Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Dit is 'n Allerheiligenverhaal uit Brooklyn, waar alles kan gebeuren
Om drie uur die dag, gebeurde er dit...
Intussen hing aan de andere oever romantiek in de lucht
- Hier is het, Elmer. - Ik kan best 'n borrel gebruiken.
Zouden er vandaag beroemde mensen trouwen?
Het is alsof dezelfde sufferds elke dag trouwen.
Die kerel met die zonnebril.
Waarom verbergt hij zich?
- Is dat Mortimer Brewster niet? - De theatercriticus?
Nee, maar wat 'n nieuws als de man van de Vrijgezellenbijbel trouwde!
Het is te mooi om waar te zijn. We fotograferen de burgemeester.
Laten we kijken wie hij is.
"Leve het jonge paar, hiep hiep, hoera."
- Uw naam? - Elaine Harper.
- Iets harder, graag. - Elaine Harper!
En uw naam?
- Mortimer Brewster. - Pardon?
- Mortimer Brewster. - Harder. U hoeft niet bang te zijn.
- Ik wil het stil houden. - Wat? Natuurlijk houdt u van haar!
U begrijpt 't niet. Dit mag niet uitlekken. Ik ben Mortimer Brewster!
- Wie bent u? - Mortimer Bre...
Het is 'm!
Mr. Brewster!
Mr. Brewster!
Dag, schat...
Hoe kan ik, het symbool van het vrijgezellenbestaan, met je trouwen?
Ik heb ellenlange artikelen tegen het huwelijk geschreven.
En nu heeft de dochter van 'n pastoor uit Brooklyn me aan de haak.
Wat zie je eruit! Wat is dat?
De broche die ik van je tante leende. "Iets geleends, iets..."
Jaja, dat weet ik allemaal wel! Rijst, ouwe schoenen, huwelijkreis!
Ik heb 't jaren belachelijk gemaakt! lk kan niet met je trouwen.
Ben je niet beledigd? Ga je niet huilen, ga je geen sc�ne maken?
Zeg geen nee! Het huwelijk is een bijgeloof, het is verouderd...
Kom mee.
Terug naar ��n van de meest charmante wijken van Brooklyn
Verder moet u uzelf maar redden
DIT KERKHOF WERD AANGELEGD IN APRIL 1654
Kom nou, O'Hara. Ik geef je de beste surveillancewijk van Brooklyn.
Moet je die oude kerk en die huizen zien.
- Sliep George Washington hier? - Ja, het stinkt hier van de sfeer.
- Moet je dat huis zien. - Wonen de eerste eigenaars er nog?
Geen grapjes over de gezusters Brewster. Het zijn lieve ouwe dames.
- Ze zijn als gedroogde rozenbladen. - Gedroogde rozenbladen?
- Die tantes zijn vast straatarm. - Nee, hun vader liet geld na.
Noem ze geen tantes. Brophy, is de inspecteur er nog?
- Waarom verhuren ze dan kamers? - Ze verhuren geen kamers.
Maar iedereen kan een hap eten krijgen en wat kleingeld.
Zo vinden ze mensen om te helpen.
Vader, ik hoop niet dat u afkeurt dat Mortimer theatercriticus is -
- en uw dochter meeneemt naar het theater.
Dat niet. Maar een man met dergelijke ideeen over 't huwelijk -
- hoort niemands dochter ergens mee naartoe te nemen.
- Ik geloof dat ik kou vat. - Nee, vader Harper niesde.
We mogen niet boos zijn op Mortimer. Hij houdt van haar.
Zuster Martha en ik zijn zo blij. Vroeger kwam hij maar zelden.
Nu is hij zes nachten per week in Brooklyn.
- Let een beetje op je woorden. - U weet toch dat ik niet vloek?!
De dames zijn teergevoelig.
Neem me niet kwalijk. Nee, Teddy! lk doe wel open.
- Kom binnen, mr. Brophy. - We komen het speelgoed halen.
- O'Hara neemt mijn wijk over. - Welkom in onze buurt.
- Heren! Welk nieuws heeft u? - Niets te rapporteren, kolonel.
- Nee, in het geheel niet. - Mooi! Dank u, heren. Plaats, rust!
- U kent pastoor Harper. - O'Hara is de nieuwe wijkagent.
Aangenaam.
Het speelgoed ligt op de stoel naast de deur van de bibliotheek.
Haal je leger en marine uit tante Martha's kamer. Ze zijn ingepakt.
Heel goed dat u speelgoed repareert voor de kinderen van 't zomerkamp.
Ten aanval!
Dan hebben we wat te doen op het bureau. Kaarten gaat ook vervelen.
Dus dit is het speelgoed?
- Hoe is het met uw vrouw? - Beter, maar ze is nog wat slap.
- Ik geef u wat bouillon mee. - U heeft al zoveel gedaan.
Kletskoek! lk ben zo terug.
Als ik weet wat goedheid en absolute goedgeefsheid is, -
- komt het omdat ik de gezusters Brewster heb leren kennen.
- Je had beloofd dat te laten! - Ik roep 'n vergadering bijeen.
Niet meer doen, hoor je me!
Vroeger deed hij 't midden in de nacht en maakte de buren bang.
Ik beloofde dat ik niet zou vloeken, maar wat gebeurt hier in godsnaam?
Hij denkt dat ie Teddy Roosevelt is. Hij had 't erger kunnen kiezen.
- Da's waar. Een interessant type. - Is het niet zonde, vader?
Dat zo'n aardige familie een mafketel in huis heeft?
Wat gezellig! Dag, mr. Brophy. Hoe gaat het, pastoor Harper?
- O'Hara neemt mijn wijk over. - Aangenaam kennis te maken.
Daar ben je, Martha. Hier is de bouillon. Geef het warm.
- Hartelijk bedankt. - Leger en vloot zijn gevechtsklaar!
- U maakt veel kinderen blij. - Wat is dit? De "Oregon"?
- Teddy, leg terug. - De "Oregon" moet naar Australie!
- Hij moet naar Australie. - Deze zijn prachtig. Dank u wel.
De kinderen springen van vreugde.
Tot kijk, kolonel!
- Brigadier... - H�...? O ja!
- Ingerukt, mars! - Tot ziens en bedankt voor alles.
Pas op de treden. Voorzichtig met het speelgoed.
Jongeman! Laat dit een lesje zijn.
Tot ziens.
- Ik moet ervandoor. - Ten aanval!
Bestorm het blokhuis!
- Het blokhuis? - De trap is de San Juan heuvel.
Gezondheid!
Heeft u wel 's gezegd dat hij Teddy Roosevelt ni�t is?
- Hij is er zo gelukkig mee. - Weet je nog, Martha?
We vroegen of hij voor de variatie George Washington wilde zijn.
Hij lag dagenlang onder z'n bed en wilde helemaal niemand zijn.
Als hij maar gelukkig is. En u.
We maken ons alleen zorgen wat er met Teddy gebeurt als we dood zijn.
Mortimer heeft geregeld dat Teddy naar 't Happy Dale-sanatorium gaat.
Uitstekend idee. Het is daar fijn.
Lieve, aardige pastoor Harper...
- Het begint tot 'm door te dringen. - We hoeven niet bang te zijn.
Hij bemoeit zich niet met onze plannetjes voor Mortimer en Elaine.
- Hebben jullie net thee gedronken? - Ja.
- En we eten ook laat... - Hoezo?
Teddy! lk heb goed nieuws.
Je moet naar Panama om nog een sluis voor het kanaal te graven.
Heerlijk! Fijn! lk maak me klaar voor de reis.
Ten aanval!
- Terwijl ik weg was? - Ja, ik kon niet op je wachten.
En pastoor Harper zou komen. Maar ik redde het zelf prima.
- Ik ga gauw beneden kijken. - Er was geen tijd, ik was alleen.
- Waar dan...? - Martha...
Kijk in de bank bij het raam.
- Daar is Elaine! - Schatten van me!
- Maar, Elaine...! - Wat bedoelde ze? Zouden ze...
Elaine!
Mijn taxi heeft 'n boel meegemaakt, maar dit...!
- Wacht tot we naar 't station gaan. - Vergeet haar hoed niet. Wacht!
- En de broche. - Hou de haarspelden maar. Pak vast!
Daar zijn ze.
- Hier is je hoed. - Gooi maar. Je blik zint me niet.
- Vader preekte er zondag over. - Wat zei hij?
- Hij was ertegen. - Dat was zondag!
- Toe nou! Alsjeblieft... - Hier? Waar iedereen ons kan zien?
"Hier, waar iedereen ons kan zien." Iedereen boven de 16 mag kijken.
- Je houdt toch ook van m'n hersens? - We doen het ��n voor ��n.
Daar is die blik weer.
Daar kun je beter aan wennen. Hij komt altijd vlak voor dit...
Ik vertel het aan m'n tantes en jij aan je vader...
- Nee, hij krijgt longontsteking. - Ik kan vader wel aan. Hij is lief.
Laten we een telegram sturen vanuit Niagara.
Dus daarom moest je even langs je kantoor!
Iedereen hoort naar Niagara te gaan. Je had m'n secretaresse moeten zien.
We hebben de bruidssuite en morgen nemen we de waterval in een ton.
- Ga snel je koffer pakken. - Dat heb ik allang gedaan.
Dat is wat ik zo haat aan vrouwen.
Ik vraag me af wat Mary nu doet...
- De trein vertrekt over een uur. - Misschien wil vader nog bidden.
Fluit als je klaar bent. Elaine...
Doe de deur snel open. Als je dan 'n donkere flits ziet, ben ik het.
- Nu? - Nee, nog niet!
- Je moet verrast kijken. - Tante Abby! Tante Martha!
Hou je vast! Elaine en ik zijn getrouwd.
- Wat heerlijk! Ze zijn getrouwd! - Doe niet of jullie verrast zijn.
- Mag ik de telefoon even lenen? - Ja, hoor. Wat zalig!
- En het gebeurde hier in de kamer! - Stil nou maar...
Met Mortimer Brewster. Heeft u m'n vrouw de rozen gestuurd?
Stuur nog vier dozijn naar de Canada-expres op Central Station.
En doe er wat oranjebloesem bij.
Voor je gaat, drinken we wijn. We gaan het vieren met de buren.
- En natuurlijk een bruidstaart. - Er is geen tijd voor taart.
We gaan naar Niagara. De taxi wacht.
- Die staat al klaar sinds... - Sinds ik Elaine ontmoette?
- Wist iedereen dat ik ging trouwen? - We wisten dat je het zou inzien.
Ik heb de liefste tantes ter wereld. En jullie hebben de liefste neef.
Ik ga alles klaarmaken.
Ik hoop dat de pastoor niet boos is. Je boeken ergeren hem.
Ik zal m'n boeken verbranden. Hij mag het vuur aansteken.
- Liggen m'n aantekeningen hier? - Voor "Huwelijk en verstand"?
- Stil! Waar zijn ze? - Ik heb ze verstopt. Gedraag je!
Vind ze, voor Elaine ze ziet.
Hallo, Mortimer!
- Hoe is het, meneer de president? - Opperbest!
- Wat voor nieuws heb je? - Het land staat achter u.
Dat weet ik. Fijn, h�?
- Tot ziens. Ik ga naar Panama. - Tot ziens, meneer de president.
Een nieuwe sluis voor het kanaal.
- Lieve hemel... - Heb je ze gevonden? Wat nu?
Een foto van je broer Jonathan als baby.
Verbrand die maar met m'n boeken. Wat 'n kop! ledereen schrok ervan.
Als ik aan 'm denk, word ik al bang. Weet je nog hoe hij wurmen doorbeet?
Jonathan zit vast in de nor, of hij is opgehangen.
Ik heb 'n stuk gezien met 'n figuur die me aan Jonathan deed denken.
Een echte maniak. Het heette "Moord komt altijd uit".
Wat 'n stuk! Zodra het doek opgaat, zie je een lijk...
Zeg, meneer...?
- Proficiat, bruidegom! - Proficiat.
Laat maar zitten. Luister...
Jullie weten nog dat we Teddy altijd naar Happy Dale wilden sturen?
Ja, als wij dood zijn. We spraken er met pastoor Harper over.
Teddy moet er nu heen! Ga hem uit de kelder halen.
- Zo'n haast heeft dat niet. - Teddy werkt aan het kanaal.
Het spijt me vreselijk, maar ik heb schokkend nieuws.
- Teddy heeft een man vermoord. - Onzin!
- Er ligt een lijk in de raambank. - Dat weten we best.
- Weten jullie het? - Ja. Teddy staat erbuiten.
Vergeet dat je die meneer ooit gezien hebt.
- Vergeten? - We dachten niet dat je zou kijken.
- Wie is het? - Hij heet Adam Hoskins.
- Ik weet dat hij methodist is. - Methodist? Wat leuk...
- Wat is er met hem gebeurd? - Hij ging dood.
Mensen kruipen niet zomaar in kisten en gaan dan dood!
- Nee, hij ging ��rst dood. - Wacht even!
- Hoe ging hij dood? - Niet zo nieuwsgierig, Mortimer.
Hij stierf omdat hij vergiftigde wijn dronk.
- Hoe kwam er vergif in de wijn? - Dat stopten wij erin.
- In thee is 't duidelijk te ruiken. - Bedoelen jullie...?
- Jullie vergiftigden de wijn! - Ja.
En ik legde mr. Hoskins in de bank, omdat pastoor Harper zou komen.
Kijk me aan.
Jullie wisten wat jullie deden en pastoor Harper mocht het niet zien?
Niet bij de thee. Dat zou niet gezellig zijn.
- Het is moord! - Nu weet je alles. Vergeet het.
Wij hebben het recht om geheimpjes te hebben.
Mrs. Schultz vroeg of we haar zoon mee naar de film wilden nemen.
- Morgen of overmorgen. - Maar wij kiezen de film uit.
Hij krijgt me niet meer naar zo'n enge film toe.
Ze moesten verbieden dat er films zijn die mensen alleen bang maken.
Centrale? Hoort u mijn stem?
Ja? Weet u het zeker? Dan ben ik hier echt!
Tante Abby! Tante Martha!
- Wat vermaken ze zich toch! - Ja, ze hebben er zo'n schik in.
Niet zo ongeduldig, Mortimer. Jij mag de schaal schoonlikken.
- Ik wil weten wat we gaan doen! - We gaan feestvieren.
- Er ligt 'n lijk in de raambank! - Mr. Hoskins, ja.
Ja. Maar wat doen we nu? lk kan jullie niet bij de politie aangeven.
Maak je niet dik. Vergeet het.
Begrijp je niet dat er iets aan gedaan moet worden?
Je bent te oud om je zo op te winden.
- Maar mr. Hodgekiss... - Hoskins.
- Jullie kunnen 'm daar niet laten! - Dat zijn we ook niet van plan.
Teddy graaft een sluis in de kelder.
- Begraven jullie Hodgekiss daar? - Ja, dat deden we ook met de rest.
Tante Martha, je kan niet...
- "De rest"? - De rest van de heren.
- Zijn er meer dan ��n? - Ja, lieverd. 's Even zien...
- Dit is nummer elf, toch? - Nee, twaalf.
Je vergist je. Dit is de elfde.
Nee, toen mr. Hoskins kwam, dacht ik dat met hem 't dozijn vol was.
- Je mag de eerste niet meetellen. - Ja, hoor. Daarmee is het twaalf.
Echt waar? Goed zo.
Abby heeft meestal gelijk. Ik raak soms in de war.
De twaalfde? Ja, ja...
Hallo!
- Wat is er toch met Mortimer? - Wat zou hem overkomen zijn?
Hallo?
Niet nu! Niet oververhit raken!
Elaine, ik bedoelde niet...
Waar waren we? Twaalf... Twaalf!
Abby vindt dat we de eerste w�l moeten meetellen.
Laat maar. Ga zitten. Wie was de eerste?
- Mr. Midgely. Hij was doopsgezind. - Een eenzame meneer.
- Z'n hele familie was overleden. - We hadden zo'n medelijden met hem.
Toen kreeg hij 'n hartaanval en zat daar dood. Hij zag er zo vredig uit.
Weet je nog, Martha? Toen besloten we -
- dat, als we andere eenzame oude heren vrede konden schenken, -
- we het zouden doen.
Hij stierf in deze stoel?
Toen kwam Teddy van z'n graafwerk, -
- en dacht dat mr. Midgely aan de gele koorts gestorven was.
Dus hij moest meteen begraven worden.
We droegen hem naar Panama, legden hem in de sluis -
- en gaven hem een christelijke begrafenis.
Dus je hoeft je niet druk te maken. Wij weten wat ons te doen staat.
Wacht even! Kom hier.
De andere twaalf kwamen toch niet zomaar binnenlopen en vielen dood?
- Nee, natuurlijk niet. - Nee. Nou...?
Herinner je je de potjes met gif die al die jaren in opa's lab stonden?
Martha is goed in mengen. Je hebt 'n boel van haar piccalilly gegeten.
Op vier liter vlierbessenwijn neem ik ��n lepel arsenicum, -
- een halve theelepel strychnine en een snuifje cyanide.
- Dat slaat behoorlijk in. - Ja.
E�n van de heren zei nog: "Wat lekker."
- Dat was aardig van hem. - We kunnen niet blijven kletsen.
- De taart moet geglazuurd worden. - Ik krijg geen hap naar binnen.
Pas getrouwde stelletjes! Wat wijn zal je goed doen.
Ja, lekker... Wat wijn?
Zelfs de kat is medeplichtig.
Hij staat daar vrolijk te zingen en sluizen te graven.
Hij begraaft slachtoffers van de gele koorts. Ik zie de koppen al:
"Moord N.V. slaat weer toe." Over de hele voorpagina.
Teddy... Natuurlijk, iedereen weet dat hij gek is.
Wie kan ik bellen? Dewey, La Guardia, Winchell...?
Nee, niet Winchell.
Rechter Cullman! Heb ik z'n nummer?
Wat doe ik met die kaartjes? lnlichtingen...
Geef me 't nummer van rechter Cullman, North Shore Road, Brooklyn.
Belt u terug?
Was hij maar verdwenen...
Zeg!
Ik dacht... Een donkere flits.
- Wat doe jij hier? - Hoorde je me niet fluiten?
Ja, ik hoorde je wel fluiten.
- Hoe zie ik eruit? - Heel mooi.
Ga naar huis, ik bel je morgen. Ik bel je altijd om de andere dag.
Grapjas. Waar is je hoed? De koffers liggen in de taxi. Kom nou.
- Sorry, er is iets gebeurd. - Durf je niet?
Waar is de blik die ik zo vaak zou zien?
Niet in mijn oor fluiten.
- Wat is er? Moet je je haar zien! - Is het grijs geworden?
Wat is er met je, schat?
- De bloemen zijn heel mooi. - Als je wist... Je ruikt heerlijk.
- Ga naar huis! - We zijn vandaag getrouwd!
Ga even op bed liggen!
Met rechter Cullman? U spreekt met Mortimer Brewster.
Het gaat over Teddy! lk moet u onmiddellijk spreken.
Het kan niet tot morgen wachten. We moeten nu iets aan Teddy doen.
Het is 'n zaak van leven en... Elaine!
- Ga weg! - Zeg op, ik wil weten waar ik sta.
- Overal, maar niet daar! - En de Niagara-waterval dan?
Je kan niet 't ene moment met me trouwen en me dan 't huis uitgooien.
Ik gooi je er niet uit. Verdwijn!
Sorry, maar er is iets gebeurd. Wat Teddy betreft, het is...
De buren klagen over zijn trompet en de politie wil hem opsluiten.
- Wat zeg je me daarvan? - Ik las dat er 'n kamer te huur is.
Ach, hou je kop!
Als u de papieren tekent, kan ik Teddy in Happy Dale laten opnemen.
Kunt u dat? lk kom meteen, nog ��n telefoontje.
Er wordt aangebeld.
- Goeiedag. Komt u binnen. - U heeft een kamer te huur?
Ja. Kom binnen.
- Bent u de vrouw des huizes? - Ja, ik ben miss Brewster.
- Mijn zuster heet ook Brewster. - Mijn naam is Gibbs.
Gaat u zitten. We dekken juist de tafel.
Hier zit u goed.
Geef me het Happy Dale-sanatorium in Happy Dale.
- Is Brooklyn uw thuis? - Ik woon in 'n hotel. Da's niks.
- Komt uw familie uit Brooklyn? - Ik heb geen familie.
Helemaal alleen op de wereld? Nou, Martha...
U bent aan het juiste adres. Ga zitten.
Dale! D van dood. Precies. A van arsenicum. Hebt u dat?
- Is er altijd zo'n kabaal? - Hij woont hier niet.
Ik zie de koppen al...
- Waar is de kamer? 't ls vast niks. - De kamer is boven.
- Wilt u niet eerst 'n glas wijn? - Ik drink nooit.
We maken deze zelf. Het is vlierbessenwijn.
Vlierbessen? Die heb ik sinds ik klein was niet meer geproefd.
Niet de wasserette, het Happy Dale-sanatorium!
Sanatorium, sanatorium, sanatorium! Ja, net als een overslaande plaat.
- Heeft u vlierbessenstruiken? - Nee, het kerkhof staat er vol mee.
- Proost. - Hallo! Waarom duurt het zo lang?
Ik had er al heen kunnen zwemmen. Hallo?
In gesprek? Zij zijn in gesprek en u bent gek!
Nee, ik ben niet dronken. Maar het is een idee!
Mortimer!
- Ik ben nerveus, niet doen. - Niet die, Mortimer.
Wilt u vergiftigd, vermoord worden?
- Ze zijn knettergek! - Vertel mij wat.
Jullie mogen die dingen niet doen!
Ik weet niet hoe ik 't moet uitleggen.
- Het is verboden, en verkeerd. - Lariekoek!
Het is niet aardig. De mensen zouden 't niet begrijpen. Hij ook niet.
Ik bedoel... dit begint een slechte gewoonte te worden.
Wie? Het Happy Dale-sanatorium? Fantastisch!
Mag ik mr. Witherspoon?
Spreekt u mee. Dag, mr. Brewster. Hoe gaat het?
Mr. Witherspoon, weet u... Heel goed, en met u?
Herinnert u zich ons gesprek over de opname van mijn broer Teddy?
- We willen dat graag meteen doen. - Lieve hemel. Wat erg!
Het komt ongelegen. We hebben momenteel veel Theodore Roosevelts.
Dat geeft problemen. Als hij dacht...
We komen Napoleons tekort. Bonaparte. En als...
Ik begrijp het. Uiteraard. Ja, u heeft een besluit genomen.
- Zijn alle papieren in orde? - Nee, ik bel u zodra ik ze heb.
Dank u. Wat? Dank u, mr. Witherspoon.
Nog een Roosevelt? O jee...
Ik moet snel naar rechter Cullman, maar jullie moeten me iets beloven.
Dan moeten we weten wat het is.
Jullie weten dat ik van jullie hou en dat ik veel voor jullie over heb.
- Jullie moeten ��n ding doen voor mij. - Wat?
Helemaal niets! Laat niemand binnen en laat dinges liggen waar hij ligt.
Zit daar niet zo. Ik kan me niet concentreren.
- Ik wil dat jullie niets overkomt. - Wat zou er kunnen gebeuren?
Nou, lieverds... Doe me dat ene plezier.
Waar is mijn hoed? Daar.
Maar we wilden de plechtigheid voor het avondeten houden.
- Kunnen jullie niet wachten? - Dan kun je de psalmen meezingen.
Ja, ik zal zingen en dansen...
Maar laat niemand binnen voor ik terugben. Afgesproken? Goed zo.
- Mortimer! - Wat?
- Hou daarmee op. Wat is er? - De hoed van mr. Hoskins.
- Moet ik blijven wachten? - Ja. Praai een taxi voor me!
- Ik ga naast jou zitten. - Ja, dat gaat sneller.
Wacht even! Waar ben ik mee bezig?
Stel je voor, de hoed van mr. Hoskins helemaal vernield.
Het was zo'n mooie hoed.
- Mortimer is zichzelf niet vandaag. - Nee. Maar ja...
- Wat zei je over Mortimer? - Ik weet waarom hij zo verward is.
Hij is net getrouwd. Dat maakt alle mannen nerveus.
Ja, arme stakkers...
Ik ben zo blij voor Elaine.
Als Mortimer terugkomt, hebben we nog een psalmenboek nodig.
Ik heb er een in m'n kamer.
Ik doe open.
We beloofden Mortimer dat we niemand binnen zouden laten.
Twee mannen! lk heb ze nooit gezien.
- Weet je het zeker? - Ja.
Laat mij eens kijken.
- Herken jij ze? - Nee, ik heb ze nooit gezien.
We doen of we niet thuis zijn.
Kom binnen, dokter.
Dit is het huis van mijn jeugd. Ik wilde hier altijd vandaan.
Nu ben ik blij dat ik terugben.
- Het is 'n goede schuilplaats. - De familie woont hier vast nog.
Ik hoop dat er 'n vetgemest kalf voor de verloren zoon klaarstaat.
Ik heb zo'n honger, Johnny. Kijk, Johnny! Drank.
Alsof we verwacht werden. Een goed omen.
Wie bent u? Wat doet u hier?
Tante Abby, tante Martha... Ik ben het, Jonathan.
- Verdwijn, jij! - Ik ben Jonathan, uw neef.
Nee, u lijkt helemaal niet op Jonathan. Gaat u weg, alstublieft.
Ik zie dat u de ring met granaten, die oma Brewster kocht, nog draagt.
Tante Martha verbergt nog steeds de plek waar opa's zuur inbeet.
Zijn stem lijkt op Jonathan.
- Heb je een ongeluk gehad? - Mijn gezicht...
Dat is aan dr. Einstein te danken. Hij is plastisch chirurg.
Maar ik heb dat gezicht eerder gezien.
Toen we met de zoon van Schultz naar de film waren en ik zo bang werd...
Het kwam door datzelfde gezicht.
Kalm aan, Johnny. Ik heb hem in vijf jaar drie gezichten gegeven.
Ik geef hem meteen een nieuw. Ik had die film ook gezien, -
- net voor ik hem opereerde. Ik was aangeschoten.
Zie je wat je me hebt aangedaan? Zelfs m'n eigen familie...
Je bent nu terug in dit fijne huis! Begrijpt u...
Hij vertelt vaak over Brooklyn, over dit huis en zijn geliefde tantes.
Ze herkennen je echt wel. Vertelt u het 'm, alstublieft.
Tsja... Jonathan, het is lang geleden.
Dank u. Het is fijn om weer thuis te zijn.
We mogen wat er opstaat niet over laten koken.
Neem ons niet kwalijk, Jonathan. Tenzij je ergens heen moet...
Waar gaan we nu naartoe, Johnny?
We moeten snel denken. De politie kent je gezicht. Ik moet opereren.
We moeten een schuilplaats vinden. Ook voor mr. Spenalzo.
- Maak je niet druk om die rat. - We zitten met een lijk!
- Vergeet Spenalzo. - We kunnen 'm niet laten liggen.
Je had 'm niet moeten vermoorden. Hij wist iets, en wat doe jij...?
Wij kwamen om hulp vragen en hij probeerde ons te plukken.
Bovendien zei hij dat ik op Boris Karloff leek.
- Dat is jouw schuld. - Rustig aan. Ik fiks het wel.
- Vanavond. - Ja, maar eerst moet ik wat eten.
Deze keer wil ik het gezicht van een absolute nul.
Ik weet precies wat ik moet doen. Ik haal dit deel wat omhoog...
Wel voorzichtig met de hechtingen. De vorige keer was je slordig.
Op je ogen maak ik een Schmidt. Dat is mijn specialiteit.
Laat m'n ogen en m'n neus met rust.
Arme Teddy... Maar het zal wel het beste zijn.
Het is niet aan ons te vragen, waarom...
Tekent u alstublieft! Pardon, daar.
Soms denk ik wel eens, met de chaos in de wereld...
We zouden allemaal beter af zijn in Happy Dale. Moet ik hier tekenen?
Vorige week maakte ik furore bij de balie toen ik...
- Tot ziens en veel geluk, rechter. - Zeg dat ik deze week langskom.
- Ik voel me nogal eenzaam. - Zeg dat nooit tegen mijn tantes.
- Drinkt u? - Nee, nooit.
- Mooi. Dan leeft u langer. - Wel af en toe 'n wijntje...
Nee, in godsnaam! Geen wijn!
Ik laat de verkeerde Brewster opnemen.
U wilt vast snel verder naar uw bestemming.
Lieve tantes, ik ben zo vol dat ik me niet kan bewegen.
Ja, het is hier fijn.
Ik heb het!
Heren, gaat u zitten.
Hier is mijn levensverhaal, mijn biografie. Dit is de foto, generaal.
"President Roosevelt en generaal Goethals bij Culebra."
- Dit ben ik, en dat bent u. - Wat ben ik veranderd, zeg!
De foto is nog niet gemaakt. We zijn nog niet begonnen bij Culebra.
Wij gaan naar Panama om de nieuwe sluis te inspecteren.
- Nee, niet naar Panama. - 'n Andere keer. Het is heel ver.
- Het is hier in de kelder. - De kelder?
Daar graaft hij het Panama-kanaal.
Generaal Goethals? Als de president en bevelhebber van de VS -
- en als uw werkgever eis ik dat u meegaat.
- Het is bedtijd, Teddy. - Pardon?
- Wie bent u? - Woodrow Wilson. Ga naar bed.
Nee, u bent Wilson niet. Maar u komt me wel bekend voor.
Ik ken u nog niet. Misschien ontmoet ik u op safari in Afrika.
U ziet eruit als iemand die ik in de jungle tegen zou kunnen komen.
Het is beter als je naar bed gaat. Ze willen terug naar hun hotel.
Generaal Goethals, ga het kanaal inspecteren.
- Wij gaan naar Panama, president. - Prima! Volg me, generaal.
Het is in het zuiden.
Goede reis.
Tante Abby vergiste zich. U had 't over ons hotel. Dat hebben we niet.
- We kwamen direct hiernaartoe. - Dit is niet jouw huis.
Je kan hier niet blijven.
Dr. Einstein en ik hebben een slaapplaats nodig.
U weet vast nog wel dat ik als jongetje heel onaangenaam kon zijn.
't Zou niet prettig zijn, als... De details laat ik achterwege.
We laten ze overnachten.
Johnny! Kom eens hier!
Dr. Einstein en ik veranderen opa's laboratorium in 'n operatiezaal.
We hebben een boel te doen.
Wat denk je dat ik gevonden heb? Het Panama-kanaal.
Mr. Spenalzo past er precies in. De kuil is 1,3 x 1,9 m. Perfect.
Alsof hij wist dat we Spenalzo bij ons hadden. Wat 'n gastvrijheid!
Wat een mop dat mijn tantes een lijk in de kelder hebben liggen.
- Hoe krijgen we hem naar binnen? - We kunnen niet zomaar binnenlopen.
We rijden de auto achterom en hijsen hem door het raam.
We zetten de auto achter het huis. Gaat u maar naar bed.
- De auto staat goed waar hij staat. - Ik laat 'm niet op straat staan.
Dat is misschien verboden.
- Abby! Wat moeten we doen? - Ze blijven maar ��n nacht.
Wat zouden de buren zeggen van mensen die 'n nieuw gezicht krijgen?
- En wat doen we met mr. Hoskins? - Mr. Hoskins, ja!
Hij ligt daar vast ongemakkelijk. En hij heeft al zoveel geduld gehad.
Teddy moet mr. Hoskins meteen naar beneden brengen.
Generaal Goethals was vergenoegd. Hij zei dat 't kanaal precies paste.
Teddy... We hebben nog een slachtoffer van de gele koorts.
Dat zal de generaal shockeren.
- Nee, we moeten 't geheim houden. - Ja!
- Een staatsgeheim? - Ja.
- Beloof je het? - Op het erewoord van de president.
Hoe houden we dit geheim?
Ga jij gauw naar de kelder.
Als ik alle lichten uitdoe en het hier helemaal donker is, -
- neem jij de arme man mee naar het kanaal. Vooruit, Teddy.
Wij komen later en houden de plechtigheid.
- Waar is hij? - In de raambank.
De ziekte verspreidt zich. Daar hebben we nooit gele koorts gehad.
Ik heb mr. Hoskins niet eens gezien.
Hemeltje! Dat klopt, je was er niet.
Kom dan nu maar kijken.
Hij is best knap voor een methodist.
We brengen de bagage door het raam naar binnen.
De kamer is klaar, Jonathan. Je kunt zo naar boven.
Wij houden ons niet aan Brooklyn-tijd. Ga naar bed.
Maar jullie zijn vast doodmoe. En wij gaan nooit zo vroeg slapen.
Hoog tijd dat ik u kwam verzorgen. Breng de koffers naar boven.
- Ik haal straks de instrumenten. - Welterusten.
- Nu gaan we allemaal naar bed. - Ik doe hier het licht wel uit.
Gaat u maar, tante Martha. Naast het laboratorium, dokter.
Zo, tante Abby. Doet u 't licht uit.
Tante Abby...
Niets aan de hand, Johnny.
Ik doe het raam open. Schuif jij hem naar binnen.
Maar hij is te zwaar!
Ga naar buiten en duw, dan trek ik. Dan brengen we 'm naar Panama.
Ik kijk of 't veilig is. Als ik op de ruit klop, doe je 't raam open.
Wat is het hier donker!
Waar ben ik? O, hier...
Wie liet dat ding openstaan?
Johnny?
Wacht even. Geef hem aan.
Ik heb 'm... E�n, twee...
Wacht 's, Johnny. Je hebt ergens 'n been verloren.
Help me, hij is loodzwaar. Ja, ik heb hem...
- Voorzichtig! - Z'n schoen viel eraf.
Help me, Johnny. Hij is heel zwaar. Nu heb ik 'm!
Er klopt iemand aan. Doe open. Ik zorg verder wel voor Spenalzo.
Schiet op!
Mortimer?
Tante Abby? Tante Martha?
Wie is daar? Ben jij het, Teddy?
- Wie bent u? - Elaine Harper van hiernaast.
- Wat doet u hier? - Ik zoek mijn man, Mortimer.
- Hoe kunt u dan Harper heten? - Ik heet ook... O nee, Brewster.
- Ik ben er nog niet aan gewend. - Dokter!
Geen probleem, Johnny.
- Wat doet u hier eigenlijk? - Wij wonen hier.
Ik kom hier elke dag en ik heb u nooit eerder gezien.
Wat heeft u met Martha en Abby gedaan?
We kunnen ons beter voorstellen. Dat is dokter Einstein.
- Dokter Einstein? - Een zeer vooraanstaand chirurg.
En een tovenaar.
- En u bent zeker Boris Karl... - Ik ben Jonathan Brewster!
- Bent u Jonathan? Ze praten over u. - En wat zeggen ze?
Alleen dat er nog een broer Jonathan is. Dat verklaart alles.
Nu wil ik graag naar buiten, als u de deur wilt opendoen.
Wat verklaart alles? Wat komt u hier zo laat doen?
Ik dacht dat ik Mortimers auto zag. Maar dat zult u wel geweest zijn.
- U dacht dat u 'n auto zag? - Ja, staat uw auto niet buiten?
- Zag u iemand? Wat nog meer? - Meer zag ik niet!
- Kwam u daarom hier? - Nee, ik kwam voor Mortimer.
Volgens mij is ze gevaarlijk voor ons.
Geen bezoek. Het is een besloten begrafenis.
- Teddy! Vertel ze wie ik ben! - Dat is mijn dochter Alice.
- Nee, Teddy! - Niet vechten met de heren, Alice.
Ten aanval!
Teddy!
Naar de kelder, dokter.
Wat gebeurt er daar beneden?
- Wat doet u daar? - We betrapten een insluiper.
- Ga naar uw kamer. - We bellen de politie.
Naar uw kamer! Hoort u me?
Niet opendoen.
Niet opendoen.
Miss Abby! Miss Martha!
- Is Teddy daarboven? - Waar ben jij geweest?
- Waarom zijn jullie zo opgetut? - Mortimer!
Wat is dat? Wat is dat voor een engerd?
- Je broer Jonathan. Dr. Einstein. - Je zou niemand binnenlaten.
Wie zei je dat het was?
Ik ben terug, Mortimer.
Wat...? Het kan praten!
Ja, ik kan praten. Ben je vergeten wat ik vroeger met jou deed?
Als ik je aan het bed vastbond, met naalden onder je nagels...
- Mortimer, hij... - Stil!
- Mozes mina! Het is Jonathan! - Ik ben blij dat je me herkent.
Hoe zou ik je kunnen vergeten?
Waar heb je dat smoelwerk vandaan? Hollywood?
Nou niet meteen ruzie maken, jongens!
Wij boden Jonathan en dr. Einstein aan om te blijven. Alleen vannacht.
Nee, ik blijf hier wonen!
- En ik dan? - Er is geen plaats. Even wachten!
Neem die onderdeur mee en verdwijn! ls Teddy boven?
We nemen niet veel plaats in beslag. Johnny slaapt op de bank.
- En ik slaap op de raambank. - Nee!
De raambank? Geen sprake van, daar slaap ik.
- Daar slaap ik voortaan altijd! - Maar Mortimer...
Hier is tien dollar, Jonathan. Ga in een hotel spoken!
Weet je wat ik doe met mensen, die me de wet voorschrijven?
Johnny, mr. Spenalzo! Wat gebeurt er nu met mr. Spenalzo?
We kunnen hem niet in de raambank laten liggen. Johnny...
Ik ben het spoor van mr. Spenalzo helemaal bijster.
- Wie is die Spenalzo? - Een vriend die Johnny zocht.
- Breng hier niet nog meer! Eruit! - Ik vertel 't je bij het inpakken.
Ik reken dadelijk wel met jou af, Mortimer.
Hij is 20 jaar weg en moet uitgerekend vanavond terugkomen!
Wat doe jij hier, Elaine?
- Wat is er? - Ik ben bijna vermoord.
Tante Abby, tante Martha!
- Nee! Het was Jonathan. - Hij dacht dat ze een inbreker was.
Het was erger. Hij is een maniak. Ik ben bang voor hem, Mortimer.
Rustig maar, ik ben er nu.
We trouwden, we gingen naar Niagara, je broer probeerde me te wurgen, -
- de taxi stond te wachten en nu wil jij op de raambank slapen.
Witherspoon... Ga naar huis. Ik heb een paar dingen te doen.
Centrale! Mag ik Happy Dale 270.
Hoorde je me niet? Je broer Jonathan probeerde me te wurgen!
Dit is belangrijk. Mr. Witherspoon? Met Mortimer Brewster.
Ja, mr. Brewster. Ik begrijp u niet.
- Hij wou me vermoorden! - Ik versta niet wat hij zegt!
Alle papieren zijn klaar. Komt u nu mijn broer ophalen!
Hebben uw broer �n een dokter getekend?
- Dokter...? lk vergat de dokter. - Mortimer!
Stil! lk moet een dokter bellen.
Neem je huwelijksreis, je ring, de taxi, de raambank -
- en gooi ze allemaal van de Niagara-waterval af!
Kom toch maar. Ik regel intussen dat Teddy �n een dokter tekenen.
Elaine! lk regel de handtekeningen. Komt u meteen!
Wat heeft zij toch?
Elaine! Elaine!
Elaine!
Ik moet even zitten en hierover nadenken...
Grote goden, nog ��n!
Tante Abby, tante Martha! Kom hier!
Kom hier, nu meteen!
Wat is er? Waar is Elaine?
- Jullie zouden niemand binnenlaten. - Jonathan liep zomaar binnen.
- Nee! Wie zit er in de bank? - Mr. Hoskins, zeiden we toch?
Dat is mr. Hoskins niet! Kijk maar!
Wie kan dat zijn?
- Heb je hem nooit eerder gezien? - Nee. Mooie boel, zeg!
- Iedereen loopt hier maar binnen! - Dit is ��n van je heren!
Hoe kun je zoiets zeggen? Die man is een bedrieger.
Als hij denkt dat hij in de kelder begraven wordt, vergist hij zich!
Je had mr. Hoskins toch daar gelegd? Hij kreeg het idee niet van Hoskins.
- Waar is mr. Hoskins? - Hij zal wel in Panama zijn.
- Hebben jullie 'm begraven? - Nee, hij wacht op de dienst.
Toen Jonathan kwam, hadden we 't te druk.
We hebben altijd al een dubbele begrafenis willen houden.
Maar ik ga geen vreemdeling begraven.
Hoe kan ik 't geloven? U heeft 12 vergiftigde mannen in de kelder!
Maar je denkt toch niet dat ik lieg? Martha, weet je wat er gebeurd is?
Ik heb besloten dat wij blijven en dat jij opdondert. En wel nu!
Ik heb geen zin in discussies. Wegwezen, of ik gooi je eruit!
- Ik heb een raar leven geleid. - Kom, Martha.
- Kijk wat er in de raambank ligt. - Nee!
Nee, tante Abby! Niet doen...
Jonathan... Laat tante Martha zien wat er in de bank ligt.
Ik moet m'n verontschuldigingen maken.
Ik heb goed nieuws. Jonathan gaat ervandoor.
Hij neemt dr. Einstein en z'n koude kameraad mee.
Je bent mijn broer, een Brewster. Ik laat je het bewijs meenemen.
Meer kun je niet verlangen. Nou?
Dan moet ik de politie bellen.
Niet bellen. Wat mr. Spenalzo overkwam, kan jou ook overkomen.
- Spenalzo? - Een buitenlander, ik wist het!
Leg de hoorn erop, Mortimer!
Hallo! lk zag licht branden en dacht dat er iemand ziek was.
- Heeft u bezoek? Pardon. - Nee, kom binnen!
- Dit is onze neef Mortimer. - Aangenaam.
- En een andere neef: Jonathan. - Aangenaam.
- Heb ik jou niet eerder gezien? - Ik denk van niet.
- Ik ga maar 's. - Nee, blijf tot m'n broer vertrekt.
Ik moet rapporteren... Bent u Brewster, de schijver en criticus?
Wat 'n bof. Ik ben toneelschrijver. Ik ben net met 'n stuk bezig.
- Misschien kan ik helpen. - Echt? lk kan niet zo goed spellen.
Ik ben een kei in spellen. Kom mee naar de keuken, dan vertel ik meer.
Maak 'n boterham voor de agent.
- U wilt toch wel in de keuken eten? - Waar moet je anders eten?
Tot zo.
Ik hou O'Hara bezig. Dan kun jij met Einstein en Spenalzo wegkomen.
Als je over 5 minuten niet weg bent, stel ik O'Hara aan Spenalzo voor.
- Mijn stuk speelt zich af... - Ik kom zo!
Wegwezen, alle drie!
De zaak tussen mij en mijn broer moet afgehandeld worden.
- We hebben problemen zat. Kom op. - Nee, we slapen hier in huis.
Met een smeris in de keuken en Spenalzo in de raambank?
We gooien Spenalzo in de baai. Daarna komen we hier terug.
- Als hij z'n neus erin steekt... - Nee, Johnny!
We kunnen hier rijk worden. Twee ouwe dames als dekmantel.
Alleen Mortimer staat ons in de weg. Ik heb Mortimer nooit gemogen.
- Alsjeblieft, Johnny, kalm aan. - Als ik een besluit neem...
Dan raak je je hoofd kwijt, ja. Brooklyn is niet goed voor je.
Verberg de instrumenten in de kelder. Opschieten.
U heeft geen idee wat er in Brooklyn gebeurt.
- M'n moeder was actrice. - Echt?
Natuurlijk. Ze was mijn moeder. Ze heette Peaches La Tour.
Kom snel, Johnny.
Weet je, dat gat in de kelder... Daar blijkt wel 'n gat in te zitten.
- Ik werk hier al 12 jaar aan. - Repeteer het. Ik kom zo.
- Het eerste bedrijf is goed. - Dat heb ik nog niet verteld...
Ik zei het toch...?
Jonathan! Jonathan!
Ja, Mortimer?
- Nog hier? Jullie zouden gaan. - We gaan niet.
Bemoei je er niet mee. Jullie vragen erom.
Agent O'Hara!
Als jij zegt wat daar ligt, vertel ik wat er in de kelder ligt.
Daar ligt een bejaarde heer, die me bijzonder dood lijkt.
- Wat deden jullie in de kelder? - Wat doet hij daar?
- Wat zeg je nu tegen O'Hara? - Uw tantes vinden m'n begin goed.
- Zal ik ze roepen? - Nee! U moet rapporteren.
- Ik wil het hele plot vertellen. - Die twee waarderen dat niet.
- O, proleten? - We spreken elkaar later ergens.
- Bij Kelly's? - Ja, prima. Tot straks.
- Neem de kelder... - Mij best.
- Kelly's is meer literair. - M'n opening zal je verbazen.
Ik moet geboren worden en de dokter komt...
De dokter, ja! Ga jij naar 't bureau, ik zie je zo.
U laat me toch niet zitten? Het stuk zal u bevallen.
De dokter... Waar zijn de papieren? Daar!
Je denkt dat ik niet naar de politie durf vanwege Hoskins.
Zodra de dokter dit tekent, maakt 't me niet uit wie van Hoskins afweet.
En zo zit het ook met jullie Spenalzo!
- Waar ga je heen? - Naar de dokter!
Als ik terugkom, moeten jullie weg zijn. Wacht!
- Wij wachten wel. - Wat zag hij er schuldig uit...
We kunnen met de dienst beginnen.
- Ik dacht dat ik je hoorde weggaan. - Nee, hoor. Dat was Mortimer.
Wilt u koffie zetten terwijl wij mr. Spenalzo naar de kelder dragen?
- O nee! - Je moet hem meenemen.
Een vriend van Mortimer verwacht hem. Pak z'n voeten, dokter.
Mr. Spenalzo en hij kunnen 't goed vinden. Ze zijn allebei dood.
- Hij bedoelt mr. Hoskins. - Mr. Hoskins?
- Weten jullie wat daar ligt? - Ja. E�n van onze heren.
We willen niet dat er vreemden in onze kelder begraven worden.
- Mr. Hoskins is geen vreemde! - Bovendien is de kelder al vol.
- Vol? Waarmee? - Er liggen al twaalf graven.
- Twaalf graven? - Wij hebben alle plaats nodig.
- Hebben jullie twaalf moorden...? - Nee, het is liefdadigheid.
- We doen 't uit barmhartigheid. - Dus neem je mr. Spenalzo mee.
Hebben jullie dat allemaal hier gedaan en ze in de kelder begraven?
Geweldig, Johnny! Wij worden over de hele wereld gezocht.
Zij bleven hier in Brooklyn en ze doen 't net zo goed als jij.
Jij hebt er twaalf, zij ook.
- Ik heb er dertien! - Nee, twaalf. Niet opscheppen.
Dertien. We hebben mr. Spenalzo en de eerste in Londen.
Twee in Johannesburg, ��n in Sydney, 1 in Melbourne, 2 in San Francisco.
En ��n in Phoenix, Arizona. Bij het benzinestation.
Drie in Chicago en ��n in South Bend. Dat is dertien.
Die in South Bend stierf aan 'n longontsteking.
- Omdat ik hem neergeschoten had. - Nee, hem kan je niet meetellen.
Zij hebben er twaalf, jij ook. De dames zijn even goed als jij!
O ja? Dat is gauw geregeld.
Ik hoef er maar ��n bij te hebben. Eentje maar.
En ik weet al wie.
- Wat 'n geluk dat ik u thuis trof. - Dit is tegen de regels.
Sorry dat ik u uit bed haalde, maar ik heb hulp nodig.
Dat Teddy trompettert is niet genoeg om hem op te sluiten.
E�n gesprekje met hem zal u overtuigen. Hier is het...
- Daar gaat Hoskins. - Wie?
Wacht hier, dan haal ik Teddy. Ik wil de tantes niet laten schrikken.
- Wacht hier. - Hier? 't ls Allerheiligen!
De aardmannetjes komen na twaalven. Neem 'n grafsteen, ik kom zo.
- 22,50! - Wat? O... Ja, past goed!
Niet m'n maat, de meter!
"Past goed"... 22,50...
- Kreeg hij 21 saluutschoten? - Ja, met een geluiddemper.
- 5 dollar erbij en het is van jou! - Nee, bedankt. Het past mij niet.
- Mag ik u voorstellen... - Dokter Livingstone!
Dat is wat hij vermoedt. De dokter wil u onder vier ogen spreken.
Welkom in Washington, dokter. Arlington is mooi in dit jaargetij.
Dat was dat. Nu kan ik even rusten.
Tot nu toe gaat het goed.
Niet zo goed...
Hou je van me, of niet?
Hoe kun je zoiets zeggen? Natuurlijk hou ik van je.
Waarom behandel je me dan zo?
Elaine... Ik hou zoveel van je, dat ik niet met je kan trouwen.
- Ben je gek geworden? - Nee, maar het duurt niet lang.
Je wilt toch geen driehoofdige kinderen? Of in 'n gummicel wonen?
- Wat bedoel je daarmee? - Tsja... Ik had 't moeten zeggen.
Er zit gekte in mijn familie. Iedereen lijdt er praktisch aan.
- Dat Teddy 'n beetje vreemd is... - Nee, het was allang voor Teddy.
Het komt van de eerste Brewster, die hier op de Mayflower naartoe kwam.
De indianen scalpeerden kolonisten. Maar hij scalpeerde de indianen.
Dat is lang geleden.
Ik word niet herkozen. Dus ik ben de laatste Roosevelt in het Witte Huis.
- Dat denkt u. - Maar als het land erop staat...
Schat, het bewijst niets. Je tantes zijn toch Brewsters?
Het zijn de liefste, meest normale mensen die ik ken.
Zij hebben ook hun rare trekjes.
Nou en, al zijn jullie gek? lk hou van je zoals je bent.
- Ik ben ook gek. Kus me. - Nee, ik...
Tot ziens, ambassadeur. Dit was 'n zeer prettig gesprek.
Als u in Washington bent, komt u dan langs in het Witte Huis.
- Die papieren... - De papieren, ja!
Hij moet naar een inrichting. Ik ben ambassadeur in Bolivia.
Zei ik het niet?
Laat maar, teken de papieren!
Dank u.
Ik zal je laten zien wiens huis dit is!
Stop ermee. Het heeft geen zin, het moet weer ongedaan gemaakt worden.
Het is vreselijk om een methodist met een buitenlander te begraven.
- Waar was jij? - Papieren regelen. Is Teddy er?
Hoe kun je nu aan papieren denken?
- Martha en ik gaan naar de politie! - Politie? Nee, wacht!
- Niet naar de politie gaan! - Niet? Weet je wat Jonathan doet?
- Hij begraaft ze samen. - Laat hem z'n gang gaan.
Alles is in orde. Dat ging gladjes.
De president zal trots zijn op zijn Panamakanaal.
Ik voel het lekkere bed al, Johnny. We hebben twee dagen niet geslapen.
Je vergeet dat...
Als Jonathan en Spenalzo morgen niet weg zijn, gaan we naar de politie.
- Ik krijg ze deur wel uit! - Dan krijg jij het trouwservies.
Maar ga niet naar de politie.
Ga naar bed. En verkleedt je. Jullie lijken wel verduisterd.
Mijn broer Mortimer... Ik hoorde hem net boven.
Nee, ik ben moe.
Je vergeet dat ik morgen je gezicht moet opereren.
Dat zal je morgen ook doen, maar nu nemen we Mortimer onder handen.
Niet vannacht, Johnny. Ik ben moe. Misschien morgen of overmorgen.
Kijk me aan, dokter. Je ziet dat het moet, of niet?
- Ja, ik ken die blik. - We kunnen nu niet uiteen gaan.
Ok�, we doen het. Maar snel. De snelle greep zoals in Londen...
Nee, dit vraagt om iets speciaals. De Melbourne-methode misschien.
Niet de Melbourne-methode! Twee uur...
Die kerel in Londen was achteraf net zo dood als die in Melbourne.
- Niet doen, meneer de president! - Ik moet mijn kabinet raadplegen.
- Dit moet geheim blijven. - 'n Geheime proclamatie? Vreemd.
- Dan zijn we die andere te slim af. - Wie is dat?
- Dat is juist geheim. - Ik begrijp het. Heel geslepen.
- Dan teken ik in het geheim. - Natuurlijk, meneer de president.
- Eerst mijn statiekostuum aandoen. - Dat heeft u al aan!
Wacht hier.
- Mr. Brewster... - Zijn er muizen?
- Mr. Brewster... - Ziet u niet dat ik bezig ben?
Dank u, meneer de president! Wat 'n opluchting. Ik wil 'n borrel.
- Luister, alstublieft. - Wat? lk versta u niet.
Johnny heeft een slechte bui. U moet vluchten. Luister naar me!
Wat is dit allemaal?
- Bent u wel een dokter? - Heidelberg, 1919.
- Hoe leerde u Jonathan kennen? - Dat vertel ik later. Gaat u weg!
Hou daarmee op!
Als Johnny zo'n bui heeft, wordt hij gek. Dan gebeuren er nare dingen.
- U moet hier weg! - Stop! lk kan Jonathan wel aan.
- Ga weg. Wat heeft u daar? - Nee, m'n schnapps!
Dit is alleen voor toneelcritici. Wegwezen, voor de bom barst.
U bent net getrouwd, uw lieve vrouw wacht op u. Gaat u nu, alstublieft.
- Leert u niks van al die stukken? - Stil, ik wacht op Witherspoon.
- Op 't toneel doen ze verstandig. - Ooit 'n intelligente rol gezien?
Neem mijn baan over. Ga naar het Garrick-theater als u vrijkomt.
Dat stuk is zo slecht, dat het nog loopt als u uit de nor komt.
Hij weet dat er moordenaars in huis zijn. Maar gaat hij weg?
Nee, hij blijft. Hij heeft niet de intelligentie om bang te worden.
De moordenaar vraagt zelfs of hij wil zitten. En wat doet hij?
Hij gaat zitten. Geweldig, h�? Hij pakt 'n stoel en gaat zitten.
Daar zit hij, klaar om gebonden en gekneveld te worden.
Waar binden ze 'm mee, denkt u? Ja, het gordijnkoord!
- Ziet hij niet dat hij het pakt? - Nee, de moordenaar is achter hem.
Hij hoeft zich maar om te draaien. Maar doet hij dat? Nee!
In toneelstukken en in films zien of horen de mensen nooit iets.
- Wat doet hij dan? - Die domkop zit daar maar.
Kijk naar de houding.
Hij wacht erop gebonden en gekneveld te worden.
Druiloor!
U had gelijk. Hij was niet bepaald slim.
Ja, Mortimer... Ik ben 20 jaar weggeweest.
Maar je was nooit uit mijn gedachte, waarde broer.
Op een nacht in Melbourne droomde ik van je.
Hoe meer je tegenstribbelt, hoe meer je jezelf wurgt.
Dat zul je later misschien als een geluk beschouwen.
Nu, dokter...
- Aan het werk. - Gebruik de snelle methode.
Dit moet kunstzinnig worden. We staan voor 'n beroemd criticus.
- Alsjeblieft, Johnny... - Dokter!
Laten we er 'n eind aan maken.
Maar ik kan dit niet zien zonder een opkikkertje!
- Verman je! - Dat kan ik niet zonder drank!
Toen we hier kwamen, stond er wijn op tafel. Waar lieten ze die?
Ik heb wijn gevonden.
We nemen allebei een glas voor we gaan opereren.
Ik ben blij dat we niet hoeven te opereren zonder drank.
Dokter! Een ogenblikje.
Waar zijn je goede manieren?
Ik zie nu in dat jij degene was, die me terugbracht naar Brooklyn.
We drinken op jou. Proost, op mijn lieve, dode broer.
- Die gek is de volgende! - Nee, niet Teddy!
- We moeten het snel doen. - Ja, dat is het beste.
Ik verstop dat...
- Hij moet stoppen met toeteren. - We pakken z'n trompet af.
Ik ga zelf met 'm praten. Waar zit het licht?
H�, u kwam niet! lk zat een uur te wachten bij Kelly's.
- Wat is er met hem? - Niets...
Hij beschreef een toneelstuk. Dit is wat er gebeurde met een man.
O ja? Gebeurde dit in dat stuk?
Je kan niemand meer vertrouwen! Het is gejat uit mijn toneelstuk!
In het tweede bedrijf... Nee, ik begin bij het begin.
Natuurlijk.
Nee...
U moet het plot horen!
Mijn moeder schminkt zich als er 'n man met een snor binnenstormt.
Hij vraagt: "Miss Peaches La Tour, wilt u met me trouwen?"
Dat is de eerste sc�ne. M'n moeder zegt niet dat ze getrouwd zijn.
Dit is geweldig... Er gaan 25 jaar voorbij.
Ik groei op tot een prachtexemplaar.
Ik word ��n van de beste agenten. Ik ruim een zwarte wasserij op.
Ik weet niet dat er een junk met een mes achter me aanzit.
Mijn leven is in gevaar.
Het boeit u wel, h�? Dat zie ik aan uw ogen.
Maar dit is nog niks.
Plotseling breekt er brand uit.
De brandweer komt. Geleid door wie? Burgemeester Fiorello La Guardia!
- Wat heeft hij? - Hij viel van uw stuk in slaap.
- Maar persoonlijk vind ik 't goed. - Gaat het 'm boven z'n pet?
Waar heb ik hem eerder gezien?
Nieuwe sc�ne. Een draaiend podium. Ik loop rustig m'n ronde -
- als een kerel die ik schaduw, mij blijkt te schaduwen.
Laat niemand binnen! lk moet een list gebruiken...
- Er is 'n leegstaand huis op de hoek. - Het is de politie, Johnny!
Ik trek mijn wapen, zet me schrap tegen de muur en zeg: "Kom binnen! "
- Hallo, jongens. - Wat is hier aan de hand?
Dit is Mortimer Brewster. Hij helpt me met mijn toneelstuk.
- Moet je 'm daarvoor vastbinden? - Het hele korps zoekt je.
Midden in het tweede bedrijf! Jullie zoeken mij?
Nee, we komen de dames berispen. De kolonel heeft weer getoeterd.
Alle buren bellen op. De baas zegt dat hij opgesloten moet worden.
- Wie is dit? - Brewsters broer. Hij slaapt.
Hij liep weg. Dus hij is terug? Mag ik Mac?
Jij bent twee uur te laat. Ik zeg wel dat ik je gevonden heb.
Zo slecht was het toch niet?
De baas kan de jacht afblazen. We hebben hem. Bij de Brewsters.
Moeten we hem meenemen? Goed, we houden hem hier.
De inspecteur komt eraan.
Dus ik ben verraden! Nu hebben jullie me.
Jullie delen de beloning met die aangever van 'n broer. Beloning, ja!
- Nu zal ik 's wat aangeven. - Wacht, mr. Brewster.
Jullie denken dat mijn tantes lieve ouwe dametjes zijn.
Er liggen 13 lijken in de kelder!
- Dertien, ja. - Uw tantes zijn goede vriendinnen.
U gaat ze geen last bezorgen, begrepen? Laat maar, mr. Brewster.
Ga mee naar de kelder. 13 lijken! lk zal laten zien waar ze liggen.
- Ga met hem naar de kelder, O'Hara. - Moet ik echt?
- Misschien wil ik wel niet. - Ga met hem mee!
Ik vertel het stuk later verder.
- Ga met hem mee! - Nee, hij lijkt op Boris Karloff.
Ga door met vechten.
Zo is het genoeg.
Ongelofelijk...
Wat 'n dag. Ik ging een brug over en was in Brooklyn. Ongelofelijk...
Nee. Val me niet lastig.
- Gebruik dit in 't derde bedrijf. - Ik heb iets veel beters.
Ik zie je.
De papieren zijn getekend. Dus vechten jullie maar door.
Witherspoon... Ik moet bellen om te zien of Witherspoon al weg is.
De telefoon...
Ik krijg jullie wel! lk haat smerissen! lk sla jullie koppen in!
Ietsje hoger, broer. Dank je.
- Niet doen. - Pak hem, Pat.
Dat helpt niet, ik heb 't geprobeerd. Wel? Niet te geloven.
Ik wou dat ik zo kon ontspannen.
- Witherspoon! - Kom binnen.
Wat is hier gebeurd? lk zou het zelf toch afhandelen?
- Het was zelfverdediging! - Verzette hij zich?
Dit is de broer van de trompetter. Hij wilde O'Hara vermoorden.
En ik zei alleen dat hij op Boris Karloff leek.
Draai hem om.
- Ik geloof dat hij gezocht wordt. - O, geloof je dat?
Als jullie 't prikbord niet kunnen lezen, lees dan detectivebladen!
Hij ontsnapte uit de gevangenis voor psychopaten in lndiana!
- Dat is nou mijn broer. - Hij leek toch op Karloff?.
- Waarom sloeg je 'm buiten westen? - Hij zei dat hier 13 lijken lagen.
En dan snappen jullie nog niet dat hij uit 'n gesticht ontsnapt is?
Bedankt.
- De reden dat ik niet... - Waar zat jij? Zeg maar niks!
Ik schreef een toneelstuk samen met Mortimer Brewster.
Je krijgt tijd zat om te schrijven, je bent geschorst. Naar het bureau!
- Breng hem naar de keuken. - Vanwaar al deze opschudding?
- Ik wil z'n medeplichtige ook. - Hier.
Ik zit al 48 uur achter ze aan, zonder te eten of te slapen.
De politie van Brooklyn zijn eikels. Dat ze erin trappen: 13 lijken!
Er liggen 13 lijken in de kelder.
- Wie bent u? - President Roosevelt.
- Wat is dit nou weer? - Hij is degene die trompet speelt.
Hallo, kolonel.
Het is uit met 't getrompetter. Haal die vent weg.
Nog een slachtoffer van de gele koorts?
- Daar stierven ze in de kelder aan. - Nee, dit is een spion.
- We grepen hem voor het Witte Huis. - Ik wil hem verhoren.
- Spionnen verhoren is mijn werk. - Bemoei je er niet mee!
Als president ben ik ook het hoofd van de geheime dienst.
Wie bent u? Wat is uw naam?
Mortimer Brewster. Maar ik ben niet helemaal mezelf.
- Geen protest. Hij moet in de bak. - Ik protesteer niet.
Wacht even. Leest u dit. Teddy gaat vanavond nog naar Happy Dale.
- Ik wacht op mr. Witherspoon. - Hij laat de buren schrikken.
En dat verhaal van die dertien lijken...
Ik heb twee nachten niet geslapen, ik kan niet helder denken.
Sommigen geloven die onzin. Vorig jaar kletste er 'n gek over moord.
Ik spitte een heel stuk grond om... Wat is dit?
De papieren zijn ongeldig! Hij heeft getekend met "Theodore Roosevelt".
- Is uw taxi bezet? - Ja, maar heb jij 'n aanbod?
Ik ben Witherspoon van Happy Dale, ik kom voor 'n meneer Brewster.
Breng ons terug naar het sanatorium.
Ik wist dat dit in een gekkenhuis zou eindigen!
Wij noemen het een rusthuis.
Mr. Brewster?
Mr. Witherspoon is er.
Als de spion uw naam ziet, komt de nationale veiligheid in gevaar.
Nee, het is bedrog.
- Hij wil praten. - Ik kom eraan.
- Brewster is code voor "Roosevelt". - Code voor Roosevelt?
Als je drie letters weghaalt, wat krijg je dan?
- Iets als "rooster". - En welke bloem zit daarin?
- De roos! - Zie je! "Rozenveldt"!
- Slim! Bedank de codeerafdeling. - Mooi gedaan, doe dat nog eens.
Geef me die pen.
- Leuk is dit! - Nu Witherspoon nog.
U weet niet hoe blij ik ben u te zien, mr. Witherspoon.
- Zult u goed voor Teddy zorgen? - Ja, mr. Brewster.
- Hoeft hij niet in een ambulance? - Er staat een taxi voor.
Het is belangrijk. Ziet u erop toe dat Teddy gelukkig is in Happy Dale?
- Hij is zo gevoelig. - Ik benijd onze patienten soms.
- Ik ben niet in Happy Dale geweest. - Je kan nooit weten...
Wat ben ik blij. Ik heb altijd een theatercriticus willen ontmoeten.
Dit kan u duidelijk maken wat we doen in Happy Dale.
- Een brochure? - Nee, een toneelstuk.
Ik heb lang gewerkt aan deze dramatisering van wat er gebeurt...
Inspecteur!
Leest u dit door. En ik wil dat u kritisch bent.
Dit is mr. Witherspoon.
Ja, ja... Hij zal goed gedijen in Happy Dale. Kom, m'n jongen.
- Wat is dit nou weer? - Nee, mr. Witherspoon.
- Dit is inspecteur Rooney. - Van de politie?
De papieren zijn getekend. U kunt hem meenemen.
Ik ben op m'n kantoor om wat veto's uit te vaardigen.
Ik heb goed nieuws. Uw ambtsperiode is voorbij.
- Is het 4 maart? - Bijna...
Dan ga ik op safari in Afrika.
Ik moet onmiddellijk vertrekken.
Wil hij in het Witte Huis intrekken voor ik weg ben? Die Taft!
Nee, mr. Witherspoon is je gids in Afrika.
Prima! Wacht hier, dan haal ik mijn uitrusting.
Gelukkig mens...
Tot ziens, tante Abby, tante Martha. Ik ga naar Afrika. Heerlijk, h�?
Ten aanval!
Ik heb 'm.
O jeetje... Er zijn erg veel trappen in Happy Dale.
- U komt Teddy bezoeken, of niet? - Hij komt hem ophalen.
- Teddy heeft weer getrompetterd. - Nee, u mag hem niet meenemen.
We pakken hem z'n trompet af. We willen Teddy niet kwijt.
- Hoe kon je? Je had 't beloofd! - Mr. Brewster staat erbuiten.
Het is de wet. Teddy heeft getekend en hij moet met ons mee.
- Dan gaan wij ook! - Ja, neemt u ons ook mee.
Waarom niet?
Dat is heel lief, maar we nemen geen gezonde mensen op.
Nee, nee, nee...
De dames verdwijnen in de menigte. Dat kunt u toch wel ritselen?
Nee, het is te riskant. Nijd, jaloezie...
Ik moet echt aan het werk. Er zijn onopgeloste moorden in Brooklyn.
Het is niet alleen 't toeteren. We moeten ook in uw kelder graven.
- Onze kelder? - Ja.
Teddy zei dat daar 13 lijken lagen.
Er liggen inderdaad 13 lijken in onze kelder.
- Wat? - Ja. Vraag maar aan neef Mortimer.
Ten aanval!
Niet te geloven...
Gedraag je! Je weet best dat er 13 lijken in de kelder liggen.
Jazeker, 13 lijken in de kelder. En nog honderden op zolder!
- Wat is dit? - Let niet op Mortimer.
- Hij doet de hele dag al raar. - Ik weet niet meer wat raar is.
- Ik ga eens in de kelder kijken. - Ik haal mijn lijken van zolder.
U haalt de lijken uit de kelder en dan sturen we ze naar Happy Dale.
U hoeft niet te graven. De graven zijn gemerkt.
We leggen iedere zondag bloemen.
Ik leg neonlichtjes op die van mij!
Praat met ze mee. Lachen...
- Er ligt 'n mr. Spenalzo beneden. - Hij snapt 't niet...
- Die hoort hier niet. - De andere twaalf zijn onze heren.
- Uw heren? - De mijne zijn geen heren!
Let u maar niet op hem.
Ja, ja...
Hij snapt het. Niet te geloven.
- Heeft u geen plaats voor de dames? - Alleen de dames?
Alleen de dames!
- Nou? - Ze moeten opgenomen worden.
Kunnen zij ook niet gewoon de papieren tekenen?
Als we met Teddy mee mogen, tekenen we. Waar zijn de papieren?
Ik wil dit helemaal uitzoeken, dus ik ga met die spion praten.
Misschien begrijp ik hem w�l. Dertien lijken in de kelder...
Tekent u hier.
Ik verheug me erop. De buurt is zo veranderd.
Vooral na dat kampioenschap.
We hebben helaas iets vergeten.
- Er moet een arts tekenen. - Een arts...
Dr. Einstein! Kom even wat papieren tekenen.
- Goedenavond... - Kom hier!
- Is hij een dokter? - Hij had me bijna geopereerd.
Kom op, dokter.
Tekent u hier.
- Gaat u weg? - Ja, heel graag.
- Wacht u niet op Jonathan? - We gaan naar dezelfde plaats.
We hebben die ontsnapte uit lndiana. Geef 't signalement van z'n helper.
In de veertig, 1,67 m.
65 kilo. Uitpuilende ogen.
Duits accent. Geeft zich uit voor dokter. Bedankt, Mac.
- De dokter heeft getekend. - Prima. Bedankt, dokter.
U bewijst Brooklyn een grote dienst.
Maar dokter Einstein!
- En nu, mr. Witherspoon... - Mijn naam is Brewster.
Het is besmettelijk. Tekent u als naaste familielid.
Zeg dat dan! Dit is heerlijk.
- Mr. Witherford! - Spoon!
Komt u mijn uitrusting inpakken!
- Uitrusting? - Ja, hij is tenslotte de president.
En neem mijn trompet mee.
De president...
En niet aanvallen!
Mortimer... Wij zijn zo ongerust.
- Maak je niet druk, lieverd. - Ik ook, Mortimer.
- Het wordt fijn in Happy Dale. - Ja, maar er mag niets fout gaan.
- Gaan ze die handtekeningen na? - Nee, ze gaan Einstein niet na.
- Maar het is jouw handtekening! - Jij tekende als naaste familie.
- Wat is daar fout aan? - Vertel het hem, Martha.
Nou, lieverd... Je bent geen echte Brewster.
Je moeder kwam hier als kokkin en jij werd 3 maanden later geboren.
Ze was zo lief en zo goed, we wilden haar niet kwijtraken.
Dus onze broer trouwde met haar. Je vader was kok op een stoomboot.
Dus... ik ben geen Brewster?
- Neem het niet zo zwaar op. - Het maakt Elaine vast niets uit.
Elaine! Elaine! Hoor je me?
Ik ben geen Brewster, ik ben de zoon van een scheepskok!
Mortimer! Mortimer!
Het is waar! lk heb ze gezien!
Er liggen dertien lijken beneden! lk zag ze!
Wat schreeuwt zij nou?
Ze had allang in bed moeten liggen.
- Maar, Mortimer... - Daag!
- Wat heeft dit te betekenen? - Ze gaan op huwelijksreis.
Ze maken een vliegende start.
Je kunt twee taxi's krijgen... Ik heb het over de meter!
Oh, Mortimer...
Oh, Mortimer...
We gaan naar de Niagara-waterval. Bel een taxi voor me, schat.
Mr. Brewster!
Ik ben geen Brewster, ik ben de zoon van een scheepskok! Ten aanval!
En ik ben geen taxichauffeur, maar een koffiepot!
Ripped by thewildbunch22 www.ondertitels.nl
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.