Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Het was het karretje van de hondenvanger.
Door het vinden van die foto
kreeg ik zin om over Algerije te vertellen.
Het is ongelooflijk.
Ik ben nu dertig en ik praat er nog steeds niet graag over.
Misschien door mijn ouders.
Het is waar,
m'n moeder zou niet willen dat ik dit vertelde.
Maar mijn Ieven begon daar, dus...
HEIMWEE NAAR DE SIROCCO
Tadjira (Algerije) Juni1945
Tadjira was geen grote stad als Constantine of Algiers.
Het was maar een onderprefectuur.
We woonden in de Rue Diderot, bij de post.
Maar nu ik erover nadenk, is mijn leven niet goed begonnen.
M'n vader was niet bij m'n geboorte.
Hij voerde oorlog in Italië.
Maar in 1945,
toen hij gedemobiliseerd was,
met alle mannen van Monsabert,
was z'n eerste daad:
Met z'n uniform nog aan,
de winkel heropenen.
Hij klom op de ladder
en bracht met de penseel een verandering aan
van groot belang.
En daar is het wondertje.
Kijk die kleine nou toch!
Wat een schatje! Hoe heet hij?
Paul.
Lach 's naar mevrouw Bénichou en naar oom Jacob.
Lach je naar me, Paulo? Wat is hij opgewekt!
Precies z'n vader!
Albert, wat deed jij in Italië?
Vechten of meiden versieren?
Waarom vraag je dat? - Hoeveel kinderen heb je?
Een. Hij is de oudste.
Waarom zet je dan "en zonen"?
Oktober 1949
Dat ging snel, hè?
Al vier jaar.
Mijn eerste schooldag.
Een laatste blik op de vrije wereld.
Ik blokkeerde. Ik snapte de letters niet.
De anderen konden al prima lezen.
Een andere moeder zou zich geschaamd hebben.
De mijne niet.
Zij zei...
Arm jochie, hij doet wat hij kan.
Hoe dan ook...
Toen ik snapte dat het niet tijdelijk was,
wende ik er maar aan.
En op school ontmoette ik m'n beste vriend.
Georgeo Labrouche, kolonistenzoon.
Het beviel m'n vader niet zo.
Hij zei altijd: "Zoon,
"kolonisten en kruideniers gaan niet samen."
November 1954
Dit moest 'n keer gebeuren met al dat geschiet op Corsica.
Je hoeft niet op Mendes France te rekenen.
Dit is de waarheid:
"Terroristische aanslagen... Algerije blijft veilig."
Wat een onzin!
Franco, ik moet je wat vragen.
Betwisten ze de goal die ik zondag gescoord heb?
Begin nu niet over die goal!
Ik heb twee seconden.
Een center en baf, in de bovenhoek.
Wat zeg jij ervan?
De keeper was pissen, anders had je niet gescoord.
Of de keeper was weg...
Jacob! Waarom gaat hij weg?
Jacob Gavalda
was m'n vaders beste vriend. Behalve qua politiek.
Om rond te komen
maakte hij artistieke kaarsen.
De donderdagmiddag
bleef ik graag bij hem om te helpen.
Naast z'n werknemer Brahim
waren wij Jacobs enige familie.
Oom Jacob was fantastisch.
Hij zat vol ideeën en uitvindingen.
De Descartes van Tadjira.
Heb je de krant gelezen?
Acht doden, meerdere gewonden,
twee onderwijzers vermoord.
Alleen al met Allerheiligen.
Paulo, jongen,
hou dit in je gedachten:
Op een dag gaan we hier weg, volledig berooid.
Ja, jongen.
Dikker, die kaarsen!
Zo ja.
Het is voorbij. Ik laat de deur open, schatje.
Ga maar lekker slapen.
De kleine kan niet slapen.
Door Jacobs sombere ideeën.
Weet je wat hij hem vertelt?
Dat we hier ooit
met z'n allen zullen vertrekken als zwervers.
Hij kan er niet van slapen.
Hij is al zo gevoelig.
Over een paar seconden begint de strijd.
Mei 1958
Carasco...
Adja...
Adjazmoufa.
Nakam Nardoche
en Georgeo Labrouche
hebben hun getuigschrift voor het lager onderwijs gehaald,
met lof.
Als eersten van de klas, de besten.
En na speciaal overleg,
langdurig overleg van de jury,
Paul Narboni.
Jij?
Dat meen je niet!
Hou toch op, Paulo!
Je liegt toch niet, hè?
Hier, een half pond.
Mijn zoon heeft z'n getuigschrift. Marguerite!
De kleine!
Hij heeft z'n getuigschrift.
Mijn zoon!
Mijn zoon heeft z'n getuigschrift gehaald!
Heb je 't gehaald?
Hij heeft het gehaald! Niet te geloven!
En wat wil hij nou gaan doen, die kleine?
Weet ik niet.
School is te moeilijk voor hem geworden, dus...
Hij wil toch wel verder leren?
Beseft u niet wat u zegt of zo?
Hij had al moeite genoeg met z'n getuigschrift, arm joch.
En u bent al kaartenhuizen aan het bouwen.
Je moet vooruitzien, meid.
Je zat weer fout bij de reprise.
Nou en? Dat kan niemand boeien.
Ze komen uit patriotisme, niet voor de muziek.
Kijk.
Net als in Algiers,
Arabieren en Fransen verenigd, hand in hand,
broeders! De ellende is voorbij voor ons.
Je zet je vingers verkeerd.
Je zult zien wat De Gaulle gaat doen.
Mei 1958?
Tranen van bloed zullen we huilen.
Hij zei toch "Frans Algerije"? We hebben het gehoord.
Misverstaan, zal hij zeggen. - Jij...
Heren.
April 1961
Dit is France 5.
Eer en vaderland
Het comité nationale wederopbouw spreekt tot u.
Fransen van Algerije, vanochtend heeft in Algiers
het leger, waarborg der instellingen, de teugels in handen genomen.
De politiek van concessies, geleid in Parijs,
door die Charles de Gaulle,
leidde direct tot het verlies van een geliefd land.
Ik zei het al.
Sétif 1945.
November 1954.
1958...
En nu die poets.
En dan?
Die punch is goed voor ons.
Goed?
Op een dag zullen we hier weggaan,
volledig berooid.
Wat kan ik doen?
Ik kan z'n handen toch niet vastbinden?
Maar hij maakt vlekken.
Hoe die arme LeÏla ook boent, ze krijgt ze er niet uit.
Ze gaan niet weg. - Ik merk niks aan die van mij.
Maar hij zit wel lang op de wc.
En z'n vader staat te wachten met z'n krant.
Is hij niet moe? - Ik weet niet hoe hij het doet.
Het lyceum wordt te moeilijk.
Echt waar!
Grieks, Latijn, Engels, en ook nog eens Duits!
Nu alleen nog Arabisch!
De Suzi's bij de blikjes tonijn. De harissa valt om, op die manier.
Wat pak je? - Wasmiddel.
Noteer het.
Kijk 's aan!
Kijk hem nou.
Hij moest per se hiertegenover komen wonen.
Hij, dat is kapitein Arion.
Die kregen we cadeau na de putsch, om de orde te herstellen.
Alsof na zeven jaar oorlog het leger nog iets kon veranderen.
's Zondags ging ik eten bij m'n vriend Georgeo.
We noemden de boerderij van de Labrouches "het kasteel".
Het meest versterkte landgoed in de streek.
En het best bewaakte.
Die knul achter het stuur,
al heeft hij geen rijbewijs, is Georgeo Labrouche.
En naast hem zit ik.
Wat verveelden we ons op zondag in Tadjira!
We konden of naar de bioscoop Le Rialto,
of naar café Franco. En dat was alles.
Of anders,
als we niks anders te doen hadden,
gingen we naar de club van de parochie.
Zogenaamd om meisjes te versieren.
De meisjes uit Tadjira.
Blijf je voor de deur staan?
Het is warm, hè?
Zag je me rocken?
En jij? Dans jij niet?
Véronique Arion, de dochter van de kapitein.
Wat was ze mooi, met die lintjes.
Anders dan de lokale meisjes.
Ben jij degene die tegenover ons woont?
Heb je me opgemerkt? - Misschien.
Sommigen zouden er goed aan doen om uit het raam te kijken,
vanavond om 10 uur.
Nu mag jij kaakjes eten, Labrouche.
De avondklok, ik moet naar huis.
Wacht, ze zei 10 uur.
Wat is dat?
Dat is de 12.7. Die is te gek.
Mijn vader heeft er een gekocht.
Georgeo, zou ze haar slipje ook uitdoen?
Zwijg, kijk. Praten doe je straks maar.
Zijn de twee musketiers hier?
Ze vergallen ons leven met al dat wachtlopen.
Waarom doen jullie alles dicht? Met die hitte...
Doe m'n schoenen 's uit.
Ik breng je thuis.
Marguerite! We bewaken de stuwdam.
Bij de boerderij van Georgeo's vader.
Neem hem met je mee. - Heb ik al gezegd.
Er zit wat te eten in voor Jacob.
En zwarte olijven.
Waar is m'n geweer? - Hier.
De jongens hebben ermee gespeeld.
Paulo, heb jij dit gedaan?
Kijk dan! Kijk die kulas nou.
Laat mij maar.
We gaan!
Franco's café was opgeblazen,
terwijl de oudjes zaten te kaarten.
Waarom heb je mijn tent opgeblazen?
Waarom heb je mij uitgekozen?
Je hebt me geruïneerd! Vermoord!
Er zijn 50 cafés op dit plein.
Maar jij moest die granaat op mij gooien!
Kon je hem niet wat verderop gooien?
Franco overdrijft wel.
Die Arabier kwam cola leveren. Hij wist van niks.
Niet te geloven.
Waarom was die moorkop er op het moment van de aanslag?
Ik zeg 't je, die para's waren nog vriendelijk.
Op de boerderij hadden we twee kogels van 11.43 in z'n kop geschoten.
"Op de boerderij"!
Wie, jij of je vader?
Johnny!
Breng je me de spijkers?
De koning van de rock.
Albert! Het eten is klaar. Kom je?
Ik kom eraan!
Let op m'n hamer en spijkers.
Ga verder met alles afrasteren om de granaten tegen te houden.
En profiteer er niet van om stiekem koekjes te eten.
Niet alles afrasteren. De klanten moeten erdoor kunnen!
Oké, boss.
Heb je het gezien?
Ze hebben Duval vermoord, de juwelier.
Niet de zoon.
De vader, die oude man.
Hij was aan het afsluiten
toen ze hem overvielen.
Hoe oud was de oude Duval?
Minstens zeventig.
Goh...
Arme oude man.
Nu doden ze ook al oudjes.
Eten jullie nog wat of niet?
Ik word gek van dat scoubidou.
Het is slecht voor ons. Wie zetten ze in het doel?
Mederli.
De vliegende Oranees.
Notre-Dame en Gallia Club speelden iederjaar tegen elkaar.
Die ontmoeting was erger dan een godsdienstoorlog.
De Arabieren van Gallia in het groen en wit
tegen de Fransen, dat waren wij dus.
Ik herinner me dat ik die dag Atlan verving, die ziek was.
Wat doet Paulo nou?
Maar we waren niet trots.
De Arabieren scoorden,
een minuut voor het eind.
En Stefanov schopte Djelali in het strafschopgebied.
Die penalty zou zeker hun tweede goal worden.
Toen Franco met de bal de andere kant op rende,
dachten we dat hij sinds de aanslag in z'n café
niet helemaal spoorde, arme man.
Maar wat doet hij?
Hij gaat voor Mederli staan
en legt de bal op de penaltystip van de Arabieren.
De waarheid?
Al vonden we het oneerlijk, we zwegen.
1 - 1, onze eer was gered.
Bedankt, Franco!
De reactie was heftig.
Een week lang
bestookte de OAS ons dag en nacht met plastic bommen.
Zullen ze ons ooit nog laten slapen?
Al was het maar een nacht.
Ze hebben de lantaarn opgeblazen.
Albert!
Waarom hebben ze die opgeblazen?
Het is maar een kneedbom.
Slaap maar. - Lief van je, bedankt.
Kom tegen me aan liggen.
BIOSCOOPJOURNAAL
Algerije. Het wordt eindelijk vrede.
De rede heeft het gewonnen.
Na het referendum waarin de Fransen ja zeiden
tegen zelfbestemming, zoals De Gaulle hen vroeg,
is Algerije op weg naar de onafhankelijkheid.
Het moment van de onafhankelijkheid
Het kostte 8 jaar oorlog en 1 miljoen doden
om dat Franse departement los te maken van het moederland.
Maar 130 jaar Franse aanwezigheid vaag je niet in één dag weg.
De OAS gebruikt in het hele land
de tactiek van de verbrande aarde.
Verwoestingen in de straten,
auto's en meubels worden in brand gestoken.
Dan volgt de dramatische exodus.
Want niemand gelooft in de Akkoorden van Evian.
Dat is het resultaat van de vreselijke slogan:
De koffer of het graf.
Juli 1962
LEVE HET FLN
Te koop
Mijn vader wou het niet geloven.
Zet de Suzi's niet naast de blikjes harissa.
Zet de cassoulet naast de middelfijne erwtjes.
Mama.
Veeg de blikjes goed af,
dan zijn ze in elk geval schoon.
Niet naast de Suzi's! Hoe vaak moet ik het nog zeggen?
Waar moet ik ze dan zetten?
Zet ze maar rechts.
Dobbelsteensgewijs.
Zo staan ze allemaal. Er is geen plek meer.
Naast de Suzi's dan maar.
Meneer?
Wat wil die nu weer?
Wat doe je achter m'n toonbank?
Ik kom de winkel kopen.
Wie zegt dat ik die wil verkopen?
Wat kunt u anders?
Ik verkoop niet.
500.000 franc.
Alleen de voorraad is al 10 miljoen waard.
Dus zou ik 500.000 accepteren?
Maakt u een grapje of zo?
Meneer.
Als morgen het leger weg is,
ziet u misschien dat u niet meer de baas bent.
En dat u geen franc meer krijgt...
Wat is het beste voor u?
Dat ik verkoop.
Vier miljoen, geen cent minder.
500.000 franc.
Wij eten geen varken, dat maakt het verschil.
Twee miljoen.
Al mijn spaargeld zit hierin.
Ik geef alles wat ik heb, 500.000 franc.
Daar kan m'n gezin tien jaar van eten.
Je gezin?
Van onze voorraad kunnen ze wel twintig jaar eten.
Het is zover.
Hopelijk zijn we niks vergeten.
In Marseille, taxi naar het station
en op naar Parijs.
Waarom zo ver noordelijk?
Daar is geen zon.
Waarom wil je naar Parijs?
Omdat in Parijs geld zit.
En mijn vriend, generaal Bauvergne, woont daar.
Vertrouw me. Zodra we in Marseille zijn,
een taxi naar het station
en op naar Parijs.
Ben je triest?
In Marseille, taxi naar het station
en op naar Parijs.
Marseille 17 qui 1962
Van ver leek Marseille niet echt een vreemd land.
Die kerk op de berg
leek op de Santa Cruz in Oran
of de Notre-Dame d'Afrique in Algiers.
We dachten zelfs dat we 's nachts waren omgekeerd.
Geloof me als u wilt,
zodra we in Marseille waren,
namen we een taxi naar het station
en op naar Parijs.
Drie enkeltjes, 2e klasse naar Parijs.
Vraag het hem nou, Albert.
Waarom vraag je 't niet?
Geeft u korting aan repatrianten?
Korting?
Ikke niet geven korting.
26 maanden heb ik uw boerderijen verdedigd.
Waarom bent u daar niet gebleven?
Ik zeg u: We zijn hier al met te veel.
Te weinig werk voor de Fransen.
Dus, schijt aan de repatrianten.
Dus u geeft geen korting?
Te weinig werk voor de Fransen?
Waar kom je vandaan?
Ik?
Ken je dat?
Vlak bij Oran.
Dat ken ik niet.
Kijk nou. Straks gaat hij ons de kaart van Algerije nog leren.
Weet je waar wij vandaan komen?
Uit Tadjira.
Tadjira is heel mooi.
Ze hebben een heel goed voetbalteam.
En Notre-Dame dan?
De Couares, Jasseron, Delval, Kamarata.
Stefanov, de schutter van Tadjira.
Kom.
Tadjira is heel mooi.
Waarom bent u weggegaan?
Waarom?
Hij vraagt me waarom!
Omdat we weg moesten!
We moesten vertrekken!
Praat toch niet zo.
Wie wou er onafhankelijkheid? Dat was jij!
Jullie wilden het!
Dus komen wij naar huis en ga jij naar het jouwe.
Punt uit.
Ziet u, mijn familie is daar,
maar mijn werk is hier.
En wij dan? Wij hadden alles daar.
Alles was daar!
Die is het.
Hier, een fooi.
Hoeft niet.
Heb je kinderen?
Acht. - Pak het dan aan.
Koop maar eten voor je kinderen.
Ik vraag me af wat ze zonder ons moeten.
Het perron is leeg. Dit is toch geen opstelspoor?
Je vader komt altijd overal uren te vroeg aan.
Ik kom eraan!
Wat wil zij nou weer?
Paulo, slaap! En strek jij je benen.
Het zit vol.
Misschien hiernaast.
Ik begrijp heel goed dat u liever onder elkaar blijft
na dat alles. Maar ik ben zo vrij om aan te dringen...
Ik stel me voor: Nicole Guyon.
Ik sta tot uw beschikking om u van dienst te zijn.
Als het voor een deken van het Rode Kruis is
zoals bij aankomst...
Zeker niet!
Wij zijn een handvol vrijwilligers
die u willen helpen in uw strijd.
Om het egdisme van zoveel landgenoten te bestrijden.
Het boeit ze niet, ze gaan op vakantie.
Het enige wat wij willen,
is een verblijfplaats en werk.
Luister.
Dit is het adres van een eenvoudig hotel.
Noem mijn naam, zij hebben wel iets.
Mevrouw Guyon? - Nicole Guyon.
Hier, voor u.
Bedank me maar niet.
En dit is voor de kleine.
Hier, Paulo.
Ik moet gaan!
Mijn trein naar Nîmes vertrekt zo.
Veel succes!
Paulo, kom 's kijken.
Kijk goed.
We stappen over bij La Concorde.
En dan naar Abbesses.
We zijn nu hier. Gare de Lyon.
We zijn hier.
Wat nou? De metro is Gare de Lyon.
We zijn geen bedelaars.
Al zijn we dan alles kwijt.
We vragen geen aalmoezen!
Stelletje...
Stelletje klootzakken!
Ja, jullie allemaal! Alle Fransen.
Wat gebeurt daar? - Niks. Het zijn soepjurken.
Hij gaf me geld!
Besef je dat? Hij dacht dat ik zat te bedelen.
Mama, hou op.
En jij verdedigde me natuurlijk niet.
Jij liet hem begaan.
Jij laat je vrouw beledigen waar je bijstaat.
Marguerite, het was fout van hem.
Maar moet je daar eeuwen over blijven zeuren?
Hij bood z'n excuses aan. - Z'n excuses?
Zijn excuses? - Ja.
Iedereen mag mij dus beledigen.
Zolang ze maar excuses aanbieden!
Mijn God!
Hoe vernederend!
Ik ben vernederd.
Wat heb ik gedaan om dit te verdienen?
Mijn hart is als een gebroken wekker.
Ik kan niet meer.
Daar is het.
Albert Narboni.
Hoeveel is het?
1000 franc. Vooruit te betalen.
19.
Op de tweede?
Ja, tweede verdieping.
Als een geur volgt die man ons overal...
Als we van het inkomen van de gemeenschap
het geld heffen dat nodig is voor onderzoek,
onderwijs, gezondheid, landbouw.
Als we ieder jaar honderdduizenden woningen bouwen.
Als we, in het hele land of per regio...
Goed.
Morgen, generaal Bauvergne. De wekker op 7 uur.
Ik moet je schone hemd strijken.
Je moeder is lief, ze denkt aan alles.
Zelfs nog in m'n graf, als de wormen aan me vreten.
Zeg, papa?
Moeten we echt in zo'n hotel verblijven?
We hebben dat geld van daar toch?
Ja, jij bent echt slim, zoon.
Maar wat doen we dan als ik morgen geen werk vind?
Naar het Leger des Heils?
Hij behandelde me als een zwerfster.
En jij verdedigde me niet eens.
Marguerite, ga slapen.
Je zult zien, hij is wat vreemd, maar heel aardig.
Meneer Narboni. Wat een verrassing.
Alles goed, sinds maandag?
Goed, we gaan door.
De kleine is erbij, op verzoek van de generaal.
Paulo, mijn zoon.
Hij heeft een das om, dat is hij niet gewend.
Kan hij zijn eigen das nog niet strikken?
Ik wil het hem wel leren, als ik hem mag aanraken.
U hebt bezoek!
Generaal!
U hebt bezoek!
Oh, Simoni!
Welkom in het QG.
U hebt de soldaat in wording meegebracht.
Dat is aardig, Simoni.
Stop dat verdomde ding!
Ik groet u, generaal.
Jij ook: "Ik groet u."
Ik groet u. - Hij is doof.
Ik groet u, generaal.
Ga zitten. Op de plaats rust, vrienden.
Op de plaats rust.
De kleine Simoni.
Jullie drinken toch wel iets, Simoni?
Nee, dank u, generaal.
Dank u! - Martini?
Guylaine, breng ze wat te drinken.
En? Appel?
Op appel, Simoni.
Is er nieuws?
Helaas niets, generaal.
La Madelon komt met de drankjes.
Hier hebt u ijsklontjes.
De fles laat ik niet achter, want met hem...
En vergeet uw druppeltjes niet!
Ad fundum!
Ad fundum, zoals in die goeie ouwe tijd!
Papa, wie is hij?
Dat leg ik nog wel uit.
Wat legt u nog wel uit?
Hoe u ons helpt.
"Geld"?
Ah, dat geld geven ze niet zomaar!
Die leningaanvraag moet echt worden ingediend.
Ik zorg dat hij voorrang krijgt.
En ik zorg dat u werk krijgt!
Ik heb de minister geschreven.
Dat is hij me wel verschuldigd! Sinds Vichy.
Shit, het begint weer.
Is hij dood? - Z'n bloedsomloop, hij is oud.
Z'n bloed komt niet bij z'n hoofd... Juffrouw Guylaine?
Hou z'n hoofd vast. Hij heeft het weer!
Hoeveel druppeltjes ook alweer?
Vijf.
Tien.
Wie is die Simoni?
Onze adjudant in Italié.
Een zogenaamde held.
Als hij je vader werk bezorgt,
mag hij me Simoni noemen, of wat hij wil.
Drink maar, generaal.
Laat maar los. Drink maar.
Simoni.
Drink maar, generaal. - Simoni.
Ik mag me niet opwinden.
Anders bepis ik mezelf.
Inrukken, Simoni.
Help hem.
U moet een harde van die jongen maken.
Begrepen?
Een onderofficier, als z'n vader.
Kom snel nog eens terug met je vader, hé?
Tot ziens, Guylaine.
Drinken we wat op het goede nieuws? - Wat?
Wat voor goed nieuws?
Kijk achter je. Schaam je je? Zie je die benen?
Geniet ervan. - Geef me geld, ik ga de krant kopen.
Wat een eikel, die zoon van me!
Confidences van deze week.
Hier. - En die, mevrouw.
Die? Paris Flirt?
3,50 franc.
Fijne avond, jongeman.
En wat zat er in die mand?
Geld!
Daar is mijn zoon. Paulo!
Kom hier, kom.
Zeg 's goedendag. Dat is m'n zoon.
Meneer? - Bonheur.
Lucien Bonheur, aangenaam.
Albert Narboni.
Waar was ik ook alweer?
Bij die mand vol met geld. - O ja!
Komt u toch bij ons zitten.
Ik wil u niet storen.
Bij ons in Algerije deden we niet zo moeilijk.
In dat geval...
Vijf minuutjes dan.
Ik heb een afspraak hier in de buurt.
Daar stond hij, met 500.000 franc aan kleingeld...
"500.000 franc"? Ik val u in de rede...
Hoor je wat ik zeg?
Zeg eens...
Werd de Fransen niks verteld?
Wisten jullie niks? Is 't verzwegen?
Dat het zo erg was...
Ja, zo ver gingen ze.
Ze gingen zelfs nog verder.
Wat een schande.
Meent u dat nou?
Het was een zootje, meneer!
Echt een zootje, dat was het.
Afijn...
Dat alles behoort nu gelukkig tot het verleden.
Het is warm, hé?
Ik zou wel een biertje lusten. U niet?
Een cola, schat?
Ober! Twee biertjes.
Ik trakteer. - Als u erop staat.
Geloof me, meneer, het was zwaar.
Afgesproken. Morgen zelfde tijd, zelfde plek.
Ik kan niks beloven.
Vijf minuutjes! Even wat kletsen.
Dan kan ik u vertellen hoe 't daar was.
Goed, afgesproken dan.
Ik regel wel iets met m'n planning. - Juist!
Vergeet niet dat zaken belangrijk zijn,
maar vrienden zijn ook belangrijk.
Ik verveel u niet langer. Tot morgen.
Vandaag heb ik een vriend gemaakt.
Luister je? - Ik luister.
Wat heb ik gezegd? - Dat je een vriend ontmoet hebt.
Een Fransman of iemand van bij ons?
Een Fransman, maar een goeie kerel.
Hij heeft een manier van praten.
Hé? Ja.
Ik was zo verloren in dit Parijs,
in dit verdomde Frankrijk.
Het heeft me opgemonterd.
Ik zat ook in de put.
Ik wist niet hoe ik jongeren als ik moest aanspreken.
Vooral de Francaises jaagden me angst aan.
Ik hing de hele dag maar rond.
In het hotel zat m'n moeder de hele tijd te huilen.
Ik was alleen, in Parijs.
Georges Labrouche Repatriant uit Algerije in Marseille
Of in Zuid-Frankrijk
O nee, helemaal niks. - 1 punt.
Ik ben.
Het gaat slecht in Algerije.
Het gaat slecht. Ze zeggen het in de krant.
Wat zeggen ze?
Dat Ben Bella z'n langste tijd gehad heeft.
Het werkt niet. De mensen zijn ontevreden.
Ze willen dat we terugkomen.
Er zijn zelfs overstromingen.
Denk je dat dat kan gebeuren?
Dat we misschien terug naar huis kunnen?
Ik kan je wel zeggen dat als we teruggaan,
ze de rode loper zullen moeten uitleggen voor de boot.
Leg de Koning van Zwaarden.
Laat ons rustig spelen.
Jij bent.
Ruiten.
Een punt.
Leg de Staven Drie.
Dag, meneer Narboni.
Alles goed? Hij verwacht u.
Lucien, mijn vriend!
Marguerite!
Mama!
Ben je thuis?
Ja, ja.
Ik kom eraan.
Weet je wat?
Wat ruik ik toch?
Je hebt werk gevonden! - Hoe heb je dat geraden?
Ze is fantastisch.
Toen ik haar naar het bal vroeg,
wist ze al dat we Paulo zouden krijgen.
Idioot! Niet waar de kleine bij is!
De minister heeft een baan voor papa gevonden.
In een kruidenierszaak.
Ik zie licht aan het eind van de tunnel.
We gaan het vieren. Kleed je aan.
Ik ben aangekleed.
In pak met stropdas.
Gooi het geld nu niet uit het raam.
Ga je mooi maken, ik heb een verrassing.
Je hebt Lucien Bonheur toch niet uitgenodigd?
Hij is toch m'n vriend?
Je bent gek!
Kijk hoe ik eruitzie. Drie maanden zonder kapper.
Ze zullen me aalmoezen geven op straat.
Wat zal hij wel niet van me denken?
Hij zal niet eens kijken, het kan hem niets schelen.
Je zult zien, je zult...
Marguerite. U ziet er schitterend uit.
Verrek, mama kan goed dansen.
Morgen zal ze wel spierpijn hebben.
Bonheur danst ook goed.
Hij is net een clown.
Ga jij dan, als jij het zo goed kunt.
Wil je soms een optater?
Ga zeggen dat ze niet zo met haar kont moet zwaaien.
Beseft ze niet wat ze doet?
Belachelijk!
Lieve Marguerite, u bent een weergaloze danseres.
Albert, je vrouw is net Ginger Rogers.
Het zit 'r in het bloed.
Je hebt zeker hartkloppingen?
Gaat wel over, we gaan naar huis. Dan kan je slapen.
Mijn vrouw is moe. En ik ook.
Ben ik moe?
Meneer Bonheur?
Telefoon voor u. De heer Ruppert.
Eén momentje.
Die Lucien is onvermoeibaar. - "Onvermoeibaar"?
Hij spuwt vast bloed aan de telefoon.
Hij kan wel goed dansen.
Val je op hem of zo?
Nee maar, hij is jaloers!
Luister.
Jij wou uitgaan met Lucien. Ik wou niet eens!
Die ene keer dat ik me hier vermaak,
ga jij m'n avond toch niet verpesten?
Ik doe je toch geen verdriet?
Meneer Pomonat, alstublieft.
Met de Stoprix uit de Rue Lepic.
Bedankt.
Hallo, papa. - Waar ga je naartoe?
Een plaat kopen. - Ja hoor, geef maar uit.
Meneer Pomonat?
U spreekt met Albert Narboni.
Het hoofd groente en fruit.
Bent u mijn courgettes soms vergeten?
Helemaal vergeten?
Dat is het vast, ja.
Natuurlijk.
Bedankt, meneer Pomonat.
Paulo, wil je dat ik je voorstel?
Je draait om 'r heen als een vlieg. - Papa!
Kijk 's aan.
Dit is mijn zoon Paulo.
Paulo, Monique.
Ik heb je voorgesteld, nu jij. Val aan.
Welk nummer wilt u horen?
T'aimer follement.
Mon amour, nuit et jour...
Tweemaal 1e klas, graag.
Heb je gezien wat er draait? Ik heb 'm al twee keer gezien.
Echt gaaf!
O ja, echt gaaf.
"Atmosfeer. Zie ik eruit als een atmosfeer?"
Wat heb jij?
Da's heel bekend. "Atmosfeer, atmosfeer."
Heb je die film nog niet gezien?
Waar heb je het over?
Laat maar.
"Je hebt mooie ogen, weet je."
En zo, al meer dan 1000 jaar,
volgen de pelgrims beladen met offerandes...
Nee, Paul.
Voor hun verwonderde ogen begon een prachtige dag,
het eeuwige bastion van het westerse christendom...
Zo is 't genoeg! Begin nou niet weer!
Als je doorgaat, ga ik weg.
Goed, kijk... Dit is een...
driekamerappartement.
Een mooi driekamerappartement.
Hier hebben we...
De keuken.
Kijk. Mooie keuken, hé?
Hoeveel is het?
Hoe groot is hij?
1,92 meter.
Ongeveer.
We gaan verder.
Kijk.
Dit is de woonkamer.
Het buffet van thuis kan hier nooit in.
"Het buffet"?
Gaan we verder, meneer?
Hier zijn de...
De badkamer.
Paulo!
Kom snel.
Kom 's kijken wat een mooie badkamer. Een droom!
Tja... het is een badkamer.
Een moderne.
En tot slot, de grote slaapkamer.
Goed dan.
Albert Narboni.
Zo. Tekent u hier.
Ik zag een doodskist langs het raam komen.
Ze doet alsof ze een inzinking heeft. Let er maar niet op.
Ik zweerje dat ik een kist zag. Een grote.
Hou op, mama.
Luister naar me.
Gister dacht je dat je een vrouw uit Tadjira zag.
Nu is het een doodskist.
Laten we kijken.
Jij moet het zelf zien, ongelovige Thomas.
Een doodskist!
Er is echt een doodskist.
Zie je! Ik zei toch dat ik een doodskist gezien had.
Ja, de lift is te klein.
Dat wordt veranderd.
Wilt u het of niet?
Wat is dit voor land?
Ik zou nooit in dit huis kunnen wonen!
Op een dag
zal ik jou omlaag getakeld zien worden.
Waarom mij?
Volgende!
Ik hoop dat u niet in dit huis overlijdt.
Doe niet zo belachelijk. Loop door.
Hier, drink maar.
Het gaat wel over.
Leg 's uit. Zit u in de put?
Ja dokter, dat is het.
Sinds we uit Algerije zijn vertrokken,
is het alsof de sirocco door m'n hoofd waait.
Vroeger, toen ik daar was, was ik nooit ziek.
Nooit.
Pas toen ik hier kwam, werd ik gammel.
Als ik door het raam kijk,
als ik al die auto's zie,
die regen en kou...
Soms voelt het alsof ik dood ben.
Als u 's wist, dokter...
Al m'n botten doen zeer, alsof ik in tweeén gescheurd ben.
U moet proberen het te vergeten. Zet u eroverheen.
Laat u niet gaan. - Ik weet het.
Daarom dacht ik bij mezelf:
"Marguerite, je moet naar de dokter."
En ik ben gekomen.
Kom op.
Neemt u dit maar in.
En ik verzeker u dat u volkomen gezond bent.
Probeer afleiding te zoeken.
Ga uit. Ontmoet vrienden.
Zoek ontspanning.
Uiteindelijk is dit nu uw thuis.
Tot ziens, mevrouw.
Tot ziens, dokter.
Dag, dames en heren.
Wij van Marcadet Palace hebben de eer en het genoegen
om u voor de film een nummer te vertonen,
voor het eerst ter wereld,
het nummer dat Amerika wist te verbluffen:
John Silver met zijn magische borden.
Geeft u hem een applaus!
Paulo!
Kijk 's naar die man. Zegt hij je niks?
Ik zie z'n gezicht niet eens.
Ik weet zeker dat het iemand uit Tadjira is.
Jacob!
Jacob!
En? Is de citroensorbet hier niet net als daar?
Hé, jongen?
Vertel me,
hoor jij wel 's iets van mensen uit Tadjira?
Wij hebben in Parijs niemand teruggevonden.
Hé, Albert?
Zoals de Armango's. Waar zouden die naartoe zijn?
Waarom wil je dat weten?
Hadden ze nog schuld in de winkel?
Wat is die Jacob toch dom!
Zo groot, en zo dom.
Genoeg gelachen. Louison?
Die is dood, arme man.
Zij woont nu in Castres.
Zit Monette in Castres?
Maak jij nog altijd kaarsen? Ben je tevreden?
En de Bénichou's?
Toulouse.
Onlangs heb ik per ongeluk
een uitvinding gedaan die ik nu uitwerk.
Als je een kaars aansteekt, ruik je...
Kaarsen! Wat moet je anders ruiken?
Nee! Dan was het geen uitvinding geweest!
En de Labrouches?
Antibes. Heb je Georgeo niet gezien?
De kaarsen zijn geparfumeerd.
Met de geur van rozen, anjers, jasmijn.
En jij? Nog altijd in de voeding?
In het groot, jongen. In het heel groot.
Kom maar 's langs, dan zie je het.
Een telefoon voor mij alleen.
Met de lening voor repatrianten wil ik een winkel kopen.
En dan een appartement, als God het wil.
Voor mijn ouders
was het weerzien met Jacob
alsof ze al hun vrienden teruggevonden hadden.
Trouwens
dankzij hem nam mijn vader een woning,
ondanks de vrij hoge huur.
Met Jacobs aanwezigheid keerde het vertrouwen terug.
Luister, Jacob.
Ze geven je de precieze tijd. Dag en nacht.
15 uur. - En daarna?
35 minuten.
15 seconden. Albert, ik heb haast.
Blijf nog even. Ik heb je kaarsen uitgestald!
Dat is mooi.
Waar kan ik de kleine gedag zeggen? - Bij de platen.
Goed, Albert.
En, Paulo?
Kom je niet meer langs? Boeien de kaarsen je niet meer?
Tot ziens, jongen.
Tot ziens, oom.
Juffrouw.
Ze is knap.
Jacob!
De afspraak voor zondag staat. Bonheur weet ervan.
Het zou ons opbeuren als je zou komen. Zeg ja.
Goed dan, tot zondag.
Meneer de directeur, dat treft.
Ik wou u zeggen, met alle respect,
dat de laatste lading tomaten niet echt geweldig was...
Luister, Narboni. Kom even mee.
Ik benut de gelegenheid om te zeggen:
Ik ben heel tevreden met u.
Wacht, wacht.
Het is waar,
u bent een heel goede verkoper.
En sinds uw komst
is de omzet op groente en fruit...
gestegen.
Bedankt, meneer de directeur.
Maar
we moeten een paar dingetjes regelen.
Kijk om u heen, Narboni.
U bent niet meer in de kashba.
We roepen hier niet.
Onze familie, of stam, komt niet langs.
We noemen klanten niet bij hun naam.
En we dringen ze geen producten op zoals daar.
Kortom, overweldig ons niet.
En blijf op uw plek.
Haal die rotzooi weg.
"Geurkaarsen"!
U hebt gelijk, meneer de directeur.
Simone, naar je kassa!
Hé, Jacob!
Alles goed?
Prima.
Doe je voeten er ook in, Lucien. Het is lekker.
Het is ijskoud.
Da's goed voor de reactie.
Soms, net als op je 18e...
Zeg...
Je vriend Jacob,
is dat een Arabier?
Jacob?
Een Arabier?
Jacob!
Heb je deze al gehoord?
Zeg het nog eens.
Zeg het nog eens!
Jacob! Je bent een Arabier!
Echt, je bent een Arabier.
Een beetje couscous.
Een beetje bouillon.
Nog wat bouillon.
Een heerlijke kippetje.
Wat heerlijke pittige rode peper.
Doe je riem los, want je krijgt een dikke buik.
Hou op.
Waarom dring je aan? Hij zit vol.
Hij heeft al twee borden op.
Er is nog meer.
Er is nog meer!
Zo wit als je het gekregen hebt, geef je het weer terug. Schoon.
Snap je waarom we naar de hamam gegaan zijn?
En, Lucien?
Wat vind je van mijn couscous?
Lieve Marguerite, hij was perfect.
Absoluut perfect.
"Perfect", "perfect"...
U hebt van mij een grote couscousfan gemaakt.
Maar je kunt hier zoveel niet krijgen.
Lekkere kip, sommige groentes...
Onbelangrijke details.
Nee, echt, het is...
Dit is een gerecht...
dat je echt moet...
leren waarderen.
Hij is onwel!
Paulo, doe het raam dicht. - Zout!
Hoeft niet, hij komt weer bij.
Hij komt weer bij.
Lucien?
Wat heb je?
Het is niks. Het was net of je bedwelmd was.
Je was onwel.
Je hebt te veel gegeten.
Echt niet. Ik had net een idee.
O ja?
Nou, als jij nadenkt,
is er even niemand meer.
M'n moeder is het dessert gaan halen.
Er is nog meer in de keuken.
Wat een wonder!
Breng maar.
Ik zet ze hier. Nemen jullie maar.
Mijn vrouw heeft ze gemaakt, heerlijk. Pak maar!
En?
Wat was dat voor idee? Je liet ons schrikken!
Wat voor idee?
O ja!
Over de couscous die ik net gegeten heb.
Ik stelde me voor...
Jullie zullen lachen.
Jammer dan. Stel je voor, Marguerite,
dat je, gedwongen door gebrek aan tijd,
ons iets anders had willen serveren dan couscous.
Zoals... cassoulet, bijvoorbeeld.
Wat had je dan gedaan? - Een blik geopend.
't Is niet waar!
Mijn excuses.
Jij maakt ons wel aan het lachen!
Ben jij een grappenmaker of zo?
Couscous uit blik? Is dat wat je wilt zeggen?
Jawel!
Kenners van kruidenierswaren als jullie
hoef ik niet te leren datje alles kunt inblikken.
Het griesmeel.
De kip.
De kikkererwten.
Waarom zou ik het inblikken?
De groenten doe ik in een pot.
Maar couscous moet warm zijn.
Zie je jezelf al dag en nacht werken?
Een elektrische machine!
En jij, Jacob?
Wat vind jij ervan?
Lucien.
Ik ben niet gewend eromheen te draaien.
Als ik in de zaken zat
en veel geld had,
als ik de banken achter me had,
zou ik niet...
zou ik niet aarzelen om een couscousfabriek te openen.
Daarna was het hele huis
geobsedeerd door couscous in blik.
Bonheur wou een fabriek bouwen.
Jacob zou de beste manier bestuderen om griesmeel in te blikken.
Mijn vader wou dus ook meedoen.
Maar mijn moeder wou er niks van horen.
Er hing een sfeer in huis! Ik dacht maar aan één ding.
Antibes, we staan twee minuten stil.
Narboni!
Alles goed?
Ja, en met jou?
Georgeo! Wat is dit voor aanstellerij?
Mijn moeder heeft hem gekocht. Stap je in?
Wat? Is het de auto?
Je denkt, zo'n auto, met dat hout, leer, bekleding...
Dat moet miljoenen kosten!
Je bent gek.
Ik ben niet jaloers vanwege die auto.
Waarom zit je dan te mokken? - Ik mok niet.
Ik vroeg me af of we nog vrienden kunnen zijn.
Besef je opeens dat m'n moeder geld heeft?
Moeten we in een krot wonen en een Eend rijden om jou te plezieren?
De boerderij zijn we kwijt.
Je vader is z'n winkel kwijt. Algerije zijn we kwijt!
Wat verandert dat? Kan je dat zeggen?
Datjullie nu hier wonen.
Wij wonen in Parijs, als bedelaars.
Werd je niet gevolgd? - Ik ben met Paulo Narboni.
Waar is hij? Dat hij zich laat zien.
Wat zit er in die tas?
D06 HOU maar open.
Geef me de krant. - Hier.
Blijf af. Straks ziet hij dat we hier geweest zijn.
Kijk.
Alle poen van de Crédit Lyonnais in Oran.
500 miljoen. De schat van de OAS.
Was hij de accountant? - Wat denk je?
Het is geld van daar.
Wat anders? Het was niet de Banque de France.
Dus dit is niks waard.
Er is nog meer.
Kom kijken.
Is dit ook niks waard? - Wat een wapens!
P38.
Mooi, hé?
Kijk 's aan!
Jij hoerenjong!
Je kon het niet laten, hé?
Je moest het hem laten zien.
Ik waarschuw je, Paulo.
Je bent nu medeplichtig.
Weet je wat je riskeert als je praat?
Georgeo.
Jij let op, hé?
Ik ga naar de wc.
Dus ik zei...
"Barbara!"
Het was Barbara.
Wat een klotezooi, de oorlog.
En diezelfde avond
pakte ik de boot met de schat en de OAS achter me aan.
Sindsdien leef ik constant in angst.
Voor eeuwig op de vlucht. Nooit een moment rust.
En dat alles voor een vrouw.
Ondankbaar, gewetenloos,
die me er zo uitsmeet.
Terwijl ik m'n leven en eer had opgeofferd!
Er staat een gebroken man voor jullie.
Rijk, maar gebroken.
Vermoord door het leven. Maar gelukkig heel rijk.
Lekkere sardines?
Fantastisch.
Shit!
Ze zijn er.
Paulo, help me. Die biljetten zijn zwaar. Kom!
Heb jij toevallig een biljet van 10.000 franc, jongen?
Je weet nooit, hé?
Doe geen domme dingen, Georgeo.
Vaarwel, kleine.
Nee, Georgeo.
Ik ben niet gek.
Denk je dat ik niet weet dat hier papier in zit?
Het enige wat me rest uit Algerije.
Ik ga ermee ten onder.
Kapitein, wanneer u wilt...
Kinderen!
Je moet snel en hard optreden.
Wij zijn de Afrikanen Die teruggekomen zijn van ver
We komen uit de kolonién Om het land te verdedigen
En zo verdween Sauveur in de nacht.
Sluit je ogen.
Wat? Ben je homo of zo? Doe je of je pech hebt?
Hou op, ik ben serieus. Doe je ogen even dicht.
Vertel me waar je bent.
Ik zit in de auto, wat wil je nou?
Adem in.
Ruik je dat?
Ben je het vergeten?
Hoe zou ik dat kunnen vergeten?
Ik zal 't nooit vergeten.
Georgeo. Waarom kom je niet mee naar Parijs?
Monique. Iemand vraagt naar je.
Ik kom eraan!
Zoekt u iets?
Ja. Ik zocht jou.
Zei hij dat hij een moeder had? Of ben ik dood?
Wie dan? - Paulo Narboni, mijn zoon.
Zegt je dat niks? Ik ben z'n moeder.
Hij schaamde zich. Ik wou die Monique wel eens zien.
Nou! Je bent niet bang voor een beetje make-up, zie ik.
Wat wil je van hem? Waarom zit je achter hem aan?
Wil je soms trouwen? Je klauwen in hem slaan?
En de baby? Waar moeten jullie van leven?
Vertel me dat maar eens!
Je hebt hem toch niet gedwongen?
Heb je het met hem gedaan?
Dat wat je doet om baby's te krijgen...
Godzijdank, dat is me bespaard gebleven!
Dan nog liever die blaadjes.
Waarom zeg je niks?
Heb ik je soms ergens mee gekwetst?
Mijn fiets!
De meubels zijn aangekomen uit Tadjira.
Wat een regen, man!
Georgeo!
Kom 's kijken!
Het is klein, maar goed gemeubileerd.
Mijn Brownie!
Sta stil, ik maak een foto van je. Lachen!
Ik wil het niet, Albert! Jij zou je hemd nog aan Bonheur geven!
Waarom wind je je zo op? Ik heb toch nog niks gedaan?
Ik heb Lucien al 4 dagen niet gezien.
Lucien! Laten we het 's over Lucien hebben.
Hij loert op je, als een spin.
Jij hebt spinnen in je kop! Het was Jacobs idee.
Jacob! Jacob is de goeie God niet!
En die lening... Die hebben we nodig
om een winkel te kopen, geen fabriek.
Meneer Narboni! - Akkoord!
Met 1 miljoen verdien ik er 10. Zei Bonheur dat of niet?
En met 2 miljoen 20. - Da's alles.
Niet zo slim doen!
Of je gezicht zal kennismaken met m'n hand!
Ik heb die Monique gesproken.
Wat heb je gezegd? - Dat zie je wel!
Georgeo jongen, waar kom jij vandaan?
Zie je dat? De jongens zijn er, uit Antibes!
Hebben jullie gegeten?
Jullie haar is nat. Ik zal voor jullie zorgen.
Ga zitten.
Regent het?
Paulo, ik smeek het je.
Zeg tegen je vader
dat hij het geld van de winkel niet aan Lucien geeft.
Je moeder denkt dat ik idioot ben.
Wat wil je?
We hebben het geld niet. Dus wat?
Ik kan Bonheurs partners ontmoeten. Een bankier.
Ik zei alleen dat het geen dom idee zou zijn.
Heb ik soms meer gezegd?
Ik zei "het is een goed idee", da's alles.
Het is een uitstekend idee.
Alstublieft, mevrouw Ocenego. De groeten aan Norbert!
Ben je vandaag zonder je mama gekomen?
M'n moeder?
Laat 'r toch. Ze is moe, gespannen.
Geloofde je haar?
Nee! Straks maak je me nog zwanger.
Dit is m'n vriend, Georgeo Labrouche.
Monique.
Georges Labrouche.
Ik dacht dat alle namen van pieds noirs op "o" eindigden.
Hoe is het, liefjes?
Misschien is ze ongesteld.
In dat geval...
Ik moet je iets zeggen...
Ik ben uit geweest met een vriend.
Ben je niet boos?
Waarom zou ik? Wie was het?
Die nicht van de boekhandel?
Josiane!
Gérard en ik gaan naar de Marcadet. Ga je mee?
Bréve Rencontre speelt. - Ik kan niet.
Kom!
Gaat het niet goed, liefjes?
Trek niet zo'n gezicht.
Er is nog meer vis in de zee.
Het is wel een verdomde klap.
Vlak voor school weer begint.
En jij gaat weg. Wat moet ik nu?
Denk je dat ik graag alleen naar school ga?
Bij wie moet ik wiskunde afkijken? Fransen zijn daar goed in.
En in Frans!
Wat is dat?
Couscous in blik, lieve vriendin.
Ik praat niet metjullie!
Het is jouw couscous. Van twee weken geleden.
En die schotel je mij nu voor. Ben je gek?
Twee weken!
Hij is nog even lekker.
Kijk naar dat blik. Geen spoortje roest, niets.
Het ruikt niet.
Ik heb dit uitgevonden, met mijn onderzoek.
Ongelooflijk, hé? Wees lief, proef.
Nooit van m'n leven! Ben je niet goed bij je hoofd?
Hebt u toevallig een lepel?
"Een lepel"? Ik zal kijken.
Alleen dit. Het is niet gebruikt.
Kijken of ik doodga.
Het is heerlijk.
Het is nog net zo lekker.
Couscous eet je niet koud.
Hier.
Proeft u 's, mevrouw.
Waar haal je dit? - Nergens.
Mijn couscous is niet te koop!
Marguerite!
Weetje wat er op het blik komt?
Een foto.
"Een foto"?
Jouw foto. - Mijn foto?
Ammenooitniet! - Jammer.
Ik had een afspraak met de beste Parijse fotograaf.
Je weet wel, Taki, die Japanner die actrices fotografeert.
Michéle Morgan...
Besef je dat? Jouw foto!
Net als in de film.
Op al die blikjes.
Nou?
Bevalt het terrein je?
Het is niks bijzonders.
Het ligt op het zuiden.
Had ik m'n regenjas maar mee.
Kijk dan, ongelovige.
Zie je, beste Albert, de dingen zullen snel gaan.
Je kunt zo meedoen als je wilt.
Je vriend is een vreemde.
Jean-Claude?
Hij heeft een zwaar leven gehad.
Het Legioen.
Dien Bien Phu.
Twee jaar in een bamboe kooi.
70 van de 80.
Een fantastische ingenieur.
Maar nu even over zaken.
Doe je mee, ja of nee?
Kan ik erover nadenken?
Jij bent echt ongelooflijk.
We hebben een goed aanbod en jij doet moeilijk
over een bescheiden aandeel van 5 miljoen.
Bescheiden? 5 à 6 miljoen is een enorm bedrag.
Ik verdien 50.000 franc per maand in de supermarkt,
ik kan hier niet zomaar aan beginnen.
Ik heb een vrouw, kinderen. Denk na!
Ik heb me in je vergist.
Vergeet het.
Lucien! Wacht.
Wacht nou toch!
Hoeveel legt de bankier in?
30 miljoen contant.
Ik leg er tien in. Jean-Claude ook.
Ik wist niet datje zo rijk was, Lucien.
Onthou dit, Albert.
1 miljoen, 10 miljoen.
2 miljoen, 20 miljoen.
Wat denk jij, Paulo?
Het is lastig datje moeder er niet is.
Natuurlijk ga jij de fabriek leiden.
Want we gaan werken met het recept van je vrouw.
Meneer Vidal is het ermee eens. Jean-Claude ook.
Luister. Ziek of niet. Ik word gek van dat gelach.
Lacht hij me uit? - Helemaal niet.
Jean-Claude! Je irriteert meneer Narboni.
Deze discussie gaat nergens over.
Ik ben ingenieur.
Ik spreek als technicus.
Ik zie deze fabriek zitten. Dit terrein is ideaal.
De bulldozers kunnen zo beginnen.
Kijk, meneer Carboni.
Narboni.
We besparen vrachtkosten.
Twee Caterpillars
van 50 ton aan de rand.
Wat duwen en je hebt een ophoging. Ziet u?
Ik lach omdat...
met of zonder u,
deze fabriek een succes zal worden.
Oké dan!
Ik leg 5 miljoen van die lening in.
Morgen ga ik naar Bauvergne.
Vrijdag naar de repatriëring.
Zaterdag heb je het geld.
Je had er een etiket met "revolver" op moeten zetten.
Wat een mooie dag.
Jammer om met dit weer te moeten werken.
Als ik bedenk dat we...
een wandeling hadden kunnen maken, Marguerite,
met ons tweetjes.
Maar ik heb zere voeten.
Die nieuwe schoenen zijn een beproeving.
Die gaan terug naar de winkel!
We zouden kunnen gaan lunchen in een leuk restaurantje
en dan een romantische wandeling op het eiland.
We zijn er!
Wie zie ik hier?
Zitten jullie hier, kinderen? Als rijkelui, in een café.
Ober!
Champagne.
Lucien, ik heb het geld niet.
Ik kreeg de lening niet.
Maar de champagne is lekker.
Wat zeg je? - De champagne.
Die verdomde generaal Bauvergne
heeft het dossier op naam van Simoni gezet.
Niet op Narboni.
Niet te geloven, wat een snertvent!
Maar doe dan toch iets.
Ik heb dat hele kantoor op z'n kop gezet.
Ze willen een Simoni, geen Narboni.
Maar ik krijg het over een paar maanden.
Begin maar gewoon, ik kom er wat later bij.
Volgens je partner kan dat.
Gewoon wat vertraging. Zo kan ik
genieten en toekijken hoe jullie de fabriek opzetten.
"Wat vertraging"?
Noem je dit "wat vertraging"?
Ik heb het met je gehad.
De ratten verlaten 't schip.
Jij, zakendoen? Heb je jezelf al bekeken?
Je bent een loser.
Een mannetje van niks.
Verkommer maar met je arme gezin.
Rustig aan.
Je was mijn vriend.
Nu hou je je mond en je gaat weg.
Ik hoef niet naarjou te luisteren. Ga terug naar je krot
met je Michéle Morgan van de supermarkt.
Hoe noemde je mijn vrouw?
Laat me los!
Paulo, laat me los!
Hoe noemde je haar? - Laat hem los.
Meneer Bonheur!
Betaalt u de champagne niet?
U trakteerde toch?
De fooi is ingegrepen.
Wat was er aan de hand?
We brengen die kar terug, anders kost het nog een dag.
Die eikels
hadden een revolver.
Een blaffer?
Verdomme.
Bonheur zag dat pistool en taaide af!
Het was nog geladen ook, idioot.
Als hij ervandoor was gegaan met het geld, had ik geschoten.
Jij snapt er niks van, hé?
Die koffer was leeg.
Mijn vader wou hem ontmaskeren.
Denken jullie Labrouches nooit na?
Georgeo!
Wat denk je wel?
Dit is Tadjira niet. De oorlog is voorbij.
Bonus.
Die 18 oktober 1962 zouden we nooit vergeten.
In 1966 kregen we eindelijk
de lening voor repatrianten.
Mijn vader kocht een kruidenierszaak in Montmartre.
Die slecht loopt.
Hij is nu kaal en op zondag
gaan we samen naar de voetbal.
Mijn moeder blijft thuis, zoals altijd.
Sinds een tijdje praat ze tegen zichzelf.
Op vrijdag maakt ze couscous, zodat ik langskom.
Ze eet niet, ze kijkt naar mij.
's Zomer gaan ze naar Jacobs villa in Cannes.
Hij doet het heel goed.
Hij had patent aangevraagd,
dus telkens als iemand een blik couscous opent,
zit hij lekker in de zon
geld te vangen.
Georgeo Labrouche
heb ik nooit meer gezien.
En ik,
Paulo Narboni, kruidenierszoon,
heb u mijn verhaal verteld.
Ik wou niet droevig eindigen, maar echt...
Ik zit in de put. Eerlijk waar.
De Francaises zijn me tegengevallen!
HEIMWEE NAAR DE SIROCCO
Vertaling: Ilse van Haneghem voor Eclair Media
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.