Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranรฎ)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ondertitels: Trilker
Je laarzen zijn kletsnat.
Het is warmer geworden. Dat zie ik al een paar jaar.
Het wordt steeds eerder lente.
Zo is het nu eenmaal.
Ik heb al vier dagen niks gevangen.
Dit is niet voor het eerst dat je niks vangt.
Echt waar? Dat weet ik niet meer.
Morgenvroeg ga ik de vallen nakijken.
Dat heb je gisteren nog gedaan.
Is dat zo?
Je wordt langzamerhand oud en daarom vergeet je dat.
Deze zalf doet me echt goed.
Mijn moeder heeft me geleerd hoe ik die moet maken.
Je moeder was een beste vrouw.
Ik herinner me een van haar zusters nog.
Haar ogen waren kleurloos.
Haar familie vertrok als eerste naar de stad.
Moa heette ze.
Als kind dacht iedereen dat ze een jongen was.
Heeft Chena je nog nieuws van Moa verteld?
Dat kan ik me niet herinneren.
Wanneer Chena de volgende keer komt, vraag ik haar.
Hij komt vast en zeker. Chena is een beste knul.
Hij houdt van afwisseling.
Doe op mijn andere been ook wat zalf.
Mijn benen zijn net ๏ฟฝ๏ฟฝn familie.
Ze kunnen niet zonder elkaar.
De raven zijn er weer.
Dat hoeft niet iets slechts te betekenen.
Zijn ze hier ver vandaan? - Nee, niet erg ver.
Zit stil.
Ga je binnenkort nog weer eens naar de rotsen?
Dan wil ik met je mee.
Daar staan drie rotsen.
Die lijken op een vader, moeder en kind. Een klein gezin.
Ik zie die stenen figuren erg graag.
Ze zullen daar eeuwig en altijd blijven.
Ik heb vandaag rendiersporen gezien.
Vlakbij die rotsen.
Ik geloof dat ik ook het rendier heb gezien.
Het was ver weg.
Het stond naar me te kijken.
Als kind hadden we in onze kudde
een grappig rendier.
Ik had hem zelfs een naam gegeven.
Maar die weet ik niet meer.
Het stond de hele tijd naar me te kijken.
Het maakte niet uit wat die anderen deden.
Mijn vader dacht dat ik het eng vond.
Toen heeft hij het weggegeven.
Daarna heb ik veel gehuild.
Sindsdien heb ik nooit meer gehuild.
De rendieren komen nu al heel lang niet meer hier.
Het dier was alleen.
Ik heb het me echt niet ingebeeld.
Ik heb hem geroken. - Dan was het een mannetje.
Anders had je het niet geroken.
Weet je nog?
Aga vond je verhalen ook altijd erg mooi.
Zenga zag hem.
De stok.
Nee, geef maar.
Ik doe het wel.
Een...
Twee...
Drie.
Maandag, dinsdag, vrijdag.
Woensdag, donderdag...
en vrijdag.
Woensdag, donderdag, vrijdag.
Ben je lang onderweg geweest, Chena?
Nee. Net als anders.
Ik heb wat brandhout meegenomen en petroleum.
Voor de lamp.
Ik ben bij Aga geweest.
Ze heeft me iets gevraagd.
Of ik je dit van haar wilde geven.
Wanneer heb je haar gezien? - Pas geleden.
En hoe gaat het met haar?
Ze werkt in de diamantmijn.
Woont ze daar alleen?
Dat weet ik niet.
Ga je nog een keer bij haar op bezoek?
Ik weet het niet. Dat hangt niet van mij af.
Ik wilde je altijd al iets laten zien.
Het is een oude foto.
Hij is gemaakt toen Aga nog een kind was.
Ze droeg toen een heel mooie muts
maar dat zie je hier niet zo goed.
Kijk eens hoe gelukkig ze toen was.
Ik zal nog een keer zo'n muts voor haar maken.
Dat zal Aga vast fijn vinden.
Nanouk heeft haar vast intussen vergeven.
Hij wil Aga ook weerzien.
Dat weet ik wel zeker.
Als de muts klaar is
gaan Nanouk en ik Aga opzoeken en haar de muts geven.
Aga had dat niet moeten doen.
Kom op.
Vooruit
Vooruit. Opschieten.
Kom op. Vooruit.
Toen Aga en ik nog kinderen waren, vonden we je verhalen altijd erg mooi.
Lang geleden...
leefde in ons land een gerespecteerde jager.
Hij kende het land als zijn broekzak.
Maar op een dag bleven de dieren plotseling weg.
Net als vroeger ging hij elke dag op jacht maar telkens kwam hij zonder buit weer thuis.
Op een ochtend ging hij er net als anders op uit.
Toen zag hij voor zich een rendier.
Het dier sloeg op de vlucht en de jager ging er achteraan.
Het rendier bereikte de rotsen en verborg zich.
De jager sloop dichterbij, klaar om het te doden.
Toen begon het rendier plotseling helder op te lichten.
En met een mensenstem sprak het:
"Ik ben een betoverd rendier.
Spaar me en ik schenk je alle rijkdom van de wereld."
Het sloeg hard met de hoeven op de grond.
De aarde ging open en er verschenen goud en diamanten.
Daarop zei de jager tegen het rendier:
"Ik hoef geen edelstenen.
Ik ben immers een jager.
Ik heb genoeg aan dieren voor de jacht."
"Je wens zal in vervulling gaan", antwoordde het.
Opnieuw trapte het met de hoeven op de grond.
Daarop vielen uit de hemel sneeuwkristallen.
Die veranderden in dieren, zoals beren en elanden.
Elk kristal afzonderlijk.
En al die dieren zwierven rond.
Zo kwam het dat ons prachtige land...
zo'n grote rijkdom aan dieren bezit.
Ik heb tabak voor je.
Eet je wel eens in de stad?
Drink je nog?
Nee.
Heb ik in de stad recht laten zetten.
Ik heb handschoenen voor je gemaakt.
Bedankt - Kom je nog eens weer?
Is die diamantmijn hier ver vandaan?
Heel ver.
Stilhouden. Ja, goed.
Snijd hem hier door.
Waar dan? - Hier.
Hier naar beneden snijden.
Goed.
Er steekt een krachtige wind op.
Weet je nog dat we jaren geleden
zo'n enorme storm hadden?
Hij had bijna onze joert weggeblazen.
In die storm zijn we twee rendieren kwijtgeraakt.
Dat weet ik.
Dat waren goede tijden met onze rendieren.
Aga vond het leuk als ze uit haar hand aten.
Vlug, de huiden naar binnen.
Help me.
Breng de boel naar binnen. Alles moet naar binnen.
Opschieten. Snel.
Maak het vast en trek. Steviger.
Trekken. Schiet toch op.
Snel, maak een stevige knoop.
Straks breekt hij doormidden. Houd hem stevig vast.
Dat touw. Je moet het touw aantrekken.
Vlug, strak aantrekken.
Harder. Zo hard je kunt.
Ik heb gisteren gedroomd.
In die droom ben ik een klein meisje.
En ik zwerf over de uitgestrekte toendra.
En terwijl ik daar zo loop
zie ik een naakte zuigeling op het ijs spelen.
Het is een klein jongetje
met valkenveren in zijn hand.
Hij lacht en lijkt erg gelukkig.
Hij heeft het vast koud, denk ik. Hij heeft niks aan.
Dus neem ik hem mee.
Thuis spelen we lang met elkaar.
Dan word ik moe en val in slaap.
Als ik weer wakker word, zie ik
dat de jongen in een grote ijsbeer veranderd is.
Hij neemt me op zijn arm.
Zijn vacht bedekt mijn ogen en ik zie niks meer.
Hij draagt me heel ver weg van mijn thuis.
Hij brengt me naar zijn hol, maar ik zeg nee, ik ga niet mee naar binnen.
Dan verandert de ijsbeer plotseling
in een knappe jonge man.
En die neemt me bij de hand
en leidt me naar zijn thuis.
Als we er eindelijk zijn
blijkt zijn huis een diep gat in de grond.
We dalen heel diep af naar beneden.
Het is prachtig.
Alle sterren van de hemel zijn in het gat opgeslokt.
Aan de hemel straalt geen enkele ster meer.
Maar in de grot fonkelen ze met een prachtig licht.
De sterren fonkelen zozeer dat ik niks meer zie.
En ik begin alles te vergeten.
Alles. Ik vergeet wie ik ben
en waar ik nu ben en wie ik was.
Mijn herinneringen zijn verdwenen.
En toen werd ik weer wakker.
Chena is daar bij Aga op bezoek geweest.
Hij weet waar ze woont.
Wij twee moeten ook bij haar op bezoek.
Ik maak een muts voor haar.
Aga is toch nog altijd ons kind.
Ik vind dat we haar moeten vergeven.
Ze zeggen dat muziek door de lucht reist.
Net als de wind.
Wat wil die muziek ons vertellen?
Ze heeft vast en zeker iets te betekenen.
De muziek klinkt alsof...
de persoon die haar heeft bedacht, veel heeft geleden.
Daarom drukt ze op de ziel.
De mensen op deze wereld praten,
rusten uit...
Soms eten ze samen.
Maar de hoofdzaak is toch
dat de familie altijd bij elkaar blijft.
Ik had een paar jaar geleden een Canadese vrouw.
Ze was bijna twee meter.
Ze was hier om onze taal te leren.
En aan mij heeft ze een prima leraar gehad.
Maar op een bepaald moment moest ze weer gaan.
Terug naar huis.
Ik vraag me af of ze af en toe aan me denkt.
En de papieren voor het hout?
Heb je meer dan 20 ton? - Negentien.
Serieus? - Dat staat daar toch? Lees maar.
En wie is die man? Waar wil hij naar toe?
Een rendierherder. Ik heb hem meegenomen.
En waar wil hij naar toe?
Naar de mijn. Zijn dochter werkt daar.
Heb je een ijsboor bij je? - Ja.
De laatste jaren is het ijs dun.
Controleer elke 30 kilometer de sterkte en houd je radiozender aan.
Heb je genoeg brandstof? - Ja.
In orde.
Vooruit dan.
Ik heb ook al eens de duivel in mijn auto gehad.
Hier in de buurt.
Die vent had enorme handen en voeten.
Toen hij ingestapt was, werd het ineens heel koud.
Ik ben een christen. Ik geloof in God.
Als er geen God is, bestaat er ook geen duivel meer.
Als God alles heeft geschapen, dan heeft hij ook de duivel geschapen.
Dat zegt de priester tenminste.
En jij, geloof je in God?
Is hij dood?
Ik weet niet. Ik denk het wel. Ik heb het goed vastgebonden.
Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.
Rendieren zijn niet erg slim.
Wat heeft het op straat te zoeken?
Misschien dacht het dat het onzichtbaar is.
Vlak voor mijn vrouw stierf, had ze een droom.
Ze droomde over een ijsbeer
die haar van thuis ontvoerd had.
Onderweg veranderde die ijsbeer
heel plotseling in een jonge man.
Kom in mijn huis, zei hij, maar ze wilde niet en weigerde.
En hij antwoordde: "Ik heb je mijn hele leven gezocht."
Hij nam haar mee.
Zijn thuis bleek een diep gat in de grond.
Alle sterren van de hemel waren in dat gat gevallen
en lieten het stralen
En toen mijn vrouw in die grot afdaalde
raakte ze in een keer bewusteloos. Zo zeer verblindde het gefonkel haar.
Vanaf dat moment is ze de buitenwereld volledig vergeten.
Dat was haar laatste droom.
Jij moet die kant op.
Als je over de berg komt, kun je de diamantmijn al zien.
Ondertitels: Trilker
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.