All language subtitles for The.Last.Kingdom.S02E05.Episode.2.5.1080p.WEB-DL.DD5.1.H.264-RTN

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian Download
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian Download
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese Download
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Ik ben Uhtred, zoon van Uhtred.

Verslagen bij Ethandun werd Jarl Guthrum gedoopt

en werd Koning Aethelstan van Oost-Anglia.

Onderwijl in Wessex ziet Aethelwold zichzelf nog steeds als de ware erfgenaam van de troon.

Ik zie het zoals een koning het zou zien. - Ondertussen heeft Koning Alfred andere plannen.

Ga ik trouwen? - Een permanent verbond tussen Wessex en Mercia.

Wie van jullie is Aethelred?

Alfred dwong mij mijn trouw opnieuw af.

Ik moest de Noordmannen Erik en Sigefrid doden.

Nadat ik Sigefrid's hand afhakte verbande ik hen.

Je neemt één schip en je verlaat Northumbrië.

Je komt niet terug. - Dat zweer ik.

En eindelijk nam ik in Northumbrië wraak op Kjartan

en zijn zoon Sven en bevrijdde mijn gevangen genomen zuster Thyra.

Laat mij jou helpen.

De Denen verslagen, trouwde ik met mijn geliefde, Gisela.

En nu lijkt alles rustig.

Maar voor een krijger kan er nooit vrede zijn.

Bestemming is alles.

Drie jaar later.

Probeer nu GRATIS LiveTV op easy2use.tv GRATIS via Kodi, hoe easy is dat!

We zijn er.

De oever is nabij.

Sta klaar.

Ze zegt dat ze van mij houdt.

Ik zweer het. Ze zegt dat ze van mij houdt. - Natuurlijk doet ze dat.

Sihtric, ze is een hoer. - Nee.

Dat doet ze niet meer. - Ze houdt van jouw zilver.

Is dat de naam van zijn pik?

Ik wil met haar trouwen. - En ik wil dat je Denen doodt en de nacht overleeft.

Wij zijn de enige kans voor de dorpelingen.

Ze zijn begonnen.

Elgin, geef me de flacon.

Als je wil blijven leven, knul, laat je je zwaard los.

Er zullen niet meer dan 30 plunderaars zijn.

We verbergen ons en we wachten.

We vallen op mijn bevel aan, niet eerder.

Jullie hoorden de Heer. We zoeken dekking.

Hou ze in beweging. Wees stil, vrouw.

Kijk me niet aan.

Schiet op. Blijf samen.

Dat is genoeg. Je leeft nog, meisje. Wees dankbaar.

Elgin, sta op.

Je kan helpen met de gevangenen vastbinden. En hou ze stil.

Elgin.

Ben je dronken? - Nu.

We doden elke klootzak.

Te wapen. Verdedig jezelf. - Vlucht.

Hoe is jouw naam?

Ze heet Aethelflaed, Heer.

Ben jij haar moeder? - Nee, Heer.

Koning Alfred...

Hij heeft een dochter genaamd Aethelflaed.

Zij is sterk en dapper.

Jij moet dat ook zijn.

Ga terug naar jullie dorp en zorg voor jullie doden.

Finan? Hang drie van de doden in de bomen...

zichtbaar vanaf de rivier. - Heer.

Pak terug wat van jullie is. Jullie zijn nu veilig.

Jij gaat terug naar je rattennest en zeg tegen iedereen die het wil horen...

dat voorbij Lunden de rivier de Temes aan Alfred toebehoort.

En dat hij wordt bewaakt door Uhtred van Bebbanburg.

Vertaling en Sync: Het 'The Last Kingdom' Team

Dat is een welkome aanblik. Mijn vrouw en mijn jongen.

Volgens mij krijg jij teveel te eten. - Vergeet je dochter niet, zij is er ook.

Ging het goed? - Ja, nog geen schram.

Je hebt een bezoeker.

Hij is hier al de hele nacht.

Aethelwold. Hoeveel van mijn bier heb je al gedronken?

Niet één pul.

Al tien dagen of meer heb ik geen druppel bier gehad.

Ben je ziek? - Niet ziek, maar nuchter.

Wat voor mijn doen vreemd is, zoals je weet.

Maar het is belangrijk dat jij weet dat ik nuchter ben.

Zeg wat je te zeggen hebt, je hebt lang genoeg gewacht.

De doden spreken.

Ik zag het, hoorde het en de doden spreken.

De doden? - Een lijk.

Ik zag hem uit zijn graf verrijzen en spreken. - En wat zei dat lijk?

Wat hij zei gaat ons beide aan, vandaar mijn bezoek,

en wat ik vertel zijn zijn woorden, niet de mijne, begrijp je dat?

En wat had hij te zeggen?

Dat ik koning moet zijn.

Nee, geloof mij, het is waar.

Hij zei dat ik de koning van Wessex moest zijn en dat jij ook een koning moest zijn.

Hij zei dat jij, Uhtred, tot koning van Mercia wordt gekroond.

Bjorn hoorde het van de drie Schikgodinnen. - Bjorn?

Zo heet hij.

Is hij een Deen? - Een dode Deen, ja. En daarom een goede Deen.

Wij zijn koninklijk, jij en ik.

Ik deed mijn uiterste best om Alfred te dienen, maar zonder beloning. Waar ga je heen?

Ik ga het bloed van mijn handen wassen en naar bed.

Geloof je mij niet? - Waar zag je dit lijk?

Mercia. Aan de overzijde van Watling Street. - Ging jij Denenland in?

Ik ging naar het deel van Mercia dat Alfred aan de Denen schonk.

Jij wandelde naar de overzijde van Watling Street?

Ik werd geroepen. Ik was uitgenodigd. Hetzelfde zal jou gebeuren.

Ik weet wat ik zag.

Jij zal koningin zijn. - Misschien wil ik geen koningin zijn.

Als Bjorn klaar is om te spreken, zal er een boodschapper komen.

Vertel mij eens...

Wil jij dat Alfred iets overkomt? - Nee, natuurlijk niet.

Ik bedoel, ik wil hem dood, maar ik wil hem niets aandoen.

Ik weet wat ik zag.

Ik zal mijn welkom niet misbruiken.

Dank jullie voor jullie gastvrijheid.

Je bent aan Alfred gezworen.

Om koning van Mercia te worden moet je die eed verbreken.

Als dat mijn lot is.

Denk je dan dat hij de waarheid spreekt? - Nee, dat denk ik niet.

Maar ik weet dat hij geen leugens verteld.

De waarheid is een andere zaak.

We willen geen vijand als Alfred.

En Alfred wil geen vijand als mij.

Er lijkt vooruitgang te zijn, Heer. De bevolking van Coccham lijken goed gemutst.

Daar lijkt het wel op. - Welkom, Heer Koning.

We zullen zien.

Heer Koning.

Open de poorten.

Finan. - Wat?

Heer Koning. Welkom in Coccham.

Heer Uhtred is bij het fort, de burh. - Wil je hem gaan halen, Finan?

Wij wachten in de zaal. - Dat doe ik, Heer.

De man moet een priester hebben voor elke dag van het jaar.

God zal met u zijn.

Heer, we naderen Wessex.

Dit deel van de rivier wordt beschermd door Heer Uhtred.

Je drijft handel hier? - Jawel, Heer.

Heer, alstublieft, ik kan het niet riskeren mijn schip kwijt te raken.

Je zal je schip behouden.

Dat is gemakkelijk om te zeggen.

Het is de zaal van een heiden.

Heer, u zegt dat elke keer als we hier op bezoek komen.

Uhtred is een heiden, net als zijn zaal. - Het stoort mij dat hij niet groeit.

Hij blijft vasthouden aan die oude geloofsovertuigingen.

De overtuigingen van onze voorouders. - Die niet beter wisten.

Heer Koning.

Verfrissingen. - Dank je, Gisela.

Ik hoop dat het goed met jou gaat? - Dat is zo, Heer en nog beter vanwege uw bezoek.

Het bier is vers gebrouwen. - Voortreffelijk.

Je bent gelukkig in Wessex, hoop ik? - Dat ben ik, Heer.

Ik ben gezond, mijn gezin is gezond,

en er is vrede, dat is alles dat ik vraag.

En u? Bent u gelukkig?

Mijn dochter is nu oud genoeg en zal binnenkort uitgehuwelijkt worden, ik ben...

bevreesd.

Aethelflaed is een lief meisje. - Dat is ze.

Vind u haar aanbidder aardig, Heer? - Aethelred.

Hij dient een doel. Hij is devoot.

Wij kijken uit naar de huwelijksfestiviteiten in Winchester.

En ik wens haar veel geluk. - Het doel van en huwelijk...

is niet om gelukkig te zijn. - Dan ben ik fortuinlijk.

Ik bid dat mijn vrouw hetzelfde zegt.

Ik kan mij voorstellen dat ze dat doet, Odda, ze ziet jou zo zelden.

Heer Koning. Heer Odda. Steapa, mijn vriend.

Uhtred, jij verdient zo'n lieflijke vrouw niet.

Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn, Heer.

Ik verwachtte u niet, er was geen bericht. - Ik hoorde dat je een man ophing.

Ik liet de laatste tijd veel mannen ophangen. Plunderaars...

Denen. - En al dood, Heer.

Ik heb het over een Saksische man, een man uit Coccham, van Wessex.

Bent u daarom hier? - Onder andere.

Die man was een dief, Heer.

Zondig tot op het bot. - Je hing hem op zonder rechtspraak.

Hij was schuldig. Drie keer zelfs.

Het is het doel van een rechtszaak de schuld vast te stellen.

Het volk moet zien dat er rechtvaardigheid geschiedt.

Dan zal ik een rechtszaak regelen. - Daar is het te laat voor, ben ik bang.

Was er een klacht, Heer?

Er zijn wetten, zorgvuldig geschreven wetten.

Als jij een graaf wil blijven zul je je daar aan moeten houden.

Jij gaat jouw heidense opvattingen niet aan mijn koninkrijk opleggen.

Wij zijn westelijk van Watling Street, niet oostelijk.

Jawel, Heer. - Wij gaan niet naar Denenland,

wij gaan niet over tot de Denenwet, noch in geest, noch in lichaam of in handelen.

Nee, Heer.

Mijn neef... Aethelwold, hij was...

Hij deed precies dat.

Hij verliet Wessex, reisde door Mercia van West naar Oost. Was jij je hiervan bewust?

Dat was ik niet.

Toen Aethelwold hier was zei hij niets over naar het Denenland gaan.

Waar had hij het over?

Hij had het over u, Heer, en hoe u zijn kroon nam.

Aethelwold is nooit van nut. - Mijn advies is als het altijd was...

U moet hem berechten en laten doden.

Mocht de duivel in zijn oor fluisteren dan heb ik misschien geen andere keus.

Behalve de man die je ophing, hoeveel van de plunderaars doodde je?

We hebben ongeveer 30 man gedood. Ze plunderden een dorp.

Dat in Mercia ligt. - Heer, we hoorden de kreten de hele nacht.

Mercia is zwak.

Het volk heeft geen bescherming tegen de Denen. - Mercia is ongeorganiseerd en dat zal veranderen.

Er zullen burhs worden opgericht.

Wat is dat?

Dat gebouw daar? - Dat is een gebedsruimte, Heer.

Een kerk, Uhtred? - Niet helemaal, Heer. Het is een schuur,

met daarop een kruis bevestigd.

Als het voor gebed bedoeld is dan is het een kerk.

Heer. Er nadert een schip.

Handelaren.

Misschien wilt u een moment om te bidden, Heer?

Ik moet die handelaar bekijken. - Ja.

Ja, dat wil ik wel.

Heer.

Ik dacht net aan u.

U was in mijn gebeden, bedoel ik. - Dank je, Hild.

Ga alsjeblieft verder, laat mij jouw vrede niet verstoren.

Wilt u bij mij komen zitten? In vrede, Heer?

Dat wil ik, Hild. Dat wil ik.

Mag ik vragen...

Vond je jouw blijvende vrede?

Ik ben nabij, Heer.

Ik voel mij hier bij God gelukkiger dan met mijn zwaard.

Moed zonder het zwaard is het moeilijke pad.

Het moet, mettertijd...

het enige pad worden.

Ik bid dat jij jouw vrede eerder zal vinden dan ik.

Dank u, Heer.

Jij, blijf bij het schip.

Godwine, ik verwachtte je dagen geleden al.

Heb je de bijlbladen bij je? - Die heb ik, Heer,

In Frankia gemaakt. Die splijten een eikenboom.

Hoeveel? - Hoeveel hebt u er nodig?

Men zag krijgers aan boord van jouw schip.

Is dat waar?

Drie maar, Heer. Het is een Noordman.

Hij wil u spreken. Alleen.

Kan ik die Noordman vertrouwen? - Hij zegt dat u hem kent.

Zijn naam is Erik, hij heeft een broer, Sigefrid.

Finan... Bij het eerste teken van problemen steek je het schip in brand.

Er is geen reden voor vuur, Heer.

Sihtric, haal een bundel fakkels.

Ik ben graag voorbereid.

Uhtred van Bebbanburg.

Daar ben je, alweer in Wessex verdwaalt.

Ik ben gezworen...

aan Koning Alfred.

Daarom ben ik hier...

Waarom ben je hier? - Ik ben niet hier om te vechten.

Nog niet.

Kun je geloven dat ik op reis ben om een dode man te ontmoeten?

Handel je nu in tovenarij? - Het is mijn lot, dat werd mij tenminste verteld.

Je hebt mijn woord dat ik naar mijn afspraak in Mercia ga en dat ik dan terugkeer naar Frankia.

Is Sigefrid in Frankia? - Hij is daar,

maar niet lang meer. Mijn broer is rusteloos.

We werden sterk in de jaren sinds Northumbrië.

We hebben nu een vloot. 19 schepen.

Waar zeil je daarmee naartoe? - We hebben nog geen vastomlijnd plan,

behalve dan naar Bjorn luisteren. - De dode man.

Je zegt dat zonder verrassing, Uhtred.

Ik denk dat jij al de wind kreeg van deze geest.

Hij spreekt de woorden van de drie Schikgodinnen, die kunnen we niet negeren.

'We'? - Jij en ik.

Na zijn nederlaag bij Ethandun, verzaakte Jarl Guthrum onze Goden en zij zijn kwaad.

Zij willen wraak.

Ik denk dat wij gekozen zijn.

Jij zal jouw uitnodiging ontvangen, dan kun je het zelf zien.

Wat als ik weiger die geest te ontmoeten?

Dat is een zaak voor de drie Schikgodinnen en de Goden.

En wat als ik denk dat die geest een val is?

Van Sigefrid, die mij wil doden?

Je hebt mijn woord dat dat niet zo is. Ik zweer het.

Het enige dat wij willen is Uhtred van Bebbanburg aan onze kant.

Heb ik toestemming om te passeren zodat ik mij aan mijn afspraak kan houden?

Die heb je.

Veilige reis.

Helemaal terug naar Frankia. - Uhtred Ragnarson...

Jij zal altijd mijn respect hebben.

Maar vergeet niet dat jij als Deen werd opgevoed.

Smaakte de brij, Heer?

De brij was een genoegen, Gisela. - Net als het bier.

Je moet kalmer aan doen, Odda, jij moet een ladder beklimmen om naar bed te kunnen gaan.

U kan altijd gedragen worden, Heer. - Dat zou niet de eerste keer zijn.

En ik garandeer dat het niet de laatste keer is.

Heer, u maakt mij uit voor een dronkaard.

Maar mijn hoofd zal morgen pijn doen, dat weet ik.

Dan wordt het bier voor ontbijt, Heer. Het enige geneesmiddel.

Was mijn neef dronken toe hij hier voor het laatst was?

Aethelwold is vaak dronken, Heer.

Maar de laatste keer dronk hij geen druppel.

Hij zei dat hij al dagenlang nuchter was, wat als een verrassing kwam.

Dat is een wonder. - Niet helemaal.

Aethelwold is geen idioot, Heer.

Als hij niet van nut is, kan hij dan niet helpen orde te brengen in Mercia?

Hij vocht goed bij Ethandun. - Waaraan hij graag iedereen herinnert.

Hij is net zo'n goede man als Aethelred.

Uhtred, je praat over zaken waar je geen verstand van hebt, zaken die jou niet aangaan.

De veiligheid van Wessex gaat mij aan. - Ik ben blij te horen dat je dat zegt.

Daarom doodden wij de plunderaars, Heer. Plunderaars die eerst aan Jarl Guthrum behoorden.

Hij heet nu Koning Aethelstan. Dat is zijn naam sinds hij een Christen werd.

Ongeacht hoe hij wordt genoemd, het zijn zijn mannen die de vrede verbreken.

Weet je dat zeker? - Dat doe ik.

Ze verzamelen zich bij de monding van de rivier de Temes bij Beamfleot.

Het is waar, Heer. 200 of meer, we zagen het. - En hun aantallen groeien.

Als die afvalligen Aethelstan's mannen zijn, zijn ze zijn probleem.

Totdat zij besluiten de rivier te blokkeren, Heer.

Dan wordt Wessex afgesloten van handel.

Aethelstan zal met hen afrekenen. - Hij moet hen doden.

Ik vind dat wij hen moeten doden. - Wij moeten de vrede bewaren.

Oorlog kan niet altijd het antwoord zijn.

Heer, vergeef mij maar nu praat u over zaken waar u geen verstand van hebt.

Die mannen luisteren niet naar Aethelstan en Aethelstan zal niet met hun afrekenen.

Voorlopig zijn het afvalligen maar zouden ze een Heer vinden om te dienen worden ze een leger.

Dan beantwoord dit. Waar zou die Heer vandaan komen? Ken ik hem?

Moet ik bang voor hem zijn?

U kan er zeker van zijn dat hij geen Uhtred heet, Heer, mocht u dat bedoelen.

Mijn advies, Heer, is om schepen en manschappen naar Beamfleot te sturen.

We zullen de vrede bewaren.

Ze zeggen dat het een eer is als de koning bij je verblijft, maar zijn gevolg

en zijn priesters aten bijna de gehele wintervoorraad.

Uhtred, hoe kun je een man dienen die jouw waarde niet ziet?

Hij ziet die maar zijn god staat hem niet toe die te omarmen.

Hij heeft met de dag een grotere hekel aan mij. - Dan moet je hem vragen jou te ontslaan...

en dan gaan we naar het Noorden. Naar mijn broer en naar Ragnar.

Ik ben gelukkig hier maar we kunnen geen vijand worden van Alfred.

Heer.

Hild. Je ziet er angstaanjagend uit.

Ik denk dat ik je liever met een zwaard zie. - Mijn zwaard werd zwaar.

Maar daar kun je waarschijnlijk ook iemand mee doden.

Ik moet ronduit met jou praten.

Ik wil een huis bouwen, een klooster, hier in Coccham,

maar met jouw toestemming en dat van de bisschop natuurlijk.

Het is nu de tijd daarvoor.

Je hebt mijn toestemming. - Bedankt.

En je hebt mijn bescherming.

Altijd.

Abdis Hild.

Je zal altijd een te goede vrouw zijn voor God alleen.

Alfred zal blij zijn.

Berg de riemen op. Leg haar vast.

En Haesten... - Heer?

Zorg ervoor dat de schepen goed bewaakt worden. - Jawel, Heer.

Het fort van Beamfleot. - En alle manschappen daarbinnen.

Ze zijn nu van ons.

Zelfs de lucht is hier rijk.

Hoever is Lunden stroomopwaarts? - Een halve dag, als het tij meezit.

We nemen het zo snel mogelijk.

En Uhtred? - Zoals we van plan zijn.

Verheugd u zich op het huwelijk, Vader?

Dat doe ik, Vader Beocca.

Ik geniet net zoveel van een huwelijk als een zuiplap.

Hoe gaat het met uw eigen dame, Vader, de Deense?

Thyra? Zij is niet mijn dame.

Ze is in orde. - Ze bezit een vreemde schoonheid.

Ja. Ze is...

Ze is... Ja.

Ik zeg elke avond tegen God hoezeer ik het gezelschap van een vrouw mis.

Hij stuurt mij niets. - We praten,

Thyra en ik. Ze is een aangename vrouw.

Er is geen mooier gezicht dan dat van een naakte vrouw met haar armen uitgestrekt.

Bijna daar.

Heer? - Beocca, kom binnen.

Vader Pyrlig. - Goedendag, Heer.

Ik lees over niets anders dan schermutselingen en overvallen.

Wat voor plek moet Denenland zijn? - Zondig, Heer.

Zonder twijfel. - Zij streven enkel naar doden en neuken.

Heer, moeten wij wachten?

Even maar. - Vrouwe Aelswith.

Vrouwe, ik vraag om uw vergeving vanwege mijn

kleurrijke beschrijving van het leven van een Deen.

We zijn klaar, Heer.

Vader Pyrlig, ik heb een taak voor u. - Heer.

U bent bekend met Oost-Anglia, of niet?

Dat ben ik, Heer, een land met een ongeëvenaarde schoonheid.

U moet naar Koning Aethelstan. Hij heeft hulp nodig met het lezen van deze brief.

Hij moet afrekenen met de afvallige Denen bij Beamfleot en snel.

U moet 'snel' benadrukken. - 'Snel' benadrukken.

Er is u een lijfwacht toegewezen. Ze wachten op u in de stallen.

Moet ik nu vertrekken, Heer? - Snelheid, Vader.

Ik verheugde mij op de festiviteiten, Heer, de...

Geheel Winchester zal feestvieren... - Snelheid.

Jawel, Heer. Ik zal inpakken wat ik nodig heb. - Heer.

Bent u klaar?

Dat ben ik.

Er moet nog een beetje decoratief werk worden gedaan.

Niet aanraken, je hebt inkt aan je handen.

Zeg wat je ervan vindt. Vind je het mooi?

Ik heb nog nooit zoiets moois gezien.

Hij verdient jou niet. - Zei ik niet hetzelfde?

Ik hoop dat Aethelred dat ook zegt.

Aethelred moet zichzelf als een heel fortuinlijke jonge man beschouwen.

Over een poosje zul je hem aardig gaan vinden, dat weet ik zeker.

Ik vind hem nu al aardig. - Wees stil, je hebt hem amper gezien.

De laatste keer was een jaar geleden. - Aethelred is een goede en devote man.

Die ietwat te vol is van zichzelf.

Komt Uhtred naar het huwelijk? - Jammer genoeg komt hij, daar ben ik zeker van.

Ik beschouw hem als ons geluksamulet.

Er wordt niet gepraat over geluk of over amuletten. Er is God's wil en niets meer.

Prijs Hem.

Hou de paarden vast.

Haal water.

Het is vruchtbaar land, Heer.

Niet groener dan Mercia.

Alhoewel Wessex het voordeel heeft dat ze geen grens delen met de Welsh.

De Welsh in het Westen, de Denen in het Oosten en Alfred in het Zuiden.

We zijn omsingeld. - Ik zou zeggen dat we perfect gepositioneerd zijn

in het midden van Alfred's idee van een Engeland...

Centraal. - Ja, dat mag ik wel.

Heer?

Heer. Nam u al een besluit?

Dacht u erover na? - Waarover nagedacht?

Uhtred.

Mijn verzoek om te mogen trouwen, Heer. Ik zou graag een gezin willen beginnen.

Heer, u zal de man beantwoorden.

Ik zal met haar praten in Winchester en je mijn besluit meedelen.

Dank u, Heer.

Maar je geeft haar geen polsbanden meer of zilver.

Als dat niet de grote Heer Uhtred van het kleine en onbekende dorpje Coccham is.

Ik zie dat je weer drinkt, Aethelwold. - Het zijn maar twee bekers, niet meer.

Ik heb nieuws voor je. Je weet waar je mij kan vinden.

Voordat je een herberg induikt moet ik met je praten.

Waarover? - Privé.

Uhtred, alsjeblieft. Laten wij ons niet haasten met Alfred tot vijand te maken.

Wat als de dode man en de Goden iets anders zeggen?

Dat zullen ze niet doen, als het echte goden zijn.

En ook...

Dat meisje waar Sihtric verliefd op is, je gaat haar niet kleineren.

Ze is een hoer in een bierhuis. - En wat is Aethelflaed?

Is een vredeskoe geen hoer? - Er is duidelijk een verschil.

Ze gaat trouwen en wordt geneukt door een man die ze niet kent en tegen een prijs.

Wat is het verschil?

Het is de manier waarop. - Ze is een hoer in een trouwjurk.

Als dat de manier is dan behoor ik nog steeds aan jouw oom.

Ik zeg niets meer. - Ik ben blij dat te horen.

Uhtred.

Uhtred, zoals altijd is het aanvankelijk leuk jou te zien.

En u, Vader Beocca.

U ziet er goed uit. - Ik voel me ook goed.

Ik wil je voorstellen aan Vader Pyrlig. - Heer Uhtred, ik hoorde veel over u.

Vader Pyrlig was zelf ook ooit een krijger. - Zwaard en speer, Heer,

maar ik was het beu om ijzer in de magen van andere mannen te steken.

Ik had graag een pul bier met jullie willen drinken maar ik moet gaan.

Is de brief veilig?

Ja, Vader. Ik draag hem rechts van mijn balzak.

Heer Uhtred, het was een eer.

Ongewone priester. - Ja.

Uhtred...

ik moet iets met jou bespreken waar ik jouw advies bij nodig heb... over Thyra.

Zoals ik al zei, het gaat goed met haar... Ze is... een genoegen.

Maar mijn probleem is dit...

Ik denk dat ze moet vertrekken.

Zich bij jou in Coccham vervoegen of teruggaan naar Ragnar.

Wil je haar niet hier? - Nee. Ja, ik bedoel...

Nee, ik wil haar hier, het is alleen dat ik...

Ik kan niet meer denken. Ik kan niet werken, ik kan niet slapen.

Zo gaat het al maanden.

Ik kan amper bidden,

en als ik bid, dan bid ik alleen voor mezelf en dat is heel erg verkeerd.

Zondig. - Verkeerd.

Ik realiseerde mij niet dat zij zo'n last is geworden, Vader.

Ze is geen last. Ze zou nooit een last kunnen zijn.

Dan, Vader, snap ik het niet. Waarom moet ze dan vertrekken?

Omdat ik aan niets anders kan denken dan aan haar.

Het is aanhoudend en het is bedroevend en hopeloos omdat...

Zij is mooi en ik ben Beocca.

Een man die oud genoeg is om haar... veel oudere broer te zijn.

Je lacht. - Nee.

Je lacht mij uit.

Nee, Vader, ik zweer het, ik lach u niet uit.

Ik kan je tanden zien. - Ik deel in uw geluk.

Er bestaat geen geluk.

Ik denk dat ik in een soort vagevuur zit.

Thyra gaat niet naar Ragnar.

Ze is gelukkig hier in Winchester bij u.

Onzin. - Beocca, u bent haar vrede. Haar geluk.

Trouw met haar. - Met haar trouwen?

U moet met haar trouwen, Vader. En met haar naar bed gaan.

En dan God danken dat Hij u zo'n geluk schonk.

Prijs Hem, Vader. Prijs Hem.

Maar wat als zij weigert?

Is dat Aethelred?

Van wat ik weet had Alfred geen grotere flapdrol kunnen kiezen.

Ik heb hem nooit ontmoet,

maar met dat uiterlijk ziet hij er inderdaad uit alsof hij uitgescheten werd door een reus.

Hij wordt de koning van Mercia zeggen ze.

De Graven van de Witan zeggen ze. - De Heren van Mercia misschien.

Alfred zou het nooit toestaan dat een andere Saks koning wordt genoemd.

Ook een dode man met de naam Bjorn niet.

Hij wil jou ontmoeten. - Kom met mij mee.

Je knijpt in mijn vel.

Dit was schoon. - Waarom word jij vertrouwd met zaken die mij aangaan?

Wie gaf jou die boodschap? - Een dichter. Een heidense dichter.

Zijn naam? - Eilaf? Eilif? Iets Deens, iets vreemds.

Weet je nu meer? Nee, dat doe je niet.

Ik ben een boodschapper, niets meer.

Of je het nu leuk vind of niet, wij zijn verbonden, jij en ik.

Verbonden? - Ja.

Onze voorouders waren koningen en wij worden amper erkend als graven. We verdienen meer.

Vooral jij verdiend meer.

Wat mij betreft, ik heb een kamer in het paleis en dat is het. Dat is al het land dat ik heb.

Hij heeft mij niets gegeven. Ik maak zelfs geen deel meer uit van de Witan.

Uhtred, ik zie dat je verscheurd bent naar waarom zouden wij aan de kant moeten staan en toekijken

terwijl macht en rijkdom wordt geschonken aan Aethelred van Mercia?

Je bent getuige, je zag hem net,

rijdend door Winchester als een pauw, alsof hij koning is.

Wanneer?

Wanneer kan ik Bjorn spreken?

Als we vanavond vertrekken zijn we over twee dagen terug, op tijd voor het huwelijk.

Ik moet je daarheen brengen.

Kijk hoe hij verrijst uit zijn graf en dan weet je dat het allemaal waar is.

Hij vraagt het niet nog eens. - Heer.

Niet praten, Niet bewegen.

We vertrekken zodra mijn paarden zijn afgekoeld en gevoederd.

De wind blaast een verandering, Heer Koning.

Je zal blij zijn te horen dat ik een besluit nam.

Je mag met dat meisje trouwen...

Heer, dank u. - Als je een opdracht uitgevoerd hebt.

Ga Clapa halen, ga naar de stallen en wacht daar op mij.

Zorg dat de paarden gedrenkt en gevoerd zijn maar klaarstaan.

Jawel, Heer. - Ga.

Dank u, Heer. We zullen onze eerste zoon Uhtred noemen, Heer.

Nee, dat doe je niet. - Nee, dat doe ik niet.

Thyra?

Beocca.

Je liet mij schrikken. - Vergeef mij.

Kom je binnen?

Ik maakte avondeten.

Er is iets dat ik moet zeggen, Thyra, iets dat ik moet vragen.

Dan moet je het vragen... - Trouw met mij.

Ik zei... Ik zei, trouw met mij.

Het was egoïstisch het te vragen, zelfs het te zeggen.

Maar...

ik ben bang dat jij iemand bent geworden zonder wie ik niet kan leven.

Jij bang?

Leven zonder jou...

Wees niet langer bang.

Ik ben hier.

Altijd.

Eten?

Prijs Hem.

Hier is het.

De zaal van de Dichter.

Eilaf kreeg hem van zijn Heer, voor bewezen diensten.

Sihtric, jij gaat niet verder...

niet totdat wij binnen zijn.

Jij laat je al die tijd niet zien. - Jawel, Heer.

Als de dode man verrijst...

als hij terugkeert naar zijn graf, blijf jij kijken.

Wat als hij mij ziet, Heer?

Wat als...

wat als hij weet dat ik in de buurt ben? - Dan beschijt je jezelf.

Je laat je niet zien en je houdt de wacht. - Ja, Heer.

Er zijn mannen. Krijgers.

Wij zijn hier om Eilaf te spreken, de Dichter.

We hebben een uitnodiging.

Wie heeft hier de leiding?

Jij? - Ik heb die.

Ik ben Haesten en u...

bent Uhtred van Bebbanburg.

U spaarde mij in Eoferwic, Heer.

U wordt verwacht en bent welkom.

Ga pissen.

Wie is hij? - Een dief, Heer.

Ik diende Erik, Sigefrid's broer.

Hij doet u de groeten. - Erik is niet hier?

Hij is er niet.

Als ik het aan mij lag was ik ook niet hier.

Mijn mannen zijn bang. - Voor geesten?

Het is een aanblik die u niet zal vergeten.

Mijn Heer wil dat u weet dat hij nu bij Beamfleot is en niet in Frankia.

Met Sigefrid? - En zijn broer...

en met de vloot.

Hij stond erop dat het u werd verteld. - En waar naartoe na Beamfleot?

Dat kan ik niet zeggen.

Maar er wordt gehoopt dat u zich daar bij ons zal aansluiten.

Eilaf rust, Heer, in voorbereiding op vanavond.

U wil misschien hetzelfde doen.

Ze hebben een vloot.

Hoeveel vraag ik mij af? - 19 schepen.

Dat zijn meer dan 500 man, plus diegenen die er al waren.

En die nog zullen komen. - Dan is het begonnen.

Wat? - Het einde van de vrede.

Je staat te dichtbij, meisje.

Laat mij niet nogmaals tegen jou praten.

Zodra het huwelijk is afgesloten,

moet je erover denken Aethelred zijn voorrechten te laten verdienen.

Schermutselingen en overvallen door de Denen mogen niet getolereerd worden, niet één.

Dat moet Aethelred's verantwoordelijkheid worden.

En de graven van Mercia moeten uitgenodigd worden om een Witan van Wessex bij te wonen.

Met wat voor doel?

Met als doel om voor de koning te buigen

en zien dat de Heer van Mercia het ook doet.

Ik twijfel geen moment dat Aethelred droomde...

droomt om mij af te zetten.

Het zou een eenvoudige herinnering aan zijn positie zijn.

Neem mij niet kwalijk, Heer. - Odda. Kom binnen, kom erbij.

Heer, het gaat over iets en niets. - Ga zitten.

Uhtred verliet gisteravond Winchester.

En waarheen? - Dat weten we niet zeker.

En zijn huidige heks? - Zijn vrouw, liefste.

Vrouwe Gisela verblijft in Winchester.

Hij kan niet ver zijn. - Aethelwold is bij Uhtred.

Welke richting gingen zij op? - Mercia, Heer.

Ik denk dat het meer iets is dan niets, Odda, en

ik ben die eindeloze ongehoorzaamheid meer dan moe.

Maar het zal niet uw eetlust verpesten, Heer.

Dat zal het niet.

Laat Gisela bewaken. Zij mag niet vertrekken totdat

haar echtgenoot is teruggekeerd en zijn afwezigheid verklaarde.

Vader Beocca. - Heer, Vrouwe...

Ik heb nieuws. - Is Uhtred teruggekeerd?

Waar vandaan, Heer? - Wat is uw nieuws, Vader Beocca?

Ik ga trouwen.

De ooit trotse en dappere Jarl Guthrum.

Hij noemt zichzelf nu een Christen.

Hij noemt zichzelf nu Koning Aethelstan,

maar hij is niets meer dan Alfred's hond

en hij beschaamt ons allen.

Hij beschaamt elke krijger die ons voorging.

Hij beschaamde de Goden.

En de Goden roepen elke man op

die hier vandaag bijeenkwam om Hen te wreken.

En Hen wreken zullen we.

Morgenvroeg bij zonsopgang...

zal Lunden en al zijn rijkdom van jullie zijn.

Geloof mij als ik jullie zeg...

De Goden zijn met ons.

De Goden zijn met ons.

Vergeef mij dat ik niet wakker was om u te begroeten, Heer.

Bjorn gaf mij weinig rust de laatste tijd.

Dat begrijpen we.

De Goden willen waarachtige mannen.

Dus dank ik u dat u hier bent, Uhtred van Bebbanburg.

Na vannacht...

hoop ik te slapen.

Haal het bloed.

Het is tijd.

Dit is een Christelijke begraafplaats. - Ja, Heer.

Misschien kan Bjorn daarom niet rusten.

Of overgaan.

Alsjeblieft, nee. Alsjeblieft.

Om de doden te laten verrijzen, Heer, moeten we een boodschapper sturen.

Is hij schuldig? - Twee keer.

Alstublieft, ik smeek u, Heer. Ik heb een vrouw, ik heb kinderen.

Wat heb je gestolen? - Alleen maar een lam, Heer, voor mijn gezin.

En bont. - Voor mijn gezin, Heer.

Het spijt mij maar tweemaal een dief verdient om te sterven.

Nee. Alstublieft. - Stop dit in zijn mond.

Alstublieft, nee, Heer, ik smeek u.

Ik kan vechten, ik kan werken, ik kan u dienen. Ik smeek u. Ik sta aan uw zijde, Heer.

Wat is dit? Nee, Heer, alstublieft, nee.

Een harpsnaar, Heer. Een brug van onze wereld naar die van Bjorn's. Dood hem.

Stop de boodschap in zijn mond en dood hem.

Spaar mij. Spaar mij en ik zal u met dankbaarheid terugbetalen.

Bjorn, je hebt bloed.

Ik gaf jou leven.

Ik stuurde jou een boodschap. Als jij vrede wenst,

dan zul je die niet krijgen totdat wij jou hoorden spreken.

De harpsnaar. - Welkom, Bjorn. Dit is Heer Uhtred...

die menige goede Deen naar de plek stuurde waar jij leeft.

Ik leef niet.

Jij hebt een boodschap voor Heer Uhtred.

Heer Uhtred. Ik zie u nu.

De Goden kregen hun offer...

en de broers zijn vannacht

begonnen met wat niet tegengehouden kan worden.

De straten van Lunden zijn roodgekleurd...

met Saksisch bloed.

U...

wordt de koning.

Koning van Mercia, Koning van Saksen

en Denen.

Koning over andere koningen.

U, Heer Uhtred.

Begraaf hem.

Heer Koning?

Het is gedaan.

Wat wij zojuist zagen.

Geloven jullie dat het waar is? - Ik wel.

Ik ook.

Dit bezorgde jullie ongetwijfeld een rilling door jullie ruggengraat.

Wat nu? U bent gezworen aan Alfred.

Alfred is niets vergeleken met de Goden, zou ik zeggen.

Uhtred...

het is ons geboorterecht om koning te worden genoemd.

Haesten.

Heer? - De broers Sigefrid en Erik...

is het waar wat Bjorn zei? Vallen ze Lunden aan?

Dat kan ik niet met zekerheid zeggen, Heer, maar dat was het plan,

om stroomopwaarts te varen en Lunden te veroveren,

dat uw stad zal worden,

als koning van Mercia.

Vertaling en Sync: Het 'The Last Kingdom' Team

Heb je al GRATIS LiveTV aangevraagd? Ga snel naar: https://easy2use.tv

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.