All language subtitles for One Deadly Summer(1983) Isabelle Adjani

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian Download
pl Polish Download
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

'Ik ben rechter en jury, zei Furie, de slimme kerel.

In m'n eentje zal ik de zaak behandelen en je ter dood veroordelen.'

Lewis Carroll, Alice in Wonderland

Ik zag haar voor het eerst eind april, toen ze hierheen verhuisden.

Ze kwamen uit Arrame, het dorp dat was vernietigd om de stuwdam te bouwen.

Haar voornaam was Eliane, maar iedereen noemde haar Elle of 'Zij daar'.

Haar vader was bij het snoeien uit een boom gevallen.

Iets met z'n wervelkolom of zo.

Haar moeder is Duits. Hij had haar ontmoet in de oorlog toen hij te werk was gesteld.

We noemen haar Eva Braun. Vat je 'm?

Ga aan het werk. Je weet niet eens wie Eva Braun was.

Ik ben bij de vrijwillige brandweer en zaterdag werk ik in de bioscoop.

Daar zag ik haar. Ze dacht dat ze een ster was.

Vorige zomer had ze een missverkiezing gewonnen en was tot Miss Camping gekozen.

Sindsdien waande ze zich een ster.

Natuurlijk vond ik 'r wel aardig, zoals iedereen, maar ik lag niet wakker van d'r.

Ze zat altijd vooraan, zogenaamd om rustig te zitten.

Maar eigenlijk was ze zo kippig, dat ze op de tweede rij niets kon zien.

Dag, madame Loubet. - Goedenavond.

Hé, filmoperateur. - Ik kom al.

Er is toch geen brand? - Het is goed. Dag.

Zo gaat dat in de provincie. Zodra de lichten uit zijn, is er geen hond meer.

Met Loulou-Lou, meneer Loubets vrouw, was er geen tijd voor liefdesverklaringen.

We deden het in het gangpad, alleen daar was tapijt.

De zaal kan wel een likje verf gebruiken.

Meestal ging ik terug met m'n broer Mickey en reed ik. Zijn rijstijl maakte me gek.

Achterin zaten jongelui met hun brommers en zo.

Bij aankomst was het een slaapzaal.

Ze zijn allemaal in slaap gevallen.

Ik ben gestopt. Een brandweerman moet kunnen blazen.

Vroeger rookte ik als een schoorsteen.

Heb je iemand mee teruggenomen? - Eva Brauns dochter.

Heb je haar gepakt? - Vanavond niet. Ze was met haar moeder.

Shit.

Andere keren wel? - Vorige week zaterdag en die daarvoor.

Waar? - Achter in de bestelbus op een zeil.

En? - Wat een kont.

Ze heeft me toch een kont. Ik heb haar niet helemaal uitgekleed. Het was koud.

Ik heb alleen haar rok opgestroopt en zo. Allemachtig wat een kont.

Je bent niet breedsprakig.

Wat zijn ze mooi de demonstranten.

Goedenavond, Sirene. - Ik heet niet Sirene.

Waar zijn we? Wat doen we hier?

Zo krijg ik longontsteking. - Je had toch haast?

Ik de pijp uit, dan jij ook.

Mickey vervoert doordeweeks hout en op zondag doet hij aan wielrennen.

Hij is dom, maar ik kan goed met hem praten.

We hebben aan weinig woorden genoeg. We kennen elkaar.

Dankzij jullie kinderachtige gedoe is het water op.

Bou-Bou is anders. Hij is 13 jaar jonger. Pa heeft 'm vlak voor z'n dood verwekt.

Hij is de intellectueel in de familie. Volgend jaar doet hij z'n eindexamen.

Pa zou hem 'Dottore' hebben genoemd.

Onze pa was bijzonder. Hij is te voet uit Zuid-Italië hierheen gekomen.

Hij wilde naar Amerika, zoals alle spaghettivreters.

Maar hij had geen geld voor de oversteek en trouwde met m'n moeder, een strijkster.

Ze kwam uit Digne.

Ze namen m'n tante in huis die sinds het bombardement van Marseille in '44 doof is.

We noemen haar Cognata, wat schoonzus betekent, behalve ma.

Nine.

Wat wil je bij je kalfsvlees? - Wat zegt ze?

Ze wil doperwten. Doperwten met kalfsvlees, zoals elke zondag.

De aas, de twee en de drie, zoals altijd. - Dat is de driekaart van m'n tante.

Volgens haar moet je het het geluk niet moeilijk maken.

Zij is enige bij ons thuis die in de prijzen is gevallen.

Op je gezondheid.

Kijk.

100 frank, oké.

Félix, vul nog eens bij. - Met haar wil ik wel de koffer in duiken.

Met wat? Je hebt niets.

Zo moeilijk is ze niet, hoor. De apotheker heeft 'r gehad.

Een vakantieganger en zelfs een Portugees die in de bouw werkt.

Niet zo dromen. - Ik mag toch wel even ademhalen?

Ademhalen? Als je ogen snijbranders waren, kon ze nooit meer op haar billen zitten.

M'n baas heet Henri. We noemen 'm Henri IV. Hij is de beste jeu-de-boulesspeler.

Ik liep met z'n vrouw Josette naar school. Drie kilometer door de heuvels...

Moet ik iets voor je moeder meenemen? - Biefstuk. Vier gewone en een grote.

Zeg de slager dat het voor ons is. - Hoezo?

Jij weet net zoveel van biefstuk als hij van een Delahaye.

Ik heb een Delahaye met leren stoelen. Ik heb 'm geruild tegen een verrot busje.

Ik heb ik heel wat uren lopen sleutelen, maar ik weet niet wat de wagen mankeert.

300 meter. Dat is toch 60 meter meer dan de vorige keer.

De koppakking. - Die heb ik vervangen. Daar was je bij.

Hij is allergisch voor koppakkingen. - Het is de olietoevoer. Niets past.

Hij is allergisch voor olie, benzine, voor alles.

Goed, we moeten hem terugduwen.

Kom nou, Sirene. - Ik heet niet Sirene.

En u heet niet mevrouw Zeiksnor. - Ik dien 'n klacht in bij de burgemeester.

Of ik richt een comité tegen vervuiling op.

Praat jij met Eva Brauns dochter? - We groeten elkaar. Hoezo?

Gewoon.

Volgens mij kun je beter met een grote bocht om haar heen gaan.

Ik vroeg niet om je mening, maar om info. - Spreek haar aan op zondag in Bing-Bang.

Met 30 jaar ben je een ouwe lul in Bing-Bang.

Ga gewoon, ik regel de rest.

Ik heb jou niet nodig om een meisje te versieren. Ik kan het zelf even goed.

Nee, want ik geef niets om haar.

Bing-Bang is zo'n tent die op zondags in een dorp wordt opgezet...

...en de jeugd trekt erachteraan.

Ik heb even gedanst met Georgette, Mickeys vriendin die bij de post werkt.

Ken je Moune? - Hallo, Moune.

Waar is Mickey? - Die ging jeu-de-boulen.

Kom, ik dans wel als man.

Dansen?

Wat anders? Bomen klimmen?

Haar eerste woorden waren als een mokerslag.

Bovendien heb ik een hekel aan mensen met klamme handen.

Maar haar klamme hand had iets waar ik dol op ben.

Ik kan het niet benoemen, iets wat baby's en kinderen hebben.

Heb je geen dorst?

Dat meten we op.

Je bent net een goudvis als je zo kijkt.

Ben je van nature donker?

Grapjas. Dat kost me 150 frank per maand en ik krijg er korsten van.

Ik ken een leuk restaurant. Heb je zin om een keer met me mee te gaan?

Er is een zwembad, kaarslicht, zilver bestek...

Goed, goed, wind je niet zo op.

Maar dat betekent niet dat ik daarna met je naar bed ga. Je bent gewaarschuwd.

Blijven we hier als bloempotten zitten? Ik heb alleen de zondag om te dansen.

Ik ga niet mee. Ik moet weg. - O.

Tegen wie speelde je? - Mensen van hier.

We staan met drie punten voor. Georges Massigne bakt er niks van.

Ik kan die Massigne niet uitstaan.

Er is kermis verderop. Georgette en Moune willen wel mee. We gaan naar de schiettent.

Moune is toch een leuk neukertje?

Vanavond spelen we rummy met Cognata.

We vragen of Henri IV ook komt.

Kunnen ze elkaar de hele tijd in de haren vliegen. Oké?

Ik verlies de partij en kom terug.

Ik zei tegen mezelf wat je altijd zegt: er zijn meer vrouwen op aarde.

Dat ik te lelijk voor haar was. Dat soort dingen.

Is er iemand?

Ik heb een lekke band. - Kun je iets naar achteren gaan?

Een band is een band, dacht ik.

Wat grappig.

Je valt straks.

Wat moet zij? - Haar band laten plakken.

Zeg haar ergens anders d'r kont te gaan showen.

Je band is naar de knoppen. Er zit een jaap van vier centimeter in. Hoe kan dat?

Kom morgen terug. Ik heb thuis nog wel een goede band.

Hoe laat gaan jullie dicht? - Dat duurt nog wel een uur.

Of langer. - Ik wacht buiten op je.

Ik heb nog nooit iemand gezien die zo lang stil kon zitten.

Ze leek een pop die vergeten in een hoek lag.

M'n moeder heeft een hekel aan alles in een rok. Zelfs aan een Schot.

Ik moet een fiets repareren.

Gisteren heeft je broer me beetgenomen. - Mickey?

Nee, Bou-Bou. - Dat meen je niet.

Hij kwam naar me toe en zei: 'Wat heb je met m'n broer gedaan?'

Ik zei dat ik niks had gedaan en hij stoof op en zei:

'Waarom keek hij dan zo chagrijnig?'

Wat een gedoe.

Waarom was je zo weggegaan? - Omdat ik m'n bedenkingen had.

Vanwege Massigne. - Ik ben van niemand.

Ik ben niet meer met hem.

Hebben jullie een pianola in de schuur?

Wie zegt dat? - Bou-Bou.

Zullen we vrede sluiten?

Dat is alles wat pa ons heeft nagelaten: deze vier muren...

...en z'n pianola. - Doet hij het nog?

Ja, soms vanzelf. Als er 's nachts een muis inkruipt, krijgen we 'n serenade.

Helaas speelt ie maar een deuntje.

Je hebt je band expres kapotgemaakt. Zodat je me kon opzoeken.

Met een snoeischaar.

Sirene is toch geen naam. Hoe heet je echt?

Florimond, eigenlijk Fiorimondo.

Ik werd in de oorlog geboren en de Italianen waren onze tegenstanders.

Dus dat maakte een verkeerde indruk.

Ziezo.

Wil je me nog steeds mee uit eten nemen? - Wanneer je wilt.

Waarom niet nu?

Weet je wat? - Nou?

Hij loopt achterom en kiest uit wat Elle gaat aantrekken.

Elle laat haarjurken zien voor het raam. Goed?

Daarom kon ik haar niet weerstaan. Ze bracht het leven in een versnelling.

Dat was een van de mooiste momenten. Kon alles maar weer opnieuw beginnen.

Schiet op.

Bou-Bou's riem. - Hier.

Waarom maakt hij zich mooi? Er wordt mij nooit iets verteld.

Hij moet naar een klant. - Wat?

Hij moet naar een klant. - Hoe heet ze?

Dat weten we niet. - Als de brandweer belt...

...bel je naar Deux-Ponts. Henri IV heeft het nummer.

Goed. Schiet op.

Kan ie? - Verschrikkelijk.

Super.

Zeg ma, het kan laat worden. Maak je geen zorgen.

Kom je niet te laat thuis? Heb je me gehoord?

Is ze naar z'n smaak?

Je bent net Zorro. Rij door, ik wil niet naar het hele dorp wuiven.

Maak je geen zorgen. Hij kan goed rijden.

Zorgen? Hij mag 'm gewoon niet meer lenen.

Gaat het? Ben je niet misselijk. - Jij hebt wel verstand van vrouwen, hè?

Het liefst zou ik altijd willen rijden, maar m'n vader kan het niet betalen.

Wat deed hij vroeger? - Bewaker, spoorwegwerker.

Heeft hij een beroerte gehad?

Ik wil er niet over praten.

Ik heb een Delahaye. Ken je die? - Nee, ik weet alleen dat hij niet rijdt.

Ik krijg 'm wel aan de praat. Het is een kwestie van onderdelen vinden.

Zou je een keer mee op reis willen? - O, waarheen dan?

Gewoon ergens heen.

Goed. Naar Nice? Of misschien naar Parijs?

Naar een kot waar je me kunt naaien, want dat wil je toch?

Zeg dan dat je me alleen wilt neuken.

Maar dit kan toch niet? Wat heb ik gezegd?

Bijtje nagels? - Niet kijken.

Zijn ze vals?

Als je dat doorvertelt, zeg ik iedereen dat je het met mevrouw Loubet doet.

Hoe weet je dat? - Iedereen weet het.

Als iedereen het al weet, is het geen nieuws meer.

Ik zal het aan niemand doorvertellen.

We zijn vlakbij het restaurant, maar als je liever naar huis wilt...

Dat kan toch niet.

Het is net Hollywood. Kom je hier vaak? - Nee.

Een klant had hier een keer panne.

Ik had mezelf beloofd hier terug te keren met een mooi meisje in mooie kleren...

...zoals al die vrouwen die er toen waren.

Als kind heb ik een keer in Grenoble gegeten. Ik was bij de oogarts geweest.

In een tent met plastic tafelkleden en vliegenpapier.

Heel armoedig.

Echt armoedig. - Wat is er met je ogen?

Als ik sta, zie ik m'n voeten niet. - Doe een bril op.

Ik hoef m'n voeten niet te zien,

Pas op, de dirigent. - Weet mevrouw het al?

Meloen zonder port en aardbeien zonder suiker. Kan dat?

En meneer? - Geflambeerde zeewolf met venkel.

En vooraf asperges. - En de wijn?

Als ik drink, ga ik de hele tijd huilen. - Maar het is een bijzondere avond.

Champagne. - Welke?

We komen hier al drie jaar en vragen altijd dezelfde.

O ja, een Piper Heidsick. Brut, toch? - Is het etiket met vergulde versiersels?

Vergulde versiersels? Ik dacht het wel. - Dan is ie goed.

Op school stopte ik m'n oren dicht. Ik heb twee keer de vijfde klas overgedaan.

Uiteindelijk hebben ze me van school gestuurd.

Eet je niet?

Maar ik was wel de mooiste.

Dat zei iedereen.

Toen ik veertien was, had ik al alles wat je nodig hebt...

Echt waar, hoor.

Juf Dieu was gek op me. Als ik had gewild, had ze voor me gekropen.

En ik ben echt niet stom. Niemand kan zo snel rekenen als ik.

Ik reken sneller dan de kassa in de supermarkt.

Kijk.

Neem twee getallen. Het maakt niet uit welke.

Toe dan.

3.547 en 8.768.

12.315. Toe, controleer het.

12.315. Allemachtig. - Nog een.

Nee, ik geloof je wel.

Vroeger deed ik dat de hele avond met m'n vader.

Hij zei altijd dat ik sneller rekende dan wie dan ook op de wereld.

Dan wie dan ook.

Dan wie dan ook.

Ik moet niet meer drinken.

Wat zit je opeens dwars? - Niets.

In de auto reageerde je ook al zo. - Let er maar niet op.

Meestal...

Ik ben niet gewend dat jongens zich zo uitsloven om me mee uit te nemen.

Je snapt niet wat ik bedoel. - Over wie heb je het dan?

Over de apotheker? De vakantieganger van vorig jaar. De Portugees?

Dat is niet waar. Was je erbij? - Goed, ze hebben gelogen.

Heb je het van George Massigne? - Ik zei ze.

Ze zeggen zoveel.

Ik wilde zeggen: als je me wilt, hoef je je niet zo uit te sloven.

Ik ben in staat me te laten gaan.

Op tafel, waar iedereen bij is.

Had u nog iets gewenst? - Rot op. We zijn aan het praten.

Rustig maar.

9.322 en 7.825?

17.147.

Twee dingen klopten aan haar verhaal. Ze was een kei in rekenen.

En als ze eenmaal huilt, is ze niet meer te stoppen.

Goedenavond, tot ziens.

Ik had je gewaarschuwd. - We gaan naar huis.

Ik wil bij jou blijven.

We hoeven niet de hele familie wakker te maken.

We kunnen naar de schuur.

Ik kon haarblik niet verdragen en zei het stomste wat ik ooit heb gezegd:

Goed.

Waar zit je?

Boven.

Ik ben zo stom. Gelukkig is het ook grappig, anders maakte ik me van kant.

Hij wil alleen maar haar broekje uittrekken.

En zij wil alleen dat het hem lukt en dat z'n vingers niet tussen de rits komen.

Gewoon even vergeten dat hij de zoon van die klootzak is.

Ik zeg zonder walging tegen haar: Wat doen we je aan, m'n kleine Eliane?

Zodat zij plezier heeft en er niet meer over gesproken wordt.

Nu moet ik geduld hebben. Ik zal ze allemaal opsporen.

Ik zal ze laten boeten. En hun familie ook.

Verdomme. - Ik verwijt je niets.

Maar je kunt wel zeggen waar je was. - Je weet waar ik ben geweest.

Verdomme. Sta daar niet zo stijf.

Maar wat moet ik doen dat je me een pak slaag geeft? Een keer.

Snap je het niet?

Ik wil dat je me slaat. Snap je niet dat ik dat liever heb?

Maar het arme mens snapt niet meer dan anders.

Ze vraagt zich alleen af wie ik ben en wat ons is overkomen.

Ik zeg niets over de pianola.

Ik moet erover zwijgen en alles alleen doen, anders houdt ze me tegen.

Kom.

Wees lief.

Kom.

Is het nu eens afgelopen?

Stelletje imbecielen. - Ze zet het hele dorp op stelten.

Wacht maar tot ik naar beneden kom. - Kom.

Waar heb ik in godsnaam zulke idioten aan te danken?

Ze maken maar een grapje.

Kom nu eindelijk eens mee.

Ga maar zitten.

Had jij iets te zeggen?

En heb jij iets te zeggen? - Wat heeft ze uit de schuur gehaald?

Niets. Dit is m'n onderbroek. Ik draag geen onderbroeken van gisteren.

In mijn huis! - Laat haar met rust.

Blijft ze hier? - Ja, ze blijft hier.

Ik ga bij de Montecciari wonen. Ik kom m'n spullen halen.

Kom, Florimond.

Gaat ze weg?

Goede reis.

Dag, mevrouw.

Ik hou meer van je dan ooit.

Absoluut niet.

Ik woon daar verderop. Je weet me te vinden.

Om terug te gaan naar Sirene is een maffe bedoening.

Alsof we een aprilgrap uithalen.

Het moet wel heel erg binnen zijn dat ze op dit uur buiten zijn.

De grootste sukkel is Brochard en de stomste trut is z'n vrouw.

Gaan we verhuizen? - Dat zie je toch.

Gaan we verhuizen? - Vraag maar aan je man.

Waarom? Wat heb jij daarmee te maken?

Echt, als je geleuter wilt horen, hoef je in dit dorpje tv niet aan te zetten.

Lelijk, hè? - Het is schoon.

Ik moet werken.

Mag ik m'n posters ophangen? - Dit is jouw thuis.

Mag ik iets zeggen, zonder boos te worden. - Laat maar, ik ben niet achterlijk.

Ik heb geen tijd gehad om er een aan te trekken. Ik doe het nu meteen.

Als hij glimlacht, word ik wee van binnen en wil ik het plan laten varen.

Het is hier niet groot.

Dit is nog m'n badkuip van vroeger.

Gelukkig is het bronwater gratis.

Gaat ze zich wassen waar wij bij zijn?

Je kunt veel zeggen, maar...

Wat?

Ik heb m'n eigen handdoek. - Wat maakt het uit. Ik moet ze wassen.

Je moeder is een braaf mens, maar ze heeft je niet moedig gemaakt.

Dat zie je aan je handen. - Ze heeft haar best gedaan.

Als ze wist dat u zo tegen me sprak, had ze me niet met uw zoon mee laten gaan.

Het is niet voor lang.

Hé, Kapotte Muziekinstallatie.

Ik zal je een ding zeggen. Je zus gaat mooi een trouwjurk voor me kopen.

Een prachtige jurk, met overal kant. - Neem me niet kwalijk, ik hoor niet goed.

Met overal kant. Ze zal 'm wassen met haar tranen.

Ik ga naar je moeder eieren brengen. Heb je haar nog iets te zeggen?

In de kamer van 't chagrijn staat een bed waar je niet uit moet vallen.

En natuurlijk een portret van de overledene.

Met moeite spuug ik er niet op.

Je lijkt op een aapje als je eet. - Ik had ruiten moeten doen.

Wat eten ze veel op jou leeftijd. En ze zijn nog lelijk ook.

Ik ga liever dood op m'n 30e of 40e. Gooi je aas op, stomkop.

Bedroevend.

Je telt toch wel goed op, hè? - Je kunt de pot op.

Je bent een lief kind.

Het aapje en ik zijn al vriendinnen. Ik heb een zwak voor oudjes.

Daar komt Stuk Verdriet.

Ik pas.

Jammer, alles troef.

Die was je thuis vergeten.

Ik vroeg me al af waarom je aan alles rook als je iets las.

Ik ga me verkleden.

Ze zwijgt over het bezoek, maar het kan me niet schelen.

Ik maak me geen zorgen over wat mama over mij vertelt.

Je doet toch niets, schud de sla uit. - Kan ik niet.

Zeg...

...hebben jullie die pianola al lang?

M'n man heeft 'm meegebracht uit Italië.

Te voet, als je het wilt weten. - Te voet?

Die pianola was z'n lust en z'n leven.

Vanwaar die interesse? - Gewoon.

Ik heb 'm als kind in Arrame gezien. - Arrame?

Zo ver is hij nooit geweest. De laatste keer dat hij weg was, was jij er nog niet.

Vreselijk, die vorsende blik. Ik geloof bijna dat ze alles al lang weet.

Wat is er met je?

Niets.

Je bloedt. - Het is niets. Zet dat rotding af.

Ik viel flauw.

Aan niemand vertellen, hè?

Zweer het.

Wie heeft dat gedaan? Nou, wie?

Je tante, met de kaasschaaf.

Waarom heb je dat gedaan?

Waarom heb je dat gedaan? - Wat?

Wat kletst hij? - Zeg dat het niet waar is, sloerie.

Zo praat je niet tegen haar. - Kalm aan. Kalm aan.

Zitje iets dwars? - Ik ben er niet blij mee.

Wat is er? - Laat me het uitleggen.

Ik maakte een grapje. - Een grapje?

Ja. Zie jij je tante al achter me aan rennen met een kaasschaaf?

Wat zegt ze? - Niets.

Schaam je je niet dat je zo over je tante denkt?

Het is ook altijd hetzelfde.

Ik kreeg een flauwte.

Ik viel.

Wat voor flauwte? - Waar was het?

In de schuur. Bou-Bou heeft me overeind geholpen.

Heb je dat vaker? - Nee, nooit.

Je bederft je ogen met blaadjes lezen en tv kijken. Logisch dat je zwak bent.

Dat heeft daar niets mee te maken.

Vervolgens laat ik een paar weken voorbijgaan.

Ik ben voor iedereen poeslief.

Wilt u niet even uitrusten? Ze denken ook allemaal dat u een dienstmeid bent.

De hele middag hang ik rond, of speel ik patience.

Ik kleed me drie keer om, plak m'n valse nagels weer op en lak ze.

Of ik denk aan die andere klootzak en vergeet soms een uur alles om me heen.

Ze heeft gewonnen, m'n schatje. - Nog een keer.

Nog eens.

Als ik weer tot mezelf kom, echt wel een uur later, moet ik naar buiten.

Ik baal van alles.

Zondagochtend rijdt Mickey ergens een wielerkoers en altijd roept hij:

Ik ga winnen. - Hallo, Georgette.

En bij terugkomst zegt hij:

Ik heb verloren.

Dat hadden we nooit gedacht. - Zorg jij dan 's voor m'n materiaal.

Toen ik de sprint inzette...

...bleef ik achter. Ik was sterk, maar die rotfiets is veel te zwaar.

Ik ga altijd eerder over de streep.

Waar is ze nu? - Buiten.

Je fiets zuipt zich niet vol met bier en rookt geen pakje per dag.

Drie sigaretten. - En die naait niet elke avond Georgette.

En dan wil jij winnen?

Rummy.

Is dit de grootste? - Kijk op het etiket.

Ik kan niet lezen.

97,50 frank.

U kunt goed hoofdrekenen. - Dat is alles wat ik heb, met m'n kont.

Wat ben je aan het breien? - Wat denk je?

Stop. Hoe weet je dat? - Ik ben vanmiddag bij de dokter geweest.

Hij wist het nog niet zeker, maar ik wel. - Zoek niet verder, geloof haar maar.

Ze heeft je mooi te pakken.

Hou toch op. Niemand heeft iemand te pakken.

Ik heb ook genoeg van het geroddel in het dorp, maar daar weet ik iets op.

Einde van het bedrijf. Ik ga verder en teken: Eliane Montecciari.

Kijk, ik heb een klus voor je.

Gekregen van Josette, de vrouw van Henri IV.

Ga je trouwen? Echt waar? Ik wist het wel. Ik had erom gebeden in de kerk.

Wat mooi. Wat een dure jurk.

Hij moet heel strak zitten en met veel kant. Ik moet er uitzien als Marilyn.

Als Marilyn.

Die oudste van Montecciari is zo goed. - Strakker, strakker.

En erg serieus en een harde werker. En hij is nog knap ook.

Die spaghettivreters zijn niet slecht.

Vertel nog eens hoe de jouwe was.

Ik weet niet wat je bedoelt. - Jawel.

Groot. Donkerharig.

Met een zwarte snor.

En verder?

Zeg het dan.

Wat kan ik je nog vertellen, wat ik niet al 100 keer heb gezegd...

...toen je me bestookte met vragen?

Het was november 1955.

Een zaterdag.

Ze kwamen midden op de dag aan. Ze waren met z'n drieën, een was Italiaan.

Twee kilometer voor Arrame was een splitsing en soms vergisten mensen zich.

Anders kwamen er nooit mensen bij ons.

We zijn verkeerd gereden. Is Arrame nog ver?

Daar bij de tweesprong. Alsmaar rechtdoor rijden, langs de rivier.

Wat een mooi konijn heeft u. Het is hier lekker rustig, hè?

Tot ziens. Bedankt.

Ik was alleen thuis. Gabriel ging om de week op zaterdag naar z'n zus.

Ze heeft me nooit willen ontvangen.

Ik was toen erg verlegen, nog erger dan nu.

Maar ik was niet bang. De laatste maanden van de oorlog had ik m'n angst uitgeput.

Toch had ik de hele dag een beklemd gevoel.

Alsof iets in mij wist dat ze zouden terugkomen.

Toen ze terugkwamen, dacht ik: Nee, het is niet waar. Nee.

Maar ik wist dat het waar was.

Dat het m'n lot was.

Weet je wat ik doe, als je schreeuwt? Ik breek je neus en sla je tanden eruit.

Vooruit, drink. Toe, drink.

Je wasgoed.

Wil je wortel of courgette bij je gebraden varkensvlees?

M'n zus is een sufferd. Het is een goed mens, maar ook een sufferd.

Ze schreeuwt al 30 jaar tegen me, terwijl ze weet dat ik niks hoor.

Die kleine schreeuwt niet. Ze praat langzaam en ik begrijp alles.

Hoe was de man van uw zus?

Die arme Lello? Lichtgeraakt.

Maar hij had een goed hart.

Een echte Italiaan.

Ze kan het goed vinden met Mickey en Bou-Bou, vooral met Bou-Bou.

De sweater die hij zondag aan had, ik weet zeker dat hij die van haar heeft gekregen.

Zonder iets aan de anderen te zeggen. Ik heb een opmerkzame blik.

Ik ga winnen.

Ga je mee?

Alleen m'n zus heeft iets tegen haar.

Ze vindt haar niet eerlijk en brutaal. - Ze is een stiekemerd, die meid.

Brutaal!

Ze is gewoon ongelukkig.

Haar leven is niet leuk geweest, maar dat laat ze minder snel zien dan d'r kont.

Op haar leeftijd was jij verwaand.

Uit rancune zegt ze: - Weet je hoe ze je noemt?

Ja, dat weet ik. Ze noemt me Kapotte Muziekinstallatie, dat heeft ze gezegd.

Heeft ze je gevraagd wie de piano hier heeft gebracht...

...toen Lello hem had verpand? - Ik versta je niet.

Heeft ze gevraagd wie de piano hier heeft gebracht toen Lello hem had verpand?

Ik versta je niet.

Ik weet heel goed wie de piano hebben gebracht: Leballech en z'n zwager.

Jij was niet thuis toen ze hem brachten. Het was toen Massigne was verongelukt.

Je was naar de wake. Daar heb je niet van terug.

Leballech en z'n zwager, wacht even, dat was...

Het was '55 of '56.

Nee, '55, in november.

Ze hadden gedronken en grapjes gemaakt, hierin de keuken.

Florimond was toen nog klein en liep z'n vader altijd voor de voeten.

Leballech kende ik wel. Hij kwam af en toe langs.

Hij reed in een vrachtwagen van Ferraldo waar Mickey nu ook voor werkt.

Die ander kende ik niet. Hij zei dat hij met Leballechs zus was getrouwd.

Ik maakte me zorgen om de kleine, omdat hij nog zo laat op was.

Dat herinner ik me nog, dat was 20 jaar geleden...

...maar de fijne dagen met mijn man, voor de oorlog, steeds minder.

In de zomer huurde we een villa aan zee, bij Sausset-les-Pins.

De tuin stond vol oleander. De grammofoon speelde.

M'n lievelingsplaat was: Le chalaud qui passe.

Laten we aan niets denken, de stroming

maakt van ons de zwervenden

Ik weet niet meer wie dat zong. O jawel, dat was Lys Gauty.

Het merk van de grammofoon weet ik niet meer.

Er stond een hondje op het etiket.

Het ligt op het puntje van m'n tong.

Mijn god, ik ben het merk van de grammofoon vergeten.

His Master's Voice. Die hond. Dat is His Master's Voice.

Dat weet iedereen. Je wordt vergeetachtig, ouwe. Je wordt gek.

Je bent gemeen.

Je bent gemeen.

Ik hou het meest van jou in dit huis. Alleen word je vergeetachtig en gek.

Laat niet merken dat je vergeetachtig wordt.

Vraag het aan mij.

Ik ben niet gemeen.

Ik word ook gek.

Begrijp je?

Die middag gaat ze haargeboortebewijs voor het huwelijk halen.

Als ze terugkomt, is ze niet meer de oude.

Haar oogmake-up was uitgelopen. Ze was verdrietig.

Of erger nog.

Mag ik je geboortebewijs zien? - Wat interesseert jou dat, ouwe gek?

Ga je mee zwemmen?

Laat het zien. Toe.

Ze is 10 juli 1956 geboren.

Over een paar dagen wordt ze 20.

Ze heet Eliane, Manuela Herta Wieck.

Dochter van Paula Manuela Wieck, genaturaliseerd Française.

Vader onbekend.

Je hebt je moeders naam.

Stoort je dat? - Nee, maar leg het uit.

Er valt niets uit te leggen.

Ga niet weg. Ik sta aan jouw kant.

Ik moet drie dagen wachten voor ik weer alleen met haar ben.

Als je oud bent, word je nog woester van ongeduld.

Ik moet met je praten. Kom bij me.

Ze gaat haar oude juf opzoeken, juffrouw Dieu.

Ze neemt de trein van drie uur.

Ik weet dat ze zegt: blijf van m'n haren. Ik ben er vier uur mee bezig geweest.

Ik breng je haar niet door de war.

Goed, je brengt m'n haar niet door de war.

Wat wil je zeggen?

Wil je weten wie de piano heeft gebracht...

...in november '55, acht maanden voor je geboorte?

Ik ben niet zo dom als jij denkt. Ik heb alle tijd om na te denken.

Nou, vraag het dan?

Wat?

Wie die rotpianola heeft gebracht? Kan me niet schelen.

Vraag het aan m'n zus. Die weet het niet. Ze was er niet. Ik wel.

Alleen ik kan het zeggen.

Ik heb je niets te vragen. Ik ga met Sirene trouwen. Klaar uit.

Stomkop.

Ik weet dat je er bent.

Hij heette Leballech. Hij was met z'n zwager. Heb je me gehoord?

Leballech.

Hij reed in een vrachtwagen van Ferraldo, Mickeys baas.

Zeg Sirene dat hij zich geen zorgen moet maken. Ik eet bij m'n ouwe juf.

Wil iemand een kopstoot voor z'n kanis?

Toen Leballech vertrok, was dat omdat hij een zagerij had overgenomen.

Die langs de weg naar Coustelet stond. - En z'n zwager?

Die heet Touret. Hij heeft een makelaarskantoor in Carpentras.

Heeft uw vader u gestuurd? - Hij is verlamd.

Kende hij Leballech?

Het is grappig, want bij m'n toekomstige schoonfamilie kennen ze hem ook.

Hij heeft hun pianola gebracht.

Weet u dat nog?

November '55.

Daar is het. Zaterdag 19 november 1955. Leballech.

Gebinthout voor Bonnet in La Fourche, schuttinghout voor Poncet, Arrame...

...pianola, Montecciari, Col de Combes.

Kijk: vrachtwagen 's avonds niet teruggebracht. Waarschuwing Leballech.

In Carpentras rijden een miljoen auto's in de weg. Ik heb barstende koppijn.

Kan ik u helpen? - Is meneer Touret er niet?

Hij is weg met een klant. Misschien kan ik u helpen.

Ik kom uit Nice en ik ben juf. Ik zoek een gemeubileerde studio. Niet te duur.

Ik heb iets voor u. Rue de l'Hubac, in het vierde.

Meneer Touret, mevrouw zocht een studio. - Goed, ik regel het verder.

Was die vent maar dood, z'n mond open vol kakkerlakken.

Het is goed. Precies wat ik nodig heb.

Alleen 800 frank per maand. Hoe ga ik dat ooit redden?

Als ze 't gezicht dat ik trek in een film gebruiken, moeten ze Kleenex verkopen.

Het spijt me. Ik kan nu geen beslissing nemen.

Ik moet erover nadenken. - Zoals u wilt.

Belt u als u een besluit heeft genomen? Dan kunnen we elkaar weerzien.

Toch?

Meneer Leballech. - M'n vader is in z'n kantoor.

Ja, lachen jullie maar nu het nog kan.

Neem me niet kwalijk. Ik ga misschien een studio bij uw zwager huren.

Ik ben onderwijzeres.

Ja, en?

Ik wilde weten hoeveel u vraagt voor een boekenkast.

Dus voor planken voor m'n boeken. - Ik ben geen timmerman.

Ik kan u alleen hout op maat leveren. - O.

Ik weet wel iemand voor u.

Zeg maar dat u via mij komt. Hij zal u niet afzetten.

Ik weet nog niet of ik de studio neem. Ik heb uw broer gezegd dat hij te duur is.

Weet u wat een onderwijzeres verdient? Nog minder dan dat.

Dat moet u met hem bespreken.

Ik weet wel waar dat toe leidt. Ik ben niet achterlijk.

Hij kleedt je met z'n ogen uit.

Vindt u het erg dat ik zo praat?

Hoe minder ik over m'n zwager hoor, hoe beter. Kom, ik loop met u mee.

In ieder geval bedankt.

Hoe oud bent u? - 20. Ik heet Jeanne.

En u bent onderwijzeres. - Maak m'n boekenkast en u zult het zien.

Goed, tot ziens.

Dat hoop ik wel.

Nu draai ik me om. Als hij me nakijkt, is hij er geweest.

Zo waar ik leef, zal ik hem vermoorden.

Als ik arriveer, wacht m'n juf al eeuwen.

Hé Stuk Ongeluk.

Als een vogelhandelaar haar zag, zou die haar in 'n kooi stoppen.

Nou, nou, wat hebben we ons opgetut.

En dan laat je me wortel schieten op de stoep.

Heb je je voor mij zo mooi aangekleed? Moet je nou toch zien.

Kom, ik rammel.

Wat verdient een onderwijzeres? - Ik kan nog wel een maaltijd betalen.

Dat vraag ik niet.

Lijk ik op een onderwijzeres?

Je lijkt op niemand.

Weet je nog dat ik een keer in Nice testen heb moeten doen?

Een stom wijf tikte met een rottypemachine op dat ik ongevoelig...

...asociaal en pervers was. Geloof je dat wel?

Nee, dat weet je. Ik heb haar... - Ik ben niet ongevoelig.

En je hebt me nog erger gebrandmerkt.

Op m'n geboortebewijs heb je ingevuld: vader onbekend.

Het is toch makkelijk voor 'n burgemeester en de enige juf van het dorp...

...om Gabriel Devigne op te schrijven. Toch?

Voor mij.

Weet je wat je bent? Een trut.

Bedaar een beetje.

Pak je je servet niet?

Ik rook niet. Behalve als ik iedereen op de kast wil jagen.

Hij is wel mooi.

Er zit nog een briefje in.

Niet nu lezen.

'Om een beetje je vlam te zijn.'

Ik vind dat natuurlijk ontzettend stom, maar tegelijkertijd ontroert het me.

Ik bedank je zo meteen in de auto beter.

Geweldig als ze rood wordt.

Waar denk je aan? - Aan jou.

Wat is er zo grappig aan mij?

Je beha schijnt door je blouse heen.

Als ik bij je thuis was gekomen, had je die niet aangedaan.

Wat zeg je nou? - Doe eens lief, voor m'n verjaardag.

Ga 'm in de wc uittrekken. - Ben je gek. En al die mensen...

Alsjeblieft?

Echt, ik doe het, hoor.

Zie je wel?

De volgende keer je kont.

Ik reken altijd met iedereen af. Positief en negatief.

Daarna staan we quitte.

Ze kan trouwens goed zoenen.

Ben je boos?

Ik heb mevrouw Dieu om zeven uur gebeld. Ze was er niet.

Ze heeft me mee uit eten genomen en ik heb een aansteker gekregen.

Die heeft flink uitgepakt.

Is die van jou? - Van m'n vader.

Kun je goed jagen? - Niet zo goed als hij.

Zou je me verdedigen als iemand mij kwaad wilde doen?

Wie wil jou nu kwaad doen?

Ik weet niet.

We horen niet zo veel meer van hem. Misschien slaapt hij de hele dag.

Misschien wil hij niet meer tegen me schreeuwen omdat ik 20 ben.

Mama, ik wil je iets vragen, maar je moet niet boos worden.

Word ik weleens boos?

Hoe was hij toen je hem leerde kennen in Duitsland?

Hij was verdwaald en had honger. Zoals iedereen.

We waren op de vlucht. Wat wil je horen?

Weet ik veel. Hoe was hij?

Je zag zo dat hij Fransman was.

Hij straalde uit dat hij gestraft was voor iets wat hij niet had gedaan.

Hij moet lager, anders kan de jongen 'm niet weghalen.

Mickey zal het leuk vinden.

En toen?

En toen wat?

November '55. De ochtend dat hij je vond toen hij terugkwam van z'n zuster.

Wat heeft hij gedaan? - Ik wist wel dat je weer zou beginnen.

Ik waarschuw je dat ik de hele boel afbreek.

Ik heb het al honderd keer gezegd. - Dit wordt de 101e keer.

Waarom is hij niet naar de politie gegaan? - Ik hield hem tegen.

Weet je zeker dat je ze nog nooit had gezien?

Ze waren niet van hier.

Doe niets. Praat er met niemand over.

Ik ben een buitenlandse. Het hele dorp zal je uitlachen.

Ik zal ze zelf opsporen en met m'n eigen handen vermoorden.

Ik wist dat hij dat niet zou doen. Het is een angsthaas en hij is gierig.

Een vrek. - Ik kreeg alles toen ik klein was.

Dat is waar. Met jou was hij anders. - Hoepel toch op met die jurk.

Je hield gewoon niet van hem. Daarom kon niets hem nog schelen.

Misschien liet je je wel elke zaterdag achter z'n rug om pakken door viespeuken.

Ik heb nooit naar een andere man gekeken. Vraag dat aan hem als je me niet gelooft.

Maar je hebt gelijk. Ik hield niet genoeg van hem om alles voor hem op te offeren.

We zullen een vroedvrouw zoeken. Ik vraag het aan m'n zuster.

Het maakt niet uit wie het kind heeft verwekt. Het is mijn kind.

Ik ga wel terug naar Duitsland als je dat liever wilt.

Luister, Gabriel. Zelfs diegene die het heeft verwekt, weet het niet.

Voor ons is het alsof hij dood is. - Dood?

Dacht je dat ik zo praatte als hij dood was? Ze zijn alle drie nog springlevend.

Ze lachen zich rot en ik mag de rotzooi opruimen die ze hebben achtergelaten.

Doe wat je wilt, maar ik erken dat kind nooit. Waarom zou ik?

Je had me moeten laten waar ik was.

Ik heb niet gevraagd om geboren te worden.

En hij zou nog hebben gelopen.

Heb je het niet te warm in die kleren? - Moet ik soms een harnas aantrekken?

Zoals altijd gaat het weer over. Ik heb alleen een beetje hoofdpijn.

Kom, klim op m'n rug.

Je zult zien dat ik mooie forellen zal vangen.

Wat zei Cognata ook weer? Wat een mooie tijd was het.

Niemand kan me wijsmaken dat het vroeger was. Ik wil dat het nog steeds nu is.

Goed. Klaar.

We laten een mooie bril maken. Wat vind je daarvan?

Dat is chic een bril.

Eliane Wieck.

Devigne.

Dat is nep. Het is voor de verzekering. Ik leg het nog wel uit.

Dat is vanwege de oorlog. Omdat mama Duits is.

Maar voor ons verandert dat niets. Helemaal niets. Begrijp je?

De Montecciari's, de Leballechs...

...de Tourets.

Als ik me hen heb afgerekend, zeg ik tegen papa:

Ze zijn alle drie dood. Ik ben genezen en jij ook.

Ik moet hier niet blijven.

Ik zweer je stappers zijn een stuk praktischer. Verdomme.

Hij was altijd m'n papa. Hij heeft me niets aangedaan.

Ik zag overal het kwaad.

Voorzichtig. Straks zaag je je hand er af.

Dat was een dikke.

Kom maar naar beneden. Zo is het genoeg. Jij bent ook overal mooi, hè?

Om op te eten.

Wat is er?

Toe nou! Wat denk je wel? - Laat me los.

Het bewijs dat hij me als z'n dochter zag, was dat hij niets zei.

Hij was uit de boom gevallen. Punt uit.

Zelfs als ze hem niet geloofde, hield hij voet bij stuk. Dus.

Ik zag je en ik had drie bochten nodig om je in te halen.

Ik heb morgen een koers. Als iedereen weg is, kom ik binnen.

Ik moet er een motor op zetten.

Heb je veel kilometers gefietst? - Voor m'n broers honderd.

Eigenlijk 50. Ik heb drie biertjes op. Maar ja, wat wil je, zo is het gewoon.

Heb jij toevallig een peuk?

Sirene zegt dat ik dom ben. - Jullie zijn allemaal hetzelfde.

Ach, beter dan achterlijk.

Waar denk je aan?

Er is een koers die ik kan winnen. - Welke?

In Carpentras. Eind juli, een week na je bruiloft.

In Carpentras? - Ja, 18 keer een rondje om de stad.

Wat is de hoofdprijs?

Een medaille met m'n naam erop en een flutfiets die Sirene verpatst.

Ik zou graag willen dat je won.

De rest van ons leven blijven we stil zitten en ik vraag me af...

...waarom ik aan Sirene, Bou-Bou en aan Cognata denk. Ik word melancholisch.

Van een ondergaande zon word je triest.

Moet je zien wie er aan komt.

Forza Italia. - E viva la libertà!

Een driewerf hoera.

En de bruidsjonker. Waar is die?

Kijk nou toch.

Het is toch niet stoer je broer kussen?

Een prachtige dag.

Ja, de zon, de muziek, het gelach om Henri IV die de clown uithing.

De wijn uit onze wijngaard. Alles was goed. Op een gegeven moest ik lachen.

Ik dacht: dit is dus mijn bruiloft. Ik ben getrouwd.

Ik had de indruk dat alles onwerkelijk was.

Het was niet echt ons erf.

Zal ik er nog een voor je halen?

Het was vlak daarna dat ik haar begon te zoeken en niemand wist waar ze was.

Heb jij Elle gezien? - Net was ze nog in huis.

O ja? Ik heb haar niet gezien.

Ik ben m'n vrouw kwijt.

Mickey ben je hier? - Nee, niet binnen komen.

Elke keer als je hier een deur opent is Mickey weer bezig met Georgette.

Heeft u uw dochter soms gezien? - Was ze niet bij jou?

Is er iets mis?

Zoek je Eliane? - Heb je haar gezien?

Vanaf het begin mocht ik die juf niet.

Het heeft nu geen zin meer om uit te leggen waarom.

Het is net zo goed m'n eigen schuld dat alles fout ging.

Is dit een bruiloft of een begrafenis? Je hebt je hele leven nog om het te berouwen.

Waar is de bruid? - Die is moe. Ze rust uit.

Later dwong ik mezelf om lol te maken. Om 7 uur was ze nog niet terug.

Met Mickey hebben we de DS gepakt om in het dorp te kijken.

Heb jij Elle gezien, Brochard? - Vanochtend toen ze uit de kerk kwam.

Aan je arm. Jullie zagen er prachtig uit.

Kijk bij haar moeder. - Die is bij ons.

Het kost toch niets?

In het dorp hadden we een ziekenoppas gevonden voor de oude Devigne.

Ik heb een goede reputatie. - Goed, maar wat is er gebeurd?

Ze wilde haar vader zien. Hij wilde haar niet zien en schreeuwde als een gek.

Ze ging toch naar boven. Een furie.

Laat me verdomme los.

Ik wil niet dat je naar me kijkt. - Alsjeblieft.

Ik heb niets verkeerds gedaan of gedacht.

Laat me los. Stomme hoer.

Ik weet niet hoelang ze zo hebben gezeten.

Ga, Eliane. Ga je moeder halen.

Ik wil je moeder.

Je zult zien.

Het zal weer zoals vroeger worden.

Ik weet het zeker.

Je weet wat ze zeggen: je moet ze niet te serieus nemen. Ze overdrijven altijd.

Ja, natuurlijk. - Die ouwe is vast gek.

De hele dag opgesloten in z'n kamer. - Ja, natuurlijk.

Toen ze ongetrouwd met je ging samenwonen, wilde hij haar vast nooit meer zien.

Dat zou jij ook doen als vader. - Ja, natuurlijk.

Zeg eens wat anders.

Ga je die koers in Carpentras winnen?

Ze is zich vast aan het verstoppen. Met haar aanstelleritis is ze net een kind.

Misschien is ze al terug.

Word niet boos. Ik zweer je dat het haar schuld niet is.

Ze kan er niets aan doen.

Ik had pijn in m'n keel. Zoals vroeger toen ik geen jankende cowboy wilde zijn.

We gaan toch een stukje taart eten.

Ik wilde terugkomen als je alleen was.

Ik dacht dat iedereen weg was.

We noemen je niet meer Eliane, maar Desirée.

Jullie kunnen allemaal de pot op.

Wat zei je tegen haar?

Ik heb zin in m'n huwelijksnacht en dat de rest allemaal onzin is.

Ze was te vrij, te dierlijk.

Hoe meer vragen ik stelde, hoe irritanter en dommer ze me vond. Een echtgenoot.

Speel je nog? Je kunt het halen, hè?

Ik had gelijk. We waren op 17 juli getrouwd en ik was haar de 26e kwijt.

Ons huwelijk heeft negen dagen geduurd, inclusief de trouwerij.

Voor de rest liep alles anders.

Eerst was er die woensdag. Bij de lunch was ze er niet.

Zei ze niet waar ze heen ging? - Nee.

Heb je het niet gevraagd? - Jawel.

Wat zei ze?

Ze hoeft toch niet steeds thuis te zijn. Ze is gewoon aan het zonnen.

Ze droeg de rode doorknoopjurk en ze had een handtasje bij zich.

Heb jij niets te zeggen? Allemachtig, ben je bang dat we je bord pikken!

Je stikt er nog eens in.

Ga je nu alweer terug?

Leg je die twee bij die anderen?

Wat zullen ze wel niet denken? - Kan me niet schelen.

Je bent geen onderwijzeres, hè?

Wat doe je dan?

Niets.

Waarom ben je naar Carpentras gekomen?

Gewoon. Wat maakt het uit.

Ik ben blij hier te zijn.

Deze keer laat hij zich gaan. Hij duwt z'n tong in m'n mond en ik kots niet...

...omdat ik bedenk hoe ik ze om beurten afmaak.

Maar de schoft geeft niets om m'n zieleroerselen.

Niet hier.

Neem je de studio van m'n zwager nog? - Daar heb ik niet meer over nagedacht.

Als je het wilt, neem ik hem.

Dat hoeft niet. - Jawel, het stelt niets voor.

Ik ga naar het kantoor.

Zullen we elkaar vanavond zien? - Dan kan ik niet.

Wanneer dan?

Ik moet dingen regelen in Nice, maar zodra ik terug ben, bel ik.

Ik beloof het.

Gedraag je.

Ik heb ook zin. Bel een taxi voor me.

Ik smeer 'm en ga alle winkels af om me te verkleden als een hoer.

Kom binnen. Niemand mag ons zien.

Ik snap er niets van. Wat moet dit voorstellen?

Niemand mag je hier zien. - Je wilde zelf dat ik kwam.

Niet zo hard.

Luister, Stuk Ongeluk.

Sommige dingen zeg ik alleen tegen jou.

Ik vertel ze niet aan m'n moeder of aan Sirene.

Zweer dat je het niet doorvertelt. Toe, zweer het.

Ik zweer het, maar wat... - Luister.

Vorig jaar toen we nog in Arrame woonde, ging ik naar een open plek in het bos...

...om te zonnen. En op een keer was ik alleen en twee kerels...

Ze hebben me verkracht. Ik durfde geen aangifte te doen.

Ik was bang. Twee dagen later kwamen ze naar ons huis en ik werd nog banger.

Ik ben ze achternagegaan in het bos. - Uit jezelf?

Hoe bedoel je? Weet je wel wat voor schoften het waren en wat ze zeiden?

Ze zouden mij en m'n moeder verrot slaan, haar haren uit haar hoofd rukken...

Ik hoopte dat ze me met rust zouden laten als ik getrouwd was.

Rustig? Op m'n trouwdag kwamen ze in het dorp aanzetten.

Ze hebben me gedwongen...

Weet je waarvoor deze studio is?

Om mannen te ontvangen. Ik moet de hoer voor ze uithangen.

Vervolgens huilt ze tranen met tuiten. Een wonder dat we niet zijn verdronken.

Als mij iets overkomt, moet Sirene dit zien.

Hun namen en adressen.

De sleutels van de studio liggen altijd beneden in de brievenbus.

Jij niet.

Alleen Sirene mag het weten.

Het moet hier blijven.

Als je op een dag hem dit alles moet vertellen...

...zeg hem dan wat ik het het allerergste vond...

...dat wat ik op de middag van m'n trouwdag moest doen.

Kwel jezelf niet zo. - Wat wil je?

Sla niet zo een toon aan.

Vraag haar naar die babykleertjes die ze aan het breien was.

Als je me slaat, zie je me nooit meer. - Waar kom je vandaan? Nou?

Het kan me niet schelen als je me slaat.

Ik ben m'n hak verloren. Ik loop mank.

Ik was winkelen in de stad en miste de bus, anders was ik al thuis geweest.

Heb je niets gekocht? - Ik heb niets nodig.

Ik wilde weg. Met je moeder en je tante krijg ik rimpels van het lachen.

Knoop je jurk dicht. Ik ben het zat.

Kom, we gaan terug.

Ik heb ook genoeg van die jurk. Ik draag hem niet meer.

Eet wat, of hou je soms niet van m'n kookkunsten?

Goed geraden, m'n moeder kookt beter. - Als je in verwachting bent, moet je eten.

Ben je ook uitgebreid?

Ben je je tong kwijt? - Ik ben twee kilo aangekomen.

En dan sarren ze me omdat ik niet eet.

Wat ik het ergst vond, was dat ze me behandelde als een sukkel. Wat ik ook was.

Hier, een lap voor je moeder om schoenen te poetsen.

Was die baby een verzinsel?

Ik praat tegen je.

Ja, je praat tegen me.

Was het een verzinsel? Nou?

Ik weet niet meer wat ik zei. Dat ze moest antwoorden.

Dat ze een slet was en niet zoiets had hoeven te verzinnen om te kunnen trouwen.

Het is afgelopen. Kalmeer.

Jij was nog wel de rustigste. Ik herken je niet meer. Echt niet.

Je hebt zelfs haar borsten geslagen.

Hij wist niet wat hij deed. - Inderdaad.

Die nacht werd ik geroepen voor een bosbrand bij Grasse.

De hele zomer werden we elke week wel opgeroepen...

...maar voor het eerst was ik blij om te gaan.

De volgende dag kwam ik pas thuis.

Tot ziens.

Morgen kan ik je partner nog niet zijn. Ik bak er niets van

Voorzichtig. Het doet pijn.

En hoe ging het? - Het brandt nog steeds.

Hele stukken zijn platgebrand. - Het was op het nieuws. Allemachtig.

Ik ga douchen en slapen.

Het maakt niet uit wanneer die baby komt.

Ik kan gewoon niet tegen leugens.

Ik heb het idee dat je van alles voor me verbergt en dat maakt me gek.

Als ik iets voor je verberg, is het niet wat jij denkt.

Ik hou van je.

Misschien wek ik een andere indruk, maar ik zal je altijd trouw blijven.

Echt waar. - Wat verberg je dan voor me?

Als ik het iemand vertel, is het aan jou.

Dat zweer ik.

Het derde rondje. Op kop: Arabédian, Majorque, Terrazzi, Montecciari...

Opgelet voor de sprint.

Montecciari, Montecciari...

Vanaf het zesde rondje won Mickey elke keer de sprint.

Hij versnelde elke keer achter Terrazzi, die snel gaat.

En ging hem in de laatste meters voorbij.

Vandaag gaan we winnen. - Dat wil ik ook.

Toen werd hij gelost op een steil stuk. In het gedrang raakte ik Elle kwijt.

Schuif op.

Nu ga je me wat dingen uitleggen. Waar ben je naar op zoek?

Ik? - Ik sprak m'n oude baas laatst. Ferraldo.

Ja, en? - Je bent er een van Devigne uit Arrame.

Waar de stuwdam is gebouwd. Vorige week ben je met een Montecciari getrouwd.

Ik trouw met wie ik wil. - Daar gaat het niet om.

Ik weet niet wat er bij je ouders is gebeurd toen wij die pianola vervoerden...

...maar ik en m'n zwager zijn er niet geweest.

Heeft u niet de pianola met uw zwager naar Montecciari gebracht?

Ik begrijp het niet. Laat me gaan. - Ik zal je het hele verhaal vertellen.

In november '55 heb ik de zagerij gekocht. Dat kun je nagaan.

Die dag ging ik er met Touret heen.

Ik zei niets tegen m'n baas en gaf de vrachtwagen aan twee vrienden mee.

Ze zouden 'm 's middags leeg terugbrengen, maar kwamen pas na elven terug.

Weten jullie wel hoe laat het is?

We hadden pech.

Dat was Pamier. Het jaar daarop kreeg hij werk in Avignon.

De andere was Fiero, een Italiaan die een barpacht in Marseille.

Hij begint me de keel uit te hangen. - Hem ken ik van gezicht. Een schurk.

We noemden hem Rostollan.

En nu ophoepelen, verdomme. Vooruit, wegwezen.

Stelletje zakken.

Ze hebben die piano niet eens afgeleverd. - Dan brengen wij 'm even.

En dat hebben we gedaan.

Geloof je me niet?

Ik ben misschien geen onderwijzeres, maar m'n hoofd zit er niet voor de sier op.

Waarom zou ik dit vertellen? - Dat vraag ik me ook af.

Hoe weet je dat de vrachtwagen bij m'n ouders is geweest? Er is niets bezorgd.

Dit is niet de eerste keer dat ik hiermee word lastiggevallen.

Tien jaar geleden, in de jaren '60 heeft je vader dezelfde weg afgelegd.

Wie? - Je vader. Gabriel Devigne. De bewaker.

Vraag het hem zelf.

Ik geloof het niet, vuile klootzak.

Ik heb lang naar Elle gezocht, toen ik haar zag leek ze een slaapwandelaar.

Inderdaad, een slaapwandelaar. Dat dacht ik toen ik haar zag.

Wat is er met je aan de hand?

Zo.

Blijf maar rustig zitten. Verroer je niet.

Ik durfde niets meer tegen haar te zeggen. Ze was apathisch en afwezig.

Ik heb niet eens gehoord wie er won.

Montecciari. Montecciari.

Laat me.

Het is vast een zonnesteek.

Of iets verkeerds gegeten. - Wat is er met haar?

Kom naar boven. Wat is er? - Hou je kop.

We kunnen elkaar niet eens verstaan. - Kom. We gaan weg.

Zeg iets.

Alsjeblieft.

Je broer heeft gelijk. Laat haar vannacht hier.

Kortom, zo is het min of meer gegaan.

Wie kan zeggen hoe de dingen gaan? Iedereen ziet maar een deel.

Voel je je niet lekker? - Jawel.

Ik ben rond twaalf uur weer terug. Drink je chocolademelk op.

Ik heb geen trek.

Wat erg. Ik zie je nooit nagelbijten.

Ik ben niet achterlijk.

Ga naar je werk.

Blijf beneden, ik doe toch niet open.

Alsjeblieft, doe open. - Nee.

Ik moet met je praten.

Heb je pijn?

Laat me binnen. - Wat wil je dan zeggen?

Ken jij Leballech inderdaad?

Leballech?

Je krijgt de deur toch niet open. Vooruit, ga weg.

Hou op. Laat dat. Leballech heeft er niets mee te maken.

Dus het is waar.

Heb je hem gezien?

Ik ga een bijl halen.

Ik heb Leballech gezien.

En Touret ook.

Wanneer?

Je was negen jaar.

Toen ik de piano had opgespoord.

Ze hebben gelogen, ook tegen jou.

Nee, ik had al zaken gedaan met Leballech.

Nog voor je moeder was verkracht. Ze zou hem hebben herkend.

Waar ben je naar op zoek? Wat wil je?

Wil je weten wie van die drie schoften je vader was?

Maar jij bent mijn vader.

Jij bent mijn vader.

Waarom zeg je dat soort dingen?

Jij wist waar ze waren en wie ze waren.

Waarom heb je het niet gezegd?

Waarom? Waarom?

Zodat ze me de kop afhakte?

Kom dichterbij.

Weet je nog dat ik op zaterdag naar m'n zus Clemence in Puget ging?

Maar ik ging niet naar m'n zus Clemence.

Ik kom met de bus van 7 uur terug.

Fiero, het was juli, in Marseille.

We zijn gesloten. - Een cognacje maar.

Nee, het is al te laat.

Goed dan.

Pamier was drie weken later in Avignon.

Is daar iemand?

Rostollan was in september, nogmaals in Marseille.

Wou u een taxi?

U laat me wel op een rare plek komen.

Waar gaat de reis heen?

Je kunt nu alles aan de politie vertellen.

Het kan me niet meer schelen.

Ik ben niets meer.

Ik heb het voor jou gedaan. Ik zou alles voor je doen.

In de wijnkelder, in de voering van m'n jack...

Ga kijken.

Ga kijken.

Caféhouder neergeschoten in...

Ik heb altijd gedacht dat als ze dood zouden zijn, alles werd zoals vroeger.

En kijk, ze zijn al heel lang dood.

En toch is alles kapot.

Was je gisteren ziek?

Voel je je weer beter?

Wil je even binnen komen?

Waar ga je heen?

Wat deed ik zo-even?

En vanochtend?

En gisteren?

Het is vast weer zo'n nare droom.

Ik weet heel goed wanneer ik 'ik' ben en dat is nu.

Ik ben niet achterlijk.

Sirene zoekt weer z'n vrouw.

Heb je haar gezien? Is ze met de bus vertrokken?

Nee.

Vind je het grappig mij zo te zien?

Sirene, niemand wil zich doodlachen. - Ik heet niet Sirene.

Schep je op dat jij haar als eerste had? - Geen dingen door de war halen, degene...

Ben je niet goed bij je hoofd?

Ben jij gek geworden?

Hou op. - Hou hem vast.

Er liggen twee tanden uit. Doe iets. Bel de politie.

Nee, zie je niet dat hij buiten zichzelf is?

Ze is gevonden. - Waar?

Ze ligt in een ziekenhuis. Haarjuf hangt aan de lijn.

Sirene heeft twee tanden bij Massigne uitgeslagen.

Dan houdt ie voortaan z'n grote bek.

Niet over de telefoon. Ik wil je zien. Weet je niet wat ze haar hebben aangedaan?

Wie? Leg uit.

Je kunt haar morgen zien. Ze slaapt. - Vertel wat er met haar is, verdomme.

Ze weet niet eens meer wie ze is. Ze zegt dat ze Eliane Devigne heet.

Dat ze in Arrame woont en negen jaar is.

Ik kom eraan.

Ga je eerst omkleden. - Waarom?

Ik vertrek meteen met de DS.

Wat ga je doen?

Er is bezoek voor je.

Deze meneer kent je.

Hij kent je papa.

Kijk wat een mooie bloemen hij heeft meegebracht.

Als je iets wilt hebben, breng ik het.

Ik zou m'n zilveren hartje willen hebben, en m'n bril.

En ik zou graag...

Wat? Wat zou je willen?

Meneer is een goede vriend.

Hij brengt je papa met de auto hierheen. Binnenkort.

Dat wil ik graag.

Dat zou geweldig zijn.

Kom, we moeten gaan.

Tot ziens, Eliane.

Ik had u gewaarschuwd. Wees verstandig.

Ze blijft toch niet altijd zo?

Dat kan toch niet. - Ze is 20. Dat is haar grootste troef.

Ik moet iets uitleggen.

Uw vrouw is al heel lang mentaal in de war. Misschien al jaren.

Een neurose die langzaamaan verergerd is.

En die neurose, als gevolg van een onverdraaglijke emotionele shock...

YLF-Vertalingen: Corina Blank NN1

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.