All language subtitles for Cortafuego.2026.1080p.NF.WEB.DL.DD+5.1.Atmos.H.264.playWEB

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian Download
br Breton
bg Bulgarian Download
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American) Download
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish Download
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish Download
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese Download
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

BRANDWERING KAN DUIDEN OP EEN STROOK LAND ZONDER BOMEN IN EEN BOS...

...OF IETS OF IEMAND DIE KAN ZORGEN DAT EEN BOSBRAND ZICH NIET VERSPREIDT.

Hé. Alles goed?

Hoor je me? - Zegt me wel iets.

Wat een reis, hè? - Ik kijk in de agenda.

Het staat nu op maandag. - Ik kijk of dat lukt.

Ik ben niet gegaan, hoor. - Ik ga wel weg.

We zijn er. Kom op. - Kom.

Dani, kom je moeder helpen.

Jongens, help even, oké? - Lide, heb je alles?

Hier, Lide. - Mijn koffer.

Goedemorgen, Mara. - Dag.

Ik maak even wat foto's en laat jullie dan inpakken.

Oké. - Het meubilair is prachtig.

We kunnen nog eens 20.000 vragen. - Ja, prima. Klinkt goed.

Je sleutels. Ik haal ze wel op als je klaar bent.

Ik ben Luis, Mara's zwager. - Hoe gaat het? Aangenaam.

Maak u geen zorgen, het verkoopt snel. Het is een prachtig huis.

Goed, we kunnen.

Wie er het eerst is. - Ik heb dorst.

We moeten inpakken. - Doe jij maar. Ze waren toch van jou?

Ik weet niet hoe dit werkt.

Zet een doos voor donaties in de opslag en nog een voor wat weg mag.

Donaties. Oké.

Niet gooien. - Hij doet me na.

Als je niet wilt spelen...

Wel. - Oké, doe dan mee.

Dani, help even.

Mam, wanneer gaan we naar het bos? - Later, schat. Eerst opruimen en dan eten.

Later, oké? - Beloof je het?

Dat beloof ik. Ga nu maar.

Dani, speel maar met je nichtje. - Doe in de kast.

Wil je ze? - Ja, ze waren van m'n ouders.

Mijn broer vond deze geweldig. - Kom op.

Mara, deze is zo goed als nieuw. Wil je 'm niet?

Nee, ik hou niet van bodywarmers. Als jij of Luis 'm wil...

Maar ik wil 'm liever niet zien.

Mara krijgt hier vast spijt van. - Je weet hoe ik erover denk.

We kunnen niet doen alsof hij er nooit geweest is.

Het huis verkopen, z'n kleren wegdoen... Hij was ook jouw broer.

Ze moet de pijn onder ogen zien.

Er niet voor vluchten. - Ik denk dat we dat hier proberen te doen.

Wij allemaal.

Tante.

Kijk eens. - Dani.

Kijk jij dan, mam.

Heerlijk. Ik had honger.

Waarom verkoop je dit huis? Het is super, ik zou 't nooit doen.

Ik ben er ook dol op. Maar hier is papa gestorven.

Lide.

Daarom verkopen we het niet.

Lide, kijk me eens aan.

We verkopen het omdat we een mooi huis kopen...

...echt prachtig, aan het strand. - Naast ons.

Precies. - Dan zijn we alle vakanties samen.

Goed plan. - We hebben het er toch over gehad?

Maar ik hou van dit bos. - We komen op bezoek.

Dan gaan we paddenstoelen zoeken. - Ja.

Als ze vanbuiten glad en wit zijn... - Kun je ze eten.

Je hebt ook rode met witte stippen, toch? En die zijn...

Is dat de buurman?

Die heb je hier niet. - Hoi, Mara.

Santiago, hallo.

Alles goed? Kom binnen. - Mag ik?

Natuurlijk. - Hallo.

Kom erbij. - Dank je.

Ik heb net gegeten en ga zo aan de slag.

De hele familie is er.

Mijn zwager, Luis, Gustavo's broer. - We hebben elkaar ontmoet.

Z'n vrouw Elena ken je nog niet. - Nee, klopt.

En Dani, mijn neefje.

En Lide. - En Lide.

Ik heb iets voor Lide. Mag ik het haar geven?

Het is een vlinder. - Natuurlijk. Graag.

Hoi, Lide. Ik heb iets voor je.

Een vlinder uit het bos. - Ja.

Wat zeg je dan, Lide? - Dank je wel.

Bedankt. - Het is niets.

Goed... - Ik zag jullie met dozen rondlopen.

We verkopen het huis. We gaan. Vandaag is de laatste dag.

Oké. - Dus...

Als jullie hulp nodig hebben of...

Goed. - Dank je wel.

Heel vriendelijk. - Fijne dag.

Het beste. - Jullie ook.

Dag, Santiago. - Dag.

Tot ziens. - Dag.

Tot ziens. Dag.

Vriendelijke kerel, toch?

Ja. We zijn niet zo hecht, maar Gustavo ging wel meer met hem om.

Hij heeft ons de hele ochtend dozen zien laden...

...en nu biedt hij pas hulp aan. - Luis...

Als we wegrijden, zegt hij: 'Heb je hulp nodig?

Ik sta klaar, stinkend naar wierook en patchoeli.'

Sneeuwt het?

De bosbrand heeft al meer dan duizend hectare bos verwoest...

...en de brandweer vecht tegen de vlammen.

De aanhoudende intense droogte...

Dat is een groot gebied.

...zorgt dat het vuur zich snel uitbreidt. Tenzij de wind van richting verandert...

...zal de brand tegen de avond onder controle zijn.

Er is ook hoop dat de brandgang die in de nazomer is aangelegd...

...zal voorkomen dat de vlammen...

Brandgangen werken niet.

Tot zover. We gaan nu naar onze correspondent.

We pakken in en gaan.

Brandgangen werken niet. - Maar mam...

We blijven niet slapen, toch?

Nee. Dani en ik doen het atelier. - Weet je het zeker?

Jullie de slaapkamers. - Haasten hoeft niet, maar...

Het komt wel goed. - We gaan naar huis.

We gaan weg. - Goed.

Ik plak niet alle dozen dicht. - Kom.

De rest komt later wel.

Waarom maakte oom zoveel beren? - Omdat hij ze leuk vond.

Je oom hield van de bergen. We kwamen hier vaak.

Hij was zo verdrietig toen ze verdwenen.

Kom, we nemen ze mee naar binnen en pakken ze daar in.

Misschien gaat het zo wel. - Papa.

Ja? - Is hij hier gestorven?

Dat klopt. Hij wilde hier zijn laatste uren doorbrengen.

Daarom zijn jij en ik hier. Dan hoeft tante dat niet te doen.

Kom, neem jij deze. Ik pak die later in.

Gaat het? - Ja.

Ja? Goed.

Dit mag weg. Was er geen vuilniszak? - Nee.

Lide, heb je mijn kubus?

Nee, en anders gaf ik 'm toch niet. - Geef 's.

Die is van mij. Ik heb 'm gevonden. - Alles is van jou.

Dat zei ik niet. - Verwend nest.

Waar is m'n kubus? - Weet ik niet.

Je zei dat je 'm toch niet gaf.

Nietes. - Welles.

Ik wil kijken. - Ik zei nee.

Ik heb 'm gevonden. - Geef op. Lastpak.

Als het je niet bevalt, ga je maar. Dit is mijn huis.

Niet meer, Lide.

Hou je verrekijker maar.

Ik geef het meeste weg, mocht je iets willen.

Mam, kijk wat ik heb gevonden. Ik vul m'n veldfles en we gaan.

Lide, schat, dat kan niet. Er is brand. We moeten nu weg.

We zouden samen afscheid nemen. - Dat kan niet, schat.

Het is heel gevaarlijk. - Maar je had het gezegd.

Ja, maar er is brand. - Brandt de hut dan af?

Nee, want de brand is nog ver, maar we moeten inpakken en gaan.

Kom op. - De brand kan me niet schelen.

We zouden naar het bos gaan en samen afscheid nemen.

Ja, maar er is brand.

En samen afscheid nemen. - Dat is genoeg.

We nemen samen afscheid.

Er is brand. Toe. - Kan me niet schelen.

Dat kan mij niet schelen. Pak je kamer in.

Leugenaar. - Pak je kamer in, nu.

Nee. - Ik zeg het niet nog 's.

Ga nu.

We gooien niet met spullen.

Wil je dat ik met haar praat? - Nee. Ze maakt het me echt moeilijk.

Mara... - Wat?

Wat is er?

Deze foto's ook?

OPSLAGRUIMTE

Jullie waren een leven lang samen.

Precies.

En toch wilde hij niet tot het einde vechten.

Zelfs niet voor ons.

Ik doe de keuken. - Ja? Dan zal ik...

Tijd om te gaan. - Heb je alles?

De auto is volgeladen. - Oké.

Ben je klaar, Dani?

Waar is je nichtje? Dani, waar is ze? - Weet ik niet.

Dus we hebben alles? - Ja, we zijn klaar.

Lide, liefje. We gaan.

Lide.

Ligt m'n jas daar nog? - In de slaapkamer, misschien?

Dani, doe je gordel om. - Dat is Lide's plek.

Ik kan Lide niet vinden. Dani, waar is je nichtje?

Weet ik niet. Ergens. - Waar ergens?

Weet ik veel?

Luis... - Ik ga al.

Laat mij maar.

Lide?

Ze is er niet. Ze ging naar de hut. Ik weet het zeker.

Is ze er niet? - Ze is in de hut.

Ik zei nee en toch... Ik ga haar halen. - Ik ga mee.

Bel als ze terugkomt. - Goed.

Kom, wij wachten binnen.

Santi. - Ja?

Heb je Lide gezien? - Ja.

Waar? - In de hut, nu net.

Ik wist het. - Weten jullie van de brand?

Ja, dank je. - Graag gedaan.

Lide.

Mara, wat is er?

Lide is niet in de hut. - Wat raar. Net was ze er nog.

Heb je haar gezien? - Ja, net nog.

Binnen? - Ja, daar.

Luis, bel Elena en vraag of Lide thuis is.

Ja?

Dag, schat. Is ze bij jou? - Nee.

Nee, hier is ze niet. - Nee.

Waar is ze, Luis?

Als ze niet in de hut is, waar dan?

Alles ziet er hetzelfde uit.

Luis, bel Elena, alsjeblieft.

Ze is vast verdwaald.

Nee, ze is er niet. Vast verdwaald in het bos.

Lide, alsjeblieft, schat. - Ik hoor je niet. Hoor je mij?

Liefje, doe me dit toch niet aan.

Goedemiddag. - Goedemiddag.

Dag, ik ben sergeant Revuelta. Ik heb de leiding over Vermiste Personen.

Korporaal Baranda. - Ik ben haar moeder.

Ik ben de broer van haar man. - En ik ben z'n vrouw.

Goed, dus uw dochter is acht. - Bijna negen.

Wanneer merkte u dat ze vermist was?

Kort na de lunch. - Ja.

Hoe laat ongeveer? - Pardon. Santiago.

Kun je komen? - Wat heeft ze aan?

Eventjes, graag. - Lichte kleren.

Ja, een lichtblauw jasje. - Dit is onze buurman.

Goedemiddag.

Hij zag haar als laatste, in de hut die ze met haar vader had gebouwd.

Is haar vader hier?

Nee, mijn broer is overleden. - Het spijt me.

En u zag haar als laatste? - Ja.

Hebt u haar gesproken? - Ja.

Waar sprak u over?

Niets relevants. - Niets relevants?

Is u iets opgevallen aan haar gedrag?

Was ze bang?

Ik vond het eerst vreemd, vanwege de brand.

Toen zag ik dat ze kalm was en toen hebben we wat gepraat.

Ik had het idee dat ze de weg terug wel kende en ging weg.

U vond het niet vreemd dat ze alleen in het bos was?

Waarom was u bij de hut? - Ik werk voor het ministerie van Landbouw.

Ik ga over de brandgang. - Pardon.

Juist. - En ik...

Sorry. Dit is Lide. Ze is 1 meter 25, ze heeft een pony en is acht jaar...

Hebt u een kledingstuk van haar? Iets voor de speur- en reddingshonden?

Jawel. - Ik pak het wel, oké? Ja?

Ja. - Oké.

Het is oké. - Pak haar pyjama.

Oké. - Ongewassen, graag.

Haar pyjama, Elena.

We versnellen onze procedures vanwege de brand.

Goed. - Er komt versterking en we zoeken mee.

De kans is groot dat ze gewoon verdwaald is.

Ze is vast in de buurt.

Bedankt.

Zoals gezegd geldt het evacuatieprotocol.

U moet dit huis ook verlaten en naar huis gaan.

Zodra m'n dochter is gevonden, gaan we uiteraard.

De brand nadert. Het is gevaarlijk. - Daarom kan ik niet weg zonder haar...

We houden u te allen tijde op de hoogte. - Meneer...

Maar u moet allemaal zo snel mogelijk weg.

Pardon, ik...

De wegen worden binnen een paar uur afgesloten.

Ik kan niet evacueren zonder mijn dochter van acht.

Mevrouw, ik begrijp uw ongerustheid...

Nou, nee. - Ja, echt waar.

U snapt het niet. Ik kan niet weg zonder mijn dochter van acht.

Het is een bevel. - Oké, laten we...

We moeten het protocol volgen. De omstandigheden...

We gaan. - Wat is...

Sergeant Revuelta.

Sorry. Geen zorgen. - Maar u zoekt haar?

Direct evacueren. Begrepen? - Begrepen.

We doen echt alles om uw dochter te vinden.

Ze heet Lide. Hebt u dat? Lide. - We weten het.

Kan ik iets doen? - U moet het gebied ook verlaten.

U kent de omgeving, maar ook het protocol. Onze collega belt u nog.

Geen zorgen. Ze is gewoon ongerust. - Oké. Bedankt.

Dag. Nee, u bedankt.

Dani, ga naar Lide's kamer, goed? Ik kom zo.

Het is oké. - Ik ga niet weg.

Mij een zorg wat ze zeggen. Ik blijf, maar jullie gaan.

Luis, er is brand. Elena, het is gevaarlijk.

De brand is nog ver weg. We kunnen nog even blijven.

Ga gerust.

Elena, Luis, er is brand. Ga gerust. - Nee. Mara.

Ze komt wel terug. Ze vinden haar wel. - Natuurlijk.

Maar gaan jullie nou. Het was een bevel. - Nee. We blijven.

Absoluut. - Terugkomen gaat niet.

Ze sluiten de wegen af. - Echt?

De brand is nog ver weg. We blijven.

We blijven. - Bij jou.

Elena, weet je het zeker? - We blijven.

We laten je niet in de steek. - We blijven bij elkaar.

Kom op. Snel.

Let op de slang.

Meer druk. - Kom op.

Ze heet Lide. Ze is ongeveer 1 meter 25 lang.

Groep één bij Revuelta. Groep twee bij Castro. Drie bij mij.

Portillo, groep vier. Vooruit.

We gaan. - Kom op.

Schat.

Ik wil haar ook gaan zoeken.

Dat kan niet, schat. Dat is de taak van de politie. We moeten blijven.

Lide vindt de weg terug wel.

Zeker weten? - Ja.

Echt. Heb vertrouwen.

Zoek daar eens.

Rond de hut.

Sectie één, leeg.

Lide, schat.

Er is te veel rook. De wind is gedraaid.

Daar.

Er is nu zoveel rook.

Rook en vuur zijn niet hetzelfde.

Ik hou de brand steeds in de gaten. Kijk, die is nog ver weg.

Ze vinden Lide en dan gaan we snel naar huis.

Lide.

Kom op. - Sectie één, leeg. We gaan naar 't westen.

We zien niks met die rook. - Vooruit.

De honden kunnen niet door. We wachten op orders.

Jullie horen het, goed?

Ik had niet boos moeten worden.

Ik haat dit huis, dit stomme bos.

Het wil me alles afnemen. Waarom?

Die nacht die Gus alleen in het bos doorbracht, heeft hem veranderd.

Hij was nooit meer dezelfde.

Hij gaf het op. - Nee, Mara.

Wel, er was een behandeling.

Er was een behandeling. Maar daar had hij geen trek in.

Die was experimenteel en hij wilde geen proefkonijn zijn.

Dat is jouw mening.

En de zijne. - Schat...

Het is klote. Als hij er nu was, zou hij precies weten wat te doen.

Hallo?

Wat... - Is het de politie?

Pardon...

Pardon, ik hoor u niet. Wat?

Nee.

Wat is er? - Geef 's.

Hallo?

Wilt u dat herhalen? Wat?

Dat is belachelijk.

Ja.

Wat is er? - Het weer is omgeslagen.

De wind is gedraaid, er is veel rook, dus ze stoppen met zoeken.

Als de omstandigheden verbeteren, zoeken ze verder naar haar.

Meer niet? Zeiden ze nog iets?

Dat we onmiddellijk moeten vertrekken. Dat zeggen ze.

We gaan haar zoeken. Als zij het niet doen, doen wij het.

Ja. - We vinden haar wel.

Ja, ik ga m'n dochter zoeken.

Luis?

Het is gevaarlijk.

Ik hou de brand in de gaten.

Als het gevaarlijk wordt, zorg ik dat jullie weg kunnen, oké?

Ik neem Dani mee. - Nee, lieverd.

Dan is de auto weg. En als Lide opduikt, is er niemand die haar opvangt.

Blijf. Als het gevaarlijk wordt, kom ik jullie halen.

Goed dan. - Oké?

Maak je geen zorgen. - Luis, ik ga Santi's auto halen.

Ik vraag of we die mogen lenen. Elena, bel als ze terugkomt.

Doe ik. - Dank je.

Als Lide terug is, gaan we weg.

Santi?

Santiago?

Santiago?

Ja? - Santiago?

Wat is er? - Het is Mara.

Pardon. - Hoi.

De politie heeft de zoektocht gestaakt. - Ik hoor het net op de radio.

Mogen we je auto lenen om in het bos te zoeken?

De onze is niet... - Natuurlijk.

Ja. - Bedankt.

Ik ga mee.

Dat hoeft niet. - Nee, ik kom.

Ik kom eraan. - Des te beter.

We gaan.

Wacht.

Deze...

Santiago? - Ja?

Mag ik in je huis kijken?

Dat is wel... - Ik...

Ik dacht dat misschien...

Misschien verstopt ze zich daar wel. Ze is niet in het bos en...

Dan had ik haar gezien.

Misschien heb je het niet gemerkt.

Het zou echt helpen als ik even mocht kijken.

Ze was boos op me... - Ja, natuurlijk.

Ga je gang. - Bedankt.

Sorry. - Kom binnen.

Bedankt. En sorry. - Geeft niet. Dit is de woonkamer.

Sorry, ik... - Nee, dat geeft niet.

Wil je even kijken... - Natuurlijk.

Sorry, ik... - Eens kijken.

Het spijt me.

Dat is de badkamer. - Mag ik?

Ja, ga maar naar binnen.

Hier is de radio voor...

Ik luisterde naar... - Juist.

Mag ik daar eens kijken?

Liever niet.

Waarom? Heel even maar.

Daar is ze zeker niet. Dit hoort bij... Nee, liever niet. Niet daar.

Wat is dit?

Dat is...

Paddenstoelen, het zijn... - Drugs?

Nee, psilocybine. Het is psilocybine.

Het is meer een medicijn. - Waarvoor?

Voor wat de conventionele geneeskunde niet kan genezen. Ik gebruik het om...

Het helpt enorm.

Waarom ben je hier nog?

Weet ik veel.

Ik kan nergens heen.

Ik weet zeker dat Lide in het bos is.

Luis?

Luis?

De brandgang doet vast z'n werk.

Wat is er?

Wat is er?

Wat is er?

Er is iets mis. - Wat?

Hij... - Wat?

Wat is er? - Het klopt niet. Luis.

Waarom laat hij me niet binnen? - Waar?

Er is een kamer waar we niet mogen kijken. En hij was nerveus. Dat viel op.

Het is gewoon raar. - Ga maar na.

Hij zag Lide, er is brand, en hij brengt haar niet thuis?

Misschien wist hij nog niet van de brand. - Niet waar.

Even nadenken.

Ik bel de politie. - Er is geen bereik.

Ook geen internet.

Alleen op jouw telefoon? - Nee, niks werkt.

En die van jou? - Sinds wanneer?

Vijf minuten?

We gaan terug en halen hem over om ons binnen te laten.

Waarom lukt het niet?

Het werkt niet. - Wat doet hij? Vertrekt hij?

Hij gaat weg.

Santiago. - Blijf het proberen, oké?

Ja, maar niks doet het.

Santi. - Ja.

Wacht even. Santi.

Wacht. - Ja.

Waar ga je heen? - Nou, ik ben...

Ik ga Lide halen.

Weet je dan waar ze is?

Ze is vast in het bos.

Stap in, als je wilt. Dan...

We gaan mee. - Natuurlijk.

Ze is vast in het bos. - We gaan mee.

Kom op, Mara, stap in.

Zijn er nog beren? - Pardon?

Zijn er beren in het bos? - Nee, die kaart is oud.

Geen beren. Wacht. Kom op. - Wat is er?

Het wordt donker, jullie hebben zaklampen nodig.

Ik ben zo terug. - Ik ga mee.

Nee, wacht hier. O, de sleutel.

Blijf kalm.

Dit is toch Lide's armband?

Zie je? Zo gepiept. Die moet je echt hebben, als het donker wordt...

Eén voor jou, Luis.

Eén voor jou, Mara.

Haar vinden wordt alleen maar moeilijker.

We verspillen tijd. - Wacht. Zet af.

Waarom? - Zet de motor af. Zet af.

Pardon?

Geef me de sleutel. - Wat is er?

Wat zijn dit voor zones? Afgelegen gebied, veilig gebied...

Waar is deze kaart voor? - Het zijn aantekeningen voor...

Weet je nog wat ik zei over psilocybine?

Naast mijn werk voor het ministerie van Landbouw...

...doe ik ook rituelen...

...in afgelegen gebieden.

Santiago, waar is mijn dochter?

Deze lag hier. - Juist.

Die gaf ze me in de hut. - Onmogelijk. Je liegt.

Die doet ze nooit af.

Nooit, want ik heb 'm aan haar gegeven. Het bestaat niet dat ze 'm zou weggeven.

Ik wil in je huis kijken. Geef de sleutel.

Geef de sleutel.

Geef de sleutel van je huis. - Geef 'm aan haar.

Geef op. - Doe het.

Goed dan. - Laat haar binnen kijken. Nu.

Rot maar op met je sleutel.

Lide. - Mara.

Kom niet dichterbij. - Alsjeblieft.

Doe open. Lide.

Blijf daar. Geef de sleutel.

Lide. - Luis...

De sleutel. - Nee, Mara.

Laat haar binnen kijken. - Lide.

Geen geintjes.

Ik hou je in de gaten.

Doe de deur open, Santiago. - Mara.

Doe wat ze zegt. - Goed.

Doe open. - Lide is daar niet.

Doe open. - Lide is in het bos.

Doe wat ze zegt. Doe open. - Oké, ik doe het.

Doe verdomme die deur open. - Oké, oké.

Doe wat ze zegt. - Ik doe 'm open.

Wat is dit?

Wat is dit? - Je dochter is hier niet.

Wat?

Wat is dit? Wie ben jij?

Het is...

Wat is dit?

Wat is dit voor troep? - Het is...

Waar is Lide?

Wat is daar? Waar is die kamer voor? - Luister. Dat is mijn meditatieruimte.

Nee. - Lide.

Die klotedeur. Doe deze ook open. Maak hem nu open, Santiago.

Doe wat ze zegt. - Alsjeblieft.

Doe open. - Prima. Daar.

Ga je gang.

Ga maar.

Zien jullie nou?

Ze is er niet. Zoals ik al zei.

Waar is m'n dochter? - Niet hier.

Ik heb haar niets misdaan, Mara. Ze is verdwaald in het bos.

De politie is gebeld.

Heel goed, Mara. Ik heb haar niet aangeraakt.

Waar is ze? - Weet ik niet.

Ik weet het niet, Mara.

Ze is in het bos of...

Alsjeblieft. Zeg nou waar ze is. - Ik weet het niet.

Mara. - Ik smeek het je. Zeg het nou.

Mara, luister nou. - Nee. Alsjeblieft. Waar is ze?

Ik heb niets gedaan. - Handen thuis.

Raak haar niet aan. Niet doen. - Oké, oké.

Waar is mijn nichtje? Je had haar armband. Je liet haar achter in de hut, in het bos.

Tijdens een brand. Of niet soms?

Het spijt me. - Waar is ze?

Wat is dit?

Die is voor mijn rituelen. - Welke rituelen?

Mijn rituelen. Luister nou even...

Ik geloof je niet. - Laat me uitpraten.

Je blijft tot je zegt waar ze is.

Hou op.

Pak hem.

Luis. - Zeg waar ze is...

Ik heb niks gedaan. - ...en we stoppen.

Bind hem vast. - Ik heb niks gedaan.

Kom hier. - Alsjeblieft, Luis.

Je liet een kind achter midden in het bos? Je liet haar daar?

Met je rituelen. Denk je dat ik dat geloof?

Hier. - Luis.

Denk je dat ik 't niet doe? Waar is m'n nichtje? Sta op.

Nu ga je praten. Let maar 's op.

Bind hem vast aan de stoel.

Kun je... - Waar is ze?

Weet ik niet. - Alsjeblieft.

Ik weet het niet.

Waar zag je haar voor 't laatst? - In de hut.

Waarom is ze niet hier? - Ze is verdwaald.

Je liegt. Ze weet de weg.

Ze komt hier al haar hele leven. Waar is m'n dochter?

Luis...

Doe iets. Zorg dat hij praat.

Wat is dit?

Wat is het?

Waar is dit voor?

Wat is dit? Wat is het verdomme?

Zeg op.

Waar is m'n dochter? - Weet ik niet.

Waar is m'n nichtje? Je zag haar in de hut.

Je hebt haar armband. Wat heb je met haar gedaan? Waar is ze?

Waar is ze?

Zeg op. Ik krijg je wel aan de praat. Waar is ze?

Luis. - Waar is m'n nichtje? Waar?

Waarom liet je een kind van acht alleen achter tijdens een bosbrand?

Zeg op.

Luis.

Waar zijn we mee bezig?

Wat? - Waar zijn we mee bezig?

We zorgen dat hij zegt waar ze is. - We moeten de politie bellen.

Verdomme. Hij doet het niet.

Wat? - Er is geen bereik.

De mijne doet het ook niet. Wacht.

Ik pak zijn mobiel.

Luis? - Zit stil.

De code.

Wat is de code? - Dat zeg ik niet.

Er is brand. Kap met die onzin en geef me de code.

Wat is verdomme de code?

De code, smeerlap.

Ga je het zeggen?

Nou? Wat is de code?

Eén... - Eén, negen, acht...

Negen, acht, acht?

Nee. Stop. - Wat?

Ik heb hem geen pijn gedaan.

Ik zweer het. Mara, ik zal hem geen pijn doen.

Ik maak hem alleen bang zodat hij zegt waar Lide is.

Die klootzak liegt.

Ik stop als je dat wil. - Ja.

Ik stop, oké? Ik stop.

Hou op.

We moeten de politie spreken. - Hier is ook geen bereik.

De radio. - De radio.

Het lukt niet.

Doet ie het niet? - Ik weet niet hoe.

Hier. De accu is hier beneden.

Hallo? - Hallo?

Hallo? - Hallo. Wacht.

Kan iemand me horen? Hallo? Alsjeblieft.

Ja, ik ben...

Hallo, we zijn in het bos, in het huis van de boswachter. Hoort u me?

De accu is bijna leeg.

Hoort u me? - Hallo?

Ik ben de moeder van het vermiste kind. Kunt u de politie sturen?

Hallo?

Luis?

Luis?

Wat als hij haar iets heeft aangedaan?

Wat als hij iets heeft gedaan?

Als ik haar verlies, ga ik dood. - Dat gebeurt niet. Echt niet.

We doorzoeken elke kamer, elk hoekje, elke kast.

We gaan zoeken. We vinden haar wel.

We vinden haar wel. - Ja. Oké.

We hebben betere aanwijzingen nodig.

Er moet iets zijn. Iets dat ons naar haar toe leidt.

Er moet iets zijn.

KUILEN ALS HEILIGE RUIMTE

BERICHTEN

LENTE

ONGELOOFLIJK. IK HEB NOG NOOIT TEGELIJK ZO'N ANGST EN ZO'N KICK GEVOELD

VAN MIJ KOM JE NIET AF

IK MAAK BEKEND WAT JE DOET EN DAN GA JE DE BAK IN

FOTO'S

Luister nou even naar me. Waarom verdenken jullie me?

Wat was het?

De schop?

Je dochter was alleen in het bos. Ik was... - Hou je kop.

En wat de armband betreft, Mara...

Die lag op de grond. - Mara.

Laat hem niet gaan.

Controleer het touw. - Luister nou.

Bek dicht. - Luister nou.

Let op hem. Ik kijk buiten. - Jullie laten me niet uitpraten.

Waar is mijn dochter?

Dat weet ik niet.

Ze kan niet zomaar verdwijnen.

Luister, ik...

Ik zat in de auto. En ik zag Lide in de hut. Oké?

Eerst probeerde ik haar over te halen om mee terug te rijden.

Ik zag dat ze in orde was en dat ze alleen wilde zijn, want...

En ik ging weg. En dat spijt me met heel mijn hart.

Ze is nu al heel lang alleen, weet je?

Ze is vast heel bang.

Sorry, Mara. Het spijt me echt.

Ik had erop moeten staan dat ze mee terug ging.

Dat was een fout. Maar meer niet. Ik heb niets gedaan.

Ik geloof er geen woord van.

Ik dacht dat het wel goed zou komen.

Waar is m'n dochter?

Ik zweer het. Ik weet het niet. Het spijt me.

Waar...

...is mijn dochter? - In het bos.

Waar is m'n dochter? Nog een keer. - In het bos.

Waar is m'n dochter? Nog een keer. Waar is m'n dochter?

Waar is m'n dochter?

Waar? - In het bos...

Toe, zeg het nou. Je had haar terug moeten brengen.

Als ze gewond is, vermoord ik je. Ik kan je nu wel afmaken.

Vergeef me, het spijt me.

Wat doe je?

Kijk.

Kijk. - Wat is dat?

Het is zijn telefoon. - Wat?

Die smeerlap.

Ik snap wat je voelt. - Dat kun je niet.

Ik weet hoe je je voelt. Echt waar.

Hou op met die onzin van je. Wie ben jij?

Hou op.

Ik zou nooit een kind pijn doen. Ik zou geen haar op haar hoofd aanraken, nooit.

Hier, film het maar.

Dan moet je hier komen. Ik heb je het hele weekend niet gezien.

Ik wil ook in de video. Kom op, ik wil meedoen.

Ik wil ook dat je hier komt. We missen je, schat.

Oké? - Zeg of ik haar terugzie.

Zeg nou of ik haar ooit nog zie.

Ik begrijp dat je me door dit alles verdenkt en me niet vertrouwt.

Maar het is een groot misverstand.

De kaart, de psilocybine. Dit doe ik. Ik help mensen.

Ik doe rituelen met psilocybine...

...om mensen te helpen hun oude leven achter zich te laten...

...een band te maken met iets nieuws en...

...de angst voor de dood te verliezen.

PSILOCYBINE BIJ TERMINALE ZIEKTE

VERMINDERING VAN ANGST EN DEPRESSIE IN TERMINALE PATIËNTEN

De avond die Gustavo in het bos doorbracht.

Hij wilde me daar niet hebben.

Jij was bij hem, toch?

Ja. - Ja, hè?

Wat heb je met hem gedaan?

Niks ergs.

Je had hem moeten zien.

Wat? - Het was op zijn verzoek.

Hij vond rust, Mara.

Hij had rust gevonden. - Smeerlap.

Hij vond rust, Mara.

Elena.

Mara.

Nee, ik wil het doen.

Alsjeblieft. Laat mij het doen.

Laat mij het doen.

Nee. Laat mij het doen.

Alsjeblieft, ik doe het.

Nee, alsjeblieft. - Laat mij het doen.

Ze is het niet.

Vuile rotzak.

Dat stuk stront speelt met ons.

Luis.

Waar is de buurman? - Hij is binnen.

Vastgebonden. - Wat?

Hoi, Jorge.

Ik heb net de kuil gegraven voor je wedergeboorteritueel.

Ik heb er meerdere, maar deze heb ik ver van 't huis gegraven.

Ik geloof dat de energie precies goed voor je is en...

Ja, kijk, ik laat 'm even zien.

Goed, dat was het. Tot gauw.

Hoi, Lide.

Alles oké?

Daar is rook, verderop is brand. Kun je het ruiken?

Ben je hier alleen? - Ja.

Wat doe je hier alleen?

Ik heb wat spullen van papa neergelegd. Wil je het zien?

Wat heb je dan? - Foto's.

Ze zijn prachtig.

Mama wilde ze weggooien. - Wist je dat ik hem kende?

Echt?

Ik probeerde hem te helpen toen hij ziek was.

Om hem te genezen? - Zodat hij niet bang was.

Bang?

Waarvoor?

Voor bij jullie weg zijn.

Mama zei...

...dat papa niet beter wilde worden.

Ik hoorde dat ze dat tegen m'n tante zei. - Dat wilde hij wel.

Hij kon het niet, Lide.

Hij kon het niet. - Toch?

Ja. - Dat denk ik ook.

Je moeder begrijpt het uiteindelijk wel. Ze is nu...

Ze heeft meer tijd nodig.

En deze armband?

Is die van jou?

Ja, maar ik wil 'm niet meer. Ik heb 'm van mama gekregen.

Hoe moet dat nou? - Jij mag 'm hebben.

Nee, hij is... - Hij is voor jou.

Hou maar. - Weet je het zeker?

Ja. - Kijk.

Zeg je het tegen niemand? - Natuurlijk niet.

Ik zeg dat ik 'm verloren ben, of dat een beer 'm heeft gestolen.

Beloof je het?

Ja, beloofd.

Ga je met mij mee terug in de auto?

Nee. - Nee?

Ik wil afscheid nemen van de hut.

Ga je snel naar huis als je hier klaar bent?

Oké. - Beloof je dat?

Doe maar zo.

Oké.

Dag, Lide. - Dag.

Dit is verkeerd. Jullie zijn gek geworden.

Hij liegt.

Hij liegt tegen ons.

En als je ernaast zit? - Nee.

Ja.

Hij moet ons vertellen waar Lide is.

Nee, schat. - Ja.

Wat wij moeten doen, is weggaan. We bellen de politie en gaan.

Hé, Dani.

Dani.

Kun je me losmaken?

We gaan samen je nichtje zoeken. Maak me alsjeblieft los.

Dani.

Je...

Je vader en...

En je...

En je tante en je moeder gaan de bak in als je me niet losmaakt.

Hebben zij dit gedaan? - Ja.

Ja, maar omdat ze in de war zijn. Ze hebben het mis...

Ze hebben de verkeerde. Ze zien me aan voor iemand anders.

Voor iemand die heel anders is. Ik heb niets verkeerds gedaan.

Heb je ze dat niet verteld? - Jawel, maar je vader wil niet...

Hij luistert niet.

Hij schreeuwt alleen maar.

Eerlijk gezegd ben ik wel een beetje bang.

Dit is allemaal mijn schuld.

Ik zei tegen Lide dat ze vervelend was en ze ging weg.

Het is niet jouw schuld. Maak me los, dan gaan we haar samen zoeken.

Ik ken dit bos als m'n broekzak.

Alsjeblieft, Dani.

We moeten gaan.

Nee. - Ja.

We moeten hem dwingen te praten. - Hoe bedoel je, dwingen?

Wat als hij de waarheid al vertelt? Nou? Wat als jullie ernaast zitten?

Hij was met Gus, die nacht in het bos.

Wat? - Santi was erbij.

Bij m'n broer? - Luis.

Mijn broer?

Dani, laten we dit samen oplossen.

Dank je, Dani.

Bel de politie. Neem Dani mee. - Nee.

Ik ga door. - Nee. Alsjeblieft.

Neem Dani mee. - Nee. Ga mee.

Kom mee, er is brand.

Dank je wel.

Dani, waar ben je? Dani.

Dank je wel.

Doe open.

Doe verdomme open.

De jongen is bij me. Doe open.

Doe open. - Wat?

Mara, laat me eruit.

Dani? - Doe open.

Hij wilde ontsnappen. - Wat?

Ik krijg hem aan de praat. We zetten hem onder druk.

Ik krijg hem wel zover.

Doe verdomme open. Luis.

Je komt er niet uit.

Ik zet hem onder druk tot hij praat. Hij gaat praten.

Papa.

Jongen? - Hij is hier binnen.

Dani? - Doe open.

Wat is... Dani... Waarom is m'n zoon daar?

Ik heb je zoon. - Waarom is Dani daar?

Santi. - Dani.

Papa, schreeuw niet zo. - Wat?

Niet schreeuwen, zegt hij. - Wat doe je daar?

Jongen. Is alles goed? - Ik ben hier, pap.

Blijf kalm.

Blijf kalm, jongen. Blijf bij hem uit de buurt.

Geef me de sleutel.

Wat? - Ik heb je zoon, Luis. Doe open.

De sleutel. - Hij doet hem niks.

Geef de sleutel. - Hij doet hem niks.

Luis. - Geef me de sleutel.

Nee.

Ik moet weten waar ze is.

Je hebt m'n zoon opgesloten met die klojo.

Geef hier. - Hij doet hem niets.

Hij moet zeggen waar mijn dochter is.

Ben je gek? - Doe open of ik doe hem pijn.

Doe open.

Ik doe de deur open.

Als je m'n zoon pijn doet, ga je eraan.

Luister, Luis. - Luister. Doe hem geen pijn.

Neem mij. Laat hem.

Nee. - Neem mij.

Luis, kijk.

Opzij. Ik kom naar buiten met de jongen.

Hou hem erbuiten.

Allemaal kalm blijven.

Dani, schat.

Jongen. - Kom niet dichterbij.

Kom hier. - Blijf weg.

Sorry, pap. - Het spijt me.

Het is goed, jongen.

Het spijt me zo.

Ik maak hem af.

Doe me geen pijn.

Doe hem geen pijn. - Kom niet dichterbij.

Hij is een kind. - Volg me niet.

Rustig. - Dani.

Dani. - Daarheen.

Ga daar staan. - Oké. We zijn hier.

Dani, het is oké. - Blijf kalm.

Zo, ja. - Hij heeft niets gedaan.

Hij is een kind. - Alsjeblieft.

Laat hem gaan.

Daar blijven.

Blijf binnen.

Blijf binnen. - Laat hem gaan.

Dani, schat, het spijt me.

Het is goed, jongen. - We blijven hier. Laat hem gaan.

Luis, kom niet naar buiten. - Doe hem niks aan.

Luister even heel goed. Ik wil de autosleutel.

Geef me de sleutel.

Niet doen. Hij neemt hem mee.

Santiago, toe. - Geef me de sleutel.

Die heb ik niet. Ik weet niet waar ik 'm heb gelaten.

Alsjeblieft. Laat hem gaan. Hij is onschuldig.

Laat hem gaan. Laat hem los, nu.

Blijf daar of ik doe hem pijn.

Mara, blijf bij de deur.

Fuck.

Blijf daar, alsjeblieft. Luis.

We blijven hier, maar neem hem niet mee. - Rustig. Doe hem geen pijn.

Doe hem geen pijn. - De sleutel zit erin.

Wat? - De sleutel. Hij neemt hem mee.

Mama. - Nee.

Nee, Dani. - Stil.

Dani. - Blijf daar.

Ik klauw je ogen eruit. - Stap in.

Alsjeblieft, Santi, neem hem niet mee. Hij neemt hem mee.

Gordel. - Nee.

Hé. Nee. - Stop.

Dani. - Mama.

Nee. Dani. - Mama.

Santi.

Dani. - Klootzak.

Oké, Dani, stap uit.

Ren terug.

Oké? Stap uit.

Ga weg, Dani.

Dani, stap uit.

Uitstappen.

Jij smerige klootzak. - Nee.

Hou op. Luis, hou op. Hou op.

Santi, nee.

Santi, stop. Luis.

Hou op.

Hou op. Santi, stop.

Laat hem los. - Nee.

Het is oké. Gaat het?

Luis.

Het spijt me, Luis.

Hou op. Nee. Wat doe je?

Nee. - Wat wilde je m'n zoon aandoen?

Nee.

Luis. - Waar is m'n nichtje?

Ik weet waar Lide is.

Ik weet waar Lide is. - Stop.

Hij weet waar ze is.

Ik zeg het wel. - Waar is ze?

Waar is ze? Zeg op. - Ik zeg het tegen de politie.

Wat? - Absoluut niet.

Nee, zeg op. Waar is ze? - Ik praat alleen met de politie.

Zeg het. - Alleen tegen de politie.

Zeg nou waar. - In het bos.

In het bos? Levend? - Ja.

Ze leeft nog, Elena. - Ze leeft nog.

Ze is in orde. Breng me erheen.

Kom op, alsjeblieft.

Sta op. We gaan.

Welke kant op? - Hierheen.

Rechtdoor?

Hierheen?

Neem Dani mee. Als we niet binnen twee uur terug zijn, bel je de politie.

We rijden terug in zijn auto. - Oké.

Hier.

Welke kant op?

Welke kant op? - Rechtdoor.

Zie je nou?

We deden wat nodig was.

Hou je bek.

Ik ben doodsbang voor je, Luis. - Voor mij?

We gaan Lide vinden. Goed?

Waar is ze? - Hier. We zijn zo dichtbij.

Die rotzak leidt ons naar het vuur. - Stop.

Waar is mijn dochter? - Luister nou naar me.

Wat? - Wat?

Het spijt me dat je dit doormaakt. Het spijt me, maar ik...

Wat?

Het spijt me.

Luis. - Hij is ontsnapt.

Stop. Nee.

Ik zie hem niet.

Waar is hij?

Mara. - Luis.

Help.

Lide.

Lide.

Blijf roepen.

Hier.

Ik ben hier.

Lide, roep nou.

Ik ben hier.

In een gat.

Ik ben hier.

Ik ben hier.

Kijk me eens aan.

Ik ben het, Santi. Kijk. - Ik zit vast. Ik kan me niet bewegen.

Laat me eens kijken. - Help.

Geef me je hand eens.

Kom op. Geef me je hand.

Goed zo, strek je uit. Pak m'n hand.

Hard trekken. - Geef me je hand.

Ik kan er niet bij. Duw het opzij.

De aarde. - Ik kan het niet.

Doe je best. Ik pak je hand.

Ik kan het niet. - Jawel.

Het lukt niet. - Kom op.

Wacht. Ik haal een tak. - Nee.

Ik ben zo terug, oké? - Alsjeblieft, kom terug.

Lide, pak 'm vast. - Dat kan ik niet.

Nu.

Heel goed. Je kunt het. Hard trekken.

Oké. Kom op.

Ik heb je.

Goed zo.

Lide?

Hoor je me?

Mama? - Liefje van me.

Gaat het?

Mama. - Gaat het?

Mam. - Wat? Wat is er?

Ik wist niet waar je was. - Mama.

Het spijt me.

M'n been doet heel erg pijn. - Nu is het voorbij.

Je bent in orde, lieverd.

Hier. Bedek je gezicht. Kun je dat?

Oké? Ja? Zo?

Kom, weg hier.

We zijn er bijna.

En Santi?

Heeft hij je pijn gedaan? - Ik was gevallen.

Ik ben gevallen.

In een gat.

Er was zoveel aarde. Ik kon er niet uit. - Waar heb je het over?

Er zat een beer achter me aan.

En ik viel. - Wat?

Ik kon het huis niet vinden.

Lide.

Hij...

Hij heeft je in die kuil geduwd, hè? - Nee.

Ja, dat deed Santiago.

Hij heeft me gered. - Hij duwde je.

Hij heeft me gered.

Wat...

Heeft hij je niet geduwd? - Nee.

Ben je zelf gevallen? - Ja.

Lide, het is heel belangrijk dat je me vertelt of Santi je pijn heeft gedaan.

Heeft hij je iets aangedaan? - Nee.

Goed.

Gaat het? - Ze is in orde.

Liefje, gaat het? - Ja.

Gaat het, lieverd? Waar was ze? - Ze was gevallen.

Waar? - In een kuil, maar ze is in orde.

In een kuil? - Ja.

Is ze gewond? Ze is gewond.

Ze dacht dat er een beer was en viel.

Was het Santi?

Nee, ze viel gewoon. Ze moet naar het ziekenhuis.

Ik heb het koud. - Kom, weg hier.

Ze heeft een dokter nodig.

Weg hier. - Stil maar.

We volgen de brandgang naar huis. - Doen we.

We zijn er nu.

De autosleutel? - Die heb ik.

Kijk of hij open is. - Ja.

Het is voorbij, schat.

Zo.

Haal even water. - Goed.

En dekens. - Doe ik.

Liefje.

Het is voorbij. Doet je been pijn?

Niet meer zo erg. - Nee?

Doet je hoofd pijn? Of ergens anders?

Nee? - Ik heb het koud.

Je oom brengt dekens.

Ik hou van je.

Ik hou van je. - Ik ook.

Ik hou van je.

Lieverd...

...je oom brengt je heel snel naar het ziekenhuis, naar de dokter.

En alles komt goed.

Hij zorgt voor je.

Mara? - Ik heb dorst.

Ja, schat.

Kijk.

Wacht. Rustig, schat.

Rustig.

Goed zo. Waar is je moeder?

Waar is mama? - Ze ging weg.

Welke kant op? - Rechtdoor.

Het bos in?

Ja. - Ja?

Lide, niet in slaap vallen.

Kijk me aan, Lide.

Blijf maar hier.

Lide, word wakker.

SPOEDEISENDE HULP

Waar is Mara?

Bent u familie? - Nee, hij stond langs de weg.

Hoort u me? Begrijpt u wat ik zeg?

Wat deed u op de weg?

Wat is er gebeurd? - Ze was in 't bos en heeft rook ingeademd.

Hoor je me? - Ze viel in een kuil.

Ze had niets te drinken. - Hoor je me?

Ze reageert. - Ze heeft haar hoofd gestoten.

Röntgenfoto van de arm.

Wanneer vond u haar? - Een uur geleden.

Hoe oud is ze? - Acht.

Wat hebben we? - Rook ingeademd.

Ik haal dokter Bautista.

Controleer hartslag en bloeddruk.

U mag niet verder. We houden u op de hoogte.

Hoor je me?

Hoe heet je?

Santiago. - Santiago, wat deed je op de weg?

Wat is er gebeurd? Naar traumaruimte vier.

Normale pupilreactie.

Hebt u ergens pijn? - Overal.

Overal? - Ja.

We leggen een infuus aan, oké?

Ik ben duizelig. - U mag liggen.

Zuurstof, alsjeblieft.

Gewicht? - Negentien kilo.

Hoe heet ze? - Lide.

Lide, kun je je ogen opendoen?

Ze heeft veel rook ingeademd. - Verzadiging 95.

Doe de gordijnen dicht. En de deur ook.

We hebben Lide gevonden. We zijn in het ziekenhuis en...

Ik stuur jullie het adres. Kom alsjeblieft hierheen.

U had gebeld? - Ja.

Welke kant op? - De observatieruimte.

Loop maar mee.

Santiago.

Bel Radiologie en laat een CT-scan maken.

Pardon.

Kom verder. - Mogen we even?

Toe maar. - Bedankt.

Ik... Het spijt me.

Vergeef me.

Het spijt me zo.

Hoe voel je je, Santiago?

Wat er ook gebeurd is, je bent nu veilig.

Kun je ons vertellen hoe je aan de wonden op je gezicht komt?

Het was niet...

Sorry, ik weet niet...

Het spijt me. Dat was niet mijn bedoeling.

Het spijt me.

Het spijt me.

Het was een beer.

Een beer?

Ja.

Ja, ik ben aangevallen...

...door een beer in het bos.

Die wilde vast...

...haar welpen beschermen of...

Of dat dacht ze.

Er viel niet mee te redeneren.

Meneer Serrano. - Is m'n nichtje in orde?

Komt u maar. Geen zorgen.

Kom.

Is ze in orde? - Ze is verdoofd, maar stabiel.

Ik neem aan dat je geen aanklacht indient.

Nee.

Zie je het voor je? Een beer in de cel?

Lieverd, hoe gaat het?

Haar been moet genezen en ze heeft haar hoofd gestoten, maar het gaat.

Hoe gaat het?

Prima.

Sorry dat ik gemeen tegen je was.

Geeft niet. Het spijt mij ook.

U mag hier niet zijn.

Het is gevaarlijk. Kom.

Hoort u me?

Waar is mijn dochter? - Bent u de moeder?

Ons is gemeld dat ze in het ziekenhuis ligt.

Mijn huis. Zorgt u dat het niet afbrandt? - Geen zorgen. De brand is onder controle.

Deze bloem is voor Lide.

Het is een vuurbloem.

Die groeit alleen na een brand, in de as.

Ik dacht dat ze die wel zou willen.

Goed...

Santiago.

Ja?

Ze vindt 'm vast prachtig.

Dank je wel.

Vertaling: Jolanda van den Berg

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.