All language subtitles for Roubaix.une.lumière.1080p.iTunes.WEB-DL.DD5.1.H264

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Alle misdaden, onbeduidend of tragisch, zijn waargebeurd.

Slachtoffers en daders hebben bestaan.

De handeling begint in het heden.

Hoofdinspecteur Daoud voor het hoofdbureau.

Daoud voor het hoofdbureau.

TN 109 voor hoofdinspecteur Daoud.

Brandend voertuig vlakbij Rue du Grand Chemin 100.

Stuur de brandweer en twee agenten als versterking.

Brandweer wordt gebeld en versterking onderweg.

Stuur over een uur ook een forensisch team om het wrak te onderzoeken.

Begrepen. -Nog nieuws op het bureau?

Nee, de gebruikelijke zaken. Nog een vrolijk kerstfeest.

Ja, jij ook. Ik kom eraan. Over.

Daar is het.

Hoeveel zijn het er? -Zijn ze gewapend?

Mes.

Laat dat mes vallen.

Rustig. Ga daar staan.

Dit is mijn huis. Achteruit.

Trek dat mes eruit. -Hou je bek.

Ga in de hoek staan.

Rustig, kom mee. -Hij is het, niet ik. Zij zijn het.

Kan een nuchter iemand uitleg geven? -Vincent zat aan me...

m'n broer nam het voor me op en Vincent trok een mes.

Blijf van mijn broer af. Blijf van hem af, eikel.

Doe open. Doe open.

Alstublieft, doe open.

Wacht, meneer.

Ze hebben mijn gezicht geschroeid.

Ze wilden mijn auto stelen.

Ik heb brandwonden.

Waren het er twee? -Nee, vier.

Vier? -Ja, vier.

O, vier. -Inderdaad.

Noord-Afrikanen?

Nou... Ja.

Wat hadden ze aan?

Van die djerba-dingen. -Djellaba's?

Inderdaad, djellaba's. -Welke kleur?

Wit.

En eentje droeg een tulband.

Een tulband? -Ja, een tulband.

Dus...

Nadat ze mijn gezicht hadden geschroeid, startte ik de auto en die sloeg af.

Waarmee hebben ze u geschroeid? -Dat zei ik toch?

Met een brander.

Een soort brander, geen vlammenwerper uit de oorlog.

Nee, gewoon een kleine brander.

Hij hield 'm er goed bij met zijn hand. -Met welke hand?

Met welke hand?

Rechts, links. Ik weet het niet meer. -Rechts of links?

Ik weet het niet meer. Of toch wel. Met zijn linkerhand.

Ja, want zijn rechterhand lag...

op het portier.

Hij had een zegelring. Een grote zegelring.

Een gouden zegelring?

Goud of zilver, dat weet ik niet meer. -Echt niet?

Goed, die mannen... -Ja.

Wat zeiden ze? -Niets.

Ze vroegen me om mijn auto en ik zei nee.

En toen bent u gevlucht? -Via het andere portier.

En die mannen kwamen u niet achterna? -Goed, luister...

Ik zal het uitleggen. Ik was in paniek. Ik had een stofdoek...

en ik doofde het, want het knetterde, en toen ben ik gevlucht.

Ze schreeuwden alleen: 'Allah Akbar'.

Zo? -Ja.

'Allah Akbar', zo.

Ja.

Mr. Dos Santos, goed dat u aangifte doet, maar we beginnen weer bij het begin.

Ben je gewond? -Nee, het is niets.

Ben je onderzocht? -Nee, niet nodig. Het is niets.

Niets? -Nee, dat zei ik toch.

En de neus?

Ja, nou hij was meer platgeslagen.

Bijna, zoals een boksersneus.

Zo ja. -En de baard?

Die was puntig, ik bedoel...

helemaal in een punt, zo. -De hele baard?

Dat lijkt er meer op. -En zijn haar, Mr. Dos Santos?

Hij droeg een tulband. Dat kon ik niet zien.

Had hij een litteken, een schoonheidsvlek?

Als er een brander op je gericht is, heb je geen tijd om op details te letten.

Hoe laat was u er, Mr. Daoud? -Ik heb niet geslapen.

Dank u, de pijn is over.

Is hij het slachtoffer? -Misschien.

Heeft u een dokter gebeld? -Natuurlijk.

Je gaat met de nieuwe samenwerken. -Ok�.

Politie Roubaix. Goedenavond.

Goedenavond, meneer. Rustig. Bent u aangevallen?

Zijn de aanvallers er nog?

Louis? Een gewapende overval. Komt u?

Een hold-up? -Ja, bij de drie bruggen.

Pak uw wapen, een vest en een taser. -Ik kom eraan.

TN-109, melden jullie het als jullie er zijn?

Begrepen. Hier.

Zeg maar je. -Ok�.

Waarom moest ik die taser meenemen? -Dat is veiliger bij de drie bruggen.

Hoe is het daar? -De drie bruggen...

Het is er druk.

Wanneer is het gebeurd?

Vijf of tien minuten geleden.

Waren het Europeanen?

Als u het mij vraagt, een Europeaan en een Algerijn.

Wat hadden ze aan? -E�n een trainingspak...

met basketbalschoenen van Adidas...

En hij richtte een pistool op u? -Ja, een automatisch.

Een automatisch pistool.

Een Beretta 92. -De derde keer in twee maanden tijd.

En die gast erachter had een luchtdrukgeweer.

Was u bang? -Nee.

Niemand maakt mij bang. Ik was ooit herder. -Herder?

Ja, en nu ben ik bakker.

Kijk, brood.

Ziet u hier juwelen? Ze overvallen me voor 20 euro.

Vorig jaar ben ik vijf keer overvallen. De ruzies, de vechtpartijen...

Toen hij u overviel met de brander. Uw linkerhand...

waar was die toen? -Nou...

Op mijn portier, denk ik. -Dat is belangrijk.

Heeft u dat? 'Toen hij de brander op mij richtte, was mijn linkerhand zichtbaar...

op mijn portier.' Ja? -Ja.

En hij hield die brander met twee handen vast. Zo.

Met twee handen? -Ja, volgens mij wel.

Dat is vreemd, want...

toen u aangifte deed...

zei u dat de man de vlammenwerper...

in zijn linkerhand had. -Heb ik dat gezegd?

Kijk maar.

Heeft u zich slecht verwoord of...? -Eerlijk gezegd, ik weet het niet meer.

Ik ben al de hele nacht hier. Ik ben moe. Ik moet slapen.

Nee, we laten het forensisch team niet voor niets uw auto onderzoeken.

We moeten het tot op de bodem uitzoeken. -Dit is vast een droom.

Een nachtmerrie.

Ik zal eerlijk zijn.

Ik denk dat u een goed mens bent. -Ja.

U bent plichtsgetrouw. -Ja.

Soms komen mensen hier voor de verzekering. -Echt waar?

Die zitten nu vast.

Wat staat er in het Wetboek van Strafrecht over aangiftes?

Het moet staan bij bedrog. -Alstublieft.

Bedrog.

Hoe denkt u daarover?

Wat ik denk? Ik heb gewoon aangifte gedaan.

Als het hier gaat om een valse aangifte...

een opzettelijke vernieling en een poging tot bedrog, gaat u naar de gevangenis.

Voor tien jaar.

Maar als u te veel op had en zich heeft gebrand toen u uw auto in de fik stak...

komt u eraf met een bekeuring.

Ik woon nu in een grimmige, gewelddadige stad en het voelt als thuis.

Ik zou nuttig willen zijn. Ik sta op om 5 uur.

Ik doe oefeningen tot 6 uur, douche, 7 uur begint mijn dienst...

om 17u30 schiettraining.

Daarna dwaal ik door de straten. Ik begin m'n weg te vinden.

Een kanaal doorkruist Roubaix Noord. Het gemeentehuis is monsterlijk groot.

Veel voorname herenhuizen zijn verlaten. Hier is alles failliet.

75% van de stad is een probleemwijk.

45% van de bevolking leeft in armoede.

Roubaix is de armste Franse gemeente.

Alles goed, Mw. Gilouli? -Prima. Dank u, Mr. Daoud. Een fijne avond.

Het is vochtig en warm, ook al is het winter.

Alsof een moeras de stad zal opslokken.

Waarom gaan mensen hier wonen?

Polen, Italianen...

Portugezen...

Algerijnen...

Duizend jaar geleden was het een welvarende industri�le stad.

Een vergeten verleden.

Trots, schaamte...

Al wat rest is ellende. De herinnering ooit te hebben meegeteld, maar nu niet meer.

Nee, niet binnenkomen.

Hier, dit is voor jou.

Een gewapende overval in Rue de Lannoy, een poging tot hier vlakbij...

en een drugsinval. De Kayser is voor jou.

Bedankt, chef.

Dan een doodsbedreiging van een welzijnswerker, afpersing...

een inbraak en een autodiefstal.

Anders, voor jou. -Bedankt, chef.

Inspecteur Cautrel, brandstichting in Rue des Vignes. FO is gewaarschuwd.

U gaat met Aubin. Als er iets is, vraag het Watteau.

Dat is alles. Bedankt.

Louis, kan ik je even spreken? Heb jij gepatrouilleerd vannacht?

De gewapende overval van de bakkerij en de steekpartij.

Geen patrouilles meer 's nachts buiten je diensten.

Ik heb inspecteurs nodig voor onderzoek.

Duidelijk. -Ok�? Dat was alles.

Aan het werk. -Bedankt.

H� Cautrel, op het matje geroepen? -Wat?

Hij patrouilleert 's nachts. -Je wordt hier wel verlinkt.

Heb je iemand? -Iemand?

Een vrouw, iemand die het geld opstrijkt. -Momenteel niet.

Zoek een vrouw, ander hou je 't niet vol. -Zegt Daoud dat?

Nee, zoiets zegt hij niet. -Nee, want Daoud praat eigenlijk nooit.

Moesten jullie daarom lachen? -Je gehoorzaamt, dat is goed.

Volgens mij is het hier.

Hallo. -Goedendag.

26 december, 9u40. Rue des Vigne. Deur geforceerd, waarschijnlijk ingetrapt.

Hier.

Een brandhaard in de kamer achter de deur.

Tweede brandhaard bij de trap. Het gaat waarschijnlijk om brandstichting.

Dag, mevrouw. Politie Roubaix.

We zijn hier vanwege de brand hiernaast.

Heeft u iets gezien?

Ik heb uw collega verteld dat ik sliep en muziek luisterde.

Ik had ook wat op, dus ik weet van niets. Ik hoorde alleen de explosie en het geblaf.

Ik keek uit het raam en zag de explosies. -Woont u hier alleen?

Met een vriendin. Marie.

Marie, kom even.

Enig idee wat er zou kunnen zijn gebeurd?

Tja, de elektriciteitsdraden vatten vlam. -Hallo.

Ja.

Politie Roubaix.

Nooit problemen gehad met dat huis? Geen vechtpartijen? Is het bewoond?

Nee. Het werd gerenoveerd, althans dat zei de eigenaresse.

Er waren wel scheldpartijen over kleine dingen, hondenpoep en zo.

Jullie hond? -Ja, maar we gingen niet op de vuist.

Geen gedoe met dealende kinderen? -Kinderen die problemen zoeken zijn er zat.

Kijk, daar.

Ziet u dat raam? Het luik is geforceerd.

Wat komen ze hier doen? Kennen jullie ze?

Zijn het altijd dezelfden? Herkent u ze? -Ik heb een kind van zes.

Dus al zou dat zo zijn, zou ik niets zeggen.

Het hoeft niet officieel. Het komt niet in het rapport.

Als uw naam niet wordt vermeld en u tekent niets, wordt u niet lastiggevallen.

Mensen zijn niet achterlijk. Ze zullen zeggen dat ik het was. Ik woon hier.

Ik moet mijn kind beschermen. -Het kan iedereen uit de buurt zijn.

Echt, al zou ik ze herkennen, ik zeg niets.

Wilt u meekomen naar het bureau? -Waarom?

Om te praten.

Nee. -De volgende.

Ja.

Ja, hij.

Hij? Zeker weten? -Absoluut.

Niet zijn haar, maar zijn ogen vallen op. Die herken ik.

Nog meer?

Dat is je neef. -Ja, Guillaume.

Hij had je telefoon gejat.

Was hij ook in de buurt van de brand? -Nee, mijn neef niet.

Hij, geloof ik wel.

Hij? -Ja.

Laat die twee zien. -Ja, ik herken ze.

Ik heb ze niet zien fikkie stoken, maar ze hingen er wel rond.

Uit angst had ik de gordijnen dichtgedaan. We hebben niet gezien wie de brand stichtte.

Bedankt.

Dag. Weet u waar de Kovlaki's zijn? -Is er iemand thuis?

De Kovlaki's zijn vertrokken.

Wanneer? -Gisternacht.

Heb ik u wakker gemaakt? -Eh, nee. Ik sliep.

Politie Roubaix.

Ik ben geen agent. -Ik ben inspecteur.

Ik zoek de Kovlaki's. -Wie?

De familie Kovlaki. Uw buren. -O ja, die zijn gisteren vertrokken.

Waarheen? -Ze gingen geloof ik...

achter Rue du Coll�ge.

Wanneer is ze verdwenen? -17 november.

Meisje vermist

Rond welke tijd is ze verdwenen?

Vrijdagmiddag.

Toen ik thuiskwam. Meestal wanneer ik thuiskom van werk...

is ze thuis.

Ze zet koffie, we praten wat en hebben een fijne middag.

Maar toen was ze niet thuis.

Eerst maakte ik me geen zorgen. Ze duikt wel weer op, dacht ik.

Maar later die avond was ze er nog steeds niet. Toen begon ik ongerust te worden.

De volgende ochtend was ze er nog niet.

Hoe oud is uw dochter? -17.

Heeft ze geen telefoon? -O nee.

Is dit de eerste keer? -Nee, ze is eerder weggelopen.

Hoe vaak? -Minstens 8 keer.

Nee, 10 keer. -8 of 9 keer. Maar nog nooit zo lang.

Ze kwam altijd na 2 of 3 dagen terug. -Hoe lang heeft u niets gehoord?

Vijf weken. Ze is verdwenen.

U maakt zich zorgen. -Natuurlijk zijn we ongerust.

Ze is nu al vijf weken verdwenen. -U heeft geen ruzie gehad?

Heeft ze een brief achtergelaten? -Nee, geen brief, geen ruzie.

Kent u haar vrienden, kennissen? -Die heeft ze niet.

Jawel, Fatia Belkacem. -Ziet u wel. Wie is Fatia?

Een vriendin. Ze woont in Le Pile.

Mooie dochter heeft u. -Ja.

Ik zal proberen haar te vinden en kijken of het goed gaat.

Ik zeg wel alvast dat ze bijna meerderjarig is en dan kan ze wonen waar ze wil.

Ja, ja.

Sophie... Waarom heeft ze een andere achternaam?

Hoe bedoelt u? -Uw dochter.

Hoe luidt haar achternaam? -Duhamel.

Duhamel, hoezo?

Dat is haar moeders naam. Ze heeft haar moeders naam gehouden.

U heeft haar niet meteen erkend? -Nu is ze wel erkend.

U heeft haar na haar geboorte erkend? -Ja.

Goedenavond. Mag ik een gin-tonic? -Heel goed.

Sorry, ik zag dit hotel en wilde iets drinken. Ik ben hier nog onbekend.

Ik ga wel. Ik wil u niet tot last zijn. -Ga zitten.

We maken een uitzondering.

Doet u mee aan paardenrennen? -Ik hou van paarden.

Wint u veel? -Ik gok nooit met geld.

Mag ik het zien?

Interesse?

Ik zou me erin moeten verdiepen...

maar als u tegen verliezen kunt, kan ik u uiteindelijk helpen winnen.

U bent goed in rekenen? -Het zijn cijfers.

Zonder cijfers geen regels. Ze houden de wereld draaiende.

Ik spreek niet uit ervaring, maar als je een paard hebt...

en je ziet hem racen, dat moet toch mooi zijn?

Alstublieft.

Ok�, als kind noemden we ze 'doodskistnagels.'

Hier in Roubaix?

Al verdachten voor de brandstichting? -Er zit schot in.

Ik heb twee namen. Ik weet het niet.

Weet u altijd of een verdachte schuldig is of niet?

Altijd.

Hoe weet u dat? -Weet ik niet.

Ik probeer te denken zoals zij.

Bent u hier diender geweest? -Ja.

En daarna? -Twee jaar in Saint-Cyr-au-Mont-d'Or.

Wacht er thuis iemand op u? -Nee.

Nou ja, iedereen heeft familie.

Ze zijn vast trots op u. -Waarom?

Omdat u hoofdinspecteur bent. Dat is mooi.

Iedereen is teruggegaan naar Algerije.

De hele familie? -Allemaal.

O. Waarom?

Dat is de verkeerde vraag. De vraag is waarom ik ben gebleven.

Waar zou ik heen moeten? Hier ligt mijn jeugd.

Daar ligt Belgi�.

Met de bordelen.

Die kant op is Tourcoing en daarachter zie je Lille liggen.

En achter die schoorstenen is Epeule.

En als je goed kijkt...

zie je de school waar ik Frans heb geleerd toen ik hier op mijn zevende kwam.

Tegenwoordig is het een gewelddadige, vieze wijk met veel drugs.

En tegenover het park staat mijn middelbare school.

Dag, Mr. Kovlaki. Politie Roubaix. -Komt u verder.

Gaat u eerst.

Dag, mevrouw. -Dag.

Bent u verhuisd? -Ja, is er iets mis dan?

We hebben u overal gezocht. -Ik woon nu bij mijn broer.

We moeten even praten. -Zullen we naar een andere kamer gaan?

We gaan naar het bureau. -Waarom dat?

Dat is praktischer. Trek een broek aan.

Met al die kinderen is het g�nant.

Misschien sta je erbuiten, maar er staat veel op het spel.

Denk aan je kinderen, dus wees eerlijk.

Draai er niet omheen. -Goed.

Gisteren was er brand in Rue des Vignes en jij was erbij betrokken.

Wat is dit voor onzin? -Onzin? Getuigen hebben je daar gezien.

In plaats van stom te ontkennen, denk goed na.

Misschien heeft u het gedaan. Ik heb wel wat beters te doen.

Je medeplichtige is ook ge�dentificeerd.

Dag, mevrouw. -Wat is er?

Hoofdinspecteur Daoud. Is uw dochter thuis?

Je kent een vermist meisje. -Sophie.

Sophie Duhamel. Jullie zijn samen gezien. Wat denk jij ervan?

Ik heb haar vader beloofd te helpen, maar ik heb niks gehoord.

Waar heb je haar gezien? -Bij haar oom Alaouane.

Is Alaouane Hami haar oom? -Ja.

Wist je dat ik hem kende? -Weet ik veel. Ik ben geen agent.

Gaat ze naar haar oom? -Soms.

Slaapt ze daar? -Nee.

Waar dan? -In Belgi� soms, maar ik weet niks.

Vervelend. Hoe kan ik haar dan vinden? -Geen idee.

Is ze heel gelovig? -Nee.

Hoe weet je dat? -Ze slaapt soms in Belgi�, niet in Syri�.

Waarom begin je over Syri�? -Grapje. Wind u niet op.

Hou die grappen maar voor je. Heeft ze een vriendje?

Nee, Sophie leeft bij de dag. -Heeft ze dan meerdere vriendjes?

Ze is geen hoer. -Ben je een hoer als je een vriendje hebt?

Weet je waar ik bang voor ben?

Dat ze tippelt in Lille. -Dat weet ik.

Wat weet je? Waarom moet ik alles uit je trekken?

Ik weet alles. -Wat verzwijg ik dan?

Of ze tippelt. -Dat zegt u, niet ik.

Je zegt dat je het weet. -Ja, ik ben niet achterlijk.

Maar zou ze ertoe in staat zijn? -Nee, want dan is het einde vriendschap.

Hier hebben we een brandhaard, hier nog een en hier een derde.

Ja, en? -Dit is geen ongeluk.

En een brand kan nooit zo een deur openbreken.

Er zijn feiten... -Ja, maar ik heb er niks mee te maken

Ik heb tot laat gewerkt. -Sinds wanneer werk jij?

Wat doe je dan? -Ik werk tijdelijk in een lakstraat.

Ben je gekwalificeerd? -Nee, ik moet alleen opletten.

Maar op 25 december werkte je? -Ik geloof er niks van.

Ja, toen werkte ik. Van 12 tot 21u00.

Ik was rond tienen thuis. -En het hele bedrijf werkte?

Bijna iedereen.

Dag. Politie Roubaix. Waar is Farid?

Geen idee. Hij is vanochtend vertrokken. -Het is dringend.

Misschien zit de verkeerde vast, dus geen spelletjes.

Waar is hij? -Op school?

Hij is vanochtend niet uit bed gekomen. Hij slaapt nog.

Daar gaan we. -Ik ga hem niet wakker maken.

Moet dat, m'n moeder zo laten schrikken? -Kun je moeilijk je bed uitkomen?

Met een quad op de openbare weg, diefstal, bezit, diefstal...

slopen van een parkeermeter, dealen, wapenbezit, rijden zonder rijbewijs...

Nieuw hier? -Ik kende je nog niet.

Ik ben hier de ster, maar geeft niet.

En nu een zwaar vergrijp. -Hoezo?

Iets nieuws. -Wat wil je mij in de schoenen schuiven?

Brandstichting is een misdaad. -Wat?

Was je niet in Rue des Vignes? -Wat klets je?

Was je daar niet? -Ik heb geen brand gesticht.

Dus je weet ervan? -Zoiets doe ik toch niet aan de overkant?

Hij is gek. -Dus je was er niet.

Ik was in het centrum aan het chillen.

Ik hoorde dat er brand was in mijn straat en dacht aan mijn familie. Ik rende erheen.

Ik kom daar. Geruchten. 'Marco en Mohammed zitten erachter.'

Die twee junks zelf zeggen ook dat ze het hebben gedaan. Dus hoe kan dat?

Ik heb ze in elkaar getrapt. Vraag maar na, het is de waarheid.

Marco en Mohammed hoe?

We hebben niet de hele dag de tijd, Marco. We weten dat jij achter de brand zit.

Je schept erover op.

Ik schep nergens over op en heb er niets mee te maken. Ik heb niets gedaan.

Hou op met klikken, neem je verantwoordelijkheid.

Ga jij mij de les lezen, grapjas? -Natuurlijk.

Ik ben hier al sinds vanochtend. Ik kan hem voor zijn bek slaan, die zwerver.

Ik moest die dag voorkomen in Lille wegens diefstal. Dat kunt u checken.

Dat zullen we doen.

Mr. Alaouane Hami? -Goedenavond.

Ik ben hoofdinspecteur Daoud. U kent mijn broer, Sa�d.

O, Sa�d Daoud. Die ken ik ja.

Ik ben zijn jongere broer, Yacoub. -Dat zie ik.

Sa�d was toch teruggekeerd met de hele familie?

Ik wil u iets vragen over uw nichtje. Ze is bij haar ouders weggelopen.

Dat weet ik. -Ze is naar u gegaan.

Dat klopt. -Doet ze dat vaak?

Ze heeft het eerder gedaan.

Uw broer is niet makkelijk.

Zo is hij nu eenmaal. Hij is zoals hij is, mijn broer.

Heeft ze hier geslapen?

Ze was twee nachten bij mij, toen belde een jongen en ging ze met hem mee.

Hij heette Eric. -Eric.

Dat was 3 weken geleden. Daarna heb ik haar niet meer gezien.

Hoe ziet Eric eruit? -Hij is lang, blond...

en heeft kort haar met opgeschoren zijkanten.

Is het een type dat stomme dingen doet? Een verslaafde?

Ze zei dat hij in Belgi� werkte.

Ik weet niet wat ik moet doen. Er is iets mis in mijn hoofd. Ik kan niet slapen.

Is het mijn schuld? -Nee.

Het heeft niks met jou te maken. Ze zou toch wel zijn weggegaan.

Ik had haar kunnen vastbinden, maar dat gaat niet.

Dan had haar vader haar opgehaald...

was ze weer weggelopen en was jij haar vertrouwen kwijt.

Ik heb een foto van haar. -Die wil ik wel zien.

Die heb ik genomen toen ze de laatste keer bij mij was.

Mag ik die houden?

Waarom liegen ze allemaal? Wie zegt de waarheid?

Als het Marco en Mohammed niet zijn, waarom zou Farid dat dan zeggen?

We hebben een Arabier en een Fransman en die had de buurvrouw gezien.

Die hebben we allebei, dus wat is je probleem?

Je bent toch tevreden?

Goedenavond. -Goedenavond, Mr. Daoud.

Het is wel geen bezoekuur, maar... -Geeft niet. Komt u voor uw neef?

We roepen hem, maar kunnen hem niet dwingen.

Uw neef wil u niet zien.

Gaat het wel goed met hem? -Ja.

De gebruikelijke ruzies, maar het gaat goed.

Doet hij inkopen in de kantine? -Ja, dat gaat goed.

Heeft hij zijn rechter gezien? -Ja.

Hij moet hier blijven en krijgt geen strafvermindering.

Hij is zo boos. -Zeg dat wel.

Ik kom wel weer terug, misschien verandert hij van gedachten.

Vader...

ik heb mijn eerste opdracht gekregen en ik blijf blunders maken.

Ik moet denken aan toen ik 13 was. Ik was...

in retraite voor mijn communie in Grenoble.

Ik was de hele nacht alleen op de stenen kerkvloer...

in tranen.

Ik smeekte God me niet op te roepen. Het joeg me angst aan.

Nu bid ik tot hem om me geloof te geven.

Ik droom over genade.

Ik zie mijn verdachten: Farid...

Kovlaki, Marco, onrustig aan mijn bureau. Allemaal verloren en schuldig tegelijk.

Vooral mededogen is de kern van liefde.

Claude, hallo.

Bedankt voor het komen.

Ga je mee? -Ja.

Jij mag ook meekomen.

Gaat het?

We beginnen. Kijk goed van links naar rechts.

Als je iemand herkent, zeg je dat, Claude. -Geen namen. Straks herkennen ze me.

Ze kunnen u niet zien en ook niet horen. Echt niet.

Maar het is glas. -Ze horen niets.

Je weet het niet. Zeg dat dan. -Zeg gewoon het nummer. Zeg: 'de eerste'...

of 'de tweede' en dan kun je gaan.

Met de foto's had ik al nummer 1 gezegd. -Maar dat is onmogelijk, Claude.

Hoezo? -Hij werkte die avond.

Zijn collega's bevestigen dat. Kijk goed naar de gezichten.

Misschien heeft hij een broer. -Heeft u het wel goed gezien?

We hadden gedronken. Het was 's nachts, we waren bang.

Hadden jullie veel gedronken?

Volgens sommigen hebben jullie het gedaan. -Laat me niet lachen.

Ik weet niet. Misschien... -Nee.

Waarom zouden we?

Geen idee. -Ik had mijn zoon die dag. Vraag maar na.

Ja. -Vraag het aan Jeugdzorg.

Voor de brand zijn er vier verdachten. -Ze hebben allemaal een alibi.

Wat voor? -Goede of vage dat hangt ervan af.

De vrouwen zijn bang en willen niet getuigen.

We hebben niks. -Wie werkte er niet mee aan de opstelling?

Farid Moktar. -Ik ken Farid. We gaan naar zijn moeder.

Ik kom eraan.

De hoofdinspecteur wil Farid spreken. -Hij is weg. Hij heeft me bedreigd.

Is hij weg? Dag, mevrouw. -Hoofdinspecteur.

Wat is er gebeurd? -Hij heeft me uitgescholden.

Hij wilde me slaan. -Waarom?

Hij maakte me uit voor vuile hoer en dreigde me een kopje kleiner te maken.

En als ik niet ophield, zou hij me slaan.

Ik heb een mes gepakt en hem eruit gegooid, anders had ik hem gestoken.

Heeft u geslagen? -Tuurlijk niet. Hij werd bang.

Waar is hij nu? -Geen idee.

Ik wil hem niet meer zien. Het kan me niks schelen.

Heeft hij u geslagen? -Ik heb kinderen. Ik moet me verdedigen.

Help ons hem te zoeken. -Hij zit verderop in de straat te klooien.

Rechtdoor de brug onderdoor.

Smerissen. Hoepel op.

Farid, kom mee.

Ok�. Het is goed.

Vooruit, je handen. -Waarom ren je weg, Farid?

Is dat verboden? -Je moet gewoon blijven staan.

Je gaat een nachtje mee.

Goed, ik loop wel terug.

Je verdwijnt, blowt op straat, komt niet naar de opstelling, rent voor ons weg...

maakt ruzie met je moeder, beschuldigt Marco en Mohammed, maar Marco was in Lille.

Ze liegen. -Luister, Marco was bij de rechter.

En dat klopt. En Mohammed zegt dat hij aan het werk was.

Het is 90% zeker. -Ik wil 100%.

Waarom beschuldig je hen vals? -De hele wijk zegt dat zij erachter zitten.

Zijzelf ook.

Je beschuldigt hen om zelf vrijuit te gaan. Ik heb geen bewijzen, maar ik heb je gezien.

Je hebt niks gezien. -Ik zie het aan je. Ik zie je.

Kijk me aan. Ik blijf hier vijf jaar en ik zal zorgen dat je in de bak komt.

Hallo. Alles goed? -Ja, met jou ook?

Is ze hier? -Ja, met Eric.

Goedenavond.

Hallo.

Wie is dat? -Geen idee.

Heb je een auto? -Ja. Hoezo?

Wacht in de auto, dan praat ik met haar. -Ze praat niet zonder mij.

Heb jij de politie gebeld? Ik vertrouwde je, maar jij verraadt me, lafbek.

Je bent bang voor mijn pa, voor de politie. -Stilte.

Ze zegt wat ze wil. Kom, we gaan. -Luister, ik ben hier niet voor de lol.

Ze is minderjarig en weggelopen. -Wat?

Ik leid het onderzoek. -Heeft mijn vader zitten janken?

Je vader is niet komen opdagen. -Wat?

De aangifte loopt nog, dus je bent weggelopen.

Jongeman, wacht buiten, anders kom je in de problemen.

En wat jou betreft, of je werkt mee of ik laat een politiebusje komen.

Ga maar. -Goed.

Ik wacht buiten op je.

Ik heet niet meer Sophie Duhamel. -Is dat zo?

Hoe heet je dan nu? -Sophie Hami.

Sophie Hami. -Helemaal goed.

Niet meer boos op je vader? Waarom ben je weggelopen?

Om persoonlijke redenen. -Meer wil je niet kwijt?

Nee, als ik mezelf van binnen pijn doe, is dat mijn zaak.

Maar wil je niet dat we je helpen? -Alles gaat goed.

Ben je dikker geworden? -Ja.

Ik bedoel je ziet er goed uit. Vroeger was je te dun.

Heb je nog last van eczeem? Laat je nek zien.

De vlekken zijn verdwenen.

Mag ik een foto maken? -Mij best.

Het boeit je niet.

Ga je voor me poseren? -Nee.

Ik laat de foto aan je ouders zien. Ok�? -Kan me niet schelen.

Jou boeit niks, h�?

Ik ken Alaouane. Heeft hij dat gezegd?

Hij ging altijd uit met mijn broer, h�? -Klopt.

Wat zit je te lachen? -Het is grappig.

Ik was nog klein, tien jaar. Je oom was een prins.

Weet je nog dat je de disco niet inkwam? -Dat weet ik nog, ja.

We reden 100 km naar Oostende en bij de deur werden we geweigerd.

Daar stonden we dan, als honden.

Op het raam stond: verboden voor honden en Arabieren. Ja, toch?

Klopt. Dat is helaas waar.

We zaten wat te dollen en probeerden het ergens anders...

in Blankenberge, Knokke... Zie je je oom?

Hij heeft een verleden. Hij heeft geknokt.

En jij scheldt hem uit.

Ik weet dat hij heeft geknokt. Ik doe niet altijd zo. Ik ben gewoon boos.

Kijk naar hem als een prins en sla je ogen neer.

Je weet dat ik te veel van je hou. -Wat?

Ik zei dat ik te veel van je hou. -Dat weet ik en ik hou ook van jou.

Hoe oud is hij? -Hij is 2 geworden in de lente.

Hij is gezond, niet te onrustig.

Een makkelijk paard, nooit spierontstekingen.

Hoe heet hij? -Balios. Hij heeft al races gewonnen.

Een veelbelovend paard. -Dat kunnen we wel zeggen.

Kom kijken hoe hij racet. -Moet hij geen deken? Straks vat hij kou.

Dan beslist u daarna.

Ik kom kijken.

Daoud. -Dag. Watteau.

We hebben een verkrachting. Een meisje in de metro.

Die gast uit Lille? -Daar lijkt het wel op.

Het slachtoffer is net hier.

Goed, zet Benoit erop, maar ik wil haar eerst zien.

Goed. -Ik kom eraan.

Bel Lille en Tourcoing. Spreek af bij de rechter, na haar verklaring.

Is er een dokter geweest? -Natuurlijk.

Hallo.

Ik heet Yacoub Daoud en jij?

Ze heet Agathe Ponchel.

Wie bent u? -De verpleegkundige van haar school.

Ok�.

Agathe, zullen we je ouders bellen? -Nee, ik wil niet dat ze het weten.

Ga je dan naar Benoit? -Ik ken hem niet.

Hij is de beste agent voor verkrachtingen. Er zijn meer meisjes slachtoffer geworden.

Het is altijd moeilijk.

En als het gebeurt, vind Benoit altijd de dader.

En ik zal hem straffen. Kijk me aan.

Je was bang. -Ja, ik was bang.

We pakken hem op.

Hij zal niemand meer aanvallen.

Benoit, Daoud wil jou op de zaak.

Ze is 13. -Zijn er geen agentes voor minderjarigen?

Corinne helpt, maar Daoud wil een inspecteur.

Vraag de camerabeelden op. -Gedaan.

Kun je het aan hem geven?

Mag ik het lenen?

Kun jij dat regelen? -Goed.

Simon, kun jij haar telefoon onderzoeken?

Liegt ze? -Ik denk het niet.

Het is goed, Agathe. Zullen we verdergaan?

Kan dat?

Je stapt uit de lift, loopt naar het perron richting Tourcoing. Zie je hem daar?

Hoe zag hij eruit? Zou je hem herkennen?

Het is belangrijk. -Was hij jong of oud?

Zwart of blank?

Waren er geen andere mensen?

Vertel me wat meer. Dat moet ik weten.

Wanneer zag je hem?

Stond je onder aan de trap? -Hier pakte hij me bij mijn haar.

Viel hij je hier aan? Of daar? -Nee, hoger.

Op welke trede tilde hij je op?

Hier.

Hij liet z'n broek zakken.

Genoeg. Goed zo. Kun jij haar meenemen?

Dat is buiten beeld. We hebben niks. -Hij kent de plek goed.

Dezelfde MO. -Bij alle vijf?

Ja, met kleine variaties. Hij heeft nooit een telefoon en is dus niet te traceren.

Hij is altijd buiten beeld.

Alleen een silhouet van de camera bij de uitgang. Altijd hetzelfde liedje.

En altijd een witte sjaal. -Wat moest ze doen?

Fellatio. -Had hij een accent?

Hij sprak slecht Frans. -Een bivakmuts?

Nee.

Dus we zoeken een Noord-Afrikaan tussen de 18 en de 25. Tussen de 1m70 en 1m80.

Een blauw jack met lichte rits. Arabisch accent of uit de voorstad.

Ik heb alles verkloot.

Ik heb vier losers die elkaar beschuldigen. Ik moest Kovlaki m'n excuses aanbieden.

Ik heb niets tegen Farid.

Hebben de getuigen gebeld? Dat mooie meisje? -Die waren dronken.

Ze zijn te bang. Klappen dicht. -Louis.

Je moet de zaak niet oplossen, maar orde handhaven. Je bent diender.

Dus handhaaf de orde.

Anders nog iets, Mr. Daoud? -Nee, bedankt. Ik ga.

Kan ik uw glas meenemen? -Ja.

De laatste dagen ben ik doodmoe.

Mijn leven wordt kleiner.

Ik heb op honderden deuren geklopt. Vaak doet een vrouw open die verkracht is...

geslagen of triomfantelijk.

Volgens mij bezorgt het hotel mijn post niet. Stuur uw brieven naar het bureau.

Alles stort ineen. Ik heb uw hulp nodig.

Het gaat goed met haar. Geen eczeem meer. -Dat stelt ons gerust.

Ze is hier niet op haar gemak, vandaar het eczeem.

Komt ze terug? -Ze wil haar naam wijzigen als ze 18 is.

Ze wil geen Duhamel meer heten. Ze wil voortaan Soufia Hami heten.

O ja? Waarom?

Ze voelt zich Noord-Afrikaans. Wist u dat niet?

Het verbaast me, maar goed. -U boft maar, Mr. Hami.

Wilt u haar foto zien? Kijk.

Deze heb ik genomen.

Mooi meisje, h�? -Ik weet niet.

Wilt u geen ja zeggen? Wist u dat ze nu lang haar heeft?

Ze wilde zelf kort haar. -Sorry, maar waar heeft ze geslapen?

Overal en in de opvang bij Grand Rue... -Dat zegt genoeg.

Beter daar dan op straat. -Heeft u de meisjes daar gezien?

We moeten snel zijn, hij gaat zo terug.

Komt u verder.

Hij is afgevallen. -Hij traint niet meer.

Heeft hij contact met zijn familie? -Hij heeft laatst naar Algerije gebeld.

Hij was blij.

Gaat hij om met geradicaliseerden? -Nee, die blijven onder elkaar.

Wilt u met hem praten?

Waar breng je me heen? -Het is goed, Brahim.

Breng me terug naar mijn cel. -Vooruit, ga zitten.

Blijf zitten.

Ik wil hem niet zien.

Kijk je oom aan. -Zachtjes. Niet zo hard.

Kijk hem aan.

Voor mij ben je dood en ik praat niet met doden.

Eruit. Hoepel op. Maak dat je wegkomt.

Laat hem maar gaan.

Heeft u hem opgepakt? -Nooit.

Waarom haat hij u zo? -Weet ik niet. Zijn ouders...

De ouders van zijn ouders. Ik weet het niet meer.

Wat maken ze toch altijd een herrie, h�? -Ja.

HOOFDBUREAU VAN POLITIE

Politie Roubaix, goedenavond. -Hallo.

Met Claude Dubruyne, Rue des Vignes 4, Ik was vorige week bij jullie.

We horen geluiden en zijn bang. -Rustig maar. Waar bent u?

Rue des Vignes 4. We horen lawaai en we hebben ons boven opgesloten met de honden.

Blijft u zitten. Ik stuur een patrouillewagen.

Mevr. Neveux.

Lucette. -Politie. Wat moet u daar?

Ik roep Lucette. -Laat die zak vallen. Hoor je me?

Handen omhoog. Heb jij de politie gebeld? -Nee, ik kom van werk.

Ben je binnen geweest? Handen op de muur. -Nee, ik riep, maar ze reageerde niet.

Heb jij de deur geforceerd? -Nee, ik ben hier net.

Je hand.

Ik ga naar boven.

Ga tegen de muur staan.

Rustig. -Stil. Verzet je niet.

Mevrouw, politie.

Mevrouw?

Bel de hulpdiensten. Snel.

TN 59, voor TS120. Stuur hulp. We zijn bij een vrouw die gewond lijkt.

Toen ik aankwam, zag ik de deur openstaan.

Hij was geforceerd. Ik riep...

Goedenavond, chef.

Is de lijkschouwer er? -Hij is net klaar met het onderzoek.

Inbraak? -Ja, met een koevoet of zo.

Goedenavond. Mag ik haar gezicht zien?

Doodsoorzaak?

Wurgsporen. Na de autopsie weet ik het zeker.

Moord?

Hoe oud was ze? -83.

Haar legitimatie lag in de eetkamer.

Zullen we?

Mag ik naar binnen?

Heb je een koevoet, een houweel of een snijtang gezien?

Nee, niets.

Waar zijn de buren die hadden gebeld? -Achter in het hofje.

Ze hebben het gereedschap bij die renovatie gepikt.

Wie? -Die vrouwen van de brand.

Waar wonen ze? -Op nummer elf.

Ga ze halen.

Zij hebben dat huis in brand gestoken. -Waarom?

Om hun vingerafdrukken te wissen.

Haal ze uit elkaar.

Verhoor eerst die met kind. -Claude.

Ik praat met haar. Neem de andere in hechtenis.

Neem haar mee naar het bureau. Nog geen advocaten. Ik wil eerst met haar praten.

Tot over een uur.

Waarom nemen jullie haar mee? -Heeft u de politie gebeld?

Ja, hoezo?

Ik zal u losmaken. Dat zit wat makkelijker.

We beginnen.

Uw naam?

Marie Carpentier.

Marie Carpentier, u wordt in hechtenis genomen, maar u heeft het recht te zwijgen.

Hoezo? Wat heb ik gedaan?

Wilt u dat een arts u onderzoekt? -Nee, ik wil geen dokter.

Moeten we iemand waarschuwen?

Ik heb alleen Claude.

Wilt u een advocaat? -Nee, ik heb niets gedaan.

Ik wil hier weg. Hoe lang gaat dit duren?

Meestal 24 uur, soms loopt het op tot 48 uur.

Hoezo houdt u mij vast? -Mevrouw.

Het is een voorlopige hechtenis, we stellen vragen en daarna kunt u gaan.

Kunt u dit formulier ondertekenen en bevestigen dat u geen advocaat wilt?

Ik wil geen advocaat, ik ben onschuldig.

Dit is belachelijk. -Kunt u uw zakken leeghalen?

Dit slaat nergens op. Jullie behandelen me als een crimineel...

terwijl wij gebeld hebben en ook nog zijn aangevallen.

Wanneer komt Claude?

Zij wordt ergens anders ondervraagd. U ziet haar na het verhoor.

Wanneer is dat?

'Voor Armand, de liefde van mijn leven, op wie ik stapelgek ben.

Ik denk de hele tijd aan je.' Lucette, 6 mei 1953.

Ze woonde toen al hier, het is hetzelfde adres.

Waarom handboeien? -Dan ben je dichterbij. Wat is er gebeurd?

U gelooft me toch niet. -Hou me niet voor de gek.

Jullie zijn in dat huis geweest. -Niet waar.

Jullie zijn beiden binnen geweest. -Niet waar

Goed. Is zij alleen gegaan? Waarom?

Ze zei dat ze haar portemonnee had gezocht. -Om haar te beroven?

Om me terug te betalen. -Als ik hoor dat jij ook binnen was...

Ik ben niet binnen geweest. Ik zweer het op mijn kind.

Goed dan. Hoe laat kwam je vriendin thuis?

Ik lag te slapen. -Hoe laat?

Weet ik niet meer. Half elf, elf uur.

Toen wist je dat ze bij Lucette was geweest? -Ik sliep. Ik slik slaappillen.

Ze vertelde het achteraf. -Heeft ze je wakker gemaakt?

Ja. Ze zei dat zij bij Lucette was geweest.

Wat deed ze daar?

Ze zei dat ze beneden was gebleven en dat ze niks had gevonden.

Lucette is dood. -Dat wist ik niet. Dat had ze niet verteld.

Ik hoorde het vanochtend van de politie.

Wat zullen we bij jullie vinden? -Rotzooi, blikken kattenvoer...

Zet je leven niet zo op het spel.

Het is de waarheid en ik vind het vreselijk, want ze krijgt levenslang.

Maar ze maakte me het leven zuur. -Jullie worden gescheiden.

Je hebt een kind. -Ik kan laten zien wat ze heeft gepakt.

Ik snap niet wat ik hier doe. -U zit in voorlopige hechtenis.

Precies. We zijn er niet bij betrokken, dus waarom zit ik vast?

Dat zegt u. Schreeuw niet zo tegen me. -Wat een onzin.

Wij hebben de politie gebeld en wij worden vastgehouden.

Opnieuw.

Is het vanwege de honden?

Omdat ze maar bleven blaffen.

En dat vond u verdacht?

Ja. -Ok�.

Toen ze blaften, gingen jullie naar boven? -We hebben eerst in de badkamer gekeken.

Gaat u alles herhalen wat we hebben verklaard?

Ik zeg niets meer. U heeft alle verklaringen al.

Goed.

Voor iemand met een schoon geweten... -Precies, ik heb mezelf niets te verwijten.

Maar dat zijn uw woorden. -Natuurlijk.

We leven op goede voet met Lucette. -Leefden, het is nu verleden tijd.

Waarom zijn jullie gistermiddag niet even polshoogte gaan nemen?

Jullie hadden haar twee dagen niet gezien en maakten zich zorgen.

Dat kwam niet in me op.

Was je die middag niet op het hofje?

We hebben daar niet de hele middag gezeten, dat heb ik nooit gezegd.

Hoe lang dan? -Weet ik veel.

Ik ook niet. Ik was er niet bij.

Wat hebben jullie gistermiddag gedaan?

Ik ben het zat. Echt.

We zijn de zoon van Claude gaan halen en daarna...

Ik ging naar het ziekenhuis en daarna gingen we naar huis.

Wat is er met je arm gebeurd?

Niets, het is mijn hand.

Ik had tegen de muur geslagen.

Waarvoor dat?

Dat wil ik niet zeggen.

Ik was boos op de Sociale Dienst. Ik word gek van het gedoe over papieren.

Haal de honden weg. Ze laat de spullen zien die haar vriendin had meegebracht.

Dit heeft ze gestolen.

Dit ook. Dit weet ik niet meer.

Het is niet van jou? -Nee.

Wat zit erin? -Weet ik niet.

Bleekmiddel.

Ik kijk of er nog meer is.

Dit ook.

Hiermee heeft ze de deur opengebroken.

Wie zorgt er voor mijn kind? -Waar is hij?

Hij komt morgen. -Een maatschappelijk werkster.

Er zal voor hem gezorgd worden.

Heel goed. We gaan foto's maken.

Ga rechtop zitten en kijk recht voor je.

Heel goed.

Nu je linkerkant.

Je weet wel... Ja, opzij kijken. Voor je uit kijken.

Ik ga je meten. Voeten tegen de muur, benen bij elkaar. Kijk voor je.

Hoe lang moet ik blijven? -De hoofdinspecteur komt zo. Kom mee.

Ontspan.

Goed plat neerleggen. Dat is voor de handpalm.

Zie zo.

We doen alleen de rechterkant aangezien je links gewond bent.

Ik neem wat speeksel af.

Kijk me aan. Mond wijd open.

Doe je mond open. Ja.

Doe maar dicht en zuig er goed op.

Nog even. Doe maar weer open.

Goed, nu een beetje wangslijm.

Klaar.

Doe je riem af. -Heb ik niet.

Geen riem. Kun je dat koord uit trekken?

Trek het eruit. Heb je je zakken geleegd?

Ja. -Goed.

Draag je een bh?

Ja. -Kun je die ook uitdoen?

Ik moet je fouilleren.

Toe. Armen omhoog.

Ik vind dat niet fijn. -Klaar.

Zijn dat jouw spullen?

Heb je astma? -Nee.

Kom.

Wacht.

Claude moet gewaarschuwd worden. -Dat komt goed.

Schoenen uittrekken.

Doe maar dicht.

Iets gevonden? -Kneuzingen in de nek...

blauwzucht bij de schouders. Verstikking door wurging.

Sporen van DNA? -Ik heb monsters genomen onder haar nagels.

Geen wonden door zelfverdediging.. -Ze heeft zich niet verweerd.

Het strottenhoofd?

Bloedingen, maar geen breuk.

Ze is gestikt.

Bent u bij de autopsie geweest? -Hoe gaat het met het verhoor?

We zijn bezig.

Ze heeft spullen gepikt bij Lucette. -Marie?

Wat heeft ze meegenomen?

Dat wil je niet weten.

Wat zegt ze? -Ik heb haar naar de cel gestuurd.

Ga met Claude praten. Je kent haar goed.

Ik ga met Marie praten en daarna kom ik bij jullie.

Kom mee.

Ik doe je boeien om. Mouw omhoog.

Heb je wat kunnen slapen? -Nee, dat lukte niet.

Je gaat nu naar hoofdinspecteur Daoud. Hij houdt niet van leugens, dus doe je best.

Ik heb je niet voor niets gehaald, dus geen onzin.

Die kant.

Ga zitten.

Mag ik misschien een sigaret? -Ja, dat kan.

De volgende hangt van jou af.

Ben je helder?

Ja.

Weet je waar ik vandaan kom?

Ik was bij je vriendin, Claude.

Vooruit, doe je mond open. Nu moet je praten.

Weet je waarom ik een paar uur bij Claude was?

Ze is uit de school geklapt en haar 'ontboezemingen'...

maken jou verdacht.

Dus het ziet er slecht voor je uit. Laat me uitpraten.

Ik leg zo uit waarom.

Als je niet je eigen verdediging op je neemt...

als je blijft liegen...

Waarom zegt u... -Wacht.

Je weet dat er technieken zijn, zoals met vingerafdrukken, DNA, die ons helpen

Ook al draag je handschoenen, je laat sporen achter... Laat me uitpraten.

Ik wil dat je niet meer liegt. -We weten al heel veel.

H�, heb je dat begrepen? Ik noteer niets. Kijk maar.

U doet alsof ik een moordenaar ben. -Hou toch op.

Niemand beschuldigt je van moord. -Heb ik je beschuldigd?

Maar... -Besef je wat we weten?

Wat de waarheid is?

Je hebt diefstal gepleegd.

En dat zul je bekennen. Het is duidelijk, er zijn te veel bewijzen.

Maar als je al liegt over de diefstal...

dan heb je vast ook iets te maken met Lucette's dood.

Ik heb stomme dingen gedaan, maar ik ben geen crimineel.

Ik heb niet... -Je bent een dievegge.

Ja.

Het hoge woord is eruit. -Heel goed. Neem wat te drinken.

Vooruit, drinken. -En denk goed na.

Wacht.

Hij helpt je wel. -Geef maar hier.

Neem een slok.

Genoeg?

Haal diep adem en gooi het eruit.

Vertel de waarheid, dat lucht op. Vooruit.

Ik heb de tv gepakt. -Zie je wel, verdomme.

Eindelijk spreek je de waarheid. -Ik heb niets te maken met Lucette's dood.

Ik ben geen crimineel. -Ok�, en terwijl jij die tv pikt...

wat doet Claude?

Die neust rond. -Heb je haar dingen zien pakken?

Nee, dat heb ik niet gezien. -Dus jij neemt die tv mee?

Ja. -Ja, ja. In je eentje zeker?

Dat is te zwaar met ��n arm. -Hij heeft gelijk.

Ik weet... -Hoe heb je dat dan gedaan?

Zij was binnen en gaf hem aan. -Wat heb je daarna gedaan?

Daarna heb ik 'm verstopt. -Waar?

Ertegenover. -Hoe bedoel je?

In de douche. -Ik ben bij je geweest. Dat kan niet.

Dan bij Angelo. -En daarna. Wat heb je toen gedaan?

Toen zijn we naar huis gegaan.

Dat is de waarheid.

Dat is de waarheid.

Waar is de hoofdinspecteur? -Bij Marie.

Hij komt daarna. Claude...

Marie was niet alleen bij Lucette. Volgens mij was jij erbij.

Nee. -Wel waar, maar je zegt het niet.

Ik zeg niet dat je haar hebt vermoord, maar je hebt Marie geholpen met de spullen.

Dat kon ze niet alleen.

Als Marie zegt:

'Claude was erbij. Ik heb iets vreselijks gedaan...

maar ik was niet alleen.' Dan geloof ik haar.

Ik heb gezegd wat ik weet en heb gezien. Ik beken niet iets wat ik niet heb gedaan.

Zeggen dat je binnen was, is geen bekentenis.

Dan beken ik toch dat ik binnen was? -Maar niet dat je die vrouw hebt vermoord.

Nee, maar ik was niet binnen. -Jawel.

Niet waar. -Genoeg.

Ik ben het zat. Begrijp je wat de inspecteur zegt?

Je vriendin zegt dat je er was en dat je ook hebt gestolen. Dus let op.

Ze luistert niet. Begrijp je het of niet?

Ik wachtte thuis op Marie. -Jij bent niet binnen geweest.

Dat is niet wat zij zegt. -Draai er niet omheen, geef gewoon toe.

Dus jullie gaan naar binnen. Allebei.

Jullie kijken beneden en pakken wat spullen.

Jullie zijn in een roes door de drank en door het succes van beneden...

en besluiten naar boven te gaan.

Misschien. -We dachten dat er boven meer te halen was.

Meer?

Geld, juwelen?

Waren jullie high? -High?

Hadden jullie gerookt?

Ja. -Een joint?

Snap je dat we het helemaal voor ons zien? -Nee.

Eerlijk gezegd niet. -We staan hier niet met lege handen, h�?

Claude heeft ons dingen verteld. -Ze heeft ons dingen laten zien.

Ja, ze heeft ons dingen laten zien.

Dus we hebben bewijzen waaruit blijkt dat jij erbij betrokken bent.

Kun je ons alleen laten? -Natuurlijk.

Dus, Marie, heb jij iets stoms gedaan?

Of zij? -Of jullie samen?

Of zoals Benoit zegt, waren jullie samen? Want dat weten we nog niet.

Als jij het was, moet je het vertellen.

Zeg het.

Want Claude zal het me zeker vertellen.

Maar als zij schuldig is...

moet jij het zeggen. Want Claude zal nooit bekennen.

Of we met z'n twee�n hebben gestolen? -Ja, en dat van Lucette.

We hebben niets gedaan. -Niet te geloven.

Die arme vrouw was 80. Je kletst.

Hou op de feiten te verdraaien. -Ik beken geen moord als ik onschuldig ben.

Maar wie heeft het gedaan? Wie? Claude?

Nee.

We hebben Lucette niet aangeraakt.

Is er iets gebeurd?

Maar waarom zegt Claude dan dat jij haar hebt vermoord?

Wakker worden. Je zit echt in de stront.

Kom op. Je moet nu met de billen bloot. -Hij zegt dat je moet praten.

Marie, ik word nooit boos. Ik blijf altijd kalm. Vraag maar na.

Ik wind me niet graag op. Dat vind ik vervelend.

Nu allemaal rustig en geen geschreeuw.

Wil je een sigaret? Rook maar.

Ik snap niet dat ze mij beschuldigt. -Ze wil zich verdedigen.

Marie, wakker worden. -Praat.

Haal eens diep adem.

Jullie zijn boven. Wat gebeurt er daar?

Allereerst, het was haar idee.

Het was haar beslissing.

Wat had ze besloten?

Om erheen te gaan en de moord te plegen.

Hoe is het gebeurd?

In het medicijnkasje beneden had Lucette...

iets tegen psychoses. En...

Ze zei: 'We laten haar dat drinken.

En daarna...'

We hebben haar met z'n twee�n gewurgd.

Met z'n twee�n? -Ja.

Je wurgt iemand met je handen. Waren het jouw handen, of de hare?

Of met vier handen? -Met vier handen.

We waren met z'n twee�n.

Wil je uitrusten?

Je gaat uitrusten en iets eten. We zullen je iets brengen.

Ik kom straks terug.

Getuigen? -Een buurvrouw.

Ze zag hoe Claude probeerde bij Lucette binnen te komen.

Wat zegt Claude? -Ze ontkent alles.

Moet ik iets bekennen wat ik niet heb gedaan?

Waarom blijf je daarop door hameren? Ik vraag niet of je haar vermoord hebt...

maar of je in het huis was. -Dat is al te veel.

Waarom zou ik? -Die middag had je het wel geprobeerd.

Ja, maar dat was anders. -Ja, ze leefde nog.

Dat bedoel ik niet. -Dat je bent gezien dan? Vervelend, h�?

Ging je daarom niet naar binnen? -Ze hebben me inderdaad gezien...

maar ik ging kijken... -Waarom? Wat wilde je doen?

Kijken of alles in orde was. -Geloof je het zelf?

Hou op. -Wel waar.

Wat deed je toen de buurvrouw je zag? -Ik keek terug.

En je ging verder? -Nee.

Nee, omdat je was betrapt. Was je bezorgdheid opeens verdwenen?

Hou toch op. -Claude...

Marie heeft gepraat.

Vertel nu de waarheid. Zeg hetzelfde als zij.

We gaan jullie samen verhoren zodat jullie het eens worden.

Hou op met ontkennen, je gaat toch de bak in.

En jij krijgt meer, omdat je doet alsof je niks hebt gedaan.

Marie heeft alles verteld. Ze heeft een moord bekend.

Ze zei: 'Ik heb een moord gepleegd.

En mijn vriendin was erbij.'

Typisch Marie. Ze kletst uit haar nek.

Waarom? Omdat ze van je houdt?

Dat is niet erg.

Waarom zegt ze dat als ze van je houdt? -Geen idee.

Omdat het de waarheid is.

Ik ga terug.

Ik heb beloofd haar niet alleen te laten.

Denk hier maar over na.

Marie.

Wakker worden.

We gaan verder.

Ben je zover?

Waarom hebben jullie haar gewurgd?

Wie heeft dat bedacht?

Claude wilde dat.

Heeft ze dat gezegd?

Ja.

Wat heeft ze gezegd?

Dat we haar moesten doden.

Heeft ze dat gezegd?

'We moeten haar doden.'

We hadden het 's middags bedacht. -Wat? De moord op haar?

Ja.

En jij zei: 'Ok�.'

En ik heb gezegd: 'Ja, ok�.'

Goed, het ziet er al beter voor je uit.

Ik wilde niet...

Ik wilde het niet erger voor haar maken. -Omdat het je vriendin is?

Inderdaad.

Het gaat al beter. Het begint eruit te komen.

Wil je iets drinken?

Ik ga koffie voor je halen.

Dus Lucette drinkt dat antipsychoticum...

en dan herinnert Claude je eraan dat ze dood moet.

Ga door.

En op dat moment werd Lucette wakker en konden we niet meer terug.

Ok�.

We moesten het afmaken. Er zat niks anders op.

Ze dwong haar het middel op te drinken...

en zei dat ze op bed moest gaan liggen. Toen zei ze dat het zover was...

en hebben we haar samen gewurgd.

Hoe?

Marie? Hoe hebben jullie het gedaan?

Ik pakte haar bij haar nek...

en Claude drukte het kussen op haar.

Dus jij hebt haar gewurgd...

bij haar nek en Claude drukte het kussen op haar.

Ze is ook op haar geklommen.

Op haar geklommen? Hoe?

Op haar knie�n.

Met haar knie�n op het gezicht? -Om haar neer te drukken.

Hoe lang duurde dat?

Best wel een tijdje.

Tien minuten misschien.

Iets langer.

Wil je een advocaat? -Nee, ik wil slapen.

Ik ben moe. -We brengen je naar je cel.

En morgen zoek ik een advocaat voor je.

Moet ik liegen om me opgelucht te voelen? -Vertel de waarheid voor je eigen bestwil.

We weten van Marie dat je daar was.

Zeg dat je daar was en dat je iets hebt gestolen, maar Lucette niet hebt aangeraakt.

Dat was zij. Dat is geloofwaardig. -Luister...

als je niks zegt, krijg je 20 jaar, anders 5 of 6. Nou?

Moet ik jullie naar de mond praten? -Nee, dat wil ik niet.

Ik denk aan je zoon van 6. Hij blijft alleen achter en zal er niks van snappen.

Claude...

red wat er te redden valt.

Vooruit, praat. Doe niet zo stom.

Red jezelf.

Ja, ik ben naar binnen gegaan.

Dat wisten we al. Vertel je nog iets nieuws of hoe zit dat?

Wat denk je dat de rechter zal zeggen? Die zal je voor goed opsluiten.

En toen zag ik...

Ja, ik zag... -Je zag iets, dat weten we. Maar toen?

Wat zag je?

Wat ik gedaan heb, toen ik binnen was?

Ik heb in de kistjes gekeken...

Ik heb een portemonnee gepakt.

Dat weten we. En toen?

Toen heb ik overal rondgesnuffeld.

We gingen naar boven om te kijken of ze sliep.

Maar toen werd ze wakker.

Marie heeft haar vermoord.

We komen in de buurt.

Mag ik wat drinken? M'n lippen zijn droog. -Ja.

Alsjeblieft. -Bedankt.

Waar gaan we heen?

Naar Madeleine. Daar ga je slapen.

En Marie? -In Roubaix.

Wanneer kom ik vrij?

Weet ik niet.

Morgen is de confrontatie met Marie. -Ik heb alles verteld.

Voor nu is het verhoor afgelopen. -En mijn zoon?

Ik heb beloofd dat er voor hem wordt gezorgd. Heeft z'n vader de voogdij?

Hij zit in een tehuis.

Dat is goed.

Claude.

Kom.

Mr. Daoud, moet ik naar de gevangenis? -Het komt goed.

Het is beter dan in hechtenis zijn. Dit is eng...

maar de gevangenis is rustiger. Dan ben je niet alleen.

Je hebt een tv en een echt bed.

Ik heb m'n leven verknald.

Had ik Marie maar nooit ontmoet.

Je bent mooi.

Dat ben je altijd geweest, h�?

Ja.

Op je tiende lacht het leven je toe.

Je ouders doen alles voor je, mooie jurken...

Vriendinnetjes, jongens die je adoreren.

Je was vast een rebels meisje.

De koningin van de lagere school.

En van de middelbare. Jongens om je heen draaiend.

Avontuurtjes.

En op een dag kijk je om...

en is het leven niet meer zo rooskleurig.

Je bent 30. Je hebt een kind. Je drinkt...

en je woont met een vrouw van wie je niet houdt.

Je hebt je vergist.

Nu moet je boeten.

Ik denk ook dat het leven betoverend moet zijn.

Net als je jeugd.

Maar helaas.

Goedenavond.

Ik heb uw auto gebracht.

Rijd jij maar.

Waar kan ik u afzetten?

Als je het niet erg vindt bij het park.

Ik heb zin om te lopen. -Goed.

Hou ik je niet op? -Nee, hoor. Ik kan toch niet slapen.

Dit is mijn eerste moordzaak.

Als kind speelde ik altijd in het park.

Weer of geen weer.

Er spelen hier nog steeds kinderen.

Nu kom ik hier naar ze kijken. Het kalmeert me.

Hoe verdraagt u al die ellende?

Dat is niets.

Soms weten we niet waarom...

alles licht wordt.

Ga nu naar bed.

Heer, geef mij de kracht om te vergeven.

Goedenavond.

Heeft ze gegeten? -Ja.

Kun je niet slapen?

Hoe laat is het?

Laat.

Lijdt u aan slapeloosheid? -Ja.

Ben je bang? -Ik heb sombere gedachten.

Rust wat uit.

Morgen wordt een lange dag.

Vindt u mij een monster?

Nee.

Ik kende meisjes als jij op school.

Ik ken je.

Heb je een moeilijke jeugd gehad?

Ja.

Een jongensachtig meisje...

dat zichzelf lelijk vindt. Op de achterste rij, worstelend.

Altijd alleen.

En op een dag ontmoet je Claude.

Ze is prachtig.

Maar hard.

Je lijdt al je hele leven.

Dat moet ophouden.

Ja.

Ik lees jullie elkaars verklaring voor. Luister goed.

Daarna maken we er ��n versie van. -Goed.

Eerst die van Claude.

'Vanaf de trap zagen we Lucette op haar bed zitten.'

Niet waar.

Ze stond. -Niet waar.

Ze probeerde op te staan.

'Ze probeerde op te staan.'

Ja.

'Ze keek naar ons, verbaasd.

We zeiden dat we de politie hadden gebeld vanwege een inbreker.

Daarna fluisterde Marie me in mijn oor om het antipsychoticum te geven.'

Dat was niet mijn idee.

Niet jouw idee?

Nee, waarom doe je dit? -Het is een detail.

Ja, maar ik heb er niet over gelogen. -Ik lieg ook niet.

'Marie hield het glas vast en liet haar drinken.'

Heb ik... Heb ik dat gedaan?

We deden het samen. Ik hield haar vast en jij liet haar drinken.

Je was er toch zelf bij? -Ik heb haar dat niet laten drinken.

Hou op.

Ze kon het glas niet vasthouden, dus hielp je haar.

Ze dronk het op toen we zeiden dat het goed voor haar was en dat de politie kwam.

Heb ik dat gezegd?

Nee, ik.

Zeg wie wat heeft gedaan voor de duidelijkheid.

Claude?

Wat deed je daar?

Ik zat naast haar en zei lieve dingen. Ik had haar vast, ze kon niet alleen zitten.

Marie?

Dat klopt.

Dus jij hebt haar geholpen het glas leeg te drinken?

Ja.

'We werden ongeduldig. Ik ging beneden een biertje drinken omdat ik gespannen was.'

Dus jij bleef alleen boven? -Ja.

En jij ging beneden een biertje drinken? -Ik heb het niet daar opgedronken.

Ik nam het mee naar boven. -'Marie...

'Marie ging helemaal door het lint.

Ze zei dat we het nu ook moesten afmaken.

Ze trok het kussen onder Lucette's hoofd vandaan...

drukte het op haar gezicht en klom met handen en voeten op Lucette...

terwijl ze het kussen op haar drukte.'

Met handen en voeten?

Op haar lichaam?

Eerst drukte je het kussen op haar, maar toen ze gilde, klom je op haar.

Weet je nog?

Denk na voor je antwoord geeft. -Ik zou jou dit nooit flikken.

Besef je wat je zegt?

Was ik het dan?

Was ik het? -Dat zeg ik niet, maar besef je wat je zegt?

Met handen en voeten op haar. -Dat was ook zo.

Niet waar. -Dat maakt niet uit.

Het maakt niet. -Ik zat niet op handen en voeten.

Marie, dat maakt niets uit. Ze is sowieso dood.

Het klopt dat ik het kussen pakte en...

het op haar gezicht drukte.

Marie, jij zei dat je Lucette hebt gewurgd en voegde toe dat Claude je daarbij hielp.

Dat is niet waar.

Je zei: 'Claude drukte het kussen op haar met twee handen.

Toen greep ze Lucette bij de keel...

en ik legde ook een hand om haar nek.' -Ja.

Marie, kun je laten zien hoe Claude op Lucette's nek leunde?

Ik drukte zo...

en daarna hielp Claude me.

En toen...

hielden we haar samen vast.

Ze hielp je. Wat deed ze dan?

Ze wurgde haar met mij. -Hoe?

Nou zo.

Claude...

Laat zien waar jij was. -Laat zien hoe jij het hebt gedaan.

Ik heb haar niet aangeraakt. Ik stond bij het voeteneind.

Toen ik dat zag, begon ze haar te slaan.

Kijk. Je zegt dat je haar niet hebt aangeraakt, maar dat heb je wel gedaan.

Dit is het bewijs. Zeg het. Gewurgd of gesmoord, je hebt haar aangeraakt.

Toen Lucette bijna doodging en Marie haar smoorde en wurgde...

hielp ik haar een handje. Dat is waar.

Maar ik heb haar niet gewurgd. -Wat maakt dat voor verschil?

Als ik haar heb geholpen...

breng ik me in... -Je zit al in de problemen.

Of je haar bij de keel hebt gegrepen of niet, maakt niet uit.

Je was in het huis. Je bent haar kamer ingegaan.

Zodra je binnen bent, ben je de pineut. Draai er niet omheen.

We willen het niet erger voor je maken...

maar we willen de waarheid. -Medeplichtigen krijgen dezelfde straf.

Ze zullen zeggen dat je laf bent.

Ik ben gewoon bang voor mijn zoon. -Bang voor wat?

Dat ik hem nooit meer zal zien. -Het zal een tijd duren, maar de vraag is...

Zie je hem bij zijn communie of op zijn huwelijk? Dat is het verschil.

Dus dit is jouw huis? -Ja.

Er is ��n regel. Alles gaat precies zoals toen.

Doe alle handelingen die je nog weet.

Ik was er die avond niet bij, dus ik geef geen aanwijzingen.

Ok�. -We zijn er klaar voor.

Jullie spelen eigenlijk een rol. -Jullie eigen rol.

Kan ie?

Eerst deden we het licht aan. -Laat zien.

We deden hier het licht aan.

Ik ging naar de keuken, want ik kende het huis.

Ik deed het keukenlicht aan.

En ik zei Marie dat licht uit te doen.

Ik keek of ik iets zag. Ik heb een beetje rondgekeken.

Ik ging naar het medicijnkastje en deed het open.

Toen zag Marie het antipsychoticum. Nee, wij zagen het.

Marie zei dat we dat apart moesten houden. -Mag ik dat laten zien?

Natuurlijk. -We zetten het daar neer.

Ik haalde het flesje uit het doosje.

Ik haalde de pipet eruit en vulde hem helemaal.

en daarna nam ik de pipet en het glas mee.

Maar...

we moeten alles in detail uitleggen. Dus terwijl Marie die pipet vulde...

keek ik in de oven voor Lucette's portemonnee.

Daarna keek ik in de broodtrommel.

En...

toen keken we in haar berghok. -Daar stond bier dat we hebben gepakt.

Ja, we pakten het pak en we hebben een flesje geopend. Dat klopt toch?

Ja.

We wilden zien of Lucette sliep en gingen via die deur. Marie voorop.

We deden het licht aan.

Toen we hier kwamen, zagen we Lucette.

Ik laat zien waar ik stond.

Er stond hier een nachtkastje.

Ik ging eerst zitten.

Als ik het goed heb, ging ik daar zitten.

Ik zei:

Rustig maar. We hebben de politie gebeld.

Toen riep Marie me. -Waar was ze?

Hier.

Ik ging naar haar toe.

Ze zei: Geef dat spul, dan valt ze in slaap. -Dat klopt.

Ik zei: ja.

Toen bracht Marie dat glas.

Wat zat erin?

Dat antipsychoticum. -Hoeveel?

De hele pipet, maar dat had ik beneden al gedaan.

Ik hielp haar. Ik hield Lucette vast.

Marie ging daar zitten.

Ga dan zitten.

We zeiden: Lucette, drink dit. Dat zal je goeddoen.

Marie hield het glas vast en ik ondersteunde Lucette.

Marie, gaf jij haar drinken?

Dat had je niet gezegd. -Ja, maar...

nu we hier zo zijn, komt het allemaal terug.

Toen zei ik: Goed, Lucette, ga even liggen tot de politie komt.

Ik hielp haar te gaan liggen en trok het laken over haar.

Toen heb ik even gewacht.

We wachtten en ijsbeerden.

Nu is het mijn beurt.

Mag ik? -Ga je gang.

Er waren twee kussens.

Ik ging zo zitten.

Zij lag op haar rug.

Ik pakte het kussen...

en deed dit.

Ik greep haar bij de keel...

Zo?

Was het een impuls?

Nee, zoals ik had gezegd, was het gepland. -Nee, het was niet vooropgezet.

Probeer je die middag te herinneren. Heb je gezegd: 'We gaan Lucette doden'?

Het was afgesproken, Claude. -Niet waar.

Liegen heeft geen zin.

Dat maakt het erger. -Maar ik lieg niet.

Als je dat zegt, krijgen we de guillotine. -De doodstraf is afgeschaft.

Iemands moord is nooit gepland. -Waarom zou ze liegen?

We moesten wel. We moesten het afmaken.

Kijk. Het is overduidelijk.

Jullie zijn hier. Jullie zeggen dat jullie liefdevol waren.

Heel aardig en voorkomend.

En opeens doet Marie dit.

Ze doet dit.

Ze liet zich niet opeens meeslepen. Dat klopt niet. Het is niet logisch.

Het kussen is daar.

Het moet eruit, Claude.

Ja.

Marie...

Kun je opnieuw beginnen?

Ik greep haar bij de keel en kneep.

Toen riep Marie me.

Ja, ik riep je en zei:

Kom helpen, want...

Ik kon niet hard genoeg drukken en ik vroeg of je kon komen.

Ik kwam erbij....

want...

Lucette wilde zich omdraaien.

Ik probeerde haar arm vast te houden.

En daarna...

gebaseerd op wat Marie zegt...

heb ik misschien inderdaad...

mijn hand om haar keel gelegd.

Zo hebben we het gedaan.

Hadden jullie van tevoren bedacht hierheen te gaan...

en dit te doen? -Ja.

Nee.

We hadden bedacht om haar te beroven, niet om haar te doden.

We hadden het 's middags besloten. -De beroving, ja.

Waarom zou ze dit verzinnen? -Dat zeg ik niet.

Misschien heeft ze het gedacht. -Zeg de waarheid.

Ik riskeer 20 jaar. -Marie.

Alsjeblieft.

Als het niet zo was, had ik het niet gezegd.

Ik wil het niet erger voor je maken.

Je weet dat ik dat niet wil.

Dat zeg ik ook niet, maar we hebben nooit gezegd dat we haar zouden doden.

Dat hebben we nooit gezegd. Nooit.

We hebben het van tevoren bedacht. -Niet waar.

We gaan stoppen.

Goed?

Bespreek dit maar met de rechter en de advocaten.

Lille heeft gebeld. -De verkrachter is opgepakt.

Waar? -In Wazemmes.

Goed om te horen.

Heel goed.

Cipier?

Bent u vaker bij een gynaecoloog geweest? -Nee.

Heeft u kinderen? -Ja.

Welke cel? -De tweede.

Waar gaat Claude slapen? -Rustig maar. In een andere cel.

Maar nu we alles hebben bekend, worden we toch niet gescheiden?

Kom, Marie.

Ik wil niet. Als ze me op mijn zenuwen werken, ben ik weg.

Soufia, zeg gewoon gedag en zie hoe het gaat.

Wacht u hier? -Ja.

Goed, ik ga naar ze toe.

Je vindt het grappig, h�? -Ja.

Wilt u erop voor we hem inlopen?

Mag hij eten voor hij loopt?

Niet te koud? -Nee, hoor. Prima.

Heb je ingezet? -Natuurlijk.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.