All language subtitles for Der.goldene.Handschuh.2019.German.DTS.1080p.BluRay.x264-LeetHD

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian Download
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish Download
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Er gaat een traan op reis

Hij gaat op reis naar mij toe

De wind voert hem mee met de wolken

Lijk gevonden op binnenplaats

Rechterbeen en romp ontbreken

Gertraud B. was een prostituee in St. Pauli.

Ze is voor het laatst gezien in de bar Der goldene Handschuh.

GYMNASIUMLAAN

We dachten er lang aan je over te laten gaan.

Maar dat zou oneerlijk zijn geweest voor degenen die harder gewerkt hebben.

We geloven dat je niet maalt om onze waarschuwingen.

Het ene oor in en het andere uit.

Alsof je er niets om geeft.

Ik hoop dat je snapt wat er op het spel staat, Petra.

Wie naar school is geweest, heeft een toekomst.

Wie niet naar school is geweest, heeft die niet.

Ik heb je pomp even geleend.

Hebben ze je band leeg laten lopen? - Geen idee.

Je band is nog leeg.

Het foute ventiel.

Wacht even!

Ik ben Willi.

Petra.

Je gaat naar de vijfde, toch?

Ik ben blijven zitten.

Dan kom je misschien in mijn klas.

Je bent hier pas kort, hè? - Drie maanden.

Op welke school zat je hiervoor? - Het Christianeum.

Kom je uit Blankenese?

Zijn je ouders hoge piefen?

Zijn ze dat?

Lust je wat te drinken? - Cola.

Bedankt. - Geen dank.

Op naar de rosse buurt. Op naar St. Pauli.

Ga je deze zomer op vakantie? - Nee.

Ik ook niet.

Misschien kunnen we eens afspreken?

Wat wil je doen?

We kunnen naar de rosse buurt gaan. Naar St. Pauli.

Misschien.

Tot kijk. - Tot kijk.

Ik ben een meisje uit Piraeus

En houd van de haven De schepen en de zee

Nee. Jij bent mijn meisje uit Piraeus.

Ja toch? Of houd je soms niet van een matrozenlach?

Jawel. - Moet je haar daar eens zien.

Net een vol gescheten sportschoen.

Dat mag je niet zeggen.

Zoiets mag je niet zeggen.

Wat wil je drinken? - Niets.

Dat hebben we niet. - Ik heb geen geld.

Ik tel tot drie en je bent weg. - Laat haar. Ik trakteer op koffie.

Met de handen door de ingewanden gewroet.

Ik heb er vandaag eentje gezien.

Ze was echt heet. Een echte engel.

Ze rook zo lekker. Het was uniek.

Hé, luister je wel?

Laat hem toch pitten, gast.

Je moet af en toe controleren of ze nog wel leven.

Een gast heeft hier ooit twee dagen op een kruk gezeten. Hij was dood.

We draaien ploegen. Niemand zag het.

Herinner je je dat nog? - Ja.

Op de derde nacht struikelde iemand en stootte zo het lijk omver.

Anders hadden we het pas gemerkt als de ratten waren gekomen.

Lust je nog wat?

Hè?

Zeg "pardon", niet "hè". Of je nog wat lust.

Drinken, Norbert. Drinken.

In de oorlog is er een bom vlak bij zijn oor ontploft

en nu hoort hij niet meer goed.

Hij zat bij de Waffen-SS.

Daarom noemen ze hem SS'er Norbert.

Anus, vraag die dame daar of ze wat te drinken lust.

Die daar.

Die jongeman biedt u wat te drinken aan.

Nee. Ik vind hem te lelijk.

Hé, ze ziet je niet zitten.

Vraag het haar daar.

Lust je nog wat te drinken? Die man daar trakteert.

Welke man? - Fiete!

Ik zou niet eens op hem pissen als hij in brand zou staan.

Fiete, wil je wat te drinken? Ik trakteer.

Dan neem ik er nog eentje. - Geef hem er eentje. En mij ook.

Je moet niet huilen

Als ik ooit bij je weg moet gaan

Denk er maar niet aan...

In deze bar tref je mooie meisjes.

Mooiere dan in Lehmitz, Schlusslicht of Elbschloss Keller.

Daar zijn ze ook mooi. - Niet te vergelijken.

Hier. Dit is van hem daar.

Moet je die ouwe wijven hier toch zien.

Ze zijn daarginds ook niet heter.

Ze zijn heter in Café Keese, Top Ten en Alfons und Gretel.

Ze zijn overal heter. - Waarom kom jij dan hierheen?

Nou, ik ben 79. Op die leeftijd zoek je iets anders.

Geef me nog een gin.

Ik ben Gerda en ik wil je graag bedanken.

Het stelt niets voor.

Hoe heet jij? - Fiete.

Ja?

Nou, proost. - Op je gezondheid.

Welke dag is het vandaag? - Woensdag.

Woensdag is altijd zwaar. Het kan vriezen en het kan dooien.

Soms wordt er gehost, maar meestal is het doodstil.

Waarom zeggen we niet "gehosten"?

We zeggen toch ook "gescheten", niet "gescheet"?

Waarom heb je het toch altijd over stront?

Weet je hoe ik je voortaan noem?

Niet Ernie de Neus, maar Ernie het Kontgat.

Je moet niet wenen

Als ik ooit bij je weg moet gaan

Denk er maar niet aan

Want ik ben hier nog bij je

Waarom huil jij nu?

Het is zo'n mooi liedje.

Hé, tortelduifjes, willen jullie nog wat te drinken?

Ik heb thuis nog zat te drinken.

Ga alvast en wacht bij de bushalte op me.

Vooruit!

Ik lust er nog wel eentje.

Nog eentje.

Ga zitten.

Wat stinkt hier toch zo?

Dat zijn die Grieken hieronder. Het is hun fout.

Ellendige gastarbeiders die niet eens werken

en de godganse dag afgrijselijk eten koken.

Lamsbout, knoflook en God weet wat nog meer.

Er gaat een traan op reis

Hij gaat op reis naar mij toe

De wind voert hem mee met de wolken

En ik weet dat hij afkomstig is van jou

We gaan naar hiernaast. Vooruit.

Hé, wakker worden!

Wanneer ik terugkom, ben je weg. Begrepen?

Vooruit, kom mee.

Ben je hier nog steeds?

Wegwezen! Wegwezen!

Nu nog mooier...

Wat wil je? - Mijn tanden.

Je wat? - Ik heb mijn tanden nodig!

Wat zei je daar? - Mijn tanden.

Ik heb mijn tanden nodig. - Je tanden?

Daar!

Vooruit dan.

Nee! - Ik wilde je alleen helpen.

Je hebt opgeruimd.

En schoongemaakt.

Kun je ook koken?

Natuurlijk.

Ik heb vroeger voor Rosi gekookt. - Wie is dat?

Mijn dochter.

Heb jij een dochter?

Ja.

Interessant.

Wat is dat voor iemand, die dochter van je?

Rosi is pas dertig geworden.

Hoe ziet ze eruit?

Een beetje mollig.

Maar knap.

Met een ongelooflijk zachte huid.

Ja?

Waar werkt ze ergens?

Ze is slager.

Geen prostituee. Ze heeft een vak geleerd.

Is ze getrouwd?

Ze wacht nog op de juiste man.

Die zijn nu lastig te vinden. - Precies.

Neem Rosi ook eens mee.

Waarnaartoe? - Ben je achterlijk?

Koffiedrinken.

Op zondag.

Hier. Met Rosi.

Ik zal het haar vragen. - Ja. Maar wel echt!

Ja, chef.

"Chef" bevalt me wel.

Wat lekker.

Wat lekker.

God!

Vooruit, ga liggen.

Niet zo. Kijk de andere kant op. Je bent te lelijk.

De rest is voor jou.

Zo...

Dat heb ik in de lunchpauze geschreven. Lees maar. Vooruit.

"Verklaring:"

Ik, Gerda Voss, verklaar bij dezen

dat ik het nog nooit zo goed heb gehad als bij meneer Honka.

Meneer Honka weet veel beter dan ik wat goed voor me is

en daarom verklaar ik hierbij schriftelijk

dat ik akkoord zal gaan

met alles wat hij met me doet.

Als blijk van dank

verklaar ik tevens dat ik meneer Honka zal voorstellen

aan mijn dochter Rosi,

zodat hij haar kan nemen.

"Ik verklaar dit uit vrije wil en met mijn volle verstand."

En? Heb je er wat op aan te merken?

Nee.

Onderteken het dan.

Heb je niets anders om aan te trekken?

Op dit moment helaas niet. - "Op dit moment", vast...

Hier.

Kom.

Trek dit eens aan.

Wanneer je veel hebt

Wil je nog meer

Mamma mia

Ik denk vaak aan je lied

Buona buona buona notte

Bambino mio

Vooruit, een jurk is een jurk. Ga verder koken.

Geen snot erbij!

Viespeuk.

Soepkip!

Je bent een soepkip!

Mag ik ook een glas drinken, chef?

Voor de smaak.

Fritz, wat stinkt het hier weer.

Schijt op mijn kop voor wat verfrissing.

De groeten, Siggi.

Een strontlucht is nog steeds de beste geleider, toch?

Er is hier nog iemand.

Kun je die dame eens voorstellen?

Dit is...

Draai je om!

Ik ben Gerda. Gerda Voss. - Siggi. De broer van die gast daar.

Ze helpt hier in het huishouden.

Hou je vast, er is te eten. - Dat is een wonder.

Weet je, Fritz is zo gierig

dat hij op sneeuwballen schijt en dat negerzoenen noemt.

Weet je wat, mevrouw Voss? Zonder mij zou hij al lang dood zijn.

Mama had te veel aan tien kinderen.

Dus stuurde ze mij naar familie in Hamburg.

Fritz en ik kwam elkaar later weer tegen op de metselschool.

Hij kreeg er cementschurft. Herinner je je dat nog?

Cementschurft. Niet te geloven, wat een akelige naam voor een ziekte.

Ik ben de enige van ons met wie hij contact heeft.

Waar is de rest dan? - Drie zijn er dood.

Een zus woont in Leipzig. En de rest weten we niet.

Het leven is een lier. - Nee, de spreuk gaat zo:

"Het leven is een draaiorgel waaraan Onze-Lieve-Heer zelf draait."

"We dansen allemaal op het lied dat hij op ons pad brengt."

Niets tegen in te brengen. - Of deze:

"Het leven is een kaartspel. Doe het met de kaarten die je hebt."

Mijn broer kent al de beste spreuken.

Precies, zoals deze:

"Bloemen zijn als mensen: hoe dikker, hoe suffer."

Proost!

Er zijn drie redenen waarom mensen drinken.

Een: om erge dingen te vergeten. Twee: om goede dingen te vieren.

En drie: om leven in de brouwerij te brengen!

Weg met hoeren die ons niet nemen! - Ja, weg ermee!

Moeten jullie horen...

Kom eens dichterbij.

Er zijn te veel vrouwen,

en tegelijkertijd te weinig.

Snap je dat?

Liefde is iets voor mensen die overweg kunnen

met leed, stress en die hele mikmak.

Als ze klaar met je zijn, zijn ze klaar.

Ze komen voor geen goud terug. Neem dat maar van mij aan.

Zijn vrouw is nu twee jaar bij hem weg. Het knaagt nog steeds aan hem.

Op een dag zal Monika terugkomen.

Geloof me maar.

Dat staat vast.

Monika, stom kutwijf!

Je hebt te snel gedronken. Je bent geen schnaps gewend.

Als baas zou ik gasten ontslaan enkel en alleen om hun blik te zien.

En dan hebben ze niets meer over en springen ze uit wanhoop van de brug.

Hé, Siggi, laat toch zitten. - Hou je bek!

Het liefdeslicht, laat me niet lachen.

Zelfs de sigarettenaansteker in de auto is feller dan die onzin.

Haat is duidelijk.

Liefde is dodelijk.

Aan mij heb je niets meer. Ik ga pitten.

Ik duik mijn nest in. Arrivederci!

Je jas!

Siggi, wacht!

Siggi!

Hier.

Het beste.

Raak haar niet kwijt.

Raak haar niet kwijt.

Wie?

Mevrouw Voss.

Siggi, ik wil haar niet eens.

Ik wil haar dochter.

Heeft zij een dochter? - Ja.

Rosi.

Mag ik die eens ontmoeten? - Jij niet.

Je mag de moeder hebben.

En de volgende keer geen schnaps meer. Geen druppel.

Val niet van de trap.

Is deze plek vrij?

Neem me niet kwalijk? - Ga maar zitten.

Ze hebben er geen problemen mee. Nietwaar, dames?

Bedankt.

Vroeger, toen ik op de nonnenschool zat...

Die nonnen daar... Echt ongelooflijk.

Hallo. Luistert er daar iemand?

Ik luister. - Ik doelde niet op jou.

Ik doelde op die dames.

Ik heb er enkele jaren gezeten.

Maar geen van hen heeft zich in die tijd gewassen.

Horen jullie dat?

Ze hadden van die habijten aan

en ze droegen daar geen ondergoed onder.

Ze stonken naar pis!

En dan moest ik langs hun benen omhoog

en mijn vinger erin stoppen en zo.

Bla, bla, bla.

Thölke! - Hou je bek!

Zeg eens...

Waar is je dochter nu?

Wat?

Je dochter.

Rosi.

Wat is er met haar?

Wanneer ga je met haar praten?

Waarover? - We hebben een afspraak.

Waar woont ze ergens?

Waar woont die Rosi van je?

Ik geloof dat ze terug in Wenen is.

In Wenen?

Wat doet zij nu in Wenen? Ik dacht dat ze slager was?

Hoe moet ik dat weten? Ze wil geen contact meer hebben.

We hebben een verdrag.

Begrepen?

We hebben een verdrag.

Dat heb je zelf ondertekend.

Bloed niet de hele tafel onder als een varken.

Ga dat schoonmaken.

Wacht even.

Nonnen.

Wat waren me dat verfijnde vrouwen.

Heel verfijnde dames.

Het waren zwijnen!

Bla, bla, bla.

Wat is dat voor God die dat soort dingen toelaat?

Ze knorden als zeugen.

Wat valt er te lachen?

Lachen en kotsen komen uit dezelfde keel, dat zweer ik.

Dat niet alleen. Ook heel andere zaken, gelooft u niet?

Ja!

Precies.

Geloven!

Dat is het enige wat jullie kunnen.

Geloven.

Ik geloof dat ik er nog eentje neem.

Met geloof alleen bereik je weinig, maar zonder geloof helemaal niets.

Rot op!

Goed, dan wens ik de dames nog een vredige avond.

God staat aan uw zij.

Mag ik u over God vertellen?

Ik heb eigenlijk geen tijd.

Wie geen tijd voor God heeft, neemt veel tijd voor bijkomstigheden.

God bezoekt ons vaak, maar we zijn meestal niet thuis.

Ook bij tegenwind kun je vooruit komen.

Maar vaak is alles te veel voor één mens alleen.

Elke kleine worm doet zijn best.

Waar slaapt u vannacht?

Kom mee. Dan zorg ik ervoor dat u lekker kunt uitslapen.

En veel kunt eten.

Er vertrekt een trein Op weg naar nergens heen

En niemand Zet het licht van groen op rood

Maakt het je dan echt niet uit Dat ons geluk...

Anus, waar is Gerda?

Wie is dat? - Dat oudje met wie ik hier was.

Geen idee. Ze is weg. - Waarheen?

Dat weet ik niet!

Gerda!

Gerda!

Gerda!

Maria, je laat me gaan

Maar je had een traan in je ogen

Een traan die ik heb gezien

Zal die me zeggen, kom nog terug?

Herbert, geef me eens een schnaps.

Kijk eens aan. - Een hele fles, graag.

Hou de rest maar. - Bedankt.

Een hele fijne avond, dames.

Heeft iemand er iets op tegen als ik even aanschuif?

Hoogmoed komt voor de val. Dat zweer ik je.

Wees vriendelijk op de weg naar boven.

Want op de weg naar onder kom je ze allemaal weer tegen.

En iedereen moet naar onder.

Of zoiets.

Ik ga straks alles in Herta steken.

Wat?

Mijn pik en mijn balzak. Alles bij elkaar.

Kalenderspreuken.

Meer kan er niet in. - Spreekkunst.

Wat? - Gevleugelde uitspraken.

God had je geen oren hoeven geven. Je luistert nooit.

Er zit wat in. - Wat zei je dan?

Ik zou je de hele nacht kunnen nemen.

In elk gat dat je hebt.

Je kut, je reet...

en je oor.

Als je je aan die spreuken houdt, kan er niet veel misgaan.

Weet je wat, Inge? - Nee?

Het liefst zou ik een levende kabeljauw in je reet rammen.

Waarom dat nu? - Waarom, waarom? Weet ik veel.

Die wijsneuzen kunnen zo veel wijsneuzen als ze willen...

Kom. We gaan.

Waarheen? - Naar mij thuis.

Ik heb mijn drinken nog niet op. - Ik heb genoeg te drinken. Hup.

Zijn jullie helemaal gek geworden? Wegwezen! Nu meteen!

Anna.

Herta...

Herta?

Herta?

Help haar omhoog.

Help ons liever.

Rot toch op.

Wakker worden. We hebben nog meer te doen.

Word wakker! Wakker worden, stoephoer, slettenbak!

Wakker worden! - Hé, verdomd stel schooiers!

Ik ga de wouten bellen!

We gaan verder.

Laat haar liggen.

Vooruit!

Wat stinkt het hier toch?

De Grieken hieronder

koken dag en nacht. Soep, van alles en nog wat.

Er gaat een traan op reis

Hij gaat op reis naar mij toe

En nu likken jullie elkaars kut. - Wat?

Nooit van mijn leven. - Jawel. Nu meteen.

Ben je gek? - Vooruit, jij begint.

Nee, klootzak.

Nu meteen! - Nee.

Aan de slag.

Hup, trek je kleren uit. - Nee!

Hup!

Stop! Je slaat me nog dood! - Omdat je niet doet wat ik zeg!

Jawel.

Ik doe het al.

Laat me eerst even naar de plee gaan. - Schiet wel op.

De wc is in de gang.

Ik ga eens kijken waar ze blijft.

Hé, ben je aan de diarree of zo?

Hé, zal ik jou eens verwennen?

Ik zei toch dat je hier je bek moest houden, klootzak.

Flikker op.

Wat sta jij daar nu te staren?

Onder buitenlandse sterren

Wat wil jij nu, brillenjood? - Dat is stuurboord.

Daar waar je leeft

Lijkt alles veel te klein

De dag zal komen

Waarop je naar het buitenland trekt

Vooruit, mensen, allemaal naar buiten.

De werkster komt zo.

Kom allemaal uit de kietelkamer.

Bijnamen zijn net titels. Je hebt eerste- en tweedeklas namen.

Wat is een eersteklas bijnaam? - Een dubbele bijnaam.

SS'er Norbert,

Günther Tampon,

Bulgaarse Harry.

Waltraut Baco,

Uschi Schnaps.

Ernie de Neus,

Max Schnaps.

Hoe krijg je zo'n naam? - Hij drinkt 24 uur per dag schnaps.

En hij heet Max? - Nee. Peter.

"Max" omdat hij "maximaal" opschept.

Dat is Arne. We noemen hem "Anus" en iedereen moet lachen.

Weet je wat anus betekent? - Nee.

Zoek dat maar eens uit.

Nog twee borrels voor ons.

Vaart het witte schip naar Hongkong...

Hé, heb je een peuk voor me?

Of 20 pfennig?

Je krijgt zo 20 rammen, kontgeneukte halvegare.

Je trekt je de hele dag af als een aap. Dat zie ik.

Ik zie het in je blik.

Je hebt orang-oetanogen.

Er ooit aan gedacht dat na je dood

mensen met je kunnen doen wat ze willen?

Hoe bedoelt u?

Iedereen die dat wil, kan je opensnijden,

je ingewanden onderzoeken,

uit je buik halen of erin wroeten.

Waarom zou iemand dat doen?

Omdat dat heerlijk is.

Waarom is dat heerlijk?

Houd je bek.

Ik wil een tijdje rust hebben.

Zoals dat in de Bijbel staat. "Een heel korte tijd."

Wat lust je te drinken? - Cola.

Is dat je papa?

Nee.

Als ik op mijn nieuwe werk begin,

begin ik helemaal opnieuw.

Ik stop met drinken.

Je kunt eerst de schnaps laten staan en het bij bier laten.

Nee. Ik ga helemaal stoppen met drinken.

Dit hier is mijn laatste schnaps.

En weet je wat?

Ik kom hier nooit meer heen.

Geen St. Pauli meer, geen schnaps meer, geen Handschuh meer.

Dat zweer ik op Jezus Christus.

Oké, jongens, jullie mogen weer naar binnen.

Waarom zijn de gordijnen dicht? - Zodat de mensen de zon niet zien.

Ze drinken niet wanneer de zon schijnt.

Meneer? Waar kan ik meneer Wolter vinden?

Dan moet u beneden zijn.

Bedankt. - Geen dank.

Bent u meneer Honka?

Jazeker.

Nou, welkom in ons gekkenhuis.

Hoi. Ik ben Wolter. - Hoi. Honka.

Dat weet ik. Komt u maar mee.

Het moet gezegd, u bent echt precies op tijd.

Stiptheid is niet alles, maar zonder is er niets.

Als u het zegt.

Oké, laten we eens kijken wat voor moois u hier aan kunt trekken.

Kijk eens, dit zou normaal gesproken moeten passen.

Dat ziet er goed uit.

Pak aan. Vooruit, trek het aan.

Een ronde duurt ongeveer 15 minuten. U gaat er drie voor me maken.

Bij aanvang, halverwege en aan het eind. Kent u de weg?

Jazeker.

Ik zal de taak erg gemotiveerd volbrengen.

Als u dat zegt.

Goed, meneer Honka, voor ik u alleen laat,

laat ik u uw kantoor zien.

Ik wist niet dat ik een eigen kantoor zou hebben.

Het is uw eigen kantoor niet. We lenen het u slechts.

Goed...

En na uw dienst krijg ik deze weer netjes terug, goed?

Ik liet u toch niet schrikken?

Jawel.

Ik ben de nieuwe nachtwaker.

Ik ben de schoonmaakster. Denningsen.

En hoe heet u?

Honka.

Het spijt me echt.

Ja...

Goed dan...

Meneer Honka. Tot ziens.

Tot ziens, mevrouw Denningsen.

En ik wens u hoogstpersoonlijk een aangename avond.

En het was niet slecht bedoeld.

Als u eens wist wat er hier gebeurt... Maar u redt zich wel.

Nog een fijne avond straks.

Hoi, maat.

Wie bent u? Wat doet u hier?

Ik ben de man van mevrouw Denningsen.

Sorry dat ik u stoor. - Dat geeft niets.

Laat die deur maar lekker open.

Sorry. - Meneer Honka.

Ik wilde net gaan. - Kom binnen.

Nee. Absoluut niet. Ik wil u en uw man niet storen.

Toe, ik ben vandaag jarig.

Van harte proficiat, mevrouw Denningsen.

Je mag me Helga noemen. - Ik ben Fritz.

Ik ben Erich, aangenaam.

Hier, Fritz. Pak aan.

Dat kan ik beter niet doen. - Toe nou.

Niet tijdens het werk. - Vooruit.

Het is feest. Pak er eentje. - Nee, dank u!

Je bent een spelbederver.

Erich, laat hem met rust. - Je kunt mensen niet dwingen.

Lust je appelsap?

Als dat geen grote moeite is.

Ga zitten.

Op de jarige jet.

Precies.

Op blote voeten in de regen Dansen we samen

We dansen, dansen, dansen

Je kus is zoet, een vleugje zonneschijn

We kussen, kussen, kussen

Het is een knalfeest!

Je moet eens bij ons langskomen. - Ja.

In Tonndorf. In ons huisje. - Zal ik doen.

Wel een godvergeten gat. - Oké.

Nog godvergetener kan niet.

Het is een knalfeest!

Nog eentje voor de zekerheid.

Ik moet maar eens gaan.

Nog een aangenaam feestje. - Fiete!

We halen het nog eens in. - Natuurlijk.

Zo snel mogelijk. - Jazeker.

Absoluut! - Tot kijk.

Tot in de pruimentijd.

Fritz!

Welterusten en tot morgen. - Welterusten. Tot morgen.

Vroeg in de ochtend wordt het in het hele land 25 graden.

Later in de dag lopen de temperaturen op tot over de 30 graden.

De maximumtemperatuur bedraagt op donderdag 38 graden.

De lucht wordt duidelijk zwoeler en vochtiger.

Het wordt de heetste week dit jaar.

Mag ik binnenkomen?

Natuurlijk. Ga maar zitten.

Vind je het erg als ik een slokje drink?

Ik drink alleen in gezelschap.

Dat vind ik niet erg.

Heb je een beker?

Ja.

Bedankt.

Ik ga een stoel halen. - Ja.

Weet je nog dat hij je uitgenodigd heeft in ons huis in Tonndorf?

Ja.

Ik weet niet hoe we ons huis af moeten betalen met mijn miniloontje.

Werkt Erich dan niet?

Hij is pas ontslagen.

In plaats van werk te zoeken, zuipt hij zich lens van mijn geld.

Hier.

Bedankt.

Zal ik je geld lenen? - Nee.

Nee. Dat wil ik niet.

Alleen...

had ik wel van iets anders gedroomd dan van kantoren poetsen.

Ik ga mijn werk afmaken. Ik wilde hier niet komen uithuilen.

Nee.

Wil jij niets te drinken?

Waarom stinkt het bij jou als een oordeel?

Ik begrijp niet wat je zegt. - Het stinkt.

Fritz, wat heb jij vandaag toch? Je ziet zo bleek als een vissenbuik.

Ik heb een rubberworst op. Hij had al een witte baard.

Daar komt het niet door. Je moet minder zuipen.

Ik zweer het je, het zuipen kost je nog eens je kop.

Hier, three of a kind.

Drink water.

Een nutteloze vloeistof. - Ja, daar zit wat in.

Ik heb honger. Kom, Helga, ik ga wat halen bij de frikadellentent.

Lust jij echt niets? - Alsjeblieft niet.

Dit weekend komt mijn zus Frida op bezoek.

Ze is moedersziel alleen sinds ze weg is bij haar man.

Ik hou van je.

Nu wil ik je nemen.

Ik hou van je. Ik hou van je, Helga.

Ik hou van je.

Ik hou van je. Ik ga je nemen.

Ik ga je nemen. - Nee!

Ik hou van je!

Helga!

Rukker!

Kankerlijer!

Stopcontactneuker!

Wacht maar tot ik je te pakken krijg!

Klootzak!

Doe open!

Doe die deur open!

Hé, verdomde klootzak!

Het NDR-verkeersbulletin. Pas op: spookrijder.

Een spookrijder op de A7 van Hamburg naar Hannover.

Tussen Soltau Süd en Fallingbostel komt u een auto tegemoet.

Haal niet in.

Pas op, op beide rijstroken

op de A7 tussen Hamburg en Hannover. Een spookrijder...

Zeg, dat oudje dat hier laatst was, was echt hartstikke geil.

Ik heb er laatst nog één meegenomen, en die was ook geil.

Dat zou je niet zeggen.

Ik heb haar onder haar oksels genomen, tussen haar ellebogen,

achter haar knie.

Had ze dan geen flamoes?

Je kunt van echt alles een flamoes maken.

Dat klopt.

Ik vreet even graag kutten als aardappelsalade.

Fiete! Fiete is terug.

Mijn hemel... - Hé, Fiete!

Dat vind ik leuk.

Hé, ouwe gabber, waar hing jij nu uit?

Een nieuwe baan.

Vandaar dat kloffie?

Ja.

En ik heb een nieuwe vriendin.

Ze heet Helga Denningsen.

Nou, van harte proficiat.

Ik neem haar nog eens mee.

Ja, doe dat maar.

Wat wil je drinken?

Ik geef een rondje!

Dat is me wat, zeg.

Dat is gul van Fiete.

Proost! - Op Fiete!

Op mij.

Adios, amigo

Het is jouw fout niet

Anus...

Ik wens je enkel één ding toe Wees gelukkig met haar

Hier, van hem daar.

Ik ga mijn eigen weg

En de weg is lang

Adios, amigo

We hebben een mooie tijd gehad

Bedankt.

Waar heb je dat litteken opgelopen?

Ik werd gedwongen me te prostitueren.

Van '37 tot het eind van de oorlog.

Een concentratiekamp.

Mijn vader zat ook in een kamp.

Omdat hij een communist was.

Hé, jochie, we krijgen hem wel stijf. Dat lukt ons wel.

Dat wordt weer niets!

Bek dicht!

Bek dicht.

God!

God! Varken!

Varken!

Zwijn dat je bent.

Schooier. Vies varken.

Rat.

Kakzwijnschoft.

Piskotser.

Zwijnenreet.

Smerig varken.

Gezwel.

Nu ben je...

Sterf!

Sterf!

Sterf!

Wat doe jij hier? - Niets.

"Niets" bestaat niet.

Wacht je op iemand? - Nee. Ik ga zo weer verder.

Kijk eens wat voor broek ik aan heb.

Kijk eens.

Dit is mijn fuifbroek.

Ik neem het ervan. Als je wilt, mag je ook een worst.

Als jonge vrouw was ik schattig.

Niet superknap, maar schattig.

Ik was het soort vrouw op wie mannen verliefd werden.

Dat kun je je nu niet voorstellen, maar het was echt zo.

Op mijn 52e verjaardag wilde ik me in de haven verdrinken.

Maar iemand begon tegen me te kletsen en ik ben meegegaan.

En de dag erop heb ik het uitgesteld.

Zo gaat het sindsdien. Op en af. - Hou je bakkes, ik wil neuken.

Ik wil niet neuken. Ik kan niet. Ik heb buikpijn.

Zelfs het kleinste beetje druk veroorzaakt ernstige...

Stop daarmee!

Ik heb darmen die bloeden.

Mijn stront zit altijd vol met bloed.

Alsof ik ongesteld ben in mijn kontgat.

Ik durf niet naar de dokter te gaan.

Ten eerste ben ik niet verzekerd en ik heb het geld niet.

Hoeveel knoflook moet ik in de tzatziki doen?

Geef me een kus.

Wat? Ben je gek geworden?

Gebruik je eigen tong liever eens wat vaker bij mij.

Proost!

Wat is er aan de hand, jochie?

Geef hem soep.

Wat is dat?

We moeten weg!

Allemachtig!

Lefteri, doe wat!

Verdomde buurman!

Wil je daar naar binnen? - Ja.

Bij Der goldene Handschuh? - Ja.

Ik ben daar al eens binnen geweest. - Ja?

Het is er wat ruw, maar wel leuk.

Er komen ook normale mensen.

Kom, je zult het leuk vinden.

Tof, hè?

Ik ben zo weer terug. - Goed.

Hé, honnepon, alles kits?

Ik trakteer. - Ik heb al wat.

Ja. Prik. Ik bestel champagne voor je.

Hallo.

Groet je een officier met je lul in je hand?

Kijk voor je uit. Snel een beetje.

Sorry.

Niet bewegen. Draai je niet om.

Blijf gewoon zo staan.

Zo is het goed.

Ga zo door.

Op de plaats, rust.

Luister, ik heb een idee.

We gaan een eindje rijden in mijn Daimler.

Je houdt toch van Daimlers?

Iedereen houdt van Daimlers.

Daimlers zijn Daimlers.

Nu weet je het.

Hé, gaan we geen rondje rijden?

Willi?

Willi, ik ga naar huis.

Willi, moet ik hulp gaan halen?

Nee.

Ga maar naar huis.

Moet je overgeven?

Willi?

Ga nu maar.

Waar is mijn fietspomp nu?

Iemand wil erlangs. - Hé, u mag daar niet langs.

Maar ik woon hier. - Doet er niet toe.

Waar woont u? - Op zolder.

Hoe heet u? - Honka.

Wacht hier even.

Wat is er gebeurd?

De Grieken zijn vergeten het vuur uit te draaien.

Lefteri! Guarda!

Het vuur is geblust.

Het is geblust.

Hoeveel lucht heb je? - Bijna 200.

Ga nog een keer naar boven en controleer de brandhaarden daarboven.

Meneer Honka!

U woont op zolder?

U zei net toch dat u op zolder woont?

U woont op zolder, dat zei u daarnet toch?

Als ik dat gezegd heb, dan moet dat zo zijn.

Jazeker.

Hij gaat mee naar het bureau. Neem hem mee.

Aan de kant, alstublieft.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.