Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ik ben Uhtred, zoon van Uhtred,
Ik zwoor mijn zwaard aan Alfred en versloeg Sigefrid en Erik.
Maar de broers keerden terug uit hun ballingschap
en veroverden Lunden met een groot leger.
Alfred stuurde een priester om met de Noordmannen te onderhandelen...
Vader Pyrlig was ooit zelf een krijger.
Terwijl hij doorging met zijn missie om koning van alle Engelsen te worden.
Ga ik trouwen? - Wie van jullie is Aethelred?
Van wat ik weet had Alfred geen grotere drol kunnen kiezen.
Omdat ik eindelijk mijn zus Thyra bevrijdde
vond mijn vriend Beocca de liefde. - Ik vrees dat je iemand werd
zonder wie ik niet kan leven. - Vrees niet langer.
Terwijl ik met de doden sprak
en elk woord dat hij sprak wilde geloven.
Hij zei dat ik koning van Wessex moet zijn en dat jij ook een koning moet zijn.
Koning van Mercia. Koning over Saks en Deen.
Geloven jullie wat wij zojuist zagen?
Nu moet ik besluiten waar mijn loyaliteit ligt.
Vergeet niet dat je werd opgevoed als Deen.
Bestemming is alles.
Vertaling & Sync: Het 'The Last Kingdom' Team
Je hebt je amper gewassen, vrouw.
Je woont al te lang bij de Saksen. - Hoe kan ik mij wassen in vuil water?
Er is niets mis met het water. We zijn ver weg van de stad.
We komen te laat voor het huwelijk.
Ik heb over Bjorn, de man in het graf, nagedacht. - Uhtred, nee...
Wil jij geen koningin zijn? - Van Bebbanburg, ja.
Laten we van de vroege morgen genieten. Alleen wij tweeën.
En een jachtpartij.
Wie is het? - Het is Aethelred. De Heer van Mercia.
Uhtred van Bebbanburg.
Het gerucht gaat dat je vermist was. - Aethelred.
Ik zie dat je je hoofd uit de reet van de koning haalde.
Voorlopig... Hij slaapt.
De koning twijfelt aan jouw loyaliteit. - Zo is hij.
Hij zei dat jij je associeert met die heidense Denen.
Zoals deze hier.
Uhtred, we zijn ergens anders nodig. - Tussen jouw benen, schatje?
Rustig aan, mannen.
Je zou niet durven. - Wat, je neus afsnijden?
Ik denk dat ik... - Uhtred, we zijn nodig.
Heer Uhtred, u laat Heer Aethelred gaan.
Alstublieft.
Vrouwe, namens mijn heer verontschuldig ik mij.
Dat doe je niet. - Nee?
Er mag geen bloed vergoten worden.
We waren allemaal fout en we zijn allemaal trots.
Wat men zegt is waar.
Je gedraagt je alsof je nog aan je moeders tiet hangt.
Op een dag zul je respect leren.
Heer, het is gedaan, niet? - Dat klopt.
Ik geniet het vertrouwen van de koning. Dat is een waarschuwing.
Ik wil hem dood. - Te vroeg.
Ik weet zeker dat Alfred hem bij tijd en wijle dood wenst,
maar hij kent zijn waarde. - Hij is niets meer dan een heiden.
Uhtred doodt Denen. - Hij doodt Denen, hij overleeft slavernij.
Hij redt ongetwijfeld het leven van kinderen en muizen.
Zelfs mijn toekomstige vrouw zingt zijn lof.
Verlaat ons.
Ik mag hem niet...
en hij mag mij niet. Vanaf dat wij elkaar zagen.
U bent een bedreiging, Heer.
En hij is hetzelfde.
Onze hoop ligt in Denenland.
Met wat geluk zal de onrust groeien.
Vrede zit niet in hun natuur. - Wil jij oorlog, Aldhelm?
Als een Merciaan, Heer...
wens ik dat Aethelred tot Koning van Mercia gekroond wordt.
En dan van Wessex.
Waarom niet?
Het is Alfred die wij dood willen...
en om dat snel te laten gebeuren hebben we oorlog nodig.
Hoe zien wij eruit?
Koninklijk.
Aethelflaed is een gelukkige jonge vrouw.
Ik ben getuige.
Jullie zijn samen, om nooit meer uit elkaar te zijn,
verbonden als man en zijn vrouw.
En een gebed? - Ik ken geen gebeden.
Ik zal een gebed zeggen.
Hild. Alsjeblieft.
Laat ons bidden dat God en al Zijn heiligen en al Zijn engelen in de Hemel...
lachen en jullie zegenen.
Laat ons bidden dat dit verbond van Denen en Saksen
laat zien dat dit land er voor iedereen is.
Onder één God. - Onder één God natuurlijk.
Amen. - Amen.
Wanneer vertel je hem wat Sihtric zag? Dat de geest een leugen is.
Als ik hem dat vertel gaat hij praten. En Sigefrid zal het horen.
Zij moeten geloven dat wij geloven.
Ik hou wel van nog een huwelijk.
Een koninklijk huwelijk in het bijzonder.
Het is genezing voor de ziel. De opwinding, de kosten...
Aethelwold, ik nam nog geen besluit, dus begin niet over pratende lijken.
Edelen reisden van over de zee, zover als Frankia,
alleen maar om te zien hoe de mooie Aethelflaed
met die lekkere broodpudding trouwt. - Een goede beschrijving.
Verder mag hij de hele nacht de koningsdochter naaien.
Aethelwold, wees stil. - Het is de waarheid.
Wees stil.
Of wat, Ier? - Ik dood je in je slaap.
Ze is zo mooi.
Ze is te goed voor hem. - Waarom talmen wij?
Zag Sihtric iets op de begraafplaats... - Sihtric zag niets.
Mag ik zeggen dat je er heel mooi uitziet.
God begunstigd mij op een manier die ik niet verdien.
Heer God in Uw Hemel,
wij staan nederig voor U op deze dag van dank
en blijdschap.
Ik wil alleen maar zeggen dat al die macht, al die rijkdom,
al dat land dat van jou zou kunnen zijn, wordt nu van hem.
Mag ik hem slaan? - Ja, natuurlijk, sla mij.
Maar in jouw hart, in jouw beurs, weet je dat ik de waarheid spreek.
Ja, sla hem.
Het enige dat ik wil zeggen, alweer...
is dat de dode man de waarheid spreekt.
Heer? - Sommigen het verraad vinden.
Nee, dit huwelijk is verraad... - Heer?
Dit huwelijk is verraad van Wessex en het volk van Wessex.
Je bedoelt jezelf?
Mocht de koning sterven heb ik een sterke en rechtmatige claim.
Alfred is bezig met een nieuwe lijn van opvolging...
Neem mij niet kwalijk, Heer Uhtred. - Ga weg.
Ik ben Osferth. - Je bent een monnik, een babymonnik.
Ga weg. - Heer, u...
U kende mijn oom, Heer. Zijn naam was Leofric.
Leofric was een groot man.
Jij bent Alfred's bastaardzoon.
Nee, maar ik... ik wil mij bij u aansluiten, Heer. Aan uw zijde staan, net als mijn oom.
Nee, we hebben geen monnik nodig. - Als krijger.
Heer, ik wil u dienen als krijger.
Uhtred?
Uhtred, ze willen je spreken.
De koning. - Geniet van het huwelijksfeest.
Jij. Zoek mij weer op.
Neem een zwaard mee en doe dat kruis weg. - Dank u, mijn Heer. Ik zal ik doen.
Heer.
Heer.
Je bent gezien. - Gezien waar, Heer?
Dat je Winchester verliet.
Dat je Wessex verliet, Saksisch Mercia inging en Watling Street overstak.
Het Denenland inging, Uhtred.
Ik weet zeker dat je een verklaring hebt. - Ik vertrouw erop dat we de waarheid horen.
Wat voor zaken had jij in Denenland? - De zaken van de koning.
Heer, uw zaken.
Wilt u dat ik vrijuit in dit gezelschap spreek?
Vrijuit, waarom niet?
Lunden werd ingenomen...
door de Noordmannen, Sigefrid en Erik. - Nooit. Wie zegt dat?
Bewogen mijn lippen niet? - Sigefrid en Erik zijn in Frankia.
Dat waren ze en nu zijn ze dat niet, Heer.
Ze hebben een vloot bij Beamfleot, ze hebben een leger bij Beamfleot,
waarvan enkelen stroomopwaarts voeren en Lunden innamen.
Als dat waar is mag dat niet toegestaan worden.
Lunden behoort aan Mercia. Ze zullen de rivier afknijpen.
Dat zullen ze, Heer.
Met respect, Heer Uhtred.
U verklaarde nog steeds niet waarom u de Street naar Denenland overstak.
Ik kan jouw naam nooit onthouden. - Ik ben Aldhelm,
ik ben de bevelvoerder van Heer Aethelred's koninklijke garde.
Wilt u dat ik dat opschrijf? - Je zult antwoorden, Uhtred.
Ik werd uitgenodigd naar Denenland, Vrouwe, naar Padintune.
Ik werd daar gevraagd mij aan te sluiten bij Sigefrid en Erik.
Mij werd het koninkrijk Mercia aangeboden.
En jouw antwoord? - Hij is hier, of niet?
Ik zou zeggen dat dat antwoord genoeg is.
Uhtred, ik zag je niet in de kerk,
ik hoop dat je er was. - Ik was er, Vrouwe, natuurlijk was ik er.
En mag ik zeggen hoe mooi u bent vandaag. - Dank je.
Mijn liefste, wij bespreken uitermate belangrijke zaken.
Ja, dat hoorde ik, Heer. Zijn de Noordmannen van plan in Lunden te blijven
of wachten ze op een afkoopsom? - Een goede vraag.
Naast Uhtred's loyaliteit is dat de enige vraag.
We zullen onderhandelingen aanbieden. - Helemaal juist.
Zodra de festiviteiten voorbij zijn ga jij samen met Aethelred naar Lunden.
Dan kun je op z'n minst hun sterkte en aantallen bepalen.
Dat is uitstekend vooruitdenken, Heer.
Had je echter de broers in Northumbrië gedood dan was dit niet voorgevallen.
Heer Koning, mag ik vragen...
wat voor overeenkomst werd er gesloten in Northumbrië?
Dat de broers levend mochten vertrekken? - Uhtred vertelde mij dat verhaal.
Hij versloeg Sigefrid in de strijd maar spaarde hem op voorwaarde dat zij zouden vertrekken.
Hij deed dat om de levens van zijn eigen mannen te sparen.
Dat wordt onderhandeling genoemd, Heer Aldhelm.
En nu lijden wij onder de gevolgen van die onderhandelingen.
Besluiten worden genomen en consequenties volgen. Zo gaat het.
Het is onze taak het heden af te handelen.
Op uw wijsheid, Heer.
Mijn liefste.
Jij hebt je niet te bemoeien met een gesprek dat een informele Witan werd.
We bespraken zaken betreffende land en oorlog. - Heer, ik heb een interesse in zulke zaken...
mijn vader moedigde dat altijd aan... - Je bent niet langer de koningsdochter.
Je bent mijn vrouw.
Ik ben het die je moet gehoorzamen.
Jij bent fijngevoelig. - Ik vind het interessant.
Ik sprak vaak met de koning... - Je behoort nu aan Mercia.
Je bent mijn koningin. - En jij denkt dat je een koning bent?
Ik noem je koningin omdat je zoveel voor mij betekent.
Ik hou niet van jouw toon of beschuldiging.
Wat ik wil...
is jou op je buik...
op het bed. - Heer?
Jouw echtgenoot wenst jou te neuken.
Je gaat op je buik liggen.
Wat is dit?
Ongehoorzaamheid?
Het is verwarring, Heer. - Moet ik jou teruggeven aan Wessex?
Ongebruikt maar bevlekt? - Dat zou u niet durven.
We zullen zien.
Heer.
Ik ben uw vrouw.
Een goede dag.
Dat was het. - Toch ben ik blij dat hij voorbij is.
Heer.
Mag ik u even spreken?
Vrouwe, het duurt maar even.
Zorg daarvoor, Odda. De koning is moe.
Heer...
Ik vrees dat u Uhtred onderwaardeert.
Hij is onze meest bekwame krijger en was niet anders dan loyaal...
Odda, we bespraken dit al vele malen. Hij is gezworen en toch gaat hij door
zich te gedragen alsof hij vrij is. - Hij is soms wat roekeloos, ja...
Uhtred ging naar het Denenland zonder dit met jou of mij te bespreken.
Ik tolereer zijn gedrag juist omdat hij onze meest bekwame krijger is.
Maar was hij de Street niet overgestoken, Heer, hadden wij niet geweten van de val van Lunden...
Twijfel geen moment dat Uhtred Ragnarson ambitie heeft.
Hij zal in verleiding zijn gebracht door dat aanbod van de Noordmannen.
En toch is hij hier, Heer. - En wat doet hij?
Spioneren? Wachten?
Gaf hij die informatie vrijwillig toe hij geconfronteerd werd? Nee, dat deed hij niet.
Nee, Heer... - Vraag jezelf af waarom.
Ik zei al vele keren...
hij is een zwaard dat ik liever gebruik dan tegemoet treedt
maar hij is niet gelovig en zal dat nooit zijn.
Ik wens je een goede nachtrust, Odda, je hebt het duidelijk nodig.
Wat bezwaart jou, broer?
Uhtred, hij twijfelt aan de dode man. - Denk je dat?
Ja.
We hadden hem persoonlijk tegemoet moeten treden, met eer.
Denk je dat hij weet dat het een truc is?
Ja.
Misschien. - Je weet het niet.
Nee.
Hoe is het met de pijn? - Hetzelfde.
Constant.
Het herinnert mij eraan dat ik leef.
Dat ik moet leven.
Als Uhtred weet dat Bjorn een leugen is...
dan zal hij komen...
met Alfred's leger. - Ja.
Dan kan ik hem uiteindelijk toch doden.
Als we willen is er een manier om het grootste leger te krijgen dat deze kusten ooit zagen.
Het kan gedaan worden.
De rivier de Temes River zou verduisterd worden met schepen, Denen en Noordmannen.
Het enige dat wij moeten doen is slim zijn...
en geduldig. - Geduldig?
Er kan nog steeds bloed vergoten worden, broer.
Maar op deze manier worden wij koningen over alles.
Geen Guthrun.
Geen Aethelred.
Geen Alfred.
Geen Uhtred.
Ze zeggen dat Lunden gevaarlijk is.
Dat is het maar Lunden is levend met alle soorten leven.
Ik hoorde dat vrouwen er niet onbewaakt over straat gaan,
dat men er dagelijks lijken in de rivier vindt. - Twee maal daags, bij eb en bij vloed.
Lunden is geen Winchester, maar één jaar hier zijn er tien ergens anders.
Waarom woon jij dan niet hier?
Om dood in de rivier te eindigen? Zie ik er als een idioot uit?
Wat houdt hen tegen onze keel door te snijden en de kant van de Noordmannen te kiezen?
Dat vroeg ik mij ook al af.
Het antwoord is dat jij nu Alfred's schoonzoon bent.
Uhtred, hoe komt het dat jij hier zo goed de weg kent?
Ik verbleef hier een poosje als jongen, met Jarl Ragnar de Onbevreesde.
Toen je een Deen was?
Zoals jullie kunnen zien is het enige dat in ons voordeel is
dat geheel Lunden niet verdedigd kan worden, het is te groot.
Zelfs voor de muren van de oude Romeinse stad zijn honderden mannen nodig.
Dus de positie van de broers is zwak? - Niet zwak...
maar Lunden staat open voor alle stammen voor een reden.
De verzamelplaats is niet ver van hier. Ik zal spreken.
U moet vragen voor eten en bier, Heer,
mijn maag denkt dat mijn keel werd doorgesneden.
Ik begrijp niet hoe dat een man doodt. - Sigefrid, hak zijn hoofd af en beëindig het.
Nee, ik wil weten hoe.
Het kruis doodt een man langzaam, Heer, het duurt dagen.
Het is zowel marteling als executie.
In tegenstelling tot Saksen en Denen waren de Romeinen slim.
Daar heb je je antwoord. Hak nu zijn hoofd eraf.
Mee eens, Heer, en alstublieft, wanneer het zover is,
met uw scherpste bijl en uw sterkste man.
Je praat teveel. - Dat doe ik, u moet mij snel doden.
God beware ons...
Het is een dood...
niets meer.
Heren.
Het is Uhtred.
Uhtred Ragnarson.
De toekomstige koning van Mercia. Welkom in Lunden...
jouw nieuwe thuis, mocht je het willen hebben.
Sigefrid.
Ik dacht dat jij mij nog steeds wilde doden. - Een lange tijd wilde ik dat.
Maar toen begon ik mijn nieuwe hand leuk te vinden.
Alhoewel ik voorzichtig moet zijn als ik mijn reet wil afvegen.
Het is goed je hier te zien, Uhtred.
Maar ik ken jouw vrienden niet. - Dit is Aethelred van Mercia.
Heer.
Mijn spionnen zeggen dat jij met Alfred's dochter gaat trouwen.
Uw spionnen hebben het verkeerd, Heer. Ik ben al met Alfred's dochter getrouwd.
Hoe neukt ze? - Ik heb geen klagen.
Uhtred, waarom is hij hier? - Ik ben hier om naar de afkoopsom te vragen...
om Lunden te verlaten. - Alfred wil onderhandelen.
Ik wil onderhandelen. - We zijn net pas aangekomen,
waarom zouden we weggaan? - Jullie zijn krijgers,
jullie weten dat het onmogelijk is om Lunden te verdedigen, dus laten we dit regelen.
Is dat een bedreiging?
Jullie afkoopsom? - Het klinkt als een bedreiging.
Ik vraag u zich terug te trekken, Heren, voor een bedrag, voor zilver.
Vlees is onze prijs.
Jouw bruid, Aethelflaed.
Nonsens. - Ze is een grote schoonheid, een gezond verstand.
Ik heb een vrouw nodig. - Ik wil neuken, we zullen haar delen.
Ze is mijn vrouw. - Aethelred, ze houden je voor de gek.
Misschien kunnen we beginnen met een pul bier?
Het was een lange wandeling vanaf de rivier. - Een pul bier wordt het, Heer Uhtred.
Hebt u eten, Heer? - Het brood is oudbakken, maar goed.
Mij werd verteld dat je de dode man zag herrijzen.
Dat klopt. - Hoorde je hem spreken?
Over een goed plan, ja.
Kun jij Ragnar garanderen? En al zijn mannen onder zijn bevel?
Doe je met ons mee? - Ik ben hier.
Ja, maar ben je hier voor Alfred, voor jezelf of voor ons?
Ragnar is in het Noorden.
Het duurt even voor nieuws hem bereikt, meer tijd voor hem om te besluiten.
Ik garandeer niets, Heer.
Waar komen jullie gevangenen vandaan? - Zij komen uit Guthrum's reet.
Jarl Guthrum heet nu Aethelstan. - Guthrum is een strontvlek.
Hij stuurde priesters naar Beamfleot, smekend om vrede,
smekend dat krijgers zich vestigen, om wat te doen?
Schapen fokken? - Veel mannen doen dat, Heer.
Er zijn geen schapenboeren in Walhalla.
Ben je van plan om al die priesters aan het kruis te nagelen?
Dat is Sigefrid's spelletje.
Ik begrijp niet hoe dat een man doodt. - Langzaam, Heer. Het is een wrede dood.
Dat is wat die priester ook zei. - De priester heeft gelijk.
De priester ziet eruit als een bleke zak botten en deeg.
Je moet hem laten vechten.
De Romeinen gebruikte dit plein voor dat doel. Strijd.
Hij zou te gemakkelijk sterven.
Geef hem iets om voor te vechten. Zijn vrijheid.
Waarom?
Ik zie liever hoe hij zich doodvecht dan vastgespijkerd te worden
op een stuk hout. Wat is daar nou leuk aan?
Boltan. We willen geamuseerd worden.
Ben jij mans genoeg om een priester te doden?
Ik ben bijna klaar. Scherpe punt naar voren, niet?
Dus als ik hem doodt ben ik vrij om te gaan, is dat de afspraak?
Dat is de afspraak. - Hoor je dat, Boltan? Hij gaat jou te doden.
Dat doe ik. Pas maar op. - Ik ben bang, Heer.
Bespaar mij die afgang, ik smeek je.
Sta op, priester.
Maak hem af.
Ik wil deze idioot niet doden aangezien ik zeker weet dat zijn moeder van hem houdt.
Maar ik heb jullie woord als krijgers dat ik nu een vrij man ben?
Je hebt mijn woord, priester.
Als al jullie mannen zo vechten...
dan zal Alfred jullie zonder veel moeite Lunden uitsmijten.
Laat je zwaard zakken.
Dank u, Heer. Het was een beetje zwaar.
Waar leerde je zo te vechten, priester? Het klooster?
Ik ben een Brit, Heer. Ik werd grootgebracht met Saksen doden.
Dan sluit je bij ons aan, sluit je bij mij aan.
Tien jaar geleden, misschien.
Maar nu vecht ik voor mijn God en mijn vrijheid klaarblijkelijk.
Als het goed is, ga ik terug met de Heer Uhtred.
Maar niet voordat wij een afkoopsom overeen komen.
Hoop ik?
Hoeveel, zodat jullie Lunden verlaten?
Ik vind het verontrustend dat zij geen zilver in beschouwing willen nemen.
Waarom zouden ze?
Hoe langer Wessex geen handel kan drijven, des te groter wordt de waarde van Lunden.
Kon je hun sterkte bepalen?
Uw priester, Pyrlig, zegt dat zij meer dan duizend man hebben, Heer.
Wij kunnen gemakkelijk drie keer zoveel man bijeen krijgen, Heer.
Lunden is geen veld, het is geen kwestie van aantallen.
Natuurlijk is het een kwestie van aantallen, het wordt een belegering.
Hoe meer mannen we hebben, hoe groter de kans op succes.
Ongeacht hoeveel er zullen sterven? - het gaat om mannen die ladders beklimmen,
het kan alleen slagen met aantallen en dood.
Ik ga geen mannen opofferen omdat er niet wordt nagedacht. Er moet een duidelijk plan zijn.
Dan laat dat duidelijke plan horen.
We vallen één poort aan met een aanzienlijke legermacht, waardoor we kleinere
eenheden door een tweede poort laten gaan, misschien zelfs een derde.
Aanvallend vanaf land? - Ja, vanaf land.
Niet de rivier? - Nee, Heer.
De rivier is het waard om over na te denken, Heer. Het zou hun denkwijze tegenwerken.
Is er een poort in de buurt van de rivier?
Jawel, Heer. Die wordt Ludd's poort genoemd. - Perfect.
Omzwachtelde riemen, de dekking van de duisternis, het voordeel van de verrassing.
De rivier stroomt snel bij Ludd's poort, onmogelijk om daar veilig te landen.
Maar als de Heer van Mercia denkt dat het laten verdrinken van manschappen
een voordeel is, dan laat hem aanvallen.
Uhtred, jouw advies is misschien goed, maar hoe kan ik het vertrouwen?
Heer?
Waarom noemen de broers jou de volgende 'Heer van Mercia'?
Ze noemen mij de volgende 'Koning van Mercia', Heer.
Waarom?
Waarom noemen zij jou 'koning'? Wat is er besproken, Uhtred?
Wat is er afgesproken? - Er is niets afgesproken.
Hoe moet ik jou vertrouwen? - Heer, ik ben dit spuugzat...
Jij bent dit spuugzat?
Je zegt dat je gezworen bent, toch gedraag je je als een spion.
Je gaat heen en weer naar Denenland, verteld halve waarheden, hebt geheimen
en je weigert het bestaan van de ene, ware God te erkennen.
Je dient jouw koning met tegenzin. - Maar ik dien, Heer.
Ik ken jou niet.
En ik zal jou nooit kennen. Ik...
Ik begrijp jou niet.
En ik zal jou ook nooit begrijpen, dat is een feit en een van groeiende verontrusting.
En bovenop dit alles noemen mijn vijanden jou nu 'koning'.
En ze noemden u een wezel, Heer.
Beide is onwaar.
Onmogelijk.
We moeten een aanvalsplan bedenken. Uhtred, jij zult ons verlaten.
Je moet vertrekken. - Maar al te graag.
Mocht u mij nog nodig hebben dan verblijf ik in Two Cranes herberg.
Heer, met het grootste respect,
de onbeschaamdheid waarvan wij getuige waren kan niet onbestraft blijven.
Met het grootste respect, het zijn jouw zaken niet, dit zijn de zaken van Wessex.
Uhtred moet terugkeren naar Coccham. - Heer, we staan op de rand van oorlog.
U hebt uw beste krijgers nodig. - Uhtred moet terugkeren naar Coccham.
Dan ga ik naar de Two Cranes en vertel hem dat...
persoonlijk.
Zoals je wil.
Jij gaat terug naar Mercia en verzamelt mannen, een duizendtal. Wessex zal het evenaren.
Mijn geschreven instructies zullen volgen.
Ik wil Sigefrid en Erik Lunden uit en snel.
Het wordt gedaan, Heer. Dank u, Heer.
Steapa.
Heer?
Vertrouw jij Graaf Uhtred?
Met mijn leven, Heer.
Hij vindt dat ik teveel drink.
Dat doe ik ook, de laatste tijd. - Het is de smaak, Heer.
Het is het effect.
Ik word oud, Uhtred.
Ik word oud, zonder een zoon die mij opvolgt.
Het is alsof mijn tijd verspilt is. - Nee, Heer.
Nooit. - Beloof mij dat je hem niet in de steek laat.
Nog niet, tenminste.
Ik ben geen eedbreker.
Hoe kan ik een man dienen die mij niet vertrouwt?
Aan wie ik zoveel heb gegeven?
Het enige dat hij ziet is dat ik anders ben.
Het enige dat ik in hem zie is zijn vroomheid.
Hij is een man die ik begin te verachten.
Ik vroeg...
en er kwam alleen maar meer twijfel.
Ik laat Wessex groeien. Ik reik uit
voor een Engeland, alles in de Naam van God.
Toch vertrouw ik op de kracht van een heiden,
het zwaard van een ongelovige.
Dat is niet passend, Heer. - Dat is het niet.
Wat als al die tijd dit het werk van de Duivel was die mij verleidt?
Die mij deze krijger aanbiedt, die ogenschijnlijke loyale en dappere man die...
stukje bij beetje mijn ziel verorbert en hetgeen waarvan ik denk dat goed en fout is overschaduwt.
Heer Koning...
dat is wat de Duivel zou doen.
Maar ik zweer, uw ziel is niet aangetast.
Dat zou ik hebben gezien.
Uhtred zal niet veranderen, dat weet ik zeker.
Hij zal tot zijn dood een ongelovige zijn.
Maar u zal ook niet veranderen.
Uw geloof zal sterker worden.
U bent God's koning, Heer.
En toch bevindt zich aan mijn rechterhand een heiden.
Vertrouwt u hem... volledig?
Dat doe ik niet.
Dat kan ik niet.
Dan zorg dat hij verdwijnt.
Heer.
In mijn hand heb ik een brief...
van Alfred van Wessex.
Het is de belofte...
van duizend man.
Het zijn de duizend man die geëist worden
door onze heer, Aethelred van Mercia,
om naast het grote fyrd van Mercia te vechten om Lunden te bevrijden
van de vieze, stinkende,
van pokken vergeven, lelijk als varkens,
heidense, Deense bastaarden.
Een heildronk.
Een heildronk.
Op de krijgers van Mercia.
Waar wij heengaan zullen Alfred en Wessex volgen.
Wij zullen zegevieren.
Op Mercia.
Op Mercia.
Je eet als een vogeltje. Pik, pik, pik.
Ik heb geen honger.
Morgen vertrekken we.
Ik wil dat je meekomt.
Naar de veldslag? - Een gedeelte van de reis.
Of wil je dat liever niet? - Nee, Heer. Ik wil graag mee.
Dan eet.
Voor kracht.
Eruit. Iedereen, eruit.
Je hebt zo'n blanke huid.
Onbevlekt.
Bezorgt mijn aanraking jou angst?
Nee, het was een verrassing, Heer, niets anders.
Heer, liefde moet zacht en aardig zijn. - 'Zacht en aardig', zegt zij.
Hoe kom jij aan de kennis hoe liefde moet zijn?
Dat weet ik niet. - Ben ik niet de eerste?
U zult mij niet beledigen...
Jij gaat mij niet vertellen hoe ik een veld moet ploegen.
Dat is niet wat ik deed. - Wie was het met wie jij was?
Met hoeveel was jij? - Heer, alstublieft...
Uhtred is er een van, nietwaar? - U hebt niet het recht zo tegen mij te spreken.
Natuurlijk heb ik dat recht. Jij bent mijn vrouw. - Ik ben Aethelflaed van Wessex.
En jij zal mij niet behandelen alsof ik jouw dienstmeid ben.
Verhef...
Verhef...
nooit...
jouw schrille stem tegen mij.
Jij gaat naar een priester...
en we zullen achter de waarheid komen. - Dit is geen liefde, dat is de waarheid.
Jij gaat naar een priester.
Vader Beocca. Ik wil u spreken.
Over gebed.
Dit moet onder ons blijven.
Ik vrees dat ik niet de eerste ben...
bij mijn vrouw.
De eerste, Heer? - Om bij haar te liggen, met haar naar bed gaan.
Ik snap het. Maar ze is de koningsdochter. - Ik wil het bewezen zien.
Hebt u het haar gevraagd, Heer? - Ik moet de waarheid weten.
Is er een manier om haar woord te toetsen? - Heer, zij is Aethelflaed.
Moet ik naar een andere priester gaan, Vader?
Een vreemde voor mijn vrouw? - Heer Aethelred.
Welkom in Coccham.
Het juweel van Wessex. Uhtred verwacht u.
Er is een manier, Heer...
uit de Heilige boeken. - Doe het.
Uhtred is bij de vrouwen, Heer. Hij helpt bij het koken.
Zo is het leven van een verbande krijger.
Ik zag nooit eerder een heidense zaal.
Ik ben verrast door zijn warmte.
Verwachtte u hoofden op palen, Heer? - Dat deed ik, Vrouwe.
Vergeef mij mijn onwetendheid. - Ik vergeef u, voor deze ene keer.
Zal Vrouwe Aethelflaed zich na de gebeden bij ons voegen, Heer?
Als zij dat wil, ja.
De reis is haar niet goed bekomen. - Moet zij wel meereizen naar de veldslag?
Het was haar wens haar echtgenoot te vergezellen.
Ze zijn tenslotte pas getrouwd.
Ze zal uit de buurt worden gehouden van gevaar.
Uhtred, schreef de koning dat als de slag om Lunden begint, ik als eerste de ladder op moet?
Dat is tenslotte iets dat hij zou doen. - Jij moet accepteren dat ik het bevel voer.
Het is de wens van de koning.
Dat klopt. - Lieve hemel...
Doe je met ons mee?
Waarom zou ik niet?
Ik ben een graaf van Wessex. - Alfred besloot jou een laatste kans te geven.
Heb je een plan?
We reizen samen stroomafwaarts, voegen ons bij de strijdmacht van Mercia en Wessex,
slaan op korte afstand van Lunden ons kamp op. - Heb je een aanvalsplan?
Ja. Het is niet veel anders dan jouw plan.
Jij valt de noordelijke poort aan met jouw eigen mannen.
Zodra de aanval begonnen is val ik vanuit de moerassen aan met de hoofdstrijdmacht.
Hoe weet je dat mijn aanval begonnen is? - Dat zal ik weten.
Dat zul je weten.
Uhtred, twijfel niet aan mij, ik wil deze overwinning.
Lunden behoort aan Mercia en ik ben Heer van Mercia.
Ik ga met elke man die mij ter beschikking staat om op te eisen wat van mij is.
Goed.
Ik ga met Uhtred mee.
Nee, Steapa, jij blijft bij mij. - Ik ga met Uhtred mee.
De koning zegt het.
Ook goed.
Ik ga met Steapa mee.
Achter Steapa. - Jouw dapperheid kent geen grenzen, Aethelwold.
Een heildronk.
Op de Mercianen die voor Wessex stierven bij Ethandun.
En op de mannen van Wessex die voor Mercia gaan vechten bij Lunden.
Op bondgenoten.
Op bondgenoten.
Dit is het Woord van de Heer.
Als een man vreest dat zijn vrouw ontrouw was... - Dat was ik niet.
zal hij haar voor een priester brengen...
die de bittere wateren zal mengen.
Een drank van God's wateren...
en God's stof moet gedronken worden.
Weet dit...
indien iemand bij u gelegen heeft...
dat de Heere uw heup vervallende,
en uw buik zwellende make. Amen.
Amen.
Kind...
je moet nu drinken...
de bittere wateren.
Dit is niet nodig.
Jij bent puur en God mag mij ter plekke neerslaan als dat niet waar is.
Slaat hij jou?
Als hij dat niet doet, dan gaat hij dat doen. Ik kan het zien.
Hij is niet...
zachtaardig of liefdevol.
Vader Beocca, u moet het aan de koning vertellen. - Nee.
Niet doen. - De koning is de enige die het kan beëindigen.
God maakt een eind aan deze beproeving voordat het begint.
Niet iedereen in Mercia is vriend van Wessex.
Niet iedereen is gelukkig met de invloed van de koning.
En ik moet mijn plicht vervullen voor Alfred.
Mijn echtgenoot zal mij niet breken.
Je mag niemand vertellen wat hier gebeurt is.
U bent stil vandaag, Vader Beocca.
Een slapeloze nacht. - Moet ik met Thyra praten?
Tegen haar zeggen dat jij je rust nodig hebt? - Dat doe je niet.
Over zo'n zaken praat je niet. - En wat zijn dat voor zaken, Vader?
Ik zei al genoeg. Jullie zeiden allen genoeg.
Heren. Ze sloegen op minder dan een mijl hun kamp op.
Dan gaan we dit afmaken.
Tofi. Het vuur moet roken, zwarte rook.
Jawel, Heer, er zal rook zijn.
Iedereen opstaan. Overeind.
We moeten klaarstaan.
Jullie weten allemaal wat er gedaan moet worden.
We mogen niet falen.
Vertrek. We mogen niet falen.
Hij staat open. - Zie je een wachtpost?
Nee. Ik zie een val.
Ja, natuurlijk, als het een val is moeten we erin lopen.
Hou je kop dicht.
Blijf binnen. Als je wil leven, blijf binnen.
Enig idee wat er aan de hand is?
Geen.
Schildmuur.
Aethelred?
Aethelred. - Uhtred?
Wij zagen niemand. - Hier hetzelfde.
Zijn ze dan gevlucht?
Het zijn onze aantallen, Heer. Ze waren bang voor onze aantallen.
Schiet op.
Ze zijn bang voor ons. De stad is van ons.
Nee. Nee. Blijf in formatie.
Behoud jullie formatie.
Heer.
Vuur. - Ik zie vuur daarboven.
Sta klaar. Dat is een signaal.
Dat is ongetwijfeld een signaal, Heer. Ze zullen komen.
Dat is een signaal dat van een mijl of verder kan worden gezien.
Aethelred.
Aan de kant.
Aethelred. Het kamp.
Thyra...
Dood...
Dood komt naderbij.
Dood komt naderbij.
Wordt wakker.
Wordt wakker. Dood komt naderbij.
Grijp jullie zwaarden.
Aethelflaed moet beschermd worden.
Met jullie leven. Voor God en voor de koning.
Deze kant op.
Ze is daar.
Het bos.
Deze kant op.
Aethelflaed, laat mijn hand los. Vlucht.
Vertaling & Sync: Het 'The Last Kingdom' Team
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.