All language subtitles for Santa.Et.Cie.2017.FRENCH.720p.Bluray.x264-LOST

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic Download
ar Arabic Download
hy Armenian Download
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian Download
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified) Download
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian Download
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian Download
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino Download
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian Download
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese Download
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean Download
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian Download
pl Polish Download
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian Download
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian Download
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian Download
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Santa & Cie

Naar een waar gebeurd verhaal

Wat heeft kleine Max dit jaar gevraagd?

De teddybeer is weer helemaal terug.

Wanda, luister: 'Lieve Kerstman, je mag zelf bedenken wat je me geeft. Misaki.'

Schattig, die kinderen. - De Sahara is wel een woestenij.

Hier staat het: de Sahara-woestijn. - Een Guinees biggetje is ook geen big.

Ik ben hier nog nooit vandaan geweest, maar een woestijn is een woestenij.

Een prinsessenkasteel, drie pony's, een indianenpak... Tatyana vraagt wel erg veel.

Eigenlijk wil ze gewoon aandacht van haar moeder.

Ons sneeuwkristallen huwelijk komt eraan. Ik wil mensen zien.

Zullen we naar Parijs gaan? - Ja, hoor. Maar de Parijzenaars...

Parijzenaars zijn vast heel aardig.

Of Las Vegas.

Ik word gek van dat gehum. Dat betekent: Misschien volgende kerst.

We zitten een beetje krap in de teddyberen. Even kijken.

Je gaat maar. Maar we zijn hier nog niet over uitgepraat.

Tot zo.

Waar is Magnus?

Heeft iemand Magnus gezien?

Waar kan hij zijn?

Waarom kijk je zo sip?

Dat is beter.

Jean-François naar de afdeling knuffels.

Aangezien we allemaal hetzelfde gezicht hebben, graag een gezichtsbewijs tonen.

Voor wie zijn deze? - Dag, Magnus.

Hij wil voor iedereen knuffels.

Deze hebben we niet nodig. Waarom verandert hij altijd alles?

Ik ga er echt wat van zeggen. - Hij komt er net aan.

Magnus? Kan ik je even spreken?

Kunnen we beginnen?

Deze knuffel is voor Fatou, hè?

Moeten we geen blauwe maken? - Nee, we veranderen niks meer.

Dat is een boven-elfelijk werk. - Kerstmis is pas de 25ste.

Ja, de 25ste 's morgens vroeg, voordat de kinderen wakker worden.

De inpakafdeling kan het niet meer aan. - Dan moet het sneller.

Als we nu eens 100.000 beren tegelijk maken in plaats van één tegelijk.

Speelgoed maken... - Moet een spel zijn.

Maar het moet efficiënter, minder speels. - Zeg dat nog eens.

Als we bijvoorbeeld 100.000 steppen tegelijk maken...

Dan winnen we veel tijd. - Nee, speelgoed maken...

Moet een spel zijn, ja. Maar stel je voor: 100.000 poppen in één keer.

Dat snap ik niet.

Als we nu eens 100.000 brandweerauto's tegelijk maken...

Luister. Dat gaat veel sneller. Minder spelen, harder werken.

Nee, speelgoed maken... - Moet een spel zijn, ik weet het.

Lucie, melden bij de tollen alsjeblieft.

Er zijn steeds meer kinderen, en ze worden steeds veeleisender. Neem nu Tatyana.

Een prinsessenkasteel, drie pony's, een indianenpak, een make-up set...

Dat is niet normaal. - Ze wil haar moeders aandacht.

Geef een springtouw, dat vond mama leuk. - Dan gaan ze samen spelen. Slim.

En een springtouw is niet zo ingewikkeld.

En kleurkrijtjes voor iedereen. Ik zie je zo bij de inpakafdeling.

Baas.

Zo schiet het lekker op. - Baas...

Ik heb zitten rekenen op die eh...

Kleurkrijtjes voor iedereen. Dat gaat echt niet.

Doe dan maar verfsetjes.

Nee, dat kan ook niet. - Waterverf? Plakkaatverf?

Nee, want straks moeten we...

Wat heb je? - Ik heb zeker warmte gevat.

Zeg dat wel. Gaat het?

Mooi zo.

Magnus?

Wanda?

Magnus...

Elfen zijn bestand tegen virussen. Maar wordt er één ziek...

dan wordt de hele groep ziek. - Net een school vissen.

Waarom nu? Ze zijn nog nooit ziek geweest. - Geen idee.

Hier. 160.000 poorten geleden werden alle elfen geveld door een bacterie.

Hebben ze het overleefd? - Voor mij is het ook nieuw.

'Ze hebben het allemaal overleefd...

dankzij het wonderbaarlijke sap van de kakadu-pruim.'

De kakabu-pruim? - Kakadu.

Australische vrucht, rijk aan vitamine C.

We kunnen niet voor 92.000 elfen pruimensap persen. Dit is een ramp.

Dit hebben we nodig. - Wat?

Vitamine C. Daar zitten kakadu-pruimen vol mee.

Dus haal hoplakee 92.000 buisjes vitamine C.

Hoplakee? Nu meteen? - Natuurlijk.

Voeg de daad bij de mand. - En waarom ik?

Ik kan de slee niet besturen. Je hebt het me nooit willen leren.

Ik ga niet. Ik weet niet hoe het beneden is. - Je gaat er elke kerst heen.

Ja, één nacht, over de daken, zonder iemand tegen te komen. De mensen...

Ze vreten je niet op, je brengt ze al sinds een eeuwigheid cadeautjes.

Ja, ik breng ze cadeaus, maar op een afstand. Lekker geheimzinnig.

Ja, voor jou. Ik zou dolgraag eens een nieuw gezicht zien.

Ga je gereed maken, ik span de rendieren in.

Wanda.

Dag, Danseuse...

Ik wil wachten tot ze vanzelf opknappen. Het wordt erger als...

Als we proberen ze te redden? Welnee.

Ik moet de slee nog nakijken, de glijders zijn spekglad en ik zit met een lek rendier.

Pure zelfmoord. - Je overdrijft.

Helemaal niet. - Het gaat prima lukken, Santaatje.

Ik geloof in je.

Iedereen gelooft in jou. - Niet iedereen, maar...

Voor het eerst zijn we twee nachten in een jaar niet samen.

Ga maar.

Je bent mooi als een slee.

Kakadu-pruimen groeien in Australië, dus...

Op naar Australië. Als ze pruimen hebben, hebben ze ook vitamine C.

Als we via Finland gaan, zijn we er in twee klompschoppen.

Oké, wacht even.

Alle rendieren opgelet, controleer je tuig, we komen in turbulentie.

Er zijn problemen met de onzichtbaarheidsknop.

We gaan daar landen, bij die rode speelgoedmolen.

Go, we blijven hier niet.

Hoe weet je dat ze overal vitamine C hebben? Ik ga niet naar beneden.

Er zijn daar mensen.

Ik word niet goed van jullie. Ik ga al. Wat een gedoe is dit allemaal.

Ik stop mijn mand vol en dan gaan we weer. Het moet geen vijftig poorten duren.

Potverelfjes.

Gaat het, meneer? - Ja hoor, ik heb gewoon...

Alsjeblieft, collega. Mooi pak heb jij aan.

Een poolstofje.

Waarom groen? Werk je voor een groene club?

Nee, mijn elfen zijn ziek geworden. - Je wat?

Mijn elfen. Ze zijn plotseling ziek geworden, alle 92.000.

92.000 elfen?

Met vitamine komen ze er weer bovenop. - Gelukkig.

Over vier poorten is al het kerst. - Ja, het gaat razendsnel.

Mijn rendieren zijn uitgeput. Mijn slee staat daar op het dak.

Je hebt geluk, want parkeren is hier een crime.

Ik weet niet of... - Snel, ik ben aan het werk.

Hoe krijg ik mijn elfen weer beter? - Ga naar een apotheek.

Zie je dat groene kruisje?

Dat is een apotheek. Vraag maar naar het schap met elfenproducten.

Bedankt, Thierry. Mensen zijn best aardig.

Hoe weet hij mijn voornaam?

Ik zoek de elfenproducten.

We zijn aan het werk, deze jas is geen vermomming.

Heeft u voor mij 92.000 van deze? - Ja hoor. Fijne kerstdagen.

Nee, ik moet vitamines hebben, ik moet mijn elfen beter maken.

Meneer, leg neer, dit kan echt niet.

Deze moet ik hebben. Kerst komt eraan. Carole, zeg jij het dan.

Weet u hoe ik heet? Bent u me gevolgd? - Toen je klein was.

Smeerlap, ik bel de politie.

We hebben hier een gek in de zaak die de boel afbreekt.

Geef me gewoon die vita...

Goed dat je er bent. Wat een idioot. - Zeg netjes u tegen me.

Ik probeerde hem nog te zeggen... - Stap maar in, pas op uw hoofd.

Trek die kamerjas uit.

Ik krijg wat van al die probleemgevallen...

Ik maak ook autootjes die zo'n geluid maken.

Ik kom eraan, maar Jay heeft een probleem. - Jij?

Nee, Jay, mijn broer. - We gaan zo aan tafel.

Ik schiet op. - Maar Thomas...

We deden een spelletje.

Twee zwarte kaarten, één rode. Dus waar is de rode kaart?

Nee, dat is de rode. En dit de zwarte. De rode lag daar al de hele tijd.

Leuk, hè? - Ja, heel goed gedaan.

Toen riep er een 'smerissen', en gaat er met mijn geld vandoor.

Ik kom er zo aan.

Dus ik ben opgelicht. Ik ben hier eigenlijk het slachtoffer.

Hij houdt zich verder rustig.

Je broer is advocaat, maar je kunt niet alles flikken.

Het spijt me. - Dat zeg je elke week.

Kusje. En pik-tik.

Je familie heb je niet voor het kiezen. - Zeg dat wel.

Hij heeft niet getekend.

Nu wordt het leuk. - Niet alles is grappig, Olivier.

Meneer... - Hij roept u.

Oké, uw naam?

Claus. - Voornaam?

Santa.

Geboren? - Ja.

Nee, wanneer?

Pardon. 15.000 poorten, 16 ramen en 12 lades geleden.

Dat is ongeveer 600 jaar. Iets preciezer: 607 jaar.

We testen hem op alcohol en drugs. - Komt het dan goed met mijn elfen?

Meteen maar de drugstest?

Mond open, alstublieft.

Dan moet ik overgeven. - Stil zitten, ik neem wat wangslijm.

Dat versta ik niet. - Speel je nog met je poppen?

Je was dol op poppen. - Wat zeg je?

Wil je bijdehand doen?

Want dan ben je bij mij aan het verkeerde adres.

Eens zien of ik met poppen speel.

Je krijgt gezelschap, Gisèle. - Wat is dit?

Geen idee. Hij wilde bijdehand zijn.

Zal ik met hem praten? - Heb je niet genoeg werk aan je broer?

Mag ik eruit?

Die vent is gek. - Laat maar, hij is nogal gespannen.

Wat ben je gespannen.

Dit is wel vervelend. - Goedenavond meneer.

Ik ben Thomas de Angelo, advocaat.

Ik kan u pro deo verdedigen als u wilt.

Waartegen? - Begrijpt u de situatie? U zit in een cel.

Ik maak ook Monopoly. Geef me dobbel- stenen, dan gooi ik dubbel en ben weg.

Ze zijn hier gek. Estamos en la casa dos locos aqui.

Santa Claus... Waarom heeft u die naam opgegeven?

Ze vroegen mijn naam. Dus die heb ik gegeven.

Santa Claus, dus.

Even zien...

Weigert zich te identificeren. Dat kon u blijkbaar niet?

Belediging van de politie. U noemde ze 'elfen'?

Nee, luister... Ik ben de Kerstman.

Ik had het over mijn elfen. Ik heb er 92.000, en ze zijn ziek.

Ik moet vitamine hebben. 92.000 porties. Wanda wilde...

Ik onderbreek u even. Ik heb een beter idee.

Ik ben uw advocaat, ik ben er om u te helpen.

We zeggen dat het een uit de hand gelopen grap was.

Ik verkleed me als kerstman. - Ja?

Nee, u. Niet ik. - Ik, oké.

U zegt: Ik verkleed me als Kerstman. - Nee, dat ben ik.

Oké, maar zeg dat niet, dat helpt niet. - Maar als het zo is?

Dat is uw geheimpje. Hou het voor u.

'Ik verkleed me als Kerstman.' Zeg het maar.

Ik verkleed me als Kerstman. - Zonder kwade bedoeling.

Nee, ik ben dol op kinderen. - Dat moet u vooral niet zeggen.

Ik weet het beter gemaakt. U zegt helemaal niets.

U heeft het recht om te zwijgen. - Dat spel ken ik niet.

Als ze u iets vragen, geeft u geen antwoord. Is dat duidelijk?

Geef even antwoord, het is nog niet zover.

Mag ik antwoord geven? Ik heb het begrepen.

Ik probeer het te regelen.

Goed, want ik kan er niet uit als ik niet dubbel heb gegooid.

Het is iets met de dierenriem. De huizen, ascendanten, maanden en zo...

Wat is jouw sterrenbeeld? - Weegschaal.

Grappig, voor een agent.

Mag ik je dobbelstenen even lenen, Gustavo?

Hoe weet je mijn echte voornaam?

Hij maakt geen agressieve indruk. - Vind ik ook. En de drugstest was negatief.

Dat zijn de ergste. Ik stel hem in bewaring, punt uit.

Shit, waar is hij?

Heb je de deur niet dichtgedaan? - Natuurlijk wel.

Attentie alle eenheden, we zoeken een man met een baard in een groene djellaba.

Meneer, een foto met mijn dochtertje.

Ga maar staan, Lin Yao.

Op de foto met de Kerstman.

Nee, de echte is rood. - Dat maakt niet uit, blijf staan.

Waarom doet ze dat? - Wat is er?

Ik wil de rode Kerstman.

Als je niet van kinderen houdt, word dan geen Kerstman.

Dat komt door haar. Ze huilt zo:

Je bent niet geschikt voor je werk.

Het komt door haar.

Hij is niet lief.

Staat de trampoline op de lijst?

Mama, we hebben zo weinig tijd.

En een Tornado Car.

Dat vraag je elk jaar. - Ja, het is ook ieder jaar kerstmis.

Hallo, papa.

Kom hierheen met de kinderen. - Ik bel je terug.

Onze verlanglijsten. - Ik hoef niets, alleen een kusje.

Ik maak een kalkoen klaar. - We kunnen niet komen.

Ik bel je terug, mama. - Dat doe je toch niet.

Je zou vroeg thuis zijn. - Ja, maar Jay zat weer in de nesten.

Dat ruikt lekker. - Gewoon soep.

Nee, hier ruikt het lekker.

Pak even een bouillonblokje. - Een bouillonblokje?

Tornado Car. - Ik vraag een vliegende fee.

Op het bureau zat een oude man in de cel die sprekend op mijn vader leek.

Ineens was hij verdwenen. Gek, hè?

Mama? - Met je oom. Je komt niet, zegt mama.

Onze lijstjes. - O ja, jullie verlanglijstjes.

Er staat wel erg veel op.

Drie cadeautjes, hadden we afgesproken. - Drie is ook al veel.

Helemaal niet. - Maëlle, drie is al veel.

Nee, de 24ste. - Ogenblik, oom.

We hebben ruimte genoeg. - Dit is te gek.

Ik ben echt woedend.

Mag ik over een halfuur terugbellen? - Maak op jullie kamer een nieuwe.

Ieder drie cadeaus, anders zwaait er wat.

Je komt gewoon. Bel me zo.

Hoe komt de Kerstman in huis? - Dat kan hij doordat hij kan toveren.

Ik haal de Tornado Car eraf. En jij?

Niets, ik wil alles erop houden.

Als je iets in je hart bewaart, krijg je het ook van de Kerstman...

want hij kijkt in je hart. - Wat een onzin.

Helemaal niet. Jij hebt ongelijk en ik gelijk.

Ik geloof je niet.

Jij gelooft nooit iets. - Dat hoeft toch ook niet?

Kan me niet schelen, ik praat niet meer met je.

Zou het waar zijn?

Kerstman, ik haal de fee eraf, maar die bewaar ik in mijn hart.

Ja, we gaan op zoek naar sneeuw voor jullie.

We hebben het allemaal warm, ik ook. Hou je gewei koel.

Wees blij dat pinguïns niet vliegen, anders had ik acht pinguïns gekozen.

Hé, dit hekje was er vorig jaar nog niet.

Wat doet u hier? - Ik eh...

Gaat het?

Vliegende pinguïns.

Wat is er? - Niets.

De Kerstman. - Nee, hoor. Naar binnen.

We hebben dingen van onze verlanglijst afgehaald.

Hoeft niet, jullie krijgen alles. Jij een Tornado Car en Maëlle een vliegende fee.

Ken je die meneer? - Nee. Neem ze mee naar binnen.

Hoe weet je hoe mijn kinderen heten?

Ik ken alle kinderen ter wereld. Ik ben de Kerstman.

Wegwezen. Als je hier zo nog bent, sla ik je je tanden uit je mond, begrepen?

Dat is echt de Kerstman. Niet te geloven.

De echte Kerstman. - Dat geloof je toch niet?

Reken maar van wel. - Hij kent ons geheim.

Hij heeft sonische ogen.

Ik kijk zo in het hart van Maëlle en Mathis.

Heb je gebeden voor die vliegende fee?

Een experiment, ik heb de fee in mijn hart bewaard om te zien of het waar was.

Dus wie had er ongelijk? - Ik.

Ik wist dat hij het was, hij ruikt naar koekjes.

Zullen we op het dak kijken? - Dat mag niet zonder papa en mama.

Je moet doen wat ik zeg, ik ben drie minuten vóór jou geboren.

Als we straf krijgen, is het jouw schuld. Dan zwaait er wat voor jou...

en voor mij lekker niet. - Oké, kom mee.

Hoe weet hij ons adres? - Ik heb me gewoon voorgesteld.

Hij leek ongevaarlijk. - Dat zijn de ergsten.

Je hoort altijd 'hij leek zo aardig en beleefd, hij was geliefd'...

en dan vermoordt hij iedereen met een bijl. - Welnee.

Hij weet hoe de kinderen heten. - Hij deed me gewoon aan mijn vader denken.

Drie minuten is niet veel. - Ja hoor.

Als we straf krijgen, is het jouw schuld.

De Kerstman is op het dak. Hij is het echt.

Hij is het... Met rendieren.

Ik zei net tegen Maëlle en Mathis...

Ik heb hem een dreun gegeven.

Gaat het? - Ja, alleen zag ik even sterretjes.

Kerstman, mogen we even op een rendier rijden?

Alsjeblieft. - Geen sprake van.

Alsjeblieft. - Nee.

Rendier, rendiertje...

Kalm aan. - Hij vliegt echt.

Ja, het is een rendier. - Mathis, hou je vast aan zijn gewei.

Mathis, hou je vast aan z'n manen.

Kijk, de Eiffeltoren.

Mag hij een beetje lager, alstublieft?

Omlaag.

Naar rechts. - We willen nog een rondje.

Het was geweldig.

Dag Kerstman, dank je wel. - Naar bed jullie.

Volkomen met je eens.

Wilt u een biscuitje of een glas melk? - Amandelmelk, ik heb een lactose-allergie.

Eerst dacht ik dat hij warmte had gevat.

Hij voelde zich niet lekker, hij gloeide helemaal. Toen viel hij flauw.

Toen zag ik ze stuk voor stuk omvallen. Niet één stond er nog.

92.000 elfen die in één klap omvallen, dat is ongebruikelijk.

Hebben ze echt vitamine C nodig? - 92.000 elfen is op zich al ongewoon.

Vitamine C, zei Wanda.

Dus kwam ik hierheen. Je zoekt geen aap op de noordpool.

Desnoods 92.000 kakadu-pruimen. Maar jullie hebben één buisje?

92.000 buisjes hebben we anders nooit nodig.

We vinden ze wel, het kost alleen tijd.

Om het geld bij elkaar te krijgen. 92.000 buisjes vitamine C zijn niet gratis.

Die moeten we kopen. - Kopen, dat is...?

Weet u hoe dat werkt, kopen en verkopen?

Leg het nog maar een keer uit. - Heb je geld op zak?

Heeft u dit thuis ook? Dit papiertje kost 20 euro.

Hiermee koop ik tien van zulke buisjes.

Voor 92.000 heb je veel van zulke briefjes nodig.

Ze zijn er ook in het rood, paars en groen.

De mensen die vitamines maken, willen geld. - Waarom maken ze dan niet meteen geld?

Geld gebruik je om te kopen, te verkopen... - Of om mensen te betalen voor hun werk.

Bijvoorbeeld... Betaalt u uw elfen niet? - Nee.

Wij betalen onze elfen wel. - Alleen niet veel.

Is dat kopen? - Nee, dat is betalen.

En verkopen? - Dat is het tegenovergestelde van geven.

Nemen. - Nee.

U wilt bijvoorbeeld melk hebben.

Dan gaat u... - Lekker.

Dat kunt u niet zomaar pakken en opdrinken. U moet iets betalen.

Degene die de melk heeft gemaakt... - Gemolken.

Het lijkt me het beste als ik nu ga slapen.

Regelen jullie dat morgen, dan kan ik terug met de vitamines.

Morgen misschien nog niet... - Nee, morgen nog niet.

Waar is hij gebleven?

Nee, alles is geregeld. Morgen hebben we ze. Dus zo ingewikkeld was het niet.

Ja, hoor.

Die elfen hebben vast natuurlijke vitamine C nodig.

Dit heb je echt gezegd, hè? Die elfen hebben vast natuurlijke vitamine C nodig.

Anders moeten we 92.000 kakadu-pruimen hebben.

Ik bel morgen de groothandel. Nu slapen.

We hebben de echte Kerstman op het dak. - Zeg dat nog eens.

We hebben de echte Kerstman op het dak.

Dat was een scheet van een rendier.

Thomas wil gewoon met zijn vieren Kerstmis vieren.

Mijn ouders willen per se dat we komen eten met de kinderen.

Thomas wil absoluut niet. Kerstmis doet hem denken aan vroeger, aan zijn vader...

Kerstmis is vreselijk voor mensen die niemand hebben.

Dan is er een hausse aan depressies. - Weet ik.

Dat verzin ik niet, het staat op internet. - Ik zie het.

Heeft u ook kakadu-pruimen? - Wat?

Nooit van gehoord.

Kom mee, jongens.

Nog een apotheek... - Dit was al de achtste.

We moeten door. Nog een stuk of tien.

Waarom huil je? - Ik wil de Kerstman zien.

Ja, maar eerst moeten we vitamines kopen. Om wie te redden?

De elfen. Maar we willen naar huis, naar de Kerstman.

92.000 stuks?

Ja, heel komisch.

Waarom heb je groene kleren aan?

Waarom draag je geen rood? - Wat is het hier 's nachts licht.

Nee, dit is wat we dag noemen.

Waarom draag je geen rood? - Kom, jongens.

Hallo. Ik heb het tegen de rendieren.

Tomade, je kijkt sip. En je klinkt schor. - Waarom draag je groen?

We moeten gaan, ze kunnen niet tegen de warmte. Heb je de vitamines?

Bijna. Niet alles. - Waarom niet?

Het vergt nogal wat organisatie.

Zeggen ze echt iets?

Wanneer gaat het sneeuwen?

Soms valt er een beetje sneeuw, en dan is het meteen een modderpoel.

...modderpoel.

Hoe zeg je 'dag' in het rendiers? - Houn houn.

Nee, nu zei je: Wil je aardbeienyoghurt?

Ja, dat wil hij wel.

Waarom draag je groen en geen rood? - Ze gaan er maar over door.

De echte Kerstman is rood. - Zijn ze kleurenblind?

Ja, maar voor ons is de Kerstman, u dus...

rood. Sinds die Coca Cola-reclame.

Is dit rood? - Nee, groen.

Normaal ben je rood. - Hij gaat maar door.

Hij wil het weten, daarom vraagt hij het u rechtstreeks.

Ik heb antwoord gegeven. Hij gaat maar door.

De Kerstman moet nog wakker worden. Het is geen ochtendmens.

We zien u zo beneden.

Wat is dit voor gedoe? - We pakken vitamines voor de elfen.

Niks daarvan, ik berg dit even op.

Dag, lievelingen.

Alles goed? Ik loop achter.

Hoeveel heb je er? - Nog lang niet genoeg.

Ik heb geen kakadu-pruimen. Ik heb te weinig geslapen.

We moeten ijs voor de rendieren kopen. - Gaan we?

Hoe komt u daar? - Hoe bent u binnengekomen?

Gaan we? - Ontsnapte u gisteren ook zo uit die cel?

Nee, als je in de gevangenis zit, moet je dubbel gooien om eruit te komen.

Zullen we? - Ja, ik ga aan de slag.

Gaan we?

Gaan we nog? - Ik ga.

Op Amazon kun je vitamines in grote hoeveelheden kopen: 900 x 900.

Daar ben ik vaak overheen gevlogen.

Niet de rivier de Amazone. Amazon is een site voor online verkoop.

Welke woorden begrijpt u niet? - Ik begrijp alleen 'is', 'een' en 'voor'.

Gaan we? - Heeft u nog andere kleren?

Hoe kom je een huis binnen?

Waarom draag je rood? - Gebruik de deuren, dit valt zo op.

Hij eet alles op.

De schil. - O, de schil.

Thierry kan wel wat ijs maken. Hoeveel wil je? Eén krat? Twee? Drie?

Gratis. Voor alle bloemen die je hebt gebracht.

Zeg maar wat je wilt. - Dan wil ik 92.000 buisjes vitamine C.

Nee, Kerstm... oom, bedoel ik. Dit is een visboer, geen apotheek.

Deze vissen zien er niet best uit. Vissen leven in het water.

Mijn moeder heeft hetzelfde. Op een dag is er iets doorgebrand.

IJs hebben we, aardbeienyoghurtjes... Wat hebben rendieren verder nodig?

Korstmos, schors, twee struiken, niet al te droog...

Dat had u gisteren moeten zeggen. Dat hebben ze hier niet.

En vitamines. - Ja, dat weten we.

Heeft u iets kunnen vinden? - Ja, mijn rendieren gaan smullen. Gaan we?

Amélie, gaan we? - Ogenblik, u ziet dat ik bezig ben.

Waarom gaan we niet nu? - U ziet dat er meer mensen zijn.

Mensen, altijd weer. Ik ga. - Amélie, regel jij dat?

Chris, kun jij even op mijn oom letten?

Wacht hier even, ik ben zo terug en dan gaan we. Ik kom eraan.

Wat wilt u drinken?

Gérard...

Je hebt een lichtblauwe step gevraagd. - Met pedaal.

Klopt het? - Hoe weet u dat?

Hoe noemt u zich? Medium? Mentalist? - Ik noem me de ke...

We moeten gaan.

Broertje van me...

o, mooie dennenboom...

o, mooie dennenboom, koning van het bos...

Ik heb geen geld, maar ik kan je een tv geven.

Dat is heling. Heb je ooit moeten betalen? - Nee broertje, heel cool van je.

Het is cooler als jij stopt met je gedoe. - Dat zeg ik ook tegen mezelf: stoppen.

Heeft Amélie niks voor me? Die Russin voor wie ze werkt...

Ik kan optreden op de verjaardag van haar dochter. Kinderen zijn dol op goochelen.

Je kunt het haar tenminste vragen. Als ze nee zegt, zegt ze nee.

Ze zegt nee.

Ik was met Jay. Hij zit in de nesten. - Dat zit hij altijd.

Heb je al iets voor de verjaardag van Tatyana?

Dat moet ik nog regelen.

Dit is de meest natuurlijke vitamine C. 92.000 buisjes, dat zijn bijna 45 dozen.

Wat kost dat?

Voor alles? - Nee, per doos.

Hoe moeten we dat betalen?

Die motor van jou. Je vindt wel een andere.

Nee, ik spaar er al drie jaar voor. Ik wacht niet tot de volgende kerst.

Je hebt nog geen rijbewijs. - Hij is niet om op te rijden.

Wat dan? - Om naar te kijken.

Je kletst. Je moet prioriteiten stellen. - Jouw hypotheekspaarplan dan.

Kunnen we er over denken? - Nee, dat geld is voor mijn bloemenzaak.

Ik zit klem tussen jouw dossiers en kinderspeelgoed.

Moet ik mijn werk opgeven voor jouw ruimte? - En dat geld is er niet eens.

Vergeet het maar.

Hebben jullie de vitamines? - Wordt aan gewerkt. Het kost tijd om...

Om geld te kopen van degenen die betalen. Dat snap ik heus wel.

Ik spring van het wak op de tak, maar:

Heb ik jullie brief al ontvangen? Wachten jullie niet te lang?

Kunnen we hem aan je geven? - Nee, opsturen.

Dat kind heeft die knuffel nu al vijf keer weggegooid.

Daar gaat ze weer. Niet doen, zegt mama, en dan doet ze het weer.

Mama raapt hem op, geeft hem terug, en dan gooit ze hem weer weg.

Eigenlijk snapt u niets van kinderen. - Dat zou je niet denken, met uw beroep.

Een kind slaapt zoet, met keurige wimpertjes, rustig ademend.

Zo is het op kerstavond, als u cadeautjes rondbrengt.

Overdag is het anders. Een kind gilt, huilt, krabt zich in het gezicht...

sabbelt op een steen... - 's Nachts ook.

Ik bestel nu.

Het gaat maar door, ze krijgt er geen genoeg van.

Maëlle en Mathis, we gaan.

Ze reageren niet als je ze roept. - Daar zijn het kinderen voor.

Ze komen niet. - Kom op, we gaan.

Ja, een uitstekende goochelaar. Ik stuur u de gegevens.

Hij zal u niet teleurstellen, dat garandeer ik.

Hij gaat het prima doen.

Zo'n kind bedoel ik, met mooie wimpertjes.

Waarom doet u dat? Het kostte me een uur om hem in slaap te krijgen.

Het spijt me. Niet doen. - Zoiets doe je toch niet? Idioot.

Nee tante, heeft mama het niet gezegd? Het gaat echt niet lukken.

Ik heb de bevestiging dat ze de spullen morgen leveren.

Nee, ik moet werken.

Ga jij erheen of ik?

We leggen het uit, maar jij snapt niks. - Wel. Je moet ze niet geven, maar pakken.

Wat is dit allemaal? - Hij blijft tegen Maëlle schreeuwen.

Welnee. - Hij snapt niets van geld.

Waarom geven we niet gewoon. Wat moeten we met al die rommel, die euro's?

We maken geen ruzie over geld. Het is niet belangrijk.

Iedereen is moe. Naar bed.

Wil je Monopoly spelen? - Nee, ik verlies altijd.

Van wie komt dat snoep? - Van hem.

Ruim even op, dan lees ik zo een verhaaltje.

Hij snapt niks. Dat ligt niet aan ons. - Misschien is hij een beetje dom.

Twee poorten nog.

Geen idee, het kost geld, ik snap het niet.

Nee, niet doen. Probeer om... Luister.

Als iedereen door elkaar praat wordt het niets. Eén tegelijk dus.

Toe maar.

Je bent te kwader trouw.

Dus ik mag van iedereen in de sneeuw zakken?

Ze blijven net zo lang bellen tot we komen.

We zeggen dat ik buikklachten heb. - Zoals elk jaar.

Het werkt wel. - We moeten iets anders bedenken.

Weet je wat? We zeggen dat we niet komen omdat ik het zat ben.

Je vader die me inmaakt met schaken.

Je tante die zeurt dat ik niet ben geschoren. Ik scheer me nu eenmaal niet.

Je zus met haar décolleté. Die borsten in mijn gezicht.

Welke maat heeft ze? 125 V? Ik geneer me dood.

En dan je oma met die enorme sigaren. Die rookontwikkeling. Tsjernobyl!

We gooien het op maagklachten.

Brother, brother... - Jay.

Je moet bellen voor je komt. - Ik ben een en al opwinding.

Bedankt voor de klus. Niet fantastisch betaald, maar ik waardeer...

Ze is een goeie klant van Amélie. Dat moet zo blijven.

Logisch. Het wordt een topvoorstelling. Zal ik vast wat laten zien?

Oom Jay. - Dag, lievelingen.

Zal ik wat trucjes doen?

Zo komen ze nooit meer in slaap. Heel even.

Daar gaat ie. Wat heb je daar achter je oor? Een munt.

Zal ik hem weer laten verdwijnen? Blaas er maar op.

Papa ook blazen, anders verdwijnt hij niet.

Waar is hij? - Hoe doe je dat?

Geen idee. Is hij weg?

Nee hoor, dankzij dit elastiek. - Weg magie.

Magie bestaat niet, alleen trucs. - Echt wel.

Hebben jullie de Kerstman al geschreven? - Ja, maar de brief is nog niet weg.

Het moet wel van de Kerstman. - De post-Kerstman?

Nee, de echte.

Hij is op het dak, ga maar kijken. - Dat meen je niet.

Naar bed, anders zwaait er wat voor jullie.

Jay, ik heb een hoop werk liggen.

Wat is er op het dak? - Hè? Helemaal niets.

Als je een zin met 'hè' begint, jok je tegen me.

Ik weet het. Je kweekt eh...

Fantastisch, dat hadden we veel eerder moeten doen.

Ik ga kijken. - Wacht.

Er is niets te zien. - Hier ergens? Je verbergt iets.

Waar is die wiet? Waar zijn je plantjes?

Kom mee naar beneden.

Wat ben je serieus. Wees een beetje chill. - Dat ben ik.

Totaal niet. Weet je waar het bij jou aan schort? Aan een beetje fantasie.

Ik ben mijn mand vergeten.

Wat kom je doen? - De vitamines ophalen. Is dat zo moeilijk?

Die komen morgen, 45 dozen. - Ik moet er 92.000 hebben.

Dat is een andere schaal. - Een ijsberg die baalt van...

Die bevalt van een ijsblokje. - Waar gaat u heen?

Geen idee. Weet je wat er gebeurt als de kinderen straks geen speelgoed krijgen?

Nee.

Ik ook niet. Maar het wordt een ramp van Bijbelse omvang.

Rustig, u overdrijft. - Alles goed?

Ja, u overdrijft. - Nee, dat doe jij.

Ik ben kalm. - Kijk dan hoe je tekeergaat.

Ik ben kalm.

Thomas... - Wat?

Zo'n leverantie duurt minimaal een dag.

Ik snap niet hoe dat hier loopt. - Het loopt niet, dat is het juist.

Iedereen wil cadeautjes, op de 25ste. Maar als ik eens iets vraag, is er niemand.

Ik begrijp uw problemen volkomen. Ik vraag u alleen om geduld te hebben.

Duidelijk? - Oké.

Wie is dat eigenlijk? - Mijn broer, Jay.

Welterusten.

Wel vreemd... - Ga nou door de deur.

Sorry. Hij heeft me nooit geschreven, dat begrijp ik niet.

Hij was nog klein toen onze ouders stierven.

Sindsdien gelooft hij eigenlijk nergens meer in.

Door de deur.

Hij vloog echt, zonder kabels of zo.

Vast opblaasbare rendieren met een vacht. - Het waren rendieren.

Ga het niet rondvertellen. Zweer het.

Ik vraag je: Was het echt de Kerstman? - Ik heb sterk de indruk.

Dat is waanzinnig. - Hou het voor je. Zweer het.

Goed, ik zweer het, meneer de advocaat.

Nu krijgen we het...

Wegwezen. Nu.

Ik wil een sjiek appartement en een hele hoop geld.

En ook vrede op aarde? - Volgend jaar. Zeg je het tegen hem?

Ik ben echt van slag. Ik ben nooit langer dan twee nachten zonder Wanda geweest.

Ik zou het heerlijk vinden. - Wat, alleen zijn?

Mijn broer, mijn vrouw, haar ouders, de kinderen, soms wil ik...

Het spreekt niet vanzelf... - Bij je dierbaren zijn?

Nee, dat bedoel ik helemaal niet.

U heeft nooit problemen. Afgezien van die elfen dan.

Wat wordt uw probleem, de komende 12.000 poorten?

15.000 poorten.

Niet zo makkelijk, mijn leven. - Ik zou graag met u ruilen.

Maar het voordeel van de problemen die ik heb...

is dat ik me realiseer dat niet alles vanzelf gaat...

dat je moet vechten voor degenen van wie je houdt.

Dat is exact wat Miss France vorig jaar zei. - Hij heeft gelijk.

Zij.

O ja, Jay gaat u dit jaar schrijven, maar hij wil een woning.

Nee, daar doe ik niet in.

Zou een Barbiehuis iets zijn? - Ja, perfect.

De brief voor de Kerstman... En weg is hij.

Papa is aan het sporten.

Ik loop met alles achter. Ging het? - Ze wachten op jou om de brief te posten.

Kijk je? - Ja hoor.

Ik wil je de show laten zien die ik ga doen. - Sorry, maar ik heb totaal geen tijd.

Papa, kijk dan. - Ja, ik kijk. Ga ertegenaan.

Amélie? Ik sta hier met Jay. De voorstelling wordt super.

Ja, je moet hem echt zien.

Ik heb het dak schoongemaakt. Ze poepen maar raak.

Niet de kinderen, de rendieren.

Geef mijn knuffel terug. - Nu is hij van mij.

Geen geschreeuw. De kindertjes gaan flensjes eten.

A tavola, tutti.

Kom toch door de deur. U heeft de sleutels.

Ik ben het zat om voor huissloof te spelen.

Zijn mijn flensjes mooi of niet? - Heel mooi.

Dat wilde ik horen.

Kijk nu toch, wat een krankzinnige wereld.

En bij u is altijd alles normaal.

Ja, afgezien van een bipolaire ijsbeer... - Ik sla je tanden uit je bek.

Mijn elfen... - Kerstman...

Niet alles draait om uw elfen.

Die eeuwige elfen van u.

Ik wou dat ik elfen had die boodschappen deden en het huishouden.

Dat het huis schoon is en er eten op tafel staat, komt niet door magische elfjes.

Of ziet u hier elfen? Wie doet hier alles? Amélie.

Amélie wil ook wel eens haar nagels doen en lekker een stom blaadje lezen.

Alsjeblieft, schatjes.

Ja, af en toe bent u wel irritant. - Sorry dat ik besta.

Vrolijke kerst, Kerstman. De vitamines. - Je vitamines, geloof ik.

Niets te vroeg.

Leuk om een pakje open te maken.

Het zijn niet dezelfde. Werken deze ook? - Hou op met klagen.

Zo, u heeft uw vitamines. - Het zijn andere.

Wij gaan vanavond uit. - Waarheen?

De film of zo. Ik wil eruit, ik stik hier. U past op de kinderen.

Dat kan hij niet. - Het is mijn specialisme.

U dacht dat kinderen alleen sliepen. - Ik twijfelde wel.

Ik zie u nog geen pasta koken. - Wel kneedpasta.

Nee, pasta om te eten.

We bestellen wel pizza. - Ik bel Jay.

Jay, wees even stil. Je moet nu hierheen komen om op de kinderen te passen.

Lieverdjes, uiterlijk 9 uur naar bed.

Opnieuw. Lieverdjes, uiterlijk 9 uur naar bed.

Ja, mama.

Ik tel er 80.

Als er iets is, twee keer drukken, en dan...

Hij gaat over.

Tanden poetsen en naar bed. Zij begrijpen het wel.

Fijne avond.

Klaar. Aan tafel. Pizza.

Mag ik chocolademousse?

Zal ik nog haring klaarmaken? - Wat is dat?

Een toetje.

Ik word boos hoor.

Ben je die superhelden niet zat? - Deze is met Captain Zoltek.

Dit is deel 6. In 5 is al alles vernietigd. - Het is bijna afgelopen.

Dan liever Farka. Bekroond in Cannes. - Deprimerend.

Hij heeft vier vlaggetjes. Vier prijzen.

Van die dode boom met een strop word je niet vrolijk, maar daar moet je doorheen.

Anders wordt het Horrorrrious.

Wat doen we dan?

Die daar? - Nee, niet die.

Die? - Nee.

Of die? - Zie je die witte?

En dan in een rechte lijn naar rechts. Daar woon ik.

Dat is wel heel ver.

Als je morgen vertrekt, zeg je ons dan nog even gedag, ook als we slapen?

Natuurlijk.

Hallo. Ik ben Jay, we hebben elkaar gisteravond ontmoet.

Fijn u te zien. Een levende legende. Sorry dat ik te laat ben, ik had wat narigheid.

Wat is hier gebeurd? - De kinderen. Heerlijk zijn ze.

Ik wil graag uw mening hebben over een paar goocheltrucjes die ik morgen ga doen.

Geen tijd, ik moet dit inladen. - O, in de slee.

Nee, in mijn mand. Hou je even vast?

Dichterbij.

Vallen die dozen uit elkaar of zo? - Nee hoor, die zijn er nog.

We gaan gewoon bij je ouders dineren. - Nee, laat ze er maar in zakken.

Ik zal zeggen dat je mega-maagproblemen hebt.

Ja, enorme problemen.

We houden het simpel, alleen met de kinderen.

Lekker licht.

Nee, ik moet minstens twee uur slapen. Dan hebben wij nog een kwartiertje.

Wat ga je met me doen?

Opruimen?

Ga maar slapen. Ik zal...

Kerstman, wakker worden. Het is de 24ste.

Heb je goed geslapen? - Er moet speelgoed uitgedeeld worden.

Waar is mijn mand?

Hebben jullie mijn mand gezien? - We liggen in bed.

Waar is mijn mand gebleven? - In de huiskamer toch?

Nee, hij is er niet meer.

Hoepel op, dan trek ik een onderbroek aan en kom ik helpen zoeken.

Zo'n mand verdwijnt niet vanzelf. - Dat snap ik. Ik kom.

Wat een drama queen.

Nee, het is niet waardeloos.

Ik kan het echt wel. Dus hou je...

Nee, het is geweldig. - Hou je rustig.

Dan nu iets pittigers. Ik laat de mand van de kerstman verschijnen.

Die heeft hij aan mijn oma gegeven, die hem weer aan mij heeft gegeven...

voor ze ging hemelen ten gevolge van kanker.

Ik vraag een vrijwilliger, en wel Tatyana.

Applaus voor Tatyana.

Zo is het goed. Hoe heet je, Tatyana? - Tatyana.

Super. Ben je klaar voor de reis naar speelgoedland?

Eén, twee, drie...

Gelukt. Is dat magie of niet?

Zal ik haar weer tevoorschijn toveren?

Zijn jullie warm? Zijn jullie klaar?

Dan zijn jullie de sigaar.

Daar gaan we.

Kom op, Tatyana.

Waar is Tatyana?

Waar is ze dan? - Laten we haar gaan zoeken.

De truc is nog niet voorbij. Blijf zitten.

We moeten Tatyana zoeken. - Ja, we gaan haar zoeken.

We tellen tot drie. Eén...

Waar ben je, lieverd? In de mand?

Ik zoek je via geolocatie. Mama is er, wees maar niet bang.

Wat is er? Je belt ongelegen. - Ik zit met een probleempje.

Ik ook. Heeft u een oude man met een baard gezien?

Waar is de Kerstman? - Verdwenen. Zijn mand ook.

Die heb ik. - Heb jij die gepikt?

Helemaal niet, maar ik had die... Wacht even... Ik hoor je niet meer...

Ik sla hem op zijn bek.

Ze nemen me voortdurend in de maling.

Ja hoor, u krijgt uw vitamines. Ze denken dat ik simpel ben...

met mijn vliegende rendieren. Niemand die het interesseert.

Vrolijk kerstfeest. - Ja hoor, jij ook.

Waarom ben je ook zo koppig? De wereld draait door, ook zonder cadeautjes.

Waar zijn de mensen?

Danseuse?

Waarom heb ik rood aan?

Wil je lol? Wil je lachen? Dat doe je met de moppen van Carambar.

Kijk, dit wolkje brengt nattigheid.

En toen was je nat. Alle geintjes die er zijn.

Een smurf die valt, heeft een blauwe plek, maar je ziet het niet.

Wat is dit? Waarom is iedereen weg? Waar ben ik?

Ja, waar was je?

Het is een trieste boel omdat je geen speelgoed hebt gebracht.

Daarom is het nu verboden om te spelen en te lachen. Het is uit met de pret.

Maar ik trek me er niets van aan, ik ben lekker gek. Pik-tik voor de kerstman.

Waarom is iedereen weg?

Wanda.

Je bestaat niet meer.

Wat is er aan de hand? - Leuk om jou weer te zien.

Dat is... - Inderdaad, Olivier.

Vlug, over één lade is het kerst. - Ja, en mijn kont zit op de commode.

We hebben je baardman. Hij heeft een goeie advocaat nodig, denk ik.

Ik kom terug, we zijn nog niet klaar met onze...

Dan maar valsspelen...

Ik ben mijn krachten kwijt. Alles ben ik kwijt.

Begrijpen jullie waar het om gaat?

Weet iedereen wat hij moet doen? Wie zorgt voor de kerststronk?

Mijn broer heeft uw mand gestolen. Ik heb hem gebeld, hij komt zo.

Alles is verloren. - Nee, helemaal niet.

Jay en ik leiden de politie af...

u loopt gewoon door de muren en we zien elkaar buiten.

Nee, ik ben mijn krachten kwijt, ik heb geen vitamines, en het is sowieso te laat.

De mand komt zo. U pakt de slee, verzorgt uw elfen en alles komt goed.

Wanda geloofde in mij, ik heb gefaald.

Ik ga niet terug. Schrijf maar aan iemand anders.

Geen zelfmedelijden nu. - Zoek een andere Kerstman.

Begint u na 607 jaar een nieuwe carrière? Wat dan?

Ik vind wel wat. Slee-chauffeur, rendierentrainer, buikspreker...

Wat een onzin. - Hallo, ik ben een handpop. Wie ben jij?

Ik ben buikspreker. O, wat doe je dat goed. Ja, daar ben ik buikspreker voor.

Wordt dat je act? - Mijn lippen bewegen niet.

Dit jaar geen kerststronk, hebben we besloten met de collega's.

Maar het hoort er toch bij?

Dat heb je weer goed gedaan. Kom mee.

Hij wil niet meer weg. - Hij moet! Ik heb ook een groot probleem.

Wulken, goed idee.

Liever niet. - Wie allergisch is, eet ze maar niet.

Maar wat wil je dan? In de gevangenis blijven.

Heb je dobbelstenen? - Ogenblik, even zoeken.

Nee, ik heb ze vast daar laten liggen.

Afgesproken dus? - Ga door.

Vorige keer heb je je proces-verbaal niet getekend.

Kijk, dan laat ik die pen verdwijnen.

Hopelijk zit je daar lekker? Want voorlopig blijf je daar nog even.

Wat lach je? Hoe heb je dat gedaan? - Dat vertel ik later wel.

En verder? - Crumble-taart.

Rode vruchten? - Nee, appels.

U gaat hierin.

Tatyana? - Wie ben jij?

Niemand.

De Russin.

Rennen. Ik leg het wel uit.

Die rotpumps.

Sneller.

Waar zijn ze?

Breng me terug naar de gevangenis.

Achterin. - Dan word ik wagenziek.

Nou en?

Snel.

Wat is dat? - Er zit een meisje in mijn mand.

Je kletst. - Help even.

Kalm aan met mijn mand. - Is hij van jou?

Dan ben jij dus de Kerstman. - Dat was ik.

Kan jij ons hieruit krijgen? - Nee, ik blijf hier.

Ga je geen pakjes rondbrengen? - Laat me allemaal met rust.

Vanwaar die slagbomen? - Deze kant op. Vertrouw me maar.

Stoppen.

Springen, nu.

Welkom op deze rondvaartboot.

Aan uw rechterhand ziet u de beroemde Notre Dame.

Een ontsnapping en een ontvoering van een tienjarig meisje.

We krijgen ze wel. Hier gaan ze voor boeten.

Ja, crumble-taart. Stuur versterking.

Kalm aan. - Het lukt niet.

Hoe krijgen we u eruit? - Geen idee, hij is niet gemaakt voor mensen.

Die geef je niet cadeau.

En ik blijf hier toch. - Ik wil naar mama toe.

Ze wil naar mama. Kom eruit, wees een beetje aardig.

Dat ben ik niet. - Niemand is zo aardig als u.

U bent de Kerstman. - Ga maar naar de Paashaas.

Bestaat die ook echt? - U zei laatst tegen me:

'Je moeten vechten voor wat je liefhebt.'

Volgens jou was dat van France Gall. - Nee, Miss France.

Maakt niet uit. Ik blijf hier. Dit jaar geen kerst, punt uit.

Ik heb geen vliegende rendieren, ik kan niet door muren lopen...

er zijn geen miljoenen kinderen die op me rekenen. Ik heb er maar twee.

Maar ik doe alles voor ze. Want ze geloven in me en ze rekenen op me.

En ik hou van ze, meer dan van wat ook.

Denk aan Wanda. U kunt haar toch niet laten zitten?

Kerstman? - Wat nu weer?

Wie is Wanda?

Kom mee.

Ik ben de Kerstman en ik moet pakjes rondbrengen.

Kom op.

Bel Amélie. Nu meteen.

Ik zie mezelf.

Ik ben op het dak. - Mogen we in de slee?

Geef me de rendieren even. - We klimmen erop.

U maakt me zenuwachtig. Welk rendier? - Ralph Lauren.

Politie. Leg die boot stil.

Waar ga je heen? Nee, niet daar. - Waar dan? Ze klimmen aan boord.

Gaat u weer zitten, we maken een korte stop.

We zoeken twee mannen, één met een pet. En een oude man.

Die op de Kerstman lijkt. - Welnee.

Tatyana, schatje... - Mama.

Ik heb je zo gemist.

Dank u wel, meneer. - Santa.

Barbara.

Olivier, daar.

Steph, het klinkt idioot, maar die man is de Kerstman.

Hou op met die onzin.

Hij lijkt er inderdaad op. - Lijk ik erop?

Olivier Legennec, geloof toch niet alles wat ze zeggen.

We werken dagelijks samen, drinken samen koffie.

Jij bent Starsky, ik Hutch. Een onoverwinnelijk team, altijd.

Wat is er?

Boven ons ziet u de slee van de Kerstman.

Zet mijn mand achterin. - Wat doet u?

Olivier, dat was de Kerstman. - Dank je wel.

Het ging goed.

Amélie, neem de teugels even over. Er is iets met de onzichtbaarheidsknop.

Hallo? Oom?

Ik denk niet dat het gaat lukken.

We zien elkaar de 31ste. - Nee, niet met Oud en Nieuw.

Ik versta je niet.

We gaan nu een tunnel in.

Tot ziens.

Zoals elk jaar.

Santaatje! Wat is dat voor jas?

Rustig maar, dit zijn vrienden. Thomas, Amélie, Maëlle en Mathis.

Maëlle en Mathis, dat zijn jullie dus.

Er is niet veel tijd meer.

Ze zijn allemaal verschillend.

Waar zijn die vitamines nu? Ik had ze erin gedaan.

Ik had ze erin gedaan, waarom zijn ze er niet meer?

Ik heb gefaald, Wanda.

Wacht even...

Kijk eens.

Onze brief.

Lieve Kerstman, we hoeven dit jaar geen cadeaus, want je elfen zijn ziek.

Hier heb je een vitamientje om ze beter te maken.

We hopen dat ze beter worden.

Dikke kussen en een vrolijk kerstfeest.

Met één vitamientje zijn ze allemaal genezen.

Je had gelijk: net een school vissen.

Is iedereen klaar?

Doe je ogen maar open.

Niet aankomen.

Waar is onze brief?

Daarginds.

Die groene ster?

Groen is mijn lievelingskleur.

Ik ben echt van kinderen gaan houden. Eerst hield ik er niet zo van.

Waarom niet? - Ik vond ze maar raar.

Ze gehoorzamen niet, stellen vragen, heel veel vragen.

Ze maken herrie, ze gillen, ze huilen. - Precies.

Fijne kerst, liefste.

Leuk, het sneeuwt. - Ja, het sneeuwt lekker.

Vrolijk kerstfeest, Amélie.

Is dat niet raar, naar slapende mensen kijken?

Valt wel mee.

Kom.

Waar wil je heen voor ons sneeuwkristallen huwelijk?

Eerst maar eens hierheen. - Daar zijn in elk geval mensen.

Mijn filmpje is vol. - Dan kopen we een nieuw.

Kopen? - Dat leg ik nog wel uit.

P2P Ondertiteling: Joop Koopman

Hallo Amélie, ik...

De voice-mail.

Belachelijk. - Ik probeer het zo weer.

We beginnen gewoon, dan komen ze vast.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.