Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Moet je daar zien.
Admiraal? - Dat zijn apen zoals in Afrika.
Juan, Esteban, hou je kruisbogen klaar.
Laat je wapens zakken. Het zijn mensen.
Wapens neer, zei ik.
Hen heeft Marco Polo niet gezien. - Hij kent de Indiën niet helemaal.
We bevinden ons vast in gebieden die niet van de Grote Khan zijn.
Hun huid is niet licht of erg donker. Wat bizar.
Dit is de breedtegraad van de Canarische Eilanden.
De mensen daar hebben dezelfde huidkleur.
Zij waren gevaarlijk tot ze leerden wie de baas was.
Ik vraag me af hoe deze mensen ons zien.
Admiraal?
Ik denk dat ze goud dragen.
Probeer uit te leggen dat we in vrede komen.
Ik begrijp z'n ogen beter dan z'n tong.
Hij denkt dat we uit de hemel komen.
Goud, admiraal.
Federico, breng me 'n belletje. - Ja, admiraal.
Pak de zakken.
Goud.
De eerste uren en dagen bevond ik me in een ware extase.
Het leek wel of we Eden herontdekt hadden.
Dit was Cipango of Cathay niet
en er viel niet meer te rapen dan enkele gouden kleinoden.
Maar we betwijfelden niet dat we de rijkdom van de Indiën zouden vinden.
We hadden zuiver water nodig.
En op 13 oktober stuurde ik mijn bemanning landinwaarts.
Ik begon al te vrezen dat deze hier heel schaars waren.
Hopelijk weten ze dat we uit de hemel komen.
Water.
Ik heet Martin Pinzon. - Guamiquina.
Tot straks. Rodrigo en Esteban, kom.
We hebben geluk.
Even proberen.
Juan, Ocampo en Arias, kom hier. - Water.
Vraag waar de stroom ligt. Zo besparen we tijd.
Inderdaad. - Water? Waar is het?
Ze verzamelen regenwater. Het is ze vast kostbaar.
Het zijn erg aardige mensen.
We bleven maar 2 dagen in San Salvador
omdat we onze zoektocht naar rijkdom zo snel mogelijk wilden voortzetten.
Zet koers richting zuidwesten naar Cipango of Cathay
of wat er ook tussen mag liggen.
Deze twee gaan met ons mee naar Cipango als gidsen en vertalers.
Ik zal me dagelijks met ze bezighouden.
Ik heb hen gekozen omdat ik denk dat ze onze taal aanvoelen.
En jij voelt hun taal aan, De Torres.
Dat is afwachten, maar ik doe m'n best.
Deze man noem ik Jorge en dat is Diego.
M'n oudste zoon heet Diego.
Het ene eiland is al mooier dan het andere.
We noemen dit Santa Maria de la concepción.
Het grote eiland waarover ze het hadden.
Zoals ze het beschrijven, is het misschien helemaal geen eiland,
maar een deel van Azië.
Kruisbogen klaar.
Niet schieten.
De andere zal ook vluchten nu hij weet dat er toch geen straf volgt.
Met geweld kunnen we hem niet overtuigen.
Overtuigen? Het zijn amper wilden.
Wij delen hier de lakens uit.
Wacht in mijn kajuit, Catillo. - In orde, admiraal.
Waarom? - Hij had het aldoor over Guanahani.
Hij wou terug. - En Diego?
Dat weet ik niet.
Hou hem in de gaten, De Torres. We hebben hem nodig.
Als admiraal van deze vloot duld ik van niemand zulk brutaal gedrag.
Is dat duidelijk? - Heel duidelijk.
U geeft te veel om die wezens en te weinig om de rijkdom die we zoeken.
We vinden goud. Het is overal.
En die wezens zullen we bekeren.
Ferdinand wil rijkdom, hij is niet op de zielen van wilden uit.
Hij krijgt ze allebei. Tot ziens.
Onze zoektocht bleef zonder resultaat
en Martin Pinzon baarde me almaar meer zorgen.
Ik zie een riviermond.
Stuur enkele mannen aan land.
Pinzon wou koste wat het kost goud vinden
en het verbaasde me dan ook dan hij niet met ons meeging.
Admiraal? Kunnen we hier even rusten?
Dat lijkt me hoog tijd.
Er is in Europa niks wat we met deze schoonheid kunnen vergelijken.
Een nieuw land en een nieuwe hemel.
Admiraal?
Als dit Cathay is,
is het dan niet bizar dat Marco Polo over zo'n uniek gebruik niks wist?
Admiraal?
Admiraal?
Pinzon is er vandoor.
Hij heeft ons in de steek gelaten.
De verrader. Hij liet ons hier in de steek en ik kon niks doen.
Hebzucht en jaloezie liggen aan de basis van z'n verraad.
Toe, admiraal. - Ja, het is verraad.
Hij verfoeide me van bij het begin. Hij wil goud en glorie voor zichzelf.
Moge de beste winnen.
Ik zette koers via het oosten naar het zuiden naar 't eiland Bohio.
Een stevig windje.
Hopelijk kunnen we morgen al goud gaan zoeken.
Dan zijn we de gelukkigste zeemannen ooit.
Ik neem dit eiland in bezit in naam van de meest katholieke Hoogheden,
de koning en koningin van Spanje.
Ik doop het met de naam Hispaniola.
Guacanabo was de absolute leider van dit deel van het eiland.
Hij had gehoord dat er bezoekers waren uit de hemel
en wou ons komen begroeten.
Hij gedroeg zich met een aangeboren gratie en met waardigheid.
Het goud waarmee hij ons overlaadde, kwam van 'n plek landinwaarts, Cibao.
Het klonk me in de oren als Cipango.
Misschien was ons doel eindelijk binnen handbereik.
Brood? Is dit brood? Lekker.
Jij bent heel mooi.
Drinken.
Drinken maar.
Weet je welke dag het vandaag is? - De dag voor Kerstmis.
Verontschuldig ons. We zijn hier om de heidenen te bekeren
en niet andersom.
We vierden kerstavond aan boord.
Sommigen dronken er lustig op los.
We zeilden richting oosten, dichter naar het dorp van Guacanabo.
Pedro, wakker worden. Jij hebt de wacht.
Pedro, ik kan me niet wakker houden.
Neem het roer even over. De zee is rustig.
Ik moet m'n ogen sluiten. - Niet voor lang, hè.
Riquelme, wakker worden.
Doe iets. We hebben iets geraakt. - Durf me niet te verraden. Rot op.
Strijk de zeilen.
Ga de schade opmeten.
Het spijt me. - Spijt het je?
De Santa Maria zinkt en jij hebt spijt? Wie had er de wacht?
Fernandez. - Dronken dwaas.
De bodem is naar de haaien.
Red wat er te redden valt.
Ik dacht dat ik je nooit meer terug zou zien.
Jij bent alles waar een man van droomt.
Zonder Guacanabo en z'n mensen waren we nu alles kwijt.
Torres?
We kunnen u nooit belonen voor wat u voor ons gedaan hebt
in tijden van hoge nood.
We zijn u erg dankbaar.
Hij zegt: Wat van mij is, is van u. Wees niet bedroefd.
Alles komt in orde.
Ruiz, kom hier.
Ik wil de bemanning spreken.
Bemanning, hier komen.
We noemen deze plek La Navidad
ter ere van de geboorte van Onze Lieve Heer.
We moeten het zinken van het schip als een zegen beschouwen.
Nu zijn we gedwongen om mannen en voorraad achter te laten.
Elke officier en elk bemanningslid moet voor zichzelf uitmaken
of hij wil blijven of mee verder wil. Ik tracht je verzoek in te willigen.
Met hoeveel wil je vertrekken? - 35 tot 40.
Wanneer kom je terug? - In de lente.
Elke man die meereist, gaat gebukt onder 'n enorme last.
Als de Pinta zinkt en wij het thuisfront niet meer halen,
dan hoort niemand over onze ontdekkingen.
Ik wil voor Nieuwjaar vertrekken. Er is werk aan de winkel.
Dat was alles. - Je hebt hem gehoord. Aan de slag.
Riquelme en Pedro, wacht even.
Jullie waren dus te dronken om het schip te besturen.
Je hebt het roer aan Vallejo overgelaten.
Je verdient de dood,
maar deze expeditie heeft nog geen mensenlevens geëist.
Maar ik wil niet dat jullie nog mee verder reizen.
Scheer je weg.
Torres?
Jij en je volk zijn te goed voor ons.
Coana, ik hou van je.
Cathay. We hebben al het goud dat er hier te vinden is,
maar blijf zoeken. Rodrigo, jij gaat met mij mee.
Esteban?
Pinzon vond ook goud.
Hij dwong de indianen tot arbeid en vergreep zich aan hun vrouwen.
Sommigen waren voor hem een vorm van vermaak tijdens de lange reis.
Pak haar.
Hebt u orders? - Het fort moet versterkt worden.
Het gaat goed. - Die indianen verbazen me.
Ze plunderen helemaal niks.
Ze tot ons geloof bekeren wordt 'n koud kunstje.
Ik wil enkele indianen mee naar Spanje nemen.
Ik wil graag in La Navidad blijven.
Ik wil deel uitmaken van dit nieuwe land,
weg van al die beroering die me al m'n hele leven teistert.
Nieuw land, nieuwe hemel.
Toen het fort in La Navidad helemaal op poten stond,
zeilden wij richting Spanje.
Ik dacht dat jij zou blijven.
Wat moet m'n zeurende vrouw dan?
Zonder jou kan ze niet zeuren, hè.
Jawel, hoor, hier vanbinnen zou ze zeuren tegen de sterren op.
Kijk wat ze aan boord brengen.
Nog een papegaai die zeurt.
Wij zijn duidelijk in de minderheid.
Dienaars in overvloed.
Kom snel terug. - Tot ziens.
Succes.
Groet de Cacique.
Zo weet hij dat hij ons te vriend moet houden.
Kanonniers,
hou de kanonnen klaar.
Afvuren.
Ahoi, schip in zicht.
Ik zie de Pinta.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.