All language subtitles for Sil de Strandjutter Aflevering 1 [CiMHNAnuO6s]

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

MUZIEK.

Sil.

Wat is er, mijn vang?

Sil, mijn buik.

Dat was een hand op mijn buik.

Toen die ik bijn, die zei al de bijn als toen...

toen ons lopke z'n kom.

Sil.

Je hebt gedronnen, vankies.

Sil, het was geen droom.

Het was een dek.

Shit.

Ik weet het zeker, Sil.

Ik zal nooit meer een kind kunnen krijgen.

Je moet meer op goed vertrouwen, vankies.

Dit is jouw schotsel.

Ik heb het zo gevoeld.

Probeer nog met het slapen.

="Dxic Screen="Drav0 Show. 688000HB. Water Camus

MUZIEK

MUZIEK

We ris van ons op strandjak.

Braat mensen, kom uit.

Misschien.

We gaan het eens dien.

Ik slaal vast de hos voor het kad.

Stij jij het brood maar al vast.

Nu toch wel bijzijf.

Maghouden ook uit, moeder?

Ja, straks.

MUZIEK

Hier, je brood.

Het is jouw lijkt, de man.

Gip jij de prister in voren?

Het gaat de spinnen van plaar komt.

Laas, jij doen we erover.

Ik doe het wel.

Ik ga jij nog binnen, of ik je kou vatten.

Hoor, hoor, hoor, hoor, hoor.

Mogen we helpen, moeder?

Ja, wat hebben we gezegd?

En lopen je de drak in met je schoenen klompen.

Als je helpen wil, hopten we wat par.

Goed jongens, wou.

Zie je wel?

Je kan het niks par.

Nou, nou, nou, kallen manen jongens, al de schaarje weer in de wedtook.

Jelle trekt schreef zo kondt het.

Dat is niet waar.

Brood, jong.

Is het nou uitverlaart, ga weg.

Wat?

Weinig.

Kom, kom...

Zbilir, is er een considered.

rien Famus, ik door Idaho.

Ik denk ik!

Wat laatst, van deze te verdienen?

Hoe weet je dat, man?

We misschien zitten wel een vast collega boord, dit is als drie jaar geleden.

Meet je nog, Charles, man.

Ah, man, ah, wat ben ik toen zat geweest?

Ik ees, kun je bent niet naar komen?

Hij is massig, het is een andere stukje.

Die gaat er kapot.

Hey!

Die leidbaar, die gaat er kapot.

En die rennet mogen gewaarsd in de west naar oor.

Die rennet mogen niet schilderig, die is ook kapot.

Die was er gek.

Hey!

Wat dan?

Die herde doordkant.

Die slaat er pas tegen de rocht, de vrede ze dan!

Ingek!

Go!

Ah!

Ah!

Ah!

Ah!

Dit is een vriezen.

Ik ben even leven wagen, maar dit is een vriezen.

Tof schilderig!

Nou, zij ik het niet.

Zij krijgt geen zin.

Wat een gr望ез!

Heich, zij is het toch?

Nou,ломs schilderig.

Het is altijd sig!

Als moet ik het al leathervoorten.

Dat is voor de ene die je redt!

Dat blijven de heerde van Westen al met een mooie rennetpoen!

Ach, man, die komen natuurlijk met de laatste hoogste tijd!

Vraagsel!

Kom!

Nee!

Goed zo'n cel!

Doorgaalsel!

Doorgaal!

We gaan inweer!

We doen het niet houd!

Woooo!

Moet jij niet te moeten?

Nee, ik wacht dat vader terug is.

Mag schrikken zaken?

Wel zeker.

Jij denkt zeker dat het zondag is?

Vraagsel!

Ga schoud tegen je lads zeggen dat het tijd is om een schuld te gaan!

Jellen, het is tijd voor schoon!

Vraagsel, daar heb ik je niet nagedacht!

Kerel, wat dag daar is dat nog geweest?

Ja, wat zei je?

Het was een goeie voor die vrouw, als ik ze op de aardkarm.

Ik zou ervoor dit kit.

Jij is een jiker, die je nog droog gebleven.

Mij mij elkaar gaan, hoor!

Als de moeite waard is dan deel er weg!

Kom op, wat was?

Hij heeft hij toch nog z'n beetje?

Dat mag niet neud houden.

MUZIEK.

Weet je wel, hoor!

Kom op, wat is dat?

Waar?

Wat is dat?

Wat is dat?

Wat?

Trijk!

Trijk!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Hoi, hoor!

Zo jongens, en nu naar school, jullie.

Als je...

Jellers, goed die deur die.

Ja.

Jelkeer, we zijn waarschijnlijk met wat bijzommers naar huis gaan doen.

Wat is dit?

Zeg, wist.

Leefst?

Ik ga wat erog z'n trekken.

Is het dood?

Nee, hoor, zeer man niet.

Zeg, ga eens houden aan, als we hier doen vages wat kleertjes te leven.

Kleertjes voor een vamke.

Vraag het gaan, had?

Je is die wel heet genoeg, Jake.

Vamke, jaakje.

Vamke.

Deze schoonhanddoek, dat kan waar een vijf.

Er was een vrouw in die schloep.

Die is dood.

De moeder?

Denk ik.

Zo kom bij, is het?

Zo kom bij.

Ja, ik.

Als het blijft leven, krijg je de heren van wester het nooit uit onze handen.

Dat beloof ik je.

Kijk eens aan.

Wie wat we waar hij heeft, wat.

Wat een doodje.

Wat een liefde.

Poppij, mens, mens, wie had zo wat kunnen denken.

Zart, jongens, jullie naar school toe.

Kijk eens, kijk eens, maamke.

Dat is vast een heel liefde in het jubeljouw.

Ja, wacht, wacht.

Nou ja, nou heb jij toch een dochter.

Zij hebben er nacht.

Kom maar.

Wacht, mag het wel wezen.

Nou, toch zeker drie al vier.

Is het wel droog genoeg?

Zal ik het eens lekker warm vrij?

Nou, kijk, nou, het is die klein of voetjes.

Wat zal Jordop kijken als die terugkomen?

Niet allemaal tegelijk, mensen.

Heb je hem om de dokter gehaald?

Ja, ik had dat z'n heel straks voldoen.

Als je het maar houdt, maar.

Ja, daar zijn we het ervoor.

Ja, zeker.

De familie kan het opijsten.

Als de ouders dood zijn?

Dan kan je zil nog niet.

Er is een brief onderweg naar de Zwitserredereij om inlichting over haar.

Maar zij kan er niet in een geval voor lopen gegeven worden.

Schikt het u een morgenvroeg om 9 uur te begraven, is Domenie?

Ik zal aanwezig zijn.

Al wel ik weet niet tot welke kerkze behoort.

Dan wordt ze dus aan de noordzijden gegeven.

Ja.

En drofferen van middag om 4 uur dan kunnen wij je op het kind praten?

Als je hem even oor het melkje weggen bent.

Ja, kort.

Goedemorgen.

Zil van pijt.

Het heb ik twee weken geleider aan de Secretaris ook overtuigd.

Ja, u vader heeft het pijt.

Maar die had al zeker wel een achternaam.

Droeverger.

En toen al niet net als of je het aan die weet.

Het is een goed als ik weet dat jij er zon van die spouwers bent.

Ja, goed, maar dit is allemaal officiëw.

Ja, ja, dat zie ik wel aan je gezicht.

Waar is de Secretaris?

Bij de burgemeester.

Jullie van West weten altijd de smoeg.

Welstuur hem na maar even als die even niet bij de burgemeester is.

Net wat je wilt.

Maar dan houdt u er dan wel een regent niet mee dat het kind

u ieder ogenblik door de vochtij eraad kan worden afgenomen.

Schrijven-tannie, man!

Of heb je een decat-scover jouw in geen leven en schrijven geleerd?

Nee.

Dan moet u me niet beleider, je moet je troffer.

Ik doe mijn plicht en anders niet.

Jij is goed aan mijn laagster.

Dat is de terterkerg dat jij hier bij me bent.

Ik heb hust wel iets anders te doen dan we de ooriel die amptenaren gedoerd

bloedt onder mijn lagens van dante laten halen.

Schrijven jullie dat warm, alweer nog niet!

Maar omdat hij net als gedriftigd,

ik kan het ook niet zo doen om de regent gegeven te schrijven.

Maar wat zei je dat man!

Is dan ook berg de tweede?

Volgens de regent geef als een geen vrouw aan boert en ook geen kind.

De bemanning bezond uit acht kopen, de kapitein meegereken.

We hebben het al net overzijken.

Nou ligt ze aan de noordzij die armenvrouw.

Sonder een behoeilijke begraven is.

Ze zijn niet achter de familie naam kunnen komen.

Ze weten zelfs niet hoe ze aan boert gekomen is.

Hovertal eens, sind?

Dat ze 38,5%.

Maar er is iedereen die weet of die kapitein is.

Die was ongetrouwd.

Nou, het is te beter.

Niemand weet wie het kind is.

De redenrij die we van het verzeer of zijn.

En zeer een jak die zijn bereid om een eide alleen voor het kind in zorgen.

Ja, zorg het.

Kun ik voor je doen ze, heel?

Ik kom daar kind in schrijven.

Ja, maar dat gaat zomaan niet.

Waar is het, man?

Ja, ik weet net zo goed als ik.

Dat is tijd soms eigen tochtend je lopke.

Plak naar de gebouwte om middelijke storf is.

Als je nou ziet hoe de vrouw dit kind vertrouwd is.

En...

...geman weet jij veel.

Weester.

God geeft en God neemt.

En God geeft opnieuw.

En dan zeggen jullie mensen van West, he, God, wacht die ze even, dat gaat zomaan niet.

Als ik nou op een strand een vrachtje houd vindt.

Die ben zo eerlijk het na een strand van de rij te brengen.

Dat heb ik recht op één derde van de waarde.

Als ik nou een kind vindt.

En ik heb het eten, de kost, kleren, alles.

Dan heb ik geen enkele recht.

Heb ik dat bedacht?

Dan kan ik een van je aanhoud wel een familie opkomen, die dit kind opheist.

Dat zal lang kan er aan de rump, in de weg, tussen twee.

Als je ervoor gesurrecht heeft, dan kun je voor de kleding en de kost naar vergoeding krijgen.

Moet geen vergoeding!

Ik voel dat dat kind naam heeft.

En dan onze naam.

Nou, wacht m'n ik.

Welt in Sikha?

Nee.

MUZIEK.

Ik mag het kind in het schrijven.

Maar ik moet er normaal zo bij, ze hadden er geen enkele recht aan kunnen ontdelen.

Je ziet wel even wel.

Wil je dat het kind heet verlogen?

Lopke.

En niks verlogen.

Lopke droeverker.

Lopke droeverker.

Goed zo, Lopke.

Goed zo.

Hey, Lopke.

Ik heet.

Lopke.

Ik heet.

Lopke.

Keteltje.

Dik van.

Dit is mijn oor en dat is mijn kijk.

Als het water koopt en roep ik luidt, deel mij op een schrijvenwijk uit.

Even buurten of storen we?

Nee, zeker.

Ga naar binnen mensen, de kopje staat op het vuur.

Kom maar, niet voor wat jij zegt.

Maar afsland doen we het ook.

Nee, zeker niet.

Ik weet nog goed dat mijn jord de laatste keer uitvoer.

Ja, dat is nou 30 jaar geleden.

Ga jij nog maar lekker.

Ga naar binnen, Horne.

En lekker, ja, even blijven zitten.

Kom, Lopke.

We hebben wat meegebracht.

Niks bijzonder, hoor.

Maar dat hoeft toch niet gewoon.

We hebben als zo'n klamp te duur zat die stil.

We kunnen het wel zelf voor het kind zorgen.

Ja, ja, dat weten we ook wel.

Zo is het toch niet verdoeld?

Maar al een kleine beetje, zelf, per zij er meer.

Het is ook een inzicht.

Hij is niet...

Oh, kijk, nou is, kom eens hier, Lopke.

Kijk, nou, dat kopje.

Kom wel een fanke van ons, Eiland, WZ.

Wat zeg je nou?

Jok, die kun je komen kan lopen.

Ook mijn mama ook, maar ook de sneller.

Wat zegt ze nou?

Ja, ik weet het ook niet.

Kans al een paar woordjes dit, de land.

Ja, tegen zil, zeg, zal paar.

En ik ben dan te gonnen.

En dat is dan te zeker.

Seken van Jord zeg maar.

Jord, jord, jord.

Als Jord dat de horen kon zien,

wat zou die genieten?

Ja, het is goed.

Laat me niet langer ophouden, want het werk kan niet wachten.

Ik wacht als zo lang.

Nou, bedankt door, lieve mensen.

Het is veelste gek.

Dag, gewoon weer dag, zeker.

Jord!

Ja, ja.

Jord.

Nou, Jord was de man van zeker.

Net zo'n zil, de man is van, hè.

Je niet bemoeden?

Ja.

Nou, en Jord, die voeren op een schip, hè.

Die was zeeman, die was op zeen.

Net zo'n...

Die voeren dus op een schip.

En dag ging je vaak heel lang weg.

Soms een half jaar en soms een jaar.

Maar ik kom je altijd weer terug.

En op een keer, zo 30 jaar geleden,

door hier ook weer weg.

Maar er kwam je nooit bezig.

En voor dat die wegging zet die tegenzijken,

de mens kiezen weg,

maar de heer bestuurt ze gaan.

Nou, en nou denk ik, zei ik nog steeds dat de heer,

Jord, weer een keer je naar de terugstuurt,

dat blijf ze maar geloven,

zei ik eens, sielig.

Jord, sielig!

Dat wil jij laten rijken?

Ik hoor het laatste kapitijn.

Ik stuur me om.

Heet, kijk eens hoe dat geëurt hebt.

Hoor, ik ben jullie.

Ha!

Ha!

Ha!

Je hebt het uit.

Jellem, viet je en hij een keer in.

Kom mee, helpen.

Ja!

Elke pasje!

Hoi, is er heel?

Nee, no, maar he!

Heb je al wat een tweede gehoord?

Nee!

En er ben een keer dat je zegt best tevreden, nee?

Nee, ook een pijpje.

Nee!

Maar dat zo!

Nou, het is de beste lief, we zijn het je.

De vrouw is de gek mee.

Domeneer hetzelf wel, hoe ja, na de dood van ons dochtertje,

treurig was omdat er nooit meer een kindje wel komen.

We beschoren het een beetje als we ons zeggen.

Geschenk van de heemel zeg maar.

Hoe lang is dat al hier?

We eens kijken.

Dat is nu ongeveer sinds eind of ember.

Het is nu half maart.

Dat is zo wat 14 weken.

En de gemeente heeft het hier geschreven onder onze naam.

Lopke droeverer.

Dus ik dacht zo, als de domeneer tijd heeft zondag of de zondag erop,

wil het wel best laten doppen.

Dat kan ik me begrijpen.

En het valt ook in je te prijzen, ziel.

Maar daar is echt nog wel wat meer over te zeggen.

Zal ik dan vanavond even bij de domeneer langs komen?

Het lijkt me beter dat ik me jullie kom,

want ik wou de vrouw er ook wel graag bij hebben.

Een ure vacht vanavond?

Ure vacht.

Dat komt goed uit, domeneer.

Dan zijn de kinderen net de bed.

Tot vanavond dan.

Vader, je hebt op geloof dat ik maar geloof dat het kalf komt.

Dat doet me eens, is het morgen vroeg.

Morgen wil je de stalt slapen.

Nee, trouwens als de domeneer je zo ziet, maakt die meteen een rechse ontkeerd.

Morgen wil ik nog even genacht zeggen.

Heb je jullie nou drie keer gedaan?

Dan vroeg ik je dan.

En dan heb je te bedsteen.

Wat komt domeneer doen?

Niks, komp je domeneer, ze dan naar uit, snopp en dan.

En dan is het nog wel goed.

En dan is het nog wel goed.

Wat komt domeneer doen?

Niks, komp je domeneer, ze dan naar uit, snopp en dan.

Praten over stouten jongens, komp je domeneer.

We zijn die cigare.

Op het blaadje waar anders.

Het doen we niet zo zenuwachtig, hij zal je niet opvreden.

Goednacht, Lopen.

Goednacht.

Goednacht.

Goednacht.

Goednacht.

Goednacht, jullie bedsteen.

Jij had koffie.

Nee, wacht maar even, hij zal het er zo wel zijn.

Wacht maar, wacht maar, wacht maar.

Wacht.

Ik ben zinig, ga me.

Welterusten, slaap lekker rijden.

Ik ben er niet.

Is er iets?

Wat zouden we zijn?

Ik vraag me af dat er niet zo vindt, als je je kinderen laten dopen.

Die kerel die zal blij moeten zijn.

Op de omdige meente deden ze ook al zo...

Dat zijn amtes dagen, die doen alles volgens de letter.

We zullen je dan daar goed zeggen.

Zullen we kijken dat zein letter is?

Kom maar in, domene.

Goednacht.

Goednacht.

Wil je de kachel zitten, domene of binnen?

Hierom is het aanvrouw van Makele.

Wil je meteen aan koffie?

Dank je.

We hebben de nette domene in de binnenzien bij Sil.

Als hij dan lopke wil dopen, dan wordt het helemaal vanken van die hier.

Als, maar ik geloof het toch niet.

Domenen die heeft zo zijn eigen principes.

Hij heeft de moeder van Lopko niet voor niksende noord, ze laten begraven.

Maar Sil is er ook nog.

Ja, dat is het om juist.

Sil, dat is de domene.

Als de domene niet zou willen optreden als mietbringer.

Dus ze haren de heeren.

Door lopke te dopen.

Dan heb jij toch een prachtige dag gehad.

Een mooie beelsplak.

Maar als ze zegt dat de zee je dat kind heeft gegeven,

dan denk ik dat één en ziel van pijder dan de zee heeft ontstolen.

Al was het ook met gegaan voor jou.

Dat is de mooiste distal die ik hoogt zal gedaan hebben.

En zo denk jij er ook over.

Vrouw is de gemeente heeft erin geschreven als lopke droeverker.

Waar is hier?

Ja, maar hoe ze haar al noemen hier in de buurt?

Sil's lopke was weden.

Dat klinkt leuk, Sil's lopke van Zweden.

Maar het zegt wel wat ziel, dat van Zweden.

Dat sleidt wel.

Over een jaar noemen ze haar gewoon Sil's lopke.

En als de domene, nu zouden we de dopen.

Als de nou alles een keer gedopt is.

Nou, altijd bij de twee keer dan helemaal niet.

Een keer luters en een keer ervormd.

Nou, en?

Kijk, domene.

Dat is toch helemaal zelf.

Hervormd, luters, grief en meerds.

Nou, nee, Sil, dat moet je niet zo zeggen.

Pak nou, pak jij mij ook al af.

Kijk eens, domene.

Ik ben niet gering.

Ik ben ook niet rijk.

Als je wilt, dan kan best wat af voor de armakas.

Ga jij dat kind nou dopen of niet?

Ja, droeverger.

Dat wil ik.

Kom tegen het end van het jamer terug en ik zal het graad open.

Waarom dan pas?

En is de kind een jaar bij jullie?

Als ik dan nog niemand heeft gemeld.

Of er daar vaak tevijnen op een gerenen balen is?

Ik heb dat dit gegett, ik heb het geret.

Af, dan maar niet.

Ik kan naar de stal.

Ik kan naar de bom te kijken.

Kijk eens, domene.

Ik denk dat jij een paar jaar gezouder bent dan ik.

Maar je bent geen haar beter dan al die mugges iftes van West.

Ik wacht dat morgen een avond op je antwoord.

Blijft het nee.

Dan zie je mij die meere je kerk.

En ja, kook niet.

En laten de kinderen ook niet.

Goeien haar.

Die komt zo wat terug.

Heb je nog maar een bakje koffie?

Koffie?

Zoveel als je lust, domene.

Maar terugkomen doet hij niet.

En ik begrijp het ook wel van hem.

Al voel ik wel dat domene misschien ook een beetje gelijk heeft.

Na de letter.

Maar het leven bestaat een webel niet uit de deel.

Dat let als alleen domene.

Maar wat is er nou eigenlijk op tegen om een jatje te wachten?

Nou, bedankt voor de koffie.

En dat zal me extra verheugen, je die zondag in de karakter zien.

Daar zou ik wel maar niet zo heel erg op verheugen domene.

Dan kijk je het dus heel mocht niet.

En jakje?

Dag, domene.

Gemeente laten wij binnen.

Hier onze gott.

Vanochtend zijn we weer in uw huis gekomen, oh, hier.

Na een week waarin wij weer van alles hebben meegemaakt.

En we willen u vragen, wil u ons weer uigen na de geven om in de week die voor ons licht.

Weet de kunnen leven.

En daarom vragen wij u.

Hier of u in ons midden wilt zijn met uw geest in Jezus namen.

en nou, alleen niet, nu.

Jullie vis je wel wat zeker is alleen.

Z perfume, etjes stopte u die gegaan.

Gegeven.

Gemeente, laten we nu vervolgen, singen van psalm 150 het eerste vers.

Lofd, trot, lofd, zijn nam al om.

Lofd, lofd, zijn nam al om.

Lofd, terrain, er APON.

eninger Bern.

Oei!

Oei!

Als het zo blijft, kun je de koje straks ook op het land.

De windt je in de goede hoek.

Hoe lang moet dat nog duren?

Wat?

Ga je komen er zonder weer niet?

Waarin?

Nou vracht niet naar de bekende wegman.

De kerk.

Is er wat mee?

Er kan toch zo niet blijven, sill.

Waarom niet?

Ik hoor een vrouw.

Dat is er nooit zo volwis geweest.

De laatste parmaat in de kerk.

Veel cameraatschap is hier ook niet, hè.

De eerste praten is allemaal naar je mond.

Dan praten ze even met de vrouw.

En ze krabben allemaal terug te schijtbroeken.

Jij hebt ongelijk.

Dus ze maar één niet de mag zeggen.

En dat is een toevallig aan in India.

En anders zei ik het nog.

Maar jij doet moet jij weten.

Maar om te proberen de hele buurt schabuiten de kerk te houden tot je eigen vrouw toe.

Ziet het nou toch weer?

Ja maar zonder zondagse kap.

Dat is gevallen op de grond.

Daar is wat in mijn huis omgaan.

Dat gaat niemand wat aan.

Dan moet je niet zelf de hele buurt erbij halen.

Ga sloppig gedoot is.

Kom je dan weer?

Dat zie we dan wel.

Kom.

Het tijd staat niet stil.

MUZIEK.

MUZIEK.

MUZIEK.

Jokje om hier.

Wat doe je dan?

Dat zie je toch, Jelle?

Je bent aan het vissen.

De klapke.

Krijken, handje.

Krijken.

Nee?

Waar vind je je op, Jermië?

Op spelen goed.

Ja.

Dit is een toversloot.

Heb je wat gevangen, Jermië?

Dat dacht je dan?

O, o, o, o.

Ik geloof dat ik niet kan.

Zullen we eens kijken.

Wat hebben we hier?

Dat dat je niet je dacht, he?

Hier lukken.

Dankjewel.

Dankjewel.

En dag, dag Jermië?

Dankjewel.

Dankjewel.

Dag, Jermië.

Dag, Jermië.

Dag, Jermië.

Dag, Jermië.

Dag, Jermië.

Dag, Jermië.

Dag, Jermië.

Dag, Lukke.

Dag.

Ja.

Ze is moe, laat me naar huis gaan.

Uit in vallen, uit in vallen.

Hier blijven Lukke.

Lukke, kom hier.

Uit in vallen.

Lukke.

O, lukke.

In gaf water.

Water.

Help.

Water.

Water! Help!

Is dat jellen niet?

Water!

Ja?

Water!

Water!

Water!

Is er wat jellen?

Waterkomflug!

Lopk is in de sloongevallen!

Wat is dat kind van over komen, Insta?

Wat is dat kind van over komen, Insta?

Hoi, weisje.

Hoi, me mogen!

Als ze ziek worden is dat jullie schuld.

Je weet het beste jullie nooit zo maar weg mogen lopen,

zodat het ik weet wie jullie zijn.

En waar is jellen?

Navaar, we waren hem gaan helpen, maar Lopk is oververvelend.

Ze weet al er naar de zee en riep al er een woord dat niet verstond.

Word?

Wat voor woord?

Uit de vallen.

Daar ligt het.

Uit de vallen.

Een 100 kilometer van stock om.

Kijk, een hieren zon zijn eiland.

Uit de vallen, ja.

Klaas dat je een zee meer kan ik niet voormaken.

Hoe komt zo'n kind aan dat woord?

Ik denk dat jouw jongens hoe ze vijf haar ook wel wist toe hun woomplaats eten.

Dus je denkt dat ze daarvan daarin komt.

Dat denk ik, ja.

Dat denk ik ook, Siel.

Maar dat wil nog niet zeggen dat ze daar weer naar terug gaan.

Dat zat jullie van zee.

Je zei dat ze niet duin was met die jongens.

Wie weet?

Misschien ruikt u zee dan net als hier.

Kleine kinderen zijn net diertjes.

En stinkt.

Ze ruiken iets bekend, ze hebben het woord van de bijpast in hun hersentjes.

Dat is geen heimweer.

Je ziet ze gebeurd van mezelf.

We willen er niet kwijt meesteren.

Dat begrijp ik, Siel.

Maar je komt een zandstekens niks voor jou jongens.

Vaner en als een briefschreven aan de gemeente daar.

Dat doe je niet.

Als je dat doet, neem ik mijn kinderen van school.

Wel, ja, wel, ja.

Niet me naar de kerk en niet me naar school.

Ja, zo'n silt.

Je wilt toch zekerheid in.

Als je een oude zeker weet dat er geen familie is dit, kent kan opwijzen.

Dan kun je het al eten open en erop voerder zijn gedocht.

Gedoopt wordt ze toch.

En als er dan wel familie is, ik zou zeggen hoe eerder hoe beter.

Je hebt gelijk, meesteren.

Maar ze gingen niet z'n onvrouw.

De minister weet ook niet wat er wordt, wil zeggen.

Maar heb je het al wel goed uitgesproken?

U de valla.

Ik wil dat word niet meer horen.

Ik wil niet.

Omdat het ons kind is.

Ik heb afgesproken als ze volgend jaar hier naar school gaat.

En je maakt een beetje zouter hier, paak.

Ik wil het niet meer horen.

Ik wil niet.

Omdat het ons kind is.

En je maakt een beetje zouter hier, paak.

Omdat je zoeterheid kun je wel gebruiken.

De minister weet ook niet wat er voor is.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Ik wil dat niet meer horen.

Isbaarона Sügeluid technological pileerd,

Timulten en de 열�gefajaat Linda,

Тief en zo.

Aller Χ, ook van ako,

ze ons confiscatie,

Mail en par de racoleer.

ik ben van continu aang میں over zijn

Aller veedst mıkoe.

Lewood brood met voel思eptie.

Ik doep je in de naam van de vader en van de zoon en van de hele gegeest.

Lopke droefiger.

Dag, Dominique.

Dag, Lopke.

Lopke droefiger.

Ik doep je in de naam van de vader en van de zoon en van de hele gegeest.

Gemeente wijzingen de doepouders in de toeg, salm 105 vers 1 en 5.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

Deze bezoek.

U bent de oppassing hiernaartes.

Ja, vooral, speciaal, voor de beeren.

Die verzorgd u altijd.

Die hebben graag al op een klantzijn van zorg.

Met de zorg, Vles, mag wel zeggen.

Wat leuk.

Maar ja, ze zijn nou altijd genoeg om een eigen blotje te smeren.

Ik heb was gehoord dat het moeilijk is bij beeren vast te stellen.

Ja.

Wat de mannetjes of de vrouwtjes beeren is.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.