Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Nee. Alsjeblieft, nee.
Morgen, sir. Andrew Nye, 39. Monteur. Vrouw en kinderen.
Was laat aan het werk. Geen getuigen, geen camera's.
Wie heeft hem gevonden? - Z'n vrouw. Ze wonen hiernaast.
Zware avond gehad, Robbie? - Nee, ik heb tv-gekeken.
Wat vreselijk. - Maar wel interessant.
Niet grillig. Gerichte vlam. - Met opzet?
Absoluut. Vaste hand, geen hart.
Die stank. Ik word er niet goed van. - Je proeft het in je keel, hè?
Z'n vrouw is erg van slag. Er zijn vrienden bij haar.
We doen kalm aan. Robbie, jij blijft hier. Kan je maag tot rust komen.
Stuart?
Dat is z'n broer Neil. - Praat even met hem, Stuart.
Ik spreek je nog wel. - Mr Nye?
Dit is inspecteur Burke. - Tony Benton.
De garage is ook van hem. - Dit is m'n vrouw Karen.
U moet erg geschrokken zijn. - We zijn direct gekomen, voor Mags.
De kinderen horen het nu.
Wie doet dat nou?
Op Andy kon je bouwen. Ik was altijd degene die de sores had.
Waarom zou hij sores hebben gehad? - Hij is toch vermoord?
Had hij geen problemen of zorgen? - Niet dat ik weet. Alles leek goed.
Zou hij het u verteld hebben? - Zeker weten.
We zijn altijd dik geweest met elkaar.
Sorry. Hij stond altijd voor me klaar.
Hij was m'n grote broer.
Ik kan niks bedenken. Echt niet.
Dat geeft niet. Misschien was er ook niets.
Uw man bracht dus veel tijd door met z'n zakenpartner, Tony Benton.
Ja, ze waren beste vrienden.
Ze hebben met elkaar gewerkt voordat ze de garage begonnen.
Tony is ook vreselijk van slag.
Waren er meer mensen met wie Andy nauw contact had?
Hoe zit het met z'n broer Neil? Hadden ze veel contact?
Even niet. Ze hadden ruzie gemaakt. - Waarover?
Neil gokt. Dat heeft hij altijd gedaan. Hij gokt liever dan dat hij werkt.
En uw man keurde dat af. - Hij had het al lang opgegeven.
Neil wilde geld lenen. Andy weigerde, voor de verandering.
Was hij iemand geld schuldig? - Ik denk het wel.
Weet u ook wie? - Ik wed dat het niet een bank is.
Het slachtoffer is eerst opgetakeld en daarna in brand gestoken.
Dat lijkt me geen klusje voor één iemand.
Is hij eerst bewusteloos geslagen? - Hij was bij kennis tijdens het grillen.
Hij was een beetje nerveus, maar is dat gek?
Hij zei niets over die ruzie. - Uit schaamte?
We trekken hem na. Weet je iets? - Ja, het waren twee moordenaars.
Hij is opgetakeld en verbrand. - Dus hij is doodgemarteld.
Een tien met een griffel, Stuart. - Hij is dus geëxecuteerd.
Maar waarom? We trekken alles na. Familie, vrienden, bezigheden.
Robbie, vraag die duistere vrienden van je of ze iets gehoord hebben.
Dank je wel.
Mr Ross. - Als ik het niet dacht.
Waarom ben je niet bij mij geweest? - Je bent er nu toch?
Je bent snel. Ik heb net op de tamtam geslagen.
Ik kan je helpen. - Het zal wel. Mag ik er nog langs?
Ik kan je echt helpen. - Vorige keer pakte ik bijna een lijk op.
Ik was verkeerd geïnformeerd.
Ze zijn terug. - Wie?
Weet je zeker dat ze het zijn? - Ja, die verwar je niet snel.
Ze hebben in Burnside een huis gehuurd.
Waarom vermoord je een monteur? - Is uw auto wel eens kapot?
Ze hebben die avond feestgevierd en 'het verleden begraven'.
Ze zouden de daders zijn, maar geen idee waarom.
Dat gaan we dan uitzoeken. - Ik wil die Callaghans wel eens zien.
Dit is een moordzaak, we zijn geen fanclub.
Praat jij met die broer. We moeten weten wie geld van hem krijgt.
Daar bent u weer.
Sorry dat ik stoor. Vindt u het erg als ik binnenkom?
Kijk, deze knip ik eraf. - Maar waarom knip je ze eraf?
Omdat ze dood zijn.
Hij wilde aan het werk, maar dat mag niet van jullie.
We doen een sporenonderzoek.
Wilt u echt niet? - Nee hoor, bedankt.
Koffie? - Graag.
Doet dat nog pijn? - Nee.
Wat heeft u gedaan? - Gevallen, na een biertje te veel.
Heeft u al iemand gearresteerd? - Nee, nog niet.
Had Mr Nye problemen? - Niet dat ik weet.
En de garage? - Niks aan de hand.
Weet u het zeker? - Natuurlijk.
Denk eens goed na. Is er iemand die een hekel had aan Andy?
Niemand wilde Andy vermoorden. - Toch is het gebeurd.
Het was vast een ongelukkig toeval. - Daar ziet het niet naar uit.
Wat is er dan gebeurd? Niemand wil het zeggen. En ik hoor het te weten.
Andy is gemarteld. Langzaam en met opzet.
Het was geen ongeluk of een uit de hand gelopen grap.
Het spijt me. - De klootzakken.
Papa? - Hij is van slag, vanwege Andy.
Sorry. Het komt door de schok. Ze waren zulke goeie vrienden.
Als u iets bedenkt, wat dan ook, wilt u me dan bellen?
Ik kom er wel uit.
Kojak tegen het A-Team.
Heren. - Mr Callaghan.
Inspecteur Burke en adjudant Ross. Leuk optrekje heeft u.
Ja, hè? We gaan de eigenaar misschien wel uitkopen.
Kom verder.
Archie, het bezoek is er.
Ga zitten.
Leuk om jullie terug te zien. - Ik begrijp het niet.
Nu we geboet hebben, bedoelt hij.
We hebben veel treurige gesprekken met uw collega's moeten voeren...
in onze gloriedagen.
Zo moeten we ze maar niet meer noemen.
Kijk eens, jongens. Hier is de thee.
Daar zijn we dan.
Heren, dit is tante Betty. - Ga toch zitten.
Wilt u iets drinken? - Nee.
Ik wil graag pepermuntthee. Weet u het zeker, Mr Burke?
En u, rechercheur? - Hij wil ook niets.
Kunnen we nu doorgaan? - Natuurlijk. Wat kunnen we doen?
We onderzoeken een moord. Waar was u gisteravond?
Waar hadden we moeten zijn? - We willen graag dat u meewerkt.
Wie zijn dat? - Andrew Nye en Tony Benton.
Ze hebben een garage. Andy is vandaag vermoord aangetroffen.
Herkent u hem? - Eerlijk gezegd niet, nee.
En wie is die andere man? - Z'n zakenpartner, Tony Benton.
Herken jij ze, Jed? - Nee. Maar wel zonde, hè?
Waar was u gisteravond vanaf een uur of zeven?
Tiny, mag ik?
Ik heb ze net binnengekregen.
Dit ben ik met tante Betty. Archie met tante Betty.
Tante Betty als artiest. Ze is over de zeventig, maar zingt prachtig.
Daar hebben we Archie weer. - Ik hoef geen foto's te zien.
U wilde weten waar we gisteravond geweest zijn. Dit is het antwoord.
Op het verjaarsfeest van tante Betty.
Leuke familie. - Een ijskoud stelletje.
Gelooft u ze? - Robbie is nu naar dat restaurant.
Waarom heb je gebeld? - Om u op te vrolijken.
Weet je iets over de daders? - Nee, over de monteurs.
Vals kenteken. - Waar is hij voor gebruikt?
Voor een overval. De Kelvin Club. - Waar die uitsmijter gewond raakte.
Is alles goed? - Is Tony hier?
Wat is er gebeurd? - Hij is weggegaan en nog niet terug.
Hij was ook van streek. - Maar we zouden naar Mags gaan.
En hij neemt niet op. Z'n telefoon staat altijd aan. Er is iets gebeurd.
Elke woensdag en vrijdag. De tafel in de hoek.
Andy en Tony komen altijd om vijf uur. Neil blijft zolang ze voor hem betalen.
Zijn ze deze week geweest? - Nee, en dat snap ik wel.
Ze hebben vrijdag ruzie gehad.
Andy sloeg Tony neer. En ze hebben nooit ruzie.
Weet u wat er aan de hand was? - Waarschijnlijk was het de drank.
En ze zijn niet terug geweest. - Alleen Neil.
Die wilde er niets over kwijt. Hij was zo met zichzelf bezig.
Hij zat daar maar. Misschien was het wel z'n laatste biertje, zei hij.
Wat denkt u dat hij bedoelde? - Hij was iemand geld schuldig.
Zo te zien zat hij behoorlijk in de rats.
Daar nog een stukje.
Over dat restaurant: Netjes is anders, maar ze staan in voor de Callaghans.
Ze kunnen ook iemand ingehuurd hebben.
Wat is er? - Tony Benton is verdwenen.
En die kapotte auto is gebruikt bij een overval.
Dus Benton is ondergedoken. - Precies. Maar waarom?
Omdat hij schuldig is? Of uit angst?
Het is een nette garage, denkt Karen. En ze maakt zich zorgen om Tony.
Hij zit er tot z'n nek in. - Stuart, heb je de broer gevonden?
Nog niet. De pubeigenaar zegt dat Tony en Andy vrijdag ruzie hadden.
Dat is nieuws. Benton deed alsof ze heel dik waren. Karen weet dit niet.
Andy en Tony plegen een overval.
Andy drinkt te veel, Tony brengt hem tot zwijgen.
Het zijn twee daders. - Misschien is de broer nummer twee.
Hij heeft schulden. Goed motief. En hij komt bang over.
Misschien is het uit de hand gelopen. - Voor wie is hij bang?
Hij zat in zak en as, zei de pubeigenaar.
Jullie gaan hem zoeken. En vind hem deze keer.
Benton heeft een nieuwe hypotheek afgesloten. Hij kreeg 20.000 pond.
Dat pleit niet voor hem. - Dan ben je nog geen moordenaar.
Maar het kan wel. We moeten meer over hem weten.
Wedden dat ze niets weet van die hypotheek?
Ik wed alleen als ik zeker weet dat ik ga winnen.
Mr Ross. - Ga toch weg, Arthur.
De Callaghans zijn terug, hè? - Ja, ze wonen hier.
Zie je wel? Ik krijg geld van je.
Ze vierden een verjaardag. Je krijgt niks.
Het is een dekmantel. Dat moet wel. - Als je bewijs hebt, beloon ik je.
Is dat je contactpersoon? - Vroeger was hij goed.
Waar was hij goed in? - Laten we die broer gaan zoeken.
We moeten de ziekenhuizen bellen. - Daar is hij niet binnengebracht.
Dan moet hij in de val zitten. - Zullen we gaan zitten?
Maar waarom zoeken jullie niet? - Karen.
Jullie denken dat hij weggelopen is. Dat doet hij niet. Ik ken hem.
Je wist niet van de hypotheek. - Hij wilde me natuurlijk sparen.
De zaak liep goed, zei hij tegen je. - Andy en Mags gingen met vakantie.
Laten we het over Andy hebben. Tony en hij waren hartsvrienden.
Waar ging die ruzie vorige week over? - Waar heeft u het over?
Andy heeft Tony geslagen, zegt de pubeigenaar.
Belachelijk. - Waarom zou hij dat verzinnen?
Dat zou ik geweten hebben. - En z'n arm?
Hij was gevallen. Hij was dronken. - Was dat afgelopen vrijdag?
Hij was wel kortaangebonden, maar hij zei dat ze een klant kwijt waren.
Heeft Andy hem echt geslagen? - Waar was je toen je het hoorde?
De telefoon ging toen we opstonden. - Hoe reageerde Tony?
Hoe reageerde hij, Karen? - Hij was geschokt.
Wat bedoelen jullie? - We willen je helpen.
Door m'n man te beschuldigen? - Dat zeggen we niet.
Zo klinkt het anders wel.
Waar ga je heen? - M'n man zoeken.
Belt u ons als u hem ziet?
Waar gaan we nu heen? - Hij houdt toch van een gokje?
Sorry. Ik ben te laat.
Jackie? - Waar gaan we heen?
De collega die de overval doet, wil ons spreken. Wie weet.
Ik denk dat Karen Benton gelijk heeft. Haar man is geen moordenaarstype.
Hij gedraagt zich anders vreemd. - Hij wilde weten hoe het gegaan was.
Hoe het precies gegaan was. - Dat zou ik ook willen weten.
Wat? - Toen ik het vertelde, werd hij woest.
In welk opzicht? - Hij zei: De klootzakken.
Heb je hem niet verkeerd verstaan? - Nee.
Hij heeft het niet gedaan. - Maar hij weet wie het zijn.
Als hij niet verdwenen was, konden we het hem vragen.
Dat is hem. - Zie je wel?
Zo moeilijk is het niet. De pub is vlakbij.
Jij was er niet opgekomen, Sherlock.
Mr Nye? Mr Nye, we willen u spreken.
Mr Nye. - Ik heb geen tijd.
U had ruzie met uw broer, hoor ik. - Dat gaat jullie toch niks aan?
Ik ben iemand geld schuldig. Andy wilde niet helpen. Klaar.
Wie bent u geld schuldig? - Geen idee. Die vent is overgenomen.
Ik moet door. Ik heb tot vanavond de tijd. Ik wil geen klappen hebben.
Waar hadden Tony Benton en uw broer ruzie over?
Dat heeft er niks mee te maken. - We moeten het weten, Neil.
Het ging over Mags, de vrouw van Andy.
Tony was met haar naar bed geweest. Andy had het ontdekt.
Was dat het onderwerp van de ruzie?
Mag ik nu weg? - We zijn nog niet klaar.
Jullie moeten bij anderen zijn. - Bij wie dan?
Bij Tony. - Waarom zeg je dat?
Praat nou maar met hem.
Stuart. - Wacht even, Robbie.
Wat is er? - M'n contactpersoon wordt gelyncht.
Dus onze monteurs zijn niet de overvallers, denk je.
Alleen jammer dat ze uit beeld zijn. Dan kon ik iemand verhoren.
Dus niemand praat. - Ik neem het ze niet kwalijk.
Weet je dan wie het waren? - Ja, maar ik krijg ze toch niet.
Iedereen kent die lui. Ze zijn berucht. - De Callaghans.
De auto van Tony Benton staat bij Erskine Bridge.
Is hij gesprongen? - Het lijkt erop. Nog geen lijk.
Als de Callaghans hem moeten hebben, snap ik het wel.
Door de steeg.
Arthur?
Ik hoor iets.
Arthur?
Het komt goed. We maken je los. - Robbie.
Wat is er bijzonder aan hem? Dit interesseert jullie meestal niet.
We hopen dat het lijk antwoorden oplevert.
Als hij gisteren gesprongen is, had hij al terecht moeten zijn.
Wie springt, dobbert een tijdje rond en komt met hoogwater terug.
Weet je het zeker? - Dan zou je hem al hebben.
Waar is hij dan gebleven? - Er zitten hier geen haaien.
Hij is niet dood.
Morgen, Arthur.
Ik wilde in het ziekenhuis al geen bezoek, en nu ook niet.
Het waren de Callaghans, hè? Je laat ze toch niet vrijuit gaan?
Dat is ze al gelukt. - We kunnen ze opsluiten.
We beschermen je. - Denk je dat ik gek ben?
Je hebt ons nodig. - Ik wil m'n vingers.
Heb je iets ontdekt? Iets over de moord, misschien?
Luister. Wat jij hebt doorgemaakt, kan ik me niet eens voorstellen.
Maar twee kinderen willen weten waarom papa dood is.
Jullie zijn niet welkom. Ga alsjeblieft weg.
Heren, u bent er weer. Waarom verbaast me dat niet?
Hallo, jongens. - Zullen we dit ergens anders doen?
Ze vindt het niet erg. Toch, tante?
Beetje genieten van alle geneugten. We hebben zo lang zonder gedaan.
Dan zou ik er maar van profiteren.
We waren er niet en hebben het niet gedaan. Zo gaat dat toch?
Maak je niet zo druk. Jullie lopen al wat langer mee, net als wij.
Willen jullie een broodje? De keuken maakt alles wat jullie willen.
Tante Betty heeft een pijnlijke kies, dus ze halen zelfs de korstjes eraf.
Om je vingers bij af te likken.
Leuk bedacht, hè?
Leuk bedacht, ja.
Je denkt dat je slim bent, hè?
Dat ben ik ook. Ik weet in elk geval alles.
En je hebt vast en zeker een alibi voor gistermiddag.
Waarom zou ik het nog vragen? - Wat verfrissend.
Volgens mij hebben we het hier al over gehad.
Wat moet ik met twee monteurs? - Twee? Waarom zeg je twee?
Er is er maar eentje dood. - Je meent het.
Dus jullie weten van de zelfmoord van Benton.
Van verdriet gaan mensen rare dingen doen. Dat zou u toch moeten weten.
Robbie.
Nog even dit. Jullie vinden jezelf heel slim, maar dat ben ik ook.
En ik heb zeer veel geduld. Begrepen?
Doet hij alsof? - Het is de enige verklaring.
Dus hij verstopt zich. - Voor ons of voor de Callaghans?
Voor de Callaghans. Die zitten hierachter.
Dus Tony Benton heeft schulden en sjoemelt met verdachte auto's.
Zo leert hij de Callaghans kennen.
Maar waarom vermoorden ze Andy en duikt Tony onder?
Enig idee? - Dat gaat Mr Benton ons vertellen.
Weet z'n vrouw dat hij nog leeft? - Nee, ze verwerkt nu z'n dood.
Dan ben jij straks de brenger van goed nieuws.
Heb je de broer al gevonden? - Ik was even bezig met Arthur.
Het duurt te lang, jongen. - Kom, ik help je wel.
Weet je het zeker? - Zo goed als zeker.
Wat moet ik nu tegen haar zeggen? - Sorry, daar heb ik geen antwoord op.
Wat een idiote toestand.
We weten dat Tony betrokken is bij die overval.
Hij gaat met criminelen om.
Tony is nog braver dan ik. Hij gooit geen papiertje weg.
Ik verzin het niet. - Ik ook niet.
Tony zou nooit gewapende overvallers helpen.
Heb je nagedacht over de schulden? - Dat is ook niet logisch.
Tony is geen gokker. En hij geeft weinig uit.
Eerlijk gezegd wil hij nooit wat.
20.000 pond is veel geld. - Ik weet het.
Ik dacht dat ik hem kende. Door en door.
We konden elkaars gedachten lezen, dachten we altijd.
Waarvoor vlucht hij? Weet je dat? Kunnen we daarachter komen?
Nee. Tony komt terug. Hij zou ons nooit zo in de steek laten.
Je begrijpt het niet. - Hij is niet dood. Dat zeg je toch?
Hij is niet dood. Maar hij wil dat je denkt dat hij dood is.
Je vergist je. - Je moet meewerken, Karen.
Helemaal niet. De persoon die jij beschrijft, is niet m'n man.
Ik wil dat je weggaat. M'n dochter heeft me nodig.
De chef vermoordt me. - Drink je biertje op.
'Heb je z'n broer al? Nee, maar het bier in z'n pub smaakt goed. '
Precies. Dit is z'n stamkroeg. - Waar hij niet geweest is.
Willen jullie er nog een? - Nee, hij heeft genoeg gehad.
Je bent weer te laat. - Twee minuten maar.
Schiet op. Ik moet naar de bank. - Dan valt de chef nog wel mee.
Praat anders met Rosie over Neil. Ze is z'n vriendinnetje.
Ze valt altijd op losers.
Zie je wel? Is dat biertje toch niet voor niets geweest.
Rosie, heb je even?
We moeten hem echt vinden. - Ik kan je niet helpen.
Neil ging vroeg weg. - Waarheen?
Geen idee. Ze klopten aan de deur. Zeiden dat ze z'n vrienden waren.
Was dat zo? - Ik kende ze niet.
Waar gingen ze heen? - Geen idee.
En je had ze nog nooit gezien. - Dat zou ik nog wel weten.
Ze zijn allebei gigantisch. Een zwarte en een blanke vent.
Resultaat. M'n contactpersoon wil met me praten.
Jij moet de broer zoeken. - Je gaat niet alleen.
Ga jij nou maar naar het bureau. Chef, Arthur McGee heeft gebeld.
Hoe voel je je? - Wat denk je?
Domme vraag.
Meende u het, wat u zei? Dat u me zou beschermen?
M'n chef zegt nooit iets wat hij niet meent.
Ik zal je helpen ze te pakken. Maar niks op papier.
Ze mogen niet weten dat ik het was. - Goed, chef?
Ze kwamen erachter dat ik had rondgevraagd. Dat beviel ze niet.
Dit is bedoeld als signaal. - Voor wie?
Iedereen. Ze laten zien dat ze niet met zich laten spotten.
Zijn ze zich aan het vestigen? - En hoe.
Bookmakers, clubs. - En gewapende overvallen?
Dat was een lolletje. De eigenaar van de Kelvin Club heeft de pest aan ze.
Wie niet?
Andy Nye, die nu dood is... Zitten zij daarachter?
Men zegt van wel, maar niemand weet waarom. Hij was monteur.
Wat zijn ze allemaal van plan? - Dit is nog niks.
Sommige mensen gehoorzamen nog steeds niet.
Gaan ze iemand anders pijn doen? - Erger. Ze gaan iemand vermoorden.
Auto in aantocht.
Begrepen.
Het slachtoffer is gearriveerd.
Wat zou hij gedaan hebben dat hij dood moet? Niet veel, denk ik.
Het is Neil Nye, de broer.
We moeten erheen. Nu. - Achterom.
Alle eenheden, vooruit.
Politie, geen beweging.
Hallo, jongens. Filmpje meepakken?
Alles in orde, Neil? - Prima, bedankt.
Dit is de lievelingsfilm van Jed.
Zelf vind ik hem iets te akelig.
We hoorden van z'n broer. Hij heeft wel iets verdiend.
Is alles echt in orde, Mr Nye? - Het gaat prima. Echt waar.
Agent Fraser zal je uitlaten.
Vertel de agent vooral hoe gastvrij we zijn geweest.
Hallo. Wil je iets drinken? Glaasje champagne, misschien?
Kom, Neil. - Arthur?
Heren, volgens mij kent u Arthur. Vreselijke toestand met z'n hand.
We dachten dat hij wel wat geld kon gebruiken. Toch, Arthur?
Zo is dat, Mr Callaghan. Heel aardig van u.
Kom nou spelen, mam. - Ik kom zo.
Amy? Waar ben je, schat?
Amy?
Brigadier Reid.
Rustig aan, Karen.
Weet je zeker dat ze ontvoerd is?
Maak je geen zorgen. Ik kom er aan.
Karen.
'Vertel het haar vader. Hij weet wat we willen. '
Ze was in de tuin. Ik heb heel even niet gekeken.
Heb je niets gezien? - Wat betekent het?
Voorzichtig. Dat is bewijs. - Haar vader is niet eens hier.
We moeten goed nadenken. - Ik snap het niet.
Wat heeft Tony gedaan dat dit gebeurt?
Heb je wel eens van de Callaghans gehoord?
Ze stonden in de krant. Tony zei dat hij vroeger bij hen in de buurt woonde.
Denk je dat zij Amy ontvoerd hebben?
Het spijt me. - M'n arme kindje.
We krijgen Amy wel terug. Ik beloof het. Ik beloof het.
Ik heb vannacht niet geslapen. - Dus zij zijn je schuldeisers.
Ze hebben m'n schuld verdubbeld. - Had Tony ook een schuld bij hen?
Tony wilde alleen maar mij helpen. - Nam hij voor jou een hypotheek?
Zeg het nou maar. - Tony had het met Mags gedaan.
Ik zei tegen hem: Ik wil geld, anders vertel ik het Andy.
Ik was doodsbang. - En die ruzie dan?
Ik had meer geld nodig. Tony wilde niets geven.
Wat bedoelde je toen je zei dat ik hem naar Andy moest vragen?
Ik kan je arresteren voor tegenwerking. - Gewone recept?
Wat wil jij? - Hier hebben we geen tijd voor.
Voordat hij ervandoor ging, is hij langsgekomen.
Hij zei steeds dat hij zo'n spijt had. - Waarvan?
Ik weet het niet. Hij bleef het maar zeggen.
Wat bedoelde hij, denk je? - Het was of hij zich schuldig voelde.
Maar vraag me niet waarom.
Als Tony zich schuldig voelde, heeft hij iets gedaan.
Hij wist wie de daders waren. - Hij zei dus steeds 'sorry'.
Dat zei de broer. - Stel dat de verkeerde is vermoord.
Stel dat niet Andy, maar Tony moest sterven.
Daarom doet hij alsof hij dood is. Uit angst voor de Callaghans.
Als hij ze goed kent, weet hij waartoe ze in staat zijn.
De Callaghans hebben hun boeltje gepakt en zijn verdwenen.
Ze is zo jong. - We halen haar terug.
Hoe, als we niet weten waar de Callaghans zijn?
Dan moeten we op zoek gaan naar wat ze willen.
Tony Benton?
Hoe moet ik weten waar hij is? Ik dacht dat ik hem kende.
Hij is nog steeds Tony, de man van wie je houdt.
Ik ken hem helemaal niet. Ze pakken m'n dochter af om hem te krijgen.
We weten nog steeds niet waarom.
Ze hebben Andy doodgemarteld. Tony moet iets gedaan hebben.
Je moet je concentreren. - Als ik hem terugzie, vermoord ik hem.
Daar schieten we niets mee op. Het gaat nu om je dochter.
Tony zal proberen haar terug te krijgen. Begrijp je wat dat betekent?
Ze willen Tony hebben, niet Amy.
Willen ze hem dood hebben?
Hij levert zichzelf uit aan hen, hè? - Daarom moeten we hem op tijd vinden.
Dus nogmaals: Waar zou Tony heen gaan als hij zou willen onderduiken?
Denk na, Karen.
Hoe krijg je die tijdlijn weer goed? - Ga eens opzij.
Weten jullie al iets? - Niks.
Volgens haar gaat Tony alleen maar naar z'n werk of de pub.
We hebben hem nagetrokken. Hij is gewoon monteur.
Dat wisten we al. - Maar voor 1985 hebben we niets.
Weet je het zeker? - We hebben net deze fax gekregen.
Ze hebben niets. Hij staat nergens geregistreerd.
Voor 1985 bestond hij niet.
Tony Benton is dus iemand anders dan hij zegt.
Toch moeten we hem vinden.
Als we Tony niet kunnen vinden, moeten we de Callaghans opsporen.
Robbie.
Ik kom.
Allemachtig.
Wie is daar? - De postbode.
Morgen, Arthur. Ruik ik worstjes?
Vrienden uit z'n jeugd? Had hij een speciale vriend?
Ik geloof het niet. - Noemt hij nooit namen van mensen?
Hij praat nooit over vroeger. Hij zegt dat z'n leven toen gewoon saai was.
Ik zou meer moeten weten over z'n vrienden, hè? En z'n school.
Misschien.
En z'n ouders? - Die zijn overleden.
Maar waar liggen ze begraven?
Ik weet het niet. - Bezoekt hij het graf nooit?
Weer iets wat ik niet weet.
Sorry, ik kan niet nadenken. Ik zie steeds het gezichtje van Amy.
Daarom moet je juist nadenken. We moeten Tony vinden.
Ik kan niets bedenken. Thuis is het belangrijkste voor hem.
Zelfs op vakantie gaat hij het liefst terug.
Thuis, z'n werk en de pub. Meer is er niet en is er nooit geweest.
Er is nog maar weinig tijd, hè? - Ja, helaas.
Ze gebruiken Amy om Tony te krijgen.
Hoe kan hij haar terughalen als hij niet eens weet dat ze weg is?
Stel dat ik iets bedenk en dat we hem vinden.
Als die schurken de politie al ruiken, maken ze Amy dood, hè?
Die fout zouden we nooit maken. - Nee, natuurlijk niet.
Ik snak naar een sigaret. Is hier iemand die rookt?
Ja, ik ga proberen iets te regelen.
Biologisch? Zit je zo goed bij kas?
De Callaghans zorgen goed voor je. Beter dan jullie, eerlijk gezegd.
Ik heb liever m'n vingers dan een stel worsten.
Zo werkt het.
Dus als je braaf bent, mag je je armen houden.
Jij denkt: Als ik de goeie kant kies, word ik wel beschermd.
Hoe kan het dan dat we je komen arresteren wegens moord?
Andy Nye, de monteur. Je vrienden Jed en Archie laten jou ervoor opdraaien.
Vervelend, zondebok zijn. Sorry, had je iets gewild?
Ik zou nooit iemand vermoorden. - We moeten toch iemand arresteren.
Misschien hebben we een oplossing.
Misschien kun je ons met iets anders helpen.
Je nieuwe bazen hebben Amy Benton ontvoerd.
Daar weet ik niets van. - Zoek het dan uit.
De keus is makkelijk. Levenslang of meewerken.
Biologische worstjes krijg je niet, maar je loopt in elk geval vrij rond.
Jackie, moet je zien. - Geen tijd. Karen Benton is foetsie.
Maar ik denk dat ik weet waar ze naartoe is.
Wat gaat het worden, Arthur?
Als je ons helpt het meisje te vinden, zullen we je helpen. Ik beloof het.
Allemachtig.
Ik help jullie niet.
De Callaghans.
Arresteer me maar. - Dat is niet nodig.
Sluit me maar gewoon op. - We zorgen voor je. Geloof me nou.
Niet waar. Ze vermoorden me.
Waar zat je, verdomme?
Rotzak. Ze hebben Amy ontvoerd.
Wie? Wanneer is dat gebeurd? - Vanmorgen.
De politie heeft het over jou en de Callaghans. Wat gebeurt er toch?
Ze hebben onze dochter. - Het is niet mijn schuld. Echt niet.
Andy is dood, en nu hebben ze Amy. Je moet toch iets gedaan hebben?
Het is lang geleden.
Dit is van het proces tegen de Callaghans in 1985.
Moet dat nu? - Dit is geheime informatie.
Een zekere Steven Towne was de kroongetuige.
De Callaghans kregen 20 jaar. - Wat wil je daarmee zeggen?
Deze Steven Towne kreeg een nieuwe identiteit.
Ik was gewoon een jong ventje met verkeerde vrienden.
Het is nooit iemands schuld. - Ik was geen slecht iemand.
Gewoon een kind dat stoer wilde doen.
Van de politie kreeg ik een nieuwe naam.
Ik dacht dat we elkaar altijd alles vertelden.
Dat hebben we ook gedaan. - Nee, alleen ik.
Ik weet niet eens je echte naam. Eigenlijk ken ik je niet eens.
Je kent me wel. Dat weet je best.
De liefde tussen ons. En Amy. Hoe kan dat een leugen zijn?
Je hebt ons in de steek gelaten. Je bent gevlucht.
Om jullie te beschermen. Als ik dood was, zou je veilig zijn.
We hadden toch iets kunnen bedenken?
Je kent die mensen niet. Iets bedenken heeft geen zin.
Ze hebben Amy. Het moet gewoon.
Heb je gezegd dat ik hier ben? - Nee, echt niet.
Hoe wist je het?
Je zei dat Tony altijd het liefst thuis is.
Wat je ook van plan bent, wij hebben een rol.
Uitgesloten.
Je moet Jackie laten uitpraten. - Ik zorg dat ze terugkomt.
Als je naar de Callaghans gaat, vermoorden ze je.
Dat weet ik. - Dat ga je niet gebruiken.
M'n dochters leven staat op het spel. Reken maar dat ik het gebruik.
Wat had u dan gewild? - Je kunt toch vragen om assistentie?
Hoe nu verder? - Geen idee.
Er is een kind in gevaar. 'Geen idee' wil ik niet horen.
Sorry. Het is voor iedereen zwaar.
Hoe weet Tony waar de Callaghans zitten?
Hij geeft zich over in ruil voor z'n dochter.
Hij heeft gelijk. Hoe kan het dat hij ze wel vindt?
Hij kent ze van vroeger. - Misschien hebben we hier iets aan.
De rechercheur die Tony liet getuigen, wil met ons praten.
Ex-inspecteur Alastair Dewar. - Super Ally. Jackie, kom mee.
Dus hier slijten we onze oude dag. - Wat voel je je dan nuttig, hè?
Matt, je bent dus toch inspecteur geworden. Ik wist het wel.
Dit is m'n brigadier, Jackie Reid.
Hij zat bij mij. Ongeleid projectiel, maar hij is er toch gekomen.
Sorry dat ik stoor. - Geen probleem.
Tegen de Callaghans moet je je zo goed mogelijk wapenen.
Ik heb nog vaak aan Stevie gedacht.
Wie heeft de naam Tony bedacht? - Hij. Hij wilde op Tony Curtis lijken.
Hij was jong en kwetsbaar. - Is hij zo in hun handen gevallen?
Stevie had geen goed thuisfront. Moeder weg, vader aan de drank.
De Callaghans zorgden voor hem. - Toch heeft hij tegen hen getuigd.
Ik heb een jaar op hem ingepraat. - Met een goed resultaat.
Het was een goed joch. Maar naïef. Ze hadden die lui nooit moeten vrijlaten.
Enig idee waar ze uithangen?
Ze hadden een kring van getrouwen. Daar zou ik beginnen.
En het meisje? Zijn ze in staat om haar te vermoorden?
Gelukt? - Zonde van de tijd.
Van kwaad tot erger. - Dat hoeft niet.
Stuart, hebben ze oude maten in de buurt wonen?
Die zitten in de bak of liggen op het Spaanse strand.
Als ze Amy opgesloten hebben, is er iemand die voor haar zorgt.
Klinkt logisch. - Wie zou dat zijn?
Voor een meisje? Een vrouw. - Tante Betty.
Wat weten we van haar? - Nog niets.
We gaan haar schaduwen. Zij zou wel eens de oplossing kunnen zijn.
Ze is nu in een supermarkt. Stuart volgt haar.
Tante zal het huis wel van hen gekregen hebben.
We moeten naar binnen.
Als Amy er niet is, maken we het erger. - Robbie, het is een meisje van negen.
Zie je al iets, Jackie? - Nee, tot nu toe geen activiteit.
Goed, rustig afwachten. - Hij heeft gelijk.
Ja, ik weet het. Maar het voelt alsof we aan het niksen zijn.
Er kan wel van alles met haar gebeuren.
Ja Stuart, ik zie je wel.
Lukt het met de boodschappen? - Ik weet niet wat u normaal vindt.
Kippenpastei voor één persoon, jus d'orange, Madeira-cake.
Vuilniszakken, een blik doperwten, kool.
Een knuffel. - Kijk nou maar gewoon, Stuart.
Moment. Ik ben zo terug.
Neem me niet kwalijk. Welke zal ik nou nemen?
Die is wel goed.
Sir? - Ja, Stuart.
Ze koopt een meisjesblad. - Verlies haar niet uit het oog.
Alstublieft.
We moeten hier niet blijven zitten. - Wat stel je dan voor?
We moeten binnenvallen. - We weten niet of Amy er is.
Dat blad bewijst het. - Alleen dat tante Betty voor haar zorgt.
Het betekent niet dat ze binnen is.
Wachten we tot Tony Benton haar komt halen? Dat gebeurt toch niet.
Stuart.
Wanneer is dat gebeurd? Hoe?
Laat maar. Kom zo snel mogelijk terug.
Hij is tante Betty kwijt. - Misschien gaat ze naar huis.
Misschien is er een andere mogelijkheid.
Tony heeft contact opgenomen.
Ze willen hem spreken. - Waar?
Dat willen ze niet zeggen. - We moeten er eerder zijn dan hij.
Is dat alles? - Meer weet hij niet.
Jij gaat naar Arthur. Ik wil weten waar en wanneer. Zet hem onder druk.
Zullen we gaan zitten?
Loop nou niet weg. Wacht, laat mij maar.
Laat maar zitten, Jess.
Ying en yang, hè? Jij gaat eten en ik heb geen honger.
Wat kom je doen? - Zoete broodjes bakken.
Ze hebben appelbroodjes.
Ik ga iets doen wat ik echt nog nooit gedaan heb.
Ik ga smeken.
Arthur, ik heb je hulp echt heel hard nodig.
Bekijk het maar.
Heb je een gezin? Kinderen? - Een dochter en een kleinzoon.
En als ze je nodig hebben? - Dan sta je klaar. Dat hoort zo.
Het meisje om wie het gaat, is pas negen.
Stel dat het je kleinzoon was.
De Callaghans hebben haar, en haar vader gaat zich overgeven.
Je weet meer dan ik.
Goed. De Callaghans denken dat hij voor jou werkt.
Ze wordt misschien vermoord als we er niet op tijd bij zijn.
De Callaghans komen er niet achter.
Zij gaan achter de tralies en jij bent van ze af.
Nee. Ik weet niets. En ook al zou ik iets weten...
Het is goed dat ik gekomen ben, hè? - Wat mij betreft had je geen keus.
Je moet het oplossen. Ik heb hem gezegd dat dit de enige manier is.
We doen ons best, maar we willen dat Tony hier is. Hij is hier nodig.
Als hij weer belt, kan ik hem misschien overhalen.
Ik wil ze niet kwijt. Dat mag niet.
Je moet sterk zijn, Karen.
We moeten eerst Tony vinden, maar het komt goed. Ik beloof het.
Ik wil ze terug hebben.
Jackie, heb je even?
Blijf je zitten?
Robbie weet waar het gebeurt. - Het fabrieksterrein, morgen.
Tony moet nu hierheen komen. - Ze weet nog niet waar hij is.
Praat nog een keer met haar. We moeten het uit haar halen.
Hoe heb je Arthur overgehaald? - Met zachte dwang.
Het moet. Alsjeblieft.
Ze kunnen ons juist wel helpen.
Luister. Ik vertrouw hen. Oké.
Tony, wees voorzichtig.
Hij is bereid alles te doen om haar terug te krijgen.
Goed gedaan.
Tony komt hierheen.
Hoe wilt u dit doen? Hij mag er niet in z'n eentje naartoe.
Het is de enige manier. - En als het misgaat?
Dan kunnen we beiden kwijtraken. - Dat risico moeten we nemen.
Er moet een andere manier zijn. Ik heb tegen Karen gezegd dat het goed komt.
Je moet alleen iets beloven als je het kunt waarmaken.
Je moet maar durven. Langzaam je eigen dood tegemoet gaan.
Alleen gaat dat niet gebeuren. Tony?
Versta je me? - Ja, ik kan je goed horen.
Alle eenheden, stand-by. Robbie, zie je al iets?
Nog niets.
Opgelet.
Wacht even. Zo te zien zijn onze jongens gearriveerd.
Wat is dit voor spelletje?
Ze rijden een controlerondje. - Dit bevalt me niet.
Rustig blijven, Tony. Dat is het enige wat je moet doen.
Wat nu? - Dit voelt verkeerd, chef.
Hij kent de risico's.
Verdachten op locatie. Stand-by.
Amy. - Papa.
Even hier blijven. Goed zo.
Papa.
We hebben ze. Zullen we maar? - We hebben het Tony beloofd.
Stel dat ze Amy niet laten gaan. - Ze is nu overbodig.
Ze kan tegen hen getuigen. - Hun advocaten maken pap van haar.
Dat is lang geleden, Stevie. - Papa.
Rustig maar, schat. Ik ben er nu.
Ze mag nu toch wel weg? - Pas als jij hierheen komt.
Ik kom als ze vrijgelaten is. - Ik dacht het niet.
Papa, help.
Verdachte is gewapend. - Ik kan alles zien, Robbie.
We moeten toch iets doen?
Dit gaat verkeerd. Ze is in gevaar. - Dat zie ik.
Robbie heeft gelijk. We moeten ingrijpen.
Dat is juist gevaarlijk voor Amy.
De tijd dringt. Je hoeft alleen maar hierheen te komen.
Laat haar gewoon gaan. Dan krijgen jullie mij.
Niet eerder.
Heeft iemand vrij zicht?
Nee.
Alle eenheden, stand-by.
Jullie willen mij, niet Amy. Ik kom als jullie haar loslaten.
Je kunt geen eisen stellen, Stevie. - Gewoon volhouden, Tony. Meer niet.
Archie, volgens mij hebben we bezoek.
Je moest alleen komen. - Ik ben alleen. Ik zweer het.
Laat haar nou los. Alsjeblieft. Alsjeblieft, laat haar gaan.
Ze hebben ons in de gaten.
Als ze weggaan, zijn we Amy misschien kwijt.
Oké, we gaan erheen. Alle eenheden, vooruit.
Tijd om te vertrekken, Archie.
Alsjeblieft. Ze is onschuldig. - Helemaal waar.
Papa.
Ze ontsnappen. - Niet deze keer.
Deze auto is van de chef. - Instappen en gordels om.
Robbie. - Kop dicht.
Robbie, wat doe je?
Je haalt ze niet in. - Moet jij eens opletten.
Alles is goed. Je bent veilig, schat.
Eruit.
Tijd voor je massage. - We hebben ons doel bereikt, Archie.
Het is over en uit voor jullie. - Die angst in z'n ogen. Geweldig.
Echt geen glaasje champagne? - Weg met dat tuig.
Op je knieën. Geen beweging.
Tony?
Kijk. - Papa.
Het spijt me, schat. Het spijt me zo. - Is alles goed met je?
Ik dacht dat het hiermee geen pijn zou doen.
Het heeft in elk geval gewerkt. - Wat een rotklap.
Weet je zeker dat ze er niet achter komen?
Wat de Callaghans betreft ben je dood.
Chef, ik heb ze. - Begrepen, Robbie.
Uw oude baas heeft gelijk. Een ongeleid projectiel.
Uiteindelijk kom ik er altijd.
Ik ga eens kijken of tante Betty de thee klaar heeft.
Mammie.
Bedankt. - Graag gedaan.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.