Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Apartheid was een systeem van rassenscheiding
opgelegd door de blanke minderheid in Zuid-Afrika van 1948 tot 1994
de Wet op de Bevolkingsregistratie registreerde burgers naar ras
mensen van verschillende rassen mochten niet in dezelfde winkel komen
naar dezelfde school gaan en onder één dak wonen
Kom, mama.
Laten we het doen.
Eerste Vrije Verkiezingen
Sandra.
Sandra Laing? Hugh Johnston. World Network News.
Mogen we een paar vragen stellen?
Mag ik je handtekening?
te laat voor Sandra Laing
Kijk, mama.
Ik heb een geheim. - Een mooi geheim?
Heel mooi. - Vertel op.
Ik heb Melinda voor je ingepakt.
Klaar, engeltje?
Lieve god, laat dit een veilige reis zijn.
We vertrouwen Leon en Sandra toe aan uw zorg.
We weten dat u ze zal zegenen.
Dag, Thembi. - Dag, Sandra.
Oost-Transvaal, Zuid-Afrika, 1965
Er woonde eens een meisje in een winkel en at alleen haar ongelijke sokken.
Tot er op een dag 'n leeuw langskwam die haar in twee happen opvrat.
Ramen dicht.
Oké, Sandra. - Veel plezier, jongen.
Kom. - Dag, jongen.
Goedemiddag.
Mrs Joubert. Wat een mooie jurk.
Sandra Laing.
Kunt u dat herhalen? - Laing. Ik ben Leon's moeder.
Daar. Bed vier. Dank u.
Mam, waarom kijken ze zo? - Je bent hier nieuw. Ze zijn nieuwsgierig.
Wat gaan we met Melinda doen?
Wil je haar in bed of op tafel? - In bed, mam.
Dat is gebeurd. - Nog problemen?
Ik ben Elize - Wat wil je?
Ik kom uit Swaziland. Dat is een ander land.
Weet ik. Ik ben niet dom. - Al m'n vriendinnen waren zwart.
Ik ben niet zwart.
Jus raakte hem aan en zei: Ik wil dat je rein bent.
Hij was meteen vrij van lepra.
Ogen dicht.
Voor wat wij gaan ontvangen. Heer laat ons dankbaar zijn.
Wat is er gebeurd? Zeg op.
Ik zei Annie dat je niet zwart was en toen sloeg ze me.
Vroeger bestond ons land uit grote vlakten.
En op die vlakten leefden wilde dieren en inboorlingen...
die ons land wilden innemen.
Er waren veel onderlinge oorlogen. Waarom was dat, denken jullie?
Dawie. - Door de kaffers, mevrouw.
Dat is een naar woord. Die taal gebruiken we hier niet.
Annie. - Ze waren anders.
Juist. Annie. Goed. Want ze waren? - Anders.
Ook tegenwoordig leren we nog dat alles aan de Bantoes anders is.
Wat voor werk doen ze?
Ze werken op de maïsvelden. - Juist.
En in de mijnen. - En in de mijnen.
Mijn vader laat ze niet op de tractors omdat ze apenhanden hebben.
Net als Sandra.
Kijk. Wat staat daar?
Meneer Laing, een papiertje is niet genoeg...
om de ouders die klagen omdat er een zwart kind op school zit gerust te stellen.
Sandra is een storende factor. - U bent ambtenaar.
De staat eist van u dat u voor mijn kind zorgt.
Doe uw werk, meneer.
Het is mijn taak om voor alle kinderen te zorgen.
Sandra hoort hier niet.
Het is waar. Sandra is bijzonder.
Dapper, intelligent. Een fantastisch kind.
Leer haar kennen, dan ziet u het.
Wat zeg ik altijd tegen je? - Geef nooit op.
Geef nooit op.
Pas op je zus, Leon.
Doe mama de groeten.
postkantoor
Hallo, m'n kind. - Hoe gaat het, mevrouw?
Nog koopjes vandaag? - De boter is in de aanbieding.
IJs is nooit in de aanbieding.
Nog meer, Joseph? - Dat was alles, Mrs Laing.
Groeit het geld op m'n rug?
Ik heb een nieuwe vrouw nodig. Deze is te duur.
Geduld, broeder, ze is nog jong.
Waarom praat je met ze? Verkoop ze spullen, meer niet.
Wat zeiden ze? - Ik heb m'n zegje gedaan.
Het komt wel goed. Net als met Leon. Het duurt even.
45.
Ben ik ziek'?
Sandra. De tafel van zeven.
Begin maar. - Zeven maal een is zeven.
Zeven maal twee... - Harder.
Zeven maal een is zeven. Zeven maal twee...
Harder. - Zeven maal een is zeven.
Zeven maal twee is veertien. - Harder, zei ik.
Waarom slaat u me? - Geef hier.
Sta stil.
Dat is walgelijk.
Wat heb ik verkeerd gedaan? - Vraag dat je ouders maar.
Pa, wat heb ik verkeerd gedaan? - Niets, engeltje.
Rustig maar.
Heeft u drie mannen nodig voor één meisje?
Ze is nu geregistreerd als kleurling. Ze mag niet naar een blanke school.
Ben je gek'? Ze is ons kind.
Wat ga je hierna doen? M'n vrouw en mij opnieuw registreren?
Stil of je raakt je dochter kwijt.
Er bestaan wetten in dit land. - Van m'n erf af. En meteen.
Wegwezen.
Geen zorgen, Sannie. Ik regel dit.
Hoe, Abraham? - Die wetten moeten ons beschermen.
Ik geef ze een koekje van eigen deeg. - Kunnen ze haar echt weghalen?
Vertrouw me.
Net zoals ik jou heb vertrouwd. - Hoe vaak moeten we dit meemaken?
Je weet dat ze van jou is. - Je bent zo aardig tegen iedereen.
Met wie moet ik dan praten? - Verbaasd dat mensen over ons kletsen?
Over wat? - Ik moet hier wonen.
Ik woon hier ook Hoe is dit voor mij?
Mag ik hier slapen?
Nora.
Ben ik zwart, net als jij?
Nee, kind. Jij bent niet zwart. Kijk.
Je rilt als een rietje.
Als je stopt met rillen kun je het voelen bewegen.
Wat? - De baby.
Ik voel niets.
Hij beweegt.
Ze is sterk - Ze? Wat als het een jongetje is?
We zijn altijd loyale aanhangers van de Nationale Partij geweest.
Maar in het gezicht geslagen worden is erg onaangenaam.
Moet Sandra geregistreerd worden als dienstbode om te mogen blijven?
Met wie mag ze later trouwen? - Wat voor eten eet ze?
Ze eet gezond voedsel klaargemaakt door haar moeder.
Bent u bang dat u gearresteerd wordt volgens de Immoraliteitswet?
Ik ben m'n man nooit ontrouw geweest. - Hoe verklaart u dan uw kinds uiterlijk?
Dat kan ik niet verklaren. Zwarte voorouders zijn ons onbekend.
Sandra, kom bij je papa.
Dit is Sandra. U mag haar foto nemen maar geen vragen alstublieft.
Abraham, maak hier 'n eind aan. - Ik weet wat ik doe.
Een rariteitenshow, dat was het.
Ik laat haar weer als blank registreren.
Hoe verandert dat haar huidskleur? - Ik doe het voor haar.
Ik doe het voor ons allemaal.
Ik heb 'n cadeautje voor je.
Ooit gaat ie wel door die krullen.
Ben je boos? Wil je me slaan?
Toe, sla maar.
Beter zo?
Ik heb nog wat voor je.
Smeerde je vroeger Leon ook in?
Want het brandt.
Ik blaas wel.
Gaat u zitten, alstublieft.
Naam? - Sandra Laing.
Wat is uw relatie? - Wij zijn haar ouders.
Gaat u zitten.
Pardon.
alleen voor blanken
Dank u. We blijven wel staan.
De definitie van een blanke is een persoon met het uiterlijk van 'n blanke...
en die niet wordt gezien als kleurling...
of die wordt gezien als blanke en wiens uiterlijk niet duidelijk niet blank is.
Is dat duidelijk'?
Schud met je hoofd. Harder.
Draai je om. Stop.
Helemaal.
Doe je mond open. Laat je tanden zien.
Dank je. Je kunt gaan.
Wacht even.
Vraagt u niet naar haar achtergrond? Haar scholing, over ons, haar ouders?
We hebben gezien wat we moesten zien. - U ziet dus dat ze blank is.
U krijgt over een paar weken bericht. - Ik zeg u dat ze blank is.
Ik ben haar vader. Ik ben net zo blank als u.
Dit is haar moeder. Onbetwistbaar blank.
En Sandra is onze dochter. Bloed van ons bloed.
We vragen u nu te vertrekken. - Nee. Er valt niets te beslissen.
Kijk. Wat is dit? Kijk. Zeg op.
Zeg me wat dit is. - Meneer Laing. Hou op.
Kijk dan. Ben je blind? - Toe, pap.
Abraham. Alsjeblieft.
Genoeg.
Dank u wel, heren. Dank u voor uw tijd.
nog geen plan voor Sandra's school
Sandra wordt weer afgewezen
En als het op Sandra lijkt?
Dan hou je er toch niet minder van?
Ik hou van Sandy, maar het is moeilijk, mam.
Dat weet ik.
Ik weet dat het moeilijk is.
Slaap maar lekker.
Wat is er gebeurd?
Moet ik pap halen? - Nee. Pak de lotion uit de slaapkamer.
Oh, liefje.
Ze zeggen dat ze gekleurd is.
Wat maakt het uit wat er staat?
Laten we verder gaan met ons leven. We gaan goed voor Sandra zorgen.
Je begrijpt het niet. We laten dit niet over onze kant gaan.
Ze is onze dochter. Ik neem het tegen de hele regering op als 't moet.
Geef nooit op, Sannie. Geef nooit op.
Zweert u voor god en op de bijbel dat u de ouders bent van dit kind?
Ja, edelachtbare. Ik bedoel, dat zijn we, edelachtbare.
De volgende getuige alstublieft.
Dr. Sparks, u wilt 'n verklaring afleggen. - Ja, edelachtbare.
Ik heb de zaak Laing bestudeerd... - Ik bewonder kortheid, dr. Sparks.
Kunt u zeggen wat uw vakgebied is en waar u werkt?
Mijn excuses. Ik doe genetisch onderzoek aan de Wits University.
Ik geloof dat er een verklaring is voor Sandra's uiterlijk.
De geschiedenis van ons land is zo...
dat volgens ons de meeste Afrikaners zwarte genen hebben.
Stilte.
Gaat u verder.
Twee blank uitziende ouders kunnen samen genoeg zwarte genen hebben...
om een kind voort te brengen dat veel donkerder is dan zijzelf.
Dit fenomeen noemt men 'n terugslag.
We gebruiken liever de term: Polygene overerving.
Dank u, dokter.
Wat nou? Ik heb niemand vermoord. - Opschieten. We krijgen een baby.
Hij lijkt sprekend op pap.
Wil je hem vasthouden?
Leg z'n hoofdje in je elleboogholte. Goed zo.
Zorg nu dat hij trek krijgt door over z'n buikje te wrijven.
Goed zo.
In het parlement is een amendement ingediend...
op de Wet op de Bevolkingsregistratie. Afstamming in plaats van uiterlijk...
wordt de beslissende factor bij alle registratiezaken.
Kinderen worden nu geregistreerd naar hetzelfde ras als hun ouders.
Onze verslaggever ging de straat op voor wat reacties.
Ze is weer blank.
Ze is weer blank. Sandra, je bent blank.
Sint Dominicus Kloosterschool, 1973
De ventilatorriem was kapot. Ik heb 'm gerepareerd met m'n panty.
Wie zijn die knappe jongens? - Die zijn van de jongensschool.
Ze komen eens per maand. - Wat leuk
Niet echt.
Zal ik m'n tassen pakken?
Doe je armen naar beneden, dan kan ik je beter zien.
Zo groot al. Je bent nu een hele dame, hè?
Liefje.
Kom met me spelen. - Nee, ik wil papa begroeten.
Zeg dat hij op tijd komt. Boerekos, je lievelingseten.
Geen kool meer. Die verkoopt niet. Kijk je sla. Verlept.
Ik neem die en die. Dat is 25.
Betaalt u volgende week maar.
Dit is geen plek voor een jongedame.
Ik heb een schrijfmachine voor je.
Dan kun je ooit op een kantoor werken.
Mama, ik wil 'm over de knieën. - Je hebt prachtige knieën. Liefje.
En alle meisjes dragen ze korter. - Wat vindt u, pap?
Heel modern.
Ga weg alsjeblieft.
Het is net of je een geest hebt gezien. - Het is te licht voor me.
Gebruik dat niet. Je huid is zo mooi.
Ik wil niet met Johan uit.
Wie heb je dan liever? Martinus? - Die is te dik.
En hij heeft zo'n klein broekje aan.
Je hebt hier niet veel keus.
Prachtig.
Wat niet zo fijn is, is dat m'n vader elke zondag een haan de kop afhakt.
Maar het vlees is echt mals. De Leghorns zijn de beste legkippen.
De kinderen op school zeggen altijd dat m'n moeder de eieren legt.
Wist je dat je een kip kunt hypnotiseren?
Echt waar. Je legt haar op haar rug en trekt een lijn vanaf de snavel.
Dan ligt ze daar, met haar snavel open.
Voel je maar niet rot dat je eruitziet als een kleurling.
Ik vind het niet erg.
Dit vind ik een goed nummer.
Iemand klaagt over je, denk ik.
Alsjeblieft. Laten we gaan.
Ik heb m'n vader beloofd dat ik met je wegblijf tot zes uur.
Nog een halfuur.
Neem me niet kwalijk
Ik zit vast.
Betalen was gemakkelijker geweest.
Dat deed pijn. - Daarom maakte ik je aan het lachen.
Ik moet weg. Wacht hier. Ik geef je 'n lift naar huis.
Je kunt niet naar huis lopen. Dan heb je geen voeten meer over.
M'n moeder kan voor me instaan. We kunnen nu naar haar toe gaan.
Het duurt twee dagen, maar als je erop staat...
Vind je m'n bakkie mooi? - Is hij van jou?
Ik heb ervoor gespaard. Twee jaar en acht ton kool.
Heb je ooit gereden en tegelijkertijd gedanst'?
Ik dacht al van niet. Zet de radio aan, alsjeblieft.
Goeie genade.
Waar woon je?
In Driefontein.
Net over de regenboog.
Ik ga maar gauw, voor papa komt.
Dank je wel.
Waar is Johan? - Hij heeft me afgezet.
Hij moest naar huis. - De hele middag over kippen gepraat?
Geen tweede afspraakje?
Verwacht niet meteen de ware te vinden.
Het duurde heel lang voor ik je vader vond.
Welterusten.
Sterf, Zoeloe, sterf.
Je plukt ze te vroeg.
Ik neem die en die. Dat is 16 bij elkaar.
Sandra betaalt uit de kassa. En niet meer dan is afgesproken.
Ja, baas.
M'n voeten doen nog steeds pijn. - Ik heb 'n middeltje.
Breng me de boeken van gisteravond.
Wat doe je met m'n dochter?
We praten alleen wat, baas.
Twee meter, Petrus. Die afstand bewaar je als je met haar praat.
Ja, baas.
Heb je overal kroeshaar?
Sorry'? - Daar beneden.
Is het kafferhaar of blankenhaar?
Kreng.
Dat zijn er nu dus twee die ze niet goed genoeg vindt.
Laat haar met rust.
Houdt u van me?
Dat is een domme vraag. - Kijk me aan.
Wat ziet u? - M'n mooie meisje.
Pap, ik ben niet blank.
Die jongens willen een blanke vrouw om mee te trouwen.
Genoeg.
Je mag van tafel. Ga.
Mag ik vandaag in de winkel helpen? - Hou je mond.
Heb je haar plekken niet gezien? - Zuigplekken.
Nee, hij heeft haar pijn gedaan. Dit wordt niet gemakkelijk.
Natuurlijk niet. Maar wat moet ze? Altijd hier bij ons blijven?
Er zijn buitenlandse jongens op school. Die hebben andere ideeën.
Ze kunnen haar meenemen. - Haar meenemen?
Toen ze werd geboren wilde jij je in de rimboe verbergen.
En nu moet iemand haar meenemen? - Ik wil dat ze een goed leven heeft.
Ze trouwt met een Afrikaner. Want dat is ze. Afrikaans.
Goedemorgen. Goedemorgen, baas.
Ga niet weg.
Is het een mooi geheim dat je hebt?
Heel mooi. - Er moet 'n nieuwe carburateur in.
Wacht niet op me. Laat Nora wat eten bewaren.
Hij is nog steeds boos op me.
Je kunt beter je best doen. Je bent net zo koppig als hij.
Hij negeert alles wat ik zeg. - Het is niet persoonlijk.
Voor je vader zijn twee woorden al een gesprek.
Ga je het me vertellen?
Het is onbelangrijk Het doet er niet toe.
Die littekens zijn van Inyanga, een medicijnman.
Om me te beschermen. Ze maken me sterk en gelukkig.
Daardoor kreeg ik jou.
En dat?
Van m'n oma.
Ze sloeg me met een koekenpan.
Ze is een keiharde.
Hoe doe je dat?
Me een goed gevoel geven?
Ik doe m'n best.
Waar ben je geweest?
Ik ben gaan wandelen. Naar Nora.
Nog een keer.
Wat doe je met die kaffer?
Zeg op. Ik zag het met m'n eigen ogen.
Dit is jouw schuld.
Ga terug naar bed. Liefje.
Weg met je hand of er gaat een spijker door.
Luister eerst naar haar voor je haar gevangen zet.
Geen praatjes meer, dit is serieus.
Ik mag 'm graag.
Petrus.
Mag je hem graag als vriend, als broer? - Als vrijer.
Petrus is een zwarte man. Uitschot in dit land.
Hij begrijpt me, mam. - Je hebt zelf in de hand wat je wordt.
Ga je gezicht wassen.
Je hebt je vader genoeg gestraft.
Welkom thuis, jongen.
Nora, kop op.
Petrus. M'n baas is kwaad op je.
Kwaad? - Je kunt beter gaan.
Dood en begraven.
Dat ben je als je nog eens hier of bij m'n gezin komt. Begrepen?
Ja, baas Laing.
Baas Laing. - Wat ben jij een stomme kaffer.
U begrijpt het niet. - Ik tel tot drie.
Drie.
Mam, hij is gek. Doe wat.
Abraham, niet doen.
Er zijn hier kinderen.
Vergeet niet dat ze je dochter is. - Waarom doe ik dit, denk je?
Ik nam het op tegen de staat.
En ik laat geen verdomde kaffer m'n gezin verscheuren.
Kan ik u helpen, baas?
Waar woont Petrus Zwane?
Hij is naar Swaziland, naar een neef in Mbabane.
Je hebt een blank meisje gestolen. - Ik heb niemand gestolen.
Wie ben jij? - Sandra.
Harder. - Sandra Laing.
Is dat het blanke meisje? - Vast een grap.
Aankleden. Allebei. Meteen.
Opschieten.
Naar binnen.
Hoe lang moet ze gestraft worden? - Dat beslist de rechter.
Ze heeft een misdaad begaan.
Ze heeft tijd nodig om na te denken.
Om berouw te hebben.
Gaat u staan.
Gaat u zitten.
Sandra Laing.
Je zat drie maanden gevangen, omdat je illegaal in Swaziland was.
Ik wil je vrijlaten op voorwaarde dat je naar je ouders teruggaat...
tot je meerderjarig bent.
Sandra, kom.
Je hebt de rechter gehoord.
Door u zat ik daar. Ik ga niet mee. - Toe liefje, kom naar huis.
Je vader weet dat hij fout was.
We willen je thuis, Sandra. Je moeder, Adriaan, Leon.
En ik ook. Ik wil je thuis. - Dat is onmogelijk.
Toe. We hebben een fout gemaakt.
Sandra, als je nu niet komt zul je je familie nooit meer zien.
Nee, Abraham.
Hij meent het niet.
Ik ben zwanger.
Wilt u me nog steeds thuis?
Jullie zijn nu onze enige familie. Begrepen?
Ze heeft jullie ook verlaten.
Het komt.
Persen, persen.
Hier is je kindje.
Is het een meisje?
Zie je wel, mama. Ik zei toch dat ze me geluk bracht.
Henry.
Waar is je bakkie? - Ik heb 'm verkocht.
Een investering in de toekomst. Door deze winkel kopen we er twee.
Misschien wel honderd.
Petrus, wordt het hier goedkoper dan in de stad?
Hij is een echte zakenman. - Hij pakt het serieus aan.
Dit kunnen ze ons niet meer afpakken. Zie je Betsie Verwoerd dat al doen?
Gefeliciteerd, Petrus.
Was Petrus altijd al zo'n opschepper? - Altijd al.
Maar met jou kan hij echt opscheppen.
Schatje, laten we dansen.
Toe, hij bedoelde het niet kwaad. - Petrus, waar is het bier?
Ik ben nog niet dronken genoeg.
retour afzender
Ik dacht dat je hier gelukkig was. - Dat ben ik ook.
Waarom schrijf je dan aan je moeder? - Ik mis haar.
Ik hou heus ook van jou.
Sandra zei dat je 's middags het terras veegde.
Ze stuurt je een blief. En ze doet je de groeten.
Wat heeft ze je gegeven? - Niets, baas.
Geef aan mij.
Zeg Sandra dat haar moeder niets met haar te maken wil hebben. Ga nu.
Hij is een boze man. Boos, boos.
Als je nog eens liegt gooi ik je eruit.
Niet doen.
Kunnen we niet naar ze toe? - Sannie.
Ik smeek je. Alsjeblieft.
Weet je hoe die mensen leven? - Ze is je dochter.
Goed. We gaan naar ze toe. En dan?
Halen we ze hierheen? Gaat ze achter wonen met het kind?
Waar heb je het over? Ze heeft altijd bij ons gewoond.
En Petrus? Moet hij ook hier bij ons wonen?
Ik vraag alleen maar om Sandra en haar baby te zien.
Nee. Ze heeft gekozen.
Laat staan.
Eruit. Eruit.
Weet je waarvan ik wakker lig?
Misschien heeft ze goed gekozen.
Leg weg. Ik wil niets wat je verdrietig maakt.
Ik wil je vrouw worden. - Dat ben je.
Je echte vrouw. Je wettige vrouw.
Je weet wat dat betekent.
Te veel van je vader in je.
Laat de persoon naast je met rust. Ze moet rusten.
Jij ook, mama. Ga slapen. Het gaat goed hier.
Goed.
Wil je nu geregistreerd worden als kleurling?
Ja. M'n zoon is gekleurd. Ik wil met z'n vader trouwen, 'n zwarte.
En jij bent? - Blank. Volgens de overheid.
Is dit een grap? - Ik ben bang van niet.
Ben jij de vader? - Ja, baas.
Momentje.
Sorry, ik kan je niet helpen. Ik moet je geboorteakte hebben.
Volgende. - Wacht.
Wat moet ik in de tussentijd doen? - Zonder ID-bewijs besta je niet.
Kan ik dan evengoed met m'n kind en z'n zwarte vader samenwonen?
Nee, dan overtreed je de wet.
Kom.
De groenten zijn bijna op, maar...
Dit is Henry. - Wat een prachtjochie.
Weet je wie ik ben? Heeft je moeder je over me verteld?
Waarom schreef je niet? - Je vader heeft al m'n brieven verbrand.
Hadden we maar meer tijd. Je vader kan zo terugkomen.
Ik heb m'n geboorteakte nodig.
Ik wil weer kleurling worden.
Ze kunnen me m'n kindje afnemen.
Oh, Sandy. Weet je dat zeker? - Ja. Ik ben gelukkig.
Ik zorg dat je 'm krijgt. Dat beloof ik.
Mag ik 'm houden tot de volgende keer?
Wacht.
Kom nog eens terug.
Of ik...
Blijf in de auto.
Je kleinzoon heeft jouw ogen. - Als ik ze ooit hier vind, vermoord ik ze.
En daarna mezelf.
Jullie zijn vaak genoeg gewaarschuwd. Kromkrans is nu alleen voor blanken.
Vertrek nu rustig.
Doe dit alsjeblieft niet, broeder.
Het is mijn bestaan.
Vooruit.
Ik weet niet wat ik mee moet nemen. - Dat heb je niet nodig. Of die akte.
In je hoofd ben je nog blank.
Voor jou verliet ik m'n familie. Wat kan ik je nog meer geven?
Je snapt het niet.
Ik heb niets. Mijn zoon heeft niets. Jij kunt altijd naar huis gaan.
Dit is mijn huis.
Naar de hel met de blanken.
Ze nemen ons onze huizen en gezinnen af. Ze behandelen ons als vee.
En wij zouden mensen zijn? Hoe kunnen we dat geloven?
Weten jullie wat?
Mijn vrouw is blank.
Ze heeft me niets dan ongeluk en ellende gebracht.
Haar huid is een vloek.
Ma Jenny, ik ben weer zwanger.
Dat is een zegen.
Tjakastad thuisland
Dat vindt hij niet fijn, Henry. - Laat me.
Het gaat beter met z'n been, zegt hij.
De mijnarts zegt dat het gescheurd is, niet gebroken.
Hij stuurt binnenkort geld en hij mist je.
Niet nu, Elsie. Ik ben bezig. - Henry heeft me geslagen.
Hopelijk bijt hij 'm.
Hij heeft lang niet geschreven maar hij was gearresteerd.
Het volgende stuk kan ik niet lezen.
Het moet los.
Lieve ma, ik denk vaak aan jullie. - Lees mijn brieven niet.
Vertelt de blanke mevrouw de kaffer wat hij wel en niet mag doen?
Kijk goed. Zo leerde mijn moeder me...
Ik ben het zat over je moeder te horen.
Wil je dingen laten groeien?
Dan heb je water nodig. Heeft je moeder dat niet verteld?
We houden contact. Je was als 'n moeder voor me.
Een oma misschien. Iedereen heeft twee oma's, en maar één moeder.
Hallo, zuster. - Hallo.
Woont Mrs Sannie Laing hier nog? - Ik ken jou.
Ik ben Thembi.
We speelden vroeger samen. Je hebt me leren zwemmen.
Haar vader, vlug, vlug.
Waar zijn m'n ouders naartoe?
Naar Pongola. Daar woonde familie.
Een neef volgens mij.
Willen jullie een lift? - Til jullie voeten maar op, kaffers.
Wacht. Laat het me uitleggen. - Ga weg of ik bel de politie.
Ik ben Sandra.
Mam? - Sandy?
Ik ben het, mama.
Alsjeblieft, mama. Ik moet je spreken.
Ik ben weg bij Petrus. Waar ben je?
Sannie? Wie is dat?
Het spijt me, Sandra. Je vader is erg ziek.
Ik mis je zo.
Ik hou van je, mama.
Ik moet nu naar 'm toe.
Ik hou ook van jou.
Hou vast met twee handen.
Waar is ze?
Bij Anna. In Pongola.
Breng me naar haar toe.
Nee, Abraham. Dat kan niet.
Je bent te ziek.
Ik haal je lunch en je pillen.
Wat doe je nu, verdorie?
Ik ga naar haar toe in Pongola. - Jij gaat nergens heen.
Terug je bed in. Dat moet van de dokter.
Je hield ons al die jaren gescheiden. Je wilde niet eens hun foto's zien.
Waarom wil je nu wel gaan? - Alsjeblieft. Ik wil haar zien.
Wil jij haar zien?
Ik wilde haar elke dag zien de afgelopen tien jaar.
Het spijt me. Ik had ongelijk.
Dat moet ik haar vertellen.
Wil je dat ze je vergeeft? Dat verdien je niet.
En ik ook niet.
Ik smeek het je. - Nee.
Je hebt gekozen.
Kom, mama.
Laten we het doen.
Mogen we een paar vragen stellen?
Kijk niet in de camera.
Heb je vandaag gestemd?
Ze moet harder spreken. - Wat harder deze keer, Sandra.
De meesten kennen je verhaal nog.
Wat vind je van de veranderingen in Zuid-Afrika?
Ik ben blij voor het land. Maar het is te laat voor mij.
Ik heb m'n ouders bijna 20 jaar niet gezien.
Ik weet niet waar ze zijn.
Post voor je.
Mag ik je handtekening?
Wat een kreng. Ze voelt zich te beroemd voor ons.
Kom me helpen.
Een stille aanbidder? - Hij is van m'n moeder.
M'n vader is overleden aan kanker. Twee jaar geleden.
Ik kan 'm voorlezen, mam. - Het geld is van m'n vader.
M'n broers kregen hetzelfde bedrag.
Is dat het?
Ga je terugschrijven?
Er staat geen afzender op.
Die informatie mogen we niet geven. - Dit is toch het nieuwe Zuid-Afrika?
Klinkt vrijheid van informatie bekend? - Zeker.
Ik blijf tot ik m'n dossier heb.
Hier staat ene Sandra Laing. Ze gaat niet weg zonder haar dossier.
Je kent me vast niet meer. - Ik weet wie u bent.
Je bent weer kleurling, hoorde ik. - Dat was nodig.
Na al die moeite van je vader. - M'n vader is dood, meneer.
Alstublieft. Help me m'n moeder te vinden voor zij ook sterft.
Die gegevens hebben we hier niet. - Waar moet ik dan naartoe?
Dit is een pensioenkantoor, geen detectivebureau.
Als ze leeft moet ze pensioen krijgen. Jullie moeten haar gegevens hebben.
Altijd ik weer. Deze is haar moeder kwijt.
Er zijn nog zeventig beambten, maar ik ben altijd de pineut.
Je hebt een aardig gezicht. - Welnee. Ik heb een dik gezicht.
De mensen zien het verschil niet.
Hallo, mevrouw. - Hallo, zuster.
Woont Mrs Laing hier? - Het spijt me, zuster.
Ze is maanden geleden vertrokken. Ze heeft een beroerte gehad.
Is het 't echt waard?
Ik dacht dat je 't begreep. - Dat dacht ik ook.
Maar wat is er mis met ons? Zijn wij niet genoeg voor je?
Natuurlijk wel.
Je hebt altijd je ouders nodig.
Ze maken deel uit van wie je bent.
Hallo, oma. - Telefoon voor je.
Hopelijk is het de moeite waard.
Luister, Sandra. Ik sprak het hoofd van de politie.
Hij heeft navraag gedaan.
Hier is je dochter voor je. - Mijn dochter?
Zeg je niets?
Je had genoeg te zeggen tegen die TV-verslaggever.
Ik vertelde de waarheid. - Niet alleen jij hebt geleden.
Ik had niet moeten komen.
Er ligt een sleutel in het kastje.
Nee, niet daar. In de la.
Nee, de andere.
Laat me helpen. - Ik kan het zelf wel.
Doe niet zo koppig, mam.
Kom.
Maak de kast open.
Die.
Die doos.
Ik heb 'm verborgen voor je vader.
Duiven schijten veel.
Het is waar.
Ik mocht van je vader niet vloeken, maar nu vind ik het leuk.
Hij was geen slechte man. Hij deed z'n best.
Geef nooit op. - Had ik dat maar nooit gehoord.
Nee, mam. Die woorden hielden me op de been.
Sandra's Regenboog Snoepwinkeltje opende in 2003
ze heeft nu zeven kleinkinderen
Sannie Laing stierf in 2001
Petrus Zwane stierf in 1987 bij een dronkemansruzie
Sandra's broers Leo en Adriaan weigeren haar te ontmoeten
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.