bang dat het wat ernstiger is.

Je hebt vijf kleine tumoren in je linkerborst...

en volgens het onderzoek zijn het kankergezwellen.

Hoe ernstig is het? -Ik adviseer beide borsten te amputeren.

Als ik dat doe, is de kanker dan ook weg?

Dat weten we pas zeker na de operatie. Het hangt ervan af of er uitzaaiingen zijn.

Krijg ik chemo?

Dat is lastig te zeggen, maar waarschijnlijk wel.

Ik vind het heel erg, Catherine.

Ik kan me niet herinneren zo lekker gegeten te hebben.

Is dat dragon in die dressing? Het is heerlijk.

Schat?

Ik moet je iets vertellen.

Ik heb borstkanker.

Het spijt me zo ontzettend.

Je hoeft je niet te verontschuldigen. -Ik voel me zo schuldig.

Nee, niet doen. Kijk me aan. Dit gaan we samen aan. Oké?

We komen hier doorheen.

Mam en ik willen ergens met jullie over praten.

Er is geen makkelijke manier om dit te zeggen, dus zeg ik het maar gewoon.

Jullie moeder heeft kanker. Borstkanker.

Het komt goed, jongens.

Ik heb topartsen en ik word geopereerd... -Borstkanker?

Daar kun je toch aan doodgaan? -Niet als je er op tijd bij bent.

En zijn we dat? -Dat weten we pas na de operatie.

Krijg je chemo?

Waarschijnlijk wel, lieverd. -Wat is chemo?

Dat zijn medicijnen om de kanker weg te krijgen.

Maar soms kun je er een beetje ziek van worden.

Maar dat geeft niet, want dan gaat de kanker helemaal weg.

Raak je je haar dan kwijt? -Je haar?

Hoogstwaarschijnlijk.

Maar dat wil ik niet. -Kom maar, liefje.

Het is maar haar en het groeit heus weer terug.

Het belangrijkste is dat we allemaal ons steentje bijdragen...

en mam helpen snel beter te worden.

Wie vertelt het aan Tim?

Tim, kan ik je even onder vier ogen spreken?

Ja, hoor. Ik ben zo terug.

We hebben nog niemand gesproken, maar het gaat vast goed met mam.

Het kan wel vier of vijf uur duren.

Zorg alsjeblieft voor Jessie en probeer niet te piekeren.

Kyle, de arts komt er net aan. Ik bel je zo terug.

Hoe is het met haar? -Ze is in de uitslaapkamer.

Hoe ging de operatie? -Heel goed.

We hebben schildwachtklieren verwijderd en die leken allemaal schoon.

Dus het is niet uitgezaaid?

Dat weten we pas zeker als we de testuitslagen hebben.

Hoelang gaat dat duren? -Meestal zeven tot tien dagen.

Ik bel uzelf op.

Dank u wel, dokter. -Graag gedaan.

Uw vrouw is heel sterk. Het komt echt wel goed met haar.

Hoe gaat het? Zit hier niks?

Nog een keer?

Mooi. Heel goed.

Hallo, wat een leuke kinderen hebt u. -Dank je.

Zou ik even uw gsm mogen lenen? Mijn batterij is leeg.

Ja, hoor. Alsjeblieft. -Dank u wel.

Tjonge, er staat hier genoeg eten tot aan Kerstmis.

Waar was dit allemaal toen Tim zo ziek was en het huis niet uit kon?

Wisten je vriendinnen eigenlijk wel wat er met Tim was?

Niet echt, mam. Ik had het idee dat ik niks kon zeggen.

Ja, natuurlijk. Een momentje graag.

Dr Lee aan de telefoon.

Hallo, Dr Lee.

Ja, ik voel me best goed. Zijn de uitslagen er al?

Dat wilde ik graag horen. Dank u wel.

Heb ik nog chemo of bestraling nodig?

Oké, dan gaan we dat doen.

Heel erg bedankt.

Ze zijn in de gemeenschappelijke ruimte. En ik ben er ook, hè?

Nerveus voor vanavond?

De eerste dag is altijd het moeilijkst.

Ja. -We gaan Frank halen.

Hallo, vent. -Ik ben zo blij je te zien.

Dag, grote vent van me.

Ik wil dit weekend iets doen. -En dat is?

Ik ga maar eens naar de kapper.

Echt? -Weet je het zeker?

Niks zeggen. Ik wil ze verrassen.

Snel, voordat je van gedachten verandert.

Ik heb nog een verrassing voor jullie, maar dat kan wel wachten tot vanavond.

Deze talentenshow doet zijn naam eer aan. Uw applaus voor Dogs Are Brown.

Het is al even geleden dat onze laatste act op het podium stond.

Dit is zijn rentree. Uw applaus voor Timothy Spencer.

Tim? Ben je er klaar voor?

Jazeker.

Eén op de vijf kinderen heeft een psychische aandoening.

Dat zijn alleen al in de VS 14 miljoen kinderen.

Slechts 20 procent met een diagnose wordt behandeld.

'Er is geen grotere liefde dan de liefde van ouders voor hun kinderen.'

Ondertiteling: Subs Media

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.