All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 29 - Madame Quatre et ses enfants1

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Ik werd wakker van de stilte.

De stilte?

Als 'n fontein opeens stopt met stromen, werkt dat als 'n geweerschot.

Dus ging ik kijken...

- Waar? - In de serre. Daar lag die dode vrouw.

Dus samenvattend...

Het is in 't holst van de nacht, de fontein stopt ermee...

...u gaat in de serre kijken en ontdekt een dode vrouw.

- En waar was uw man? - In de serre, rozen aan 't planten.

- Hij tuiniert 's nachts? - Soms.

Raar, zeg.

Hij scharrelt 's nachts altijd rond. Net 'n rat.

En u zag wie 't was?

Wie?

De dode vrouw.

Nee, ze lag met haar gezicht naar de grond.

Vreemde zaak.

- En uw man kwam boven na 't tuinieren? - Pas veel later.

- Zonder iets te zeggen? - Ik deed of ik sliep. Hij ging ook slapen.

Ik ben al drie keer van hotel veranderd. Nu zit ik bij Levallois, Rue Tr�z�guet.

Ik kom zo.

Hij zoekt me. Daarom verhuis ik steeds.

- En dat komt u me nu pas vertellen? - Ik ben altijd bang voor hem geweest.

- Hij kijkt altijd naar andere vrouwen. - Dat maakt hem nog geen moordenaar.

- Wat doet uw man? - Hij is apotheker op de Place du March�.

- Gaat hij daar elke dag heen? - In principe wel.

- Hebt u de dode de dag erna nog gezien? - Ik ben weer gaan kijken.

Maar ze was weg.

Hij is vier dagen niet geweest. Weet u nu genoeg?

En zonder te bellen? Mag ik binnenkomen?

Zonder bericht. Nee, ik heb net gedweild.

- Hebt u naar zijn huis gebeld? - Om zijn vrouw te spreken? Bedankt.

- Blijft hij wel vaker weg? - Wel eens.

Voor zijn werk?

Ditmaal ook?

- Charlotte is ook al vier dagen weg. - Charlotte?

De stagiaire die normaal altijd de ramen lapt en dweilt...

Want ik ben de eerste assistent hier.

En wat denkt de eerste assistent daarvan?

Die hoopt dat ze terugkomen.

En snel ook.

Mooi, jullie hebben wat te eten.

- Hebt u hem gezien? - Nee, hij is vlak na u weggegaan.

Hij is vast naar me op zoek.

- Knappe vent, uw man. - Hij had succes bij de vrouwen.

- Waarom 'had'? - Ik ben de kluts kwijt.

- Let hij goed op mijn kinderen? - Hij heeft er zelf vijf. Kent u Charlotte?

Hij zoekt me omdat ik de dode heb gezien.

- Kent hij 't pension waar u zit? - Nee.

Goed, we brengen u terug.

- Kom wat tot rust en blijf daar. - Ik wil 'n aanklacht indienen.

- Tegen wie? - Tegen een moordenaar.

Tja...

...als u wilt, kunt u een verklaring afleggen.

- Wat denk je ervan? - Het kan alle kanten opgaan.

Wie weet heeft ze alles verzonnen. Of ze heeft echt 'n lijk gezien.

Dan is haar man een moordenaar.

Of zijzelf heeft haar man vermoord.

En toen meteen ook maar z'n minnares.

- Hoe dan ook, je krijgt 't druk. - Dat vermoedde ik al.

- Dus je gaat niet? - Nee. O, de jamketel staat hier.

- Wat zeg ik tegen onze vrouwen? - Dat ik probeer later te komen.

Zeg tegen mijn vrouw dat 't overmacht is. Dat is jou wel toevertrouwd.

- Breng je me wel naar het station? - Ja, de rest ligt al in de auto.

- Hoe ga je het aanpakken? - Ik ga in 't pension kijken.

- Een onderzoek naar haar instellen. - Wel discreet. Ze lijkt me wat labiel.

- Verdenk je haar? - Absoluut.

Ze is in staat haar gezin te mollen om dan bij ons te komen janken.

- Ze krijgt argwaan als ze jou daar ziet. - Ik verzin wel iets.

Met 'n valse baard, 'n bril en 'n pruik?

Je lacht, maar dat is nu mijn droom. De Ars�ne Lupin van de politie.

Dat is voor de jeugd.

Dacht je dat ik liever met jullie op vakantie ging?

Lang uitslapen... Buiten onder 'n parasol ontbijten...

Si�sta houden, uit vissen gaan, 'n spelletje kaarten in het caf�...

De hemel op aarde.

Weet je wat? Je moet iemand anders naar dat pension sturen.

- Ik lust geen tomatensoep. - Stil jij.

- Je moet stil zijn aan tafel. - Jij ook.

- Het is pompoensoep. - Lust ik ook niet.

- Een en al vitaminen. - Je eet 't op, punt uit.

- Kinderen... - Een mooie uitvinding.

- Ik heb straks gebeld. - Ik zal u inschrijven. Uw naam is?

- Jules Fontaine. - O, ja.

- Familie van de voetballer? - Heel in de verte.

U blijft een week?

Ik geef u kamer acht. Die vindt u vast prettig en rustig.

- Wat doet u voor de kost? - Vertegenwoordiger in medicijnen.

Komt dat even goed uit. Ik heb vaak zo'n keelpijn, soms wel een maand lang.

Jammer, maar daar heeft mijn bedrijf niets tegen. Tot hoe laat kan ik dineren?

- Tot half tien. - Even opfrissen, dan kom ik terug.

- Wat raadt u aan? Gorgelen of aspirine? - Aspirine. Dat helpt tegen alles.

De witte is geklopt. En de beige gaat...

- Eet je toetje op. - Nee. Geef terug.

Nu is 't uit. Naar bed jij. En jij eet je toetje op.

Waarom eet je je vla niet op? Die is toch lekker?

- Gaat 't altijd zo? - Elke avond.

- Gaan ze niet naar school? - Ik geloof van niet.

Hoe heet de moeder?

Mathilde...

- Hoe heet mevrouw Vier ook weer? - Martin, net als de beer.

- Mevrouw Vier? - Van kamer vier.

Dus ik...

Wilt u ragout?

Ja, maar heel weinig.

Janine, Mathilde, aan de slag. Zo komt het werk niet klaar.

- Alles naar wens? - Uitstekend.

Bent u familie van die voetballer?

Heel in de verte. Maar ik ben wel 'n bewonderaar.

Hij heeft bepaald nog geen last van artrose, h�.

- Heeft hij z'n toetje op? - Hij wil 't niet.

- Houdt hij niet van zoet? - Jawel. Vooruit, naar bed jij.

Het is negen uur. Schiet op.

Het is geen slechte jongen. Maar hij heeft behoefte aan vastigheid.

Dat hebben we allemaal.

- Eindelijk rust, h�? - Rust? Ik weet niet meer wat dat is.

U mag zich best eens amuseren. Gaat u uit?

Nee, ik zie er graag goed uit voor ik ga slapen.

Welterusten dan. Wij doen dat met 'n schoonheidsslaap.

Welterusten.

Ik mag me toch wel mooi maken?

En hoe.

- Een toetje? Vla of rijstepap? - Cognac.

- En u, meneer Fontaine, wilt u iets? - Nee, dank u. Ik lijn.

Mag ik 'n kop koffie met u drinken?

Ik verkoop bretels.

Sportbretels, chique bretels. Voor een firma in Marseille, Leon.

Altijd 'n strakke pantalon met bretels van Leon.

- Hebt u afgesloten, mevrouw Raymonde? - Overal, ja.

Jean-Claude, kom eruit. Onmiddellijk.

Ik bel de politie, ik waarschuw je. Doe toch niet zo raar.

- Ik wil naar papa. En naar school. - Over een paar dagen, zei ik toch.

Moet ik de deur forceren?

U hebt 't postuur, maar dan schrikt hij zo.

Politie hier. Dienst Voorkoming Jeugddelinquentie.

Ik tel tot drie. Dan kom je naar buiten. Een...

U hebt een beetje gelogen, maar het hielp wel.

- Heeft Rode Ster gewonnen? - Gelijkspel.

U zou deze week toch op vakantie gaan met uw neef, commissaris Vaimber?

Ik doe 't onderzoek in zijn plaats. Hij had zo'n zin in vakantie.

- Dus u hebt zich weer opgeofferd. - Hij keek zo hoopvol naar z'n jamketel...

Dit is trouwens zijn district ook niet meer.

- Nog nieuws over die stagiaire? - De verdwenen Charlotte? Niets.

Maar ze is niet de eerste. Sinds vorig jaar zijn er hier zeven verdwenen.

- En de apotheker? - We zoeken hem nog.

- Hoe houdt z'n vrouw zich? - Heldhaftig.

Ze knijpt 'm en zit ook nog met twee vreselijke kinderen.

- Hoe herken ik haar als ik 'r moet volgen? - Het is net Arletty tussen de monniken.

Kijk, daar heb je die twee ettertjes.

Maar bent u nu hier om haar te volgen of om haar te beschermen?

Als ik haar volg, bescherm ik haar. En omgekeerd.

Mathilde, mogen we naar de baan?

Maar niet verder dan daar.

- Mogen we 'n ijsje? - Als jullie niet vallen.

Mama heeft je er geld voor gegeven.

Alleen als jullie kleren nog heel zijn, heeft ze gezegd. Vooruit, rolschaatsen.

- Is mevrouw Vier op haar kamer? - Ik heb haar net thee gebracht.

- Is ze al aangekleed? - Van top tot teen. En nog lijkt ze naakt.

O stik, de melk.

Wacht, die breng ik haar wel.

- Gaat u bij haar langs? - Waarom niet?

- U laat er geen gras over groeien. - Wat wilt u, met mijn beroep...

Succes.

- Wie is daar? - De melkman.

Wat komt u doen?

Fontaine hier, met de melk die 't kamermeisje is vergeten.

Zal ik die hier op 't tafeltje neerzetten?

Wat gemeen, u laat me schrikken.

Ik heb nog 'n kopje. Wilt u thee?

Heel graag.

- Dus u verkoopt medicijnen? - Inderdaad.

- Aan zieken? - Nee, dat mag niet.

- Aan ziekenhuizen, klinieken, apotheken. - Afschuwelijk.

- Afschuwelijk? - Mijn man was apotheker.

Hoezo 'was'? Doet hij nu iets anders?

- Veel erger. - Bent u weduwe?

- Melk? - Nee, dank u.

Mijn man heeft me laten zitten. Met twee kinderen.

Dat spijt me voor u.

- Er is een andere vrouw, neem ik aan? - Kom daar maar eens achter.

- En nu wacht u hier op hem? - Nee, ik ben hierheen gevlucht.

Maar is hij nu bij u weggegaan of bent u voor hem gevlucht?

U bent wel erg nieuwsgierig.

Nee, echt. U stelt constant vragen.

Dat komt doordat ik zo met mijn klanten praat. Neemt u mij niet kwalijk.

Bedankt voor de thee.

- Draait u altijd de deur op slot? - Ja. Omdat ik bang ben, nou goed?

- Bang waarvoor? - Voor alles.

- Bang waarvoor? - Voor spoken, de doden, de levenden.

- Ik zit in kamer 8. U roept me maar. - Als ik roep, is 't al te laat.

- Dat meent u toch niet? - Nee, ik maak maar 'n grapje.

Hij heeft wel een uur bij 'r op de kamer gezeten.

- En jij denkt dat... - Ik denk dat ze zich toch geneerden.

- Zij ligt vast in scheiding. - Of ze is weduwe.

- Met zulke kleren aan? - Misschien doet 't haar niks.

Hij is best knap.

- Ik lust geen spliterwten. - Je zou 'm, die snotaap.

- Het zijn doperwten. En nu is 't bord stuk. - Dat geeft niet.

Iedereen breekt wel eens wat.

Mijn vader had me voor straf twee dagen opgesloten.

- De tijden veranderen gelukkig. - Niet te geloven.

- Gisteren zag ik 'n vrouw op straat roken. - Ik rookte ook.

- Voordat je mij kende, zeker? - Natuurlijk.

- Ik wil m'n beer. Die ligt thuis. - Hou op.

- Ik wil m'n beer. - Wilt u 'n nieuw bord?

- Heeft u zin in 'n spelletje kaart? - Heel graag, ja.

Ik wil m'n beer.

Zo onhandig als jij bent. En hou op met huilen, jij.

- Wat is er aan de hand, knul? - Ach, we zijn z'n beer Martin vergeten.

- Dan gaan we die halen. - Ik ben bang dat ik m'n man tref.

Ook als ik met u meega?

- Dat is de beer? - Was. Maar 't blijft z'n lievelingsbeest.

Konden we ook maar zo oud worden.

- Uw man? Knappe vent. - Dat vindt iedereen.

Hij is terug.

- Wie? - De knappe vent.

Hij heeft de sleutel van die klok. En die moet je elke drie dagen opwinden.

Ik wil hier weg. Hij staat naar ons te luisteren.

Hij is niet boven, daar was u net zelf. Hier is hij ook niet.

- Moet ik in de kelder gaan kijken? - Nee.

Wees voorzichtig.

Laat me alstublieft niet alleen.

Er is hier niemand. Ik kom zo.

- Ik vond dit zonet. Is 't van u? - Ja.

Nee. Ik weet 't niet meer.

Sluit u maar af.

Ontzettend bedankt. Ik leg 'm in z'n bed, als verrassing.

Waarom lacht u?

Nergens om.

Goedenacht.

Pas op, jongens.

Kijk uit voor de auto's.

We zijn bij Charlottes ouders geweest. Niks.

En bij de apotheker: ook niks.

Ik zou 'r meenemen naar Veneti�. De zevende hemel.

Zeg dat maar niet. Wie weet zijn ze al in de hemel.

Goed. We gaan in 't huis in Meudon kijken.

- Ontwikkelingen? - Heb jij ooit rozen in 't oerwoud gezien?

- Die kunnen niet tegen vocht. - Bij de apotheker kennelijk wel.

- En dat zit u dwars? - Dat en 'n gouden kettinkje.

Goed, dan gaan we.

Kijken of de roos die bij 't ochtendgloren

de zon met haar purper zou bekoren

U bent maar dichterlijk. Zal ik de slotenmaker bellen?

- Gestolen? - Tijdelijk geleend. Nuanceverschil.

- De po�zie ziet het leven altijd... - En rose.

- Toch staan ze echt in bloei. - Precies.

Volgens mij loopt de leiding naar de fontein er onderdoor.

- Best mogelijk. - Zeker. Daarom hield die ermee op.

- Ik kan 't niet volgen. - Alleen hier is gegraven.

Als de leiding kapot is, dan hier. We gaan kijken.

- Toch niet graven? - Een meter maar.

Zestig centimeter voor de rozen en nog eens zestig voor de log�.

- Er moet hier ergens 'n schop staan. - Dan zijn we nog wel even bezig.

Hier ergens, denk ik.

- En? - De grond wordt nu harder.

Ga door.

- Onderin staat water. - Daar zit de kapotte leiding.

- Daar werd mevrouw Vier wakker van. - Mevrouw Vier?

Breek daar je hoofd maar niet over. Graaf door.

Zou 'n vrouw dit kunnen?

Wat precies?

Wat jij nu doet?

Waarom niet? Als ik het kan...

En als ze echt iets willen, kunnen vrouwen alles.

Ik ben doodop, zeg. En ik heb me 'n spierpijn.

Ik draai de kraan open en jij kijkt wat er gebeurt.

Ik wist 't wel. Wat een rotklus.

Niet te geloven...

- Dit kan echt niet. - Blijf waar je bent. Nou?

Het water komt omhoog.

Draai dicht. Het staat al bijna tot mijn knie�n.

Kijk...

Bent u nou klaar, chef? Ik zink weg.

We gooien de boel weer dicht.

- Het gat? - Wat anders?

Kijken we niet verder? Wie begraaft er nu alleen 'n schoen?

Wie 'm ook droeg, die persoon is hier niet meer.

- Dit mag ik toch niet zomaar omploegen? - Daarom juist. Dichtgooien maar.

- En de rozen terugzetten, zeker? - Ja, netjes op 'n rij.

Heb je de schoen?

Heb ik.

Als je de andere vindt, maak ik je commissaris.

Commissaris-doodgraver dan zeker.

- Geen spelletje kaart, kolonel? - Nee. Avondklok, h�.

- Wat doe je? - Ik maak dienbladen voor vier en acht.

- De jongens hebben al gegeten. - Die wel.

Maar hij gaat bij haar op de kamer eten.

- Wat zegt mevrouw Raymonde ervan? - Die pikt alles van Vier.

Ze boft maar.

- Mocht ik maar herenbezoek ontvangen. - Hoezo?

- Heb je iemand leren kennen? - Wie weet.

- Vertel. - Straks, in het caf�.

Wacht, ik breng de bladen. Dan ga ik meteen mee.

- U maakt zeker 'n grapje. - Zie ik er zo uit?

Commissaris Maigret. Recherche.

Waarom hebt u dat niet meteen gezegd?

U hebt 'n aanklacht ingediend, nietwaar?

- Dus uw collega geloofde me? U ook? - Ja, dat met die fontein klonk wel echt.

Meneer Fontaine...

Ik had 't kunnen weten. Waarom kwam u er niet voor uit? U bespioneert me.

Verdenkt u mij? Dat ik hem heb omgebracht? En haar ook?

De politie verdenkt alles en iedereen. Bovendien zijn ze verdwenen.

Dus nu verdenkt u me niet meer?

Een man die zwijgt is een man die twijfelt.

Niet dichtdoen, ik heb er nog een.

Bedankt, Janine.

U ziet er ook niet uit als 'n vertegenwoordiger.

Hoe dan wel?

- Mag ik met u meelachen? - U ziet eruit als de ideale echtgenoot.

Bij wie je nooit bang bent, bij wie je blijft.

- Hoe moet ik dat nu opvatten? - Als compliment.

Ik ben in uw huis geweest en heb deze gevonden. Is ie van u?

- Gevonden? Waar? - Onder de rozenstruiken.

Het is maar 'n schoen. De rest is zoek.

- Maat 37. Vast van 'n jong meisje. - Degene die u dood hebt gevonden?

- Wie weet. - Gelooft u dat?

Weet ik veel. Laat die boze droom toch ophouden.

Zullen we maar wat eten?

Ik ga pimpelen. Dan maar dronken. Des te beter.

- Bedriegt uw man u? - Dat mag ik hopen.

- Hoe bedoelt u? - Nu ja, hij is knap, dus...

Wat 'n zootje.

Hij had succes bij de vrouwen.

- En de vrouwen bij hem? - In de apotheek is dat best mogelijk.

- En u? - Hoe bedoelt u?

- Bedriegt u hem? - Voor ik hem kende heel vaak.

- En daarna? - Geen tijd meer. Dat heb je met kinderen.

- Het doet me denken aan Assepoester. - Uw leven?

Die schoen.

Kenden we de voet maar die erbij hoorde...

En wat denkt u nu echt van uw man?

- Liefde maakt blind. Je ziet niks meer. - Zelfs geen moord?

Nu ja, een lijk nog wel.

We gaan uw huis ondersteboven halen om de zaak uit te zoeken.

Waarom? Om 't lijk te vinden? Dat heeft hij intussen wel verstopt.

- En met hem is 't net als met de vogels. - Hoe bedoelt u?

Het nest is verstoord, dus hij komt niet terug.

Maar doorzoek 't huis gerust, hoor.

Eigenlijk hebt u gelijk.

Het is 'n dom plan.

- Wat gaan we doen? - Een dom plan ten uitvoer brengen.

Doorzoek 't huis. Tussenwanden, vloeren, plinten, alles.

En drie man gaan in de tuin aan de slag. Elke meter prikken.

Ik kom zo bij jullie.

Nog een keer die ellende.

Nog steeds niks? Doorgaan.

Berthier, kom eens hier.

Er is geen zolder. Het terras levert ook niks op.

Schoenen.

- Wat zegt u? - Geen schoenen op 't bed.

Mijn schoenen zijn niet vies.

- Lagarde. - Ja?

Kom, we gaan in de kelder kijken.

- Bang voor vampiers, die apotheker. - Chef, kijk.

- En die natte muur? - Dat komt door de kapotte waterleiding.

Kijk maar. Het water loopt langs de muur en zo onder dat wandje door.

- Hoe kan dat? - Omdat de vloer schuin loopt, natuurlijk.

- Klopt. En hoe komt die muur dan nat? - Dat is de capillaire werking.

Je hebt je huiswerk gemaakt. Maar ik heb nog 'n ander idee.

- Condens door de verwarmingsketel. - Nee, het stucwerk.

Achter de muur. Hoe lang duurt 't voor gips droog is?

- Nu hebt u me klem. - Drie weken, als 't goed gemengd is.

Dus dat muurtje is nieuw?

Laat twee agenten komen.

Chef, kom kijken.

Ze had vast geen zuiver geweten als ze zo'n deur dichtmetselt.

Toch wel.

- En waarom 'zij'? - Geen idee. Ik lijk wel 'n vrouwenhater.

Moeten we 'm intrappen?

Daar hebben we Assepoester.

Michaux, ga in de kelder helpen.

Er is al 'n vijfde gevonden. Een ware slachting.

- Doorgaan. - Kan niet, we zijn bij 't eind.

Ik ga naar 't bureau. Laat jij de identificatiedienst komen.

- Had u dit verwacht, chef? - Je weet 't nooit als iemand ontspoort.

Maar toch, vijf. Straks worden 't er nog zes.

- Als ze haar man ook heeft vermoord. - Of als hij haar vermoordt.

- Waarom zou hij? - Ze is getuige en heeft 'm aangegeven.

We moeten constant in haar buurt blijven. Jij neemt ook 'n kamer in 't pension.

Of ze is een gevaar voor anderen. Of ze loopt zelf gevaar.

- Ik hou 't op 't eerste. Ik ken de vrouwen. - O ja? Jij was toch 'n vrouwenhater?

- En? - Ik wilde u niet wakker maken.

Dacht u dat ik kon slapen?

- We hebben Charlotte gevonden. - Het was dus geen boze droom?

Ik begrijp 't niet.

Ik begrijp 't niet.

Gaat u nu maar naar bed, ook al zal slapen moeite kosten.

- Hoe moet ik 't mijn kinderen vertellen? - Daar bedenken we morgen iets op.

- Ik ben 't. - Kom binnen.

Blauwbaard, hoeveel heeft die...

Zes.

- Ik wil niet de zesde worden. - Waarom denkt u dat ik hier ben?

- U weet niet half hoe sluw hij is. - Dat ben ik ook.

Hij weet vast dat ik hier zit. Met die beer hoefde hij ons maar te volgen.

Ik weet zeker dat hij er was. Wat moet ik doen?

U doet net als anders. We zijn altijd in de buurt.

- En als hij de kinderen pakt? - Ook die houden we in 't oog.

En verder moet u maar bedenken...

...dat in deze zaak vooral vrouwen het doelwit zijn...

...van onze dader.

- Hij kon ook aardig zijn. - Het ene sluit 't andere niet uit.

Gaat u nu maar naar bed.

Probeer wat te slapen.

En ga vooral nergens heen zonder me te waarschuwen.

Neem me niet kwalijk.

Vandaag neem ik frambozenjam.

Morgen, meneer Fontaine.

Hebt u nog 'n kamer voor 'n vriend van me?

We zitten vol. Alleen nog kamer 13, onder 't dak, naast de kamermeisjes.

- Maar daar is alleen koud water. - Prima, hij houdt van kamperen.

- Hebt u m'n kinderen gezien? - Gehoord. In de tuin.

Jean-Claude, Jean-Jacques. Kom, we gaan eten.

Waar zitten jullie?

Hou op met die gekkigheid.

- Waar komt dat vandaan? - Achter uit de tuin.

Hier.

Tenminste, dat denk ik.

Heeft u zich bezeerd?

Wat is er gebeurd?

- Mama, heb je je bezeerd? - Het leek wel 'n tijger, in de boom.

- Waar is ie nu? - Weg.

- Hij sprong boven op me. - Hij is daarheen.

- Nietes. Je liegt. - Hou op. Hij was vast even bang als ik.

Zo.

Het bloedt niet meer.

En had die tijger maar ��n klauw?

Die tijger heb ik verzonnen vanwege de jongens.

- Hebt u 'm gezien? - Nee, ik voelde alleen pijn.

- Ik zei toch dat hij me wel zou vinden? - U wint.

- U zou 'n goede rechercheur zijn geweest. - Bedankt. 't Zal hem opnieuw lukken.

Daar ga ik vanuit.

Maar nu zullen we beter opletten. En we zullen hem inrekenen...

- ...voor hij... - Voor hij wat?

Moet ik opnieuw als lokaas dienen?

Mij niet gezien.

- Hij zal u niets meer doen, dat beloof ik u. - Zegt 'n smeris.

Dat ben ik nu eenmaal.

Lagarde.

- Ik ben echt zo snel mogelijk gekomen. - Al goed.

Ik zal je zo voorstellen aan Mevrouw Vier.

De vrouw van de apotheker, ze zit in kamer vier.

- En wat zoekt u nu? De vork daarbij? - Ik zoek niets meer. Ik heb 't al.

Ofwel zij is dit verloren. Dan is ze erg slim.

Ofwel hij is hier geweest. Dan zijn wij bepaald niet slim.

- Hoezo wij? Ik ben hier net. - Fijn dat je zo solidair bent.

Wat moet ik nu doen? Zorgen dat ze niemand vermoordt?

Of dat niemand haar vermoordt.

Ik ga naar de patholoog-anatoom, terwijl jij je installeert.

Voor iedereen ben je artsenbezoeker, alleen zij weet beter. Goed?

Dat past wel bij je. Eigenlijk beter dan...

Fijn dat u zo solidair bent, chef.

- Waar zit ik? - 13. Dat brengt geluk.

- Je zit tussen twee mooie meisjes. - In de bezemkast, zeker?

Het zijn alle vijf vrouwen.

- In welke staat? - Dat verschilt.

Drie zijn te identificeren. De anderen niet goed.

- Hoe lang gaat dit terug? - De twee 'oudsten' zo'n vijf jaar.

De derde minstens drie jaar.

Dan nog eentje hooguit 'n jaar. En die van jou 'n paar dagen.

- En de werkwijze? - Steeds anders.

Bij de oudste weet ik 't nog niet. Die is in te slechte staat.

Bij de tweede was 't een messteek.

De derde heeft 'n gebroken nek. Van de trap gevallen, heel klassiek.

De vierde heeft 'n ingeslagen schedel.

Een klap met 'n hamer waarschijnlijk.

- Die van jou... - Zeg dat toch niet.

...is gewoon gewurgd.

- Dat is alles? - Nog ��n ding.

Ze hadden allemaal 'n kettinkje om hun enkel.

Met een rood edelsteentje in de sluiting?

Dat is beslist niet echt.

- Het lijkt wel 'n ritueel. - Precies, net 'n ritueel.

- En de dader? Man of vrouw? - Dat is aan jou. Jij bent de speurneus.

Ik vermoed 'n man. Vanwege dat ritueel. 't Zijn altijd mannen die de mis opdragen.

Een mooie vergelijking.

- Een vrouw is niet waarschijnlijk? - Vijf procent kans.

Tenzij het 'n Messalina of 'n Lucretia Borgia is.

En nu wel op de baan blijven, h�?

Draag, nu je me nu eindelijk wilt ontmoeten, dit cadeautje om je enkel.

Je aanbidder.

- Hallo? - Jules?

- Lekker gevist? - Ik heb er drie gevangen.

Verslik je er niet in, zeg.

- Ik ben bij de patholoog-anatoom geweest. - Ik las erover in de krant.

Echt 'n zaak voor jou. Heb je al namen?

Behalve Charlotte Moissac...

...Muriel Lipinski en Jeanne Cordier.

Naar de anderen doen we nog onderzoek. Ze zijn alle drie jong en tamelijk knap.

- En de jam? - Ik sta erin te roeren.

Roer ook maar voor mij. Ik bel je nog wel.

- En? - We hebben alle juweliers in Zuid gehad.

Maar wie zegt dat hij ze in de buurt van de apotheek heeft gekocht?

Wat een zieke geest.

- Wat voer je uit? - Niks.

- Waar zit ze? - Op zolder.

- Op zolder? - Dat zeg ik toch.

Hou vast.

Is daar iemand?

U laat me schrikken. Ik herkende uw stem niet.

- Vertrekt u alweer? Het wordt 'n manie. - Ik moet wel, ik voel me hier niet veilig.

- Waar gaat u heen? - Zover weg als ik kan.

Toch zal hij u vinden. En dan ben ik niet in de buurt.

U bent hier niet om me te beschermen. U wilt me hier vastzetten.

Als u vertrekt, heeft hij gewonnen.

En heb ik verloren.

Waarom ben ik met zo'n gek getrouwd?

Dat is 'n kans van een op duizend.

Maar 't is net als in de loterij. Je kunt 't altijd opnieuw proberen.

- Alles in orde? - Ja hoor, alles in orde.

- Wat zien jullie eruit. - Door 't rolschaatsen.

- Meteen in bad. - Ik wil niet in bad.

- Vorige keer was 't loeiheet. - Goed, vandaag koud.

- Zijn ze ooit braaf? - Dat is niet 't woord.

Mathilde.

Wat 'n mooi kettinkje.

- Waarom om je enkel? - Waarom niet?

- Heb je 't gekregen? - Ja, maar van wie is 'n geheim.

- Waarom kijkt u zo naar me? - Zomaar.

- Ken je 't vriendje van Mathilde? - Die nieuwe?

Nog niet. Ze wil niks zeggen. Maar ze lijkt wel aan hem verslaafd.

- En we dachten dat hij dood was. - Jij dacht dat.

- Dus zij is 't echt niet. - Nee. Ondanks al je vrouwenhaat.

Maar toch is het gek... Vijf kamermeisjes.

- Op 't mes stonden geen vingerafdrukken. - Dat vermoedde ik al.

Michaux houdt Mathilde steeds in 't oog.

Morgen zet je met Mariani en Berthier in auto's de straat af. Jij in 't midden.

- Een val. Weet mevrouw Vier ervan? - Haar wordt niets gevraagd.

- En als hij niet komt? - Hij komt heus wel.

- Het is geen boef, maar 'n psychopaat. - Ik krijg er de zenuwen van.

En met reden.

Wat gebeurt er?

- Heb je 'n lamp? - Een zaklamp, maar op m'n kamer.

Naar boven dan.

- Marie-Louise, waar heb je aan gezeten? - Nergens aan, Oscar.

- Kolonel, moeten we verduisteren? - De stroom is uitgevallen.

- Waar? - Hier.

Dat snap ik, ik vraag waar 't probleem zit.

- Wie heeft 't licht uitgeschakeld? - Geen paniek. Licht...

Bedankt. Gelukkig maar dat u er bent.

Het is net of er iemand in de kast zit.

Vooruit...

- De jongens zijn niet op hun kamer. - Ze zijn hier.

Kom er maar uit.

Wat doen jullie hier?

Hebben jullie ergens aan gezeten?

Wat heb je daar? Geef eens hier wat je in je hand hebt.

- Waarom deed je dat? - Gewoon, kijken.

Maar zo zie je toch niks?

- Suffie. - Precies.

- Wat heb je toch? - Dat vertelt hij zo aan mij.

Nu loop ik wel achter. Het diner begint 'n kwartier later.

Nogmaals bedankt, meneer Fontaine.

- Heet u Fontaine, chef? - Begin jij niet ook nog eens.

Ik wist niet dat die bestonden, bretellenverkopers.

Natuurlijk wel. Iemand moet ze toch verkopen? Zeker zulke.

- Is dat uw baas? - Ja.

- En verkoopt dat goed? Medicijnen? - Als chrysanten in de herfst.

Het is wel een Don Juan, h�?

- Hij is hier. Mathilde heeft er ook een. - Ik weet 't.

En nu? Moeten we allebei dood?

Rustig maar, er moet hier niemand dood.

En wij verliezen jullie niet uit het oog.

- Dus ik moet op u vertrouwen? - Ja.

Als u maar hier blijft.

Goed dan.

Waar hebt u hem leren kennen?

In die tijd werkte ik...

- ...als serveerster. Hoezo? - Wat voor soort serveerster?

- In 'n bar, bij de apotheek. Doet 't er toe? - Voor hem wel, vermoed ik.

Hier hebt u 't terug.

Ik heb 't van hem gekregen. Hij wilde dat ik 't om m'n enkel droeg.

- Zoiets vermoedde ik al. - Droegen de anderen er dan ook een?

Allemaal?

Alles is op slot, behalve de voordeur.

- Zit de sleutel in 't slot? - Aan de binnenkant.

O, bent u het?

Blijft de deur altijd open als jullie uitgaan?

Ja, we krijgen geen sleutels mee.

- Gaan jullie elke avond uit? - Als we de kans krijgen.

Naar de bioscoop?

Daarvoor blijven de eters vaak te lang hangen.

- U niet, hoor. - Gelukkig maar.

Ga je mee?

Waar zijn jullie vanavond geweest?

In 't caf� verderop. Daar werkt een vriendin van ons.

- Weet mevrouw Raymonde daarvan? - Nee. U gaat 't toch niet vertellen, h�?

Ga nu maar naar bed.

Hou 'n oogje op ze, h�?

We gaan vandaag naar de Sacr� Coeur, de Eiffeltoren en dan naar 't Louvre.

Een drankje op Pigalle, en de Moulin Rouge.

Leuk plan. Maar wel wat veel, vindt u niet?

Loop eerst maar naar de bus. Dat kost al tijd genoeg.

Voor als u laat terugkomt, geef ik u de sleutels.

Van het hek, de voordeur... Zorg dat u ze niet verliest.

- Tot vanavond. Of tot morgen. - Prettige zondag. Tot ziens.

- Prettige zondag, mevrouw Raymonde. - U ook.

O, commissaris, stiekem bezig? Loopt alles naar wens?

Goed, dan ga ik maar.

Een beetje tempo.

- U waagt wel veel, h�? - Ik neem gewoon haar plaats in.

- Er komt wel veel geknutsel bij kijken. - Toe nou maar.

- Schiet wat op. - Ik doe m'n best.

Nu ben ik zelfs m'n nummer kwijt. Denkt u dat dat helpt?

- Anders deden we 't niet. - Volgens mij gaan we er allemaal aan.

Zijn de kinderen klaar? Ga door.

H�, verdorie.

Waar ik vroeger woonde, waren alleen grindpaden.

Ik ben nooit zo sportief geweest. Als kind wilde ik zangeres worden.

- En toen? - Ik had geen stem.

Als u uw kinderen roept, bent u anders heel goed te horen.

Precies, 't was schreeuwen, niet zingen.

- Ik sta echt doodsangsten uit. - Ik weet 't.

Hij weet me vast ook op m'n kamer te vinden.

Dan zijn wij er ook.

- Vertel 's, is hij echt zo leuk? - Hij is geweldig.

- Zo heb ik je nog nooit gezien. - Wie weet is hij de man van m'n leven.

- Jullie gaan in bad. - H�, nee. Alleen heel snel dan.

- En zonder zeep. - Schoon zijn is vreselijk.

Dan willen ze steeds aan je ruiken.

Konden we maar naar de film. Wat doen we tot je je afspraakje hebt?

Gewoon, naar 't caf�.

Wat gaan jullie vanavond doen? Dansen?

- Het is zondag. - Dus om zeven uur is er koud buffet.

We willen op tijd zijn, want om acht uur zijn we weg.

En waar gaan jullie dan heen?

- Wil meneer Fontaine nog meer weten? - Nee, hoor.

Ik hou al op.

- Wat zit hij ons toch steeds uit te horen. - Nieuwsgierig is hij wel, ja.

- Ik eet niet steeds je toetje op. - We waren wel lief, toch?

- Wanneer gaan we weer naar school? - Dus nu wil je wel weer?

- Ja, ik wil ook weer naar school. - Goed, maar nu eerst naar bed.

Weet u wat ik denk?

Hij komt niet.

Hij brengt Mathilde ergens anders om.

Hoe kunt u zo zeker weten dat hij komt? Het blijft een gek.

Psychopaten hebben hun eigen logica. Al verschilt die soms per geval.

Als je er maar op 't goede moment bent.

En als u zich nu toch vergist, chef?

Goed, als we praten, zorgen we dat de radio aan staat.

Dan kan de hele recherche meeluisteren. Dat zal Maigret leuk vinden.

- Maigret ligt te pitten. - Die pit nooit.

- Iets gehoord van Berthier en Mariani? - Die posten in de wijk.

De meisjes zullen zo wel komen.

- Ga jij maar naar bed. - Weet u dat wel zeker?

Goed, dan ga ik maar.

Ik heb de deur opengelaten.

Doe je schoenen uit.

Pas op, een stoel.

Michaux is naar bed en de meisjes zijn terug.

- Heeft hij even mazzel. - En of.

- En nu maar weer terug. Vooruit. - Ok�.

En niet in slaap vallen, jij.

O, die dwaze meiden.

Het is echt niet te geloven.

Ik heb 't ze wel honderd keer gezegd.

Zo, die is dicht.

Ik zeg 't zo vaak, dat ze de deur dicht moeten doen.

Waar zitten ze toch met hun hoofd? Als mevrouw Martin dit hoort...

Mama, ik heb dorst.

- Daarom trek ik 's avonds 'n jas aan. - Ik zou best nog 'n hapje lusten.

- Ach, wie slaapt, heeft geen honger. - Wij gaan ook naar bed.

- Geef dat maar hier. - Waarom?

Doe 't nu maar.

Wie bent u eigenlijk?

Politie.

Ik had geen kwaad in de zin.

Lagarde.

Blijf staan of ik schiet.

Blijf staan.

Mariani, snel.

- Lukt 't? - Ja, het lukt wel.

Jean-Claude.

Ik kom zo.

- Wat is hier aan de hand? - We arresteren 'n zwerver.

Heb je hem goed vast?

- Klaar. We gaan. - Kom mee.

Wat verschrikkelijk.

En dan te bedenken dat zoiets in 'n familiepension gebeurt...

- Belandde hij bij u? - In kamer vier.

Wat heeft die meneer gedaan?

- Die is erg ziek. - Ik wil niet ziek zijn.

Waarom zou jij ziek zijn?

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.