Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Naar de roman van Georges Simenon
Fantoom.
MAIGRET EN HET FANTOOM
U hebt bezoek, mevrouw Lognon.
Kijk eens wie er is, meneer Maigret, de chef van uw man.
- Meneer Maigret. - Dag mevrouw Lognon.
- Ik ga boodschappen doen. - Kom je terug? Laat me niet alleen.
U bent dus op de hoogte.
M'n man heeft me verlaten, juist nu ik ziek ben.
- Wat vertelt u nu? - Hij heeft al ons spaargeld opgenomen.
- En daarna is hij verdwenen. - Welnee.
Ik weet waar hij zit. Daarom ben ik hier ook.
- Waar is hij dan? - In Helsinki.
- Waar is dat? - In Finland.
- Bij de Eskimo's? Op uw bevel? - Juist niet.
- Wat doet hij daar dan? - Weet ik het?
Dit is weer een van z'n stommi... z'n fratsen.
Ik moet u iets vertellen, mevrouw Lognon.
- Er is uw man iets overkomen. - Een auto-ongeluk?
- Een aanslag. - Is hij dood?
M'n moeder had gelijk. Was ik maar nooit met een politieman getrouwd.
Uw man is vertrokken zonder z'n collega's in te lichten.
Wat ging hij doen? Dat weet niemand.
- Heeft hij u niets verteld? - Eerlijk niet.
Denkt u eens goed na. Ik weet helemaal niets.
- Hoe is het precies gegaan? - Hij werd gebeld om middernacht.
De volgende ochtend zei hij: Ik ga een paar dagen weg.
Ik keek er niet van op. U stuurt hem wel vaker ergens heen voor 't werk.
Maar toen ik zag dat hij ons spaargeld had opgenomen, begreep ik het.
Hij werd gebeld door een vrouw. Hij heeft daar vast een vrouw zitten.
Denkt u goed na. Een detail, een aanwijzing.
Hij is misschien een grote zaak op het spoor.
Dat is de droom die hem wakker houdt.
Maar u pakt 'm altijd van hem af.
- Hij heeft nog nooit in de krant gestaan. - Dat komt wel.
Dankzij hem moet ik nu naar Helsinki.
Naar de Eskimo's. Denkt u soms dat ik dat leuk vind?
Sorry, u mag hier geen pijp roken.
Pijp is verboden.
- Ik versta u niet. - De pijp. Verboden.
- Bent u Fransman? - Jazeker.
- Wilt u champagne? - Champagne?
- Liever een glaasje rode wijn. - Dat hebben we niet. Wodka?
Wodka. Doet u mij maar een wodka.
Commissaris Maigret? Inspecteur Ari Var van de Finse politie.
Ik kom u ophalen. Ik ben uw assistent, tot m'n grote genoegen. Mag ik?
M'n chef kon u niet ophalen, hij moest naar het ministerie. Komt u maar mee.
- Bent u niet te warm gekleed? - Dat komt door m'n vrouw.
Zal ik u naar het hotel brengen?
Naar het ziekenhuis. Ik wil Lognon zien. Hoe is het met hem?
Nog steeds in coma, twee kogels in z'n buik.
Het is een wonder dat hij nog leeft.
Waar hebt u Frans geleerd?
Ik ben vaak in Frankrijk op vakantie geweest, kriskras het land door.
Ik heb er zelfs m'n verloofde leren kennen.
We correspondeerden met elkaar en toen is ze in januari hier gekomen.
Na een week maakte ze het uit en nam ze de boot terug naar huis.
's Winters gaat de zon om elf uur op en om drie uur 's middags onder.
Dat valt niet mee. Zelfs voor ons, en wij zijn eraan gewend.
Dat mag niet.
Dat weet ik. Zeg maar dat hij niet brandt.
Commissaris, dokter Boviks. Hij heeft Lognon geopereerd.
Het ging goed. De kogels zijn eruit.
Hij ligt nog steeds in coma. Mag ik naar hem toe?
- Niet te lang. - Akkoord.
Bedank hem voor z'n inspanningen.
Allemachtig.
In wat voor wespennest heb je je nu weer gestoken?
Kent u hem goed?
Heel goed.
Is hij goed in z'n vak?
Het is een goeie politieman.
Hij heeft alleen altijd pech.
Zo noemen z'n collega's het.
Wat kwam hij hier doen?
Wist ik dat maar.
- Er is iemand die Lognon wil zien. - Wie dan?
Eropaf.
Moment.
Niemand.
Vraag eens hoe hij eruitzag.
Lang, rood haar en Engels.
- Hoe weet ze dat hij Engels is? - Hij sprak Engels.
Iemand die Engels spreekt, hoeft niet Engels te zijn.
Iemand heeft het op Lognon gemunt. Dat zit me niet lekker.
Ik zal onmiddellijk dubbele bewaking inschakelen, 24 uur per dag.
Dit zat in z'n zak.
Dat is een verdomd flinke stapel.
Mevrouw Lognon had gelijk.
- Gaan we naar het hotel? - Nee, ik wil zien waar het gebeurd is.
En het ballistisch rapport?
- Welk kaliber was het? - 7.65. Een Mauser.
Het wapen van een prof.
- Was het een afrekening? - Niet zo snel.
Ze hebben z'n geld niet meegenomen. Diefstal was niet het motief.
Blijkbaar niet.
Hier is het. Hier hebben ze hem gevonden om 1 uur 's nachts.
Hij is voorover gevallen.
Lognon logeerde daar, op de tweede verdieping.
- Dat is geen hotel. - Nee, hij logeerde bij een jonge vrouw.
Wist u dat niet? Een Fran�aise, een zekere Paulette.
'Mademoiselle Paulette', haar artiestennaam.
Ze heet eigenlijk Fernande Papin.
Niet zo romantisch. Het is een callgirl.
Wat spookte Lognon hier uit?
Wat een man zoal uitspookt met een vrouw.
- Waar is die Paulette? - Verdwenen na de aanslag.
Ze wordt gezocht, alle grensposten zijn gewaarschuwd. Spoorloos.
- Waren er getuigen? - Alleen de conci�rge van het pand.
Zij heeft de politie gebeld. Het verhoor leverde weinig op.
- Wat is dat daar? - Waarschijnlijk een vernissage.
- Zit daar een galerie? - Ja, van een Zweed.
U kent hem misschien wel. Gustav Jonker, een internationaal expert.
Hij heeft galeries in Z�rich en in Monte Carlo. Heel bekend, heel rijk.
- Is hij ondervraagd? - Ja. Hij heeft niets gezien of gehoord.
Spreekt hij Frans?
Frans, Engels, Duits. Hij is veel in het buitenland.
Kijk eens of de conci�rge er is. Ik ga daar een kijkje nemen.
Maigret van de Franse recherche.
Komt u binnen, alstublieft. Welkom. Een glas champagne?
- Wodka? Uit Zweden, de beste. - Absoluut. Doet u mij maar wodka.
Weet u dat hier een Franse politieman is neergeschoten?
Ja, dat heb ik gehoord.
- Hoe gaat het met hem? - Slecht, erg slecht.
Wat naar voor die arme drommel. Wat kwam hij hier doen?
- Hebt u de schoten gehoord? - Totaal niet.
Dat heb ik al aan de Finse agent verteld die me kwam ondervragen.
- Hebben ze u niet ingelicht? - Jawel.
- Hebt u geen vertrouwen in ze? - Vreemd dat u niets hebt gehoord.
Dat is niet vreemd. Alle kamers liggen aan de achterkant.
Kom, ik zal u onze expositie laten zien.
Dit is een Finse kunstenaar.
Hij is zeer getalenteerd en gaat een grote toekomst tegemoet.
- Houdt u van moderne kunst, meneer... - Maigret.
- Wie woont hier behalve uzelf? - M'n vrouw en ik...
Carl, m'n bediende en chauffeur, en Ingrid, de kokkin.
Ze zijn al jaren bij me in dienst. Ik sta voor ze in.
Wat vindt u van dat doek? Wat een lijnvoering en kracht.
Mag ik u interviewen? Ik bewonder deze kunstenaar enorm.
Neem me niet kwalijk, ik ben nu bezig. Ik kom zo bij u.
M'n vrouw.
- Mooi, h�? - Beeldschoon.
Mijn man heeft al dit werk gekocht.
- Ik zie liever het origineel. - Dit is een origineel.
Ze is Fran�aise, ik heb haar ontmoet in Nice. Ik zal u voorstellen.
Darling, dit is commissaris Maigret uit Parijs.
Hij onderzoekt de aanslag op die arme Franse agent, je weet wel.
Aangenaam, commissaris.
Excuseert u mij.
Pardon, we moeten ons om onze gasten bekommeren.
Geweldig om kennis met u te maken, commissaris.
Als u m'n collectie een keer wilt zien, bent u altijd welkom.
Carl, gooi hem eruit.
- De conci�rge is er. - Kom mee.
Alweer?
Wij gaan 's morgens al aan de wodka. Dat is onze 'antivries'.
Een klein beetje.
- Moet ze alles nog eens herhalen? - Dat hoeft niet.
Ze heeft maar ��n woord verstaan: fantoom.
Fantoom?
Toen ze de politie belde, zag ze Paulette het huis uit rennen.
Ze wilde haar nog roepen, maar toen was Paulette al weg.
Ze was kennelijk in paniek. Daarna is ze niet meer gesignaleerd.
- Hoe lang logeerde Lognon hier? - Vijf dagen.
Gingen ze vaak samen weg?
Nooit samen.
- Wat vindt ze van haar? - Ze mag haar graag. Ze zijn bevriend.
Paulette was netjes, beleefd en aardig. Nooit een onvertogen woord.
Dat was volgens haar anders met Lognon.
In Parijs noemen we hem 'de brombeer'.
Dat was het. Nog ��n ding.
Lognon ging vaak weg. Hij zat de hele tijd in de bistro op de hoek.
Maar misschien overdrijft ze wel.
- Mogen we Paulette's woning zien? - Ja, ik heb de sleutel.
- Ga uw gang. - Dank u wel.
De woning is doorzocht, maar alles staat op z'n plek.
Gauloises, gewone tabak.
Hij was niet van plan lang te blijven.
Kijk, dat is Paulette.
Wat vindt u ervan? Lognon mocht niet klagen.
Ze had geen tijd om spullen mee te nemen.
- Zijn er vingerafdrukken gevonden? - Ja, het rapport komt morgen.
Kom eens kijken.
Het fantoom.
- Wat is dat? - Wie is dat, bedoel je.
Kijk daar eens.
Snel.
Ziet u wat ik zie?
Ja, ik zie het.
Dat is vast niet haar broer of haar neef.
Kijk, ze gaan weg.
- Raak 'm niet kwijt. - Ik doe m'n best.
- Waar kan hij heen varen? - Naar allerlei plekken.
Naar een van de vele eilanden.
En 30 km verderop ligt de kust van de Sovjets. Rusland.
Kamer 402 op de vierde etage. Uw paspoort graag.
Meneer Maigret? Er was telefoon voor u.
- Wie? - Een Franssprekende dame.
- Ze wilde haar naam niet noemen. - Uit Parijs?
- Dat weet ik niet. - Dank u.
Morgen moeten we mevrouw Jonkers minnaar opsporen.
Trek Carl na, de chauffeur. Wie is dat, waar komt hij vandaan?
Wat deed hij voor hij bij de Jonkers kwam?
Tot morgen.
Ja, ik heb een gesprek aangevraagd met m'n vrouw.
Hallo, ben jij het? Ja. Het gaat.
Lognon is er slecht aan toe. Ben je bij z'n vrouw geweest? Dapper.
Heb jij me vanmiddag soms opgebeld?
Dan was jij het niet. Nee, er is niets.
Hoor eens, zorg goed voor jezelf. Ik ga nu naar bed.
De dagen zijn hier trouwens merkwaardig lang.
Dat is zo. Ja, dat beloof ik. Welterusten.
Wie? Ik kom naar beneden.
Kunt u voor mij Od�on 1728 bellen in Parijs, meneer Janvier?
Een uur wachttijd? Dan ben ik in de bar of in m'n kamer.
- Hij komt zo naar beneden. - Dank u wel.
- Mevrouw Jonker. - U zult wel verbaasd zijn, op dit uur.
We kunnen naar de bar gaan als u wilt.
- Ik wilde u iets vragen. - Ga uw gang.
Het is nogal g�nant. Ik schaam me zelfs een beetje.
- U hebt me daarstraks geschaduwd. - Gevolgd, anders had u niets gemerkt.
U hebt me gezien met iemand anders dan m'n man.
Inderdaad.
Ik wind er geen doekjes om. Het is m'n minnaar.
Ik wil u vragen om niets tegen m'n man te zeggen.
Ik respecteer m'n man. Hij is goed voor me en ik ben aan hem gehecht.
Maar er is dus een groot leeftijdsverschil.
Dat is een probleem, begrijpt u?
Hij houdt van me, dat is zo. Maar het valt niet altijd mee.
Ik denk weleens dat ik ook bij z'n collectie hoor.
Dat wist u vast al voordat u met hem trouwde.
Hij had me vrijheid beloofd. Maar hij is jaloers, vreselijk jaloers.
Het doet hem pijn en ik wil hem geen pijn doen.
Zwijgt u alstublieft.
Ik ben hier niet om overspelige echtgenotes aan te geven bij hun man.
Ik ben hier om uit te vinden wie inspecteur Lognon wilde vermoorden.
- En waarom. - Daar hebben wij niets mee te maken.
Helaas hebt u bij uw onderzoek pijnlijke dingen ontdekt.
- Ik wilde zeker zijn van uw discretie. - Is uw chauffeur Carl discreet?
Hij is me erg toegewijd. Hij zwijgt als het graf.
Dat was me al opgevallen.
Als dit niets te maken heeft met Lognon, hoeft u niets te vrezen.
U stelt me gerust.
Ik wist dat wij Fransen elkaar zouden begrijpen.
U komt dus uit Nice?
- Kent u Nice? - Uiteraard.
- Daar heb ik m'n man ontmoet. - Toen was u heel jong.
Achttien, ik kon m'n studie niet afmaken.
- Studeerde u? - Ik nam zangles.
- Zong u? Zoals de krekel. - De krekel uit de fabel.
Nogmaals bedankt, meneer Maigret. Ik reken op u.
- Vaarwel. - Tot ziens.
Ben jij het, Janvier? Hoor je me? Je klinkt zo ver weg.
Ja, het is laat, maar telefoneren is geen pretje.
Met Lognon is het niet best. Hij ligt nog in coma.
Ik heb nu geen tijd om alles te vertellen.
Ga jij na of er een dossier is van ene Fernande Papin.
Papin, zoals je het uitspreekt. P-A-P-l-N.
Haar roepnaam is Paulette.
Goed geraden. En bel Bastiani in Nice...
om te horen of er iets bekend is over ene Mirella Jonker. J-O-N-K-E-R.
Ze is getrouwd in Nice. Er moet een huwelijksakte zijn.
Dat was het. Bel me morgen maar op het hoofdbureau.
Heb je het nummer niet? Ik ook niet.
Zoek het maar op, Janvier.
Inspecteur Janvier heeft vanmorgen gebeld.
- Hij vroeg naar de baas. - En?
Paulette is geen Fran�aise. Ze komt uit Belgi�.
In het buitenland doen al die dames of ze Frans zijn.
Wat wilt u, met zo'n reputatie?
Fernande Papin, geboren in Luik, 27 jaar.
Meermaals opgepakt in Nice en Parijs, als tippelaarster.
Twee jaar terug als recidiviste Frankrijk uitgezet.
- Raad eens wie die zaak behandelde? - Lognon.
Bravo.
U had gelijk over Carl. Hij deugt niet.
Het is een Duitser, een Wehrmacht-deserteur.
Een oud-SS'er. Daar zijn er hier veel van ondergedoken.
- Is hij hier legaal? - Hij heeft een Zweeds paspoort.
Het rapport over Lognons vingerafdrukken.
Ze zaten overal: in haar keuken, woonkamer en wc.
Overal behalve, hou u vast, de slaapkamer. Niet ��n, niets.
Ze gingen dus niet met elkaar naar bed. Dat verandert alles.
- Waarom dacht je dat? - Wat moest hij daar anders?
Komt u binnen.
M'n chef, hoofdcommissaris Bergen.
Welkom, beste collega uit Frankrijk.
Hij spreekt goed Frans.
- Hij is een goede politieagent. - Perfect.
M'n chef is verbaasd dat hij niet was ingelicht over de komst van Lognon.
Tot dusverre blijkt het om een zaak van zeer persoonlijke aard te gaan.
- Juist, ja. - Het onderzoek blijft daarop gericht.
Omdat het om een delicate Franse kwestie gaat, is hij blij dat u er bent.
Als u iets nodig hebt, zegt u het maar. We staan tot uw beschikking.
Wil je hem bedanken?
Tot ziens.
- Zeg je zo 'dank u' in het Fins? - Het is m'n chef.
- Hoe zeg je 'dank u wel'? - Kiitos.
Ik heb vanmorgen het caf� ontdekt waar Lognon kwam. Wilt u erheen?
Hij is stug, hij houdt niet van de politie.
- Een pilsje? - Nee, koffie.
Lognon kwam hier elke dag. Hij zat daar, op uw plek.
Hij praatte met niemand, en niet voor niets.
Hij las niet, hij deed niets. Hij zat urenlang naar buiten te kijken.
Dit is Ingmar Olsen, kapitein in ruste op de grote vaart.
Duinkerken, Brest, Toulon.
- Wat heeft hij verteld? - Z'n vrouw irriteert hem.
Toen hij nog vaarde, zag hij haar soms. Dat ging.
- Elke dag, daar kan hij niet tegen. - Wat wil hij?
Daar kom ik zo op. Hij zit hier altijd naar buiten te kijken, net als Lognon.
- Hij wil voor ons werken. - Is je getuige niet beschonken?
Dat moet u niet denken. Hij ziet van alles.
Hij beweert dat Jonker een paar keer per week prostituees ontvangt.
Vreemd, h�? Carl, de chauffeur, komt ze brengen met de auto.
Ze komen 's avonds en gaan 's ochtends weer weg.
- Hoe weet hij dat het prostituees zijn? - Daar heeft die ouwe zeebonk kijk op.
- Weet hij dat ze voor Jonker komen? - Voor wie anders?
Carl heeft volgens hem iets met de kokkin.
Laat meneer Maigret binnen. Wat kan ik voor u doen?
U zou me uw collectie laten zien, weet u nog?
Vandaar. U hebt animo gekregen voor de schilderkunst. Komt u binnen.
Dit is m'n passie. Een allesverslindende passie.
Een schilderij is als een vrouw.
Voor deze C�zanne heb ik m'n appartement in Monte Carlo verkocht.
Voor deze Van Gogh heb ik de fabriek van m'n grootvader verkocht.
Ik heb alles over voor bepaald werk dat nu in musea hangt.
Kent u 'La Danse' van Matisse in de Hermitage in Leningrad?
Dat is pure bevalligheid.
Dit zijn twee doeken van Fragonard. Die heb ik apart gekocht.
De tweede kostte me zes keer zoveel als de eerste.
Hoe komt u aan zulk zeldzaam werk? En aan het geld?
Ik verkoop, ik koop, ik ruil. Interesseert dat u?
Laten we naar m'n kantoor gaan. Dat praat wat makkelijker.
- Dit is een pure malt. Water of soda? - Soda.
Ik ben helaas door m'n Perrier heen. Die laat ik speciaal uit Parijs komen.
Dit komt uit Engeland. Het smaakt goed, maar helaas wat zoutig.
Zegt u maar wat u ervan vindt.
Een sigaar? Ik heb Cubaanse uit Leningrad. Een onvoorziene omweg.
- Nee, ik rook liever pijp, als dat mag. - Wat u wilt.
U hebt gelijk, ze zijn droog. Carl moet de luchtbevochtiger bijvullen.
U wilde weten hoe je schilderijen verkoopt en inkoopt.
Er zijn natuurlijk veilinghuizen, zoals Christie's, Sotheby's en Drouot.
Maar er is vooral een parallelle markt. Liefhebbers als ik kennen die goed.
Ik weet welk museum een Renoir zoekt of welke prins z'n Canaletto kwijt wil.
Dat zijn discrete, onderhandse transacties om de fiscus te omzeilen...
de douane en de musea, met hun recht op voorkoop.
Deze Manet, het klinkt ongelofelijk, komt uit een museum in Rusland.
En het risico van oplichting? Je hoort veel over vervalsingen.
Er zijn bonafide experts. Ik voel me gevleid dat ik daar ��n van ben.
Mijn woord volstaat. Maar ik zou u dit niet allemaal moeten vertellen.
Daarom ben ik hier niet. Dat is m'n werkterrein niet.
- Nu we toch zo vertrouwelijk zijn... - Ga uw gang.
Hebt u verder nog familie?
M'n zoon interesseert zich niet voor kunst.
Carl, wat is er? Ik heb bezoek. Toe, zeg.
Ja, het is een Duitser. Dat wilde u toch weten?
Ja, het is een deserteur. Daar zijn er veel van in Finland.
Ze doken liever hier onder, dan dat ze door de Russen werden gepakt.
- Het is een nazi. - Nee, dat is hij niet.
- Hij zat bij de SS. - U bent dus op de hoogte.
Dat hoort bij m'n vak.
Aan het eind van de oorlog moest iedereen het leger in.
Ik heb u verteld dat ik voor hem insta. Vindt u dat niet genoeg?
- Verder geen vragen meer? - Jawel.
Mij is verteld dat u hier regelmatig...
dames ontvangt die hier de nacht doorbrengen.
- Vraagt u dat beroepshalve? - Helaas.
Het onderzoek naar de aanslag op Lognon...
heeft de aandacht op u gevestigd.
- Dat is vervelend. - Klopt het?
Dat is niet verboden, voor zover ik weet.
Ik zal open kaart met u spelen. Ja, het klopt.
Een man van mijn leeftijd heeft soms behoefte aan iets pittigs...
om z'n eetlust te prikkelen.
U bent een man. Dat snapt u wel.
- Ik wel, maar weet uw vrouw daarvan? - Uiteraard.
Maar ze is niet jaloers.
Bent u jaloers, meneer Maigret?
Weet u dat zulk bezoek gevaarlijk is als je een fortuin aan kunst bezit?
Ik ben uitstekend verzekerd.
Is er onder uw vaste bezoeksters toevallig een zekere Paulette?
Dat zegt me niets.
Kunt u me een lijst geven van de betreffende dames?
Beslist niet, meneer agent.
U hebt me gedwongen over intieme zaken te praten. Dit gaat te ver.
Pardon, ik heb het druk.
Ik dring niet aan.
Nu niet, althans.
Hebt u de rendierbiefstuk al geprobeerd, onze specialiteit?
- Wat is er nog meer? - En anders...
Klassiek, gemarineerde zalm met dille. Heerlijk.
Wat nog meer?
Gewoon, haring in olie, met tomaat of kerrie.
Geen fantasie. Een haring en een biertje.
En zorg dat ze het brood niet vergeet.
Ik snap het eerlijk gezegd niet meer.
Waar is Paulette?
Wie is die Engelsman? Wat voeren Jonker en Carl uit?
En wat heeft Lognon daarmee te maken?
Je gaat vooruit. Je stelt nu vragen zonder eerst het antwoord te geven.
Als Lognon kon praten, of als we Paulette vonden...
- hadden we de sleutel van het mysterie. - De sleutel wel.
Maar wat het mysterie betreft...
Dat is niet zo zeker.
- Maakt u nooit aantekeningen? - Toen ik jong was wel.
- De Franssprekende dame. - Aan de telefoon.
Ach, u bent het. Het is niet te vroeg.
Blijf waar u bent, we komen u halen. Waar?
Een moment graag.
Ja? Ja, die ken ik. We komen eraan, tot zo.
- Snel, ze klonk paniekerig. - We zijn er zo.
- Heeft die Engelsman haar? - Ze was 'm al gesmeerd.
Juist. Zo vinden we haar wel.
Sorry.
Mooi, h�. 's Winters is het hier helemaal wit van de sneeuw.
Kon u maar mee naar het noorden, de witte woestijn, de rendieren.
Daar is de Kerstman geboren.
We moeten haar vinden voor het te laat is.
- U moet met uw vrouw terugkomen. - Precies.
We gaan naar de politie. Paulette duikt vast op.
Hij zegt dat er al een uur heibel is bij Jonker.
- Hij is dronken. - Laveloos.
Kijk, dat is die Engelsman.
Erachteraan. Ik ga kijken hoe het binnen is.
- Wat wilt u nu weer? - Iets vragen.
- Hebt u een huiszoekingsbevel? - Wees redelijk. Die kan ik zo krijgen.
- Ik dien een klacht in bij de ambassade. - Is Carl er niet?
Carl is er niet. Ik heb hem weggestuurd voor een boodschap.
Er gebeuren hier vreemde dingen, meneer Jonker.
Ik zag Carl net een dronken man in uw auto stoppen.
U hebt niets over hem verteld. Woont hij hier?
Helemaal niet. Dat was een stomdronken student.
Hij kwam ons lastigvallen en stampei maken.
Carl werd geholpen door iemand met rood haar, een Engelsman.
Nee, dat zegt me niets. Een van z'n vrienden misschien.
- En uw vrouw? - Die is boven, in haar atelier.
- Schildert ze? - Uit liefhebberij.
- Dat wil ik graag zien. - Geen spelletjes meer.
- Wat wilt u? - Ik wil de kamers boven zien.
- Die zijn totaal niet interessant. - Nu dring ik aan.
Mag het even, darling? De commissaris wil je atelier zien.
Komt u binnen.
- Je hebt de commissaris al ontmoet. - Natuurlijk, op de vernissage.
- Niet kijken. Ik begin net. - Waar zijn uw andere doeken?
Ik zie er niet een.
Ik geef of gooi ze weg. Ze zijn niets waard.
Ik snap nu hoe het zit met het fantoom.
- Welk fantoom? - Ik zag er een door uw raam.
- Dat moet ik geweest zijn. - O, ja?
- U was weg. - Helemaal niet.
We waren gisteren de hele avond samen thuis.
Wat merkwaardig. Een deur die van buiten op slot gaat.
Net een gevangenis. Was dat al zo?
Het is een soort zolderkamer waar ik doeken opsla.
Als het mooie zijn, wil ik ze graag zien.
Ze zijn al maanden weg. Ik weet niet eens waar de sleutel is.
Maar is dit soms een huiszoeking?
Het lijkt wel of u iets te verbergen heeft.
We hebben niets te verbergen, h� schat? Ik had de sleutel.
M'n complimenten.
Hebt u nu uw zin?
We zijn weer in verlegenheid door uw onbeschaamde optreden.
Dat is m'n beroep.
Ik heb onderdak verleend aan een student van de academie.
Studentjes hebben nu eenmaal waanvoorstellingen.
- Wanneer was dat? - Lang geleden.
- Hoe heette hij? - Igor nog wat. Dat weet ik niet meer.
- Een Rus? - Ja, een politiek vluchteling.
Hij zat in moeilijkheden, ik had medelijden. Hij had talent.
- Inderdaad. Maar waar is z'n werk? - Dat heeft hij meegenomen.
Hebt u niets gekregen? Wat ondankbaar.
Het was een anarchist, zoals alle kunstenaars. Een zuiplap, een losbol.
- Ik loop niet met u mee. - Ik ken de weg.
- Ik zeg niet 'tot ziens'. - Wie weet zien we elkaar toch weer.
Een boeiend bezoek. Ik heb er veel van opgestoken.
Commissaris.
Ik wil u iets vertellen.
Ik wilde net niets zeggen. M'n man wordt er naar van.
Die Russische student, Igor, heeft ons flink last bezorgd.
Het is g�nant, maar het is zo. Hij was verliefd op me.
- Juist, ja. Nog een. - Het ligt anders dan u denkt.
Eerst was hij charmant, maar toen ik hem afwees, werd hij razend.
Hij viel me lastig, schopte herrie. De situatie was onhoudbaar.
Ik kwam niet van hem af. Hij wilde niet meer weg.
O, nee? Hebt u hem daarom opgesloten?
Hij dreigde uiteindelijk ons te vermoorden.
M'n man probeerde hem te paaien met vrouwen en drank.
De vrouwen over wie u het had, waren voor hem bestemd.
- Voor hem. - Een maniak. Hebt u de muren gezien?
Het was een hel. Uiteindelijk moesten we hem opsluiten.
Hoe bent u van hem af gekomen?
Ik heb Carl gevraagd, en de vriend met wie u me laatst hebt gezien...
om hem naar de Russische autoriteiten te brengen.
- Dat is niet zo aardig. - Er zat niets anders op.
Mag ik vragen wie die vriend is met wie ik u laatst heb gezien...
- en die u dit soort diensten bewijst? - Commissaris, dat is m'n priv�leven.
Is het toevallig een Engelsman?
U bent brutaal.
Nog ��n vraag. Waarom vertelt u dit allemaal?
Uw man heeft kennelijk liever niet dat dit bekend wordt.
M'n man is diep gekwetst.
Hij wilde iemand helpen, maar daar is hij voor gestraft.
En hij is ziekelijk jaloers, dus u kunt wel nagaan hoe hij eraan toe is.
Ik wilde eerlijk zijn, zodat u zich niets anders in uw hoofd haalt.
Zoals?
Dat weet ik niet.
- Andere dingen. - Er is een hoop fantasie voor nodig...
om in je hoofd te halen wat u me daarnet hebt verteld.
Ik heb ze niet te pakken gekregen.
Breng me maar naar het hotel.
Nou?
- Wat 'nou'? - Jonker.
- Er zit een luchtje aan. - Hoezo?
Er broeit iets. Ik ben bang voor de reactie.
Welke reactie?
- Het zijn net katten in het nauw. - Wat voor katten?
Hij heeft een naar telefoontje gehad van de Zweedse ambassadeur.
Die eist dat we de befaamde meneer Jonker niet meer lastigvallen.
Die is boven elke verdenking verheven.
Hij wil geen politiek incident en richt zich op het criminele milieu.
Er is een lijk gevonden in de haven.
U had gelijk. De wolf heeft toegeslagen. Dit is z'n tweede slachtoffer.
Hij is niet verdronken.
Hij is gewurgd.
Waarom is hij vermoord?
Weet je wat dat betekent?
Het is Russisch voor 'vrijheid'.
Paulette is gevonden, ze wou naar Lognon. Ze wil alleen met u praten.
Het is mijn schuld.
Wat er met Lognon is gebeurd, is mijn schuld.
- Waarom? - Ik had gezegd dat hij moest komen.
Laten we bij het begin beginnen.
Ik had problemen in Frankrijk.
Daarom ben ik hier gekomen.
Het is niet leuk, maar wel rustig.
Het is discreter voor m'n werk.
Een Finse vriendin had me deze tip gegeven.
Na een halfjaar ben ik Marcelle hier tegengekomen.
- Marcelle? - Mirella, als u dat liever hebt.
Ik kende haar uit Nice. Daar was ze 'kleine Marcelle'.
Het arme kind verkocht bloemen in de bar waar ik werkte.
Misschien kent u die bar, de Nuits Blanches.
Maar goed, we kwamen elkaar weer tegen.
Ze vertelde over haar huwelijk en haar leven.
Toen stelde ze voor dat ik kwam bijverdienen bij haar man.
Ik zei ja. Daar ben ik voor.
Ik dacht dat het voor haar man was.
Dat was niet zo.
Toen ik daar kwam, sloten ze me op in een bovenkamer.
Bij een of andere idioot. Hij was ziek. Bezeten, of zo.
Een Rus. Hij schilderde schunnige dingen op de muren.
Maar ik zal niet in details treden. Ik was verschrikkelijk kwaad.
Dat zijn mijn types niet.
Ik doe geen gekken. Ik heb al genoeg problemen.
Toen ik wegging, zag ik Rooie Stan.
- Rooie Stan? - Stan nog wat. Een Engelsman.
Hij had de kassa leeggeroofd van Cartier in Cannes.
- Hobson. - Ja, zo heet hij.
Ik herkende hem meteen. Gek, na vijf jaar, maar toch.
Ik kende hem uit Nice. Hij ging toen al met Marcelle.
Hij deed juwelen. Daar was hij goed in.
Toen ik hem had herkend, heb ik Lognon gebeld.
Ik kende hem goed. Hij had mijn zaak behandeld.
U hebt hem een deal voorgesteld.
'U zorgt dat m'n inreisverbod wordt opgeheven, dan geef ik u een tip.'
Ik ben geen verraadster.
Wat had u in mijn plaats gedaan? Ik was woedend.
En er was nog iets, commissaris.
M'n verloofde komt binnenkort vrij.
Ik wilde hem verrassen. Begrijpt u?
En dus ging ik praten.
- Dat had u duur kunnen komen te staan. - Ik ben bang.
Ze zitten achter me aan. En Stan is echt geen lieverdje.
Hij knalde Lognon z� neer.
- Pas goed op uzelf. - Bedankt voor de raad.
Hou het huis in de gaten en volg ze zo nodig.
- Neemt u dit mee. - Bij hem hoeft dat niet.
Ik verzoek u mee te komen naar het hoofdbureau, met uw vrouw en Carl.
- Hebt u een arrestatiebevel? - Jazeker.
- Mag ik even kijken? - Jazeker.
- Ik weet niet waar Carl is. Hij is weg. - Ook toevallig.
- En uw vrouw? - Die is in haar kamer.
Gaat u haar maar halen.
Ik begrijp er niets van.
- Ze was net nog in haar kamer. - En nu niet meer?
Echt waar.
Ze komt toch niet ver. Laten we die kamer maar eens bekijken.
Ik kom er net vandaan. Gelooft u me niet?
U vertelt wel vaak de waarheid, maar alleen gedeeltelijk.
Uw vrouw is blijkbaar op reis. Heeft ze niets gezegd?
Nee, niet voor zover ik me herinner.
Gaat ze wel vaker spontaan weg?
Ze is vast boodschappen gaan doen.
Met haar koffers?
Geen idee. Ze mag toch weg? Het is hier geen gevangenis.
Weet u dat zeker?
- Ik begrijp niet waar u op doelt. - De andere helft van de waarheid.
Die u verbergt.
Geeft u mij dat wapen.
Ik hou niet van kat-en-muis-spelletjes. Vooral niet als ik de muis ben.
Wat had u hier aan gehad?
Vooruit.
Snel, weg. Ze zijn bij ons thuis.
- Heb jij de schilderijen? - Hou je kop.
Stom mokkel.
Kijk of er schilderijen in de boot liggen.
Doe uw best. Dat scheelt tijd.
Ik zeg niets. U weet al te veel over m'n priv�leven.
Daar gaat het niet om.
Het is in uw belang dat u praat. U bent ook 'n slachtoffer in deze zaak.
- Welke zaak? - Kom nou toch.
Ik zeg niets als m'n advocaat er niet bij is.
Zoals u wilt.
Ze zijn gepakt. Ze wou er met hem vandoor.
In de boot lagen doeken die van Jonker gestolen zijn.
Wie zegt dat ze gestolen zijn?
Als u uw advocaat wilt bellen...
Ik protesteer, ik ben Brit.
Ik versta je niet. Spreek Frans.
- Ik protesteer, ik ben Brit. - Wil je je ambassade bellen? Toe maar.
- Waar word ik van beschuldigd? - Alles op z'n tijd.
Ga Jonker maar halen.
Wilde u op reis, mevrouw Jonker?
Stan en ik houden van elkaar.
- We wilden naar Londen. - Met Jonkers doeken?
- Die zijn ook van mij. - Ja, dat weet ik.
- Darling, wat is er? Waar was je? - Ze wilde naar Londen...
met haar minnaar en uw schilderijen.
- Dat is toch niet waar? - Laat me los.
Meneer Jonker, kunt u als expert zeggen of dit vervalsingen zijn?
- Dat weet ik niet. - Dat weet u best.
Het zijn vervalsingen, van Igor, die jonge Russische kunstenaar.
- Weet u waar Igor is? - Ik weet van niets.
Ik zal het u vertellen. In het lijkenhuis.
Dat heb ik niet gewild.
Ik zei toch dat jullie hem geen kwaad mochten doen?
- Hij was bezopen. Hij is verdronken. - Je hebt hem eerst gewurgd.
- Heb je dat gedaan? - Ik wilde hem niet dood hebben.
Ik wilde uw inspecteur niet dood hebben.
Ik wilde niemand dood hebben. Ze zijn gek. Moordenaars.
Ik wil u graag geloven, maar u moet de rechter overtuigen.
U wist dat Stanley de minnaar van uw vrouw was.
- Ik wilde haar niet kwijt. Begrijpt u? - Ik doe m'n best.
Kende u de achtergrond van de minnaar van uw vrouw?
Rooie Stan, al vijf jaar gezocht door Interpol voor inbraak en moord.
Wiens idee was het om uw schilderijen te verhandelen?
Stanley's idee.
Ze chanteerde me, ze dreigde bij me weg te gaan. Ik gaf toe.
En toen was het einde zoek.
Stan kwam een jaar terug met Igor aanzetten.
Igor was een geniaal vervalser.
Hij maakte met gemak een Renoir na of een Vlaminck. Ik trapte er ook in.
Vervolgens zijn ze vervalsingen gaan verkopen met mijn garantie.
Zelf heb ik er nooit een cent aan verdiend. Gelooft u me?
- Waarom dan? - Ik wilde schilderijen hebben...
die in musea hangen. Ik begon erin te geloven.
Dat is toch de beroemde 'Danse' van Matisse?
Ik wilde de vervalsing ruilen voor het echte werk, in de Hermitage.
Waanzin.
Dankzij het genie van Igor.
En alle smokkelcontacten van Stanley in de USSR.
Daar is alles te koop. Spullen, mensen.
Zo bent u aan de Manet gekomen die u me hebt laten zien.
Die hing in een museum in de Provence. Het was de eerste poging.
Alleen kwam Mirella toen Paulette tegen.
Wat is de wereld toch klein.
Paulette herkende Stan en belde inspecteur Lognon.
Een zaak voor Lognon. Z'n grote droom.
Die stomkop zegt niets, neemt z'n spaargeld op en gaat naar Helsinki.
Alleen. Net Don Quichot.
Hij observeert uw geknoei dagenlang, maar laat zich domweg pakken.
Als hij Rooie Stan wil inrekenen, krijgt hij twee kogels in z'n buik.
Jullie dachten dat hij jullie doorhad en raakten in paniek.
- Toen moesten jullie van Igor af. - Ik wilde hem niet dood hebben.
- Dat wilde ik niet. - U wist toch met wie u te maken had?
Rooie Stan neemt geen risico's. Lijken praten niet.
U bent zelf de weg kwijtgeraakt, arme Jonker.
Uit liefde voor de schilderkunst.
En om de liefde van een vrouw.
E�n passie was al veel. Twee was te veel.
Ze zijn voor jou, je mag ze hebben.
- Laat me. - Rustig.
We beginnen weer bij het begin.
Is er iets niet in orde?
De politie heeft alles opgelost. Ik mag het land in.
Alles is geregeld. Lognon wordt volgende week overgevlogen.
De held wordt warm onthaald door z'n collega's en z'n vrouw.
- Tot ziens en bedankt. - Tot ziens. Mag ik 'baas' zeggen?
- Hoe zeg je 'baas' in het Fins? - Pomo.
Pomo. Kijk eens aan.
Gedownload van www.nlondertitels.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.