All language subtitles for Etre Et Avoir

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Voor Lucie, die net geboren is

Kalm aan !

Ziezo, daar gaan we dan. We kunnen geluk hebben !

Typisch,

er komt een auto aan. Mijn God, 't is niet te geloven !

Opschieten, verdomme !

Rustig aan !

Laat die vier er niet door.

Goedemorgen.

Tot ziens.

Tot ziens.

- Goedemorgen, Jeannot. - Goedemorgen, sonny.

Alles goed ?

Goedemorgen, mijnheer !

Geef me een hand.

Geef me een stevige hand !

Hier beginnen, Jojo.

En dan naar beneden.

Zo ? Die letter kan ik wel.

Kom op.

Mijnheer...

Goed zo, Letitia, ga maar door. Je bent vergeten weer omhoog te gaan.

En nu weer een beetje omhoog.

Nee, Johann, nee !

Draai het blad maar om.

Draai het maar om.

- Mijnheer... - Omdraaien, alsjeblieft.

Moet ik nu een cirkel maken ?

Kijk naar de cirkel. Je moet omhoog.

Je gaat niet omhoog.

Mijnheer, ik...

Stop maar. Nu omhoog om een cirkel te maken.

Mijnheer, ik heb niet goed gekeken.

- Doe het maar zelf tot daar. - Bijna goed !

Kijk, mijnheer.

Daar eerst.

Goed zo, Marie.

Kijk. Begin hier maar.

De mijne is beter dan die van Letitia !

Ga maar met die door.

Terug omhoog. En nog een streepje.

Zo. Stop. Een beetje omhoog.

Stop daar maar. Wat komt er nu ?

- Een cirkel. - Toe maar.

Nee, de cirkel bovenaan beginnen.

Klaar, mijnheer.

Ga maar door.

Mijnheer, is het nu ochtend of middag ?

Is het vanochtend of vanmiddag ?

Nou? Is het ochtend of middag ?

Middag ?

Wat doen we, voor de middag ? We...

- Eten ! - We eten.

Heb je al gegeten ?

- Nee. Dus is het... - 's Morgens.

's Morgens.

Gaan we naar school.

- Wat? - We gaan naar school.

Tot vanmiddag. Zijn jullie allemaal klaar ?

Ja, mijnheer.

Laat maar eens zien wat jullie gedaan hebben.

- Wat gaan we daarna doen ? - Laten we n's naar Jojo kijken.

- Wat vinden jullie ? - Het is goed.

Goed. Je zou door kunnen gaan...

Het is een klein beetje goed.

Een klein beetje goed.

Wat vindt jij, Jojo?

Kijk.

- Hoe is het. - Goed !

Jij zegt "goed", Marie zegt "een klein beetje goed".

Wat vindt jij, Letitia?

Goed.

En jij, Johann?

Er ontbreekt mischien iets aan.

Het streepje naar beneden is er niet.

Wie volgt ? Marie ?

En ? Wat vindt jij ?

- Goed. - Niet goed.

Is het niet goed ?

Het is heel erg goed.

Heel erg goed ?

- Behalve het woord "moeder". - Herken je het ?

Het is scheef.

Omdat het een beetje op en neer gaat.

Maar het is niet slecht, toch ?

Wat doe je als je gaat slapen ?

"Je doet je ogen dicht en..."

Waar is ons boek ?

- Hier. - Dus let op.

We moeten "de ogen sluiten..."

"Je ogen sluiten"...

"Je ogen sluiten

- "en de scha..." - Schaapjes.

"...schaapjes...

"tel..."

- Wacht even, waar zijn we ? - "...tellen..."

Goed.

"...in gedachten."

"Zolang..."

"zolang je...

- "...niet doet..." - Niet krijgt.

"...maar geen nachtmerries krijgt."

Wat is een nachtmerrie ?

Een akelige nachtmerrie.

Een akelige ?

Een nare droom.

Hebben jullie wel eens nachtmerries ?

Wat zie je in je nachtmerrie ?

Wat zie je er ?

Spoken.

Spoken ?

Ik droom nooit over spoken.

Axel vertelt over zijn nachtmerries.

Mag hij dat ?

Mag hij er ons over vertellen ?

Goed. Dus je zag spoken in je dromen ?

En wat gebeurde er toen ?

- Wat hadden ze aan ? - In het wit !

Zoals echte spoken ?

Waar was je ? Waar gebeurde het ?

In mijn slaapkamer.

In je slaapkamer ?

- Vertel het maar. - 's Nachts.

Spoken zie je altijd 's nachts, he ? Bestaan ze echt ?

Je denkt van wel ?

Heb je wel eens een echte gezien ?

Ik heb d'r nog nooit een gezien !

Ze is bang...

"Er werd uitbundig gespeeld in de pauze.

"werd uitbundig...

"gespeeld...

"in de pauze."

Klaar, Nathalie?

Olivier ook ?

Punt.

"De helft van de kinderen

"speelde met knikkers in de schaduw van de bomen.

"De Helft van de pupillen speelde met knikkers...

"in de schaduw van de bomen."

Punt.

"Anderen speelden paardje...

"Anderen speelden paardje..."

Was dat de onvoltooid verleden tijd ?

Hetzelfde als vijf minuten geleden.

Schrijf je zo de onvoltooid verleden tijd ?

Is dat het einde van de onvoltooid verleden tijd ?

"Anderen speelden paardje

"of autootje..."

Komma.

"Anderen speelden paardje of autootje..."

"...al lopend..."

"...al lopend een denkbeeldige heuvel op." Punt.

Klaar ?

Ik zei niet dat we al helemaal klaar waren.

Ik zei alleen, "Punt."

Alize, ben jij mijn vriend ?

Jessie...

ben jij mijn vriend ?

Jojo, ben jij mijn vriend ?

- Ben jij mijn vriend ? - Nee.

Oke, ga maar zitten.

Wil je vandaag niet werken ?

Jawel.

Ik hoor je niet.

- Ik hoorde het niet. - Ik wil wel !

Je wilt wel ? Nou ga dan maar door, jongen.

En ? Ben je al bijna klaar ?

Moet je nog veel doen ?

Misschien kun kun je het nu afmaken zonder te stoppen.

Wat?

Wat?

Ja, mijnheer.

Goed zo, Jojo.

Laat maar eens zien wat je opgeschreven hebt.

een vierde.

Een vierde. Is dat goed ?

Je moet vier delen opschrijven kleiner dan ��n.

Wat betekent dat ?

Dat betekent... kleiner...

Dan ��n hele.

Laat 's zien wat je hebt.

Dertien vijfde. Dat moet je verbeteren.

Klaar, Jojo?

De eers boom is klaar.

- De... - Eers boom.

Heb je de dieren ingekleurd ?

De beer en de andere twee.

- Hoeveel zijn er dan nog over ? - Nog twee.

Nog twee ?

- Zul je ze goed inkleuren ? - Na de beer.

Nog twee na de beer ?

Concentreer je dan maar goed.

Goed. Nu breuken gelijk aan ��n.

Wat hebben we daarover gezegd, Julien?

Als een breuk gelijk moet zijn aan ��n, dan moet...

Worst !

Nu is het genoeg, Axel !

Ben je klaar ?

Bijna.

Wat is er nu nog over ?

Ik heb deze gedaan, deze heb ik nog niet gedaan,

deze heb ik nog niet gedaan, deze ook niet en deze ook niet.

Er is toch nog veel over.

Je hebt gezegd dat je het zou afmaken.

Je hebt gezegd dat je het zou afmaken.

Het is al bijna pauze en jij zult binnen moeten blijven, Jojo.

Als je nog niet klaar bent.

Kun je een beetje opschieten ?

Ik zeg het niet nog een keer, okee ?

- Alleen deze nog. - Heel goed.

Julie twee mogen naar buiten.

Jojo ! Laat je schoenen maar uit.

Kom maar hier.

De rest mag naar buiten.

Kom maar hier.

Hoe ver ben je al met je vis ?

Ik maak 'm wel af, na de pauze.

Nee, dat hebben we niet afgesproken.

- Morgen. - Nee, ook niet morgen.

- Morgen is er geen school. - Precies.

Wanneer ga je het doen ?

Op een schooldag.

Dat is vandaag !

Dus moet je het nu doen.

Je hebt het zelf gezegd, je hebt het beloofd.

Ben je die belofte nagekomen ? Ben je al klaar ?

Is de vis al klaar ?

Dus moet je het nu gelijk afmaken.

Wij hebben ook sneeuwballen !

Niet op mij !

Waarom ga je naar school ?

Het is mijn moeder ... die wil altijd dat ik ga.

En wou jij, dat je niet hoefde te gaan ?

Waarom moet je naar school ? Alleen om te spelen ?

Wat nog meer ?

Om mijn werk af te maken.

Wat is dat ? Welk werk ?

Met de onderwij... Met Tatiana en U.

wat doen Tatiana en ik hier ? Wat leer je hier ?

Alleen dingen inkleuren ?

Kleuren is belangrijk maar wat nog meer ?

Werken.

Wat is werken ? Wat is er nog meer ?

Luisteren...

Dat is geen werk.

- Wat heb je vanmorgen gedaan ? - Een tekening.

Nee, op het schoolbord.

Lussen.

Ja. Dus je leert lussen te maken om te leren...

- wat te leren ? Om te schrijven ? - Om zessen te maken.

En waarom leren we zessen ? Om sommen te maken.

Om te leren tellen.

Ik kan al tot zes tellen.

Na vijf, komt zes.

- En na zes ? - Na zes, komt zeven.

Dat hebben we nog niet geleerd.

Na zeven, komt zes... Nee na zeven, komt acht.

Meer, meer. Het is niet erg als je een beetje morst.

Zo, dat is het meel...

Kun jij de vanille suiker erin gieten ?

- Alles ? - Ja.

Zo.

Zo. Draai jij het maar om en verdeel de twee helften.

En leg de schaal daar maar neer.

Nu mag Alize een eitje breken.

Kom op, ben je klaar ?

Zo ! het is gebroken ! Recht er in.

Dat is goed ! Gebroken en in de schaal. Perfect. Nu Jessie.

Het moet in de schaal terechtkomen.

Geeft niet.

Geeft niet.

Oke, daar gaat ie !

- Dompel onder ! - Toe maar, Julien!

Ik wist het !

Het kookt op de vloer !

Goed !

Niet zo. kijk...

Probeer het maar zo.

Bijna goed, Guillaume !

Goed !

Goed zo, Guillaume !

Mag ik er hierna nog ��n proberen ?

Het is glibberig. Doe het maar sneller !

Aan de kant !

Olivier !

Olivier kwam niet ver.

Kijk uit !

Jah, Nathalie!

Doe het nog maar een keer zo, Nathalie.

Beweeg je vingers en draai hem om.

Nog iets...

Zo. Goed. Wat zullen we nu tekenen ?

Een omtrek.

Twee nog wel ! Dat noemen we de dia...

De dia... Weet je het niet meer ? De diameter!

Kom op, teken de diameter.

Klaar, Nathalie ?

Wat moet je nu doen ?

Hoe noem je het stukje dat hier zit ?

- De diameter of de omtrek ? - De omtrek.

Dus je neemt de omtrek en hoe vaak kopieer je die ?

Vier.

Schrijf je leeftijd maar op. Hoe oud ben je ?

Vier en half.

Het glas is kapot !

Het kleintje hier...

En de grote hier.

Hij heeft een van mijn gummetjes !

Hij daar !

Niet, 't is de mijne.

Een gummetje... die was van mij.

- Vijf plus ��n ? - Zes !

En plus twee ?

- Acht ! - Schrijf maar op, acht.

Ik wil even met je praten over die onenigheid

en die ruzie in de pauze om te kijken wat dat te betekenen had

Dus dat gebeurt niet meer.

Het heeft geen enkele zin.

Jullie zitten bij elkaar in de klas.

Het is een klein klasje, maar toch vechten julllie.

als je wat te zeggen hebt, moet je het nu doen.

Zeg maar wat je te zeggen hebt, dan proberen we eruit te komen.

Nou ?

Hebben jullie iets te zeggen, Julien? Olivier?

Hoe is het begonnen ?

Wat is er gebeurd ?

Nou, we speelden tikkertje...

We vingen hem, hij viel en bezeerde zijn rug.

Toen ging hij achter de kleintjes aan en deed ze pijn

dus sprongen wij er tussen...

Toen stond hij op en begon ons allemaal aan te vallen.

Was je toen kwaad ?

Was het wel eerlijk om de kleintjes de schuld te geven ? Zij konden er niets aan doen.

Was dat eerlijk of niet ?

Goed. En kun je dat voorkomen ?

En jij dan Julien? Ik bedoel, jij hebt erg lang gevochten.

In het begin waren jullie elkaar aan het uitdagen, keer op keer...

Maar toen liep het allemaal uit de hand, toch ?

Nou ? Wat vinden jullie ervan ?

Ik liet hem los.

Ik liet hem dus los...

Maar daarna, wilde hij niet loslaten.

Waarom wilde jij hem niet loslaten ?

Jullie moeten met elkaar praten om het goed te maken.

Waarom wilde je hem niet loslaten ?

Wilde je laten zien dat je even sterk bent als hij?

Waarschijnlijk wel, he ?

Heb je je fel verzet, of was het te zwaar ?

Soms wel...

Echt ? Soms wel ?

Zo gaat dat. de ene keer ben je sterker, de andere keer is hij sterker.

Jullie zijn even oud en even groot, en jullie zijn allebei sterk

en jullie wilden elkaar laten zien hoe sterk je bent.

Maar moet er altijd iemand winnen ?

Heeft dat enige zin ?

Vinden jullie dat belangrijk ?

Misschien vindt hij het minder belangrijk, want hij liet het eerst los.

Ik weet dat dit al een paar dagen aan de gang is.

Hoe is het begonnen ?

Soms kunnen jullie goed met elkaar opschieten en soms helemaal niet.

Zullen we erover praten ? Is er een aanleiding, Olivier ?

Wat heb je tegen Julien?

Kom op, Laten we er eens rustig over praten.

Wat is het probleem ?

Zeg het maar tegen hem, terwijl ik er bij ben.

Wat vindt je niet leuk aan hem ?

- Als hij me beledigt... - Hij beledigt je.

Zie je, Julien, je woorden raken hem meer

dan wanneer je hem fysiek aanvalt.

Dat vindt hij belangrijk.

Hij vindt het niet leuk als je zoiets tegen hem zegt.

Het is gemakkelijk om iemand te beledigen. Het is totaal niet nodig.

Woorden, goede of slechte, zijn makkelijk gezegd.

Maar ze kunnen iemand veel pijn doen.

Misschien voelt Olivier zich beledigd

door wat jij en anderen de laatste tijd hebben gezegd.

Klopt dat, Olivier ?

Zullen we er mee ophouden ?

En nog iets. Jullie zitten in een klas met jongere kinderen.

Jullie geven hen niet het goede voorbeeld.

Jullie zouden moeten laten zien

dat we als vrienden met elkaar om kunnen gaan en samen kunnen werken.

Dat zou beter zijn. Vinden jullie ook niet ?

Wat? Wat zeiden jullie ?

Zoals het was.

Er is een liedje over de goeie ouwe tijd. Zo was het hier ook.

Ik zie niet waarom dat zou moeten veranderen.

Dus vanaf nu totdat jullie vertrekken,

zullen we een vriendelijkere sfeer moeten vinden.

Wat zullen we doen, Julien ? Zullen we die kant op gaan ?

Denk je dat je dat kunt ?

- Goed. Jij ook ? - Ik ook.

Zeven keer nul ?

Zeven keer nul, nul. Plus vier, vier.

Volgende.

Zeven keer nul, nul.

Moet je mij niet aankijken !

- Zeven keer ��n, zeven. - Goed. Schrijf het op.

Drie maal zes... Twaalf.

Achttien !

- Let op waar je de acht zet. - Daar.

Echt ? Dat is brilliant.

Nee, die ��n is een nul.

Doorgaan !

Drie maal zes, achttien.

Acht opschrijven, ��n onthouden.

Drie maal nul, nul. Plus ��n, ��n.

Drie maal nul, nul.

Drie maal ��n, ��n.

Wil je het honderd keer overschrijven ?

Drie maal ��n... Drie.

Doorgaan !

- Ik ben klaar. - Wat ?

Is dat geen vijf ?

Vijf maal zes...

Vijfentwintig ?

Zeg de tafel van vijf maar op.

Vijf maal ��n, vijf, vijf maal twee, tien...

Vijf maal drie, vijftien, vijf maal vier, twintig.

Vijf maal vijf, vijfentwintig.

Vijf maal zes, dertig...

- vijf maal zeven ? - Vijf maal zeven, vijfendertig.

Vijf maal acht...

Veertig !

Vijf maal negen, vijfenveertig, vijf maal tien, vijftig.

Oke. Ik wacht.

Waar moet het ? Goed kijken...

Daar.

Waar ?

Daar.

Wil je een klap ?

Wat komt er na de punt ?

Drie cijfers.

- En ervoor ? - Nog drie.

Laat je oom je maar helpen !

Twee Zessen...

Twee maal zes klappen hoeveel is dat ?

Twee maal zes...

- Zes en Zes ? - Twaalf.

Twee maal zes, twaalf.

Hij spiekt in het boek !

Vergeet niet te onthouden.

Twee maal zes, twaalf. Plus vier...

- Ik zie 't niet meer... - Ik ook niet.

Er zit een fout in.

Hij heeft 't niet verschoven.

Je bent dit dingetje vergeten. Dat moet hier staan.

Hier ?

Is dat een vier ?

Dus de vier moet daar, de drie hier...

en de acht hier.

Nu klopt er iets niet.

- Waar was ik ? - Ik begrijp het niet.

Hij moet 't naar achteren verschuiven. Anders...

Waar ben je gebleven ?

Twee maal...

Negen, achttien. He zei dat.

Twee maal negen, achttien... Twee maal...

Twee maal zes, twaalf. Plus vier...

Wat nou weer ? Twee negens, achttien.

E�n onthouden. Acht opschrijven en ��n onthouden.

Twee maal zes, twaalf. En ��n, dertien.

Drie opschrijven, ��n onthouden.

Twee maal zes, twaalf.

En ��n, dertien. Drie opschrijven...

Er zit ergens een fout.

Kijk... Hier. Twee maal twee, vier.

Twee maal nul, nul...

Twee maal vier, acht. Nee, dat is goed.

Twee maal twee, vier... Twee maal negen, achttien. Dat is goed.

Achttien. Acht opschrijven, ��n onthouden.

Twee zessen, twaalf. Plus ��n, dertien. Doe je vinger eens opzij.

Dat is goed. Drie opschrijven, ��n onthouden.

Twaalf. Plus ��n, dertien. Drie opschrijven, ��n onthouden.

Twee maal ��n ?

- Twee maal ��n ? - Twee. Plus ��n, drie.

Oke, dat is het !

- Nee, niet waar ! Het is niet goed ! - Hoezo ?

- Omdat je er twee cijfers naast zit. - Helemaal naar beneden.

- Nou en ? Dat hoort zo ! - Tuurlijk niet.

Naar binnen met jullie.

Rechtop staan voordat je gaat zitten.

Ga maar zitten.

De meester deelt ze uit en wij doen ze erin.

Ja, want hij deelt de lakens uit.

Wij niet,

U deelt de lakens uit, mijnheer.

Ja, maar als we groot zijn,

zijn wij de baas over onze kinderen.

Precies ! Misschien wordt je ook nog wel eens meester ?

Dan mag je de leerlingen commanderen.

Zou je dat willen ?

Jij ook ?

Ik ook, Ik wil hetzelfde doen als U.

Hetzelfde als ik ? Wil je meester worden ?

- Ik wil een motoragent worden. - En jij ?

Wat wil jij worden, Letitia?

Zij wil dierenarts worden.

Een dierenarts ? Wat is een dierenarts ?

Een dokter voor dieren.

Wil je voor de dieren zorgen ?

Dus je wilt een dierenarts worden ?

Een boer geeft zijn zieke dieren aan de dierenarts.

En wat wil Jessie worden ?

Onderwijzer.

Onderwijzer.

Onderwijzer ?

Mijnheer Jojo !

En een motoragent.

Wat zou je doen als je onderwijzer zou zijn ?

Wat doen onderwijzers ?

Ze geven les aan de groten, de eersteklassers en de kleuters.

De groten, eersteklassers en de kleuters ?

Allemaal tegelijk ?

Nee, niet allemaal tegelijk.

E�n voor ��n ?

Ik maak het straks wel af.

Hij staat scheef.

Zo.

Hij staat die kant op scheef.

Hij staat zo. Kijk maar, ik doe het voor.

Hij staat die kant op scheef.

Staat ie nu te scheef ?

Weet jij hoe het moet, Marie?

Dat is goed.

Heel goed zo. Ga door.

Ga maar door, Alize.

Zal ik de puntjes voor je doen ?

Ga maar door.

Goed zo.

E�n, twee,

drie, vier,

Vijf, zes...

Wat komt er na zes ?

Wat komt er daarna ?

Wat heb je nu opgeschreven ? Wat was die rode ?

Wat hebben we vandaag geleerd ?

Kan ze het zich niet herinneren ? Laten we het eens proberen Alize of Marie, dan.

Wat is het cijfer dat we zojuist hebben geleerd ?

Zeven.

Wat staat er v��r de zeven ?

V��r ?

Zes ?

Hij komt...

Hij komt na de negen.

Okee... We hebben de negen nog niet gehad.

Na de zes !

Zes.

E�n, twee, drie, vier, vijf, zes...

- En dan komt de ...? - Zeven.

Wat komt er na de zes ? Marie zei het net.

Hallo, wakker worden !

Zeven !

Tel nog maar eens.

Zes.

Wat zei Marie na de zes ?

Ze zei ...?

Zeven.

We moeten haar helpen.

Doorlopen, Cocotte!

Doorlopen, Joyeuse!

Je moet dit eerst lezen...

Daarna kun je dat doen.

Haar spelling is perfect. In een dictee,

Ze zegt altijd waar ik de accenten moet zetten.

Iedereen is altijd onder de indruk.

Aan de andere kant, bij rekenen, is het omgekeerd...

Bij rekenen, is ze....

Daar moet je haar mee helpen.

Ik weet niet hoe ik het uit moet leggen

maar ik leer 't haar zoals ik 't zelf heb geleerd.

Dat is ook een goede manier.

Het is alleen niet makkelijk. Soms raakt ze in de war.

Dan denk ik dat ik het zelf fout heb.

Ik zeg dan tegen Pascal,

"Leg het maar uit op je eigen manier, misschien begrijpt ze 't dan beter.

"Het komt waarschijnlijk door de woorden die ik gebruik, dus leg jij het maar uit."

zei ik tegen mijn broer, Alain,

"Jij bent jonger, misschien kun jij beter vermenigvuldigen."

Hij zei dat hij 't zo ook niet heeft geleerd.

Ik zeg, doe het maar zoals je het altijd doet en laat mijnheer Lopez het maar nakijken.

Ik hoop dat we 't dan begrijpen, want we zijn 't een beetje kwijt.

Ook al zou je volledig beschikbaar zijn, dan nog denk ik niet dat 't zou helpen.

Ik denk 't niet.

Zo is 't nu eenmaal.

Ze is wat onzeker bij andere mensen...

dan haar ouders.

Welnu, Dit is misschien moeilijk om te zeggen...

- Ik denk niet dat 't voor U geldt -

maar U moet zich niet beledigd voelen als moeder

want het gaat nu om haar ontwikkeling.

Ze zou gelukkiger kunnen zijn. Ik bedoel, ze is niet...

Dus, in zekere zin, als ze wat afstandelijk lijkt,

zou ik zeggen dat het een overgang is. Maar wel noodzakelijk.

Wat mij het meest belangrijk lijkt

is dat ze zich ontwikkelt en gelukkig is,

zelfs als ze wat meer afstandelijk is tegen U.

Dat zal wel moeilijk voor U zijn.

Dat is waar, het is niet gemakkelijk.

Maar we zijn er aan gewend geraakt, dat ze wat afstandelijker tegen ons is,

vaak in gedachten, teruggetrokken in zichzelf.

Wat me verbaasde was, dat ze zomaar tegen me begon te praten.

Zonder aanleiding ?

Ik dacht dat ik 't me inbeeldde, dat zij het niet was.

Toen zijn we een deel van de pauze doorgegaan met praten.

Het was geweldig.

Ik geloof best dat als je haar stem opeens hoort,

je verbaasd bent.

Eerlijk gezegd, is ze tweeling zoals ik.

Maar we zijn niet allemaal gelijk.

Ze zeggen vaak dat tweelingen een verborgen kant hebben.

De ascendant moet verschillend zijn.

Het is zo, dat ze vaak...

in een andere wereld leeft.

In haar eigen wereld.

Laten we het dictee nakijken.

Iedereen klaar ?

Alweer een dictee...

Dat zei ik tegen mezelf. "Alweer een dictee."

Ik realiseerde me dat het vijfendertig jaar geleden is

dat ik begon met het geven van dictees.

Werkt U hier al vijfendertig jaar ?

Hier werk ik al twintig jaar.

- Dat is niet gek. - Zeg dat wel.

Hoeveel dictees heb ik gegeven denk je ?

Duizend... Twee...

- Meer ? - Driehonderd !

Nog meer ?

Vijfhonderd !

Ik heb ze nooit geteld.

Het getal doet er niet toe.

Ik moet nog anderhalf jaar dictees geven.

Waarom ? Gaat de school sluiten ?

Ik ga stoppen met het geven van dictees.

U houdt er helemaal mee op.

Geen rekenen meer, geen taal meer,

geen lezen meer.

Dan gaan wij staken.

Nee, jullie zullen hier niet meer zijn.

Kunt U dan nog wel kinderen bijles geven ?

Ze helpen bij hun huiswerk ?

Natuurlijk, veel onderwijzers doen dat.

Ze besteden hun tijd,

de vrije tijd die ze 's avonds hebben, aan het begeleiden van kinderen

met hun huiswerk.

Maar...

Ik weet het niet. Ik wil nog veel dingen doen.

Zoals naar Tahiti gaan ?

- Niet pers�. - Dat is nogal duur.

Is het in Tahiti beter dan hier ?

Nee, hier is het beter.

Maar hier hebben we geen zee.

We hebben zee in Bretagne.

- Blijft U boven wonen ? - Waar ?

Boven.

Dat weet ik nog niet.

Dat zou wel leuk zijn.

Misschien moet ik ook wel verhuizen.

Waarom ?

Misschien moet de nieuwe onderwijzer op school wonen.

Waarom niet in de buurt ?

Ik zal mijn huis moeten opgeven.

Ook als de nieuwe in de buurt woont ?

Dat moeten we afwachten.

Maar, in principe, ga ik weg.

Jullie zitten dan op de middelbare school.

Zijn ze schoon ?

Eerst waren ze nog vuiler.

Denk je dat ze nu schoon zijn ?

Heb je geboend om ze schoon te krijgen ?

- Dus wat moet je doen ? - Ze boenen.

- Hoe? - Met zeep.

Met zeep, ja. En een spons.

Ik wil stralend schone handen zien.

Ik kan niet bij de spons.

Kijk, er ligt er een achter je.

Twee, zelfs.

Hier. En niet met de deur slaan als je weggaat.

Laat hem maar open staan.

Ik zag een wesp.

Ga je handen wassen, alsjeblieft.

Ziezo !

Ziezo, ja.

Nu ga ik ze aan de handdoek afdrogen.

Even wachten.

Mijnheer, kijk. De duim...

De pink en de duim zijn gewassen.

Laat eens zien.

Er zit nog een beetje op je duim.

Op de pink ! De duim zit hier.

Welke vinger is dit ?

De wijs... vinger !

- De... - Mille vinger.

- De ring... - Vinger.

De pi...

- De Pi... - Pint !

De pink !

Zei hij pink ?

Nee, hij zei pint !

Helemaal klaar ?

Ik moet ze alleen nog afdrogen aan de handdoek.

Er zit nog wat op de duim.

Ziezo !

Er zit ook inkt op mijn voorhoofd.

Op je voorhoofd ? Hoe weet je dat ? Dat kun je niet zien.

Nee, maar Laura zei het.

Oh ja ?

Dat zijn schone handen.

Is dat ook goed ?

Bijna alles weg. Droog ze maar af.

We hebben zo'n bal in de auto...

En de andere kant ?

Dat is schoon. Het voorhoofd is ook schoon.

Wij hebben ook zo'n bal.

We leggen hem hier neer.

Dat is goed. Probeer schoon te blijven, nu.

Helemaal schoon.

Voel je je beter nu ?

Mag ik nu mijn handen wassen ?

Even wachten...

Wacht.

De wesp die buiten was, zit in de hal.

Zat ie in de hal ?

Hij vloog naar de deur en terug.

Misschien om te kijken wat je aan het doen was ?

Hij kwam en ging...

Hij vroeg zich af, "Wast Jojo zijn handen ?

"Zit er nog inkt op ?" Vroeg hij zich dat af ?

Hij keek me z� aan, toen ik mijn voorhoofd waste.

Echt ?

Misschien wilde hij het wat beter bekijken.

Misschien wilde hij me steken.

Cleo !

Opschieten, doe het hek dicht !

Nee, ik doe het !

Opschieten !

Jessie, trekken !

Ik doe het !

We doen 't samen !

Aan de kant, Johann !

Aan de kant !

Hou op, Ik doe het !

Hou op !

Ben je gek of zo ?

Gewoon ophouden !

Nu kan ik niet gaan schaatsen.

Wat is er, Jojo ? Waarom gaf je mij een duw ?

Kom, we vertellen het aan de meester.

- Wat is er gebeurd ? - Hij gaf me net een duw !

- Wie ? - Johann !

- Gaf hij je een duw ? - In het gras.

Johann ! Kom eens hier.

Wat heb je gedaan ?

Ik gaf Jojo een duw.

Waarom deed je... Kom eens hier.

Waarom gaf je hem een duw ?

Kom hier.

Waarom gaf je hem een duw ?

- Dat weet ik niet. - Weet je het niet ?

Is dat aardig van je ?

Doe het dan niet meer !

Als hij je duwt, wat zeg je dan ?

Ben je daar dan blij mee ?

Doe het dan niet.

Bied je verontschuldigingen aan.

Het spijt me, Jojo.

Harder. We hebben het niet gehoord.

Het spijt me, Jojo.

Ziezo. Alles goed nu, Jojo ?

Speel wat meer samen. En niet meer vechten.

Mijn vader zei altijd, dat aarde laag bij de grond ligt.

Hij wist waarover hij sprak !

Hij is lang boerenknecht geweest

voordat hij zich verbeterde en zijn eigen stukje land kocht.

Boven alles, wilde hij mij dat werk besparen.

Als ik hem hielp, zag ik hoe zwaar het was.

Dat heeft mij doen besluiten om iets anders te gaan doen.

Waar kwam hij oorspronkelijk vandaan ?

Mijn vader was van spaanse afkomst.

Hij was een zogenaamde emigrant.

Hij kwam naar frankrijk, toen hij nog jong was

en werkte veel in de bouw

totdat...

totdat hij mijn moeder ontmoette en zich voorgoed in frankrijk vestigde.

Toen hij eenmaal besloten had om fransman te worden,

ging hij bijna nooit meer terug, naar huis in Andalucia.

Waarom wilde U onderwijzer worden ?

Dat wilde ik al op jonge leeftijd, vanaf het moment dat ik naar school ging.

Ik ging heel graag naar school. Echt heel graag

Ik was vaak bezig onderwijzer te spelen

voor alle kinderen in de buurt, zelfs die van mijn eigen leeftijd.

Ik had een groep neefjes en nichtjes, die ik zo les gaf.

en ik vond 't prachtig.

Dat plezier heb ik altijd gehouden

en ik denk niet dat ik iets anders zou hebben gekund.

Ik realiseer me, zelfs nu,

op het randje van pensionering,

dat ik van dit werk hou met de kinderen.

Het kost veel tijd en persoonlijke betrokkenheid

en het fantastische is dat je er veel voor terug krijgt.

Je krijgt van de kinderen heel veel terug.

Uw ouders moeten trots op U zijn geweest.

Voor hen, was een zoon die het onderwijs in ging, een stap omhoog.

En zij ondersteunden mijn wens,

zelfs zover dat ze

financieel flink hebben bijgesprongen.

Ik had enigszins het gevoel, dat ik verplicht was te slagen.

Ook voor hen.

Leven ze nog ?

Ik heb mijn vader verloren

in het jaar dat ik hier aankwam, in Auvergne. Ik kwam hier net na zijn overlijden.

Mijn moeder leeft nog, in het zuiden.

"Hoor jij ook...

"die vreemde geluiden ?

"'s Nachts...

- "de vloerpl... - De vloerpl...

"De vloerplanken... kraken...

"De lui..."

Luiken.

"kr..."

Kraken.

"De kat miauwt,

"de regen...

"v..."

Valt.

"Een h..."

Hond.

"Een hond blaft"

Doe 'm dicht !

Doe 'm dicht !

Wacht, het ligt verkeerd om.

Hij is niet goed.

Gooi maar in de vuilnisbak.

Kom terug, Marie.

Alweer een mislukte.

Misschien zo ?

Ik probeer het te begrijpen.

Ik weet wat we kunnen proberen.

Nee, stop daarmee.

Ik begrijp...

Nu begrijp ik het.

Het komt, omdat het papier op is !

Nee, je hebt hem ondersteboven.

Ja, ik doe het ondersteboven.

- Nee, niet zo. - Zit me niet te duwen !

Niet zo ! Het is ondersteboven !

Ophouden, Marie !

Niet zo ! Het is ondersteboven !

Jij zult 't ook niet begrijpen.

Als de vriend een jongetje is, "ami",

dan gebruiken we deze.

Je hebt de A, de M en de I.

Als het een meisje is, zoals, "Letitia is Jojo's vriendin,"

Gebruiken we die met de E op het eind, oke ?

Als het mannelijk is,

een jongen, mannelijk,

Gebruiken we "ami" met de I

en als het vrouwelijk is, als het een meisje is,

Gebruiken we "amie", met de E op het eind.

Zal ik het nog een keer laten zien ?

- Waar gebruiken we deze voor ? - Een jongen.

- En deze ? - Een meisje.

- Ben je al klaar met je zinnen ? - Ja.

Goed, Marie, lees maar voor.

"Marie...

"en haar vriend...

"haar vriend Jessie."

Oke. Is het goed ?

Wat heb jij opgeschreven, Jojo ?

"Pappa

"en zijn vriend Jojo."

Kun je dat zo zeggen ?

Kun je dat zo zeggen ?

"Letitia...

"en

"vriend..."

Haar...

"Jojo."

Nee, Dat is niet goed. Je moet "haar"

voor "vriend" zetten.

Vriend komt voor "Jojo".

Dat klopt.

"Haar" voor "vriend". Verplaats het "haar" maar.

Ja, zo is 't goed. Nu jij, Johann.

"Johann...

"en..."

Zijn...

"maat..."

Maat ?

Ik heb je geen kaartje gegeven waar "maat" op staat.

Vriend.

"Johann en..."

Hij herkent het niet.

"Zijn".

Vriend.

Ga door, we hebben het al gezegd.

"...zijn maat..."

Waar haalt hij "maat" vandaan ?

Het is geen "maat", maar "vriend".

"...vriend pappa."

Oke.

Als je nou mamma zou zeggen, wat verandert er dan ?

Maat, maar dan vrouwelijk.

Nee, vriend !

We zijn nog niet bij "maat".

Wie komt er hier volgend jaar ?

Julien en...

En wie nog meer ? Olivier.

Nathalie en Jonathan gaan naar een school in Issoire.

Wat zijn dit voor koeien ?

- Het zijn Limousines. - Nee, Salers.

Noem jij jezelf een kenner ? Je hebt het fout.

Herken je lier-vormige horens van de Salers niet ?

Heb je ze herkend ?

Hier staan boeken over muziek.

Daar, alle boeken over kunst,

figuratieve kunst, tekenen,

beeldhouwen, fotografie...

Hier, de boeken over dieren

en hier alle aardrijkskunde- en geschiedenisboeken.

In het eerste jaar van de middelbare school,

krijg je ��n uur in de week in de bibliotheek,

les van de bibliothecaris.

We hebben hier veel boeken, en veel tijdschriften.

We hebben computers.

Je moet je weg leren vinden

anders zul je het boek dat je nodig hebt, niet kunnen vinden.

Tot hoever kunnen we tellen ?

Tot honderd.

Tot honderd dus. Komen er daarna nog getallen ?

Kunnen we gewoon doorgaan ?

Hoe ver ?

Tot duizend.

Kun je nog verder dan duizend ?

Duizend ��n, Duizend twee...

- Duizend drie... - We kunnen nog verder.

Tot hoe ver kunnen we gaan ?

Helemaal tot....

Kunnen we verder dan duizendvier gaan ?

En vijf !

Kunnen we nog verder ?

Kun je zeggen duizend ��nentwintig ?

Kan dat, Jojo?

Dat kan.

Hoe ver kunnen we daarna ?

Kunnen we gewoon door blijven tellen ?

Zonder te stoppen ?

Kun je tweeduizend zeggen ?

- Drieduizend ? - Drieduizend, vierduizend...

Vijfduizend.

Zesduizend.

- Zevenduizend. - Zevenduizend, acht, negen...

Tienduizend.

Twintigduizend.

Dertigduizend.

Veertigduizend.

Vijftigduizend.

Zestigduizend.

Zeventigduizend.

- Tachtig... - Duizend.

Negentig...

Duizend.

- Na negentig... - Honderdduizend !

Kunnen we nog verder gaan ?

Moeten we daar stoppen ?

Kunnen we niet verder tellen ?

E�n miljard.

Wat komt er daarna ? Twee...

Twee miljard,

drie miljard, vier miljard,

vijf miljard... acht miljard...

Kun je zeggen twaalf miljard ?

Vijftien miljard...

Het is alsof je met briefjes betaald.

Met briefjes ?

Hebben jullie veel briefjes in je spaarpot ?

- Twee maar. - Twee is niet gek.

Kunnen we verder tellen dan miljarden ?

Mijnheer, kijk allemaal dieren...

Ja, ze zijn mooi. Kun je verder dan miljarden ?

Houdt het daarmee op ?

Je zei dat we eeuwig door konden tellen.

Kunnen we door tellen ?

Denk je niet ?

- Jessie huilt, mijnheer. - Huilt ze ?

Heeft ze zich bezeerd ?

- Wat is er aan de hand, denk je ? - Haar neus.

Axel heeft Jessie pijn gedaan en nu huilt ze.

Huilt Jessie ?

Geef je bord maar aan, alsjeblieft.

Wil je er saus op ?

Houd je bord maar op.

Wil je vis ? Er zitten geen graten in.

Wil je er saus op ?

Ik niet !

Laten we het dan maar aan je vriend geven.

Neem een koekje.

Moet ik doorlopen ?

Kijk uit !

We weten pas eind juni

of je het haalt of niet,

dus zul je hard moeten werken.

Dat je naar de middelbare school gaat,

betekent niet dat je er nu mee kunt stoppen.

Je zult je moeten weten wat de volgende stap is

zodat je er volgend jaar profijt van hebt.

Dat vind ik, tenminste.

Laat het nu niet sloffen.

Wie is dat ?

Hoe gaat het met je vader ?

Het gaat wel goed.

Is hij weer thuis ?

Is alles weer goed, dus ?

- Wat? - Ja en nee.

Wat bedoel je, met ja en nee ?

Hij is niet volledig genezen.

Moet ie nog terugkomen ?

Dus hij moet voorlopig thuis rusten ?

Weet je waarom hij nog terug moet komen ?

Moet ie nog terug komen ?

Weet je waarom ?

Daarna zal alles wel weer goed komen, toch ?

Hij hoeft nog maar ��n keer terug te komen, dan is het achter de rug.

Hij zal wat rusten, daarna komt het wel goed.

Is hij al lang weer thuis ?

Ja, sinds...

Een week nu ?

- Drie weken. - Drie weken alweer ?

Sinds de eerste operatie ?

Weet je wat ze hierna zullen doen ?

Zijn strottenhoofd weghalen.

Wat weghalen ?

- Wat halen ze weg ? - Zijn strottenhoofd.

Dus daar zat het ?

Ze houden hem wel onder behandeling, toch?

Ziek zijn hoort bij het leven.

Je probeert gezond te blijven

maar dan komt het in ��n keer opzetten en moet je er mee leren leven.

Diep ademhalen, Nathalie.

Ik geloof het niet...

Kom op, Nathalie !

Goed zo !

Ik voelde een regendruppel !

Au ! Ik voelde een druppel in mijn haar !

Je kunt ze zien vallen. Het regent.

Er kwam een druppel op mijn voet !

Kom op ! Axel en Alize !

Zijn jullie klaar ? Hou je tas maar boven je hoofd !

Klaar ? Ga maar !

Snel, Alize, opschieten !

Wacht, Axel !

Opschieten, Alize !

Daar kom ik aan !

"Binnenkort..." Komma.

"is het tijd..."

Oke, Olivier ?

"Binnenkort, is het tijd...

"voor het optreden..."

Hoe kan ie omkeren ?

Hij rijdt op de rails, nietwaar.

Hij gaat gewoon rechtdoor.

Wat betekent ontsporen ?

Heb je nooit een ontspoorde trein gezien op TV ?

Als ie op z'n zijkant valt.

Alize, wil je ook proeven ?

Snel, het lekt.

Het lekt !

Ik zit vol.

Heb je te snel gegeten ?

He, dat is mijn hoed !

Alize !

Alize !

Hier is ze !

Ga maar naar binnen, dit is jullie school.

Hier is Valentin, hier achteraan.

Ken je iedereen ?

Ga zitten.

Ik zal je vrienden voorstellen.

Eerst de groten.

Dit is Nathalie.

Julien...

Guillaume...

Jonathan en Olivier, de groten.

Maar alleen Guillaume zal volgend jaar zijn vertrokken.

Dit is Axel.

En dit is Laura, zoals jijzelf. Nu hebben we twee Laura's.

- Dat is Jojo! - Ja, Jojo ken je wel.

Kom eens hier, kleintjes.

Dit is Johann...

Jojo...

Letitia...

Jessie, met dat dingetje in d'r haar.

Daarginds, Marie... Ken je Marie?

Heb je je zus Marie al gezien ?

En dit is Alize.

Lea.

Ik ben Thomas.

Oceane.

Hoe heet je ?

Hoe heet je ? Zeg maar hoe je heet.

Ik heet... Wat?

Valentin.

Hier hebben we nog een Valentin.

Dan hebben we twee Valentins en ook nog twee Laura's.

- Waar was jullie oude school? - Le Vernet.

De school in Le Vernet.

Jij zit bij Laura en Axel volgend jaar.

Jullie zijn maar met z'n drieen.

Kende je Laura al ?

Ik kende haar al.

Je kent iedereen al, toch ?

Wil je daar naast je vrienden zitten ?

Wil je spelen ?

Marie en Letitia, kunnen jullie ze de spelletjes laten zien ?

Ga maar spelen Valentin.

Laat hem maar zien hoe je moet spelen.

Wat is er, Valentin ? Scheelt er iets aan ?

Mammie...

Ze komt zo. Wat wil je gaan doen ?

Mammie...

Je mammie komt je straks ophalen, goed ?

Als je een tijdje bij ons blijft, komt ze je straks weer ophalen.

Kijk, alle anderen zijn er. Zij huilen toch ook niet.

Valentin !

Je zus is hier. Wil je naast haar zitten ?

Wil je iets tekenen ? Of wil je spelen ?

- Wat wil je ? - Ik wil naar mijn mammie !

Ze maakt even een wandeling buiten

maar ze komt je snel weer halen.

Ik zet je hier neer om te spelen.

Je mammie komt zo, maar nu nog niet.

Wil je bij Oceane zitten ?

Blijf maar bij Oceane. Kun jij voor je broertje zorgen ?

Ze komt terug.

Je moet hier even wachten.

Wacht maar op haar. Oceane wacht ook geduldig.

Ze is aan het spelen, Valentin ook.

Wil jij ook spelen ? Wil je dat ?

Speel maar met hem, Alize. Speel maar met Valentin.

Jij ook, Marie.

Wil hij niet ? Laat hem dan maar.

Ze is niet weg, ze wacht op ons.

Ik wil naar haar toe !

Je gaat naar haar toe. Maar niet gelijk.

Schreeuw niet zo.

Ze komt je straks halen.

Wil je met een autootje spelen ?

Ze komt straks. Ze is niet weg, ze is hier.

Het is tijd om het over je cijfers te hebben

en om te kijken of je over gaat volgend jaar.

Goed, Julien...

Hoewel je cijfers niet volledig tevreden stellen,

sturen we je naar de middelbare school.

Je gaat naar de school die we hebben bezocht,

die in St Germain I'Herm, volgend jaar.

Maar je zult er meteen hard aan moeten trekken.

Zoals ik al zei, stemmen je cijfers niet helemaal tot tevredenheid

dus misschien is er ruimte voor verbetering.

Bij welke vakken ?

Rekenen.

- Is dat alles ? - en Frans.

Je hebt genoeg te doen met rekenen en Frans.

Ik vind dat je je houding moet verbeteren.

Je hebt daar geen onderwijzer meer, die persoonlijk op je kan letten.

En ze zullen wel strenger straffen,

gezien je houding

als je iets weigert, als je ruzie maakt of als je het niet eens bent.

Als 't je niets kan schelen, maak je het heel duidelijk.

Als je zucht...

Ik zal er niet meer zijn om je te helpen.

Misschien kan ik helpen op afstand, maar ik zal er niet bij zijn.

Welnu, Olivier...

Ook naar St Germain. Ben je blij ?

Je zult net als Julien, je cijfers moeten verbeteren.

Ik heb ze gevraagd om iemand aan te wijzen

die je kan helpen met je klasse-werk die je op de hoogte brengt

van de vakken waarin je achter loopt.

Jullie zullen daar verder alleen zijn.

Omdat jullie samen zullen zijn,

Probeer wat beter met elkaar op te trekken.

Wat zullen jullie gaan doen ?

Voor elkaar opkomen.

Oke, maar zorg ervoor dat je niet geisoleerd raakt.

Misschien kunnen jullie elkaar verdedigen.

Sommigen zullen in het begin proberen je een pak slaag te geven.

Dat gebeurt wel eens.

Jij bent zo sterk als een os, Julien.

Als Olivier in de problemen zit...

Als hij aangevallen wordt, kun je misschien bijspringen.

Hoe dan ook, jij bent ook geen watje.

Jij kunt wel voor jezelf opkomen.

Nou dan, wat is het probleem ?

Ben je liever op jezelf ?

Of is het gewoon zo dat het je niet lukt om met anderen te praten ?

Zal ik eens zeggen, wat ik denk ?

Ik denk dat je het wel kunt

maar er nu nog geen zin in hebt.

Heb ik het fout ?

Klopt dat, of niet helemaal ?

Wil je erover praten ?

We moeten erover praten.

Je praat nu een stuk meer met mij en de anderen.

Maar je vindt het soms nog steeds moeilijk.

Dat is me opgevallen, dus je nieuwe leraar weet ervan

dat 't soms moeilijk voor je is. Ik moest het hem vertellen.

Vindt je ook niet ?

Was het fout van me om dat te vertellen ? Zeg het maar.

Het is goed dat ik ze op de hoogte heb gebracht, zodat ze een oogje in het zeil kunnen houden.

Klopt dat ?

Ik denk dat je 't wel redt, Nathalie.

Met een beetje inzet, komt alles goed.

Je zit straks bij oudere kinderen, je zult nieuwe vrienden maken...

Het zal veel beter gaan.

We moeten toch een keer afscheid nemen.

Zit je daarmee in je maag ?

Is dat het ?

Ik wilde alleen maar...

doorgaan met je te helpen...

door je nieuwe leraren in te lichten.

Ik weet dat je hard zult werken. Je houd van werken.

Vindt je dat je iemand moet hebben om je met dit probleem te helpen

dat je niet kunt communiceren ? Is het belangrijk ?

Is het goed dat we erover praten ?

Voel je je nu beter ?

Je kunt altijd komen om met me te praten.

Volgend jaar. Moet je op zaterdag naar school ?

Kom dan maar bij me langs.

Zou je dan langs willen komen ?

Ik verwacht je elke zaterdag. Je komt toch wel, of niet ?

Dan kun je me alles over de middelbare school vertellen,

dingen die ik niet weet...

Ik zit hier en ik weet niet wat ze daar doen.

Jij kunt me er dan alles over vertellen en me je werk laten zien.

Je vertelt me hoe het met je gaat...

Je kunt hier samen met Letitia komen.

Zo zien we elkaar toch nog.

Is iedereen klaar ?

Goed.

Ik stopte al, voordat U de handen liet zakken.

Dat mag eigenlijk niet.

Ik stopte tegelijkertijd.

Jullie gaan nu naar huis.

Het is de laatste keer dat jullie vertrekken, dit jaar.

Tot ziens, mijnheer !

Kunnen jullie niet meer stoppen ?

Tot ziens, mijnheer. Prettige vakantie !

Prettige vakantie voor iedereen !

Tot ziens, Johann.

Tot ziens, Marie.

Letitia, tot ziens.

Deze twee houd ik hier.

Tot ziens, Laura.

Tot ziens, Axel.

Voor jou moet ik opstaan.

Tot ziens, Nathalie.

Hard werken volgend jaar.

Dag. Ik zie je nog wel.

Tot ziens, mijnheer.

Tot ziens, Jonathan.

Prettige vakantie.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.